Miele WSD 323 WCS PowerWash 2.0 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele WSD 323 WCS PowerWash 2.0 (84 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 219 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele WSD 323 WCS PowerWash 2.0 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | WSD 323 WCS PowerWash 2.0 |
Handleiding Miele WSD 323 WCS PowerWash 2.0 – volledige tekst
Inhoud2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5 Bediening van de wasmachine. 12 Bedieningspaneel. 12 Hoe werkt het display. 13 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14 Ingebruikneming van het apparaat. 15 Beschermfolie en reclamestickers verwijderen. 15 Deur openen na afloop van het programma. 16 Tips om energie en water te besparen. 17 1. Het wasgoed onder de loep. 18 2. Trommel vullen. 19 3. Programma kiezen. 20 4. Wasmiddel doseren. 22 Wasmiddellade. 22 Capsuledosering. 24 5. Programma starten. 26 Toevoegen van wasgoed tijdens het programmaverloop. 26 6. Programma-einde. 27 Centrifugeren. 28 Eindcentrifugetoerental in het wasprogramma. 28 Voorprogrammering. 29 Programma-overzicht. 30 Extra functies. 34 Kort. 34 Extra water. 34 Voorwas. 34 Welke extra functies bij welke wasprogramma's. 35 Programmaverloop. 36.
Inhoud3 Programmaverloop wijzigen. 39 Programma wijzigen (kinderbeveiliging). 39 Programma stoppen. 39 Textielbehandelingssymbolen. 40 Wasmiddelen. 41 Het juiste wasmiddel. 41 Wateronthardingsmiddel. 41 Doseerhulp. 41 Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 41 Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen. 43 Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010. 44 Reiniging en onderhoud. 45 Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 45 Wasmiddellade reinigen. 45 Hygiëne Info(trommel reinigen). 47 Watertoevoerzeefje reinigen. 47 Nuttige tips. 48 Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 48 Het programma wordt afgebroken en een controlelampje in het display brandt. 49 Symbool in de tijdweergave tijdens het programma. 50 In het display brandt een controlelampje aan het einde van het programma. 50 Algemene problemen met de wasmachine. 51 Een tegenvallend wasresultaat.
Inhoud4 Wasmachine stellen. 63 Stelvoeten naar buiten draaien en vastzetten. 63 Onder een werkblad plaatsen. 64 Was-droogzuil. 64 Het waterbeveiligingssysteem. 65 Watertoevoer. 66 Waterafvoer. 67 Elektrische aansluiting. 68 Technische gegevens. 69 Productkaart voor huishoudelijke wasmachines. 70 Verbruiksgegevens. 72 Instructie voor vergelijkende onderzoeken:. 73 Programmeerfuncties. 74 Programmeerfunctie selecteren en instellen. 74 Programmeerfunctie bewerken en opslaan. 75 Programmeerniveau verlaten. 75 Toetssignaal. 75 Code. 76 Uitschakeling display. 76 Memory. 77 Extra voorwastijd Katoen. 77 Behoedzaam wassen. 77 Temperatuurverlaging. 77 Extra water. 78 Stand Extra water. 78 Maximaal spoelniveau. 78 Afkoeling van het waswater. 79 Kreukbeveiliging. 79 Lichtsterkte achtergrondverlichting gedimd. 79 Was- en onderhoudsmiddelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze wasmachine voldoet aan de geldende veiligheidsvoor-schriften. Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiëleschade tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u dewasmachine in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan dewasmachine.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wasma-chine en de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen enop te volgen.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasmachine mag worden gewassen.
Gebruik voorandere doeleinden kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verant-woordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge-bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6 Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-machine komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasmachine alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe-ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasmachine niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasmachine, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Installatie” en “Tech-nische gegevens”. Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 Vergelijk vóórdat u de wasmachine aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. De wasmachine kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de wasmachine is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.
Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasmachine mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver-band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasmachine te halen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Reparaties aan de wasmachine mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman/vakvrouw worden vervangen. Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasma-chine wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasmachine staan. Dat is het geval, als aan één vande volgende voorwaarden is voldaan: – als de stekker uit de contactdoos is getrokken of – als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of – als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasmachine mag alleen met een nieuwe slangenset op de wa-tervoorziening worden aangesloten.
Oude slangen mogen niet wor-den gebruikt. Controleer de slangen regelmatig. U kunt de slangendan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasmachine mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv. opeen schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasmachine aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasmachine niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasmachine in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:“Installatie”, paragraaf: “Transportbeveiliging verwijderen”. Wanneer ude transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasmachine en aan de meubels/appa-raten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.
tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasmachine geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar-om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstro-mende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasmachine beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde on-derdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver-oorzaken. De maximale beladingscapaciteit bedraagt 8 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: “Programma-overzicht”.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasmachine ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijkcitroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is ver-krijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij uw Miele-vakhandelaarof bij Miele Nederland. Volg de adviezen voor het gebruik van ontkal-kingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasmachine wordt gewassen. Gebruik in deze wasmachine nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine.
Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasmachine nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasmachine gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht. Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasmachine wor-den gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met een arts.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Accessoires Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of inge-bouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, dan kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro-ductaansprakelijkheid. Drogers en wasmachines van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld. Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droger en Miele-wasmachine past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Leter dan wel op dat de sokkel bij uw wasmachine past.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.
Bediening van de wasmachine12BedieningspaneelaDisplayHet bedieningspaneel bestaat uit detijdweergave en verschillende sen-sortoetsen. De functie van alle sen-sortoetsen wordt hierna uitgelegd.bSensortoetsen temperatuurMet deze toetsen kunt u de ge-wenste temperatuur instellen.cSensortoetsen toerentallenMet deze toetsen kunt u het ge-wenste centrifugetoerental instellen.dSensortoetsen voor extra functiesMet de extra functies kunt u het ge-kozen programma nog beter afstem-men op uw wasgoed.Als u een programma heeft gekozen,zijn de sensortoetsen van de extrafuncties, die u ook kunt kiezen, ge-dimd.eControlelampjes brandt bij storingen in de wa-tertoevoer en de waterafvoer brandt als er te veel wasmiddelis gedoseerd brandt ter herinnering aan dehygiëne-info de functie Trommel bijvullenkan niet worden gekozen.fSensortoetsen CapDosing CapDosing van textielonder-houdsmiddelen (bijv.
Bediening van de wasmachine13gTijdweergaveWanneer u een programma start,geeft het display in uren en minutenaan hoelang het programma gaatduren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, geeft het dis-play pas na afloop van de voorge-programmeerde tijd aan hoelang hetprogramma gaat duren.hSensortoetsen De tijdsaanduiding geeft de voorge-programmeerde tijd aan.Nadat het programma is gestart,wordt de voorgeprogrammeerde tijdin het display afgeteld.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd start het programma au-tomatisch en geeft de tijdsaandui-ding aan hoelang het programmavermoedelijk gaat duren. Als u sensortoets aantipt,wordt een latere starttijd voorhet programma gekozen (voor-programmering). Als u een tijd-stip gekozen heeft, gaat felbranden. Door sensortoets aan te tip-pen, verhoogt u de voorgepro-grammeerde tijd.
Door sensortoets aan te tip-pen, verlaagt u de voorgepro-grammeerde tijd.iSensortoets /Start Trommel bijvul-len De sensortoets knippert zodraeen programma kan wordengestart. Als u de sensor-toets /Start Trommel bijvullenaanraakt, start het gekozenprogramma. De sensortoetsbrandt constant. Als het programma is begon-nen, maakt de sensor-toets /Start Trommel bijvullenhet bijvullen van de trommelmogelijk.jOptische interfaceDe optische interface gebruikt Mielevoor servicedoeleinden.kKeuzeschakelaarVoor het kiezen van een programmaen het uitschakelen van het appa-raat. U schakelt het apparaat in dooreen programma te kiezen en uit doorde programmakeuzeschakelaar op te zetten.Hoe werkt het display?De sensortoetsen , , , , en reageren op aanraking met de vinger-toppen.
U kunt een keuze maken,zolang de desbetreffende sensortoetsverlicht is.Een fel verlichte sensortoets betekent:momenteel gekozenEen gedimde sensortoets betekent: kangekozen worden
Ingebruikneming van het apparaat15 Schade door onjuist plaatsen enaansluiten.Het onjuist plaatsen en aansluitenvan de wasmachine leidt tot ernstigemateriële schade.Lees het hoofdstuk: “Installatie”.Beschermfolie en reclamestic-kers verwijderen Verwijder: – de beschermfolie van de deur – alle reclamestickers (voor zover aan-wezig) van de voorkant en het boven-blad.Stickers die u na het openen van dedeur ziet zitten (bijv. het typeplaatje),mag u niet verwijderen.Bochtstuk uit de trommel ver-wijderenIn de trommel bevindt zich een bocht-stuk voor de afvoerslang. Open de deur. Haal het bochtstuk uit de trommel. Zwaai de deur dicht.Iedere wasmachine wordt in de fabriekop zijn werking getest. Het is mogelijkdat er als gevolg van deze tests watwater in de trommel achterblijft.
Ingebruikneming van het apparaat16Eerste wasprogramma starten Draai de kraan open. Draai de keuzeschakelaar op Katoen.De wasmachine is nu ingeschakeld enin het display gaat de temperatuur60°C branden. Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het wasprogramma wordt gestart.Na 10minuten worden de indicatorenbehalve de sensortoets /Start Trommelbijvullen donker.Deur openen na afloop van hetprogrammaTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld. Tijdens de eerste10minuten is het bedieningspaneel ver-licht. Daarna dooft het bedieningspa-neel en knippert de sensortoets /StartTrommel bijvullen. Draai de keuzeschakelaar op .In de tijdsaanduiding verschijnt: enhet controlelampje dooft.De deur wordt ontgrendeld.Tip: Na de kreukbeveiliging heeft dewasmachine zich uitgeschakeld en is dedeur automatisch ontgrendeld. Het be-dieningspaneel is helemaal donker.
Tips om energie en water te besparen17Energie- en waterverbruik – Maak bij ieder programma dat u kiestgebruik van de maximale beladings-capaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst. – Bedenk dat het apparaat dankzij debeladingsautomaat bij een geringebelading minder water en energieverbruikt. – Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden licht ver-vuild wasgoed. – Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, bijv. op . Maak ge-20°Cbruik van deze mogelijkheid. – Voor de hygiëne in de wasmachineadviseren wij u om zo nu en dan eenprogramma met een temperatuur vanmeer dan 60°C te starten. Het con-trolelampje gaat branden om udaaraan te herinneren.Gebruik van wasmiddelen – Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven.
– Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. – Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca. ⅓ min-der wasmiddel.Juiste keuze van de extra functies(Kort en Voorwas)Kies voor: – licht verontreinigd wasgoed zonderzichtbare vlekken een wasprogram-ma met de extra functie .Kort – normaal tot sterk verontreinigd was-goed met zichtbare vlekken een was-programma zonder extra functie. – wasgoed waar veel stof of zand in ziteen wasprogramma met de extrafunctie Voorwas.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.
1. Het wasgoed onder de loep18 Maak de zakken leeg. Schade door voorwerpen.Voorwerpen zoals spijkers, muntenen paperclips kunnen het wasgoeden onderdelen van de automaat be-schadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds-etiket, dat zich in de kraag of in de zij-naad bevindt.Tip: donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vóór het wassen eventuelevlekken op het wasgoed. Doe datzolang de vlekken nog niet zijn opge-droogd. Verwijder vlekken door zemet een niet afgevende doek te dep-pen. Niet wrijven!Tip: vlekken (van bloed, ei, koffie, thee,etc.) kunt u vaak eenvoudig verwijde-ren. Miele heeft hiervoor een specialevlekkenwijzer samengesteld.
U vindt devlekkenwijzer via de internet-link naarde huishoudelijke apparaten. Schade door oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelenWasbenzine, vlekkenmiddeltjes enz.kunnen kunststof onderdelen be-schadigen.Wanneer u het wasgoed van tevorenmet een oplosmiddelhoudend reini-gingsmiddel, bijv. wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt. Gevaar voor explosie door oplos-middelhoudende reinigingsmiddelen.Bij gebruik van oplosmiddelhouden-de reinigingsmiddelen kan een ex-plosief mengsel ontstaan.Gebruik geen oplosmiddelhoudendereinigingsmiddelen in de wasmachine.Algemene tips – Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek. – Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze. – Sluit ritsen, haakjes en oogjes.
2. Trommel vullen19Deur openen Trek de deur bij de greep open.Controleer of er zich dieren of voor-werpen in de trommel bevinden,voordat u het wasgoed erin stopt.Bij een maximale belading is het ener-gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings-capaciteit overschreden, dan vallen dewasresultaten tegen en gaat het was-goed sneller kreuken. Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg wasgoed van verschillende groot-te in de trommel. Daardoor wordt eenbeter wasresultaat bereikt en kan hetwasgoed zich tijdens het centrifugerenbeter verdelen.Tip: houdt u zich aan de maximale be-ladingscapaciteit van de verschillendewasprogramma's.Deur sluiten Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Zwaai de deur dicht.
3. Programma kiezen20ProgrammakeuzeAls u de keuzeschakelaar op een pro-gramma draait, wordt de wasmachineingeschakeld. Draai de keuzeschakelaar op het ge-wenste programma.In de tijdsaanduiding verschijnt de ver-moedelijke duur van het programma enin het display gaan de voorgeprogram-meerde temperatuur en het voorgepro-grammeerde centrifugetoerental bran-den.Temperatuur en centrifugetoerentalkiezenDe voorgeprogrammeerde tempera-tuur en het voorgeprogrammeerdecentrifugetoerental van het program-ma gaan fel branden. De temperaturenen toerentallen, die u bij het program-ma kunt kiezen, zijn gedimd.De in de wasmachine bereikte tempera-turen kunnen afwijken van de gekozentemperaturen. De combinatie van ener-giegebruik en wastijd zorgt voor eenoptimaal wasresultaat. Raak de sensortoets van de ge-wenste temperatuur aan. Die gaat felbranden.
3. Programma kiezen21Extra functies kiezenDe extra functies die u bij het pro-gramma kunt kiezen, zijn gedimd. Tip de sensortoets van de gewensteextra functie aan. Deze gaat fel bran-den.Tip: u kunt bij een programma meerde-re extra functies kiezen.Meer informatie over de extra functiesvindt u in het hoofdstuk “Extrafuncties”
4. Wasmiddel doseren22WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken, diegeschikt zijn voor niet-professionelewasautomaten. Volg de gebruiks- endoseertips op de verpakking van hetwasmiddel op.Wasmiddel doseren Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer de wasmiddelen in de vakjes. Wasmiddel voor de voorwas HoofdwasmiddelWasverzachter, stijfsel of capsuleWasverzachter gebruiken Doseer wasverzachter of stijfsel invakje . Doseer niet hoger dan depijl.Het middel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld. Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.Als u meermaals stijfsel heeft ge-bruikt, reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.
4. Wasmiddel doseren23Tips voor de doseringControleer bij het doseren van het was-middel hoe vuil het wasgoed is en hoe-veel wasgoed u heeft. Verminder dehoeveelheid wasmiddel bij een kleinerehoeveelheid wasgoed (bijv. bij een halvetrommel de hoeveelheid wasmiddel met⅓ verminderen).Te weinig wasmiddel: – Heeft als effect, dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt. – Bevordert schimmelvorming in dewasmachine. – Heeft als effect, dat vet niet volledigverwijderd wordt. – Bevordert kalkaanslag op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel: – Heeft als effect dat het wasgoed nietgoed gereinigd, gespoeld en gecen-trifugeerd wordt. – Heeft als effect dat er meer waterwordt verbruikt door een automatischingeschakelde extra spoelgang.
– Versterkt de belasting voor het milieu.Gebruik van vloeibaar wasmiddel bijeen programma met voorwasAls een voorwas geprogrammeerd is,kan in de hoofdwas geen vloeibaarwasmiddel gebruikt worden.Gebruik waspoeder voor de hoofdwas.Tabs of pods gebruikenLeg tabs of pods met wasmiddel altijddirect bij het wasgoed in de trommel.Tabs of pods kunt u niet via de wasmid-dellade gebruiken.Meer informatie over wasmiddelen ende dosering ervan vindt u in het hoofd-stuk: “Wasmiddel doseren”.
4. Wasmiddel doseren25 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.Als u de capsule in de wasmiddella-de plaatst, gaat de capsule open. Alsu de capsule ongebruikt weer uit dewasmiddellade verwijdert, kan er rei-nigingsmiddel uit lopen.Gooi een geopende capsule weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd.Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in vak-je .Giet geen extra wasverzachter invakje . Verwijder de lege capsule na afloopvan het wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de capsule zitten.Capsuledosering uitschakelen/wijzigen U kunt de capsuledosering uitscha-kelen door de fel verlichte sensor-toets aan te tippen. U kunt de capsuledosering wijzigendoor een van de andere capsuletoet-sen aan te tippen.
5. Programma starten26Programma starten Raak de knipperende sensor-toets /Start Trommel bijvullen aan.De deur wordt vergrendeld en het was-programma gestart.Als u een starttijd voorgeprogrammeerdheeft, loopt deze in de tijdsaanduidingaf. Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start ver-schijnt de programmaduur in de tijds-aanduiding.EnergiebesparingNa 10minuten worden de indicatorendonker.
De sensortoets /Start Trommelbijvullen knippert.U kunt de indicatoren weer inschakelen: Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan (dat heeft geen invloedop een lopend programma).Toevoegen van wasgoed tij-dens het programmaverloopHet bijvullen van de trommel of hetverwijderen van wasgoed is altijd mo-gelijk, zolang in het bedieningspaneelniet het symbool brandt. Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.In de tijdsaanduiding worden draaiendestreepjes … … weergege- ven.Als in de tijdsaanduiding het woord wordt weergegeven, kan de deur wor-den geopend. Open de deur en leg het wasgoed inde trommel of haal het wasgoed eruit. Sluit de deur.
Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het wasprogramma wordt voortgezet.Over het algemeen is toevoegen of ver-wijderen van wasgoed niet mogelijkwanneer: – de temperatuur van het waswater ho-ger is dan 55°C – het waterniveau in de trommel tehoog is
6. Programma-einde27Deur openen en was uit detrommel halenTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld. Tijdens de eerste10minuten is het bedieningspaneel ver-licht. Daarna dooft het bedieningspa-neel en knippert de sensortoets /StartTrommel bijvullen. Draai de keuzeschakelaar op .In de tijdsaanduiding verschijnt: enhet controlelampje dooft.De deur wordt ontgrendeld.Tip: Na de kreukbeveiliging wordt dedeur automatisch ontgrendeld. Trek de deur bij de greep open. Neem het wasgoed uit de trommel.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven.Verwijder al het wasgoed uit detrommel. Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Tip: Laat de deur op een kiertje staan,zodat de trommel kan drogen.
Centrifugeren28Eindcentrifugetoerental in hetwasprogrammaWanneer u een programma kiest, is inhet display altijd het optimale centrifu-getoerental voor dit programma fel ver-licht.In sommige wasprogramma's kan eenhoger centrifugetoerental worden geko-zen.In de tabel staat het hoogst mogelijkecentrifugetoerental. Programma Omw./min Katoen 1400 Katoen 1400 Kreukherstellend 1200 Fijne was 900 Wol 1200 Overhemden 900 QuickPowerWash 1400 Express 20 1200 ECO 40-60 1400 Impregneren 1200 Pompen / Centrifugeren 1400 Alleen Spoelen / Stijven 1200Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus-sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd.
In het pro-gramma Katoen wordt bij een toerentalvan lager dan 700omw/min een spoel-gang ingelast.Eindcentrifugeren (spoelstop)uitschakelen Raak de sensortoets (spoelstop)aan.Bij een spoelstop blijft het wasgoed nade laatste spoelgang in het water lig-gen. Daardoor kreukt het wasgoed min-der wanneer u het niet direct uit detrommel haalt.Het programma beëindigen met cen-trifugerenOp het bedieningspaneel brandt desensortoets met het optimale centrifu-getoerental. U kunt het centrifugetoe-rental veranderen. Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het programma beëindigen zondercentrifugeren Reduceer het centrifugetoerental naar0.
Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het centrifugeren tussen despoelgangen en het eindcentri-fugeren overslaan Druk op sensortoets .Na de laatste spoelgang wordt het wa-ter afgepompt en wordt de kreukbeveili-ging ingeschakeld.In enkele programma's wordt een extraspoelgang ingelast.
Voorprogrammering29U kunt het starttijdstip van het door ugekozen programma minimaal 30minu-ten en maximaal 24 uur van tevoren in-stellen. Dat kunt u bijvoorbeeld doenom gebruik te maken van het nachtta-rief.Voorprogrammering kiezenU kunt de voorprogrammering niet kie-zen bij de programma'sPompen /Centrifugeren Impregneren en . Kies het gewenste wasprogramma. Raak de sensortoets aan.De sensortoets brandt fel. Raak de sensortoets of zo vaak aan, totdat de gewenste voorpro-grammering in de tijdsaanduiding ver-schijnt.
Hetwasresultaat is gelijk aan dat van het programma 60°C.KatoenInstructies voor testinstituten:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens voorschrift1061/2010 Katoen 90°C tot koud maximaal 8,0kg Wasgoed T-shirts, ondergoed, tafellinnen enzovoort, wasgoed van katoen, lin-nen of mengweefsels Tip De temperaturen 60°C/40°C onderscheiden zich als volgt van detemperaturen in het programma 60°C/40°C:Katoen – kortere programmaduur – langere temperatuurstops – hoger energieverbruikVoor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol-doen, moet een temperatuur van 60°C of hoger worden gekozen. Kreukherstellend 60°C tot koud maximaal 3,5kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel-lend behandeld katoen Tip Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.
Programma-overzicht31 Fijne was 40°C tot koud maximaal 2,0kg Wasgoed Kwetsbaar wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en vis-coseOutdoorjacks en -broeken met membranen als Gore-Tex®, SYMPA-TEX®, WINDSTOPPER® enzovoort.Vitrages die volgens de fabrikant in de wasmachine kunnen wordengewassen. Tip – Bij outdoorkleding: klittenbandsluitingen en ritssluitingen sluitenen geen wasverzachter gebruiken. – U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met hetprogramma . Het is beter om dit niet na iedere was-Impregnerenbeurt te doen. – Vitrages trekken veel stof aan en zullen daarom vaak met eenprogramma met voorwas moeten worden gewassen. – Schakel het centrifugeren bij kreukgevoelig wasgoed uit. Wol 40°C tot koud maximaal 2,0kg Wasgoed Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a. wol in zit Tip Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.
Overhemden 60°C tot koud maximaal 1,0kg/2,0kg Wasgoed Overhemden en blouses van katoen en mengweefsels Tip – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is. – Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programmaFijnewas. – Als de vooraf ingestelde extra functieVoorstrijken wordt uitge-schakeld, wordt de maximale beladingscapaciteit naar 2,0kg ver-hoogd.
Programma-overzicht32 QuickPowerWash 60°C–40°C maximaal 4,0kg Wasgoed Licht of normaal verontreinigd wasgoed dat ook in het programmaKatoen kan worden gewassen Tip Het wasgoed wordt door een speciale bevochtiging en door eenspeciaal wasritme bijzonder snel en grondig gereinigd. Express 20 40°C tot koud maximaal 3,5kg Wasgoed Katoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is Tip De extra functieKort is automatisch ingesteld. ECO 40-60 maximaal 8,0kg Wasgoed Op kleur gesorteerd wasgoed van normaal vervuild textiel voor hetprogramma , dat op de temperatuur 40°C–60°C kan wor-Katoenden gewassen.
Tip Neem de aanwijzingen van het onderhoudsetiket in acht Impregneren 40°C maximaal 2,5kg Wasgoed Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellinnendie voornamelijk uit synthetische vezels bestaan, om zo de water-en vuilwerende werking te verhogen Tip – Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogdzijn. – Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther-misch nabehandelen. Dit kan door het te strijken of door het in dedroger te drogen.
Programma-overzicht33 Pompen / Centrifugeren – Tip – Alleen pompen: kies – Let op het ingestelde toerental Alleen Spoelen / Stijven maximaal 8,0kg Wasgoed – Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld – Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-steven Tip – Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. – Het te stijven wasgoed moet net zijn gewassen, maar mag nietmet wasverzachter zijn nabehandeld. – Een bijzonder goed spoelresultaat met 2spoelgangen krijgt udoor de extra functie in te schakelen.Extra water
Extra functies34Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.U kunt de extra functies kiezen of uit-schakelen met de desbetreffende sen-sortoetsen in het display. Druk de sensortoets voor de ge-wenste extra functies in.Deze toets licht fel op.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.Een extra functie, die voor het waspro-gramma niet mogelijk is, is niet gedimdverlicht en kan niet door aanraking ge-activeerd worden.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon-der zichtbare vlekken.De wastijd is korter.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.
In het program-ma wordt eenAlleen Spoelen / Stijventweede spoelgang uitgevoerd.U kunt andere functies voor sensor-toets kiezen, zie het hoofd-Extra waterstuk “Programmeerfuncties”.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.VoorstrijkenHet wasgoed wordt na afloop van hetprogramma gladgestreken, zodat hetminder gekreukt uit het apparaat komt.Voor een optimaal resultaat vermindertu de maximale beladingscapaciteit met50%. Kleine hoeveelheden wasgoedzorgen voor een beter eindresultaat.De kleding moet geschikt voor de dro-ger en strijkbestendig zijn.
Extra functies35Welke extra functies bij welke wasprogramma's?KortExtra waterVoorwasVoorstrijken Katoen Katoen Kreukherstellend Fijne was Wol – – – – Overhemden QuickPowerWash – – Express 20 – – – ECO 40-60 – – – – Impregneren – – – – Alleen Spoelen / Stijven – – – = Deze functie kan worden geko-zen = Deze functie wordt automatischingeschakeld – = Deze functie kan niet wordengekozen
Programmaverloop37 = lage waterstand = gemiddelde waterstand = hoge waterstand = intensief ritme = normaal ritme = behoedzaam ritme = handwasritme = wordt uitgevoerd – = wordt niet uitgevoerdDe wasmachine beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat. De wasmachine be-paalt zelf de benodigde waterhoeveel-heid, afhankelijk van de hoeveelheidwasgoed en het absorptievermogen er-van.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Nadere bijzonderheden overhet programmaverloopKreukbeveiliging:de trommel draait nog maximaal 30mi-nuten na afloop van het programma omkreukvorming te voorkomen.Uitzondering: het programmaWolheeft geen kreukbeveiliging.De wasmachine kan op elk momentworden geopend.1) Bij een temperatuur van 60°C en ho-ger wordt er 2 keer gespoeld.
Bij eentemperatuur van minder dan 60°Cwordt er 3 keer gespoeld.2) Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: – er te veel schuim in de trommel zit – er een lager eindcentrifugetoerental isingesteld dan 700 omw/min3Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: – u de extra functie heeftExtra watergekozen, als bij de programmeer-functies de optie of is geacti- veerd.5Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: de extra functie is inge-Extra waterschakeld.
Programmaverloop38PowerWashDe door Miele ontwikkelde wasmethodePowerWash wordt in de volgende was-programma's gebruikt: – Katoen (bij kleine en middelgrote be-lading) – Kreukherstellend – Overhemden – Fijne was – (bij kleine en middelgroteECO 40-60belading)PrincipeBij de gebruikelijke wasmethodes wordtmet meer water gewassen dan het was-goed kan opzuigen. Al dit water moetworden opgewarmd.Bij de PowerWash-wasmethode wordtmet iets meer water gewassen dan hetwasgoed kan opzuigen. Dit water, datniet in het wasgoed is opgenomen, ver-warmt de trommel en het wasgoed enwordt steeds opnieuw in het wasgoedgesproeid.
Daardoor daalt het energie-verbruik.ActiveringDe PowerWash-wasmethode wordt au-tomatisch geactiveerd bij de hierbovengenoemde wasprogramma's.Bij de volgende omstandigheden wordtde PowerWash-wasmethode niet uitge-voerd: – Het gekozen eindcentrifugetoerentalis lager dan 600omw/min – De capsuledosering voor dehoofdwas ( ) is geselecteerd, – De wastemperatuur is hoger dan60°C – Er zijn extra functies zoals bijv. Voor-was Extra water of gekozen – In het programma zit er meerKatoenwasgoed in de trommelBijzonderheden –De bevochtigingsfaseAan het begin van het wasprogram-ma centrifugeert de wasautomaat en-kele keren. Tijdens het centrifugerenwordt het uit het wasgoed gecentrifu-geerde water weer in het wasgoedgesproeid, zodat het wasgoed zogoed mogelijk nat gemaakt wordt.Aan het einde van de bevochtigings-fase wordt de optimale waterstandingesteld.
Programmaverloop wijzigen39Programma wijzigen (kinderbe-veiliging)Als een programma eenmaal is gestart,kunt u het programma, de temperatuur,het centrifugetoerental en de gekozenextra functies niet meer wijzigen. Hier-door wordt voorkomen dat bijvoorbeeldkinderen het apparaat onbedoeld be-dienen.Programma stoppenU kunt een wasprogramma op elk mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start. Draai de keuzeschakelaar op . Draai de programmakeuzeschakelaarnaar een willekeurige positie.In de tijdsaanduiding worden draaiendestreepjes … … of weer- gegeven.Het water wordt afgepompt en aanslui-tend wordt de deurvergrendeling gede-activeerd.Nieuw programma kiezen Draai de programmakeuzeschakelaarnaar het gewenste wasprogramma. Controleer of er nog wasmiddel in dewasmiddellade zit. Als er geen was-middel meer in zit, dient u opnieuwwasmiddel te doseren.
Textielbehandelingssymbolen40WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan. Normaal programma Mild programma Zeer mild programma Handwas Niet wassenVoorbeelden voor de programmakeuze Programma Symbolen in het on-derhoudsetiket Katoen Kreukherstel-lend Fijne was Wol Express 20 DrogenDe punten geven de globale tempera-tuur aan. Op een normale temperatuur Op een lagere temperatuur Niet drogen in de automaatStrijken & mangelenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan. Ca. 200°C Ca. 150°C Ca. 110°CStrijken met stoom kan het was-goed onherstelbaar bescha-digen. Niet strijken/mangelenChemisch reinigen Reiniging met chemische oplos-middelen.
Wasmiddelen41Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasmachi-nes. Tips voor het gebruik en voor dedosering van de wasmiddelen kunt uvinden op de wasmiddelverpakking.De dosering is afhankelijk van: – De mate waarin het wasgoed is ver-ontreinigd. – De hoeveelheid wasgoed. – De waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WateronthardingsmiddelHeeft het water een hardheidsgraad vanII of III, dan kunt u een wateronthar-dingsmiddel gebruiken om wasmiddelte besparen. De juiste dosering vindt uop de verpakking.
Doseer eerst hetwasmiddel en dan pas het onthardings-middel.Het wasmiddel kunt u dan doseren zo-als bij water met een hardheidsgraadvan I.WaterhardheidHardheids-graadTotale hard-heid in mmol/lDuitse hard-heid °dH Zacht (I) 0 – 1,5 0 – 8,4 Gemiddeld (II) 1,5 – 2,5 8,4 – 14 Hard (III) > 2,5 > 14DoseerhulpGebruik voor het doseren van het was-middel de attributen die door de was-middelfabrikant als hulp bij het doserenzijn geleverd, bijv. doseerbolletjes. Ge-bruik die vooral bij vloeibare wasmidde-len.NavulpakkenKoop zoveel mogelijk navulpakken omhet afval te reduceren.Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachters Met wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Synthetische stijfsels Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Stijfsels Met gewone stijfsels wordt uw wasgoedstevig.
Wasmiddelen42Los gebruiken van wasver-zachter, synthetische stijfselsof vloeibare stijfselsStijfsel moet zijn voorbereid zoals be-schreven op de verpakking.Tip: Schakel bij het spoelen met was-verzachter de extra functieExtra waterin. Doseer wasverzachter in vakje ofplaats een capsule met wasverzach-ter. Doseer vloeibaar stijfsel in het vak-je en poedervormig of half-vloei-baar stijfsel in het vakje . Kies het programma Alleen Spoelen /Stijven. Wijzig het centrifugetoerental indiennodig.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele WSD 323 WCS PowerWash 2.0 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine