Miele WDD 025 WCS W1 Classic Handleiding

Miele Wasmachine WDD 025 WCS W1 Classic

Bekijk gratis de handleiding van Miele WDD 025 WCS W1 Classic (84 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele WDD 025 WCS W1 Classic of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/84
Gebruiksaanwijzing
Wasautomaat
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, in-beslist
stalleert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 11 199 230

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: WDD 025 WCS W1 Classic

Handleiding Miele WDD 025 WCS W1 Classic – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Bediening van de wasautomaat. 12Bedieningspaneel. 12Hoe werkt het display. 13Ingebruikneming van het apparaat. 14Beschermfolie en reclamestickers verwijderen. 14Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 16Tips om energie en water te besparen. 171. Het wasgoed onder de loep. 182. Trommel vullen. 193. Programma kiezen. 204. Wasmiddel doseren. 22Wasmiddellade. 22Capsuledosering. 235. Programma starten. 256. Einde van het programma - Trommel leeghalen. 26Centrifugeren. 27Voorprogrammering. 29Programma-overzicht. 30Extra functies. 33Kort. 33Extra water. 33Voorwas. 33Welke extra functies bij welke wasprogramma’s. 34Textielbehandelingssymbolen. 35Programmaverloop. 36Programmaverloop wijzigen. 38Programma wijzigen (kinderbeveiliging). 38Programma afbreken. 38Programma onderbreken.

Inhoud3Wasmiddelen. 40Het juiste wasmiddel. 40Wateronthardingsmiddel. 40Doseerhulp. 40Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 40Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen. 41Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010. 42Reiniging en onderhoud. 44Trommel reinigen(Hygiëne Info). 44Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 44Wasmiddellade reinigen. 44Watertoevoerzeefje reinigen. 46Nuttige tips. 47Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 47Het programma wordt afgebroken en een controlelampje in het display brandt. 48Symbool in de tijdweergave tijdens het programma. 49In het display brandt een controlelampje aan het einde van het programma. 49Algemene problemen met de wasautomaat. 50Een tegenvallend wasresultaat. 52De deur kan niet open. 53Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 54Service. 56Contact bij storingen. 56Na te bestellen accessoires.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze wasmachine voldoet aan de geldende veiligheidsvoor-schriften. Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiëleschade tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u dewasmachine in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan dewasmachine.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wasma-chine en de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen enop te volgen.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen vantextiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen.

Gebruikvoor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge-bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6 Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-automaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe-ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasautomaat, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Plaatsen en aansluiten”en “Technische gegevens”. Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 Vergelijk vóórdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. De wasautomaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren,als hij op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.

Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasautomaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver-band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasautomaat te halen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman/vakvrouw worden vervangen. Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan éénvan de volgende voorwaarden is voldaan:– als de stekker uit de contactdoos is getrokken of– als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of– als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op dewatervoorziening worden aangesloten.

Oude slangen mogen nietworden gebruikt. Controleer de slangen regelmatig. U kunt de slan-gen dan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:“Plaatsen en aansluiten”, paragraaf: “Transportbeveiliging verwijde-ren”. Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bijhet centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aande meubels/apparaten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.

tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar-om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstro-mende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigdeonderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver-oorzaken.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Wees voorzichtig bij het openen van de deur wanneer u de stoom-functie heeft gebruikt. U loopt het risico zich te verbranden door vrij-komende stoom en door hoge temperaturen van hettrommeloppervlak en het glas. Doe een stapje terug en wacht totdatde stoom is weggetrokken. De maximale beladingscapaciteit bedraagt 8 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: “Programma-overzicht”. Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijkcitroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is ver-krijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij uw Miele-vakhandelaarof bij Miele Nederland.

Volg de adviezen voor het gebruik van ontkal-kingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen. Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasautomaat gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaat wor-den gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met een arts. Personen die een gevoeli-ge of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibaar wasmiddelmaar beter niet aanraken.Accessoires Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of inge-bouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, dan kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro-ductaansprakelijkheid. Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld.

Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droogautomaat en Miele-wasautomaat past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Leter dan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.

De functie van alle sen-sortoetsen wordt hierna uitgelegd.bSensortoetsen temperatuurMet deze toetsen kunt u de ge-wenste temperatuur instellen.cSensortoetsen toerentallenMet deze toetsen kunt u het ge-wenste centrifugetoerental instellen.dSensortoetsen voor extra functiesMet de extra functies kunt u het ge-kozen programma nog beter afstem-men op uw wasgoed.Als u een programma heeft gekozen,zijn de sensortoetsen van de extrafuncties, die u ook kunt kiezen, ge-dimd.eControlelampjesbrandt bij storingen in de wa-tertoevoer en de waterafvoerbrandt, als er te veel wasmid-del gedoseerd isbrandt ter herinnering aan dehygiëne-infoknippert, zolang de trommelbijgevuld kan worden; brandt,als de deur van de wasauto-maat vergrendeld isfSensortoetsen CapDosingCapDosing van textielonder-houdsmiddelen (bijv.

Bediening van de wasautomaat13gTijdweergaveWanneer u een programma start,geeft het display in uren en minutenaan hoelang het programma gaatduren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, geeft het dis-play pas na afloop van de voorge-programmeerde tijd aan hoelang hetprogramma gaat duren.hSensortoetsen  De tijdsaanduiding geeft de voorge-programmeerde tijd aan.Nadat het programma is gestart,wordt de voorgeprogrammeerde tijdin het display afgeteld.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd start het programma au-tomatisch en geeft de tijdsaandui-ding aan hoelang het programmavermoedelijk gaat duren. Als u sensortoets aantipt,wordt een latere starttijd voorhet programma gekozen (voor-programmering).

Als u een tijd-stip gekozen heeft, gaat felbranden. Door sensortoets aan te tip-pen, verhoogt u de voorgepro-grammeerde tijd. Door sensortoets aan te tip-pen, verlaagt u de voorgepro-grammeerde tijd.iSensortoets Start/StopAls u sensortoets Start/Stop aantipt,wordt het gekozen programma ge-start of afgebroken. De sensortoetsknippert zodra een programma kanworden gestart en brandt continunadat het programma is gestart.jOptische interfaceDe optische interface gebruikt Mielevoor servicedoeleinden.kKeuzeschakelaarVoor het kiezen van een programmaen het uitschakelen van het appa-raat. U schakelt het apparaat in dooreen programma te kiezen en uit doorde programmakeuzeschakelaar op te zetten.Hoe werkt het display?De sensortoetsen , , , , en reageren op aanraking met de vinger-toppen.

U kunt een keuze maken,zolang de desbetreffende sensortoetsverlicht is.Een fel verlichte sensortoets betekent:momenteel gekozenEen gedimde sensortoets betekent: kangekozen worden

Ingebruikneming van het apparaat14Schade door onjuist plaatsen enaansluiten.Het onjuist plaatsen en aansluitenvan de wasautomaat leidt tot ern-stige materiële schade.Lees het hoofdstuk: “Plaatsen enaansluiten”.Beschermfolie en reclamestic-kers verwijderenVerwijder:– de beschermfolie van de deur– alle reclamestickers (voor zover aan-wezig) van de voorkant en het boven-blad.Stickers die u na het openen van dedeur ziet zitten (bijv. het typeplaatje),mag u niet verwijderen.Bochtstuk uit de trommel ver-wijderenIn de trommel bevindt zich een bocht-stuk voor de afvoerslang.Pak de deur bij de greep vast en trekdeze open.Haal het bochtstuk uit de trommel.Zwaai de deur dicht.Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.

Het ismogelijk dat er als gevolg van dezetests wat water in de trommel achter-blijft.Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt, dankan er overmatige schuimvorming op-treden.Met het draaien van een wasprogram-ma zonder wasgoed en zonder was-middel activeert u tegelijkertijd het ko-gelventiel. Het kogelventiel zorgt ervoordat vanaf de eerste wasbeurt steeds alhet wasmiddel wordt gebruikt.

Ingebruikneming van het apparaat15Eerste wasprogramma startenDraai de kraan open.Draai de keuzeschakelaar op Katoen.De wasautomaat is nu ingeschakeld enin het display gaat de temperatuur60°C branden.Tip sensortoets aan.Start/StopHet programma wordt gestart en in hetdisplay brandt het symbool .Na 10minuten worden de displayele-menten donker en gaat sensortoetsStart/Stop knipperen.Na afloop van het programmaNa afloop van het programma wordt dekreukbeveiliging ingeschakeld.

In hetdisplay brandt het symbool , in detijdweergave staat en de trommel:draait af en toe.Tip sensortoets aan.Start/StopDe deur wordt ontgrendeld.Pak de deur bij de greep vast en trekdeze open.Tip: laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen.Draai de keuzeschakelaar nadat hetprogramma beëindigd is op .De wasautomaat is weer uitgeschakelden de eerste ingebruikneming is vol-tooid.Energiebesparing– 10minuten na het begin van dekreukbeveiliging worden de displaye-lementen donker en gaat sensortoetsStart/Stop knipperen.– 15minuten na beëindiging van dekreukbeveiliging wordt de wasauto-maat helemaal uitgeschakeld en devergrendeling van de deur opgehe-ven.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu16Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.

Tips om energie en water te besparen17Energie- en waterverbruik– Maak bij ieder programma dat u kiestgebruik van de maximale beladings-capaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.– Bedenk dat het apparaat dankzij debeladingsautomaat bij een geringebelading minder water en energieverbruikt.– Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden licht ver-vuild wasgoed.– Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, bijv. op . Maak ge-20°Cbruik van deze mogelijkheid.– Voor de hygiëne in de wasautomaatadviseren wij u om zo nu en dan eenprogramma met een temperatuur vanmeer dan 60°C te starten.

Het con-trolelampje gaat branden om udaaraan te herinneren.Gebruik van wasmiddelen– Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven.– Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is.– Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca. ⅓ min-der wasmiddel.Juiste keuze van de extra functies(Kort en Voorwas)Kies voor:– licht verontreinigd wasgoed zonderzichtbare vlekken een wasprogram-ma met de extra functie .Kort– normaal tot sterk verontreinigd was-goed met zichtbare vlekken een was-programma zonder extra functie.– wasgoed waar veel stof of zand in ziteen wasprogramma met de extrafunctie Voorwas.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.

1. Het wasgoed onder de loep18Maak de zakken leeg.Schade door voorwerpen.Voorwerpen zoals spijkers, muntenen paperclips kunnen het wasgoeden onderdelen van de automaat be-schadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorterenSorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhoud-setiket, dat zich in de kraag of in dezijnaad bevindt.Tip: Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelenVerwijder vóór het wassen eventuelevlekken op het wasgoed. Doe datzolang de vlekken nog niet zijn opge-droogd. Verwijder vlekken door zemet een niet afgevende doek te dep-pen. Niet wrijven!Tip: Vlekken (van bloed, ei, koffie, thee,etc.) kunt u vaak eenvoudig verwijde-ren. Miele heeft hiervoor een specialevlekkenwijzer samengesteld.

wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt.Gevaar voor explosie door oplos-middelhoudende reinigingsmiddelen.Bij gebruik van oplosmiddelhouden-de reinigingsmiddelen kan een ex-plosief mengsel ontstaan.Gebruik geen oplosmiddelhoudendereinigingsmiddelen in de wasauto-maat.Algemene tips– Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek.– Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze.– Sluit ritsen, haakjes en oogjes.– Knoop bed- en kussenovertrekkendicht zodat er geen ander textiel interecht kan komen.Was geen textiel dat volgens het onder-houdsetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen (Symbool: ).

2. Trommel vullen19Deur openenLeg uw hand in de greep van de deuren trek de deur open.Controleer of er zich dieren of voor-werpen in de trommel bevinden,voordat u het wasgoed erin stopt.Bij een maximale belading is het ener-gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings-capaciteit overschreden, dan vallen dewasresultaten tegen en gaat het was-goed sneller kreuken.Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg wasgoed van verschillende groot-te in de trommel. Daardoor wordt eenbeter wasresultaat bereikt en kan hetwasgoed zich tijdens het centrifugerenbeter verdelen.Tip: houdt u zich aan de maximale be-ladingscapaciteit van de verschillendewasprogramma's.Deur sluitenLet erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.Zwaai de deur dicht.

3. Programma kiezen20ProgrammakeuzeAls u de keuzeschakelaar op een pro-gramma draait, wordt de wasautomaatingeschakeld.Draai de keuzeschakelaar op het ge-wenste programma.In de tijdsaanduiding verschijnt de ver-moedelijke duur van het programma enin het display gaan de voorgeprogram-meerde temperatuur en het voorgepro-grammeerde centrifugetoerental bran-den.Temperatuur en centrifugetoerentalkiezenDe voorgeprogrammeerde tempera-tuur en het voorgeprogrammeerdecentrifugetoerental van het program-ma gaan fel branden. De temperaturenen toerentallen, die u bij het program-ma kunt kiezen, zijn gedimd.De in de wasmachine bereikte tempera-turen kunnen afwijken van de gekozentemperaturen. De combinatie van ener-giegebruik en wastijd zorgt voor eenoptimaal wasresultaat.Raak de sensortoets van de ge-wenste temperatuur aan.

3. Programma kiezen21Extra functies kiezenDe extra functies die u bij het pro-gramma kunt kiezen, zijn gedimd.Tip de sensortoets van de gewensteextra functie aan. Deze gaat fel bran-den.Tip: u kunt bij een programma meerde-re extra functies kiezen.Meer informatie over de extra functiesvindt u in het hoofdstuk “Extra func-ties”

4. Wasmiddel doseren22WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken, diegeschikt zijn voor niet-professionelewasautomaten. Volg de gebruiks- endoseertips op de verpakking van hetwasmiddel op.Tips voor de doseringControleer bij het doseren van het was-middel hoe vuil het wasgoed is en hoe-veel wasgoed u heeft. Verminder dehoeveelheid wasmiddel bij een kleinerehoeveelheid wasgoed (bijv.

bij een halvetrommel de hoeveelheid wasmiddel met⅓ verminderen).Te weinig wasmiddel:– Heeft als effect, dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt.– Bevordert schimmelvorming in dewasautomaat.– Heeft als effect, dat vet niet volledigverwijderd wordt.– Bevordert kalkaanslag op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel:– Heeft als effect dat het wasgoed nietgoed gereinigd, gespoeld en gecen-trifugeerd wordt.– Heeft als effect dat er meer waterwordt verbruikt door een automatischingeschakelde extra spoelgang.– Versterkt de belasting voor het milieu.Wasmiddel doserenTrek de wasmiddellade naar buiten endoseer de wasmiddelen in de vakjes.Wasmiddel voor de voorwasHoofdwasmiddelWasverzachter, stijfsel of capsule

4. Wasmiddel doseren24Sluit het klepje en druk het stevigdicht.Sluit de wasmiddellade.Als u de capsule in de wasmiddella-de plaatst, gaat de capsule open. Alsu de capsule ongebruikt weer uit dewasmiddellade verwijdert, kan er rei-nigingsmiddel uit lopen.Gooi een geopende capsule weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd.Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in vak-je .Giet geen extra wasverzachter invakje .Verwijder de lege capsule na afloopvan het wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de capsule zitten.Capsuledosering uitschakelen/wijzigenU kunt de capsuledosering uitscha-kelen door de fel verlichte sensor-toets aan te tippen.U kunt de capsuledosering wijzigendoor een van de andere capsuletoet-sen aan te tippen.

5. Programma starten25Programma startenTip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.De deur wordt vergrendeld en het was-programma gestart.– Zolang in het display knippert, kande trommel bijgevuld worden.– Als continu brandt, is de deur voorde resterende programmaduur ver-grendeld.Als u een starttijd voorgeprogrammeerdheeft, loopt deze in de tijdweergave af.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start ver-schijnt de programmaduur in de tijd-weergave.EnergiebesparingNa 10minuten worden de indicatie-ele-menten donker. Sensortoets Start/Stopknippert.U kunt de indicatie-elementen weer in-schakelen:Tip sensortoets aan (datStart/Stopheeft geen invloed op een lopendprogramma).

6. Einde van het programma - Trommel leeghalen26Programma-eindeIn de tijdsaanduiding staat . In het0:00display brandt nog steeds het symbool. De deur is tijdens de kreukbeveili-ging vergrendeld.Tip sensortoets aan.Start/StopDe deur wordt ontgrendeld en het sym-bool in het display dooft.Open de deur.Neem het wasgoed uit de trommel.Energiebesparing– 10minuten na het begin van dekreukbeveiliging worden de displaye-lementen donker en gaat sensortoetsStart/Stop knipperen.– 15minuten na beëindiging van dekreukbeveiliging wordt de wasauto-maat helemaal uitgeschakeld en devergrendeling van de deur opgehe-ven.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven.Verwijder al het wasgoed uit detrommel.Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Tip: Laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen.Draai de keuzeschakelaar op .

Bij wasprogramma's die in de ta-bel met een zijn gemarkeerd, is het*optimale centrifugetoerental niet gelijkaan het maximale toerental.Het is mogelijk om een lager eindcentri-fugetoerental in te stellen.Het is echter niet mogelijk om een eind-centrifugetoerental in te stellen dat ho-ger is dan het maximale eindcentrifuge-toerental dat in de tabel is aangegeven.Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus-sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd. In het pro-gramma Katoen wordt bij een toerentalvan lager dan 700omw/min een spoel-gang ingelast.

Centrifugeren28Spoelstop kiezenTip sensortoets (spoelstop) aan.Het wasgoed blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen. Daardoorkreukt het wasgoed minder wanneer uhet niet direct uit de trommel haalt.Na afloop van een programmaIn het display is de sensortoets methet optimale centrifugetoerental ver-licht. U kunt het toerental wijzigen.Sensortoets Start/Stop knippert.Eindcentrifugeren starten:Tip de knipperende sensortoets Start/Stop een keer aan.Eindcentrifugeren vindt nu plaats.Het programma beëindigen:Tip de knipperende sensortoets Start/Stop twee keer aan.Het water wordt afgepompt.Het centrifugeren tussen despoelgangen en het eindcentri-fugeren overslaanDruk op sensortoets .Na de laatste spoelgang wordt het wa-ter afgepompt en wordt de kreukbeveili-ging ingeschakeld.In enkele programma's wordt een extraspoelgang ingelast.

Dat kunt u bijvoorbeeld doenom gebruik te maken van het nachtta-rief.Voorprogrammering instellenBij de programma's Pompen/Centrifu-geren Impregneren en is voorprogram-mering niet mogelijk.Kies het gewenste wasprogramma.Tip sensortoets aan.Sensortoets licht fel op.Tip sensortoets of zo vaak aan, totdat de voorgeprogrammeerde tijdin de tijdsaanduiding verschijnt.– Is de voorgeprogrammeerde tijd kor-ter dan 10 uur, dan verandert deze instappen van 30minuten– Is de voorgeprogrammeerde tijd lan-ger dan 10 uur, dan verandert deze instappen van 1 uurVoorgeprogrammeerde tijd startenTip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.De voorgeprogrammeerde tijd start enloopt af in de tijdsaanduiding.Starttijdstip wijzigenTip sensortoets aan.Start/StopHet aflopen van de voorgeprogram-meerde tijd wordt afgebroken en hetsymbool in het display dooft.Tip sensortoets of zo vaak aan, totdat de voorgeprogrammeerde tijdin de tijdsaanduiding verschijnt.Tip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.Starttijdstip wissenTip sensortoets aan.Start/StopHet aflopen van de voorgeprogram-meerde tijd wordt afgebroken en hetsymbool in het display dooft.Tip de fel verlichte sensortoets aan.Het starttijdstip wordt gewist en sensor-toets dooft.

Programma-overzicht30Katoen 60°C/40°C Maximaal 8,0kg Textielsoort Normaal vervuild wasgoed van katoen of linnenTips – Deze instellingen zijn qua energie- en waterverbruik voor het was-sen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst.– Bij 60°C is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C; het was-resultaat is gelijk aan dat van het programma “Katoen 60°C”.Instructies voor testbureaus:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens voorschrift1061/2010Katoen 90°C tot koud Maximaal 8,0kgTextielsoort Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed,tafellakens en servettenTips De temperaturen 60°C/40°C onderscheiden zich als volgt van detemperaturen in het programma 60°C/40°C:Katoen – de programma's duren korter– de temperatuurstops worden langer aangehouden– het energieverbruik is hogerVoor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol-doen is een temperatuur van 60°C of hoger geschikt.Kreukherstellend 60°C tot koud Maximaal 3,5kgTextielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel-lend katoenTips Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.

Programma-overzicht31Fijne was 40°C tot koud Maximaal 2,0kgTextielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en kunstzijdeVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan worden ge-wassenLet op – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een programmamet voorwas moeten worden gewassen.– Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet.Wol 40°C tot koud Maximaal 2,0kg Textielsoort Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a.

wol in zitLet op Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.Overhemden 60°C tot koud Maximaal 2,0kgTextielsoort Overhemden en blouses van katoen en mengweefselsTips – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is.– Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programma Fijnewas.Express 20 40°C tot koud Maximaal 3,5kgTextielsoort Katoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is.Tips De extra functie Kort is automatisch ingesteld.Donker wasgoed/Jeans 60°C tot koud Maximaal 3,0kgTextielsoort Zwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels ofjeansstofLet op – Was dit wasgoed binnenstebuiten.– Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paar keerworden gewassen. Was lichte en donkere jeansstoffen daaromapart.

Programma-overzicht32Outdoor 40°C tot koud Maximaal 2,5kgTextielsoort Outdoorkleding met membranen als Gore-Tex®, SYMPATEX® enWINDSTOPPER® enz.Let op – Doe ritssluitingen en sluitingen met klittenband dicht.– Gebruik geen wasverzachter.– U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met hetprogramma . Het is beter om dit niet na iedere was-Impregnerenbeurt te doen.Impregneren 40°C Maximaal 2,5kgTextielsoort Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellakensdie voornamelijk uit synthetische vezels bestaan.

U verhoogt daar-mee de water- en vuilwerende werking.Let op – Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogdzijn.– Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther-misch nabehandelen en wel door het te strijken of in een droog-automaat te drogen.Pompen/Centrifugeren –Let op – Alleen pompen: Kies .– Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in.Alleen spoelen / Stijven Maximaal 8,0kgTextielsoort – Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld– Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-stevenTips – Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.– Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn.– Een bijzonder goed spoelresultaat met twee spoelgangen krijgt udoor de extra functie in te schakelen.Extra water

Extra functies33Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.U kunt de extra functies kiezen of uit-schakelen met de desbetreffende sen-sortoetsen in het display.Druk de sensortoets voor de ge-wenste extra functies in.Deze toets licht fel op.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.Een extra functie, die voor het waspro-gramma niet mogelijk is, is niet gedimdverlicht en kan niet door aanraking ge-activeerd worden.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon-der zichtbare vlekken.De wastijd wordt verkort.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd en in het pro-gramma “Alleen spoelen/Stijven” wordteen tweede spoelgang uitgevoerd.U kunt andere functies voor sensortoetsExtra water kiezen, zie hoofdstuk: “Pro-grammeerfuncties”.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.VoorstrijkenHet wasgoed wordt na afloop van hetprogramma gladgestreken, zodat hetminder gekreukt uit het apparaat komt.Voor een optimaal resultaat reduceert ude maximale beladingscapaciteit met50%.

Extra functies34Welke extra functies bij welke wasprogramma’s?Bij programma's die hier zijn genoemd, kan geen van onderstaande extranietfuncties worden ingeschakeld.KortExtra waterVoorwasVoorstrijkenKatoen X X X XKatoen X X X XKreukherstellend X X X XFijne was X X X XOverhemden X X X Express 20 – – XDonker wasgoed/Jeans X X X XOutdoor X X X –Alleen spoelen/Stijven – X – –X= Deze functie kan worden geko-zen= Deze functie wordt automatischingeschakeld– = Deze functie kan niet wordengekozen

Textielbehandelingssymbolen35WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan.Normaal programmaMild programmaZeer mild programmaHandwasNiet wassenVoorbeelden voor de programmakeuzeProgramma Symbolen in het on-derhoudsetiketKatoen Kreukherstel-lendFijne was Wol Express 20 DrogenDe punten geven de globale tempera-tuur aan.Op een normale temperatuurOp een lagere temperatuurNiet drogen in de automaatStrijken & mangelenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan.Ca. 200°CCa. 150°CCa. 110°CStrijken met stoom kan het was-goed onherstelbaar bescha-digen.Niet strijken/mangelenChemisch reinigenReiniging met chemische oplos-middelen. De letters verwijzennaar het reinigingsmiddel.Nat reinigenNiet chemisch reinigenBlekenElk bleekmiddel toegestaanAlleen zuurstofbleekmiddel toe-gestaanNiet bleken

Programmaverloop37= lage waterstand= gemiddelde waterstand= hoge waterstand= intensief ritme= normaal ritme= behoedzaam ritme= handwasritme= wordt uitgevoerd– = wordt niet uitgevoerdDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat. De wasautomaat be-paalt zelf de benodigde waterhoeveel-heid, afhankelijk van de hoeveelheidwasgoed en het absorptievermogen er-van.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Nadere bijzonderheden overhet programmaverloopKreukbeveiliging:De trommel draait nog 30minuten naafloop van het programma om kreuk-vorming te voorkomen.Uitzondering: het programma Wol heeft geen kreukbeveiliging.De wasautomaat kan op elk momentworden geopend.1) Bij een temperatuur van 60°C en ho-ger wordt er 2 keer gespoeld.

Bij eentemperatuur van minder dan 60°Cwordt er 3 keer gespoeld.2) Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer:– er te veel schuim in de trommel zit– er een lager eindcentrifugetoerental isingesteld dan 700 omw/min3) Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer:– u de extra functie Extra water geko-zen heeft, als bij de programmeer-functies de optie of geactiveerd is.5) Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer:de extra functie is inge-Extra waterschakeld.

Programmaverloop wijzigen38Programma wijzigen (kinderbe-veiliging)Als een programma eenmaal is gestart,kunt u het programma, de temperatuur,het centrifugetoerental en de gekozenextra functies niet meer wijzigen. Hier-door wordt voorkomen dat bijvoorbeeldkinderen het apparaat onbedoeld be-dienen.Programma afbrekenU kunt een wasprogramma op elk mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start.Tip sensortoets aan, totdatStart/Stopde tijdweergave op springt.:Het water wordt afgepompt. Zodra inhet display dooft, is het programma af-gebroken.Open de deur.Als het programma afgebroken is eennieuw programma kiezenSluit de deur.Controleer of er nog wasmiddel in dewasmiddellade zit.

Als er geen was-middel meer in zit, dient u opnieuwwasmiddel te doseren.Draai de keuzeschakelaar op het ge-wenste programma en start het pro-gramma met sensortoets .Start/StopTrommel leeghalen na afbreken pro-grammaAls u het wasgoed doornat wilt verwij-deren:Open de deur.Haal het wasgoed uit de trommel.Als u het wasgoed gecentrifugeerd(vochtig) wilt verwijderen:Open de deur.Sluit de deur.Draai de programmakeuzeschakelaarop .Pompen/CentrifugerenTip: let op het ingestelde toerental.Programma onderbrekenDraai de keuzeschakelaar op .De wasautomaat wordt uitgeschakeld.U kunt het programma voortzettendoor de keuzeschakelaar op het ge-starte wasprogramma te draaien.Tip: als in de tijdsaanduiding ver-schijnt, staat de keuzeschakelaar op deverkeerde positie.

Programmaverloop wijzigen39Trommel bijvullen of wasgoedvoortijdig verwijderenU kunt aan het begin van het program-ma de trommel nog bijvullen of was-goed eruit halen, zolang in het dis-play knippert.Tip sensortoets even aan.Start/StopHet wasprogramma stopt en de deurwordt ontgrendeld.Open de deur.Leg wasgoed in de trommel of haal erwasgoed uit.Sluit de deur.Tip sensortoets aan.Start/StopHet wasprogramma wordt voortgezet.

Wasmiddelen40Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasautoma-ten. Tips voor het gebruik en voor dedosering van de wasmiddelen kunt uvinden op de wasmiddelverpakking.De dosering is afhankelijk van:– De mate waarin het wasgoed is ver-ontreinigd.– De hoeveelheid wasgoed.– De waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WateronthardingsmiddelHeeft het water een hardheidsgraad vanII of III, dan kunt u een wateronthar-dingsmiddel gebruiken om wasmiddelte besparen. De juiste dosering vindt uop de verpakking.

Doseer eerst hetwasmiddel en dan pas het onthardings-middel.Het wasmiddel kunt u dan doseren zo-als bij water met een hardheidsgraadvan I.WaterhardheidHardheids-graadTotale hard-heid in mmol/lDuitse hard-heid °dHZacht (I) 0 – 1,5 0 – 8,4Gemiddeld (II) 1,5 – 2,5 8,4 – 14Hard (III) > 2,5 > 14DoseerhulpGebruik voor het doseren van het was-middel de attributen die door de was-middelfabrikant als hulp bij het doserenzijn geleverd, bijv. doseerbolletjes. Ge-bruik die vooral bij vloeibare wasmidde-len.NavulpakkenKoop zoveel mogelijk navulpakken omhet afval te reduceren.Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachtersMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Synthetische stijfselsMet synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.StijfselsMet gewone stijfsels wordt uw wasgoedstevig.

Wasmiddelen43Spoelen met wasverzachter ofstijfsel aan het einde van hetwasprogrammaDoseer wasverzachter of vloeibaarstijfsel in vakje of zet er een cap-sule met het desbetreffende middelin. Doseer niet hoger dan de pijl.De middelen worden automatisch methet laatste spoelwater in de trommelgespoeld. Aan het eind van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.Door stijfsel kan de zuighevel vastblijven plakken.Wanneer u verschillende keren stijf-sel heeft gebruikt, reinig dan de was-middellade.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

De deur gaat niet open en signaal van de machine is f20

  jose o ramos - 21 Mei 2023

De deur gaat niet open signaal f20

  Jose o ramos - 21 Mei 2023

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele WDD 025 WCS W1 Classic stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden