Monacor DMT-4004 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Monacor DMT-4004 (70 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Monacor DMT-4004 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/70
DMT-4004
Best.-Nr. 29.1970
AUTOMATIK-DIGITAL-MULTIMETER
AUTOMATIC DIGITAL MULTIMETER
BEDIENUNGSANLEITUNG
INSTRUCTION MANUAL
MODE D’EMPLOI
ISTRUZIONI PER L’USO
GEBRUIKSAANWIJZING
MANUAL DE INSTRUCCIONES
INSTRUKCJA OBSŁUGI
BRUGSANVISNING
SÄKERHETSFÖRESKRIFTER
TURVALLISUUDESTA

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Monacor
Categorie: Multimeter
Model: DMT-4004

Handleiding Monacor DMT-4004 – volledige tekst

1 Overzicht van de bedienings-elementen en aansluitingen1Toets RANGE voor de handmatige be-reikselectie2Toets Hz% voor het omschakelen tussenfrequentiemeting en meting van de rela-tieve pulsduurAls de draaischakelaar (10) op meting vande stroom of spanning is ingesteld, kunt umet de toets Hz% omschakelen naar me-ting van de frequentie en meting van de re-latieve pulsduur en opnieuw terugschake-len naar meting van de stroom of spanning. 3Toets MODE voor het omschakelen van demeetfunctie (b. v. meting van gelijk- of wis-selstroom, diodetest of doorgangsmeting)4Jack 10 A voor het rode meetsnoer voor hetmeten van de stroom 400 mA – 10 A5Jack µA/mA voor het rode meetsnoer voorhet meten van de stroom tot max.

10 Draaischakelaar voor het selecteren vande meetfunctie11 Jack V Ω CAP Hz% voor het rode meet-snoer voor alle metingen die geen stroom-metingen zijn12 Jack COM voor het zwart meetsnoer13 Afdekhuls (2 stuks): Bij buitengebruik moe-ten deze in beide ongebruikte meetjacks(4, 5, 11) worden gestoken, zodat het ap-paraat beschermd is conform de beveili-gingsklasse IP 67. 36NLB.

2 VeiligheidsvoorschriftenHet apparaat is in overeenstemming met allerelevante EU-Richtlijnen en is daarom geken-merkt met. Let eveneens op het volgende:Bij het gebruik van de afdekhulzen (13) ishet apparaat conform IP 67 beschermd enkan het ook buiten worden gebruikt. Vermijdechter uitzonderlijk koude en warme plaat-sen (toegestaan omgevingstemperatuurbe-reik: 0 – 50 °C). Verwijder het vuil van de behuizing alleenmet een zachte evt. licht bevochtigde doek. Gebruik zeker geen chemicaliën of schuur-middelen. Als de geldende veiligheidsvoorschriften bijhet gebruik met spanningen boven 42 V nietworden nageleefd of in geval van ongeoor-loofd of verkeerd gebruik, foutieve aanslui-ting, verkeerde bediening, overbelasting ofvan herstelling door een niet-gekwalificeerdpersoon vervalt de garantie en de aanspra-kelijkheid voor hieruit resulterende materi-ële of lichamelijke schade.

3 ToepassingenDeze automatische digitale multimeter meteen 29 mm groot LCD-display (weergave tot4000) dient voor het meten van:–spanningen tot 1000 V /~–stroomwaarden tot 10 A /~–frequenties tot 10 MHz–weerstandswaarden tot 40 MΩ–capaciteiten tot 200 FµBovendien kunt u de relatieve pulsduur vanelektrische signalen en de doorlaatspanningvan dioden meten. Voor de doorgangsmetingis een zoemer beschikbaar. 4 Ingebruikneming1) Voor het inschakelen van het instrument,plaatst u de draaischakelaar (10) van standOFF naar de gewenste functie. Mochten erop het display (6) geen gegevens verschij-nen, breng dan een batterij aan (hoofd-stuk 4. 1). 2) Klap de opstellingsbeugel aan de achter-zijde evt. open voor een betere afleesstand. 3) Plaats de draaischakelaar na gebruik weerin de stand OFF. Het apparaat schakelt ook automatisch uit,als het 15 minuten lang niet wordt gebruikt.

Om opnieuw in te schakelen, drukt u opeen toets of beweegt u de draaischakelaar. 4. 1 De batterij aanbrengen of vervangenAls er na het inschakelen geen gegevens ver-schijnen op het display (6) of als het symbool links op het display een verbruikte batterij aan-geeft, moet u een 9 V-blokbatterij aanbrengenresp. de batterij vervangen. 1) Klap aan de achterzijde de opstellingsbeugelomhoog en verwijder beide middelste schroe-ven voor het deksel van het batterijvakje. 2) Neem het deksel weg en breng een 9 V-blok -batterij aan zoals aangegeven in het vak. 3) Sluit het batterijvak weer af. Als de detector voor een langere periode niet ge-bruikt wordt, moet u de batterijen eruit nemen. Zo vermijdt u dat het apparaat eventueel wordtbeschadigd door uitlopen van de batterij.

Wanneer het apparaat definitief uit be-drijf wordt genomen, bezorg het danvoor milieuvriendelijke verwerking aaneen plaatselijk recyclagebedrijf. Geef lege of defecte batterijen niet met hetgewone huisvuil mee, maar verwijder ze alsKGA (bijvoorbeeld de inzamelbox in de ge-specialiseerde elektrozaak). WAARSCHUWING Met dit apparaat kunnenlevensgevaarlijke span-ningen worden gemeten. Bij het meten van span-ningen vanaf 42 V dient uuiterst zorgvuldig te werkte gaan. 1. Draag veiligheidshandschoenen als be-scherming tegen elektrische schokken. 2. Let er bij het aanbrengen van de meetcon-tacten op dat u uw vingers achter de af-schuifbeveiliging plaatst. 3. Bij beschadigingen van het meettoestel ofde meetsnoeren mag u geen metingen uit-voeren. Beschadigde meetsnoeren moe-ten door originele meetsnoeren wordenvervangen. 37NLB.

4. 2 Sticker OPGELET. aanbrengenBij het apparaat worden stic-kers geleverd met instructiesin acht talen. Kleef de stickermet de instructies in uw taalop de hiervoor voorzieneplaats op het deksel van hetbatterijvakje. 4. 3 Meetleidingen aansluitenHet instrument is uitgerust met vier meetjacks:1. De jack COM (12) is voor alle metingen degemeenschappelijke (-) jack. Verbind hetzwarte meetsnoer met deze jack. 2. De jack V Ω CAP Hz% (11) is voor allemetingen de gemeenschappelijke (+) jack,behalve bij stroommetingen. Verbind hetrode meetsnoer met deze jack. 3. Voor stroommetingen tot 400 mA moet hetrode meetsnoer met de jack A/mA (5) wor-µden verbonden. 4. Voor stroommetingen tussen 400 mA en10 A moet het rode meetsnoer met de jack10A (4) worden verbonden. BELANGRIJK.

Als het meettoestel buitenwordt gebruikt, moeten de bijgeleverde afdek-hulzen (13) in de twee ongebruikte meetjacksworden geplugd. Pas dan is het apparaat be-schermd conform de beveiligingsklasse IP 67. 5 Metingen uitvoerenHaal de meetpennen van het meetobject, alvo-rens naar een andere meetfunctie om te scha-kelen. Anders kan het instrument worden be-schadigd. 5. 1 Meting van de spanning1) Plaats de draaischakelaar (10) in de standV. Na het inschakelen is steeds de modusMeting van gelijkspanning geselecteerd: ophet display (6) verschijnt links bovenaan demelding “DC”. Voor het meten van wissel-spanningen schakelt u met de toets MODE(3) naar de weergave “AC”. Met de toetsMODE kunt u ook weer terugschakelennaar de meting van gelijkspanning. 2) Het rode meetsnoer moet op de jack V Ω CAP Hz% (11) zijn aangesloten. Opgelet.

Het meetsnoer mag niet verbon-den zijn met de jack 10A (4) of A/mA (5),µanders bestaat er gevaar op beschadigingvan het instrument of het meetobject. 3) Houd de meetpennen op het meetobject enlees de waarde af op het display.

Als bij hetmeten van gelijkspanning de rode meetpenmet de negatieve pool en de zwarte meet-pen met de positieve pool is verbonden, danverschijnt op het display een minteken vóórde gemeten waarde. 4) Tijdens het meten van wisselspanning kuntu met de toets Hz% (2) naar de meting vande frequentie en van de relatieve pulsduuromschakelen. De ingangsgevoeligheid isechter niet zo hoog en het frequentiebereikis niet zo groot als bij een meting in de draai-schakelaarstand :Hz%Meetbereik Gevoeligheid Frequentiebereik4 V~ ≥ 1,5 V~ 5 Hz – 10 kHz40 V~, 400V~ ≥ 10 V~ 5 Hz – 20 kHz≥ 20 V~ 5 Hz – 200 kHz1000 V~ ≥ 420 V~ 50 Hz – 1 kHzWAARSCHUWING Houd rekening met on-voor ziene spanningen opmeetobjecten. Condensa-toren bijvoorbeeld kunnenzelfs bij uitgeschakeldespanningsbron onder ge-vaarlijke spanning staan.

Met dit instrument mag u geen metingenuitvoeren in stroomkringen met coronaont-ladingen (hoogspanning). Levensgevaar. De maximaal te meten spanning mag nietmeer dan 1000 V /~ bedragen. Anders¿dreigt er levensgevaar voor de gebruiker. WAARSCHUWING Het meten van stroom-kringen met een span-ning van meer dan 42 Vmag uitsluitend wordenuitgevoerd door perso-nen die de gevaren bij contact kennen en ge-paste veiligheidsmaatregelen kunnen treffen. Zorg ervoor dat u bij metingen met contact-gevaar nooit alleen werkt. Vraag om eentweede persoon. Voedingsspanning:1 x 9 V-blokbatterijOm het gevaar van een elek-trische schok te vermijden,moeten de meetpennen vande aansluitjacks en de meet-punten worden afgehaald,alvorens de behuizing teopenen. Als bescherming tegen over-spanningen en brandgevaarzijn er zekeringen ingebouwd. Vervang defecte zekeringenalleen door zekeringen vanhetzelfde type.

Om terug naar het meten van de wisselspan-ning te schakelen, drukt u een- of tweemaal opde toets Hz%, zodat op het display opnieuw“AC” en “V” wordt weergegeven. 5. 2 Meting van de stroomDe te meten stroom mag niet meer dan 10 Abedragen. Stroomwaarden tussen 1 A en 10 A mogenniet langer dan 30 seconden worden geme-ten. Anders kunt u het instrument en demeetsnoeren beschadigen. 1) Voor metingen tot 400 mA sluit u het rodemeetsnoer aan op de jack A/mA (5) enµvoor metingen van 400 mA tot 10 A op dejack 10A (4). Bij onbekende stroomwaardenbegint u de meting uit voorzichtigheid methet 10 A-bereik. Opgelet. Voer in geen geval een span-ningsmeting uit, als het meetsnoer met dejack µA / mA of 10A is verbonden. Het meet-toestel en de spanningsbron kunnen im-mers worden beschadigd.

2) Plaats de draaischakelaar (10) naargelangde te meten stroom in de volgende stand:3) Na inschakelen is steeds de modus Metingvan gelijkstroom geselecteerd: op het dis-play (6) verschijnt links bovenaan de mel-ding “DC”. Voor het meten van wissel-stroom schakelt u met de toets MODE (3)naar de weergave “AC” om. Met de toetsMODE kunt u ook weer terugschakelennaar de meting van gelijkstroom. 4) Sluit het meettoestel via de meetsnoerenaan op de te meten stroomkring en lees demeetwaarde af op het display. Als bij hetmeten van gelijkstroom de rode meetpenmet de negatieve pool en de zwarte meet-pen met de positieve pool is verbonden, danverschijnt op het display een minteken vóórde gemeten waarde. Als de meetstroom in een meetbereik detoegestane waarde overschrijdt, weerklin-ken waarschuwingssignalen, en op het dis-play verschijnt de melding “ ” (overload =OL. overbelasting).

Selecteer het volgende ho-gere bereik. 5) Tijdens een meting van de wisselstroom kanmet de toets Hz% (2) naar het meten van defrequentie en van de relatieve pulsduur wor-den omgeschakeld.

De ingangsgevoelig-heid is echter niet zo hoog en het frequen-tiebereik is niet zo groot als bij een meting inde draaischakelaarstand :Hz%Om terug te schakelen naar het meten vanwisselstroom, drukt u een- of tweemaal op detoets Hz%, zodat op het display opnieuw “AC”en “A”, “mA” of “ A” wordt weergegeven. µ5. 3 Meting van de weerstandZorg dat er geen spanning aanwezig is bijhet meten van een weerstand, en meet dezesteeds afzonderlijk. Anders is de meting on-juist. Hiervoor moet de weerstand mogelijkuit de schakeling losgesoldeerd worden. Plaats de draaischakelaar (10) in de stand Ωen houd de meetpennen tegen de weerstand. Lees de weerstandswaarde af op het display. Zolang er geen weerstand tussen de meetpen-nen bestaat of de meetpunten niet zijn kortge-sloten, geeft het display met “ ” een onein-OL. dige waarde aan. 5.

4 DoorgangszoemerMet de doorgangszoemer stelt u kabelonder-brekingen vast. Voer een doorgangsmeting nooit door als ernog spanning aanwezig is. Het instrumentkan worden beschadigd en de meting is on-juist. 1) Plaats de draaischakelaar (10) in de stand. Boven op het display wordt het symboolvoor diodemeting weergegeven. 2) Schakel met de toets MODE (3) om naar dedoorgangsmeting. Boven op het displaywordt het zoemersymbool weergegeven. 3) Houd de meetpennen op de betreffendemeetpunten. Als de weerstand tussen depunten kleiner is dan 40 Ω, schakelt dedoorgangszoemer in. De weerstandswaar -Meetbereik Gevoeligheid Frequentiebereik400 mA~ ≥ 45 mA 5 Hz – 5 kHz10 A~ ≥ 4 A 5 Hz – 1 kHzMeetstroom Stand< 4000 AµµA4 – 400 mA mA400 mA – 10 A 10A39NLB.

de wordt tot 400 Ω op het display weergege-ven. Bij hogere waarden verschijnt de over- belastingsmelding “OL. ”5. 5 DiodemetingZorg dat er geen spanning aanwezig is bijhet meten van een diode, en meet dezesteeds afzonderlijk. Anders is de meting on-juist. Hiervoor moet de diode mogelijk uit deschakeling losgesoldeerd worden. Plaats de draaischakelaar (10) in de stand. Boven op het display wordt het symboolvoor diodemeting weergegeven. Als u demeetpennen tegen de diode in doorlaatrichtinghoudt, wordt de doorlaatspanning tot 0,999 Vweergegeven. Hierbij is de rode meetpen ver-bonden met de positieve pool van de meet-stroom (ca. 0,3 mA). Bij kortsluiting van de diode wordt eenwaarde in de buurt van 0 V weergegeven. Als“OL. ” op het display verschijnt, is de doorlaat-spanning van de diode groter dan 1 V (b. v.

LEDʼs) of is de diode onderbroken, in sperrich-ting aangesloten (diode ompolen) of is er geencontact met de meetpennen. 5. 6 Meting van de capaciteitMet de DMT-4004 kunnen condensatoren meteen capaciteit tot 200 F worden gemeten. µPlaats de draaischakelaar (10) in de standCAP en houd de condensator tegen de meet-pennen. De meetprocedure kan enkele secon-den in beslag nemen, zodat de correcte meet-waarde pas na een tijdje wordt weergegeven. Als de capaciteit groter is dan 200 F, wordtµ“OL. ” weergegeven voor het overschrijden vanhet meetbereik. 5. 7 Meting van de frequentieMet het apparaat kunt u frequenties tot 10 MHzmeten. De gevoeligheid bedraagt:Plaats de draaischakelaar (10) in de standHz%. Houd de meetpennen op de meetpuntenen lees de frequentie af op het display.

In het wisselspanningsbereik en in de wis-selstroombereiken is eveneens een metingvan de frequentie mogelijk (hoofdstuk 5. 1en 5. 2). 5. 8 Meting van de relatieve pulsduurMet het instrument kunt u de relatieve pulsduurin % meten. De relatieve pulsduur geeft de ver-houding weer tussen de positieve signaal-sterkte en de pulsperiodeduur, b. v. :Meetbereik:.

0,1 % bis 99,9 %Gevoeligheid:. 1 MHz > 3 V~WAARSCHUWING Meet een condensatornooit in geladen toestandof aangesloten bedrijfs-spanning. Anders loopt uhet risico van een elektri-sche schok. Bovendien isde meting foutief. Schakel de voedingsspanning uit en ontlaadde condensator. Pas dan kunt u de conden-sator uit de schakeling lossolderen. 40NLB.

6 Bijkomende functies6. 1 De handmatige bereikselectieHet meetbereik voor een meetfunctie is steedsautomatisch optimaal ingesteld, als links bo-venaan het display de melding “AUTO” staat. 1) Druk op de toets RANGE (1) om een auto-matisch geselecteerd bereik vast te houden. De melding “AUTO” verdwijnt van het dis-play. 2) Telkens u op de toets RANGE drukt, wordtnaar een volgend hoger bereik geschakeld. Hierdoor neemt de resolutie van de geme-ten waarde af, maar wordt evenwel verhin-derd dat de meter continu omschakelt, wan-neer de gemeten waarde tussen twee berei-ken schommelt. Als het hoogst mogelijke meetbereik isbereikt, schakelt u weer naar het kleinstebereik, als u nogmaals op de toets drukt. Alsu een te laag bereik hebt geselecteerd,wordt “ ” (overload = overbelast) weerge-OL. geven. 3) Om terug te schakelen naar de automati-sche bereikselectie, houdt u de toetsRANGE ca.

2 seconden ingedrukt tot op hetdisplay opnieuw de melding “AUTO” ver-schijnt, of tot u met de draaischakelaar (10)een andere meetfunctie selecteert. 6. 2 Meetwaarde vasthoudenU kunt een meetwaarde die op het displaywordt weergegeven, vasthouden om b. v. dewaarde beter te kunnen aflezen nadat u demeetpennen van het meetobject hebt afgeno-men. Druk hiervoor op de toets HOLD (7). Bo-venaan het display verschijnt de melding“HOLD”. Om naar de huidige meetwaarde terug teschakelen, schakelt u de functie met de toetsHOLD opnieuw uit (“HOLD” gaat uit). De func-tie is ook uitgeschakeld, als met de draaischa-kelaar (10) een andere meetfunctie wordt ge-selecteerd. 6. 3 Meting van relatieve waardenTen opzichte van een bepaalde meetwaardekunnen resulterende afwijkingen worden weer-gegeven. De functie kan bij het meten vanstroom, spanning, weerstand en capaciteitworden ingeschakeld.

De functie kan niet worden ingeschakeld, alsop het display de melding “ ” staat. OL. 2) Als de meetwaarde wijzigt, wordt de afwij-king ten opzichte van de referentiewaardeweergegeven. De automatische bereikselectie is uitge-schakeld bij het meten van de relatievewaarden. Zodra het meetbereik wordt over-schreden, verschijnt op het display de mel-ding “ ”. OL. 3) Om de meting van relatieve waarden onge-daan te maken, drukt u opnieuw op de toetsREL. Druk zo nodig opnieuw op de toetsRANGE om de automatische bereikselectiete activeren (houd de toets RANGE ca. 2 se-conden ingedrukt). Door het omschakelennaar een meetfunctie wordt de meting vanrelatieve waarden eveneens uitgeschakeld. 7 Zekeringen vervangenAls het meten van stroomwaarden niet moge-lijk is, moet u de interne zekeringen controle-ren en door gekwalificeerd personeel laten ver-vangen.

1) Draai de zes schroeven voor plaat van debehuizing (twee schroeven bevinden zichonder de opstellingsbeugel) en neem deplaat van de behuizing weg. 2) Vervang defecte zekeringen alleen door ze-keringen van hetzelfde type:µA- und mA-bereik: F500 mAH/1000 V10 A-bereik: F10 AH/1000 V3) Schroef de plaat van de behuizing opnieuwvast. Neem het instrument pas dan opnieuwin gebruik. WAARSCHUWING Haal de meetpennen vande meetpunten en ver-breek de verbinding metde aansluitjacks, alvo-rens de behuizing te ope-nen. Anders loopt u het ri-sico van een elektrischeschok. 41NLB.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Monacor DMT-4004 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden