Miele WKF120 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele WKF120 (92 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 181 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele WKF120 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/92
Gebruiksaanwijzing
Wasautomaat
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, in‐beslist
stalleert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 09 844 030

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: WKF120
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Ingebouwd display: Ja
Breedte: - mm
Diepte: - mm
Hoogte: - mm
Type lader: Voorbelading
Trommelinhoud: 64 l
Uitgestelde start timer: Ja
Startvertraging: 24 uur
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+++-20%
Energieverbruik wassen: 0.8 kWu
Waterconsumptie per cyclus: 48 l
Wasklasse: A
Jaarlijkse energieverbruik wassen: 156 kWu
Centrifuge-droger klasse: A
Geluidsniveau (wassen): 48 dB
Aanpasbare centrifugesnelheid: Ja
Maximale centrifugesnelheid: 1600 RPM
Geluidsniveau bij centrifugeren: 73 dB
Jaarlijks waterverbruik wassen: 9900 l
Aantal wasprogramma's: 12
Minimum centrifugesnelheid: 400 RPM
Nominale capaciteit: 8 kg
Wasprogramma's: Hygiene/anti-allergy,Black

Foutcodes Miele WKF120

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
F Er is sprake van een defect. Start het programma nog een keer. Verschijnt dezelfde foutmelding, schakel dan de afdeling Klantcontacten in. Schakel om de storingsmelding uit het display te verwijderen de automaat met de - toets uit.

Handleiding Miele WKF120 – volledige tekst

Inhoud2Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 6 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7 Bediening van de wasautomaat. 14 Bedieningspaneel. 14Voorbeelden voor de bediening. 16 Ingebruikneming van het apparaat. 17 Displaytaal instellen. 17 Meldingen. 17Eerste wasprogramma starten. 18 Tips om energie en water te besparen. 19 EcoFeedback. 201. Het wasgoed onder de loep. 212. Programma kiezen. 223. Trommel vullen. 234. Programma-instellingen kiezen. 24 5. Wasmiddel doseren. 26 Wasmiddellade. 26Capsuledosering. 27 6. Programma starten - Einde van het programma. 29 Centrifugeren. 30Voorprogrammering. 32 Kiezen. 32Wijzigen. 32 Wissen en het wasprogramma direct starten. 32Programma-overzicht. 33Opties. 38 Programmamanager. 38 Intensief. 38ECO. 38Extra behoedzaam. 38 Extra stil. 38AllergoWash. 38 Kort. 39.

Inhoud3Extra water. 39Vlekken. 39Overzicht wasprogramma's - Programmamanager. 40 Programmaverloop. 42Textielbehandelingssymbolen. 44Programmaverloop wijzigen. 45Afbreken. 45Onderbreken. 45Wijzigen. 45 Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen. 46Kinderbeveiliging. 47Wasmiddelen. 48Het juiste wasmiddel. 48Wateronthardingsmiddel. 48Doseerhulp. 48Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 48 Overzicht wasprogramma's - Textielonderhoudsmiddelen / Capsules. 50 Reiniging en onderhoud. 52Trommel reinigen (Hygiëne Info). 52Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 52Wasmiddellade reinigen. 52Watertoevoerzeefje reinigen. 54 Wat moet u doen, wanneer. 55Hulp bij problemen. 55Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 55Het programma is afgebroken en in het display verschijnt de volgende elding:. 56Aan het einde van het programma verschijnt in het display de volgende elding:.

Inhoud4 Plaatsen en aansluiten. 66 Het apparaat aan de voorkant. 66 Het apparaat aan de achterkant. 67Plaats van opstelling. 68Transportbeveiliging verwijderen. 68Transportbeveiliging monteren. 70Wasautomaat stellen. 71Stelvoeten naar buiten draaien en vastzetten. 71Onder een werkblad plaatsen. 72Was-droogzuil. 72Het waterbeveiligingssysteem van Miele. 73Watertoevoer. 74Waterafvoer. 75 Elektrische aansluiting. 76 Technische gegevens. 77 Verbruiksgegevens. 78Instructie voor vergelijkende onderzoeken:. 79 Instellingen. 80 Taal. 81 Vuilgraad. 81Geluidssterkte zoemer. 81 Toetssignaal. 81Totale verbruik. 81 Code. 82 Temperatuureenheid. 82Lichtsterkte display. 82Uitschakeling paneel. 82 Uitschakeling apparaat. 83Memory. 83Voorwastijd Katoen. 83Behoedzaam wassen. 83 Temperatuurverlaging. 84Extra water. 84 Stand "Extra water". 84 Maximaal spoelniveau. 84Afkoeling van het waswater.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu6Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak‐kingsmateriaal is uitgekozen omdat dithet milieu relatief weinig belast en kanworden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate‐riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten meestal nog waarde‐volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge‐weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren.

Wanneer u uw ou‐de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek‐tronische apparatuur. Vraag uw hande‐laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge‐slagen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Ondeskundig gebruik echter kan persoonlijk letsel en schade aanhet apparaat veroorzaken.Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voor‐dat u uw apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrij‐ke instructies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en hetonderhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodigeschade aan het apparaat.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een even‐tuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens‐huis. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen vantextiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder‐houdsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen. Gebruikvoor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet ver‐antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge‐bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteld‐heid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat nietin staat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door eenverantwoordelijk persoon.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was‐automaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zon‐der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe‐ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasautomaat, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Technische veiligheid Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasautomaat mag niet worden ge‐plaatst en niet in gebruik genomen. Vergelijk vòòrdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend ge‐waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.

Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge‐volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasautomaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver‐band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga‐randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: "Plaatsen en aanslui‐ten" en "Technische gegevens". Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasautomaat te halen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman / vakvrouw worden vervangen. Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasauto‐maat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan èènvan de volgende voorwaarden is voldaan: – als de stekker uit de contactdoos is getrokken of – als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha‐keld of – of als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op dewatervoorziening worden aangesloten.

Oude slangen mogen nietworden gebruikt. Controleer de slangen regelmatig. U kunt de slan‐gen dan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdruk‐kelijk door Miele zijn toegestaan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de trans‐portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:"Plaatsen en aansluiten", paragraaf: "Transportbeveiliging verwijde‐ren". Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bijhet centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aande meubels / apparaten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.

tijdens va‐kanties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen af‐voer in de vloer bevindt, bij voorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vòòrdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar‐om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door de kracht van het wegstromendewater uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa‐perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigdeonderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver‐oorzaken. Wees voorzichtig bij het openen van de deur wanneer u destoomfunctie heeft gebruikt.

U loopt het risico zich te verbrandendoor vrijkomend stoom en door hoge temperaturen aan het trom-meloppervlak en het glas. Doe een stapje terug en wacht totdat destoom is weggetrokken.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 De maximale beladingscapaciteit bedraagt 8 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: "Programma-overzicht". Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht uw apparaat toch zo sterkverkalkt zijn, dat het beslist moet worden ontkalkt, gebruik daar danspeciale ontkalkingsmiddelen voor die een anti-corrosiemiddel be‐vatten. Deze middelen zijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhandelaar ofbij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland.

Volg de adviezenvoor het gebruik van deze middelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen. Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini‐gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde‐len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont‐staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine.

Dergelijke middelen kunnen het kunststof oppervlakbeschadigen. Wilt u textielverf in de wasautomaat gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht. Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaatworden gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met de dokter. Personen die een gevoe‐lige of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibaar wasmiddelmaar beter niet aanraken.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Accessoires Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of inge‐bouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro‐ductaansprakelijkheid. Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld. Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droogautomaat en Miele-wasautomaat past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, kunt u deze nabestellen. Let erdan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge‐volgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor schadedie daarvan het gevolg is.

Bediening van de wasautomaat14BedieningspaneelaDisplay met sensortoetsenNadere bijzonderheden over het dis‐play kunt u op de volgende bladzij‐den vinden.bStart/Stop - toetsMet deze toets kunt u het gekozenwasprogramma starten en een ge‐start programma afbreken.cTemperatuurtoetsMet deze toets kunt u de gewenstetemperatuur instellen.dCentrifugetoerentaltoetsMet deze toets kunt u het gewenstecentrifugetoerental instellen.eVoorprogrammeringtoetsMet deze toets kunt u het door u ge‐kozen programma later laten begin‐nen.fOptietoetsenMet deze toetsen kunt u (een) op‐tie(s) in- of uitschakelen.gProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u een was‐programma kiezen.hOptische interface PCOp deze plaats kunnen de technicide wasprogramma's controleren, up‐daten en in het geheugen van dewasautomaat opslaan.i - toetsMet deze toets kunt u de wasauto‐maat in- en uitschakelen.De wasautomaat in het kader van deenergiebesparing 15 minuten na af‐loop van het programma / de kreuk‐beveiliging automatisch uit.

Bediening van de wasautomaat15jSensortoets Hiermee kunt u door een lijst naarbeneden lopen en waarden verla‐gen.kSensortoets OKHiermee kunt u een gekozen tekst ofwaarde bevestigen en een submenuopenen.lSensortoets Hiermee kunt u door een lijst naarboven lopen en waarden verhogen.mSensortoets Cap Hiermee kunt u de Cap-dosering viade wasmiddellade inschakelen.nSensortoets EcoFeedbackHiermee kunt u informatie opvragenover het energie- en waterverbruikvan het gekozen programma.

Zieook het hoofdstuk: "Tips om energieen water te besparen", paragraaf:"EcoFeedback".De sensortoetsen tot en met gaan branden, zodra het display via de sen‐sortoetsen kan worden bediend.ProgrammaduurWanneer u een programma start zondergebruik te maken van de voorprogram‐mering, dan geeft het display in uren enminuten aan hoelang het programmawaarschijnlijk gaat duren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, dan geeft het dis‐play pas na afloop van de voorgepro‐grammeerde tijd aan hoelang het pro‐gramma gaat duren.VoorprogrammeringWanneer u een programma start metvoorprogrammering, dan geeft het dis‐play eerst de voorgeprogrammeerdetijd aan, d.w.z.

geeft aan hoelang hetnog duurt voordat het gekozen pro‐gramma begint.Nadat het programma is gestart, wordtde voorgeprogrammeerde tijd in hetdisplay afgeteld.Na afloop van de voorgeprogram‐meerde tijd start het programma auto‐matisch en geeft het display aan hoelang het programma vermoedelijk gaatduren.BasisdisplayHet display geeft van links naar rechtshet volgende aan: 2:59  1600 – De programmaduur – De gekozen wastemperatuur – Het gekozen centrifugetoerental

Bediening van de wasautomaat16Voorbeelden voor de bedieningScrollen door een keuzemenuDe pijlen in het display geven aan dateen keuzemenu ter beschikking staat.Taal  Door het aantippen van de - sensor‐toets loopt u in het menu naar benedenen door het aantippen van de - sen‐sortoets loopt u in het menu naar bo‐ven. Door het aantippen van de -OKsensortoets bevestigt u uw keuze in hetdisplay.Markering van het ingestelde menu‐puntCap   Zodra een menupunt in een keuzemenuwordt ingesteld, dan wordt dat met eenvinkje aangegeven.Waarden verlagen of verhogen Start over h00 :00De waarde die kan worden gewijzigd iswit gemarkeerd. Door het aantippenvan de - sensortoets verlaagt u dewaarde en door het aantippen van de - sensortoets verhoogt u de waarde.Door het aantippen van de - sen‐OKsortoets bevestigt u uw wit gemar‐keerde keuze.Submenu verlatenU verlaat het submenu door teTerug kiezen.

Ingebruikneming van het apparaat17 Controleer voordat u uw wasau‐tomaat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge‐plaatst en aangesloten. Zie hoofd‐stuk: "Plaatsen en aansluiten".Iedere wasautomaat wordt in de fa‐briek op zijn werking getest. Het ismogelijk dat er als gevolg van dezetests wat water in de trommel achter‐blijft.Om veiligheidsredenen is het niet mo‐gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro‐gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt, dankan er overmatige schuimvorming op‐treden.Druk op de - toets.Het startdisplay licht op. Displaytaal instellenIn het display verschijnt nu een schermdat u vraagt om de taal in te stellen dieu in het display wilt hebben.

U kunt dedisplaytaal echter ook altijd wijzigen viamenu "Instellingen".deutsch  Loop met de en - toetsen door de talen, totdat de gewenste taal inhet display verschijnt. Bevestig de gekozen taal met deOK - toets.MeldingenEr volgen nog twee meldingen. Dezehebben betrekking op het verwijderenvan de transportbeveiliging en op deverdere gang van zaken bij de inge‐bruikneming van het apparaat. Bevestig deze meldingen met deOK - toets.

Ingebruikneming van het apparaat18Beschermfolie en sticker ver‐wijderen Verwijder – de beschermfolie van de deur – en alle stickers van de voorkant envan het bovenblad (indien aanwezig). Stickers die u na het openen vande deur ziet zitten, bijv. het typepla‐tje, mag u niet verwijderen. Eerste wasprogramma starten Draai de kraan open. Draai de programmakeuzeschakelaarop .KatoenIn het display verschijnt: Belading 1 - 8 kgDaarna verschijnt in het display eenscherm met de basisweergave. 2:59  1600 Druk op de - toets.Start/Stop Schakel de wasautomaat na afloopvan het programma uit.De wasautomaat is nu klaar voor ge‐bruik.

Tips om energie en water te besparen19Energie- en waterverbruik – Maak bij ieder programma dat u kiestgebruik van de maximale beladings‐capaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst. – Bedenk dat het apparaat dankzij debeladingsautomaat bij een geringebelading minder water en energieverbruikt en de programmaduur ver‐kort. – Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden was‐goed. – Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om met lagere temperaturente wassen, bijv. met . Maak ge‐20°Cbruik van deze mogelijkheid. – Voor de hygiëne in de wasautomaatadviseren wij u om zo nu en dan eenprogramma met een temperatuur vanminstens 60°C te starten. Met demelding in het displayHygiëne Infoherinnert de wasautomaat u daaraan.

Gebruik van wasmiddelen – Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven. – Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. – Reduceer bij geringere beladingshoe‐veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca. 1/3minder wasmiddel.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.

Tips om energie en water te besparen20EcoFeedbackMet de EcoFeedback - sensortoetskunt u informatie over het energie- enwaterverbruik van uw wasautomaat op‐vragen.Het display geeft u de volgende infor‐matie: – een verbruiksprognose vòòr de startvan het programma; – het verbruik tijdens het lopende pro‐gramma; – het werkelijke verbruik na afloop vanhet programma.1.

Prognose Tip na het kiezen van een programmade EcoFeedback - toets aan.Er verschijnt een balkdiagram waarmeeeen prognose van het energieverbruikwordt gegeven.Energie           Tip de of - toets aan voor een scherm met een balkdiagram, dateen prognose van het waterverbruikgeeft.Water          Hoe meer balkjes ( ) te zien zijn, des tehoger het energie- of waterverbruik is.De prognose hangt af van het waspro‐gramma, de temperatuur en de eventu‐ele opties.Daarna springt het display automatischterug naar het basisscherm. U kuntdaarvoor ook de - toets aantippen.OK2. Het werkelijke verbruikNa afloop van het programma kunt uvòòr het openen van de deur het wer‐kelijke verbruik van het afgelopen pro‐gramma aflezen. Tip de EcoFeedback - toets aan.

Energie kWh0,9  Tip de of - toets aan voor een scherm dat het werkelijke waterver‐bruik aangeeft.Deze gegevens springen terug naarde prognosegegevens, zodra dedeur wordt geopend of zodra het ap‐paraat automatisch wordt uitgescha‐keld.Instelling: "Het totale verbruik" – Met deze instelling krijgt u informatieover het totale energie- en waterver‐bruik van de tot dan toe gedraaidewasprogramma's.Zie hoofdstuk: "Instellingen".

1. Het wasgoed onder de loep21 Maak de zakken leeg. Voorwerpen zoals spijkers, mun‐ten en paperclips kunnen wasgoeden onderdelen beschadigen.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds‐etiket, dat zich in de kraag of in dezijnaad bevindt.Donkergekleurd wasgoed geeft bij deeerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vlekken als dat mogelijk iszodra ze ontstaan zijn. Neem de vlek‐ken met een tissue af en wrijf ze erniet in.Tips voor het verwijderen van thee-,koffie-, ei- en bloedvlekken kunt u vin‐den in de vlekkenwijzer opwww.miele.nl. Wanneer u het wasgoed van tevoren met een oplosmiddelhoudendreinigingsmiddel, bijv. reinigingsben‐zine, behandelt, let er dan op dat hetmiddel niet met kunststof onderdelenin aanraking komt.

2. Programma kiezen22Wasautomaat inschakelen Druk op de - toets.ProgrammakeuzeA. Programmakeuze via de program‐makeuzeschakelaar Draai de programmakeuzeschakelaarop het gewenste programma.In het display verschijnt de beladings‐capaciteit van het gekozen programma.Daarna springt het display weer terugnaar het basisscherm. B. Programmakeuze via stand "Ove‐rige programma's" en display Draai de programmakeuzeschakelaarop stand .Overige programma'sIn het display staat:Automatic extra  Loop met de of - toetsen door de programma's, totdat het gewensteprogramma in het display staat. Bevestig het gekozen programmamet de - toets.OKHet display geeft de beladingscapaci‐teit van het ingestelde programma aan.Tevens geeft het display de parametersaan die eventueel bij dit programma alwaren ingesteld.

3. Trommel vullen23Deur openen Leg uw hand in de greep van de deuren trek de deur open. Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg stukken wasgoed van verschillen‐de grootte in de trommel. Daardoorwordt een beter wasresultaat bereikten kan het wasgoed zich tijdens hetcentrifugeren beter verdelen.Gebruik de maximale belading. Dezewordt in het display aangegeven.Bij een maximale belading is het ener‐gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings‐capaciteit overschreden, vallen de was‐resultaten tegen en gaat het wasgoedsneller kreuken.Deur sluiten Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Zwaai de deur dicht.

4. Programma-instellingen kiezen24VuilgraadLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien, maarde kledingstukken ruiken niet meer zofris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.Via de instellingen kunt u de ingevoerdevuilgraad opvragen en wijzigen. Ziehoofdstuk: "Instellingen", paragraaf:"Vuilgraad".Hebt u de vuilgraad opgevraagd, danstaat in het display:VuilgraadAutomatisch verschijnt nu een schermdat de vuilgraad aangeeft.Normaal    Kies met de en - toetsen de vuilgraad en bevestig uw keuze metde - toets.OKAfhankelijk van de ingestelde vuilgraadkunnen programma-onderdelen wordengewijzigd. – Het programmaverloop. Bij de vuil‐graad wordt in enkele program‐Sterkma's automatisch een voorwas toe‐gevoegd. Zie hoofdstuk: "Opties". – De hoeveelheid spoelwater. – De programmaduur. Bij licht vervuildwasgoed bijv.

wordt het programmaverkort.Bij een paar programma's kan geenvuilgraad worden gekozen. Deze pro‐gramma's zijn alleen geschikt voornormaal verontreinigd wasgoed.Temperatuur instellenU kunt een eerder ingestelde tempera‐tuur van een wasprogramma wijzigen. Druk op de Temperatuur - toets.In het display verschijnt: Temperatuur °C Verlaag, resp. verhoog de tempera‐tuur met de - toets, resp. de - toets en bevestig uw keuze met deOK - toets.

4. Programma-instellingen kiezen25Centrifugetoerental instellenU kunt een eerder ingesteld toerentalvan een wasprogramma wijzigen. Druk op de -Centrifugetoerentaltoets.In het display verschijnt: Toerental o/min1600 Verlaag, resp. verhoog het toerentalmet de - toets, resp. de - toets en bevestig uw keuze met de -OKtoets.Opties instellen Druk op de toets voor de gewensteoptie.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.Niet alle opties kunnen bij alle waspro‐gramma's worden gekozen. Lukt het uniet om een optie in te stellen, dan isdeze voor het gekozen programmaniet van toepassing.Zie hoofdstuk: "Opties".VoorprogrammerenU kunt het door u gekozen programmaeerder laten starten: minimaal 15 minu‐ten en maximaal 24 uur. Dat kunt u bijvoorbeeld doen om gebruik te makenvan het nachttarief.Zie hoofdstuk: "Voorprogrammering".

5. Wasmiddel doseren26De wasautomaat biedt u verschillendemogelijkheden om wasmiddel te dose‐ren.WasmiddelladeTe weinig wasmiddel heeft tot gevolgdat – het wasgoed niet schoon en na ver‐loop van tijd grauw en hard wordt; – er zich vetbolletjes in het wasgoedvormen; – er zich kalk op de verwarmingsele‐menten vormt.Te veel wasmiddel heeft tot gevolg dat – er zich te veel schuim vormt, de was‐werking daardoor gering is en de rei‐nigings-, spoel- en centrifugeerresul‐taten niet optimaal zijn; – er door een automatisch ingescha‐kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt; – het milieu extra wordt belast. Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak‐jes. Wasmiddel voor de voorwas.

5. Wasmiddel doseren28 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.De capsule gaat open zodra hij in dewasmiddellade is geplaatst. Wordtde capsule ongebruikt weer uit dewasmiddellade gehaald, dan kan deinhoud er uitstromen.Gebruik de capsule niet meer engooi deze weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd. Verwijder de capsule na afloop vanhet wasprogramma.Capsuledosering uitschakelen / wij‐zigen Tip de Cap  - toets aan en volg deaanwijzingen in het display.Wanneer u een capsule gebruikt,mag u niet òòk nog eens een was‐verzachter in vakje doseren. Hetwater stroomt bij capsuledoseringuitsluitend via de capsule in vakje .

6. Programma starten - Einde van het programma29Programma starten Druk op de - toets, die in‐Start/Stopmiddels is gaan knipperen.De deur wordt vergrendeld (dit ziet uaan symbool in het display) en hetwasprogramma wordt gestart.Hebt u de start voorgeprogrammeerd,dan geeft het display aan hoelang hetnog duurt voordat het gekozen pro‐gramma begint. Deze voorgeprogram‐meerde tijd wordt in het display afge‐teld. Pas na afloop van deze tijd starthet programma en geeft het display aanhoelang het programma waarschijnlijkgaat duren.Bovendien geeft het display het pro‐grammaverloop aan. Zo kunt u tijdenshet programma zien welke fase is be‐reikt.Einde van het programmaTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld en knipperen in hetdisplay afwisselend:Kreukbeveilig/EindeenDruk op St/Stop-t.  Druk op de - toets, waarnaStart/Stopde deur wordt ontgrendeld. Open de deur.

Haal het wasgoed uit de trommel.Controleer of de trommel leeg is.Achtergebleven stukken wasgoedkunnen bij de volgende wasbeurtkrimpen of afgeven. Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge‐bleven. Schakel de wasautomaat met de -toets uit. Sluit de deur om te voorkomen datvoorwerpen per vergissing in detrommel terechtkomen, worden mee‐gewassen en het wasgoed bescha‐digen. Hebt u een capsule gebruikt, verwij‐der deze dan uit de wasmiddellade.

Centrifugeren30Maximaal centrifugetoerental Programma Omw/min Katoen 1600 Kreukherstellend 1200 Fijne was 900 Wol 1200* Zijde 600* Automatic extra 1400 Dekbedden 1200 Outdoor 800 Impregneren 1000 Sportkleding 1200 Alleen spoelen / Stijven 1600* Apparaat reinigen 900 QuickPowerWash 1600* Express 20 1200 Overhemden 900 Donker wasgoed / Jeans 900 Pompen/Centrifugeren 1600 EindcentrifugetoerentalWanneer u een programma kiest, ver‐schijnt in het display altijd het optimalecentrifugetoerental voor dit programma.Bij wasprogramma's die in de tabel meteen zijn gemarkeerd is het optimale*centrifugetoerental niet gelijk aan hetmaximale toerental.Het is mogelijk om een lager eindcentri‐fugetoerental in te stellen.Het is echter niet mogelijk om een eind‐centrifugetoerental in te stellen dat ho‐ger is dan het maximale eindcentrifuge‐toerental dat in de tabel is aangegeven.Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus‐sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd.

Centrifugeren31Spoelstop kiezen Stel met de Centrifugetoerental -toets de Spoelstop () in. Het was‐goed blijft na de laatste spoelgang inhet water liggen. Dat heeft het voor‐deel dat het wasgoed minder kreuktwanneer u het niet direct uit de trom‐mel haalt. – Toch eindcentrifugeren:De wasautomaat biedt u het voor hetgekozen programma maximaal toe‐laatbare centrifugetoerental aan. Ukunt een lager toerental kiezen. Drukop de Start/Stop - toets, waarna hetapparaat met centrifugeren begint. – Programma beëindigen:Stel met de Centrifugetoerental -toets in (zonder centrifugeren)0 o/minen druk op de - toets.Start/Stop Het water wordt afgepompt.Het centrifugeren tussen despoelgangen en het eindcentri‐fugeren overslaan Druk op de -Centrifugetoerentaltoets.

Stel in.0 o/minNa de laatste spoelgang wordt het wa‐ter afgepompt en wordt de kreukbevei‐liging ingeschakeld.In enkele programma's wordt eenspoelgang ingelast.

Voorprogrammering32U kunt de start van het door u gekozenprogramma minimaal 15 minuten enmaximaal 24 uur vertragen. Dat kunt ubij voorbeeld doen om gebruik te ma‐ken van het nachttarief.Kiezen Druk op de Voorprogrammering -toets.In het display verschijnt: Start over h00 :00 Voer de uren met de en - toet‐ sen in en bevestig uw keuze met deOK - toets.Het scherm wisselt: Start over h05: 00 Voer de minuten met de en - toetsen in en bevestig uw keuze metde - toets.OKWanneer u uw vinger op de of - toets houdt, dan verspringt de tijd auto‐matisch naar beneden of naar boven.Starten Druk op de - toets.Start/StopIn het display verschijnt: Start over h05: 00Na afloop van de voorgeprogram‐meerde tijd start het programma auto‐matisch. Het display geeft de program‐maduur en het programmaverloop aan.WijzigenDe voorgeprogammeerde tijd kunt u ie‐der moment wijzigen.

Programma-overzicht33 Katoen 90°C tot koud Maximaal 8,0 kg Wasgoed Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed,tafellakens en servetten Let op De instellingen 60°C/40°C onderscheiden zich van /  daar‐in dat: – de programma's korter duren; – de temperatuurstops langer worden aangehouden; – het energieverbruik hoger is.Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol‐doen is een temperatuur van 60°C of hoger geschikt. Katoen  /Maximaal 8,0 kg Wasgoed Normaal vervuild wasgoed van katoen of linnen Let op – Deze instellingen zijn vanuit energie- en wateroogpunt voor hetwassen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst.

– Bij is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C; het was‐resultaat is gelijk aan dat van het programma "Katoen 60°C".Instructies voor testbureaus:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens voorschrift1061/2010 Kreukherstellend 60°C tot koud Maximaal 4,0 kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel‐lend gemaakt katoen Let op Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.

Programma-overzicht34 Fijne was 60°C tot koud Maximaal 3,0 kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en kunstzijdeVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan worden ge‐wassen Let op – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een programmamet een voorwas moeten worden gewassen. Kies daarom de vuil‐graad , zodat automatisch een voorwas wordt uitgevoerd.Sterk – Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet. Wol 40°C tot koud Maximaal 2,0 kg Wasgoed Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a. wol in zit Let op Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. Zijde 30°C tot koud Maximaal 1,0 kg Wasgoed Zijde en alle stoffen zonder wol die ook met de hand kunnen wordengewassen Let op Was panty's en bh's in een waszak.

Automatic extra 40°C tot koud Maximaal 6,0 kg Wasgoed Wasgoed dat naar kleur is gesorteerd en een combinatie is van was‐goed dat anders met het programma Katoen en met het programmaKreukherstellend wordt gewassen. Let op Beide soorten wasgoed worden zo behoedzaam mogelijk behan‐deld en zo goed mogelijk gereinigd. Dit is mogelijk doordat waspa‐rameters zoals waterstand, wasritme en centrifugeprofiel automa‐tisch worden aangepast.

Programma-overzicht35 Dekbedden 60°C tot koud Maximaal 2,5 kg1 dekbed 2,20m x 2,00m Wasgoed Dekbedden en hoofdkussens met veren of donzen vullingen Let op – Druk vòòr het wassen de lucht uit het textiel om overmatigeschuimvorming te voorkomen. Stop het daarvoor in een goedaansluitende waszak of bind het met een wasbare band af. – Volg de aanwijzingen op het onderhoudsetiket. Outdoor 40°C tot koud Maximaal 2,5 kg Wasgoed Outdoorkleding met membranen als Gore-Tex®, SYMPATEX® enWINDSTOPPER®. Let op – Doe ritssluitingen en sluitingen met klittenband dicht. – Gebruik geen wasverzachter. – U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met hetprogramma . Het is beter om dit niet na iedere was‐Impregnerenbeurt te doen. Impregneren 40°C Maximaal 2,5 kg Wasgoed Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellakensdie voornamelijk uit synthetische vezels bestaan.

U verhoogt daar‐mee de water- en vuilwerende werking. Let op – Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogdzijn. – Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther‐misch nabehandelen en wel door het te strijken of in een droogau‐tomaat te drogen.

Programma-overzicht36 Sportkleding 60°C tot koud Maximaal 3,0 kg Wasgoed Sport- en fitnesskleding van microvezels en fleece Let op – Gebruik geen wasverzachter. – Neem de aanwijzingen van het onderhoudsetiket in acht. Alleen spoelen / Stijven Maximaal 8,0 kg Wasgoed – Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden gespoeld – Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge‐steven Let op – Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. – Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn. – Een bijzonder goed spoelresultaat met twee spoelgangen krijgt udoor de optie en bij de instellingen de variant Extra water Extraspoelgang in te schakelen.

Apparaat reinigen 75°C Zonder beladingWanneer er regelmatig met lage temperaturen wordt gewassen, bestaat het ge‐vaar dat de wasautomaat verontreinigd raakt.Door de wasautomaat met bovenstaand programma te reinigen kunt u het aantalkiemen en bacteriën sterk verminderen en geurtjes voorkomen. Let op – Een optimaal resultaat bereikt u door het machinereinigingsmiddelvan Miele te gebruiken. U kunt ook een universeel poedervormigwasmiddel kiezen. – U doseert deze middelen in de wasmiddellade. – Leg geen wasgoed in de trommel. Met bovenstaand programmareinigt u alleen het apparaat.

Programma-overzicht37 QuickPowerWash 60°C – 40°C Maximaal 5,0 kg Wasgoed Voor normaal verontreinigd wasgoed dat ook in het programma Ka‐toen kan worden gewassen Let op – Het wasgoed wordt door een speciale bevochtiging en door eenspeciaal wasritme bijzonder snel en grondig gereinigd. Express 20 40°C tot koud Maximaal 3,5 kg Wasgoed Katoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is. Let op De optie Kort is automatisch ingeschakeld. Overhemden 60°C tot koud Maximaal 2,0 kg Wasgoed Overhemden en blouses van katoen en mengweefsels Let op – Behandel kragen en manchetten vòòr als dat nodig is. – Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programma Zijde.Donker wasgoed /Jeans 60°C tot koud Maximaal 3,0 kg Wasgoed Zwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels ofjeansstof Let op – Was dit wasgoed binnenstebuiten.

Opties38U kunt een aantal opties inschakelenom het programma dat u heeft gekozennog beter af te stemmen op uw was‐goed en de manier waarop u dit wiltwassen. Dat doet u via de optietoetsenen het display. Druk op de toets van de gewensteoptie.Deze toets licht op.Niet alle opties kunnen bij alle waspro‐gramma's worden gekozen.Lukt het u niet om een optie in te stel‐len, dan is deze voor het gekozen pro‐gramma niet van toepassing.ProgrammamanagerMet de programmamanager kunt u dewasprogramma's aan uw wensen aan‐passen.IntensiefVoor wasgoed dat bijzonder vuil is entegen een stootje kan. Een sterkerewasmechaniek en een sterkere verhit‐ting verbeteren het wasresultaat.ECOEr wordt minder energie verbruikt, maarhet wasresultaat blijft gelijk.

Dit wordtbereikt door een verlengde programma‐duur en een verlaging van de gekozenwastemperatuur.Extra behoedzaamDe wasmechaniek is minder sterk enhet wasgoed wordt na afloop van heteigenlijke programma gladgestreken,zodat het minder gekreukt uit het appa‐raat komt.Extra stilHet wasprogramma produceert mindergeluid. Handig wanneer u 's nachts wiltwassen. De optie "Spoelstop" wordt in‐geschakeld en de programmaduur ver‐lengd.AllergoWashVoor wasgoed dat bijzonder hygiënischmoet worden gewassen. Door een ho‐ger energieverbruik wordt de tempera‐tuurstop verlengd. Een hoger waterver‐bruik zorgt voor een beter spoelresul‐taat.Niet alle opties van de programmama‐nager kunnen bij ieder programmaworden gekozen. Een overzicht vindt uin paragraaf: "Overzicht wasprogram‐ma's - Programmamanager".

Opties39VoorstrijkenAan het einde van het programmawordt het wasgoed gladgestreken.Door de maximale belading met 50% tereduceren krijgt u een optimaal resul‐taat. Neem de aanwijzingen in het dis‐play in acht. Met kleine beladingen ishet eindresultaat beter.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon‐der zichtbare vlekken.De wastijd wordt verkort.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.U kunt voor de optie ver‐Extra waterschillende varianten instellen. Ziehoofdstuk: "Instellingen".VlekkenVoor wasgoed met specifieke vlekken.De optie biedt 7 verschillende vlekken‐soorten. Per wasbeurt kunt u er 1 kie‐zen. Het wasprogramma wordt aan de‐ze vlek aangepast.

Opties41Welke opties kunnen bij welke programma's worden gekozen?Bij programma's die hier zijn genoemd kan geen van onderstaande optiesnietworden ingeschakeld.Voorwas1) Voorstrijken Kort Extra water Vlekken Katoen X X X X X Kreukherstellend X X X X X Fijne was X X X X X Automatic extra X X – – X Dekbedden X – – X – Outdoor X – X X X Sportkleding X – X X XAlleen spoelen / Stijven – – – X – QuickPowerWash – X – – – Express 20 – X X2) – – Overhemden XX2) X X XDonker wasgoed /Jeans X X X X X X= Kan worden ingeschakeld – = Kan niet worden ingeschakeld1) = Wordt bij vuilgraad automatisch ingeschakeldSterk2) = Kan worden uitgeschakeld

Programmaverloop43 = Lage waterstand = Middelste waterstand = Hoge waterstand = Intensief ritme = Normaal ritme = Sensitief ritme = Schommelritme = Handwasritme = Wordt uitgevoerd – = Wordt niet uitgevoerdDe automaat beschikt over een volledigelektronische besturing met beladings‐automaat. Tijdens een wasprogrammazuigt het wasgoed water op. Om hoe‐veel water het gaat hangt af van dehoeveelheid wasgoed en het soort tex‐tiel. Hoe groter het absorptievermogenvan het wasgoed is, des te meer waterer moet worden bijgepompt. De elek‐tronica van de automaat kan de hoe‐veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge‐pompt. Het programmaverloop en dewastijd zijn bij de diverse programma'sdus verschillend. Het programmaverloop van de hier ver‐melde programma's slaat op het basis‐programma met maximale belading.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele WKF120 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden