Miele WWE 660 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele WWE 660 (104 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 70 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Miele WWE 660 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | WWE 660 |
Handleiding Miele WWE 660 – volledige tekst
Inhoud2 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 6 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7 Bediening van de wasautomaat. 14 Bedieningspaneel. 14 Display. 16 Voorbeelden voor de bediening. 16 Ingebruikneming van het apparaat. 17 1. Displaytaal instellen. 18 2. Miele@home installeren. 18 3. Transportbeveiliging verwijderen. 20 4. Ingebruikneming TwinDos. 20 5. Een programma starten om het apparaat te kalibreren. 23 Tips om energie en water te besparen. 24 1. Het wasgoed onder de loep. 25 2. Programma kiezen. 26 3. Trommel vullen. 28 4. Programma-instellingen kiezen. 29 Temperatuur/Toerental kiezen. 29 Extra functie kiezen. 29 Vuilgraad. 29 Voorprogrammering/SmartStart. 30 5. Wasmiddel doseren. 32 TwinDos. 32 Wasmiddellade. 34 Wasmiddel doseren. 34 Wasverzachter gebruiken. 34 Tips voor de dosering. 35 Capsuledosering. 36 6.
Inhoud3 Programma-overzicht. 40 Extra functies. 45 Kort. 45 Extra water. 45 Extra functies kunnen worden gekozen met de sensortoets “Extra functies”. 46 Voorwas. 46 Inweken. 46Intensief. 46 Extra stil. 46 Extra behoedzaam. 46 AllergoWash. 46 Overzicht wasprogramma's - Extra functies. 47 Programmaverloop. 48 Programmaverloop wijzigen. 50 Programma afbreken. 50 Programma onderbreken. 50 Programma wijzigen. 50 Kinderbeveiliging. 51 Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen. 51 Textielbehandelingssymbolen. 52 Wasmiddelen. 53 Het juiste wasmiddel. 53 Wateronthardingsmiddel. 53 Doseerhulp. 53 Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 53 Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen. 55 Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010. 56 Reiniging en onderhoud. 57 Trommel reinigen(Hygiëne Info). 57 Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 57 Wasmiddellade reinigen.
Inhoud4 Nuttige tips. 61 Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 61 Foutmelding na afbreking programma. 62 Foutmelding na afloop van het programma. 63 Meldingen of problemen met het TwinDos-systeem. 64 Algemene problemen met de wasautomaat. 65 Een tegenvallend wasresultaat. 67 De deur kan niet open. 68 Deur openen bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 69 Afdeling Klantcontacten. 71 Contact bij storingen. 71 Na te bestellen accessoires. 71 Garantie. 71 Plaatsen en aansluiten. 72 Voorkant. 72 Achterkant. 73 Plaats van opstelling. 74 Wasautomaat plaatsen. 74 Transportbeveiliging verwijderen. 74 Transportbeveiliging monteren. 76 Wasautomaat stellen. 77 Stelvoeten naar buiten draaien en vastzetten. 77 Onder een werkblad plaatsen. 78 Was-droogzuil. 78 Het waterbeveiligingssysteem. 79 Watertoevoer. 80 Waterafvoer. 81 Elektrische aansluiting. 82 Verbruiksgegevens.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu6Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge-weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren.
Wanneer u uw ou-de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge-slagen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Ondeskundig gebruik echter kan persoonlijk letsel en schade aanhet apparaat veroorzaken.Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordatu uw apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schadeaan het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een even-tuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen vantextiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen. Gebruikvoor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge-bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-automaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe-ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasautomaat, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Plaatsen en aansluiten”en “Technische gegevens”. Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.
Een beschadigde wasautomaat mag niet worden ge-plaatst en niet in gebruik worden genomen. Vergelijk vóórdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. De wasautomaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren,als hij op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd. Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasautomaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver-band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasautomaat te halen. Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman / vakvrouw worden vervangen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan éénvan de volgende voorwaarden is voldaan: – als de stekker uit de contactdoos is getrokken of – als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of – als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op dewatervoorziening worden aangesloten. Oude slangen mogen nietworden gebruikt. Controleer de slangen regelmatig.
U kunt de slan-gen dan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:“Plaatsen en aansluiten”, paragraaf: “Transportbeveiliging verwijde-ren”. Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bijhet centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aande meubels / apparaten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.
tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar-om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstro-mende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigdeonderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver-oorzaken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Wees voorzichtig bij het openen van de deur wanneer u de stoom-functie heeft gebruikt. U loopt het risico zich te verbranden door vrij-komende stoom en door hoge temperaturen van hettrommeloppervlak en het glas. Doe een stapje terug en wacht totdatde stoom is weggetrokken. De maximale beladingscapaciteit bedraagt 8 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: “Programma-overzicht”. Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijkcitroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is ver-krijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij uw Miele-vakhandelaarof bij Miele Nederland.
Volg de adviezen voor het gebruik van ontkal-kingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen. Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasautomaat gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaat wor-den gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met een arts. Personen die een gevoeli-ge of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibaar wasmiddelmaar beter niet aanraken.Accessoires Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of inge-bouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, dan kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro-ductaansprakelijkheid. Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld.
Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droogautomaat en Miele-wasautomaat past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Leter dan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.
Bediening van de wasautomaat14BedieningspaneelaBedieningspaneelHet bedieningspaneel bestaat uit hetdisplay en verschillende sensor-toetsen. De functie van alle sensor-toetsen wordt hierna uitgelegd.bDisplayIn het display worden de volgendewaarden aangegeven en/of geselec-teerd:1. De temperatuur, het toerental ende resttijd voor het gekozen was-programma.2. De afzonderlijke waarden in dekeuzelijsten voor Extra opties enInstellingen.cSensortoetsen Met de sensortoetsen kunnende waarden in het display wordengewijzigd. Met de sensortoets verhoogt u de waarde of gaat u naarboven in de keuzelijst, met de sen-sortoets verlaagt u de waarde ofgaat u naar beneden in de keuzelijst.dSensortoets OKMet sensortoets bevestigt u deOKgekozen waarde.eSensortoetsen TwinDos met deextra sensortoetsen Wit en BontMet sensortoets TwinDos schakelt ude automatische wasmiddeldoseringuit of in.
Bediening van de wasautomaat15gSensortoetsen voor extra functiesMet de extra functies kunt u het ge-kozen programma nog beter afstem-men op uw wasgoed.Als u een programma heeft gekozen,zijn de sensortoetsen van de extrafuncties, die u ook kunt kiezen, ge-dimd.h Sensortoets Met deze sensortoetsen kunt u dedosering met een capsule activeren.iSensortoets Met sensortoets start u de voor-programmering. Met de voorpro-grammering kunt u het programmaop een later tijdstip laten starten. Deprogrammastart kan worden uitge-steld met een waarde tussen 15mi-nuten en maximaal 24uur. Dat kuntu bijvoorbeeld doen om gebruik temaken van een voordelig nachttarief.Voor meer informatie zie hoofdstuk4: “Programma-instellingen kiezen”,paragraaf: “Voorprogrammering”.jSensortoets Er zijn drie standen om de vuilgraadvan het wasgoed aan te geven.
Desensortoets is alleen actief als sen-sortoets TwinDos is geactiveerd.kSensortoets Start/StopAls u sensortoets Start/Stop aantipt,wordt het gekozen programma ge-start of afgebroken. De sensortoetsknippert zodra een programma kanworden gestart en brandt continunadat het programma is gestart.lKeuzeschakelaarVoor het kiezen van een programmaen het uitschakelen van het appa-raat. U schakelt het apparaat in dooreen programma te kiezen en uit doorde programmakeuzeschakelaar op te zetten.
Bediening van de wasautomaat16DisplayHet basisdisplay geeft van links naarrechts het volgende aan:2:59 OK1400 – de gekozen wastemperatuur – het gekozen centrifugetoerental – de programmaduurVoorbeelden voor de bedieningScrollen door een keuzemenuDe scrollbalk in het display geeft aandat er een keuzemenu ter beschikkingstaat.Taal OKDoor sensortoets aan te tippen gaatu naar beneden in het keuzemenu. Doorsensortoets aan te tippen gaat u naarboven in het keuzemenu. Met het aan-tippen van sensortoets bevestigt uOKuw keuze.Markering van het ingestelde menu-punt Cap OKZodra een punt in een keuzemenuwordt geactiveerd, wordt dat met eenvinkje aangegeven.Waarden instellenStart over OKh:0000De waarde die kan worden gewijzigd, isgemarkeerd met een witte ondergrond.Door sensortoets aan te tippen, ver-laagt u de waarde.
Ingebruikneming van het apparaat17 Controleer voordat u uw wasau-tomaat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten. Zie hoofd-stuk: “Plaatsen en aansluiten”.Beschermfolie en sticker ver-wijderen Verwijder – de beschermfolie van de deur – en alle stickers van de voorkant envan het bovenblad (indien aanwezig). Stickers die u na het openen vande deur ziet zitten, bijv. het type-plaatje, mag u niet verwijderen.Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest. Het ismogelijk dat er als gevolg van dezetests wat water in de trommel achter-blijft.Dispensers en bochtstuk uit detrommel verwijderenIn de trommel liggen twee dispensersmet wasmiddel voor de automatischewasmiddeldosering en een bochtstukvoor de afvoerslang. Open de deur. Neem de beide dispensers en hetbochtstuk uit het apparaat. Zwaai de deur dicht.
Ingebruikneming van het apparaat18Wasautomaat inschakelen Draai de keuzeschakelaar op het pro-gramma Katoen.Het welkomstsignaal klinkt en het wel-komstscherm licht op.Het display leidt u door de 5 stappenvan de eerste ingebruikneming.1. Displaytaal instellenU wordt verzocht, de gewenste display-taal in te stellen. U kunt de taal op elkmoment wijzigen door de keuzeschake-laar op onder Overige programma's/ In-stellingen te zetten.nederlands OK Loop met de sensortoetsen doorde keuzelijst totdat de gewenste taalin het display staat. Bevestig de gekozen taal met sensor-toets .OK2. Miele@home installerenUw wasautomaat heeft een geïnte-greerde WiFi-module.
De wasauto-maat kan met uw WiFi-netwerk wor-den verbonden.Daarna kunt u de wasautomaat metde Miele@mobile app bedienen.In het display verschijnt de volgendemelding: Miele@home Bevestig met .OKIn het display verschijnt de volgendemelding:Nu instellen Als u Miele@home onmiddellijk wiltinstalleren, druk dan op sensortoetsOK. Als u het later wilt installeren, tip dansensortoets aan. Daarna verschijntLater instellen in het display. Dit kunt ubevestigen met de toets .OK Kies in het display de gewenste ver-binding.1. Per WPS verbinden2. Per app verbindenControleer, of op de plaats waar uwwasautomaat staat, het signaal vanuw WiFi-netwerk sterk genoeg is.
Ingebruikneming van het apparaat19Miele@mobile-appDe Miele@mobile-app kunt u gratisdownloaden uit de Apple App Store® ofde Google Play Store™.Met WPS verbindenUw WiFi-router moet geschikt zijnvoor WPS (WiFi Protected Setup). Volg de aanwijzingen in het display.Als er geen verbinding gemaakt kanworden, kan het zijn dat u de WPS-functie van uw router niet snel genoegheeft ingeschakeld. Herhaal in dat gevalde voorgaande stappen.Tip: Als uw WiFi-router niet over WPSbeschikt, gebruik dan de [email protected] de app verbindenU kunt de netwerkverbinding met deMiele@mobile-app tot stand brengen. Installeer de Miele@mobile app op uwmobiele apparaat. Volg de aanwijzingen in de app.Voor de aanmelding via de app dient ute beschikken over:1. Het wachtwoord van uw WiFi-net-werk2.
Het wachtwoord van uw wasauto-maatDit wachtwoord bestaat uit de laatstenegen cijfers van het serienummer ophet typeplaatje.Bij een correcte verbinding verschijnthet volgende in het display:Verbinding gesl. OK Bevestig de melding met sensortoetsOK.
Ingebruikneming van het apparaat203. Transportbeveiliging verwij-deren Als de transportbeveiliging nietverwijderd wordt, kan dit schade ver-oorzaken aan de wasautomaat en demeubels/apparaten die ernaaststaan.Verwijder de transportbeveiliging. Ziehoofdstuk: “Plaatsen en aansluiten”In het display verschijnt de volgendemelding: Verwijder transportbeveiliging Bevestig de melding met sensortoetsOK.4. Ingebruikneming TwinDosDe gegevens voor UltraPhase1 enUltraPhase2 zijn vooraf ingesteld in defabriek en hoeven alleen maar beves-tigd te worden.In het display verschijnt de volgendemelding: TwinDos Bevestig met .OKIn het display verschijnt de volgendemelding:Nu instellen Als u TwinDos onmiddellijk wilt instal-leren, tip dan sensortoets aan.OK Als u het later wilt installeren, tip dansensortoets aan. Daarna verschijntLater instellen in het display.
Ingebruikneming van het apparaat21In het display verschijnt: Plaats Verwijder de dop van de dispenser. Druk op het klepje voor het gedeeltemet de TwinDos-reservoirs.Het klepje springt open. Open het klepje helemaal. Schuif de dispensers voorUltraPhase 1 vak in , totdat devergrendeling vastklikt.
Ingebruikneming van het apparaat22Instellingen voor vak De gegevens voor UltraPhase2 zijnvooraf ingesteld in de fabriek.Als de dispenser in het vak is gescho-ven, verschijnt in het display:Middel voor OK Bevestig met sensortoets .OKMiele UltraPhase 2 OK Bevestig met sensortoets .OKDe dosering voor UltraPhase2 voor (hardheidsgraad II) is vooraf ingesteld.Pro wasgoed OKml45 Bevestig de vooraf ingestelde waardemet sensortoets of corrigeer deOKwaarde met de sensortoetsen enbevestig de gecorrigeerde waardemet sensortoets .OKUltraPhase2 Hardheidsgraad I 36ml Hardheidsgraad II 45ml Hardheidsgraad III 54mlIn het display verschijnt: Plaats Verwijder de dop van de dispenser. Schuif de dispenser voor UltraPhase2 vak in , totdat de vergrendelingvastklikt.Als de dispenser in het vak is gescho-ven, verschijnt in het display: "TwinDos" is ingesteld.
Ingebruikneming van het apparaat23Een ander wasmiddel gebruiken metTwinDosU kunt de TwinDos-dosering gebruikenmet andere vloeibare wasmiddelen.Daarvoor heeft u de TwinDos-reservoirsnodig (bij te bestellen accessoires).Overige informatie vindt u in het hoofd-stuk: “Instellingen”, paragraaf:“TwinDos”.5. Een programma starten omhet apparaat te kalibrerenU bereikt het optimale water- enstroomverbruik en het beste wasresul-taat alleen als de wasautomaat gekali-breerd wordt.Daarvoor het programma dient u Ka-toen zonder wasgoed te starten.Pas na de kalibratie kan een ander pro-gramma gestart worden.In het display verschijnt de volgendemelding:Open en start Katoen 90 °C zonderwasgoed. Tip sensortoets aan totdat sensor-toets brandt, en bevestig de mel-OKding met .OK1:55 OK90° 1400 Draai de kraan open.
Tip sensortoets aan.Start/StopHet programma voor de kalibratie vande wasautomaat is gestart. Het pro-gramma duurt ca. 2 uur.Een melding in het display geeft aan dathet programma beëindigd is:Inbedrijfstelling beëindigd Trek de deur bij de greep open.Tip: Laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen. Draai de keuzeschakelaar op .
Tips om energie en water te besparen24Energie- en waterverbruik – Maak zoveel mogelijk gebruik van demaximale beladingscapaciteit vaneen programma.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst. – Bedenk dat het apparaat dankzij debeladingsautomaat bij een geringebelading minder water en energieverbruikt. – Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden licht ver-vuild wasgoed. – Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, (bijv. ). Maak gebruik20°Cvan die mogelijkheid om energie tebesparen. – Wanneer er regelmatig met lage tem-peraturen en/of een vloeibaar was-middel wordt gewassen, bestaat hetgevaar dat er zich in de wasautomaatziektekiemen en geurtjes ontwik-kelen.
Daarom beveelt Miele aan dewasautomaat een keer per maand tereinigen.U wordt daaraan herinnerd met demelding Hygiëne-info: Kies een grammamet een temperatuur van min. 75 °C of"Machine reinigen" in het display.Gebruik van wasmiddelen – Gebruik voor het doseren van deexacte hoeveelheid wasmiddel deautomatische wasmiddeldosering. – Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. – Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.
1. Het wasgoed onder de loep25 Maak de zakken leeg. Voorwerpen zoals spijkers, mun-ten en paperclips kunnen wasgoeden onderdelen beschadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onder-houdsetiket, dat zich in de kraag of inde zijnaad bevindt.Tip: Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vlekken als dat mogelijk iszodra ze ontstaan zijn. Neem de vlek-ken met een tissue af en wrijf ze erniet in.Tip: Tips voor het verwijderen vanthee-, koffie-, ei- en bloedvlekken kuntu vinden in de vlekkenwijzer opwww.miele.nl. Oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen (bijv.
wasbenzine)kunnen kunststof onderdelen be-schadigen.Wanneer u het wasgoed van tevorenmet een oplosmiddelhoudend reini-gingsmiddel, bijv. wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt. Chemische (oplosmiddelhouden-de) reinigingsmiddelen kunnen zwareschade aan de wasautomaat veroor-zaken.Gebruik nooit dergelijke reinigings-middelen in de wasautomaat!Algemene tips – Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek. – Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze. – Sluit ritsen, haakjes en oogjes. – Knoop bed- en kussenovertrekkendicht zodat er geen ander textiel interecht kan komen.Was geen textiel dat volgens het onder-houdsetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen (Symbool: ).
2. Programma kiezen26Wasautomaat inschakelen Draai de keuzeschakelaar op een pro-gramma.ProgrammakeuzeEr zijn drie mogelijkheden om een pro-gramma te kiezen:1. Standaardprogramma's kiezen metde keuzeschakelaar Draai de keuzeschakelaar op het ge-wenste programma.Het gekozen programma verschijnt inhet display. Daarna verschijnt in het dis-play een scherm met de basisweerga-ve.2. Meer programma's kiezen via destand “Overige programma's/ ” enhet display: Draai de keuzeschakelaar op Overigeprogramma's.In het display staat:Sportkleding OK Loop met de sensortoetsen doorde programma's, totdat het gewensteprogramma in het display staat. Bevestig het gekozen programmamet sensortoets .OKIn het display verschijnen de parame-ters voor dit programma.
2. Programma kiezen273. Programma kiezen via de standMobileControl en Miele@mobileAppTip: Om MobileControl te kunnengebruiken, moet de wasautomaat zijnaangemeld op het WiFi-netwerk enmoet zijn ingescha-Afstandsbedieningkeld. Draai de keuzeschakelaar op Mobile-Control.In het display staat: Trommel vullen, deur sluiten en op "Start" drukken. Apparaat kan op afstand bediendworden Volg de aanwijzingen in het displayen start het programma.In het display staat: MobileControl De wasautomaat kan nu met deMiele@mobile-app worden bediend.
3. Trommel vullen28Deur openen Trek de deur bij de greep open.Controleer of er zich dieren of voor-werpen in de trommel bevinden,voordat u het wasgoed erin stopt.Bij een maximale belading is het ener-gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings-capaciteit overschreden, dan vallen dewasresultaten tegen en gaat het was-goed sneller kreuken. Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg wasgoed van verschillende groot-te in de trommel. Daardoor wordt eenbeter wasresultaat bereikt en kan hetwasgoed zich tijdens het centrifugerenbeter verdelen.Tip: Gebruik de maximale belading. De-ze wordt in het display aangegeven.Deur sluiten Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Zwaai de deur dicht.
4. Programma-instellingen kiezen29Temperatuur/Toerental kiezenU kunt een temperatuur/toerental vaneen wasprogramma wijzigen, als hetprogramma die mogelijkheid biedt.2:59 OK1400 Tip de sensortoetsen boven ofonder de temperatuur of het toerentalin het display aan, totdat de ge-wenste temperatuur/het gewenstetoerental in het display staat.Extra functie kiezen Tip de sensortoets van de gewensteextra functie aan. Deze gaat fel bran-den.Tip: U kunt bij een programma meerde-re extra functies kiezen.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen. Alseen extra functie niet gedimd is, is dieextra functie voor dat wasprogrammaniet toegestaan (zie hoofdstuk: “Extrafuncties”).Sensortoets Extra functiesMet de sensortoets Extra functies kuntu nog meer functies kiezen.
4. Programma-instellingen kiezen30 Voorprogrammering/SmartStartVoorprogrammeringMet de voorprogrammering kunt u hetprogramma op een later tijdstip latenstarten.Deze functie is actief als de instellingSmartGrid uitgeschakeld is.De uren kunnen op tot worden in-00 24gesteld. De minuten kunnen in stappenvan 15 minuten worden ingesteld op 00tot .45De starttijd instellen Tip sensortoets aan.In het display verschijnt:Start over OKh:0000 Stel met de sensortoetsen deuren in. Bevestig de instelling metsensortoets .OKHet display verandert:Start over OKh0006: Stel met de sensortoetsen de mi-nuten in. Bevestig de instelling metsensortoets .OKTip: Als u uw vinger continu op detoetsen houdt, verspringt de tijdautomatisch naar beneden of naar bo-ven.Starttijd wijzigenVoordat het programma start, kan degekozen starttijd worden gewijzigd.
Tip sensortoets aan. Wijzig desgewenst de aangegeventijd en bevestig deze met sensortoetsOK.Starttijd wissenVoordat het programma start, kan degekozen starttijd worden gewist. Tip sensortoets aan.De gekozen starttijd staat in het display. Stel met de sensortoetsen een waarde van in. Bevestig de00:00 hinstelling met sensortoets .OKDe gekozen starttijd is gewist.Na de programmastart kan de geko-zen starttijd alleen nog worden gewistof gewijzigd door het programma teonderbreken.
4. Programma-instellingen kiezen31SmartStartMet de functie SmartStart kunt u eentijdsbestek definiëren, waarbinnen dewasautomaat start. De wasautomaatstart door een signaal bijv. van uwenergieleverancier, als het stroomtariefheel laag is.Deze functie is actief als de instellingSmartGrid ingeschakeld is.U kunt een tijdsbestek tussen 15 minu-ten en 24 uur vastleggen. Binnen dittijdsbestek wacht de wasautomaat ophet signaal van de energieleverancier.Als er binnen dit tijdsbestek geen sig-naal wordt verzonden, start de wasau-tomaat het programma.Het tijdsbestek instellenAls u bij de instellingen de functieSmartGrid heeft geactiveerd, verschijntnadat u sensortoets in het displayaangetipt heeft niet meer ,Start overmaar (zie hoofdstuk: “In-SmartSt. overstellingen”, paragraaf: “SmartGrid”).U doet hetzelfde als bij het instellen vande tijd voor de voorprogrammering.
Voer de uren met de sensortoetsen in en bevestig de instelling metsensortoets .OKDe uren worden opgeslagen en het cij-ferblok voor de minuten is gemarkeerd. Voer de minuten met de sensor-toetsen in en bevestig de instel- ling met sensortoets .OK Tip sensortoets aan omStart/Stophet programma met SmartStart testarten.In het display verschijnt:SmartStart OK
5. Wasmiddel doseren32De wasautomaat biedt u verschillendemogelijkheden om wasmiddel te dose-ren.TwinDosDeze wasautomaat heeft het TwinDos-systeem.TwinDos moet geactiveerd zijn, zoalswordt uitgelegd in het hoofdstuk: “In-gebruikneming van het apparaat”.Hoe werken UltraPhase 1 enUltraPhase 2?UltraPhase1 is een vloeibaar wasmid-del dat vuil en de meest voorkomendevlekken verwijdert. UltraPhase 2 is eenbleekmiddel dat hardnekkige vlekkenverwijdert. Deze beide middelen wordentijdens het wasproces op verschillendetijdstippen gedoseerd voor een opti-maal wasresultaat. UltraPhase1 enUltraPhase2 reinigen wit en gekleurdtextiel grondig.
UltraPhase 1 enUltraPhase 2 zitten in dispensers dieniet kunnen worden hergebruikt en zijnverkrijgbaar via de webshop van Miele(shop.miele.de) of bij de Miele-vakhan-delaar.TwinDos-dosering inschakelenDe TwinDos-dosering is automatisch in-geschakeld bij alle programma's waarbijeen dosering mogelijk is.Tip: De doseringen van het wasmiddelzijn vanuit de fabriek ingesteld. Bij teveel schuimvorming kunt u de doseringverlagen met .Instellingen TwinDosTwinDos-dosering wijzigenU kunt de voorgestelde kleur van hetwasgoed wijzigen. Tip sensortoets of aan.Wit BontTwinDos-dosering uitschakelen Tip sensortoetsTwinDos aan.De sensortoets is nu gedimd en de do-sering is uitgeschakeld.
5. Wasmiddel doseren33 VuilgraadDe vervuiling van het wasgoed is inge-deeld in drie vuilgraden: – Licht vervuildEr zijn geen vlekken te zien – Normaal vervuildEr zijn verontreinigingen te zien en/ofwat lichte vlekken – Sterk vervuildEr zijn duidelijk vuil en/of vlekken tezien.De dosering van het wasmiddel viaTwinDos en de hoeveelheid water voorhet spoelen zijn voor de vuilgraad Normaal vervuild ingesteld. Tip sensortoets aan om een ande-re vuilgraad te kiezen.De hoeveelheid wasmiddel en spoelwa-ter worden aangepast aan de vuilgraad.Andere middelen gebruiken voor hetverwijderen van vlekkenAls u nog andere middelen gebruikt omvlekken te verwijderen, heeft u de vol-gende mogelijkheden: – De cap Booster gebruiken en de cap-suledosering activeren. – Vlekkenzout in vakje van de was-middellade gieten.
5. Wasmiddel doseren34WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken, diegeschikt zijn voor niet-professionelewasautomaten. Volg de gebruiks- endoseertips op de verpakking van hetwasmiddel op.Zorg ervoor dat de TwinDos-doseringis uitgeschakeld.Wasmiddel doseren Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer de wasmiddelen in de vakjes. Wasmiddel voor de voorwas Wasmiddel voor de hoofdwas enhet inwekenWasverzachter, appreteermiddel,stijfsel of capsuleWasverzachter gebruiken Doseer wasverzachter of stijfsel invakje . Doseer niet hoger dan depijl.Het middel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld. Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.Als u meermaals stijfsel heeft ge-bruikt, reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.
5. Wasmiddel doseren35Tips voor de doseringControleer bij het doseren van het was-middel hoe vuil het wasgoed is en hoe-veel wasgoed u heeft. Verminder dehoeveelheid wasmiddel bij een kleinerehoeveelheid wasgoed (bijv. bij een halvetrommel de hoeveelheid wasmiddel met⅓ verminderen).Te weinig wasmiddel: – Heeft als effect, dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt. – Bevordert schimmelvorming in dewasautomaat. – Heeft als effect, dat vet niet volledigverwijderd wordt. – Bevordert kalkaanslag op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel: – Heeft als effect dat het wasgoed nietgoed gereinigd, gespoeld en gecen-trifugeerd wordt. – Heeft als effect dat er meer waterwordt verbruikt door een automatischingeschakelde extra spoelgang.
– Versterkt de belasting voor het milieu.Gebruik van vloeibaar wasmiddel bijeen programma met voorwasAls een voorwas geprogrammeerd is,kan in de hoofdwas geen vloeibaarwasmiddel gebruikt worden.Gebruik de TwinDos-dosering om tewassen met voorwas.Tabs of pods gebruikenLeg tabs of pods met wasmiddel altijddirect bij het wasgoed in de trommel.Tabs of pods kunt u niet via de wasmid-dellade gebruiken.
5. Wasmiddel doseren36CapsuledoseringEr zijn capsules met drie verschillendesoorten inhoud: = Textielonderhoudsmiddelen(bijv. wasverzachters, impreg-neermiddelen) = Additieven (bijv. wasmiddel-versterkers) = Wasmiddelen (alleen voor dehoofdwas)Een capsule bevat altijd de juiste hoe-veelheid voor één wasbeurt.Deze capsules zijn verkrijgbaar via in-ternet (shop.miele.nl), bij Miele Neder-land of bij de Miele-vakhandelaar. Bewaar de capsules buiten hetbereik van kinderen.Capsuledosering inschakelen Tip sensortoets aan.In het display staat:OKGeen Cap Loop met de sensortoetsen doorde keuzelijst totdat de gewenste cap-sule in het display staat. Bevestig de capsuledosering metsensortoets .OKCapsule plaatsen Open de wasmiddellade. Open het klepje van vakje / . Druk de capsule er stevig in.
5. Wasmiddel doseren37 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.De capsule gaat open zodra deze inde wasmiddellade is geplaatst.Wordt de capsule ongebruikt weeruit de wasmiddellade gehaald, dankan de inhoud eruit stromen.Gebruik de capsule niet meer engooi deze weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd.Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in hetvakje .Wanneer u een capsule gebruikt,mag u niet óók nog eens een was-verzachter in vakje doseren. Verwijder de capsule na afloop vanhet wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de capsule zitten.Capsuledosering uitschakelenof wijzigenU kunt de capsuledosering alleen uit-schakelen of wijzigen voordat het pro-gramma start. Tip sensortoets aan. Kies (uitschakelen) of eenGeen Capandere capsulesoort (wijzigen).
6. Programma starten - Einde van het programma38Programma starten Tip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.De deur wordt vergrendeld (dit ziet uaan symbool in het display) en hetwasprogramma wordt gestart.Als u een starttijd voorgeprogrammeerdheeft, loopt deze in de tijdweergave af.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start ver-schijnt de programmaduur in de tijd-weergave.EnergiebesparingNa 10 minuten worden de indicatie-ele-menten donker. Sensortoets Start/Stopknippert.U kunt de indicatie-elementen weer in-schakelen: Tip sensortoets aan (datStart/Stopheeft geen invloed op een lopendprogramma).Programma-eindeTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld en knipperen in hetdisplay afwisselend:Einde/Kreukbev. OKenDruk op Stop OK Tip sensortoets aan. DeStart/Stopdeur wordt ontgrendeld. Open de deur.
Neem het wasgoed uit de trommel.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven.Controleer of de trommel leeg is! Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Tip: Laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen. Draai de keuzeschakelaar op . Dewasautomaat is nu uitgeschakeld. Heeft u een capsule gebruikt, verwij-der deze dan uit de wasmiddellade.Tip: Laat de wasmiddellade op eenkiertje openstaan, zodat de lade kandrogen.
Centrifugeren39EindcentrifugetoerentalWanneer u een programma kiest, ver-schijnt in het display altijd het optimalecentrifugetoerental voor dit programma.In sommige wasprogramma's kan eenhoger centrifugetoerental worden geko-zen.In de tabel staat het hoogst mogelijkecentrifugetoerental. Programma Omw./min Katoen 1400 Kreukherstellend 1200 Fijne was 900 Wol 1200 Zijde 600 Overhemden 900 Express 20 1200 Donker wasgoed / Jeans 1200 Outdoor 800 Impregneren 1000 Sportkleding 1200 Automatic extra 1400 Alleen spoelen/Stijven 1400 Pompen/Centrifugeren 1400 Machine reinigen 900Centrifugeren tussen de spoel-gangenHet wasgoed wordt na de hoofdwas entussen de spoelgangen gecentrifu-geerd.
Als het eindcentrifugetoerentalverlaagd wordt, wordt ook het centrifu-getoerental bij het spoelen verlaagd.Eindcentrifugeren uitzetten(spoelstop)Bij een spoelstop blijft het wasgoed nade laatste spoelbeurt in het water lig-gen. Daardoor kreukt het wasgoed min-der wanneer u het niet direct uit detrommel haalt. Stel het toerental in.Wilt u alsnog eindcentrifugeren:De wasautomaat biedt voor het centri-fugeren het maximaal toegelaten toe-rental aan. U kunt het toerental verla-gen.
Tip sensortoets aan.Start/StopWasprogramma beëindigenAls u het wasgoed doornat wilt verwij-deren zonder centrifugeren: Verlaag het toerental tot .0 Tip sensortoets aan.Start/StopHet water wordt afgepompt.Centrifugeren tussen de spoel-gangen en eindcentrifugerenoverslaan Verlaag voor de start van het waspro-gramma het toerental tot .0 Tip sensortoets aan.Start/StopNa de laatste spoelgang wordt het wa-ter afgepompt en wordt de kreukbeveili-ging ingeschakeld.In enkele programma's wordt een extraspoelgang ingelast.
Programma-overzicht40Programma's op keuzeschakelaar Katoen 90°C tot koud Maximaal 8,0 kg Wasgoed Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed,tafellakens en servetten Let op De instellingen 60°C/40°C onderscheiden zich van / daarin dat: – de programma's korter duren; – de temperatuurstops langer worden aangehouden; – het energieverbruik hoger is.Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol-doen is een temperatuur van 60°C of hoger geschikt. Katoen Maximaal 8,0 kg / Wasgoed Normaal vervuild wasgoed van katoen of linnen Let op – Deze instellingen zijn vanuit energie- en wateroogpunt voor hetwassen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele WWE 660 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine