Miele WT 945 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele WT 945 (76 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele WT 945 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
Gebruiksaanwijzing
voor de was-droogautomaat
WT 945
Lees de gebruiksaanwijzingbeslist
voordat u uw was-droogautomaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
04 972 760M.-Nr.

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: WT 945

Handleiding Miele WT 945 – volledige tekst

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 5Het verpakkingsmateriaal. 5Het afdanken van het apparaat. 5Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Algemeen. 10Specifieke kenmerken. 10Speciale programma's. 10Voorkeuze. 10Programmavergrendeling. 10Het programmeren van aanvullende functies. 10Programma-actualisering (PC). 10Bedieningspaneel. 11Belangrijke bedieningselementen. 12Programmakeuzeschakelaars. 12Toetsen voor de extra functies. 12"Centrifugeren" - toets met controlelampjes. 12Tips om energie te besparen. 13Vóór de eerste wasbeurt. 14Het schoonspoelen van de trommel. 14Zo wast u goed. 15Programma-overzicht. 15Alleen wassen. 18Voordat u gaat wassen. 18Het inspecteren van het wasgoed. 18Het sorteren van het wasgoed. 18Het voorbehandelen van vlekken. 18Wanneer u gaat wassen. 19Extra functies bij de wasprogramma's. 20Waskaart. 21Voorkeuze. 24Nadat u heeft gewassen. 24Inhoud2.

Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen vanwasgoed uit de trommel. 25Programmaverloop. 26Wasmiddelen. 28Het kiezen van wasmiddel. 28Wateronthardingsmiddel. 28Wasmiddelen met verschillende componenten. 28Wasmiddelen. 29Wasverzachters en stijfsels. 29Automatisch spoelen met wasverzachter of stijfsel. 29Apart spoelen met wasverzachter of synthetisch stijfsel. 29Apart spoelen met stijfsel. 29Zo droogt u goed. 30Algemene tips voor het drogen. 30Programma-overzicht. 31Alleen drogen. 33Voordat u gaat drogen. 33Wanneer u gaat drogen. 34Extra functies bij de droogprogramma's. 34Voorkeuze. 35Einde van het programma. 35Nadat u heeft gedroogd. 35Zo wast en droogt u goed. 36Achter elkaar wassen en drogen. 36Nadat u heeft gewassen en/of gedroogd. 37Het wijzigen van het programmaverloop. 39Vergrendeling. 40Inhoud3.

Reiniging en onderhoud. 41Het reinigen van de was-droogautomaat. 41Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 43Het reinigen van het watertoevoerzeefje. 45Nuttige tips. 46Het oplossen van problemen. 46Het programma begint niet. 47Het programma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 48Het programma verloopt normaal maar er volgt een foutmelding. 49Algemene problemen of een tegenvallend was- of droogresultaat. 50Het openen van de deur bij stroomuitval. 56Technische Dienst. 57Het plaatsen en aansluiten van de was-droogautomaat. 58Het apparaat in één oogopslag. 58Plaats van opstelling. 59Het plaatsen van de was-droogautomaat. 59Het stellen van de was-droogautomaat. 61De stelvoeten. 61Het plaatsen van de was-droogautomaat onder een werkblad. 62Het aansluiten van de watertoevoer. 63Het aansluiten van de waterafvoer. 64Elektrische aansluiting. 65Verbruiksgegevens. 66Technische gegevens.

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevattenmeestal nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grof vuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is om het ap-paraat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking).Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.

Lees eerst de gebruiksaanwijzingdoor voordat u uwwas-droogautomaat voor het eerstgebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de veiligheid, hetgebruik en het onderhoud van hetapparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voor-komt onnodige schade aan uw ap-paraat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de was-droogautomaat. Efficiënt gebruikDeze was-droogautomaat is uitslui-tend bestemd voor huishoudelijkgebruik.

Deze was-droogautomaat is uitslui-tend bestemd– voor het wassen van textiel dat vol-gens de aanwijzingen van de fabri-kant op het wasetiket in de wasauto-maat mag worden gewassen en te-vens voor het wassen van wol datvolgens het etiket alleen met dehand mag worden gewassen;– voor het drogen van textiel dat in wa-ter is gewassen en volgens de aan-wijzingen van de fabrikant op hetwasetiket in de droogautomaat magworden gedroogd. Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ver -antwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening. Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde was-droogautomaatmag niet worden geplaatst en niet ingebruik genomen.

Voordat u de was-droogautomaataansluit dient u altijd de aansluitge-gevens (zekering, spanning en frequen-tie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet te vergelijken. Deze moe-ten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dewas-droogautomaat is uitsluitend ge-garandeerd als deze wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsbepalingen is geïn-stalleerd. Bij twijfel moet de huisinstallatie door eenvakman/vakvrouw worden geïnspec-teerd. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad.

De was-droogautomaat voldoetaan de voorgeschreven veilig-heidsbepalingen. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de ge-bruiker opleveren, waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. Reparaties mogen alleen door erkendevakmensen van Miele worden uitge-voerd. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.

Wanneer er een storing wordt ver-holpen en wanneer dewas-droogautomaat wordt gereinigd enonderhouden mag er geen elektrischespanning op het apparaat staan. Dat is het geval als aan één van de vol-gende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld of– als de stekker uit het stopcontact isgetrokken. Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Door oververhitting kan brand ontstaan. De was-droogautomaat mag alleenmet een nieuwe slangenset mettoebehoren op de waterleiding wordenaangesloten. Een oude slangenset magniet opnieuw worden gebruikt. Controleer de slang met toebehoren re-gelmatig, zodat u deze wanneer dat no-dig is kunt vervangen en zo waterscha-de voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, mag deze alleen dooreen Miele-aansluitkabel worden vervan-gen. GebruikDe was-droogautomaat mag uit-sluitend door een vakman/vak-vrouw op een niet-stationaire locatie(bijvoorbeeld een boot of camper) wor-den ingebouwd en aangesloten. Hierbijmoet aan alle voorwaarden voor eenveilig gebruik worden voldaan. Let op. De metalen kap is na hetdrogen heet. Zet de deur na het drogen wijd open. Raak de metalen kap die zich aan debinnenkant op het deurglas bevindt,niet aan. Deze is erg heet en u zou zichdaaraan kunnen branden. Plaats uw was-droogautomaat nietin vorstgevoelige ruimten.

Denk eraan dat er water kan over-stromen. Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande was-droogautomaat beschadigen(bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde onderdelen kunnen ophun beurt weer schade aan het was-goed veroorzaken. Wanneer u op hoge temperaturenwast, denk er dan aan dat het glasvan de deur heet wordt. Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken. Wanneer u het wasmiddel op dejuiste manier doseert is het niet no-dig dat u de was-droogautomaat ont-kalkt.

Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten. Deze middelenzijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhan-delaar of bij de afdeling Onderdelenvan Miele Nederland B. V. Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op. Gebruik in dezewas-droogautomaat nooit reini-gingsmiddelen die een oplosmiddel be-vatten, zoals wasbenzine. Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat bescha-digen en kunnen er giftige dampen ont-staan. Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet. Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóór dat het in dewas-droogautomaat wordt gewassen,grondig in helder water worden uitge-spoeld.

kussens of jacks).Wanneer de vulling er uitkomt kandat brand veroorzaken.Haal voordat u gaat drogen even-tuele doseerkogels en doseerzak-jes uit het wasgoed.Wanneer deze voorwerpen worden ge-droogd, kunnen ze smelten en dewas-droogautomaat en het wasgoedbeschadigen.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit het stopcontact enmaak deze samen met de aansluitkabelonbruikbaar.U voorkomt hiermee dat dewas-droogautomaat verkeerd wordt ge-bruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Met deze was-droogautomaat kunt u:–alleen wassenDe beladingshoeveelheid is afhan-kelijk van het wasprogramma en ismaximaal 5 kg.–alleen drogenDe beladingshoeveelheid is afhan-kelijk van het droogprogramma en ismaximaal 2,5 kg.of–achter elkaar wassen en drogenDe beladingshoeveelheid is afhan-kelijk van het programma en is maxi-maal 2,5 kg.Specifieke kenmerkenSpeciale programma's– WOL (/)In dit programma kan met de handwasbaar textiel van wol of wolmeng-weefsels worden gewassen.– MINIIn dit programma kan een kleine hoe-veelheid licht vervuild textiel wordengewassen dat anders met de bontewas meegaat.– Extra spoelenIn dit programma kan wasgoed wor-den behandeld dat alleen maar moetworden gespoeld en gecentrifu-geerd.VoorkeuzeMet de voorkeuze kunt u het tijdstip dathet door u gekozen programma startmet minimaal 1 uur en maximaal 9 uurvan tevoren instellen.ProgrammavergrendelingMet het inschakelen van de elektroni-sche programmavergrendeling voor-komt u dat de was-droogautomaat tij-dens een programma wordt geopenden dat het programma wordt afgebro-ken.Na afloop van het programma wordt deprogrammavergrendeling automatischopgeheven.Het programmeren van aanvullendefunctiesU kunt een aantal aanvullende functiesprogrammeren om het was- en/of droog-programma nog beter af te stemmen ophet soort wasgoed en de manier waaropu dit wilt wassen en/of drogen.Wanneer u deze functies wilt program-meren verschijnen ze in het display.Programma-actualisering (PC)Wasmiddelen, textiel, was- en droogge-woonten en was- en droogvoorschriftenzullen in de toekomst veranderingenondergaan.De was- en droogprogramma's zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het was- en droog-programma te updaten en in het Novo-tronic-geheugen van uw was-droog-automaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampje"Toevoer/Afvoer".Miele zal op tijd aangeven wanneer deprogramma's kunnen worden geactuali-seerd.Algemeen10

BedieningspaneelaToets "Voorkeuze" en displayMet deze toets kunt u het starttijdstipvan het door u gekozen programmavan tevoren instellen.De voorgeprogrammeerde tijd ver-schijnt in het display.bToets "START"Met deze toets kunt u een was- ofdroogprogramma starten.Het controlelampje bij de toets gaatknipperen zodra het door u gekozenprogramma kan starten.cToets "Deur"Met deze toets kunt u de deur van dewas-droogautomaat openen.dToets " "j kMet deze toets kunt u dewas-droogautomaat in- en uitschake-lenen het programma onderbreken.eProgrammakeuzeschakelaar"WASSEN"Met deze schakelaar kunt u een ba-siswasprogramma en een tempera-tuur kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechtsom of linksom worden ge-draaid.fToets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u– een ander centrifugetoerental,– "Spoelstop" of– "Zonder centrifugeren" kiezen.gToetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties kiezen.Wanneer u een extra functie in- of uit-schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje branden, resp.

uit.hProgrammakeuzeschakelaar"DROGEN"Met deze schakelaar kunt u eendroogprogramma en een droogte-graad kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechtsom of linksom worden ge-draaid.iControlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdens hetwas-droogprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.Andere controlelampjesDeze controlelampjes geven een pro-bleem aan.Algemeen11

BelangrijkebedieningselementenProgrammakeuzeschakelaarsMet de programmakeuzeschakelaarskunt u instellen:– een basiswasprogramma met eentemperatuur en– een droogprogramma met eendroogtegraad. Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra functiesin- en uitschakelen. De extra functies dienen ter aanvullingvan de basiswasprogramma's. Een extra functie kunt u inschakelen doorop de desbetreffende toets te drukken. Wanneer u dat doet gaat het daarbijbehorende controlelampje branden. Een gekozen extra functie kunt u uit-schakelen door nog een keer op dedesbetreffende toets te drukken. Wanneer u dat doet gaat het daarbijbehorende controlelampje uit. Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet van toepassingzijn, kunt u niet inschakelen. Het daarbijbehorende controlelampje gaat uit zo-dra u de toets loslaat.

"Centrifugeren" - toets metcontrolelampjesMet deze toets kunt u een centrifuge-toerental,SpoelstopofZonder centrifu-gerenkiezen. Het maximale centrifugetoerental ver-schilt van programma tot programma. Kiest u een hoger toerental dan binnenhet gekozen programma mogelijk is,accepteert het apparaat dat niet. De controlelampjes geven aan wat ugekozen heeft. Centrifugeren met 400 - 1500 omw/minU kunt een centrifugetoerental instellenvoor:– het eindcentrifugeren bij het wassen of– het thermocentrifugeren bij het drogen. Zie ook hoofdstuk: "Drogen", para-graaf: "Het kiezen van een droogpro-gramma". U kunt het eindcentrifugeren bij hetwassen ook overslaan. ^Druk op deCentrifugeren- toets totSpoelstopHet wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd en blijft aan het einde van hetwasprogramma in het water van delaatste spoelgang liggen.

Het wasgoed kreukt dan niet wanneer uhet niet direct na afloop van het pro-gramma uit het apparaat haalt. Het voortzetten van het programma:– met eindcentrifugeren:Kies met deCentrifugeren- toets hetgewenste centrifugetoerental.

– zonder eindcentrifugeren:Druk zo vaak op deCentrifugeren-toets totdat het controlelampjeZon-der centrifugerengaat branden. Zonder eindcentrifugerenHet wasgoed wordt na de laatste spoel-gang niet gecentrifugeerd. De was-droogautomaat schakelt na hetpompen direct over op de kreukbeveili-ging. Algemeen12.

–Benut indien mogelijk bij ieder pro-gramma dat u kiest de maximale be-ladingscapaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.– Kies het programma MINI voorkleinere hoeveelheden wasgoed.– Was licht vervuild wasgoed met deextra functieKort.– Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende.– Gebruik voor sterk vervuild wasgoedde extra functieInweken. Dan kunt uvoor de hoofdwas een lagere tempe-ratuur instellen.– Gebruik wanneer het mogelijk is deextra functieInwekenin plaats vande extra functieVoorwas. Bij het in-weken en de hoofdwas die daar di-rect op volgt wordt hetzelfde sop ge-bruikt.–Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.– Gebruik bij kleinere beladingshoe-veelheden minder wasmiddel. Is deautomaat bijv.

maar voor de helft be-laden, dan is er ca. 1/3 minder was-middel nodig.– Door de beladingsautomaat kunnende wastijden variëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed kan de hoofdwas korter zijn enkan één spoelgang vervallen.– Kies een hoog centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de was-droogautomaat wiltdrogen of wanneer u wilt thermocen-trifugeren.Tips om energie te besparen13

Controleer voordat u uwwas-droogautomaat voor het eerstgebruikt of het apparaat volgens deregels is geplaatst en aangesloten.Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan-sluiten van de was-droogautomaat".Iedere was-droogautomaat wordt inde fabriek op zijn werking getest. Hetis mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Het schoonspoelen van detrommel^Draai de kraan open.^Draai de beide programmakeuze-schakelaars op standEinde.^Schakel de was-droogautomaat metde - toets in.j kLeg geen wasgoed in de trommel.^Doseer daarom slechts max.

1/4 vande op de wasmiddelverpakking aan-gegeven hoeveelheid wasmiddel invakje van de wasmiddellade.j^Draai de programmakeuzeschake-laar WASSEN op WITTE WAS / BON-TE WAS 60°C.^Druk op de toetsExtra water^Druk zo vaak op deCentrifugeren-toets, totdat het controlelampjeZon-der centrifugerengaat branden.^Druk op de START - toets.Eventueel vuil is aan het einde van hetprogramma weggespoeld.Geheugensteuntje voor de water-hardheidHoeveel wasmiddel u moet doserenhangt van verschillende factoren af.Eén van deze factoren is de waterhard-heid.Informeer bij uw waterleidingbedrijfnaar de waterhardheid in uw regio.Aan de achterkant van het front van dewasmiddellade bevindt zich een gelespatel.^Haal deze spatel er af.^Draai de stelknop met behulp van despatel op de juiste hardheidsgraad.Vóór de eerste wasbeurt14

Programma-overzichtFIJNE WASTextielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels, kunst-zijde of kreukherstellend gemaakt katoen, bijv. overhem-den of blousesVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kanworden gewassen.Extra functies Inweken, Voorwas, KortBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder.–Vitrage trekt veel stof aan en moet dus vaker dan an-der textiel in een programma met de extra functieVoor-wasworden gewassen.–Reduceer bij kreukgevoelige vitrage het centrifugetoe-rental of centrifugeer helemaal niet.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax. belading 1 kgWOLTextielsoort Wasgoed van wol en wolmengweefsels dat met de handof in de wasautomaat mag worden gewassen.Bijzondere tip Reduceer bij wasgoed dat uit andere vezels bestaat–en dat met de hand mag worden gewassen, het centri-fugetoerental of centrifugeer helemaal niet.Wasmiddelen WolwasmiddelenMax.

belading 1 kgMINITextielsoort Licht vervuild wasgoed dat in het programma voor debonte was mag worden gewassenExtra functie Extra waterBijzondere tip –Doseer minder waspoeder. Dit programma heeft name-lijk een halve belading.Wasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelenMax. belading 2,5 kgZo wast u goed16

Programma-overzichtStijvenTextielsoort Tafellakens, servetten, schorten en beroepskledingBijzondere tip –Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag nietmet wasverzachter nabehandeld zijn.Max. belading 5 kgPompen / CentrifugerenBijzondere tip –Alleen pompen: zet het centrifugetoerental opZondercentrifugeren.Max. belading 5 kgExtra spoelenTextielsoort Wasgoed dat alleen maar moet worden uitgespoeld engecentrifugeerdMax. belading 5 kgPluizen wegspoelenBijzondere tip Met dit programma kunnen pluizen worden wegge-–spoeld die na een droogprogramma in de trommel zijnachtergebleven.Tijdens dit programma mag er zich geen textiel inde trommel bevinden!Bij de programma's met de temperatuuraanduiding "Koud" wordt het water tot24°C verwarmd. Hiermee worden temperatuurswisselingen in het drinkwater ge -compenseerd en de wasmiddelwerking versterkt.Zo wast u goed17

Alleen wassenWanneer u alleen wilt wassen, moetde programmakeuzeschakelaarDROGEN op standEindestaan. Isdat niet het geval, dan volgt directna het wasprogramma het inge -stelde droogprogramma.Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van dewas-droogautomaat beschadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit -sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle -ding, zoals bh-beugels, niet los kun -nen raken.

Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage de haakjes en deloodband of wikkel ze in een doek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin -nenstebuiten als de fabrikant dat ad -viseert.^Doe kussenslopen dicht zodat ergeen kleiner wasgoed in kan komen.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar de kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.Wat voor soort wasgoed in welk pro-gramma moet worden gewassen,staat op de volgende bladzijden.^ Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen. Het symbooldaarvoor is: ).h^ Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont -staan zijn.

B Schakel de was-droogautomaat in^door op de - toets te drukken.C Open de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen.D Vul de trommel^door het wasgoed ontvouwd en los -jes in de trommel te leggen.Wanneer er stukken wasgoed van ver -schillende grootte in de trommel liggenis dat beter voor de waswerking en deverdeling van het wasgoed tijdens hetcentrifugeren.Benut indien mogelijk bij ieder pro-gramma dat u kiest de maximale bela-dingscapaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.Wanneer de maximale beladingscapa-citeit echter wordt overschreden, vallende wasresultaten tegen en gaat hetwasgoed sneller kreuken.E Sluit de deurLet er daarbij op dat er niets tussendeur en manchet beklemd raakt.F Draai de kraan openWanneer u gaat wassenG Kies een wasprogramma^ door de programmakeuzeschakelaarop de gewenste stand te draaien.H Kies een centrifugetoerental^door zo vaak op deCentrifugeren-toets te drukken totdat het controle -lampje oplicht van het door u ge -wenste centrifugetoerental.Het maximale centrifugetoerental kan vanprogramma tot programma verschillen.Kiest u een hoger toerental dan binnenhet gekozen programma mogelijk is, ac -cepteert het apparaat dat niet.Zo wast u goed19

Extra functies bij de waspro-gramma'sIKies eventueel (een) extra functie(s)^ door op de toets(en) van de ge-wenste extra functie(s) te drukken.Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet van toepassingzijn, kunt u niet inschakelen. Wanneer ueen toets van zo'n functie indrukt gaathet daarbij behorende controlelampjeuit zodra u de toets loslaat.InwekenVoor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door ingedroogde vlekkendie er moeilijk uitgaan (bijv.

bloed,vet en cacao).Duur van het inweekproces:2 uur.Het doseren van wasmiddel bij ge-bruik van de extra functie "Inweken"De verdeling van de door de wasmid -delenfabrikant aanbevolen hoeveelheidwasmiddel is afhankelijk van het pro -gramma dat op het inweken volgt.Bij programma's zonder voorwas :– Doseer de totale hoeveelheid was -middel in vakje of direct op hetjwasgoed in de trommel.Bij programma's met voorwas :– Doseer 1/4 van het wasmiddel invakje voor het inweken en deivoorwas en 3/4 van het wasmiddel invakje voor de hoofdwas.jVoorwasVoor sterk vervuild wasgoedExtra waterWanneer u deze functie heeft in-geschakeld, wordt de waterstand inalle programmafases van deprogramma's WITTE WAS / BONTEWAS, KREUKHERSTELLEND en MINI40°C verhoogd.– Bij bijzonder fijne textielsoorten– Bij moeilijk in te spoelen wasmidde -len– Wanneer aan het spoelresultaat bij -zondere eisen worden gesteldKortVoor licht vervuild wasgoedWanneer u deze functie hebt ingescha -keld, wordt de programmaduur verkort.In de programma's WITTE WAS / BON -TE WAS en KREUKHERSTELLENDwordt er slechts twee keer met een ver -hoogde waterstand gespoeld.Zo wast u goed20

In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht. Het mag niet wordenverward met een garantie hoe het tex-tiel zich in het gebruik zal gedragen.Het behandelingsetiket waarborgt dathet textielproduct bij de aanbevolen be-handeling lijdt.geen schade Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren. Het mag nietteveel krimpen of vervormen, de lijmenmogen niet loslaten en bij de eerste vierkeer reinigen zijn ontleding, smelten,vergelen, pillen en blijvende kreukelsontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.De waskaart is als handige sticker bijde VTWS verkrijgbaar.

U kunt deze stic -ker op uw Miele-wasautomaat plakken.Meer informatie over textiel en de reini-ging ervan treft u aan in het boekje"Textiel ABC". Ook dit boekje kunt u bijde VTWS verkrijgen en wel door over-making van Euro 8,- op gironummer666402 t.n.v. VTWS in Delft.Het telefoonnummer van de VTWS is015 - 261 12 05.Zo wast u goed22

JDoseer het wasmiddelHet is belangrijk om niet te weinig enniet te veel te doseren, want . . .. . .te weinig wasmiddel heeft tot gevolgdat:– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;– er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten;– er zich kalk in de kuip afzet.. . .

te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat:– er sterke schuimvorming optreedt,de waswerking daardoor gering enhet reinigings-, spoel- en centrifu-geerresultaat niet optimaal is;– er automatisch een extra spoelgangwordt ingeschakeld waardoor ermeer water wordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast.Via vakje wordt het wasmiddel vooride voorwas in de trommel gespoeld.Via vakje wordt het wasmiddel voorjde hoofdwas in de trommel gespoeld.Is de capaciteit van vakje niet volj-doende (in gebieden met zeer hard wa-ter), kan de Technische Dienst ook vak-je daarvoor activeren.i^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak-jes.i= Wasmiddel voor de voorwasWanneer u de extra functieVoorwashebt gekozen, neemdan 1/4 van de totale aanbevo-len wasmiddelhoeveelheid.j= Wasmiddel voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneer udeze extra functie hebt gekozen.p= Wasverzachter, synthetische ofandere stijfselsNadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".Zo wast u goed23

VoorkeuzeKSchakel eventueel een voorkeuzeinMet deVoorkeuze- toets kunt u hetstarttijdstip van het door u gekozen pro-gramma minimaal uur en maximaal i 9uur van tevoren instellen.^Druk zo vaak op deVoorkeuze- toetstotdat de tijd in het display verschijntdie u wilt voorprogrammeren.Nadat u op de START - toets hebt ge-drukt wordt de voorgeprogrammeerdetijd in het display per uur afgeteld.Daarna begint het programma automa-tisch.Het wissen van de voorkeuze^Druk wanneer het display uur aan-9geeft nog een keer op deVoorkeuze- toets of^schakel de was-droogautomaat metde - toets uit.MemoryWanneer bij een programma (een)extra functie(s) wordt/worden geko-zen en/of het centrifugetoerentalwordt gewijzigd, slaat dewas-droogautomaat deze instellingenop.Wanneer u de volgende keer hetzelfdebasiswasprogramma kiest, geeft de au-tomaat het opgeslagen centrifugetoe-rental en de eventuele opgeslagen ex-tra functie(s) weer aan.Uitzondering: VoorkeuzeLStart het programmaHet controlelampje van de START -toets gaat knipperen zodra het pro-gramma kan worden gestart.^Druk op de START - toets.Het controlelampje van de START -toets gaat nu branden.Nadat u heeft gewassenWanneer u met maximale beladingheeft gewassenWanneer u met maximale beladingheeft gewassen en het wasgoed di -rect daarna in dewas-droogautomaat wilt drogen, hal-veer dan de belading en verdeel hetwasgoed over 2 keer.Voor meer informatie verwijzen wij unaar het hoofdstuk: "Nadat u heeft ge-wassen en/of gedroogd".Zo wast u goed24

Het bijvullen van de trommel ofhet voortijdig verwijderen vanwasgoed uit de trommelU kunt bij de volgende programma'snog wasgoed in de trommel leggen ofwasgoed uit de trommel halen, nadat uhet programma heeft gestart:– WITTE WAS / BONTE WAS– KREUKHERSTELLEND– MINI 40°C^Druk op deDeur- toets totdat dedeur openspringt.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend en wel wan-neer:– de temperatuur van het sop bovende komt;70°C (Dit geldt niet wanneer de aanvul-lende functie "Het openen van dedeur bij hoge temperaturen" is ge-programmeerd.

ProgrammaverloopDe was-droogautomaat beschikt overeen volledig elektronische besturingmet beladingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheiden het soort wasgoed.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.

De elektroni-ca van de was-droogautomaat kan dehoeveelheid water meten die het was-goed opneemt en die moet worden bij-gepompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma's dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes voor het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro-gramma zich op dat moment bevindt.WITTE WAS / BONTE WASHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: laagSpoelgangen: 3 of 41)Centrifugeren...

30 minuten nahet einde van het programma inge-schakeld.1) Een vierde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer:– er teveel schuim in de trommel zit;– er een lager centrifugetoerental isgekozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugerenis gekozen.2) Centrifugeren tussen de spoel-gangen:Het wasgoed wordt tussen de spoel-gangen gecentrifugeerd.3) Pendelspoelen:Aan het einde van de hoofdwas koelthet sop in fases af door in- enwegstromend water.Dat vermindert het risico dat het was-goed gaat kreuken.Zo wast u goed27

Ook vloeibare,compacte (geconcentreerde) wasmid-delen, tabletten en wasmiddelen metverschillende componenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes ge -bruiken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en voor de dose-ring van de wasmiddelen bij volle bela-ding kunt u vinden op de wasmiddel-verpakking.De dosering is van verschillende fac-toren afhankelijk.– De hoeveelheid wasgoed– De mate waarin het wasgoed is ver-vuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.– De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitsehardheid°dHI Zacht 0 - 10II Gemiddeld 10 - 16III Hard totzeer hard> 16WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan 10°dHkunt u een wateronthardingsmiddel ge-bruiken om wasmiddel te besparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.

Wasverzachters en stijfselsMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u was-goed zoals overhemden, tafellinnen enbeddengoed beter in model.Met andere stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer deze middelen volgens deaanwijzingen van de fabrikant.Automatisch spoelen metwasverzachter of stijfsel^Open het klepje van vakje .p^Doseer de wasverzachter of het (syn -thetische) stijfsel in dit vakje.Doseer niet hoger dan de pijl.^Sluit het klepje en schuif de wasmid-dellade weer naar binnen.De wasverzachter of het (synthetische)stijfsel wordt automatisch met het laat-ste spoelwater in de trommel gespoeld.Aan het einde van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakjepstaan.Reinig de wasmiddellade wanneer uverschillende keren automatisch metstijfsel heeft gespoeld, vooral dezuighevel.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of het syn-thetische stijfsel in vakje .p^Draai de programmakeuzeschake-laar WASSEN op de standStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfsel^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar WASSEN opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Wasmiddelen29

Algemene tips voor het drogen^Controleer voordat u wasgoed in deautomaat wilt gaat drogen, welkdroogsymbool in het wasetiket vanhet wasgoed is afgebeeld. qDrogen op een normale temperatuurrDrogen op een lage temperatuurKies hiervoor de extra functie:Behoedzaam drogen. sNiet geschikt om in de auto-maat te worden gedroogdWanneer er geen droogsymbool in hetwasetiket staat, gelden in principe devolgende regels:– Wit en bont wasgoed moet met "WIT-TE WAS / BONTE WAS" en kreukher-stellend wasgoed met "KREUKHER-STELLEND" worden gedroogd. – Fijn wasgoed, bijv. van acryl, moetop een lage temperatuur worden ge-droogd. Kies daarbij nog de extra functieBe-hoedzaam drogen. Houd in het geval dat onderstaandetextielsoorten volgens het wasetiketin de automaat mogen worden ge-droogd, rekening met het volgende:– Wol en wolmengweefsels hebben deneiging om te vervilten en te krim-pen.

– De binnen- en buitenvoering van tex-tiel met dons (bijv. dekbedden) heeftde neiging om te krimpen. – Zuiver linnen kan ruw worden. Meer tips voor het drogen:T-shirts en tricot krimpen vaak wanneerze voor het eerst worden gewassen. Droog ze dus niet te lang en te heet omte voorkomen dat ze nog verder krim-pen. Koop dit soort textiel eventueeléén of twee maten te groot. Gesteven wasgoed kunt u in de auto-maat drogen. Doseer echter vóórdat ugaat wassen de dubbele hoeveelheidstijfsel voor hetzelfde effect. Kreukgevoelig wasgoed mag niet telang worden gedroogd. Kreukherstellende overhemden of blou-ses van 100% katoen hebben afhan-kelijk van de kwaliteit en het model deneiging om te kreuken. Droog zulk wasgoed met een vrij kortprogramma en met een vrij lage droog-tegraad. In het uiterste geval moet u dit was-goed niet in de automaat, maar op eenhangertje drogen.

belading 2,5 kgMangeldroogTextielsoort Katoen of linnen dat na afloop van het droogprogrammadoor de mangel wordt gehaald; ook gesteven wasgoedExtra functies Thermocentrifugeren (max. 1500 omw/min), BehoedzaamdrogenTip –Rol het wasgoed op zolang het nog niet door de mangelwordt gehaald. Zo wordt opdrogen voorkomen.Max. belading 2,5 kgZo droogt u goed31

belading 1 kgTIJDKEUZE 20 min / 30 min / 40 min / 60 minKies in het begin niet de langste droogtijd. Probeer eerst uit na hoeveel tijd hetwasgoed droog genoeg is naar uw zin.Textielsoort Wasgoed dat nog niet droog is en moet worden nagedroogdWasgoed dat bestaat uit verschillende soorten textiel, die opverschillende manieren moeten worden gedroogdExtra functie Behoedzaam drogenTip –Kies bij het drogen van kreukherstellend wasgoedaltijd de extra functie Behoedzaam drogen.Max. belading 1 - 2,5 kg (afhankelijk van het soort wasgoed)Zo droogt u goed32

Alleen drogenAlleen drogen is noodzakelijk als nietal het gewassen textiel in de auto-maat mag worden gedroogd of alsde hoeveelheid gewassen textiel demaximale beladingscapaciteit voorhet drogen overschrijdt.Wanneer u alleen wilt drogen moetde programmakeuzeschakelaarWASSEN op de standEindestaan.Is dat niet het geval, dan begint vóórhet droogprogramma het ingesteldewasprogramma.Voordat u gaat drogenASorteer het wasgoed^zo veel mogelijk naar textielsoort ennaar restvocht.Zo krijgt u een gelijkmatig droogre-sultaat.BSchakel de was-droogautomaat in^door op de - toets te drukken.COpen de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen.DVul de trommel^door het wasgoed ontvouwd en los-jes in de trommel te leggen.Maximale beladingscapaciteit:WITTE WAS / BONTE WAS . . . . . 2,5 kgKREUKHERSTELLEND . . . . . . . . 1,0 kgTIJDKEUZE . . . . . . . . . . . . . . . . .

2,5 kgVerwijder eventuele doseerbolletjesof doseerzakjes.Deze voorwerpen kunnen tijdens hetdroogprogramma smelten en hetwasgoed en het apparaat bescha-digen.Zorg ervoor dat u de beladingsca-paciteit van het door u te kiezen pro-gramma niet overschrijdt.Een te volle trommel is slecht voorhet wasgoed en heeft een negatiefeffect op het droogresultaat.ESluit de deurLet er daarbij op dat er niets tussendeur en manchet beklemd raakt.FDraai de kraan openZo droogt u goed33

Wanneer u gaat drogenGKies een droogprogrammaDe droogprogramma's worden in deparagraaf: "Overzicht van de droogpro-gramma's" nader uiteengezet.^Draai de programmakeuzeschake-laar op de gewenste stand.^Kies bij kreukherstellend wasgoeddat in het programma TIJDKEUZEmoet worden gedroogd altijd de extrafunctieBehoedzaam drogen.In de droogprogramma's WITTE WAS /BONTE WAS en KREUKHERSTELLENDwordt het wasgoed gethermocentrifu-geerd. Hiermee wordt energie be-spaard.

Daarbij brandt het controle -lampje van het centrifugetoerental datis ingesteld.Uitzondering: Het wasgoed wordt nietgethermocentrifugeerd, wanneer de ex-tra functieBehoedzaam drogenis in-geschakeld.Extra functies bij de droogpro-gramma'sHKies eventueel (een) extra functie(s)Thermocentrifugeren^Kies voor het thermocentrifugereneen centrifugetoerental door zo vaakop deCentrifugeren- toets te druk-ken totdat het controlelampje oplichtvan het door u gewenste centrifuge-toerental.Uitzondering: Het wasgoed wordt nietgethermocentrifugeerd, wanneer hetdroogprogramma TIJDKEUZE is in-gesteld.Behoedzaam drogenVoor fijn wasgoed, bijv. acryl. Sym-bool in het wasetiket: .rWanneer u deze functie heeft ingescha-keld wordt de temperatuur tijdens hetdroogprogramma verlaagd.De functieBehoedzaam drogenkan zonodig bij ieder programma worden ge-kozen.Er wordt dan niet gethermocentrifu-geerd.Zo droogt u goed34

VoorkeuzeISchakel eventueel een voorkeuze inMet deVoorkeuze- toets kunt u hetstarttijdstip van het door u gekozen pro-gramma minimaal uur en maximaal i 9uur van tevoren instellen.^Druk zo vaak op deVoorkeuze- toetstotdat de tijd in het display verschijntdie u wilt voorprogrammeren.Nadat u op de START - toets hebt ge-drukt wordt de voorgeprogrammeerdetijd in het display per uur afgeteld.

Daar-na begint het programma automatisch.Het wissen van de voorkeuze^Druk wanneer het display uur aan-9geeft nog een keer op deVoorkeuze- toets of^schakel de was-droogautomaat metde - toets uit.MemoryWanneer bij een programma (een)extra functie(s) wordt/worden geko-zen en/of het centrifugetoerentalwordt gewijzigd, slaat dewas-droogautomaat deze instellingenop.Wanneer u de volgende keer hetzelfdebasiswasprogramma kiest, geeft de au-tomaat het opgeslagen centrifugetoe-rental en de eventuele opgeslagen ex-tra functie(s) weer aan.Uitzondering: VoorkeuzeJStart het programmaHet controlelampje van de START -toets gaat knipperen zodra het pro-gramma kan worden gestart.^Druk op de START - toets.Het controlelampje van de START -toets gaat nu branden.De deur kan niet worden geopendwanneer er een temperatuur van bo-ven de 70°C is bereikt.

Wordt er danop deDeur- toets gedrukt gaat hetcontrolelampjeVergrendeldbranden.Uitzondering: de aanvullende functie"Het openen van de deur bij hogetemperaturen" is geprogrammeerd.Einde van het programmaNa afloop van het droogprogrammabrandt het controlelampjeKreukbeveili-ging/Einde.^Haal het gedroogde wasgoed uit hetapparaat.Wilt u daarna nog meer wasgoed drogen,^schakel de was-droogautomaat daneerst met de - toets uit en danweer in.^Ga dan te werk zoals eerder in dithoofdstuk beschreven.Nadat u heeft gedroogdZie hoofdstuk: "Nadat u heeft gewassenen/of gedroogd".Zo droogt u goed35

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele WT 945 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden