Miogo SmartHood MHI801SH Handleiding
Pagina's 104 Fornuis
Bekijk de handleiding van Miogo SmartHood MHI801SH gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 14 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miogo |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SmartHood MHI801SH |
Handleiding Miogo SmartHood MHI801SH – volledige tekst
GA NAAR ONZE WEBSITE VOOR:Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www. boulanger. com/info/assistanceService Relation ClientsAvenue de la MotteCS8013759811 LesquinINHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 22. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 43. INSTALLATIE. 74. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT. 85. DAGELIJKS GEBRUIK. 106. AANWIJZINGEN EN TIPS. 147. ONDERHOUD EN REINIGING. 168. PROBLEEMOPLOSSING. 179. TECHNISCHE GEGEVENS. 1910. ENERGIEZUINIGHEID. 1911. MILIEUBESCHERMING. 20Wijzigingen voorbehouden. 1. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat. De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar deinstructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik. 1.
1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken vanhet apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderenjonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe2 NEDERLANDS.
beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat teworden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezichtstaan.• Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met hetapparaat gaan spelen..• Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi hetop passende wijze weg.• WAARSCHUWING: Houd kinderen en huisdieren uit debuurt van het apparaat als die in werking is of afkoelt.Makkelijk toegankelijke onderdelen worden heet tijdens hetgebruik.• Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit teworden geactiveerd.• Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- enonderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.1.2 Algemene veiligheid• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik.
U dientte voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.• WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaatmet vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.• Probeer NOOIT om een brand te blussen met water.Schakel het apparaat uit en bedek vervolgens de vlam, bv.met een deksel of een vuurdeken.• WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroomworden voorzien door een extern schakelapparaat, zoalseen tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat doorhet elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordtgeschakeld.• LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kortkookproces moet voortdurend bewaakt worden.• WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geenvoorwerpen op de kookoppervlakken.• Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels endeksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaatworden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.NEDERLANDS 3
• Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwdestructuur installeert.• Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon temaken.• Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met debedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.• Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is,schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit hetstopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op destroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert ude zekering om het apparaat van de stroom te halen.
Neemaltijd contact op met de erkende servicedienst.• Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, eenerkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoondeze vervangen teneinde gevaarlijke situaties tevoorkomen.• WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermersdie door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpenof door de fabrikant van het apparaat in degebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven ofkookplaatbeschermers die in het apparaat zijngeïntegreerd. Het gebruik van ongeschiktekookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN2.1 Installatie WAARSCHUWING!Alleen een erkende installatietechnicusmag het apparaat installeren.
WAARSCHUWING!Gevaar voor letsel of schade aan hetapparaat.• Verwijder alle verpakkingsmaterialen.• Installeer en gebruik geen beschadigdapparaat.• Volg de installatie-instructies die zijnmeegeleverd met het apparaat.• Houd de minimumafstand naar andereapparaten en units in acht.• Pas altijd op bij verplaatsing van hetapparaat, want het is zwaar. Gebruik altijdveiligheidshandschoenen en geslotenschoeisel.• Dicht de oppervlakken af met kit om tevoorkomen dat ze gaan opzetten doorvocht.• Bescherm de bodem van het apparaattegen stoom en vocht.• Installeer het apparaat niet naast een deurof onder een raam. Dit voorkomt dat heetkookgerei van het apparaat valt als dedeur of het raam wordt geopend.• Elk apparaat heeft koelventilatoren op debodem.4 NEDERLANDS
• Als het apparaat gemonteerd wordt boveneen lade:– Leg geen kleine dingen of papierdewelke kunnen binnengezogenworden, omdat ze de koelventilatorenkunnen beschadigen of hetkoelsysteem kunnen belemmeren. – Houd een minimumafstand van 2 cmtussen de bodem van het apparaat ende zaken die u in de lade bewaart. • Verwijder de afscheidingspanelen die inde kast onder het apparaat zijngeïnstalleerd. 2. 2 Elektrische aansluiting WAARSCHUWING. Gevaar voor brand en elektrischeschokken. • Alle elektrische aansluitingen moeten dooreen gediplomeerd elektromonteur wordengemaakt. • Dit apparaat moet worden aangesloten opeen geaard stopcontact. • Verzeker jezelf ervan dat de stekker uithet stopcontact is getrokken, voordat jewelke werkzaamheden dan ook uitvoert. • Zorg ervoor dat de parameters op hetvermogensplaatje overeenkomen metelektrische vermogen van de netstroom.
• Controleer of het apparaat correctgeïnstalleerd is. Losse en onjuistestroomkabels of stekkers (indien vantoepassing) kunnen ertoe leiden dat decontactklem te heet wordt. • Gebruik het juiste elektriciteitssnoer. • Zorg dat de stroomkabel niet verstriktraakt. • Zorg ervoor dat er een schokbeschermingis geïnstalleerd. • Zorg ervoor dat het snoer niet wordt belastdoor trekken. • Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker(indien van toepassing) het hete apparaatof heet kookgerei niet aanraakt als je hetapparaat op een nabijgelegen contactdoosaansluit. • Gebruik geen adapters met meerderestekkers en verlengkabels. • Zorg ervoor dat je de stekker (indien vantoepassing) of het netsnoer nietbeschadigt. Neem contact op met onserkende servicecentrum of een elektricienom een beschadigde stroomkabel tevervangen.
• De schokbescherming van delen onderstroom en geïsoleerde delen moet op zo'nmanier worden bevestigd dat het nietzonder gereedschap kan wordenverplaatst. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid.
Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris. • Als het stopcontact los zit, mag u destekker niet in het stopcontact steken. • Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker. • Gebruik enkel correcteisolatievoorzieningen:stroomonderbrekers, zekeringen(schroefzekeringen moeten uit de houderworden verwijderd), aardlekschakelaarsen contactgevers. • De elektrische installatie moet eenisolatieapparaat bevatten waardoor hetapparaat volledig van het lichtnetafgesloten kan worden. Hetisolatieapparaat moet een contactopeninghebben met een minimale breedte van 3mm. 2. 3 Gebruik WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, brandwonden ofelektrische schokken. • Verwijder voor gebruik (indien vantoepassing) de verpakking, labels enbeschermfolie. • Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor(binnenshuis) huishoudelijk gebruik.
• De specificatie van dit apparaat nietwijzigen. • Zorg ervoor dat de ventilatieopeningenniet geblokkeerd worden. • Laat het apparaat tijdens de werking nietonbeheerd achter. • Zet de kookzone op "uit" na elk gebruik. • Vertrouw niet alleen op de pandetector. • Leg geen bestek of pannendeksels op dekookzones. Deze kunnen heet worden. • Gebruik het apparaat niet met nattehanden of als het contact maakt metwater. NEDERLANDS 5.
• Gebruik het apparaat niet als werkblad ofals opslagoppervlak. • Als het oppervlak van het apparaatgebarsten is, haal dan onmiddellijk destekker uit het stopcontact. Dit voorkomtelektrische schokken. • Gebruikers met een pacemaker moeteneen afstand van minimaal 30 cm bewarenvan de inductiekookzones als hetapparaat in werking is. • Als u eten in de hete olie doet, kan hetspatten. WAARSCHUWING. Risico op brand en explosie• Wanneer ze verwarmd worden, kunnenvetten en oliën ontvlambare dampenafgeven. Houd vlammen of verwarmdevoorwerpen uit de buurt van vetten enoliën als u ermee kookt. • De dampen die erg hete olie vrijkomen,kunnen spontane ontbrandingveroorzaken. • Gebruikte olie die voedselresten kanbevatten, kan brand veroorzaken bij eenlagere temperatuur dan olie die voor deeerste keer wordt gebruikt.
• Plaats geen ontvlambare producten ofartikelen die vochtig zijn met ontvlambareproducten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING. Risico op schade aan het apparaat. • Zet geen heet kookgerei op hetbedieningspaneel. • Leg geen hete deksel op het glazenoppervlak van de kookplaat. • Laat kookgerei niet droogkoken. • Laat geen voorwerpen of kookgerei op hetapparaat vallen. Het oppervlak kanbeschadigen. • Activeer de kookzones niet met legepannen of zonder pannen erop. • Geen aluminiumfolie op het apparaatleggen. • Pannen van gietijzer, aluminium of metbeschadigde bodems kunnen krassenveroorzaken in het glas / glaskeramiek. Tildeze voorwerpen altijd op als u ze moetverplaatsen op het kookoppervlak. • Dit apparaat is uitsluitend bestemd ommee te koken. Het mag niet wordengebruikt voor andere doeleinden, zoals hetverwarmen van een kamer. 2.
4 Onderhoud en reiniging• Reinig het apparaat regelmatig om tevoorkomen dat het materiaal van hetoppervlak achteruitgaat. • Schakel het apparaat uit en laat hetafkoelen voordat u het schoonmaakt. • Gebruik geen waterstralen en stoom omhet apparaat te reinigen.
• Maak het apparaat schoon met eenvochtige zachte doek. Gebruik alleenneutrale schoonmaakmiddelen. Gebruikgeen schuurmiddelen, schuursponsjes,oplosmiddelen of metalen voorwerpen. 2. 5 Service• Neem contact op met de erkendeservicedienst voor reparatie van hetapparaat. Gebruik alleen originelereserveonderdelen. • Met betrekking tot de lamp(en) in ditproduct en reservelampen die afzonderlijkworden verkocht: Deze lampen zijnbedoeld om bestand te zijn tegen extremefysieke omstandigheden in huishoudelijkeapparaten, zoals temperatuur, trillingen,vochtigheid, of zijn bedoeld om informatiete geven over de operationele status vanhet apparaat. Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijnniet geschikt voor verlichting inhuishoudelijke ruimten. 2. 6 Verwijdering WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of verstikking.
• Neem contact op met uw plaatselijkeoverheid voor informatie over het afvoerenvan het apparaat. • Haal de stekker uit het stopcontact. • Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat afen gooi het weg. 6 NEDERLANDS.
Deaansluitkabel mag alleen wordenvervangen door een gekwalificeerdeelektricien.3.4 MontageAls je de kookplaat onder een kap installeert,raadpleeg je de installatie-instructies van deafzuigkap voor de minimumafstand tussen deapparaten.min.50mmmin.500mmAls het apparaat boven een lade wordtgeïnstalleerd, kan de ventilatie van dekookplaat de artikelen die zich in de ladebevinden tijdens het bereidingsprocesopwarmen.NEDERLANDS 7
4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT4.1 Indeling kookoppervlak210 mm145mm210 mm240 mm1 121 11Inductiekookzone2Bedieningspaneel4.2 Bedieningspaneel lay-out7 852 439112 10116Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluidentonen welke functies worden gebruikt.Tip‐toetsFunctie Opmerking1AAN / UIT De kookplaat in- en uitschakelen.2Blokkering / Kinderbeveiligings‐inrichtingHet bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.3Pauzeren De functie in- en uitschakelen.4Bridge De functie in- en uitschakelen.5- Kookstanddisplay De kookstand weergeven.6- Timerindicatie voor de kookzo‐nesGeeft aan voor welke zone u de tijd instelt.7- Timerdisplay De tijd in minuten weergeven.8 NEDERLANDS
Tip‐toetsFunctie Opmerking8Hob²Hood De handmatige modus van functie in- en uitschake‐len.9- Om de kookzone te selecteren.10 /- De tijd verlengen of verkorten.11PowerBoost Het inschakelen van de functie.12- Bedieningsstrip Het instellen van de kookstand.4.3 KookstanddisplaysScherm BeschrijvingDe kookzone is uitgeschakeld. - De kookzone wordt gebruikt.Pauzeren werkt.Automatisch opwarmen werkt.PowerBoost werkt. + cijferEr is een storing. / / OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken / warmhoud‐stand / restwarmte.Blokkering / Kinderbeveiligingsinrichting werkt.Het kookgerei is niet geschikt of te klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge‐plaatst.Automatische uitschakeling werkt.4.4 OptiHeat Control (3-stapsrestwarmte-indicator) WAARSCHUWING!
/ / Zolang het indicatielampjeaanstaat, bestaat er een risico opbrandwonden door restwarmte.De inductiekookzones creëren de voor hetkookproces benodigde warmte rechtstreeksin de bodem van het kookgerei. Hetglaskeramiek wordt verwarmd door dewarmte van het kookgerei.De indicatielampjes / / verschijnenals een kookzone heet is. De aanduidingentonen het niveau van de restwarmte voor dekookzones die je momenteel gebruikt.NEDERLANDS 9
Het indicatielampje kan ook verschijnen:• voor de aangrenzende kookzones, zelfsals je ze niet gebruikt,• als er heet kookgerei op de koudekookzone wordt geplaatst,• als de kookplaat is uitgeschakeld, maar dekookzone nog heet is. Het indicatielampje verdwijnt als de kookzoneis afgekoeld. 5. DAGELIJKS GEBRUIK WAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 5. 1 In- of uitschakelenRaak 1 seconde aan om de kookplaat in–of uit te schakelen. 5. 2 Automatische uitschakelingDe functie schakelt de kookplaatautomatisch uit als:• alle kookzones zijn uitgeschakeld,• u de kookstand niet instelt nadat u dekookplaat hebt ingeschakeld,• u iets hebt gemorst of iets langer dan 10seconden op het bedieningspaneel hebtgelegd (een pan, doek, etc. ). Er klinkt eengeluidssignaal en de kookplaat wordtuitgeschakeld. Verwijder het voorwerp ofreinig het bedieningspaneel.
• De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeldals een steelpan droog kookt). Dekookzone moet afgekoeld zijn voordat ude kookplaat weer kunt gebruiken. • u ongeschikte pannen gebruikt. Hetsymbool gaat branden en na 2 minutenschakelt de kookzone automatisch uit. • u een kookzone niet uitschakelt of dekookstand verandert. Na een tijdje gaat aan en schakelt de kookplaat uit. De verhouding tussen kookstand en detijd waarna de kookplaat uitschakelt:Warmte-instelling De kookplaatwordt uitgescha‐keld na, 1 - 36 uur4 - 7 5 uur8 - 9 4 uurWarmte-instelling De kookplaatwordt uitgescha‐keld na10 - 14 1,5 uur5. 3 De kookstandVoor het instellen of wijzigen van dekookstand:Raak de bedieningsstrip aan bij de juistekookstand of beweeg uw vinger langs debedieningsstrip totdat u de jusite kookstandheeft bereikt. 5. 4 Bridge De functie werkt als de pan demiddelpunten van beide zones bedekt.
Deze functie verbindt twee linker kookzonesen deze werken dan samen als éénkookzone. Stel eerst de kookstand in voor een van delinker kookzones. De functie inschakelen: Raak aan.
Raakéén van de bedieningssensors aan om dekookstand in te stellen of te wijzigen. De functie uitschakelen: Raak aan. Dekookzones werken onafhankelijk. 5. 5 Automatisch opwarmenActiveer deze functie om in een kortere tijdeen gewenste kookstand te krijgen. Als hetaan staat, werkt de zone in het begin op de10 NEDERLANDS.
hoogste kookstand en gaat daarna verdermet koken op de gewenste kookstand. Om de functie in werking te stellenmoet de kookzone koud zijn. Om de functie voor een kookzone in teschakelen: raak aan ( gaat aan). Raakmeteen de gewenste kookstand aan. Na 3seconden gaat branden. De functie uitschakelen: wijzig dekookstand. 5. 6 PowerBoostDeze functie maakt meer vermogenbeschikbaar voor de inductiekookzones. Defunctie kan voor een beperkte tijdsduur vooruitsluitend de inductiekookzone wordengeactiveerd. Daarna wordt deinductiekookzone automatischteruggeschakeld naar de hoogste kookstand. Zie het hoofdstuk 'Technischegegevens'. Om de functie voor een kookzone in teschakelen: raak aan. gaat aan. De functie uitschakelen: wijzig dekookstand. 5. 7 Timer• Timer met aftelfunctieU kunt deze functie gebruiken om de lengtevan één kooksessie in te stellen.
Stel eerst de warmtestand voor de kookzonein en dan de functie. Om de kookzone in te stellen: tikherhaaldelijk op totdat het lampje van eenkookzone verschijnt. Om de functie te activeren: tik op van detimer om de tijd in te stellen (00 - 99minuten). Als het lampje van de kookzonegaat knipperen, wordt de tijd afgeteld. Om de resterende tijd te zien: tik op omde kookzone in te stellen. Het indicatielampjevan de kookzone begint te knipperen. Op hetdisplay wordt de resterende tijdweergegeven. Om de tijd te wijzigen: tik op om dekookzone in te stellen. Tik op of. Om de functie te deactiveren: tik op omde kookzone in te stellen en tik vervolgens op. De resterende tijd telt terug tot 00. Hetindicatielampje van de kookzone verdwijnt. Als de aftelling beëindigd is, klinkt ereen geluidssignaal en knippert 00. Dekookzone wordt uitgeschakeld. Om de functie te stoppen: tik op.
Als het lampje van dekookzone gaat knipperen, wordt de tijdopgeteld. Het display schakelt tussen ende getelde tijd (in minuten). Om in de gaten te houden hoelang dekookzone werkt: tik op om de kookzonein te stellen. Het indicatielampje van dekookzone begint te knipperen. De displaygeeft aan hoe lang de zone werkt. Om de functie te deactiveren: tik op entik vervolgens op of. Hetindicatielampje van de kookzone verdwijnt. • KookwekkerU kunt deze functie gebruiken wanneer dekookplaat is ingeschakeld maar dekookzones niet werken. De warmtestand ophet display toont. Om de functie te activeren: tik op en tikvervolgens op of van de timer om detijd in te stellen. Als de tijd verstreken is, klinkter een geluidssignaal en knippert 00. Om de functie te stoppen: tik op. De functie heeft geen invloed op dewerking van de kookzones. NEDERLANDS 11.
5. 8 PauzerenDeze functie stelt alle kookzones die werkenin op de laagste warmtestand. Als de functie in werking is, zijn alle anderesymbolen op de bedieningspanelenvergrendeld. De functie stopt de timerfunctie niet. Tik op om de functie in te schakelen. gaat aan. De warmte-instelling wordtverlaagd naar 1. Voor het uitschakelen van de functie raaktu aan. De voorgaande warmteinstellinggaat aan. 5. 9 BlokkeringU kunt het bedieningspaneel vergrendelenterwijl de kookzones in werking zijn. Hiermeewordt voorkomen dat de kookstand perongeluk wordt veranderd. Stel eerst de kookstand in. De functie inschakelen: raak aan. gaat gedurende 4 seconden aan. De timerblijft aan. De functie uitschakelen: Raak aan. Devorige kookstand gaat aan. Als u de kookplaat uitzet, stopt udeze functie ook. 5. 10KinderbeveiligingsinrichtingDeze functie voorkomt dat de kookplaatonbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie te activeren: activeer dekookplaat met. Stel geen warmteinstellingin. Raak 4 seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met. Om de functie te deactiveren: activeer dekookplaat met. Stel geen warmteinstellingin. Raak 4 seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met. Om de functie voor slechts éénkooksessie te onderdrukken: activeer dekookplaat met. gaat aan. Raak 4seconden aan. Stel de kookstand in binnen10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt met , treedtde functie weer in werking. 5. 11 OffSound Control (Degeluiden in- en uitschakelen)Schakel de kookplaat uit. Raak 3seconden aan. Het display gaat aan en uit. Raak 3 seconden aan. of gaatbranden. Raak van de timer aan om éénvan het volgende te kiezen:• - de signalen zijn uit• - de signalen zijn aanOm uw keuze te bevestigen moet u wachtentot de kookplaat automatisch uitschakelt.
12 StroommanagementAls er meerdere zones actief zijn en hetverbruikte vermogen de beperking van destroomtoevoer overschrijdt, verdeelt dezefunctie het beschikbare vermogen tussen allekookzones. De kookplaat regelt de warmte-instellingen om de zekeringen van dehuisinstallatie te beschermen. • Kookzones zijn gegroepeerd volgens delocatie en het aantal fasen in dekookplaat. Elke fase heeft een maximaleelektriciteitslading van 3700 W. Als dekookplaat de limiet van maximaalvermogen binnen één fase bereikt, wordthet vermogen van de kookzonesautomatisch verlaagd. • De warmte-instelling van de gekozenkookzone heeft altijd prioriteit. Hetresterende vermogen wordt verdeeldtussen de eerder geactiveerde kookzonesin omgekeerde volgorde van selectie. • De warmte-instelling van de verlaagdezones verandert tussen de eerstgeselecteerde warmte-instelling en deverlaagde kookstand. 12 NEDERLANDS.
• Wacht totdat het display stopt metknipperen of verlaag de kookstand van delaatst geselecteerde kookzone. Dekookzones blijven werken met deverlaagde kookstand. Wijzig indien nodigde warmte-instellingen van de kookzoneshandmatig. Zie de afbeelding voor mogelijke combinatieswaarin vermogen tussen de kookzones kanworden verdeeld. 5. 13 Hob²HoodHet is een geavanceerde automatischefunctie die de kookplaat op een specialeafzuigkap aansluit. Zowel de kookplaat als deafzuigkap heeft een infraroodontvanger. Desnelheid van de ventilator wordt automatischbepaald op basis van de modusinstelling ende temperatuur van de heetste pan op dekookplaat. U kunt de ventilator van dekookplaat handmatig bedienen. Voor de meeste afzuigkappen wordthet afstandsbedieningssysteemuitgeschakeld. Inschakelen voordat u defunctie gebruikt. Zie voor meer informatiede gebruikershandleiding van deafzuigkap.
De functie automatisch bedienenStel de automatische modus in op H1 – H6om de functie automatisch te bedienen. Dekookplaat wordt oorspronkelijk ingesteld opH5. De afzuigkap reageert als u de kookplaatin gebruik neemt. De kookplaat herkent detemperatuur van de pannen automatisch enstelt de snelheid van de ventilator erop af. Automatische modi Auto‐mati‐scheverlich‐tingKo‐ken1)Bak‐ken2)ModusH0Uit Uit UitModusH1Aan Uit UitModusH2 3)Aan Ventila‐torsnel‐heid 1Ventila‐torsnel‐heid 1ModusH3Aan Uit Ventila‐torsnel‐heid 1ModusH4Aan Ventila‐torsnel‐heid 1Ventila‐torsnel‐heid 1ModusH5Aan Ventila‐torsnel‐heid 1Ventila‐torsnel‐heid 2ModusH6Aan Ventila‐torsnel‐heid 2Ventila‐torsnel‐heid 31) De kookplaat detecteert het kookproces en activeertde ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatischemodus.
2) De kookplaat detecteert het bakproces en activeertde ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatischemodus. 3) Deze modus activeert de ventilator en de verlichtingen reageert niet op de temperatuur. De automatische modus veranderen1. Schakel het apparaat uit. 2.
Schakel de automatische modus vande functie uit om de kookplaat direct tebedienen op het kookplaatpaneel. Als u stopt met koken en dekookplaat uitschakelt, kan de ventilatornog even blijven werken. Daarnaschakelt het systeem de ventilatorautomatisch uit en wordt voorkomen datu de ventilator per ongeluk de komende30 seconden activeert. De ventilatorsnelheid handmatigbedienenU kunt de functie ook handmatig bedienen. Raak daartoe aan als de kookplaat actiefis. Dit schakelt de automatische bedieningvan de functie uit zodat u deventilatorsnelheid handmatig kuntveranderen. Als u op drukt, wordt deventilatorsnelheid met één verhoogd. Als ueen intensief niveau bereikt en weer op drukt, stelt u de ventilatorsnelheid in op 0waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt. Om de ventilator weer te starten metventilatorsnelheid 1, raakt u aan.
Schakel de kookplaat uit en weer aanom de automatische bediening van defunctie te activeren. De verlichting activerenU kunt de kookplaat instellen om deverlichting automatisch te activeren als u dekookplaat aan zet. Zet daarvoor deautomatische modus op H1 – H6. De verlichting van de afzuigkap gaatuit 2 minuten nadat u de kookplaat heeftuitgeschakeld. 6. AANWIJZINGEN EN TIPS WAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 6. 1 Pannen Voor inductiekookzones creëert eensterk elektromagnetisch veld de hitte inde pannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschiktepannen. • De bodem van de pannen moet zo dik envlak mogelijk zijn. • Zorg ervoor dat bodems schoon en droogzijn voordat de pannen op de kookplaatworden gezet. • Schuif of wrijf de pan niet over hetkeramische glas, om krassen tevoorkomen.
Een pan is geschikt voor eeninductiekookplaat als:• water op de hoogste kookstand binnenkorte tijd wordt verwarmd,• een magneet op de onderkant van hetkookgerei plakt. Afmetingen van pannen• Inductiekookzones passen zich tot opzekere hoogte automatisch aan deafmetingen van pannen aan. • De efficiëntie van de kookzone hangtsamen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan hetminimum ontvangen slechts een deel vanhet vermogen dat door de kookzone wordtgegenereerd. • Gebruik zowel om veiligheidsredenen alsvoor optimale kookresultaten geen pannengroter dan aangegeven in dekookzonespecificaties. Zorg ervoor datpannen tijdens het koken niet dicht bij hetbedieningspaneel blijven. Dit kan invloedhebben op de werking van hetbedieningspaneel of onbedoeld dekookplaatfuncties activeren. Raadpleeg de technische gegevens. 14 NEDERLANDS.
6. 2 Lawaai tijdens gebruikAls u dit hoort:• kraakgeluid: de pan is gemaakt vanverschillende materialen (een sandwich-constructie). • fluitend geluid: bij gebruik van eenkookzone met een hoge kookstand en alshet kookgerei is gemaakt vanverschillende materialen (een sandwich-constructie). • zoemend geluid: als u hoge kookstandengebruikt. • klikken: er treedt elektrische schakelingop. • sissend, brommend: de ventilator werkt. Deze geluiden zijn normaal en hebbenniets met een defect te maken. 6. 3 Öko Timer (Eco-timer)Om energie te besparen schakelt hetverwarmingselement van de kookzone eerderuit dan het signaal van de timer metaftelfunctie klinkt. Het verschil in werkingstijdhangt af van het niveau van de kookstand ende tijd dat u kookt. 6. 4 Voorbeelden vankooktoepassingenDe correlatie tussen de kookstand en hetstroomverbruik van de kookzone is nietlineair.
Wanneer u de kookstand verhoogt, isdit niet proportioneel met de toename instroomverbruik van de kookzone. Hetbetekent dat een kookzone op de mediumkookstand minder dan de helft van hetvermogen gebruikt. De gegevens in de volgende tabeldienen slechts als richtlijn. Warmte-in‐stellingGebruik om: Tijd(min)Tips - 1Bereide gerechten warmhouden. zoalsnodigEen deksel op het kookgerei doen. 1 - 3 Hollandaisesaus, smelten: boter,chocolade, gelatine. 5 - 25 Van tijd tot tijd mengen. 1 - 3 Stollen: luchtige omeletten, gebak‐ken eieren. 10 - 40 Met deksel bereiden. 3 - 5 Zachtjes aan de kook brengen vanrijst en gerechten op melkbasis,reeds bereide gerechten opwarmen. 25 - 50 Voeg minimaal twee keer zo veelvocht toe als rijst en roer gerechtenop melkbasis halverwege de proce‐dure door. 5 - 7 Stomen van groenten, vis en vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels vocht toe. 7 - 9 Aardappelen stomen.
Warmte-in‐stellingGebruik om: Tijd(min)Tips12 - 13 Door-en-door gebraden, opgebak‐ken aardappelen, lendenbiefstuk‐ken, steaks.5 - 15 Halverwege de bereidingstijd om‐draaien.14 Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoofvlees),frituren van friet.Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water. PowerBoost is geactiveerd.6.5 Praktische tips voorHob²HoodWanneer je de kookplaat gebruikt met defunctie:• Bescherm het paneel van de afzuigkaptegen direct zonlicht.• Plaats geen halogeenlicht op het paneelvan de afzuigkap.• Dek het bedieningspaneel van deafzuigkap niet af.• Onderbreek het signaal tussen dekookplaat en de afzuigkap niet(bijvoorbeeld met een hand, eenhandgreep van een pan of een grote pan).Zie de afbeelding.De afzuigkap in de afbeelding is slechtseen voorbeeld.
Andere op afstand bediendeapparaten kunnen het signaal hinderen.Gebruik dergelijke apparaten niet in debuurt van de kookplaat terwijl Hob²Hoodingeschakeld is.7. ONDERHOUD EN REINIGING WAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.7.1 Algemene informatie• Reinig de kookplaat na elk gebruik.• Gebruik altijd kookgerei met een schonebodem.• Krassen of donkere vlekken op hetoppervlak hebben geen invloed op dewerking van de kookplaat.• Gebruik een specifiek schoonmaakmiddelvoor het oppervlak van de kookplaat.• Gebruik een speciale schraper voor hetglas.7.2 De kookplaat schoonmaken• Verwijder direct: gesmolten kunststof,plastic folie, suiker en suikerhoudendvoedsel, anders kan dit schade aan dekookplaat veroorzaken. Doe voorzichtigom brandwonden te voorkomen.
glanzende verkleuringen. Reinig dekookplaat met een vochtige doek en eenbeetje niet-schurend reinigingsmiddel.Droog de kookplaat na reiniging af meteen zachte doek.• Verkleuring glanzende metalenverwijderen: reinig het glazen oppervlakmet een doek en een oplossing van watermet azijn.8. PROBLEEMOPLOSSING WAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.8.1 Wat moet je doen als ...Probleem Mogelijke oorzaak OplossingJe kunt de kookplaat niet in‐schakelen of bedienen.De kookplaat is niet aangeslotenop een stopcontact of niet goedgeïnstalleerd.Controleer of de kookplaat goedaangesloten is op het lichtnet. De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekeringde oorzaak van de storing is. Als dezekeringen keer op keer doorslaan,neem je contact op met een erken‐de installateur.
Water of vetvlekken op het bedie‐ningspaneel.Reinig het bedieningspaneel.Er klinkt een geluidssignaal ende kookplaat wordt uitgescha‐keld.Als de kookplaat wordt uitge‐schakeld, klinkt er een geluids‐signaal.Je hebt iets op een of meer sen‐sorvelden geplaatst.Verwijder het voorwerp van de sen‐sorvelden.De kookplaat wordt uitgescha‐keld.Je hebt iets op het sensorveld ge‐plaatst .Verwijder het voorwerp van het sen‐sorveld.De restwarmte-indicator gaatniet aan.De zone is niet heet omdat dezeslechts kortstondig is gebruikt, ofde sensor is beschadigd.Als de zone voldoende lang ge‐bruikt is om heet te zijn, neem jecontact op met een erkende servi‐cedienst.NEDERLANDS 17
Probleem Mogelijke oorzaak OplossingHob²Hood werkt niet. Je hebt het bedieningspaneel af‐gedekt.Verwijder het voorwerp van het be‐dieningspaneel. Je maakt gebruik van een helehoge pan die het signaal blok‐keert.Gebruik een kleinere pan, verandervan kookzone of bedien de afzuig‐kap handmatig.Automatisch opwarmen werktniet.De zone is heet. Laat de zone voldoende afkoelen. De hoogste kookstand is inge‐steld.De hoogste kookstand heeft hetzelf‐de vermogen als de functie.De kookstand schakelt tussentwee niveaus.Stroommanagement is in werking. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’.De sensorvelden worden heet. De pan is te groot of je plaatst de‐ze te dicht bij de bedieningsknop‐pen.Plaats grotere pannen indien moge‐lijk op de achterste kookzones.Er klinkt geen geluidsignaalwanneer je de tiptoetsen vanhet bedieningspaneel aan‐raakt.De signalen zijn uit. Schakel de geluiden in.
Raadpleeg‘Dagelijks gebruik’. gaat aan.Kinderbeveiligingsinrichting ofBlokkering werkt.Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. gaat aan.Er staat geen pan op de zone. Plaats een pan op de zone. De pan is niet geschikt. Gebruik geschikte pannen. Zie'Aanwijzingen en tips'. De diameter van de bodem vande pan is te klein voor de zone.Gebruik pannen met de juiste afme‐tingen. Raadpleeg de technischegegevens. en een getal gaan bran‐den.Er is een fout opgetreden in dekookplaat.Schakel de kookplaat uit en schakeldeze na 30 seconden weer in. Wan‐neer weer verschijnt, trek je destekker van de kookplaat uit hetstopcontact. Steek de stekker vande kookplaat er na 30 secondenweer in. Als het probleem zich blijftvoordoen, neem je contact op meteen erkende servicedienst.Je kunt een constant piepge‐luid horen.De elektrische aansluiting is ver‐keerd.Trek de stekker van de kookplaat uithet stopcontact.
7.35 kWMIOGO 9.2 Specificatie kookzonesKookzone Nominaal ver‐mogen (maxwarmte-instel‐ling) [W]PowerBoost[W]PowerBoostmaximaleduur [min]Diameter kook‐gerei [mm]Links voor 2300 3200 10 125 - 210Links achter 2300 3200 10 125 - 210Midden voor 1400 2500 4 125 - 145Rechtsachter 2300 3600 10 210 - 240Het vermogen van de kookzones kan binneneen bepaalde kleine marge verschillen vande gegevens in de tabel. Dit kan veranderenafhankelijk van het materiaal en deafmetingen van het kookgerei.Gebruik voor optimale kookresultaten alleenkookgerei met een diameter die niet groter isdan vermeld in de tabel.10. ENERGIEZUINIGHEID10.1 Productinformatie*Modelnummer MHI801SHType kookplaat InbouwkookplaatAantal kookzones 4Verwarmingstechnologie InductieNEDERLANDS 19
Voor Oekraïne volgens742/2019.EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrischekookapparaten - Deel 2: Kookplaten -Methoden voor het meten van prestaties.De energiemetingen betreffende hetkookgebied worden geïdentificeerd door demarkeringen van de respectievelijkekookzones.10.2 EnergiebesparingU kunt elke dag energie besparen tijdens hetkoken door de onderstaande tips te volgen.• Warm alleen de hoeveelheid water op dieu nodig heeft.• Doe indien mogelijk altijd een deksel opde pan.• Zet uw kookgerei op de kookzone voordatu deze activeert.• Zet kleiner kookgerei op kleinerekookzones.• Plaats het kookgerei precies in het middenvan de kookzone.• Gebruik de restwarmte om het eten warmte houden of te smelten.11.
MILIEUBESCHERMINGRecycleer de materialen met het symbool .Gooi de verpakking in een geschikteafvalcontainer om het te recycleren.Bescherm het milieu en de volksgezondheiden recycleer op een correcte manier het afvalvan elektrische en elektronische apparaten.Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval.Breng het product naar het milieustation bij uin de buurt of neem contact op met degemeente.20 NEDERLANDS
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miogo SmartHood MHI801SH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden