Miele WE 615 WCS Handleiding

Miele Wasmachine WE 615 WCS

Bekijk gratis de handleiding van Miele WE 615 WCS (68 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele WE 615 WCS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Gebruiksaanwijzing
Wasmachine
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, in-beslist
stalleert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 11 617 450

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: WE 615 WCS

Handleiding Miele WE 615 WCS – volledige tekst

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu2Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.

Inhoud3 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6 Bediening van de wasmachine. 13 Bedieningspaneel. 13 Ingebruikneming van het apparaat. 14 Tips om energie en water te besparen. 15 1. Het wasgoed onder de loep. 16 2. Trommel vullen. 17 3. Wasmiddel doseren. 19 4. Programma en instellingen selecteren. 20 5. Programma starten – Einde programma. 21 Textielbehandelingssymbolen. 22 Centrifugeren. 23 Programma-overzicht. 24 Extra functies. 27 Kort. 27 Voorwas. 27 Inweken. 27 Extra water. 27 Programmaverloop. 28 Programmaverloop wijzigen. 30 Programma afbreken. 30 Programma onderbreken. 30 Programma wijzigen. 30 Trommel bijvullen/wasgoed eruit halen. 31.

Inhoud4 Wasmiddelen. 32 Het juiste wasmiddel. 32 Doseerhulp. 32 Wateronthardingsmiddel. 32 Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 34 Automatisch toevoegen van wasverzachter of vloeibaar stijfsel. 34 Apart spoelen met wasverzachter, appreteermiddel of stijfsel. 34 Reiniging en onderhoud. 35 Trommel reinigen. 35 Behuizing en bedieningspaneel reinigen. 35 Wasmiddellade reinigen. 35 Watertoevoerzeefje reinigen. 37 Nuttige tips. 38 Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 38 Foutmelding na afbreking programma. 39 Foutmelding na afloop van een programma. 40 Algemene problemen met de wasmachine. 41 Een tegenvallend wasresultaat. 43 Het openen van het deksel bij verstopte afvoer en/of stroomstoring. 44 Service. 46 Contact bij storingen. 46 Na te bestellen accessoires. 46 Garantie. 46 EPREL-databank. 46 Installatie. 47 Voorkant. 47 Transportbeveiliging verwijderen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Deze wasmachine voldoet aan de geldende veiligheidsvoor-schriften. Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiëleschade tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u dewasmachine in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan dewasmachine.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wasma-chine en de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen enop te volgen.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasmachine mag worden gewassen.

Gebruik voorandere doeleinden kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verant-woordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge-bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-machine komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasmachine alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe-ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasmachine niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasmachine, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Technische veiligheid Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasmachine mag niet worden ge-plaatst en niet in gebruik worden genomen. Vergelijk vóórdat u de wasmachine aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van de wasmachine is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.

Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasmachine mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver-band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Installatie” en “Tech-nische gegevens”. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasmachine te halen. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman/vakvrouw worden vervangen. Reparaties aan de wasmachine mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasma-chine wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasmachine staan. Dat is het geval, als aan één vande volgende voorwaarden is voldaan: - als de stekker uit de contactdoos is getrokken of - als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of - als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasmachine mag alleen met een nieuwe slangenset op de wa-tervoorziening worden aangesloten. Oude slangen mogen niet wor-den gebruikt. Controleer de slangen regelmatig. U kunt de slangendan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasmachine mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.

opeen schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasmachine aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan. Het recht op garantie vervalt wanneer de wasmachine wordt her-steld door technici die niet door Miele zijn erkend.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Nog meer aanwijzingen voor het gebruik De maximale beladingscapaciteit bedraagt 6 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: “Programma-overzicht”. Plaats uw wasmachine niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasmachine in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:“Installatie”, paragraaf: “Transportbeveiliging verwijderen”. Wanneer ude transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasmachine en aan de meubels/appa-raten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.

tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasmachine geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar-om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstro-mende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasmachine beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde on-derdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver-oorzaken.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasmachine ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijkcitroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is ver-krijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij uw Miele-vakhandelaarof bij Miele Nederland. Volg de adviezen voor het gebruik van ontkal-kingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasmachine wordt gewassen. Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine.

Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasmachine gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht. Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasmachine wor-den gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met een arts.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12Accessoires Gebruik alleen originele Miele onderdelen. Als andere onderdelenworden bevestigd of ingebouwd, vervalt het recht op garantie eneventueel de garantie en/of productaansprakelijkheid. Miele geeft u na afloop van de productie van de wasmachine eenleveringsgarantie van 15jaar voor onderdelen.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.

Bediening van de wasmachine13BedieningspaneelaStart -toetsstart het gekozen wasprogramma.bToetsen voor de extra functiesom de extra functies te selecteren.Met de bovenste toets kunt u tussende extra functies Kort Voorwas, ofInweken kiezen. Met de onderstetoets kunt u de extra functie Extrawater selecteren.Controlelampje aan = geselecteerdControlelampje uit = niet geselec-teerdcControlelampjes van het centrifu-getoerentaldToets Centrifugerenom het centrifugetoerental te wij-zigen of om de of spoelstop zondercentrifugeren te selecteren.eProgrammakeuzeschakelaarom het basiswasprogramma en debijbehorende temperatuur te selecte-ren.

De programmakeuzeschakelaarkan rechts- en linksom worden ge-draaid.fWeergave programmaverloopgeeft weer tijdens het wasprogram-ma welke fase in het programmaver-loop is bereikt.gControlelampjes Service-/StoringhToetsvoor het in- en uitschakelen van dewasmachine.De wasmachine schakelt automa-tisch uit om energie te besparen. Datgebeurt 15minuten nadat Kreukbe-veiliging/Einde is verschenen of nahet inschakelen als er verder nietsgebeurt.iToets DekselOpent het deksel.

Ingebruikneming van het apparaat14 Schade door onjuist plaatsen enaansluiten.Het onjuist plaatsen en aansluitenvan de wasmachine leidt tot ernstigemateriële schade.Lees het hoofdstuk: “Installatie”.Iedere wasmachine wordt in de fabriekop zijn werking getest. Het is mogelijkdat er als gevolg van deze tests watwater in de trommel achterblijft.Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt, dankan er overmatige schuimvorming op-treden.Met het draaien van een wasprogram-ma zonder wasgoed en zonder was-middel activeert u tegelijkertijd het ko-gelventiel. Het kogelventiel zorgt ervoordat vanaf de eerste wasbeurt steeds alhet wasmiddel wordt gebruikt.Eerste wasprogramma starten Draai de kraan open.

Druk op de toets . Draai de programmakeuzeschakelaarop 60°C.Katoen Druk op de -toets.StartNa afloop van het programma is dewasmachine klaar voor gebruik. Schakel de wasmachine na het pro-gramma-einde uit met de toets .Reclamestickers verwijderen Verwijder alle reclamestickers (voorzover aanwezig) van de voorkant enhet deksel.Verwijder het typeplaatje aan denietachterkant van de wasmachine.

Tips om energie en water te besparen15Energie- en waterverbruik - Maak zoveel mogelijk gebruik van demaximale belading van een program-ma. Het energie- en waterverbruikzijn dan, vergeleken met de totalehoeveelheid wasgoed, het laagst. - Programma's die efficiënter zijn inenergie- en waterverbruik hebbenmeestal een langere programmaduur.Door de verlenging van de program-maduur kan de bereikte wastempera-tuur worden verlaagd bij een con-stant wasresultaat.Het programma ECO 40-60 heeft bij-voorbeeld een langere programma-duur dan het programma Katoen40°C of 60°C. Het programmaECO 40-60 is efficiënter in energie-en waterverbruik, maar heeft wel eenlangere programmaduur. - Gebruik programma Express 20 voorkleinere hoeveelheden licht vervuildwasgoed. - Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, (bijv. 20°C).

Maak gebruikvan die mogelijkheid om energie tebesparen. - Voor de hygiëne in de wasmachineadviseren wij u om af en toe een pro-gramma met een temperatuur vanminstens 60°C te starten. Met hetservicecontrolelampje Hygiëne Infoherinnert de wasmachine u hieraan.Gebruik van wasmiddelen - Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven. - Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. - Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca. ⅓ min-der wasmiddel.Instructies voor het daaropvol-gend machinaal drogenHet gekozen centrifugetoerental beïn-vloedt het restvocht van het wasgoeden de geluidsemissie van de wasmachi-ne.Hoe hoger het centrifugetoerental vande wasmachine, hoe minder restvochter in het wasgoed achter blijft.

De ge-luidsemissie van de wasmachine stijgtechter wel.Om energie te besparen tijdens het dro-gen, selecteert u het hoogst mogelijkecentrifugetoerental voor het betreffendewasprogramma.

1. Het wasgoed onder de loep16 Maak de zakken leeg. Schade door voorwerpen.Voorwerpen zoals spijkers, muntenen paperclips kunnen het wasgoeden onderdelen van het apparaat be-schadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds-etiket, dat zich in de kraag of in de zij-naad bevindt.Tip: donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vóór het wassen eventuelevlekken op het wasgoed. Doe datzolang de vlekken nog niet zijn opge-droogd. Verwijder vlekken door zemet een niet afgevende doek te dep-pen. Niet wrijven!Tip: Vlekken (van bloed, ei, koffie, thee,etc.) kunt u vaak eenvoudig verwijderen.Miele heeft hiervoor een speciale vlekken-wijzer samengesteld.

De Miele vlekkenwij-zer vindt u op de Miele website. Schade door oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelenWasbenzine, vlekkenmiddeltjes enz.kunnen kunststof onderdelen be-schadigen.Wanneer u het wasgoed van tevorenmet een oplosmiddelhoudend reini-gingsmiddel, bijv. wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt. Gevaar voor explosie door oplos-middelhoudende reinigingsmiddelen.Bij gebruik van oplosmiddelhouden-de reinigingsmiddelen kan een ex-plosief mengsel ontstaan.Gebruik geen oplosmiddelhoudendereinigingsmiddelen in de wasmachine.Algemene tips - Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek. - Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze. - Sluit ritsen, haakjes en oogjes.

2. Trommel vullen17Het buiten- en binnendekselopenen Schakel de wasmachine in. Druk op de toets en open hetDekselbuitendeksel tot aan de aanslag.Het binnendeksel gaat automatischopen.Trommel openenBeide openingshelften staan onderdruk van een veer.Open de trommel voorzichtig. Houd de achterste openingshelft metde hand lichtjes tegen. Druk op de vergrendeling (zwartepijl) en druk tegelijkertijd de voorsteopeningshelft naar binnen tot aan deontgrendeling (richting van de pijl). Laat nu beide openingshelften rustig,met de handen lichtjes tegenhou-dend, omhoog komen.Trommel vullenHoud u aan de maximale belading vande verschillende wasprogramma's.Bij maximale belading is het energie- enwaterverbruik, vergeleken met de totalehoeveelheid wasgoed, relatief hetlaagst. Wordt de maximale beladings-capaciteit overschreden, dan vallen dewasresultaten tegen en gaat het was-goed sneller kreuken.

Leg het wasgoed uitgevouwen enlosjes in de trommel. Hierdoor bereiktu een beter wasresultaat en kan hetwasgoed zich tijdens het centrifuge-ren beter verdelen.Gebruik altijd een wasnetje voor tex-tiel dat uit meerdere lagen bestaatmet een bijzonder fijn, glad opper-vlak.

2. Trommel vullen18Wastrommel en binnendekselsluiten Druk eerst de voorste en dan de ach-terste openingshelft naar beneden,totdat sluithaken in elkaar grij-beidepen en duidelijk zichtbaar vastklikken. Schade door niet gesloten trom-mel.Als een trommelklep niet gesloten is,kan hierdoor schade ontstaan aan dewasmachine en het wasgoed.Sluit de wastrommel altijd correct. Reinig het wieltje in de linker sluit-haak regelmatig, zodat het altijd soe-pel blijft bewegen.Let erop dat er geen wasgoed tussende openingshelften klemt als u dezesluit. Sluit het binnendeksel door op de af-sluiting te drukken, zodat u het dekselduidelijk hoort vastklikken.Als het binnendeksel niet correctwordt gesloten, kan er geen program-ma worden gestart en knippert hetcontrolelampje .Dosering controleren

3. Wasmiddel doseren19Tips voor de doseringControleer bij het doseren van het was-middel hoe vuil het wasgoed is en hoe-veel wasgoed u heeft. Verminder dehoeveelheid wasmiddel bij een kleinerehoeveelheid wasgoed (bijv. bij een halvetrommel de hoeveelheid wasmiddel met⅓ verminderen).Te weinig wasmiddel: - Heeft als effect, dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt. - Bevordert schimmelvorming in dewasmachine. - Heeft als effect, dat vet niet volledigverwijderd wordt. - Bevordert kalkaanslag op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel: - Heeft als effect dat het wasgoed nietgoed gereinigd, gespoeld en gecen-trifugeerd wordt. - Heeft als effect dat er meer waterwordt verbruikt door een automatischingeschakelde extra spoelgang. - Versterkt de belasting voor het milieu.Wasmiddel doseren Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer het wasmiddel in de vakjes.

4. Programma en instellingen selecteren20Programma kiezen Draai de programmakeuzeschakelaarnaar het gewenste programma.Centrifugetoerental selecteren Druk zo vaak op de toets “Centrifuge-ren”, totdat het controlelampje vanhet gewenste centrifugetoerental gaatbranden.Extra functies kiezenMet de bovenste toets kunt u de extrafuncties , Inweken Voorwas Kort of ofgeen functie inschakelen.Met de onderste toets kunt u de extrafunctie inschakelen.Extra water Schakel de gewenste extra functie in.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.Als een extra functie niet kan wordeningeschakeld, is deze extra functievoor het gekozen wasprogramma nietvan toepassing.

5. Programma starten – Einde programma21Programma starten Druk op de toets , die reedsStartknippert.Bij het begin van het wasprogrammawaarschuwt een kort “zoemend” geluiddat de trommel automatisch wordt ont-grendeld.Einde programmaHet controlelampje Kreukbeveiliging/Einde geeft het einde van het program-ma aan.Trommel leeghalen Druk op de toets .DekselOm ervoor te zorgen dat het deksel kanworden geopend, draait de trommelzich automatisch in de juiste positie enwordt deze vergrendeld (automatischeplaatsing en vergrendeling van de trom-mel).15minuten na afloop van de kreukbe-veiliging wordt de wasmachine auto-matisch uitgeschakeld. U kunt dewasmachine door op toets te druk-ken weer inschakelen. Open het buitendeksel tot aan deaanslag.Het binnendeksel gaat automatischopen.

Open de wastrommel en haal hetwasgoed eruit.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven op ander wasgoed.Verwijder al het wasgoed uit detrommel.Wasmachine uitschakelen Sluit de wastrommel en het binnen-deksel.Zo voorkomt u dat voorwerpen pervergissing in de trommel terecht-komen, worden meegewassen en hetwasgoed beschadigen. Sluit het buitendeksel. Schakel de wasmachine met detoets uit.

Textielbehandelingssymbolen22WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan. Normaal programma Mild programma Zeer mild programma Handwas Niet wassenVoorbeelden voor de programmakeuze Programma Symbolen in het on-derhoudsetiket Katoen Kreukherstel-lend Fijne was  Wol  Express 20 DrogenDe punten geven de globale tempera-tuur aan. Op een normale temperatuur Op een lagere temperatuur Niet drogen in de automaatStrijken & mangelenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan. Ca. 200°C Ca. 150°C Ca. 110°CStrijken met stoom kan het was-goed onherstelbaar bescha-digen. Niet strijken/mangelenChemisch reinigen Reiniging met chemische oplos-middelen.

Centrifugeren23Maximaal centrifugetoerental Programma Omw/min ECO 40-60 1200 Katoen 1200 Kreukherstellend 1200 Automatic 900 Overhemden 600 Donker wasgoed/Jeans 1200 Express 20 1200 Wol 1200 Fijne was 600 Extra spoelen/Stijven 1200 Centrifugeren 1200U kunt een lager eindcentrifugetoerentalinstellen. U kunt geen hoger eindcentri-fugetoerental dan boven aangegevenkiezen.Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus-sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd. In het pro-gramma Katoen wordt bij een toerentalvan lager dan 700omw/min een spoel-gang ingelast.Eindcentrifugeren uitzetten(spoelstop) Druk zo vaak op de toets “Centrifuge-ren” totdat het controlelampjeSpoel-stop brandt.

Het wasgoed blijft nade laatste spoelcyclus in het waterliggen. Hierdoor kreukt het wasgoedminder als u het na afloop van hetprogramma niet meteen uit de trom-mel haalt.Eindcentrifugeren starten Kies het gewenste toerental door opde toets “Centrifugeren” te drukken.De wasmachine start het eindcentri-fugeren.Programma beëindigen Druk op de toets . Het waterDekselwordt afgepompt. Het deksel gaatopen.Centrifugeren tussen de spoelgangenen eindcentrifugeren uitschakelen Druk zo vaak op de toets “Centrifuge-ren” totdat het controlelampje zondercentrifugeren brandt. Na de laatstespoelcyclus wordt het water afge-pompt en wordt de kreukbeveiligingingeschakeld. Bij deze instellingwordt er in enkele programma's eenextra spoelgang ingelast.

Programma-overzicht24 ECO 40-60 maximaal 6,0kg Wasgoed Voor normaal vervuild wasgoed van katoen Tip - In één wascyclus kan gemengd wasgoed van katoen voor detemperatuur 40° en 60°C worden gewassen. - Voor wasgoed van katoen is dit programma het meest efficiëntvoor wat betreft het energie- en waterverbruik.Opmerking voor testinstituten:Testprogramma voor de naleving van de Ecodesign-richtlijn nr. 2019/2023 enenergie-etikettering volgens richtlijn nr. 2019/2014. Katoen 90°C tot 20°C maximaal 6,0kg Wasgoed T-shirts, ondergoed, tafellinnen enzovoort, wasgoed van katoen, lin-nen of mengweefsels Tip - De instelling 60°C/40°C verschilt van / door een kor- tere programmaduur, een langere temperatuurstop en hoger ener-gieverbruik. - Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moetvoldoen, moet een temperatuur van 60°C of hoger worden geko-zen.

Katoen maximaal 6,0kg / Wasgoed normaal vervuild wasgoed van katoen Tip - Voor katoenen wasgoed is dit programma het meest efficiëntvoor wat betreft het energie- en waterverbruik. - Bij is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C; het was-resultaat is gelijk aan dat van het programma Katoen 60°C.Opmerking voor testinstituten:Testprogramma's volgens EN60456 en energielabel volgens EU-verordening 1061/2010 Kreukherstellend 60°C tot 30°C maximaal 2,5kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel-lend behandeld katoen Tip - Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.

Programma-overzicht25 Automatic 40°C maximaal 3,0kg Wasgoed Wasgoed dat op kleur is gesorteerd voor de programma's Katoenen Kreukherstellend Tip - Elk soort wasgoed wordt zo behoedzaam mogelijk behandeld enzo goed mogelijk gereinigd. Dit is mogelijk doordat wasparame-ters (zoals waterstand, wasritme en centrifugeprofiel) automatischworden aangepast. Overhemden 40°C maximaal 1,5kg Tip - Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is. - Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programma Fijnewas.Donker wasgoed / Je-ans 40°C Maximaal 3,0kg Textielsoort Zwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels ofjeansstof Let op - Was dit wasgoed binnenstebuiten. - Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paar keerworden gewassen. Was lichte en donkere jeansstoffen daaromapart.

Programma-overzicht26 Fijne was 40°C en 30°C maximaal 1,0kg Wasgoed Voor kwetsbaar wasgoed van synthetische vezels, mengweefselsen kunstzijdeVitrages die volgens de fabrikant in de wasmachine kunnen wordengewassen. Tip - Vitrages trekken veel stof aan en zullen daarom vaak met eenprogramma met voorwas moeten worden gewassen. - Bij kreukgevoelig textiel helemaal niet centrifugeren. Extra spoelen/Stijven maximaal 5,0kg Wasgoed - Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld. - Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-steven Tip - Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. - Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn. - Een bijzonder goed spoelresultaat met twee spoelgangen krijgt udoor de extra functie in te schakelen.

Bij de program-Extra watermeerfunctie moet de optie zijn geac-Extra water Extra spoelgangtiveerd. Centrifugeren – Tip - Alleen pompen: kies bij het toerental .Zonder centrifugeren - Let op het ingestelde toerental.

Extra functies27Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon-der zichtbare vlekken.De wastijd wordt verkort.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.InwekenVoor sterk verontreinigd wasgoed meteiwithoudende vlekken. - U kunt een inweektijd instellen van 2uur, anderhalf uur, 1 uur en 30minu-ten. - Vanuit de fabriek is 2 uur ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: “Programmeerfuncties”, pa-ragraaf: “Inweektijd”.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.Er zijn verschillende varianten mogelijk.Op de toets kunt u de ge-Extra waterwenste variant instellen.

Voor het wij-zigen van de variant zie hoofdstuk:“Programmeerfuncties”, paragraaf “Ex-tra water”.Keuze extra functiesVan de extra functies Kort Voorwas, enInweken kunt u er altijd maar één kie-zen.KortVoorwasInwekenExtra waterECO 40-60 Katoen X X X X Kreukherstellend X X X X Automatic –––– Overhemden X X X –Donker wasgoed/Jeans X X X –Express 20 X1) – – X Wol–––– Fijne was X X X –Extra spoelen/Stijven – – – X Centrifugeren –––– X = kan worden gekozen – = kan niet worden gekozen1) = kan worden uitgeschakeld.

Programmaverloop29 = lage waterstand = gemiddelde waterstand = hoge waterstand = intensief ritme = normaal ritme = behoedzaam ritme = sensitief ritme = handwasritme = wordt uitgevoerd – = wordt niet uitgevoerdDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat. De wasautomaat be-paalt zelf de benodigde waterhoeveel-heid, afhankelijk van de hoeveelheidwasgoed en het absorptievermogen er-van.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.

Erwordt geen rekening gehouden met se-lecteerbare extra functies.Uw wasautomaat houdt u tijdens hetprogramma op de hoogte van het pro-grammaverloop.Nadere bijzonderheden over het pro-grammaverloopKreukbeveiliging:De trommel draait nog 30minuten naafloop van het programma om kreuk-vorming te voorkomen.Uitzondering: het programma Wol heeftgeen kreukbeveiliging.De wasmachine kan op elk momentworden geopend.1Bij een temperatuur van 90°C tot60°C wordt er 2keer gespoeld.Wordt er een temperatuur gekozenvan beneden de 60°C, dan worden er3spoelcycli uitgevoerd.2Een derde of vierde spoelcyclus wordtuitgevoerd wanneer: - er te veel schuim in de trommel zit - het gekozen eindcentrifugetoerentallager is dan 700omw/min - gekozen is.zonder centrifugeren3Een derde spoelcyclus wordt uitge-voerd als: - gekozen is.zonder centrifugeren

Programmaverloop wijzigen30Programma afbrekenU kunt een wasprogramma op elk mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start. Draai de keuzeschakelaar op .EindeDe wasmachine pompt het aanwezigewater weg, het programma wordt afge-broken en het buitendeksel wordt ge-opend.Trommel leeghalen Open het buitendeksel tot aan deaanslag. Het binnendeksel wordt au-tomatisch geopend. Open de wastrommel.Een ander programma kiezen Controleer of er nog wasmiddel in dewasmiddellade zit. Is dat niet het ge-val, doseer dan opnieuw wasmiddel. Sluit het binnendeksel correct. Sluit het buitendeksel en kies eennieuw programma.Programma onderbreken Schakel de wasmachine met de toets uit.

Schakel de wasmachine met de toets weer in om het programma voortte zetten.Programma wijzigenHet programma kan niet meer wordengewijzigd nadat het is gestart.Het controlelampje Kreukbeveiliging/Einde brandt wanneer de programma-keuzeschakelaar naar een ander pro-gramma wordt gedraaid. Het program-maverloop wordt niet beïnvloed.Temperatuur wijzigenWijzigen is mogelijk in de eerste minu-ten. Draai de programmakeuzeschakelaarnaar de gewenste temperatuur.Centrifugetoerental wijzigenHet toerental kan altijd worden gewij-zigd. Druk op de toets Toerental.Extra functies wijzigenDe extra functie kan in deExtra watereerste minuten worden gekozen of uit-geschakeld. Druk op de toets .Extra water

Programmaverloop wijzigen31Trommel bijvullen/wasgoed er-uit halenU kunt bij alle programma's nog was-goed in de trommel leggen of eruit ha-len, nadat u het programma heeft ge-start. Druk op de toets .DekselVoor het openen draait de trommel zichin de juiste positie en wordt deze ver-grendeld (automatische plaatsing envergrendeling van de trommel). Het bui-tendeksel wordt geopend. Open het buitendeksel tot aan deaanslag. Het binnendeksel wordt au-tomatisch geopend. Open de wastrommel. Leg wasgoed in de trommel of haal erwasgoed uit. Sluit de wastrommel. Sluit het binnendeksel correct. Sluit het buitendeksel.Het programma wordt automatischvoortgezet.Het deksel kan niet worden geopendals: - de temperatuur van het waswater bo-ven ligt.55°C - de programmafase isCentrifugerenbereikt.

Wasmiddelen32Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasmachi-nes. Tips voor het gebruik en voor dedosering van de wasmiddelen kunt uvinden op de wasmiddelverpakking.De dosering is afhankelijk van: - de mate waarin het wasgoed is ver-ontreinigd; - de hoeveelheid wasgoed; - de waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.Vuilgraad - Licht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris. - Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien. - Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.DoseerhulpGebruik voor het doseren van het was-middel de attributen die door de was-middelfabrikant als hulp bij het doserenzijn geleverd, bijv. doseerbolletjes.

Ge-bruik die vooral bij vloeibare wasmidde-len.NavulpakkenKoop zoveel mogelijk navulpakken omhet afval te reduceren.WateronthardingsmiddelHeeft het water een hardheidsgraad vanII of III, dan kunt u een wateronthar-dingsmiddel gebruiken om wasmiddelte besparen. De juiste dosering vindt uop de verpakking. Doseer eerst hetwasmiddel en dan pas het onthardings-middel.Het wasmiddel kunt u dan doseren zo-als bij water met een hardheidsgraadvan I.WaterhardheidHardheids-graadTotale hard-heid in mmol/lDuitse hard-heid °dH Zacht (I) 0 – 1,5 0 – 8,4 Gemiddeld (II) 1,5 – 2,5 8,4 – 14 Hard (III) > 2,5 > 14

Wasmiddelen33Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) nr.1015/2010De adviezen gelden voor de temperaturen zoals aangegeven in het hoofdstuk:“Programma-overzicht”. Universeel Color- Fijn- enwol-Speciaal2Wasver-zachterwasmiddel ECO 40-60   – – Katoen   – – Kreukherstellend   – – Automatic   – – Overhemden   – –Donker wasgoed/Jeans–1 – Express 20 11 – –  Wol   – – Fijne was – – – Extra spoelen/Stijven – – –   aan te bevelen1Vloeibaar wasmiddel gebruikenWanneer Voorwas is gekozen, wordt het aanbevolen een reservoir voor vloei-baar wasmiddel in het vakje te plaatsen. Het reservoir is verkrijgbaar bijde Miele vakhandelaar en bij Miele.2Wasmiddelen die speciaal zijn ontwikkeld voor dit wasprogramma of was-goed.

Wasmiddelen34Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachters Met wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Synthetische stijfsels Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Stijfsels Met gewone stijfsels wordt uw wasgoedstevig.Automatisch toevoegen van wasver-zachter of vloeibaar stijfsel Doseer de genoemde producten invakje . Doseer niet hoger dan depijl.Het middel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld. Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vak staan.Als u meermaals stijfsel heeft ge-bruikt, reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.Apart spoelen met wasverzachter,appreteermiddel of stijfselStijfsel moet zijn voorbereid zoals be-schreven op de verpakking.

Doseer wasverzachter in het vakje . Doseer vloeibaar stijfsel/appreteer-middel in vakje en poedervormigof half-vloeibaar stijfsel/appreteer-middel in vakje . Kies het programma Extra spoelen/Stijven. Wijzig het centrifugeertoerental indiennodig. Druk op de -toets.StartKleuren en ontkleuren Gebruik ontkleuringsmid-geendel in de wasautomaat om corrosiete voorkomen.Het gebruik van textielverf in de wasau-tomaat is uitsluitend toegestaan voorhuishoudelijke doeleinden. Het zout daterin zit kan het roestvrij staal aantasten.Neem de aanwijzingen van de textiel-verffabrikant precies in acht.

Reiniging en onderhoud35Trommel reinigenWanneer er met lage temperaturen en /of een vloeibaar wasmiddel wordt ge-wassen, bestaat het gevaar dat er in dewasautomaat ziektekiemen en geurtjesontstaan. Draai om dit te voorkomeneen wasprogramma op minstens 60°Cmet een universeel, poedervormig was-middel. Doe dit eenmaal in de maand ofiedere keer wanneer het servicelampjeHygiëne Info gaat branden.Behuizing en bedieningspaneelreinigen Gevaar voor elektrische schokdoor netspanning.Als de wasmachine uitgeschakeld is,staat het apparaat onder spanning.Maak voordat u de wasmachine eenreinigings- of onderhoudsbeurt geefthet apparaat spanningsvrij. Schade door binnendringendwater.Door de druk van een waterstraalkan er water in het apparaat komenen onderdelen beschadigen.Spoel de wasmachine niet met eenwaterstraal af.

Reinig de behuizing en het bedie-ningspaneel met een mild reinigings-middel of sopje en droog beide on-derdelen daarna met een zachtedoek. Reinig de trommel met een reini-gingsmiddel voor roestvrij staal. Schade door reinigingsmiddelen.Oplosmiddelhoudende reinigings-middelen, schuurmiddelen, glas- ofallesreinigers kunnen kunststof op-pervlakken en andere onderdelen be-schadigen.Gebruik deze reinigingsmiddelenniet.Wasmiddellade reinigenVerwijder regelmatig eventueel achter-gebleven wasmiddelresten. Trek de wasmiddellade eruit.

Reiniging en onderhoud37Watertoevoerzeefje reinigenDe wasautomaat heeft een zeefje terbescherming van het waterinlaatventiel.Het zeefje dat in de toevoerslang aanhet vrije uiteinde zit, moet om de ca. 6maanden gecontroleerd worden. Als dewatertoevoer vaak is onderbroken,moet u vaker controleren. Draai de kraan dicht. Schroef de toevoerslang van dekraan. Trek het rubberen dichtingsringetje 1uit de groef. Pak het kunststof zeefje met een2punttang aan de opstaande rand inhet midden vast en trek het eruit. Reinig het zeefje.Plaats alles in omgekeerde volgordeterug. Draai de schroefkoppeling vast op dewaterkraan en draai de kraan open.Als er water lekt, draai dan deschroefkoppeling aan.Het zeefje nadat het is gerei-moetnigd weer worden teruggeplaatst.

Nuttige tips38De meeste storingen en problemen die bij dagelijks gebruik kunnen optreden, kuntu zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdat uMiele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen enhet probleem te verhelpen.Het lukt niet om een wasprogramma te starten Probleem Oorzaak en oplossingHet controlelampjeKreukbeveiliging/Eindebrandt niet of de Start-toets knippert niet.Er staat geen stroom op de wasautomaat. Controleer of de stekker in het stopcontact zit. Controleer of de zekering in orde is.Nadat u het programmaCentrifugeren heeft ge-kozen, start het pro-gramma niet.De eerste ingebruikneming is niet uitgevoerd.

Voer de eerste ingebruikneming uit, zoals beschre-ven in het gelijknamige hoofdstuk.Het controlelampje Do-sering controlerenbrandt en het program-ma start niet.Het binnendeksel is niet gesloten. Sluit het binnendeksel correct.

Nuttige tips39Foutmelding na afbreking programma Probleem Oorzaak en oplossingHet storingslampje Wa-terafvoer controlerenbrandt.De waterafvoer is geblokkeerd. Reinig pluizenfilter en afvoerpomp zoals beschre-ven in het hoofdstuk: “Nuttige tips”, paragraaf“Deksel openen bij verstopte afvoer en/of stroom-uitval”.De waterafvoerslang ligt te hoog. De maximale opvoerhoogte is 1m.Het storingslampje Toe-voer controleren knip-pert.De watertoevoer is geblokkeerd. Draai de kraan open.Het zeefje in de toevoerslang is verstopt. Reinig het zeefje.De storingslampjesToevoer controleren enAfvoer controlerenknipperen.Het waterbeveiligingssysteem heeft gereageerd. Neem contact op met Miele.Het controlelampje In-weken/Voorwassen ofhet controlelampjeSpoelen knippert.Er is sprake van een defect. Start het programma opnieuw.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele WE 615 WCS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden