Miele WWF 120 WCS Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele WWF 120 WCS (88 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 61 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele WWF 120 WCS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | WWF 120 WCS |
Handleiding Miele WWF 120 WCS – volledige tekst
Inhoud2Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Bediening van de wasautomaat. 14Bedieningspaneel. 14Display. 16Voorbeelden voor de bediening. 16Ingebruikneming van het apparaat. 171. Displaytaal instellen. 172. Transportbeveiliging verwijderen. 183. Een programma starten om het apparaat te kalibreren. 18Tips om energie en water te besparen. 191. Het wasgoed onder de loep. 202. Programma kiezen. 213. Trommel vullen. 224. Programma-instellingen kiezen. 23Temperatuur/Toerental kiezen. 23Extra functie kiezen. 23 Voorprogrammering. 245. Wasmiddel doseren. 25Wasmiddellade. 25Capsuledosering. 276. Programma starten - Einde van het programma. 29Centrifugeren. 30Eindcentrifugetoerental. 30Centrifugeren tussen de spoelgangen. 30Eindcentrifugeren uitzetten (spoelstop).
Inhoud3Extra functies. 36Kort. 36Extra water. 36Extra functies kunnen worden gekozen met de sensortoets “Extra functies”. 37Voorwas. 37AllergoWash. 37Inweken. 37Intensief. 37Extra stil. 37Extra behoedzaam. 37Overzicht wasprogramma's - Extra functies. 38Textielbehandelingssymbolen. 39Programmaverloop. 40Programmaverloop wijzigen. 42Programma afbreken. 42Programma onderbreken. 42Programma wijzigen. 42Kinderbeveiliging. 43Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen. 43Wasmiddelen. 44Het juiste wasmiddel. 44Wateronthardingsmiddel. 44Doseerhulp. 44Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 44Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen. 46Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010. 47Reiniging en onderhoud. 48Trommel reinigen(Hygiëne Info). 48Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 48Wasmiddellade reinigen. 48Watertoevoerzeefje reinigen. 50Nuttige tips.
51Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 51Foutmelding na afbreking programma. 52Foutmelding na afloop van het programma. 53Algemene problemen met de wasautomaat. 55Een tegenvallend wasresultaat. 57De deur kan niet open. 58Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 59.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu6Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.
Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Ondeskundig gebruik echter kan persoonlijk letsel en schade aanhet apparaat veroorzaken.Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordatu uw apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schadeaan het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een even-tuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen vantextiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen. Gebruikvoor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge-bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-automaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe-ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasautomaat, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Plaatsen en aansluiten”en “Technische gegevens”. Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.
Een beschadigde wasautomaat mag niet worden ge-plaatst en niet in gebruik worden genomen. Vergelijk vóórdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. De wasautomaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren,als hij op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd. Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasautomaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver-band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasautomaat te halen. Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman / vakvrouw worden vervangen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan éénvan de volgende voorwaarden is voldaan:– als de stekker uit de contactdoos is getrokken of– als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of– als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op dewatervoorziening worden aangesloten. Oude slangen mogen nietworden gebruikt. Controleer de slangen regelmatig.
U kunt de slan-gen dan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:“Plaatsen en aansluiten”, paragraaf: “Transportbeveiliging verwijde-ren”. Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bijhet centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aande meubels / apparaten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.
tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar-om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstro-mende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigdeonderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver-oorzaken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Wees voorzichtig bij het openen van de deur wanneer u de stoom-functie heeft gebruikt. U loopt het risico zich te verbranden door vrij-komende stoom en door hoge temperaturen van hettrommeloppervlak en het glas. Doe een stapje terug en wacht totdatde stoom is weggetrokken. De maximale beladingscapaciteit bedraagt 9 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: “Programma-overzicht”. Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijkcitroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is ver-krijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij uw Miele-vakhandelaarof bij Miele Nederland.
Volg de adviezen voor het gebruik van ontkal-kingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen. Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasautomaat gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaat wor-den gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met een arts. Personen die een gevoeli-ge of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibaar wasmiddelmaar beter niet aanraken.Accessoires Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of inge-bouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, dan kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro-ductaansprakelijkheid. Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld.
Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droogautomaat en Miele-wasautomaat past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Leter dan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.
Bediening van de wasautomaat14BedieningspaneelaBedieningspaneelHet bedieningspaneel bestaat uit hetdisplay en verschillende sensor-toetsen. De functie van alle sensor-toetsen wordt hierna uitgelegd.bDisplayIn het display worden de volgendewaarden aangegeven en/of geselec-teerd:1. De temperatuur, het toerental ende resttijd voor het gekozen was-programma.2. De afzonderlijke waarden in dekeuzelijsten voor Extra opties enInstellingen.cSensortoetsen Met de sensortoetsen kunnende waarden in het display wordengewijzigd.
Met de sensortoets verhoogt u de waarde of gaat u naarboven in de keuzelijst, met de sen-sortoets verlaagt u de waarde ofgaat u naar beneden in de keuzelijst.dSensortoets OKMet sensortoets bevestigt u deOKgekozen waarde.eOptische interfaceDe optische interface gebruikt Mielevoor servicedoeleinden.fSensortoetsen voor extra functiesMet de extra functies kunt u het ge-kozen programma nog beter afstem-men op uw wasgoed.Als u een programma heeft gekozen,zijn de sensortoetsen van de extrafuncties, die u ook kunt kiezen, ge-dimd.gSensortoets Met deze sensortoetsen kunt u dedosering met een capsule activeren.
Bediening van de wasautomaat15hSensortoets Met sensortoets start u de voor-programmering. Met de voorpro-grammering kunt u het programmaop een later tijdstip laten starten. Deprogrammastart kan worden uitge-steld met een waarde tussen 15mi-nuten en maximaal 24uur. Dat kuntu bijvoorbeeld doen om gebruik temaken van een voordelig nachttarief.Voor meer informatie zie hoofdstuk4: “Programma-instellingen kiezen”,paragraaf: “Voorprogrammering”.iSensortoets Start/StopAls u sensortoets Start/Stop aantipt,wordt het gekozen programma ge-start of afgebroken. De sensortoetsknippert zodra een programma kanworden gestart en brandt continunadat het programma is gestart.jKeuzeschakelaarVoor het kiezen van een programmaen het uitschakelen van het appa-raat. U schakelt het apparaat in dooreen programma te kiezen en uit doorde programmakeuzeschakelaar op te zetten.
Bediening van de wasautomaat16DisplayHet basisdisplay geeft van links naarrechts het volgende aan:2:59 OK1600– de gekozen wastemperatuur– het gekozen centrifugetoerental– de programmaduurVoorbeelden voor de bedieningScrollen door een keuzemenuDe scrollbalk in het display geeft aandat er een keuzemenu ter beschikkingstaat.Taal OKDoor sensortoets aan te tippen gaatu naar beneden in het keuzemenu. Doorsensortoets aan te tippen gaat u naarboven in het keuzemenu. Met het aan-tippen van sensortoets bevestigt uOKuw keuze.Markering van het ingestelde menu-punt Cap OKZodra een punt in een keuzemenuwordt geactiveerd, wordt dat met eenvinkje aangegeven.Waarden instellenStart over OKh:0000De waarde die kan worden gewijzigd, isgemarkeerd met een witte ondergrond.Door sensortoets aan te tippen, ver-laagt u de waarde.
Ingebruikneming van het apparaat17Lees voordat u het apparaat voor heteerst in gebruik neemt het hoofd-stuk: “Plaatsen en aansluiten”.Beschermfolie en sticker ver-wijderenVerwijder– de beschermfolie van de deur– en alle stickers van de voorkant envan het bovenblad (indien aanwezig).Stickers die u na het openen vande deur ziet zitten, bijv. het typepla-tje, mag u niet verwijderen.Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest. Het ismogelijk dat er als gevolg van dezetests wat water in de trommel achter-blijft.Bochtstuk uit de trommel ver-wijderenIn de trommel bevindt zich een bocht-stuk voor de afvoerslang.Open de deur.Haal het bochtstuk uit de trommel.Zwaai de deur dicht.Wasautomaat inschakelenDraai de keuzeschakelaar op het pro-gramma Katoen.Het welkomstsignaal klinkt en het wel-komstscherm licht op.1.
Displaytaal instellenU wordt verzocht, de gewenste dis-playtaal in te stellen. U kunt de taal opelk moment wijzigen door de keuze-schakelaar op Overige programma's/onder te zetten.Instellingen nederlands OKLoop met de sensortoetsen doorde keuzelijst totdat de gewenste taalin het display staat.Bevestig de gekozen taal met sensor-toets .OK
Een programma starten omhet apparaat te kalibrerenU bereikt het optimale water- enstroomverbruik en het beste wasresul-taat alleen als de wasautomaat gekali-breerd wordt.Daarvoor het programma dient u Ka-toen zonder wasgoed en zonder was-middel te starten.Pas na de kalibratie kan een ander pro-gramma gestart worden.In het display verschijnt de volgendemelding:Open en start Katoen 90 °C zonderwasgoed.Tip sensortoets aan totdat sensor-toets brandt, en bevestig de mel-OKding met .OK1:55 OK90° 1600Draai de kraan open.Tip sensortoets aan.Start/StopHet programma voor de kalibratie vande wasautomaat is gestart. Het pro-gramma duurt ca. 2 uur.Een melding in het display geeft aan dathet programma beëindigd is:Inbedrijfstelling beëindigdTrek de deur bij de greep open.Tip: Laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen.Draai de keuzeschakelaar op .
Tips om energie en water te besparen19Energie- en waterverbruik– Maak zoveel mogelijk gebruik van demaximale beladingscapaciteit vaneen programma.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.– Bedenk dat het apparaat dankzij debeladingsautomaat bij een geringebelading minder water en energieverbruikt.– Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden licht ver-vuild wasgoed.– Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, (bijv. ). Maak gebruik20°Cvan die mogelijkheid om energie tebesparen.– Wanneer er regelmatig met lage tem-peraturen en/of een vloeibaar was-middel wordt gewassen, bestaat hetgevaar dat er zich in de wasautomaatziektekiemen en geurtjes ontwik-kelen.
Daarom beveelt Miele aan dewasautomaat een keer per maand tereinigen.U wordt daaraan herinnerd met demelding Hygiëne-info: Kies een grammamet een temperatuur van min. 75 °C of"Machine reinigen" in het display.Gebruik van wasmiddelen– Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven.– Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is.– Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca. ⅓ min-der wasmiddel.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.
1. Het wasgoed onder de loep20Maak de zakken leeg.Voorwerpen zoals spijkers, mun-ten en paperclips kunnen wasgoeden onderdelen beschadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorterenSorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhoud-setiket, dat zich in de kraag of in dezijnaad bevindt.Tip: Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelenVerwijder vóór het wassen eventuelevlekken op het wasgoed. Doe datzolang de vlekken nog niet zijn opge-droogd. Verwijder vlekken door zemet een niet afgevende doek te dep-pen. Niet wrijven!Tip: Vlekken (van bloed, ei, koffie, thee,etc.) kunt u vaak eenvoudig verwijde-ren. Miele heeft hiervoor een specialevlekkenwijzer samengesteld.
wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt.Chemische (oplosmiddelhouden-de) reinigingsmiddelen kunnen zwareschade aan de wasautomaat veroor-zaken.Gebruik nooit dergelijke reinigings-middelen in de wasautomaat!Algemene tips– Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek.– Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze.– Sluit ritsen, haakjes en oogjes.– Knoop bed- en kussenovertrekkendicht zodat er geen ander textiel interecht kan komen.Was geen textiel dat volgens het onder-houdsetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen (Symbool: ).
2. Programma kiezen21Wasautomaat inschakelenDraai de keuzeschakelaar op een pro-gramma.Programmakeuze1. Standaardprogramma's kiezen metde keuzeschakelaarDraai de keuzeschakelaar op het ge-wenste programma.Het gekozen programma verschijnt inhet display. Daarna verschijnt in het dis-play een scherm met de basisweerga-ve.2. Meer programma's kiezen via destand “Overige programma's/ ” enhet display:Draai de keuzeschakelaar op Overigeprogramma's.In het display staat:Sportkleding OKLoop met de sensortoetsen doorde programma's, totdat het gewensteprogramma in het display staat.Bevestig het gekozen programmamet sensortoets .OKIn het display verschijnen de parame-ters voor dit programma.
3. Trommel vullen22Deur openenTrek de deur bij de greep open.Controleer of er zich dieren of voor-werpen in de trommel bevinden,voordat u het wasgoed erin stopt.Bij een maximale belading is het ener-gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings-capaciteit overschreden, dan vallen dewasresultaten tegen en gaat het was-goed sneller kreuken.Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg wasgoed van verschillende groot-te in de trommel. Daardoor wordt eenbeter wasresultaat bereikt en kan hetwasgoed zich tijdens het centrifugerenbeter verdelen.Tip: Gebruik de maximale belading. De-ze wordt in het display aangegeven.Deur sluitenLet erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.Zwaai de deur dicht.
4. Programma-instellingen kiezen23Temperatuur/Toerental kiezenU kunt een temperatuur/toerental vaneen wasprogramma wijzigen, als hetprogramma die mogelijkheid biedt.2:59 OK1600Tip de sensortoetsen boven ofonder de temperatuur of het toerentalin het display aan, totdat de ge-wenste temperatuur/het gewenstetoerental in het display staat.Extra functie kiezenTip de sensortoets van de gewensteextra functie aan. Deze gaat fel bran-den.Tip: U kunt bij een programma meerde-re extra functies kiezen.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.
Alseen extra functie niet gedimd is, is dieextra functie voor dat wasprogrammaniet toegestaan (zie hoofdstuk: “Extrafuncties”).Sensortoets Extra functiesMet de sensortoets Extra functies kuntu nog meer functies kiezen.Tip sensortoets aan.Extra functiesIn het display staat:Geen extra functie OKLoop met de sensortoetsen doorde keuzelijst, totdat de gewenste ex-tra functie in het display staat.Bevestig de extra functie met sensor-toets .OK
4. Programma-instellingen kiezen24 VoorprogrammeringMet de voorprogrammering kunt u hetprogramma op een later tijdstip latenstarten.De uren kunnen op tot worden in-00 24gesteld. De minuten kunnen in stappenvan 15 minuten worden ingesteld op 00tot .45De starttijd instellen Tip sensortoets aan.In het display verschijnt:Start over OKh:0000 Stel met de sensortoetsen deuren in. Bevestig de instelling metsensortoets .OKHet display verandert:Start over OKh0006: Stel met de sensortoetsen de mi-nuten in. Bevestig de instelling metsensortoets .OKTip: Als u uw vinger continu op detoetsen houdt, verspringt de tijdautomatisch naar beneden of naar bo-ven.Starttijd wissenVoordat het programma start, kan degekozen starttijd worden gewist. Tip sensortoets aan.De gekozen starttijd staat in het display. Stel met de sensortoetsen een waarde van in.
Bevestig de00:00 hinstelling met sensortoets .OKDe gekozen starttijd is gewist.Na de programmastart kan de geko-zen starttijd alleen nog worden gewistof gewijzigd door het programma teonderbreken.Starttijd wijzigenVoordat het programma start, kan degekozen starttijd worden gewijzigd. Tip sensortoets aan. Wijzig desgewenst de aangegeventijd en bevestig deze met sensortoetsOK.
5. Wasmiddel doseren25De wasautomaat biedt u verschillendemogelijkheden om wasmiddel te dose-ren.WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken, diegeschikt zijn voor niet-professionelewasautomaten. Volg de gebruiks- endoseertips op de verpakking van hetwasmiddel op.Wasmiddel doserenTrek de wasmiddellade naar buiten endoseer de wasmiddelen in de vakjes.Wasmiddel voor de voorwasWasmiddel voor de hoofdwas enhet inwekenWasverzachter, appreteermiddel,stijfsel of capsuleWasverzachter gebruikenDoseer wasverzachter of stijfsel invakje . Doseer niet hoger dan depijl.Het middel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld. Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.Als u meermaals stijfsel heeft ge-bruikt, reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.
5. Wasmiddel doseren26Tips voor de doseringControleer bij het doseren van het was-middel hoe vuil het wasgoed is en hoe-veel wasgoed u heeft. Verminder dehoeveelheid wasmiddel bij een kleinerehoeveelheid wasgoed (bijv.
bij een halvetrommel de hoeveelheid wasmiddel met⅓ verminderen).Te weinig wasmiddel:– Heeft als effect, dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt.– Bevordert schimmelvorming in dewasautomaat.– Heeft als effect, dat vet niet volledigverwijderd wordt.– Bevordert kalkaanslag op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel:– Heeft als effect dat het wasgoed nietgoed gereinigd, gespoeld en gecen-trifugeerd wordt.– Heeft als effect dat er meer waterwordt verbruikt door een automatischingeschakelde extra spoelgang.– Versterkt de belasting voor het milieu.Gebruik van vloeibaar wasmiddel bijeen programma met voorwasAls een voorwas geprogrammeerd is,kan in de hoofdwas geen vloeibaarwasmiddel gebruikt worden.Gebruik waspoeder voor de hoofdwas.Tabs of pods gebruikenLeg tabs of pods met wasmiddel altijddirect bij het wasgoed in de trommel.Tabs of pods kunt u niet via de wasmid-dellade gebruiken.Meer informatie over wasmiddelen ende dosering ervan vindt u in het hoofd-stuk: “Wasmiddel doseren”.
5. Wasmiddel doseren27CapsuledoseringEr zijn capsules met drie verschillendesoorten inhoud:= Textielonderhoudsmiddelen(bijv. wasverzachters, impreg-neermiddelen)= Additieven (bijv. wasmiddel-versterkers)= Wasmiddelen (alleen voor dehoofdwas)Een capsule bevat altijd de juiste hoe-veelheid voor één wasbeurt.Deze capsules zijn verkrijgbaar via in-ternet (shop.miele.nl), bij Miele Neder-land of bij de Miele-vakhandelaar.Bewaar de capsules buiten hetbereik van kinderen.Capsuledosering inschakelenTip sensortoets aan.In het display staat:OKGeen CapLoop met de sensortoetsen doorde keuzelijst totdat de gewenste cap-sule in het display staat.Bevestig de capsuledosering metsensortoets .OKCapsule plaatsenOpen de wasmiddellade.Open het klepje van vakje / . Druk de capsule er stevig in.
5. Wasmiddel doseren28Sluit het klepje en druk het stevigdicht.Sluit de wasmiddellade.De capsule gaat open zodra deze inde wasmiddellade is geplaatst.Wordt de capsule ongebruikt weeruit de wasmiddellade gehaald, dankan de inhoud eruit stromen.Gebruik de capsule niet meer engooi deze weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd.Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in hetvakje .Wanneer u een capsule gebruikt,mag u niet óók nog eens een was-verzachter in vakje doseren.Verwijder de capsule na afloop vanhet wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de capsule zitten.Capsuledosering uitschakelenof wijzigenU kunt de capsuledosering alleen uit-schakelen of wijzigen voordat het pro-gramma start.Tip sensortoets aan.Kies (uitschakelen) of eenGeen Capandere capsulesoort (wijzigen).
6. Programma starten - Einde van het programma29Programma startenTip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.De deur wordt vergrendeld (dit ziet uaan symbool in het display) en hetwasprogramma wordt gestart.Als u een starttijd voorgeprogrammeerdheeft, loopt deze in de tijdweergave af.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start ver-schijnt de programmaduur in de tijd-weergave.EnergiebesparingNa 10 minuten worden de indicatie-ele-menten donker. Sensortoets Start/Stopknippert.U kunt de indicatie-elementen weer in-schakelen:Tip sensortoets aan (datStart/Stopheeft geen invloed op een lopendprogramma).Programma-eindeTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld en knipperen in hetdisplay afwisselend:Einde/Kreukbev. OKenDruk op Stop OKTip sensortoets aan.
DeStart/Stopdeur wordt ontgrendeld.Open de deur.Neem het wasgoed uit de trommel.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven.Controleer of de trommel leeg is!Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Tip: Laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen.Draai de keuzeschakelaar op . Dewasautomaat is nu uitgeschakeld.Heeft u een capsule gebruikt, verwij-der deze dan uit de wasmiddellade.Tip: Laat de wasmiddellade op eenkiertje openstaan, zodat de lade kandrogen.
Centrifugeren30EindcentrifugetoerentalWanneer u een programma kiest, ver-schijnt in het display altijd het optimalecentrifugetoerental voor dit programma.In sommige wasprogramma's kan eenhoger centrifugetoerental worden geko-zen.In de tabel staat het hoogst mogelijkecentrifugetoerental.Programma Omw./minKatoen 1600Kreukherstellend 1200Fijne was 900Wol 1200Zijde 600Overhemden 900Express 20 1200Donker wasgoed / Jeans 1200Outdoor 800Impregneren 1000Pompen/Centrifugeren 1600Sportkleding 1200Automatic extra 1400Alleen spoelen/Stijven 1600Machine reinigen 900Centrifugeren tussen de spoel-gangenHet wasgoed wordt na de hoofdwas entussen de spoelgangen gecentrifu-geerd. Als het eindcentrifugetoerentalverlaagd wordt, wordt ook het centrifu-getoerental bij het spoelen verlaagd.Eindcentrifugeren uitzetten(spoelstop)Bij een spoelstop blijft het wasgoed nade laatste spoelbeurt in het water lig-gen.
Daardoor kreukt het wasgoed min-der wanneer u het niet direct uit detrommel haalt.Stel het toerental in.Wilt u alsnog eindcentrifugeren:De wasautomaat biedt voor het centri-fugeren het maximaal toegelaten toe-rental aan. U kunt het toerental verla-gen.Tip sensortoets aan.Start/StopWasprogramma beëindigenAls u het wasgoed doornat wilt verwij-deren zonder centrifugeren:Verlaag het toerental tot .0Tip sensortoets aan.Start/StopHet water wordt afgepompt.Centrifugeren tussen de spoel-gangen en eindcentrifugerenoverslaanVerlaag voor de start van het waspro-gramma het toerental tot .0Tip sensortoets aan.Start/StopNa de laatste spoelgang wordt het wa-ter afgepompt en wordt de kreukbeveili-ging ingeschakeld.In enkele programma's wordt een extraspoelgang ingelast.
Programma-overzicht31Programma's op keuzeschakelaarKatoen 90°C tot koud Maximaal 9,0 kgWasgoed Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed,tafellakens en servettenLet op De instellingen 60°C/40°C onderscheiden zich van / daarin dat:– de programma's korter duren;– de temperatuurstops langer worden aangehouden;– het energieverbruik hoger is.Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol-doen is een temperatuur van 60°C of hoger geschikt.Katoen Maximaal 9,0 kg /Wasgoed Normaal vervuild wasgoed van katoen of linnenLet op – Deze instellingen zijn vanuit energie- en wateroogpunt voor hetwassen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst.– Bij is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C; het was-resultaat is gelijk aan dat van het programma “Katoen 60°C”.Instructies voor testbureaus:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens voorschrift1061/2010Kreukherstellend 60°C tot koud Maximaal 4,0 kgWasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel-lend gemaakt katoenLet op Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.
Programma-overzicht32Fijne was 60 °C tot koud maximaal 3,0 kgWasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en viscoseVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan worden ge-wassen.Tip – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak met een programmamet voorwas moeten worden gewassen. Activeer de extra functieVoorwas.– Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal nietWol 40°C tot koud Maximaal 2,0 kg Wasgoed Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a.
wol in zitLet op Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.Zijde 30°C tot koud Maximaal 1,0 kg Wasgoed Zijde en alle stoffen zonder wol die ook met de hand kunnen wordengewassenLet op Was panty's en bh's in een waszak.Overhemden 60 °C tot koud Maximaal 1,0kg/2,0kgWasgoed Overhemden en blouses van katoen en mengweefselsTip – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is.– Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programma Zijde.– Als de vooraf ingestelde extra functie uitgeschakeld wordt, wordtde maximale beladingscapaciteit naar 2,0 kg verhoogd.Express 20 40 °C tot koud Maximaal 3,5 kgTextiel-soortKatoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is.Tips De extra functie Kort is automatisch ingesteld.
Programma-overzicht33Donker wasgoed /Jeans60°C tot koud Maximaal 3,0 kgWasgoed Zwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels of je-ansstofLet op – Was dit wasgoed binnenstebuiten.– Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paar keerworden gewassen. Was lichte en donkere jeansstoffen daaromapart.Outdoor 40°C tot koud Maximaal 2,5 kgWasgoed Outdoorkleding met membranen als Gore-Tex®, SYMPATEX® enWINDSTOPPER® enz.Let op – Doe ritssluitingen en sluitingen met klittenband dicht.– Gebruik geen wasverzachter.– U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met hetprogramma . Het is beter om dit niet na iedere was-Impregnerenbeurt te doen.Impregneren 40°C Maximaal 2,5 kgWasgoed Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellakens dievoornamelijk uit synthetische vezels bestaan.
U verhoogt daarmeede water- en vuilwerende werking.Let op – Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogdzijn.– Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther-misch nabehandelen en wel door het te strijken of in een droogau-tomaat te drogen.Pompen/Centrifugeren Maximaal 8,0 kgLet op! – Alleen pompen: Kies .0 omw/min– Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in.
Programma-overzicht34Programma's op de stand Overige programma's/Sportkleding 60°C tot koud Maximaal 3,0 kgWasgoed Sport- en fitnesskleding van microvezels en fleeceLet op – Gebruik geen wasverzachter.– Neem de aanwijzingen van het onderhoudsetiket in acht.Automatic extra 40°C tot koud Maximaal 6,0 kgWasgoed Wasgoed dat naar kleur is gesorteerd en een combinatie is van was-goed dat anders met het programma en met het programmaKatoenKreukherstellend wordt gewassenLet op Beide soorten wasgoed worden zo behoedzaam mogelijk behandelden zo goed mogelijk gereinigd.
Dit is mogelijk doordat wasparame-ters zoals waterstand, wasritme en centrifugeprofiel automatischworden aangepast.Alleen spoelen/Stijven Maximaal 8,0kgWasgoed – Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld.– Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-stevenTip – Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.– Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn.– Een bijzonder goed spoelresultaat met twee spoelgangen krijgt udoor de sensortoets aan te tippen.Extra water
Programma-overzicht35Instellingen /ReinigingInstellingen Met de instellingen kunt u de elektronica van de wasautomaat aan veranderendesituaties aanpassen. Nadere informatie vindt u in het hoofdstuk: “Instellingen”.ReinigingDe wasautomaat heeft een reinigingsprogramma.Machine reinigen 85°C Zonder beladingWanneer er regelmatig met lage temperaturen wordt gewassen, bestaat het ge-vaar dat de wasautomaat verontreinigd raakt.Door de wasautomaat met bovenstaand programma te reinigen kunt u het aantalkiemen, schimmels en bacteriën sterk verminderen en geurtjes voorkomen.Tip – Een optimaal resultaat bereikt u door het machinereinigingsmiddelvan Miele te gebruiken. U kunt ook een universeel waspoeder ge-bruiken.– Giet het machinereinigingsmiddel of het universele wasmiddel di-rect in de trommel.– Leg geen wasgoed in de trommel. Met bovenstaand programmareinigt u alleen het apparaat.
Extra functies36Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.Extra functies kiezenU kunt de extra functies kiezen of uit-schakelen met de desbetreffende sen-sortoets op het bedieningspaneel. Metde sensortoets in het dis-Extra functiesplay kunt u nog meer functies kiezen.Tip de sensortoets voor de gewensteextra functies aan.Deze toets licht fel op.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.Een extra functie, die voor het waspro-gramma niet mogelijk is, is niet gedimdverlicht en kan niet door aanraking ge-activeerd worden.KortHet programma wordt ingekort. Dewaswerking wordt versterkt en hetenergieverbruik stijgt.VoorstrijkenHet wasgoed wordt na afloop van hetprogramma gladgestreken, zodat hetminder gekreukt uit het apparaat komt.Voor een optimaal resultaat reduceert ude maximale beladingscapaciteit met50%.
Volg de aanwijzingen in het dis-play op. Kleine hoeveelheden wasgoedzorgen voor een beter eindresultaat.De bovenkleding moet geschikt voor dedroger en strijkbestendig zijn.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd en in het pro-gramma “Alleen spoelen/Stijven” vindteen tweede spoelgang plaats.U kunt voor sensortoets an-Extra waterdere functies kiezen. Zie hoofdstuk: “In-stellingen”.
Extra functies37Extra functies kunnen wordengekozen met de sensortoets“Extra functies”Extra functies in het display kiezenTip sensortoets aan.Extra functiesIn het display verschijnt de eerste extrafunctie die kan worden gekozen.Loop met de sensortoetsen doorde keuzelijst, totdat de gewenste ex-tra functie in het display staat.Bevestig de extra functie met sensor-toets .OKDe extra functie wordt met een ge-markeerd.Een gekozen extra functie weer uit-zettenTip sensortoets aan.Extra functiesIn het display verschijnt de eerste extrafunctie die kan worden gekozen.Loop met de sensortoetsen doorde keuzelijst, totdat Geen extra functiein het display staat:Bevestig met sen-Geen extra functiesortoets .OKDe eerder gekozen extra functie wordtweer uitgezet.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.AllergoWashVoor wasgoed dat bijzonder hygiënischmoet worden gewassen.
Door een ho-ger energieverbruik wordt de tempera-tuurstop verlengd. Een hoger waterver-bruik zorgt voor een beter spoelresul-taat. Het wasgoed moet geschikt voorde droger en kreukbestendig zijn.InwekenVoor sterk verontreinigd wasgoed meteiwithoudende vlekken.U kunt een inweektijd instellen van mi-nimaal 30 minuten en maximaal 6 uuren wel in stappen van 30 minuten. Ziehoofdstuk: “Instellingen”.Vanuit de fabriek is een tijd van 30 mi-nuten ingesteld.IntensiefVoor wasgoed dat bijzonder vuil is entegen een stootje kan. Een sterkerewaswerking en een sterkere verhittingverbeteren het wasresultaat.Extra stilDe wasautomaat maakt minder geluidtijdens het programma. Gebruik dezefunctie, als u wilt wassen terwijl uslaapt. Het eindcentrifugetoerentalwordt automatisch op (spoelstop)ingesteld. Het programma duurt langer.Extra behoedzaamDe trommel beweegt minder en dewastijd wordt korter.
Extra functies38Overzicht wasprogramma's - Extra functiesBij programma's die in de tabel zijn vermeld, kan geen van onderstaande ex-niettra functies worden ingeschakeld.KortVoorstrijkenExtra waterVoorwasInwekenIntensiefExtra stilExtra behoedzaamAllergoWashKatoen X X X X X X X X XKreukherstellend X X X X X X X X XFijne was X X X X X – X X XWol – – – – – – X – –Zijde – – – – – – X – –Overhemden X X X X – X X XExpress 20 X – – – – – – –Donker wasgoed/jeans X X X X X – X X XOutdoor X – X X X – X X –Sportkleding X – X X X – X X XAutomatic extra X X X X X – X X XAlleen spoelen/stijven – – X – – – – – –Apparaat reinigen – – – – – – – –X= Deze functie kan worden inge-schakeld– = Deze functie kan niet worden in-geschakeld= Deze functie wordt automatisch ingeschakeld
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele WWF 120 WCS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine