Minolta Dimage 7Hi Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Minolta Dimage 7Hi (156 pagina’s), behorend tot de categorie Digitale camera. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Minolta Dimage 7Hi of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Minolta |
| Categorie: | Digitale camera |
| Model: | Dimage 7Hi |
Handleiding Minolta Dimage 7Hi – volledige tekst
Deze camera heeft vijf instellingen voor beeldkwaliteit: RAW, superfijn, extra fijn fijn en standaard.Kies de gewenste instelling altijd voordat u de opname maakt. Kijk bij navigatie door hetopnamemenu op blz. 80.De beeldkwaliteit wordt bepaald door de sterkte van de compressie, maar heeft geen gevolgen voorhet aantal pixels in het beeld. Hoe hoger de beeldkwaliteit, des te lager is de compressie en des tegroter is het beeldbestand. De stand superfijn geeft de hoogste beeldkwaliteit en de grootstebeeldbestanden. Is benutting van de ruimte op de kaart van groot belang, gebruik dan de standaardstand. De standaardinstelling is voor normaal gebruik voldoende.De keuze voor een bepaad bestandsformaat hangt samen met de gekozen kwaliteitsinstelling.Superfijn-beelden worden als TIFF-bestand opgeslagen. Opnamen met extra fijn, fijn en standaardworden opgeslagen als JPEG-bestand.
Superfijn, extra fijn, fijn ene standaard bestanden worden als24 bit kleur of 8 bit zwartwit opgeslagen. RAW geeft een bestandsformaat van hoge kwaliteit datalleen met de DiMAGE Viewer software kan worden gelezen.Wordt de beeldkwaliteitveranderd, dan geeft het data-scherm bij benadering hetaantal opnamen weer dat bijdeze instelling nog kan wordenopgeslagen. Op een geheugen-kaart kunt u beelden metverschillende kwaliteits-instellingen opslaan.85BEELDKWALITEITData-schermRAWS. FINX.FINFINESTD. StandaardRAW dataSuperfijnExtra fijnFine – standaardinstellingEVF en LCD-monitor
86Omdat superfijn- en raw-bestanden zo groot zijn is het niet mogelijk de UHS continu-transportstandbij deze kwaliteitsinstellingen te gebruiken. Na het achtereen opslaan van vijf raw-beelden of driesuperfijn-beelden duurt het enkele meinuten voordat de camera de beelden op de geheugenkaartheeft opgeslagen. Het toegangslampje zal in die tijd continu branden, de zoeker en de monitor blijvenblanco. In de stand RAW staat de beeldgrootte vast ingesteld op de grootste stand. De beeldgrootte wordtniet in de zoeker/monitor weergegeven. Digitale zoom, vergroot weergeven, datum-imprint en deprint-functies kunnen niet worden gebruikt. In tegenstelling tot bij de andere kwaliteitsstanden is de RAW beeldinformatie onbewerkt. Om hetbeeld te gebruiken moet de informatie eerst verder worden verwerkt. Daarvoor is de DiMAGE Viewersoftware nodig.
Deze software kan het beeld reconstrueren en kan dezelfde bewerkingen toepassenals de camera. RAW-informatie wordt als 12 bit bestanden opgeslagen; de DiMAGE Viewer softwarekan er 24-bit of 48-bit TIFF bestanden van maken. Een RAW-beeld wordt opgeslagen met daarbij een informatiebestand met gegevens over de witba-lans, veranderingen die met de digitale effecten op contrast, kleurverzadiging en kleur werden toege-past met de regeleenheid digitale effecten, elke vorm van beeldmodificatie die door een onderwerps-programma werd toegepast en een eventueel toegepaste verscherping. De veranderingen in camera-gevoeligheid worden op de RAW-informatie toegepast; ISO-waarden kunnen met de hand wordeningesteld om invloed op het ruisniveau te hebben (blz. 48).
De beeldverwerkingsinstellingen passen het effect van de kleurinstellingen toe op het live beeld in dezoeker/monitor, maar de opgeslagen informatie zal in een aantal gevallen niet door de instelling wor-den beïnvloed. De kleurinstelling zwartwit heeft geen invloed op het uiteindelijke beeld; een RAW-beeld dat in de stand zwartwit werd opgenomen kan tot een kleuropname worden herleid.
Zwartwit-filtereffecten (blz. 77) worden echter niet op het RAW-beeld toegepast. Het verschil in kleurverzadi-ging tussen de standen Natural Color en Vivid Color wordt in de RAW-data meegenomen, maar dekleurinstelling solarisatie verandert het beeld niet. Kijk voor meer informatie over de kleurinstellingen op blz. 98. OVER DE KWALITEITSINSTELLINGEN SUPERFIJN EN RAWMENU OPNAMESTAND.
87BESTANDSGROOTTE EN CAPACITEIT GEHEUGENKAARTRAWSuper fineExtra fineFineStandard1–––12415271136514214810 23 33 65Globaal aantal beelden dat kan worden opgeslagen op een 16MB CompactFlash kaart.Beeldgrootte2560 X 1920 1600 X 1200 1280 X 960 640 X 480RAWSuper fineExtra fineFineStandard9,6 MB – – –14,2 MB 5,6 MB 3,6 MB 1,0 MB4,0 MB 1,7 MB 1,3 MB 530 KB2,1 MB 1,0 MB 680 KB 280 KB1,1 MB 620 KB 420 KB 200 KBBestandsgrootten bij benaderingHet aantal beelden dat op een geheugenkaart kan worden opgeslagen wordt bepaald door decapaciteit van de kaart en de bestandsgrootte van de opnamen. De uiteindelijke bestandsgroottewordt door de opname zelf bepaald; gedetailleerde taferelen kunnen minder sterk gecomprimeerdworden dan andere. De tabel hieronder is gebaseerd op gemiddelde bestandsgrootten.Beeldkwaliteit
88FLITSSTANDENData-schermEVF & LCD-monitor––InvulflitsRode-ogen-reductieEindsynchro-nisatieDe flitsstand kan worden ingesteld in de Basic-sectievan het opnamemenu (blz. 80). De flitser moet met dehand worden uitgeklapt om in actie te kunnen komen.De flitser zal in de gekozen stand worden ontstokenongeacht de hoeveelheid aanwezig licht. Bij gebruik vande flitser wordt de cameragevoeligheid automatischingesteld in een bereik van ISO 100 tot 200. Dezeinstelling kan met het functiewiel worden veranderd(blz. 48). De automatische witbalans geeft prioriteit aande kleurtemperatuur van de flitser. Bij gebruik van eenvaste of eigen witbalansinstelling ligt de prioriteit bij dekleurtemperatuur van de instelling.Invulflits kan worden gebruikt als hoofdlicht-bron of als aanvullende lichtbron.
Bij weiniglicht zal de flitser als hoofdlichtbron optre-den en duidelijk meer tot de opname bijdra-ge dan het omgevingslicht.Bij sterk zonlicht of tegenlicht werkt de flit-ser als aanvullende lichtbron, om schadu-wen op te helderen.INVULFLITSMENU OPNAMESTANDWL DraadloosRode-ogen-reductie wordt gebruikt voor flitsopnamen van mensen of dieren in een slecht verlichteomgeving. Het rode-ogen-effect wordt veroorzaakt door de reflectie van het flitslicht in het oog. Decamera zal voorafgaand aan de opname een voorflits geven, waardoor de pupillen zich zullen ver-kleinen.RODE-OGEN-REDUCTIE
89Eindsynchronisatie wordt gebruikt wanneer bij lange sluitertij-den opnamen van bewegende onderwerpen worden ge-maakt. Normaal wordt de flits aan het begin van de belichtingontstoken, maar maakt u bijvoorbeeld een opname van eenin de nacht voorbijrijdende auto, dan komen de lichtstrependie de lampen veroorzaken vóór de auto te liggen en lijkt deauto achteruit te rijden. Met eindsynchronisatie wordt de flitsaan het eind van de opname ontstoken. De werking is nietmerkbaar wanneer de sluitertijd kort is. Wanneer de sluiterwordt ontspannen wordt er een voorflits (preflash) ontstoken.Deze voorflits draagt niet bij tot de opname, maar wordt alstestflits gebruikt om de flitsinstellingen te berekenen.EINDSYNCHRONISATIEDe combinatie van flits met een door de camera-automatiek berekende lange sluitertijd ismogelijk in de P- en de A-stand (blz. 48).
Sluitertijd en diafragma worden zo geregeld dat deachtergrond goed doortekend is en de flits het onderwerp precies genoeg licht geeft. Wanneeru 's avonds een onderwerp buiten fotografeert wordt de belichting voor de achtergrond zo be-paald dat zowel onderwerp als achtergrond er goed uitziet. Omdat sluitertijden langer kunnenzijn dan gebruikelijk is het gebruik van een statief aan te bevelen.1. Zet de camera in de P- of de A-stand (blz. 48).2. Kies "AE hold" of "AE toggle" in de Spot/Af/AEL optie van de Advanced 1 sectie van hetopnamemenu (blz. 80).3. Bepaal de beeldcompositie via de zoeker/monitor.4. Druk de Spot/AE-lock-toets in om de belichting te vergrendelen.5. Druk de ontspanknop half in om de scherpstelling op het onderwerp te vergrendelen.Bepaald de gewenste compositie.6. Druk de ontspanknop geheel in om de opname te maken.Camera-info
90 MENU OPNAMESTANDDRAADLOOS FLITSENMet de draadloze flitstechniek kan de camera los van decamera opgestelde Minolta 5600HS(D) en 3600HS(D) flit-sers aansturen zonder dat daarvoor een kabelverbindingnodig is. U kunt met een enkele maar ook met meerdere flit-sers werken en zo vele soorten van verlichting creëren.De flits die afkomstig is van de ingebouwde flitser van decamera stuurt de los geplaatste flitser(s) aan, maar verlichtdaarmee het onderwerp niet. Informeer bij uw handelaarnaar de Minolta flitsers en de flitsaccessoires.Flitser opcameraDraadlozeflits/flitser losvan camera1Schuif de Minolta 5600HS(D) of 3600HS(D) flitser op hetflitsschoentje totdat hij vastklikt (1).Zet de camera en de flitser aan.Rec.Basic Adv. 1 Adv.
2AF modeImage sizeQualityFlash modeWireless Ch.Fill-flashRed-eyeRear sync.Flash control WirelessZet de camera in de stand draadloos flitsen in de Basic-sec-tie van het opnamemenu (blz. 80). Hiermee wordt de flitserook meteen op draadloos flitsen ingesteld en wordt decamera op het flitskanaal van de flitser afgestemd.Verwijder het kapje van de flitsschoen (blz. 72).
91Druk de ontgrendeling van de flitsvoet in (2) en schuif de flit-ser van de camera.Stel flitser en camera bij het onderwerp op. Kijk op de vol-gende bladzijde voor de camera-tot-onderwerp- en de flits-tot-onderwerp-afstanden. Let op dat er zich niets tussencamera en flitser bevindt.Klap de ingebouwde flitser van de camera uit. De aanduiding voor draadloos flitsen(WL, voor wireless) verschijnt linksboven in het live-beeld. Het nummer ernaastgeeft aan welk kanaal er wordt gebruikt. Druk de ontspanknop half in om ervoor tezorgen dat de ingebouwde flitser zich oplaadt; het flitssignaal wordt wit als de flit-ser geladen is.Zijn de 5600HS(D) en/of de 3600HS(D) geladen, dan zal het AF-hulplicht aan devoorzijde van de flitser knipperen (3). Maak nu op normale wijze de foto zoalsbeschreven bij de basishandelingen opname (blz.
27).Om te controleren of de camera en de flitser met elkaar communiceren kunt u eentestflits afgeven door op de Spot/AE-lock-toets van e camera te drukken. Reageertde flitser niet door een flits te geven, dan dient u de positie van camera en/of flitserte veranderen. De Spot AF/AEL-optie in de Basic-sectie van het opnamemenumoet worden ingesteld op AE hold of AE toggle. Is AF/AE hold of AF/AE toggleactief, dan zal de flitser niet worden ontstoken. De langetijdsynchronisatie is actiefin de belichtingsstanden P en A (blz. 89).32
92 MENU OPNAMESTANDCAMERA- EN FLITSBEREIK DRAADLOOS FLITSENAfstand flitser-onderwerpAfstand camera-onderwerpCamera en flitser mogenmaximaal 5 m van het onder-werp verwijderd zijn.Dia-fragmaƒ/2,8ƒ/4ƒ/5,6ƒ/8ISO 100 ISO 200/AUTO ISO 400 ISO 800Cameragevoeligheidsinstelling.1,4 m1,0 m0,7 m0,5 m2,0 m1,4 m1,0 m0,7 m2,0 m2,0 m1,4 m1,4 m1,0 m2,8 m2,8 m3,9 mƒ/2,8ƒ/4ƒ/5,6ƒ/8 0,4 m1,0 m0,7 m0,5 m1,4 m1,0 m0,7 m2,0 m2,0 m1,4 m1,4 m1,0 m2,8 m0,5 m 0,7 m 1,0 m1Maximale afstand flitser-onderwerp voor de 3600HS(D) is onder deze omstandigheden 3,5 m.2Maximale afstand flitser-onderwerp voor de 3600HS(D) is onder deze omstandigheden 2,5 m.Minimum afstand camera-onderwerpMinimale afstand flitser-onderwerp
93OPMERKINGEN OVER DRAADLOOS FLITSENDraadloos flitsen werkt het best bij gedempt licht of binnenverlichting. De flitser van de camera geeftgecodeerde flitspulsen af om de los geplaatste flitser te sturen. Bij sterke lichtbronnen kan het voor-komen dat de flitser de stuursignalen van de ingebouwde flitser niet opvangt.Het draadloze flitssysteem biedt keuze uit vier kanalen zodat ervoor kan worden gezorgd dat fotogra-fen elkaars flitser niet aansturen. Op de camera kan het kanaal worden gekozen in de Basic-sectievan het opnamemenu (blz. 80). In de gebruiksaanwijzing van de flitser vindt u instructies over hetinstellen van het kanaal op de flitser. Flitser en camera moeten op hetzelfde kanaal worden ingesteld.Werkt u niet met een losse flitser, zet de draadloze flitsstand dan uit, in de Basic-sectie van hetopnamemenu, anders ontstaan er verkeerde flitsresultaten.
De flitsers 5600HS(D) en 3600HS(D)kunnen separaat in een normale flitsstand worden teruggezet, maar u kunt het ook simultaan met decamera doen: plaats de flitser op de camera en kies op de camera een andere flitsstand.Deze camera heeft geen vaste flitssynchronisatietijd. In de programmastand (P) of diafragmavoorkeu-ze(A) wordt geen sluitertijd gekozen die niet zonder gevaar voor trilling te gebruiken is (blz. 17) tenzijflitsen met lange sluitertijden is geactiveerd (blz. 89). Bij gebruik van sluitertijdvoorkeuze (S) of hand-instelling (M) kan elke sluitertijd worden ingesteld.De flitser kan met elke sluitertijd synchroniseren; de high-speed flitsfunctie van de 5600HS(D) en3600HS(D) is daarvoor niet nodig. De draadloze flitsregelaar (accessoire, Wireless/Remote FlashController) is niet compatible met deze camera.
94 MENU OPNAMESTANDFLITSREGELINGAD, pre-flash DDL en handmatige flitsregeling zijn beschikbaar. De flitsmethode kan worden gekozenin de basis-sectie van het opnamemenu (blz. 80).ADI flitsmeting - Advanced Distance Integration. Deze stand combineert de afstandsinformatie uithet AF-systeem met de informatie van een voorflits. ADI laat zich niet misleiden door de helderheidvan het onderwerp of de achtergrond, iets wat bij meer conventionele DDL-flitssystemen wel voor-komt. Daardoor wordt bij uiteenlopende onderwerpen een optimale flitsbelichting bereikt.Pre-flash DDL - Hier wordt alleen de voorflits gebruikt, niet de afstandsinformatie. Gebruik dezemethode bij het gebruik van voorzetlenzen en filters die de hoeveelheid licht die de camera binnen-komt verminderen, denk aan grijsfilters.
Pre-flash DDL moet ook worden gebruikt wanneer de inge-bouwde of een externe flitser voorzien is van een diffusor.De camera schakelt automatisch over van ADI naar Pre-flash DDL wanneer het contrast in hetonderwerp zo laag is dat het autofocus systeem niet goed werkt. Kan het AF-systeem niet goedscherpstellen, druk dan op de scherpsteltoets (AF/MF) en stel met de hand scherp. Dan blijft ADI inwerking.Handmatige flitsregeling - flitser flitst op vol vermogen, op 1/4 of op 1/16. Omdat er geen voorflitswordt gebruikt kan deze instelling ook worden gebruikt om flitsers of flitsinstallaties te ontsteken diemet een slave-unit (draadloze ontsteker) werken.FlitsvermogenStel via het menu de handmatige flitsregeling in en gaterug naar de opnamestand.
811 16 2295U kunt de vegrotingstoets gebruiken om de digitale zoom te activeren (blz. 46) en om het centraledeel van het beeld met een factor 4X vergroten om de precisie bij handmatige scherpstelling te ver-groten. De functie van de vergrotingstoets wordt geselecteerd in de Advanced 1 sectie van het opna-memenu (blz. 80).Is de elektronische loep in het menu geselecteerd, dan wordt digitale zoom uitgeschakeld.De elektronische loep kan alleen worden gebruikt om de handmatige scherpstelling te controleren.Druk op de vergrotingstoets op de achterzijde van de camera. Het loep-symbool verschijnt in de zoeker/monitor wanneer de elektronische loepin werking is.Opnieuw indrukken van de vergrotingstoets schakelt de elektronischeloep uit.
Wordt de ontspanknop half ingedrukt, dan verdwijnt de loep enis het totaalbeeld weer zichtbaar.VERGROTINGSTOETS EN ELEKTRONISCHE LOEPOnderstaande tabel geeft bij benadering de richtgetallen, voor de berekeningen die nodig zijn voorhandmatige flitsregeling. De bijvermelde berekeningen zijn nuttig voor het bepalen van richtgetal, dia-fragma (fn) en de benodigde afstand tussen flitser en onderwerp.Richtgetal (afstand in meters)Handma-tige flitsVol (1/1)1/41/16100 200 400 800Cameragevoeligheid (ISO)425,6 85,6411Richtgetal. = ƒn. X afstandRichtgetal.ƒn. = afstandRichtgetalafstand = ƒn.2.,8
96 MENU OPNAMESTANDWanneer u de Spot/AE-lock-toets (Spot/Belichtingsvergrendeling) ingedrukt houdt wordt de belichtingvergrendeld. Hoe de Spot/AE-lock-toets werkt en welke functies hij regelt is instelbaar in deAdvanced 1 sectie van het opnamemenu (blz. 80). Wordt een van de AF/AE-instellingen geselec-teerd, dan zal de lichtmeetmethode die met het instelwiel werd gekozen worden gebruikt wanneer deSpot/AE-lock-toets wordt gebruikt. SPOT AF/AELMenu-instellingopnamestandAF/AE hold Ingedrukt houden van de Spot/AE-lock-toets bepaalt en vergrendelt scherpstelling en belich-ting. Deze vergrendeling blijft van kracht zolang de Spot/AE-toets ingedrukt wordt gehouden. AF/AE toggle Indrukken en vasthouden van de Spot/AE-toets bepaalt en vergrendelt scherpstelling enbelichting. Deze vergrendeling blijft totdat de Spot/AE-toets opnieuw wordt ingedrukt.
AE holdAE toggleStandaardinstelling van de camera. Ingedrukt houden van de Spot/AE--lock-toets bepaalt envergrendelt de belichting op basis van het licht in de spotmeetcirkel. Deze vergrendeling blijftvan kracht zolang de Spot/AE-lock-toets ingedrukt wordt gehouden. Indrukken en vasthouden van de Spot/AE-toets bepaalt en vergrendelt de belichting op basisvan het licht in de spotmeetcirkel. Opnieuw indrukken Spot/AE-toets heft de vergrendeling op. De instellingen voor autofocus en automatische belichting worden na het vastleggen van een opna-me pas ontgrendeld nadat de Spot/AE-lock-toets is losgelaten (hold instelling) of opnieuw is inge-drukt (toggle instelling). De AE-hold en AE-toggle-instellingen kunnen worden gebruikt om flitsen met lange sluitertijden teactiveren in de P- en A-stand (blz. 89).
DATUM/TIJD IN BEELD (DATA IMPRINTING)Het is mogelijk informatie in het beeld op te nemen. Deze datum/tijd-functie moet worden geactiveerdvoordat het beeld wordt opgenomen. Is de functie geactiveerd, dan blijft hij actief tot dat hij wordtteruggezet. Er verschijnt een gele balk onder de afstandaanduiding en de opnameteller in dezoeker/monitor om aan te geven dat de imprint-functie actief is. Het in beeld opnemen van data kanworden geregeld in de Advanced 2 sectie van het opnamemenu (blz. 80). Datum in beeld is nietmogelijk in de kwaliteitsstanden Superfijn en RAW en bij de transportinstelling UHS continu-transport.NoYYYY/MM/DDMM/DD/hr:minTextText + ID#Opnamestandmenu-instellingDatum in beeld uitgeschakeld.Print jaar, maand en dag van de opname. Het data-formaat kan worden veranderd in deAdvanced 2 sectie van het setup-menu (blz. 118).Print datum en tijdstip van de opname.
Het data-formaat kan worden veranderd in deAdvanced 2 sectie van het setup-menu (blz. 118).Maximaal 16 lettertekens kunnen worden geprint. Is deze instelling gekozen, dan verschijnthet elektronische toetsenbord (blz. 82).Maximaal tien lettertekens en een klein getal kan in het te printen beeld worden opgenomen.Elke keer dat er een beeld wordt vastgelegd wordt het nummer met 1 verhoogd. Bij dezeinstelling verschijnt het elektronische zoekerbeeld (blz. 82). Het serienummer wordt elke keerdat u deze functie gebruikt opnieuw ingesteld.De informatie wordt in de rechter benedenhoek van het beeld geplaatst. Er is maar één inbelichtingper beeld mogelijk. De informatie komt in de opname te staan en dekt de beeldinformatie geheel af.Elk beeld dat wordt opgenomen wordt aangevuld met een elektronisch label, de Exif tag, waarinde datum en tijd van de opname zijn opgeslagen alsook opname-informatie.
98 MENU OPNAMESTANDKLEURINSTELLINGDe kleurinstelling regelt of een foto in kleur of in zwartwit wordt opgenomen en welk kleurprofiel erword gebruikt. De keuze moet worden gemaakt voordat het beeld wordt opgenomen. Dekleurinstelling wordt uitgevoerd in de custom 2 sectie van het opname menu (blz. 78). Het live-beeldin de zoeker/monitor past zich aan de instelling aan. De kleurinstelling heeft geen invloed op debestandsgrootte.Natural Color – geeft mooie, natuurgetrouwe kleuren. Bij gebruikvan deze instelling is geen aanduiding op de monitor te zien.Maakt gebruik van de sRGB kleurruimte.Vivid Color – verhoogt de kleurverzadiging voor extra levendigekleuren. De verhoogde kleurverzadiging heeft effect voor deRAW-beeldinformatie.
Maakt gebruik van de sRGB kleurruimte.Adobe RGB – net als Natural Color, geeft deze kleurinstellingde kleuren in een tafereel natuurgetrouw weer, maar er wordtgebruik gemaakt van het grotere kleurbereik (gamut) van deAdobe RGB kleurruimte.Solarization – geeft een deel van de kleuren omgekeerdweer. Met de belichtingscorrectie van de regeleenheid digi-tale effecten kan de solarisatie worden beïnvloed (blz. 73).Wijzigingen in contrast, kleurverzadiging ene de filterinstel-ling zijn niet mogelijk. Deze instelling heeft geen gevolgenvoor RAW-beeldbestanden.Meer over RAW beeldkwaliteit en kleurinstelling op blz. 86.Zie ook de kleurvoorbeelden op blz. 2.Black & White – geeft zwartwit-beelden. Met de instellingFilter setting in de regeling digitale effecten (blz. 73) kunnende beelden worden omgekleurd.
99VERSCHERPINGDe verscherping van het beeld is instelbaar. De instelling moet voorafgaand aan de opname wordenuitgevoerd. De verscherping wordt ingesteld in Advanced 2 sectie van het opnamemenu (blz. 80). Iser een andere instelling dan normaal geselecteerd, dan verschijnt het verscherpingssymbool in dezoeker/monitor, met daarbij de mate van verscherping.Opnamestandmenu-instellingAanduiding EVFen LCD monitorHard (+)NormalSoft (–)Verhoogt de scherpte van contouren in beeld;benadrukt detaillering.Geen aanpassingVerzacht scherpe details in de opname.–Adobe RGB heeft een groter kleurbereik dan de meer algemene sRGB. De omvang van het kleurbe-reik is bepalend voor de kleuren die kunnen worden weergegeven; hoe groter het kleurbereik, des temeer kleuren zijn er mogelijk.
Moet het beeld worden geprint met een printer van hoge kwaliteit, danwordt het gebruik van de Adobe RGB kleurinstelling geprefereerd boven de sRGB kleurinstellingenNatural Color en Vivid Color.Wanneer Adobe RGB bestanden worden geopend moet de kleurafstemming worden gebruikt.Gebruikt u de DiMAGE Viewer, dan moet de kleurafstemming actief zijn en moet de kleurruimte wor-den ingesteld op Original Color Space (Adobe RGB) in het voorkeuren-venster voor kleuren, zie dekleurafstemmingin de Advanced setup-sectie in de DiMAGE Viewer gebruiksaanwijzing. De DiMAGEViewer versie 2.1 of later is nodig om Adobe RGB beelden te openen.Wanneer u Adobe RGB beelden opneemt is het aan te bevelen de kleurruimte in het beeldbestandop te nemen. Kleurprofielen kunnen aan de bestanden worden aangehecht via de custom sectie vanhet setup-menu (blz. 118). Meer informatie over het toevoegen van kleurprofielen op blz.
:delete :storeDelete this frame?NoYesDIRECTE WEERGAVEDrukt u tijdens de directe weergave op de centrale toets van de stuurknop, dan wordt hetbeeld onmiddellijk opgeslagen en wordt de weergave gestopt.Om een beeld tijdens de directe weergave te wissen drukt u op deQV/Wissen-toets. Er verschijnt een bevestigingsscherm.Gebruik de links-rechts-toetsen van destuurknop om “YES” te laten oplichten. “NO”heft de uitvoering op.Druk op de centrale toets van de stuur-knop om het beeld te wissen. Werd ereen continu- of een bracketing-serieopgenomen, dan wordt de hele seriegewist.100Door op de informatietoets tedrukken wissel u tussen beeld-weergave met en zonder bege-leidingsbalk.MENU OPNAMESTANDNa te zijn opgenomen wordt het beeld in de zoeker/monitor twee of tien seconden vertoond voordathet wordt opgeslagen.
Bij werken met continu-transport, HS-continu-transport of de bracketing-stand,dan wordt een index-weergave vertoond. Bij UHS continu-transport wordt alleen het laatste beeldjevan de serie weergegeven. Directe weergave wordt ingesteld in de Advanced 2 sectie van het opna-memenu (blz. 80).
Met de functie voor gesproken memo’s (voice memo) kunt u vijf ofvijftien seconden audio bij een opgeslagen foto opnemen. De functiewordt geactiveerd en de opnameduur wordt ingesteld in deAdvanced 2 sectie van het opnamemenu (blz. 80). Is de functieactief, dan verschijnt het microfoonsymbool op het datascherm en delcd-monitor. Gesproken memo moet worden ingesteld voordat u deopname maakt. De functie blijft actief totdat ze wordt uitgezet.Na opslag van een beeld verschijnt een scherm dat aangeeft dat deaudio-opname is gestart. Een voortgangsbalk (1) geeft aan hoeveeltijd er is opgenomen. De opname stopt automatisch wanneer deingestelde tijd is verstreken. Wilt u de opname opheffen en het geluidwissen, druk dan op de centrale toets van de stuurknop (2) of op deontspanknop (3) voordat de opname afgelopen is.Bij continu-opnamen of een bracketing-serie (blz.
58) wordt hetaudiobestand aan de laatste opname gekoppeld. Gesproken memois niet mogelijk in de interval-transportstand. Een gesproken memokan bij snelweergave (Quick View) worden beluisterd of in de norma-le weergavestand (blz. 34). Beeldbestanden waarin geluid is opgeno-men zijn van de audio-markering voorzien.101GESPROKEN MEMO3Pas op dat u bij het maken van een geluidsopname de micro-foon niet afdekt. De kwaliteit van de opname staat in verhou-ding tot de afstand tussen onderwerp en microfoon; hoe korterde afstand, des te beter is het geluid. U bereikt de beste opna-meresultaten wanneer u inspreekt met de camera op ca. 20 cmvan uw mond.OpnametipsRecording audio:cancelAuto12Microfoon
Deze camera kan tot 60 seconden digitale video opnemen. Het motion JPEG beeld is 320 X 240pixels (QVGA). Het effectieve beeldveld is 308 x 240 pixels. Bij weergave verschijnen aan weerszij-den dunne lijnen.102 FILMOPNAMENFILMOPNAMENOpname-aanduidingAftellen in secondenDigitale video opnemen is eenvoudig. Richt het scherpstelkruisop het onderwerp. Druk de ontspanknop geheel in om deopname te starten (2) De camera gaat door met opnemen tot-dat de opnameduur verstreken is of de ontspanknop opnieuwwordt ingedrukt. Bij de opname telt de opnameteller van demonitor de resterende tijd af.12Totale opnametijd voor volgende videoclip.Zet de camera in de filmstand (1). Voordat u opneemt gevende opnametellers op data-scherm en zoeker/monitor de maxi-mum opnametijd voor de te maken filmclip aan. Er staat 60seconden totdat het resterende aantal seconden minder is dan1 minuut.
FunctiewielBelichtingsstandDigitale zoom (Elektronische vergroting)WitbalansLichtmeetmethodeCameragevoeligheid (ISO)Scherpstelmethode (blz. 81)Autofocus-veldProgramma (vast) (blz. 53)Automatische witbalans (vast) (blz. 68)Centrumgericht (vast) (blz. 51)Auto (vast) (blz. 70)Continu AF (zonder audio)Enkelvoudige AF (met audio)Spot (vast)Toets digitale onderwerpsprogramma’sUitgeschakeldFlitser Toets Spot/AE lockMacro-stand Beschikbaar (blz. 47)Informatietoets Alle weergaven beschikbaar (blz. 41)Filmstand Voor instellen van film en audio (blz. 104)Filmbestanden worden opgenomen met circa 297 KB per seconde. Een 16 MB Compactflash kaartkan circa 50 seconden video opslaan. De werkelijk gehaalde tijd hangt af van het onderwerp en dehoeveelheid beeld- en geluidsinformatie die op de kaart is opgeslagen..Handmatige scherpstelling kan bij video-opnamen worden gebruikt.
Tijdens de opname kan dezoomring worden gebruikt, maar het is mogelijk dat de microfoon het geluid van het mechanismeregistreert. Audio kan in het movie menu worden uitgeschakeld. Met de regeleenheid DigitaleEffecten (Blz. 73) kunt u belichting, contrast, kleurverzadiging en filterinstellingen regelen. Bij nachte-lijke filmopnamen (Night Movies) is het filter-effect uitgeschakeld. In het overzicht hieronder ziet uwelke functies u kunt gebruiken, welke niet instelbaar zijn en welke in de filmstand uitgeschakeld zijn.103UitgeschakeldUitgeschakeldUitgeschakeldUitgeschakeld
Wanneer een instelling eenmaal is uitgevoerd keert de cursor terug naar de menu-opties; de nieuweinstelling verschijnt. Druk op de menu-toets om terug te keren naar de filmstand (movie).104 FILMOPNAMENMovie modeSTD. movieBasicAuto selectNight movieAudio On / OffGebruik de op/neertoetsen om de optie te markeren waarvan ude instelling wilt wijzigen.Druk op de rechts-toets van de stuurknop om de instellingen telaten verschijnen; de huidige instelling wordt door een pijlgemarkeerd. Druk op de links-toets om terug te gaan naar demenu-opties.Gebruik de op/neertoetsen om de nieuwe instelling te markeren.Druk op de centrale toets van de stuurknop om de gemarkeerde instelling door te voeren.MovieBasicAudioMovie modeOnAuto selectNAVIGEREN DOOR HET FILMMENUDruk op de menu-toets om het menu te activeren.Met de movie-optie regelt u het type film dat wordt opgenomen. Standaard (Std.
movie) geeft eenkleurenfilm. Night movie kan bij zeer weinig licht functioneren en geeft dan een zwartwit-beeld. Autoselect kiest zelf uit de twee voorgaande standen, op basis van de lichtomstandigheden. Tijdens deopname wordt de aan het begin gekozen stand gehandhaafd. Night Movie kan ook worden gebruiktonder normale omstandigheden, maar bij veel licht kan het voorkomen dat de grenzen van hetbelichtingssysteem worden bereikt, wat tot overbelichting leidt.De audio-optie geeft u de keuze de film met of zondergeluid op te nemen. De scherpstelmethode verandertmet de audio-instelling mee. Is audio ingeschakeld, danwordt de scherpstelling vastgezet als de opname begint.Staat audio uit, dan blijft de scherpstelling zich tijdensde opname aanpassen wanneer het nodig is.
PlayBasic Adv.1 Adv.2DeleteFormatLockIndex format–––9 frames12Activeer het weergavemenu met de menutoets (1). De “Basic” tab licht op. Gebruik de link/rechts-toetsen van de stuurknop (2) om de gewenste menu-tab te doen oplichten; De menu’s veranderenwanneer er op een andere tab wordt overgegaan.NAVIGEREN DOOR HET WEERGAVEMENUDruk in de weergavestand op de menutoets (1) om het menu te activeren. Met de menu-toets kunt uook het weergavemenu uitschakelen wanneer de instellingen zijn voltooid. Gebruik de vierwegtoetsenvan de stuurknop (2) om de cursor in het menu te verplaatsen. Indrukken van de stuurknop bevestigteen gekozen instelling.Staat het gewenste menu op het scherm, gebruik dan de op/neer-toetsen (2) om door de menu-optieste scrollen.
Laat de optie oplichten waarvan u de instellingen wilt veranderen.Druk dan op de rechts-toets van de stuurknop om de instellingen te laten verschijnen; de huidigeinstelling wordt aangewezen. Om terug te keren naar de menu-opties drukt u op de links-toets van destuurknop.Gebruik de op/neer-toetsen om de nieuweinstelling te laten oplichten.Druk op de stuurknop om de oplichtendeinstelling te selecteren.Is een instelling eenmaal uitgevoerd,dan gaat de cursor terug naar de menu-opties en wordt de nieuwe instellingweergegeven. U kunt doorgaan metandere instellingen. Om terug te kerennaar de weergavestand drukt u op demenu-toets.106MENU WEERGAVESTAND106
108 MENU WEERGAVESTANDBEELDSELECTIESCHERMWanneer u in een menu een instelling hebt gekozen waarbij beelden moeten worden gemarkeerdverschijnt het beeldselectiescherm. Hier kunt u meerdere beelden selecteren. Het indexformaat (vierof negen thumbnails) kunt u veranderen in de Basic-sectie van het weergavemenu (blz. 106).Met de links/rechts-toetsen van destuurknop verplaatst uhet gele selectiekader.Met de op-toets van destuurknop kiest u hetbeeld; wanneer hetbeeld is gekozen ver-schijnt naast de thumb-nail een symbool.
Metde neer-toets maakt ude selectie ongedaanen verdwijnt hetsymbool.Met de menutoetsverlaat u het schermen worden alle han-delingen opgeheven.Het vuilnisbak-symbool geeft aan dat het bestand is geselecteerd om te wordengewist.Het sleutel-symbool geeft aan dat het beeld vergrendeld is, of dat het is geselec-teerd om te worden vergrendeld.Het selectieteken geeft aan dat het beeld is geselecteerd voor de dia-show of voorkopiëren naar een andere geheugenkaart.Het printer-symbool geeft aan dat het beeld is geselecteerd om te worden geprint.Het getal naast het symbool is het aantal afdrukken.Play:select :confirm :enter
109In het weergavemenu kunt u enkele beelden wissen, maar ook meerdere beelden tegelijk of allebeelden uit een map. Voordat een beeld wordt gewist verschijnt een bevestigingsscherm; “Yes” voerthet wissen uit, met “No” ziet u ervan af. Wilt u beelden in een andere map wissen, dan moet u diemap kiezen in de Advanced 1 sectie van het setup-menu (blz. 118). De wisfunctie heeft drie instellin-gen:This frame - Het weergegeven of gemarkeerde beeld wordt gewist.All frames - Alle niet vergrendelde beelden in de gekozen map worden gewist.Marked frames - De gemarkeerde beelden worden gewist. Kiest u deze instelling, dan verschijnt hetbeeldselectiescherm. Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om het eerste beeld te mar-keren (laten oplichten) dat moet worden gewist. Met de op-toets markeert u de thumbnail met eenvuilnisbak-symbool.
Wilt u een beeld toch niet wissen, markeer het dan met het gele kader en drukop de neer-toets van de stuurknop: het vuilnisbak-symbool verdwijnt dan. Maak zo een selectie vante wissen beelden. Druk op de stuurknop om verder te gaan (het bevestigingsscherm verschijnt), ofdruk op de menu-toets om de handelingen op te heffen en naar het weergavemenu terug te keren.Op het bevestigingsscherm moet u “Yes” selecteren en met een druk op de stuurknop bevestigen. Degeselecteerde opnamen worden dan gewist.De wisfunctie wist alleen niet vergrendelde opnamen. Is een beeld vergrendeld, dan moet u eerst devergrendeling opheffen voordat u het kunt wissen.BEELDEN WISSENWissen verwijdert een bestand permanent. Een gewist bestand kan niet meer worden terug-gehaald. Let dus goed op wanneer u beelden wist.
110 MENU WEERGAVESTANDGEHEUGENKAARTEN FORMATTERENDoor de geheugenkaart te formatteren wist u alle informatie op de kaart. Zet de informatie die op dekaart is opgeslagen voordat u gaat formatteren over op een computer of een opslagmedium.Vergrendelen van beeldbestanden geeft geen bescherming tegen verlies bij formatteren.Wanneer de formatteer-functie wordt geselecteerd en geopend verschijnt een bevestigingsscherm.Door “Yes” te kiezen laat u de kaart formatteren, met “No” heft u de handelingen op. Verwijder nooitde kaart als het formatteren nog in gang is. Er verschijnt een melding dat de kaart geformatteerd is;druk op de centrale toets van de stuurknop om terug te keren naar het weergavemenu.Verschijnt er een boodschap dat de kaart niet wordt herkend (“not recognized”), dan kan het nodigzijn de kaart die in de camera zit opnieuw te formatteren.
Een geheugenkaart die in een anderecamera is gebruikt moet mogelijk opnieuw worden geformatteerd voordat u hem met deze camerakunt gebruiken. Verschijnt er een boodschap dat het niet mogelijk is de kaart te gebruiken (“unable touse”), dan is de kaart niet compatible met de camera en moet hij niet worden geformatteerd.Bij het formatteren van een geheugenkaart wordt alle informatie gewist.Innovatie en creativiteit zijn altijd de drijvendekrachten geweest achter de Minolta producten.De Electro-zoom X was zuiver een oefening incamera-design. Hij werd gepresenteerd tijdens dePhotokina van 1966, in Keulen.De Electro-zoom X was een elektronisch gestuurde,reflexcamera met diafragmavoorkeuze, uitgerustmet een ingebouwd 30 - 120 mm f/3,5 zoomobjec-tief. Hij maakte 20 opnamen van 12 X 17 mm opeen rol 16 mm film. De ontspanknop en batterijruim-te zijn ondergebracht in de handgreep.
111U kunt een beeld, een selectie van beelden en alle beelden van een map vergrendelen. Een vergren-deld beeld kan niet worden gewist. Het is verstandig belangrijke opnamen te vergrendelen. Wilt ubeelden in een andere map vergrendelen, kies die map dan in Advanced sectie 1 van het setup-menu (blz. 118). Er zijn vier instellingen voor de vergrendelingsfunctie:This frame - Het weergegeven of gemarkeerde beeld wordt vergrendeld.All frames - Alle beelden in de map worden vergrendeld.Marked frames - De gemarkeerde beelden worden vergrendeld. Kiest u deze instelling, dan ver-schijnt het beeldselectiescherm (blz. 108). Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om hetbeeld te markeren dat u wilt vergrendelen. Met de op-toets markeert u de thumbnail met het vergren-delings-symbool.
Wilt u een beeld ontgrendelen, markeer het dan met het gele kader en druk op deneer-toets van de stuurknop: het vergrendelingssymbool verdwijnt dan. Maak op deze wijze eenselectie van te vergrendelen beelden. Druk op de stuurknop om de geselecteerde beelden te ver-grendelen, of druk op de menu-toets om de handelingen op te heffen en naar het weergavemenuterug te keren.Unlock frames - Alle beelden in de map worden ontgrendeld.Door een beeld te vergrendelen beschermt u het tegen wissen. Formateert u de geheugenkaart ech-ter opnieuw, dan gaan alle bestanden verloren, ook de vergrendelde bestanden.Met deze opties bepaalt u of deindex negen of vier beelden ver-toont. De instelling heeft betrek-king op alle index-weergaven.INDEXWEERGAVE VERANDEREN (INDEX FORMAT)BEELDEN VERGRENDELEN (LOCK)
De Advanced 1 sectie van het weergavemenu betreft de dia-show-functie. Hiermee worden alle beel-den in een map automatisch weergegeven in aflopende numerieke volgorde.112 MENU WEERGAVESTANDDIASHOW (SLIDE SHOW)Aftellendopnamenummer /totaal aantalopnamen in depresentatieDruk op centrale toets van de stuurknop omde presentatie te pauzeren en te herstarten.Druk op de neertoets van de stuurknop omde presentatie te stoppen.
Hiermee kiest u alle beelden in een map voor presentatie in een dia-show.113SlideshowMenu-optiesWeergaveDurationInstellingenEnterRepeatAll framesMarkedFrames1 – 60sYes/NoHiermee selecteert u specifieke beelden in de map voor weergave in eendia-show. Wordt deze instelling gekozen, dan verschijnt het beeldselectie-scherm (blz. 108). Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om debeelden te markeren. Met de op-toets voorziet u een gemarkeerd beeld vaneen selectieteken. Wilt u de selectie van een beeld ongedaan maken, mar-keer het dan en druk op de neer-toets van de stuurknop; het selectietekenverdwijnt dan. Zijn alle opnamen geselecteerd, druk dan op de stuurknopom de selectie te bevestigen, of druk op de menu-toets om de handelingenop te heffen en terug te keren naar het weergavemenu.Hiermee stelt u in hoe lang elk beeld tijdens de dia-show wordt vertoond.Hiermee start u de dia-show.
Druk op de centrale toets van de stuurknopom de presentatie te onderbreken. Wilt u de dia-show stoppen en terug-keren naar het weergavemenu, druk dan tijdens de dia-show op de neer-toets van de stuurknop.Kiest u “Yes”, dan blijft de dia-show doorlopen totdat met een druk op deneertoets van de stuurknop is gestopt. Kiest u “No”, dan stopt de dia-showna de laatste opname en keert de camera terug naar het weergavemenu.
114 MENU WEERGAVESTANDDe print-menu-optie wordt gebruikt om een opdracht voor standaardprints aan te maken van beeldenin een bepaalde map. U kunt enkele beelden, alle beelden of een selectie printen. Heeft een geheu-genkaart verschillende mappen, dat moet er voor elke map een orderbestand worden gemaakt. Mappen kunnen worden gekozen in de Advanced 1 sectie van het setup-menu (blz. 118). This-frame - Hiermee maakt u een DPOF-bestand voor het in de weergavestand weergegeven ofgeselecteerde beeld. All-frames - Hiermee maakt u een DPOF-bestand voor alle beelden in de map die u in custom 1sectie van het setup-menu hebt geselecteerd. Marked frames - Hiermee kiest een aantal beelden dat u wilt laten printen, of wanneer u van eenaantal beelden verschillende aantallen wilt hebben. Kiest u deze instelling, dan verschijnt het beeld-selectiescherm (blz. 108).
Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om elk beeld te marke-ren (laten oplichten) dat moet worden geprint. Met de op-toets markeert u het beeld met een printer-symbool. Het getal naast het printersymbool is het aantal prints dat van het beeld zal worden ge-maakt. Druk op de op-toets van de stuurknop om het aantal te verhogen, op de neer-toets om het teverlagen. U kunt per opname maximaal negen prints bestellen. Wilt u een beeld toch niet laten prin-ten, druk dan op de neer-toets van de stuurknop totdat het aantal op nul staat en het printer-symboolverdwijnt. Maak op deze wijze een selectie van te printen beelden. Druk op de stuurknop om het DPOF-order-bestand aan te maken, of druk op de menu-toets om de handelingen op te heffen en naar het weer-gavemenu terug te keren. OVER DPOFDeze camera wordt ondersteund door DPOF™ versie 1. 1.
Na het vormen van een DPOForderbestand kunt u de geheugenkaart simpelweg inleveren bij een foto-afwerkadres, of u steekt dekaart in de sleuf van een DPOF-compatible printer. Is een DPOF-bestand aangemaakt, dan wordt erop de geheugenkaart automatisch een ‘misc. ’ map aangemaakt om het in op te slaan (blz. 140). DPOF printbestanden kunnen niet worden gemaakt van RAW-beelden of beelden met aangehechtekleurprofielen (blz. 131). DPOF PRINTOPDRACHT AANMAKEN.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Minolta Dimage 7Hi stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Digitale camera Minolta
Handleiding Digitale camera
Nieuwste handleidingen voor Digitale camera