Miele WDA 110 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele WDA 110 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Miele WDA 110 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | WDA 110 |
Handleiding Miele WDA 110 – volledige tekst
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu2Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt de wasauto‐maat voor transportschade. Er werdmateriaal gekozen, dat door het milieuwordt verdragen en opnieuw kan wor‐den benut.Door de verpakking weer in kringloop tebrengen, wordt er grondstof gespaarden verkleint de afvalberg. Geef dezestoffen dus niet met het gewone vuilnismee. Breng ze liever naar het dichtstbij‐zijnde gemeentelijk containerpark. Waaru dat vindt, komt u zeker bij uw ge‐meentebestuur aan de weet.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio‐neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be‐handeling kunnen deze stoffen schade‐lijk zijn voor de gezondheid en het mili‐eu.
Verwijder het afgedankte apparaatdan ook nooit met het gewone afval.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oud toestel, neem dan contactop met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus‐sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.
Inhoud3Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 2Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 6Bediening van de wasautomaat. 13Bedieningspaneel. 13Display. 14Programmeerfuncties. 14Het toestel voor het eerst in gebruik nemen. 15Het eerste wasprogramma starten. 15Milieuvriendelijk wassen. 161. Het wasgoed voorbereiden. 172. Programma kiezen. 183. Wasautomaat vullen. 19Deur openen. 194. Programma-instellingen kiezen. 20Extra's kiezen. 205. Het wasmiddel toevoegen. 216. Programma starten - eind van programma. 22Extra's. 23Kort. 23Voorwas. 23Inweken. 23Extra water. 23Centrifugeren. 24Programmaoverzicht. 25Programmaverloop. 28Onderhoudssymbolen op het etiket. 30.
Inhoud4Wijzigen. 31Programma. 31Temperatuur. 31Centrifugeertoerental. 31Extra's. 31Was toevoegen of uitnemen. 32Wasmiddel. 33Het juiste wasmiddel. 33Bepalen van de mate van vervuiling. 33Doseerhulpen. 33Onthardingsmiddel. 33Nabehandelingsmiddel voor wasgoed. 33Wasverzachter, vormspoeler of stijfsel in een apart programma. 35Reiniging en onderhoud. 36Reiniging van de trommel. 36De ommanteling en het bedieningspaneel reinigen. 36De wasmiddellade schoonmaken. 36Het watertoevoerzeefje reinigen. 38Wat gedaan als. 39Hulp bij storingen. 39Er kan geen wasprogramma worden gestart. 39Het wasprogramma werd afgebroken en er wordt een fout gemeld. 40Het wasprogramma verloopt normaal hoewel er een service of storingeld. 41Algemene problemen met de wasautomaat. 42Een niet-bevredigend wasresultaat. 43De deur gaat niet open. 44De vuldeur openen bij verstopte afvoer en/of stroomonderbreking.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid6Deze wasautomaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheids‐voorschriften. Door ondeskundig gebruik kunnen gebruikers ech‐ter letsel oplopen en kan er schade optreden aan de oven.Lees de gebruiksaanwijzing voor u de wasautomaat in gebruikneemt. U vindt er belangrijke opmerkingen omtrent uw veiligheid,het gebruik en het onderhoud van de wasautomaat.
Dat is veiligervoor uzelf en u verhindert schade aan de wasautomaat.Bewaar de gebruiksaanwijzing goed en geef ze door aan wie hettoestel eventueel na u gebruikt.Juist gebruik Deze wasautomaat is bedoeld voor gebruik in het huishouden enin gelijkaardige omgevingen. De wasautomaat is niet bestemd voor gebruik buitenshuis. Gebruik de wasautomaat uitsluitend voor huishoudelijke toepas‐singen voor het wassen van stoffen waarvan de fabrikant op hetwasetiket heeft aangegeven dat ze in de machine mogen wordengewassen. Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten.
Mieleis niet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door eenander gebruik dan wat hier wordt vermeld of door foutieve bedie‐ning. Personen die door hun fysieke, zintuiglijke of geestelijke mogelijk‐heden of hun onervarenheid of gebrek aan kennis niet in staat zijnom de wasautomaat veilig te bedienen, mogen de wasautomaat al‐leen onder het toezicht of de begeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid7Kinderen in het huishouden Kinderen jonger dan acht jaar dienen uit de buurt van de wasau‐tomaat te worden gehouden, tenzij ze continue in het oog wordengehouden. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen zondertoezicht bedienen, wanneer hen de wasautomaat zodanig is toege‐licht dat ze de wasautomaat veilig kunnen bedienen. Kinderen moe‐ten de eventuele risico's van een foutieve bediening kunnen herken‐nen en begrijpen. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Let op kinderen die in de buurt van de wasautomaat komen. Laatkinderen nooit met de wasautomaat spelen. Denk eraan dat de ronde glazen deur heet wordt wanneer u ophoge temperaturen wast. Voorkom daarom dat kinderen tijdens dewerking de ronde glazen deur aanraken.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid8Technische veiligheid Controleer vóórdat de wasautomaat wordt geplaatst, of het toe‐stel zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde wasautomaat mag uniet opstellen en in gebruik nemen. Vergelijk de gegevens omtrent de aansluiting (smeltveiligheden,spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektrici‐teitsnet bij u ter plaatse voordat u de wasautomaat aansluit. Vraageventueel uitleg aan een elektricien als u niet zeker bent. De elektrische veiligheid van de wasautomaat wordt enkel ge‐waarborgd als u het op een aardsysteem aansluit dat volgens devoorschriften werd geïnstalleerd. Het is heel belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoor‐waarde is voldaan.
Laat uw installatie bij twijfel door een vakman na‐kijken.Miele kan niet worden aansprakelijk gesteld voor schade die werdveroorzaakt doordat de aardleiding onderbroken was of gewoonontbrak. Gebruik om veiligheidsredenen geen verlengsnoer. Gebruik vaneen verlengsnoer, aftakcontactdozen en dergelijke verhoogt het risi‐co op oververhitting en daarmee op brand. Laat defecte onderdelen enkel vervangen door originele Miele-wisselstukken. Enkel dan bent u zeker dat ze ten volle voldoen aande eisen die Miele qua veiligheid stelt. Neem de aanwijzingen in de rubriek "Opstellen en aansluiten" ende rubriek "Technische gegevens" in acht. De aansluitstekker moet te allen tijde bereikbaar zijn om de was‐automaat van het elektriciteitsnet te kunnen afsluiten.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid9 Door ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen er onvoorzienerisico's ontstaan voor de gebruiker. Daarvoor kan de fabrikant nietaansprakelijk worden gesteld. Reparaties mag u uitsluitend laten uit‐voeren door vakmensen die door Miele erkend zijn. Anders is er bijschade achteraf geen aanspraak meer op waarborg. Is het aansluitsnoer beschadigd, laat het dan vervangen door eenvakman die door Miele erkend is.
Zo vermijdt u risico's voor wie hettoestel gebruikt. Bij storingen of bij een reinigings- en onderhoudsbeurt is de was‐automaat alleen dan van het elektriciteitsnet losgekoppeld in de vol‐gende gevallen:– u de stekker uit het stopcontact haalt of– de zekering op uw elektrische installatie is uitgeschakeld of– de schroefzekering op uw elektrische installatie helemaal uitge‐draaid is. De wasautomaat mag alleen met een nieuw slangenset op de wa‐tertoevoer worden aangesloten. Oude slangensets mogen niet meerworden gebruikt. U moet de slangensets regelmatig controleren.Dan kunt u ze ook tijdig vervangen zodat er geen waterschade kanontstaan. Deze wasautomaat mag niet op niet-stationaire plaatsen (bijv.schepen) worden gebruikt. Voer geen veranderingen aan de wasautomaat uit die niet uitdruk‐kelijk door Miele zijn toegestaan.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid10Efficiënt gebruik De maximumlading bedraagt 7 kg (droog wasgoed). In de rubriek"Programmaoverzicht" vindt u de deels kleinere ladingen voor afzon‐derlijke programma's. Stel uw wasautomaat niet op in een vertrek waar het kan vriezen.Bevroren waterslangen kunnen onder druk scheuren of springen. Debetrouwbaarheid van de elektronische besturing kan door tempera‐turen onder het vriespunt in het gedrang komen. Verwijder de transportbeveiliging op de achterzijde voor u dewasautomaat in gebruik neemt. Zie rubriek "Opstellen en aanslui‐ten", alinea "Transportbescherming wegnemen"). Als die beveiligingniet verwijderd is, kan ze tijdens het centrifugeren schade toebren‐gen aan de wasautomaat. Ook aan meubelen of toestellen ernaastkan er schade optreden. Doe de waterkraan dicht bij langere afwezigheid (bv.
vakantie).Vooral wanneer er zich vlakbij de wasautomaat geen afvoer in devloer bevindt. Overstromingsgevaar! Voor u de afvoerslang in een spoelbak hangt, dient u te controlerenof het water vlot genoeg wegvloeit. Maak de waterafvoerslang vastopdat ze niet zou wegglijden! Door de terugstoot van het wegvloei‐ende water kan de slang anders uit de spoelbak worden geslingerd. Let erop dat er geen voorwerpen zoals spijkers, naalden, geld‐stukken of paperclips worden meegewassen. Deze voorwerpen kun‐nen schade toebrengen aan onderdelen van het toestel, bijv. aankuip of trommel. Deze beschadigde onderdelen kunnen op hunbeurt uw was beschadigen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid11 Als u het wasmiddel juist doseert, hoeft u de wasautomaat niet teontkalken. Is de kalkaanslag in uw wasautomaat toch zo groot datdeze ontkalkt moet worden, gebruik dan een speciaal ontkalkings‐product met corrosiebescherming. Dit middel kunt u bij uw Miele-handelaar of de Technische Dienst van Miele verkrijgen. Volg de ge‐bruiksaanwijzing van het ontkalkingmiddel strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen be‐handeld is, moet voordat het in de was- en droogautomaat wordtgewassen, grondig in zuiver water worden uitgespoeld. Gebruik in deze wasautomaat in geen geval reinigingsmiddel datoplosmiddel bevat (bv. wasbenzine). Daardoor kunnen toestelonder‐delen worden beschadigd en kunnen giftige dampen ontstaan diebrand of explosies kunnen veroorzaken. Gebruik aan of in de wasautomaat nooit reinigingsmiddelen dieoplosmiddel (bijv.
wasbenzine) bevatten. Daarmee bevochtigdekunststof oppervlakken kunnen worden beschadigd. Kleuringmiddel dient voor gebruik in wasautomaten geschikt tezijn. Het mag enkel in beperkte mate - als voor een huishouden -worden gebruikt. Volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant striktop. Ontkleuringsmiddel kan wegens zijn zwavelhoudende verbin‐dingen corrosie tot stand brengen. U mag geen ontkleuringsmiddelin de wasautomaat gebruiken. Als er wasmiddel in uw ogen terechtkomt, spoel ze dan met zuiverlauwwarm water uit. Bij inslikken, direct een arts raadplegen. Perso‐nen met gekwetste of gevoelige huid moeten elk contact met hetwasmiddel mijden.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid12Toebehoren Alleen toebehoren dat Miele uitdrukkelijk heeft goedgekeurd, magworden gemonteerd of ingebouwd. Worden er andere onderdelengemonteerd of ingebouwd, dan vervalt het recht op garantie en/ofproductaansprakelijkheid. Wasautomaten van Miele kunnen in een was- en droogzuil ge‐combineerd worden opgesteld. Tevens is een Miele was-droog-ver‐bindingsset vereist; dit is met toeslag verkrijgbaar toebehoren. Leterop dat de was-droog-verbindingsset geschikt is voor de Mieledroogautomaat en de Miele wasautomaat. Let erop dat de voet van Miele (met toeslag verkrijgbaar toebeho‐ren) bij deze wasautomaat past.Miele is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat de‐ze veiligheidsrichtlijnen niet in acht werden genomen.
Bediening van de wasautomaat13BedieningspaneelaDisplayMeer informatie op de volgendebladzijde.bToets Startstart het wasprogrammacToetsen voor extra functiesVoor het kiezen van de extra functiesMet de bovenste toets kunt u kiezentussen de extra functies Kort Voor‐, was en . Met de ondersteInwekentoets kunt u de extra functie Extrawater selecteren.Controlelampje aan = geselecteerdControlelampje uit = niet geselec‐teerddToets Centrifugeren met weergavevan de centrifugeertoerentallenVoor selecteren van het centrifugeer‐toerentaleProgrammakiezerOm een wasprogramma en de daar‐bij passende temperatuur te kiezen.Deze knop kan u zowel naar rechtsals naar links draaien.fVerklikkerlichtjes voor het pro‐grammaverloopDaaraan merkt u hoever het waspro‐gramma al gevorderd is.gService-/foutmeldingslampje– zie rubriek "Wat gedaan als . .
"– Het met pc aangeduide foutmel‐dingslampje dient tevens als con‐trole- en overdrachtspunt voor detechnische dienst van Miele.hToets Wordt gebruikt om de wasautomaatin of uit te schakelen.De wasautomaat schakelt zichzelf uitom energie te besparen. Dit gebeurt15 minuten na het programma-einde/kreukbeveiliging of na het inscha‐kelen, waarop geen verdere bedie‐ning volgt.iToets DeurOpent de deur.
Het toestel voor het eerst in gebruik nemen15Laat de wasautomaat voor deeerste ingebruikneming degelijk op‐stellen en aansluiten. Neem de ru‐briek "Opstellen en aansluiten" inacht.De functies van deze wasautomaatzijn in de fabriek grondig getest. Hier‐door bevindt er zich nog wat water inde trommel.Centrifugeren vóór de eerste ingebruik‐name is om veiligheidsredenen niet mo‐gelijk. Om het toestel te laten centrifu‐geren, moet u eerst een wasprogrammazonder wasgoed en zonder wasmiddellaten draaien hebben.Gebruikt u wasmiddel, dan kan er over‐dreven schuim worden gevormd!Tegelijkertijd wordt de afvoer-kogelklepgeactiveerd. Die klep zorgt ervoor dathet wasmiddel volledig wordt benut.
Milieuvriendelijk wassen16Stroom- en waterverbruik– Hou zoveel mogelijk rekening met demaximumlading die voor een be‐paald programma toegestaan is.Als u dat doet, is het stroom- en wa‐terverbruik, dat wordt berekend opbasis van de totale hoeveelheid was‐goed, het laagst.– Bij een kleinere lading wasgoed zorgtde automatische aanpassing van dewatertoevoer ervoor dat er minderwater en stroom wordt verbruikt.– Gebruik het programma Expres 20voor kleine, licht vervuilde hoeveelhe‐den wasgoed.– Met moderne wasmiddelen kunt uwassen met lagere temperaturen(bijv. 20 °C). Stel om stroom te spa‐ren de juiste temperatuur in.– Gebruik het Extra Inweken in plaatsvan het Extra Voorwas. Tijdens hetinweken en de daaropvolgendehoofdwas wordt dan hetzelfde sopgebruikt.– Voor de hygiëne in de wasautomaatis het aan te bevelen nu en dan eenwasbeurt uit te voeren met een tem‐peratuur van minstens 60° C.
Daar‐aan wordt u herinnerd met het con‐trolelampje Hygiëne Info. Wasmiddelverbruik– Gebruik telkens maar zoveel wasmid‐del als op de verpakking staat aan‐gegeven.– Houd voor de dosering rekening metde vervuilingsgraad van het was‐goed.– Gebruik bij kleinere ladingen minderwasmiddel (ca. 1/3 minder wasmiddelbij een halve lading).Kies de juiste extra functie (Kort, In‐weken, Voorwas)Kies voor:– lichtjes vuil wasgoed zonder zichtba‐re vlekken een wasprogramma methet Extra Kort.– normaal tot sterk vervuild wasgoedmet zichtbare vlekken een waspro‐gramma zonder extra functie.– heel sterk vervuild wasgoed eenwasprogramma met de extra functieInweken.– wasgoed met een grote hoeveelheidvuil (bijv. stof, zand ) het Extra Voor‐was.Tip bij aansluitend machinaal drogenKies het hoogst mogelijke centrifugeer‐toerental dat het wasprogramma te bie‐den heeft. Zo bespaart u achterafstroom bij het drogen.
1. Het wasgoed voorbereiden17 Maak de zakken leeg.Vreemde voorwerpen (bijv. spij‐kers, geldstukken, papierklemmen)kunnen het wasgoed en onderdelenvan de machine beschadigen.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed volgens dekleur en de symbolen op het onder‐houdsetiket. Dat vindt u in kragen enzomen.Tip: Donker textiel heeft de neiging ombij de eerste wasbeurten wat kleur teverliezen. Om geen wasgoed te latenverkleuren, wast u licht en donker tex‐tiel het best apart.Vlekken vooraf behandelen Verwijder eventuele vlekken uit hettextiel voor u het wast. Doe dat bijvoorkeur terwijl de vlekken nog verszijn. Dop de vlekken weg met eendoekje dat geen kleur afgeeft. Nietwrijven!Tip: Vlekken (bloed, ei, koffie, thee,enz.) kunt u vaak met kleine trucs weg‐werken.Bij de behandeling van textielmet reinigingsproducten die oplos‐middel bevatten (bijv.
reinigingsben‐zine) dient u erop te letten dat ergeen kunststof onderdelen wordenbevochtigd met het reinigingspro‐duct.Gebruik nooit chemische reini‐gingsmiddelen (die oplosmiddel be‐vatten) in of op de wasautomaat!Algemene tips– Gordijnen: Haal de gordijnrolletjes ende loodveter weg. U kunt de gordij‐nen ook in een zak steken.– Bh's: losgekomen bh-beugels vast‐naaien of verwijderen.– Doe ritssluitingen, klittenband, haak‐jes en oogjes voor het wassen dicht.– Knoop dekbedovertrekken en kus‐senslopen dicht. Zo komen er geenkleinere stukken wasgoed in terecht.Was in deze wasautomaat nooit textielmet de aanduiding (on‐niet wasbaarderhoudssymbool ).
2. Programma kiezen18Wasautomaat inschakelen Druk op de toets .Programmakeuze Draai de programmakiezer op het ge‐wenste programma.Op het display wordt de waarschijnlijkeprogrammaduur weergegeven.Tijdens de eerste 10 minuten berekentde wasautomaat de lading en het ver‐mogen van het wasgoed om water opte nemen. Dat kan een tijdverlenging ofeen tijdverkorting tot gevolg hebben.
3. Wasautomaat vullen19Deur openenOpen de toesteldeur met de toetsDeur.Leg de was opengevouwen en losjesin de trommel.Door textiel van verschillende forma‐ten in de trommel te stoppen, verbe‐tert het waseffect en raakt de wastijdens het centrifugeren beter ver‐deeld.Houd rekening met de maximumladin‐gen van de diverse wasprogramma's.Op het display wordt bij de programma‐keuze altijd de betreffende maximumla‐ding aangegeven.Bij de maximumlading is het stroom- enwaterverbruik, berekend op basis vande totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Als u te veel wasgoed laadt, ver‐mindert het wasresultaat en kreukt dewas meer. Deur sluitenLet erop dat er geen wasgoed tus‐sen de deur en de dichtingsringwordt geklemd.Doe de deur met een lichte zwaaidicht.
4. Programma-instellingen kiezen20Extra's kiezenMet de bovenste toets kiest u in dezevolgorde een van de extra functies: In‐weken of Voorwas Kort of of geen func‐tie.Met de onderste toets kiest u de extrafunctie .Extra water Kies de gewenste extra functie.Tip: U kunt niet alle extra functies bij al‐le wasprogramma's kiezen.Kunt u een bepaalde extra functie nietkiezen, dan is dat voor dit waspro‐gramma niet toegelaten. Toerental kiezenU kunt het vooraf ingestelde toerentalvan een wasprogramma wijzigen. Druk zo vaak op de toets "Centrifu‐geren" tot het controlelampje van hetgewenste toerental aangaat.
5. Het wasmiddel toevoegen21Het is belangrijk juist te doseren,want . . .. . . als u te weinig wasmiddel gebruikt:– wordt het wasgoed niet proper en naverloop van tijd grauw en hard,– vormen er zich vetluizen op de was,en– gaat er zich kalk afzetten op de weer‐standen.. . . als u te veel wasmiddel toevoegt:– wordt er te veel schuim gevormd.Daardoor vermindert het effect vande wasbewegingen en zijn de was-,spoel- en centrifugeerresultaten on‐bevredigend.– wordt er meer water verbruikt door‐dat er automatisch een bijkomendespoelbeurt wordt ingelast.– wordt het milieu zwaarder belast. Trek de wasmiddellade iets uit. Giethet wasmiddel in de vakjes: Wasmiddel voor de voorwas.
6. Programma starten - eind van programma22Een programma startenDruk op de knipperende toets .StartEinde van het programmaHet einde van het programma wordt inhet programmaverloop aangegevendoor het controlelampje Kreukbeveili‐ging/Einde en met een op het display0getoond.15 minuten na het einde van de kreuk‐beveiliging schakelt de wasautomaatzich automatisch uit. De wasautomaatmoet door drukken op de toets weer worden ingeschakeld.Open de toesteldeur met de toetsDeur.Neem het wasgoed uit de trommel. Vergeet geen wasgoed in de trom‐mel! Dat kan bij de daaropvolgendewasbeurt krimpen of ander wasgoedverkleuren.Controleer of er niets in de dichtings‐ring van de deur is achtergebleven.De wasautomaat met de toets uit‐schakelen en de programmakiezer opEinde draaien.Sluit de deur, anders bestaat het risi‐co dat er onbedoeld voorwerpen inde trommel terechtkomen.
Extra's23U kunt de basiswasprogramma's metextra functies aanvullen.KortVoor licht bevuild wasgoed zonderzichtbare vlekken.De wastijd wordt verkort.VoorwasVoor verwijderen van veel vuil, zoalsstof, zand.InwekenVoor bijzonder sterk bevuild wasgoedmet eiwithoudende vlekken.– De duur van het inweekproces kuntu, in stappen van 30 minuten, instel‐len van 30 minuten tot 2 uur.– De fabrieksinstelling bedraagt 2 uur.Hoe u dat moet programmeren, staatbeschreven in de rubriek "Program‐meerfuncties", alinea "Inweken".Extra waterHet waterpeil wordt verhoogd tijdenshet wassen en tijdens het spoelen.U kunt andere opties voor de toets Ex‐tra water programmeren, zoals beschre‐ven in de rubriek "Programmeerfunc‐ties".
Voor de programma's kunt ude volgende extra functies kie‐zenVan de extra functies Kort Voorwas , enInweken is altijd slechts één extra func‐tie te kiezen.KortVoorwasInwekenExtra waterKatoen XXXXKreukherstellend XXXXAutomatic extra – – – –Donker/jeans X X X –Express 20 X1) – – XOverhemden XXXXWol – – – –Fijn wasgoed X X X –Pompen/Centrifugeren– – – –Extra spoelen/Stijven– – – XX = kan worden gekozen– = kan niet worden gekozen1) = kan worden uitgeschakeld
Centrifugeren24Eindcentrifugeertoerentalprogramma o/minKatoen 1400Kreukherstellend 1200Automatic extra 1200Donker/jeans 1200Express 20 1400Overhemden 600Wol 1200Fijn wasgoed 600Pompen/Centrifugeren 1400Extra spoelen/Stijven 1400U kunt het eindtoerental verminderen.Een hoger eindtoerental dan hierbovenvermeld kunt u echter niet kiezen.Tip: Bij programma's met een maximaaltoerental dat niet op het paneel is aan‐gegeven, brandt altijd het volgende ho‐gere toerental. Om het wasgoed te ont‐zien wordt met het aangegeven toeren‐tal gecentrifugeerd.Centrifugeren voor en tussende spoelbeurtenHet wasgoed wordt na de hoofdwas entussen de spoelbeurten in gecentrifu‐geerd. Als het eindcentrifugeertoerentalwordt verminderd, gaat dit eveneens opvoor het toerental voor en tussen despoelbeurten.
In het programma Katoenwordt er een extra spoelbeurt ingelastals het toerental kleiner is dan 700omw/min.Eindcentrifugeren uitschakelen(spoelstop)Druk zo vaak op de toets "Centrifu‐geren" tot het controlelampje (spoelstop) aangaat. Het wasgoedblijft na de laatste spoelbeurt in hetwater liggen. Daardoor wordt dekreukvorming beperkt als u het was‐goed niet meteen na het einde vanhet programma uit de wasautomaatneemt.– Centrifugeren op het einde van hetprogramma starten:Kies het gewenste toerental met detoets "Centrifugeren". De wasauto‐maat start het eindcentrifugeren.– Druk op de toets Deur. Het waterwordt weggepompt.
Druk daarna nogeens op de toets Deur om de deur teopenen.Zonder centrifugeren voor entussen de spoelbeurten en ophet einde van het programmaDruk zo vaak op de toets "Centrifu‐geren" tot het controlelampje aan‐gaat.Na de laatste spoelbeurt wordt het wa‐ter weggepompt en de kreukbeveiligingingeschakeld. Bij deze instelling wordtin enkele programma's een extra spoel‐gang ingelast.
Programmaoverzicht25Katoen 90 °C tot 30 °C Maximaal 7,0 kgWasgoed T-shirts, ondergoed, tafellakens, enzovoort, textiel uit katoen, lin‐nen of gemengde weefselsTip Bij bijzondere hygiënische vereisten kiest u de temperatuurinstel‐ling van 90 °C of hoger.Katoen /Maximaal 7,0 kgWasgoed normaal vervuild katoenen wasgoedTip – Deze instellingen zijn voor wat betreft het energie- en waterver‐bruik het meest efficiënt voor het wassen van katoenen was‐goed.– Bij is de bereikte wastemperatuur lager dan 60 °C, hetwasvermogen komt overeen met het programma Katoen 60 °C.Richtlijn voor testinstituten:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabel conform richtlijn 1061/2010Kreukherstellend 60 °C tot 20 °C Maximaal 3,0 kgWasgoed Textiel met synthetische vezels, gemengde weefsels of katoen metkreukherstellende eigenschappenTip Verminder bij kreukgevoelig textiel het eindtoerental.Automatic extra Maximaal 5,0 kg40 °CWasgoed Op kleur gesorteerd wasgoed voor de programma's Katoen enKreukherstellendTip Elke lading wasgoed wordt zo behoedzaam en efficiënt mogelijkgewassen, doordat de wasparameters (bijv.
Programmaoverzicht26Donker/jeans 40 °C Maximaal 3,0 kgWasgoed Zwart of donkerkleurig wasgoed van katoen, gemengde weefselsen jeansstoffenTip – Was die stukken met de binnenzijde naar buiten.– Jeans verliest bij de eerste wasbeurten vaak wat kleur, was lich‐te en donkere stukken daarom apart.Express 20 40 °C Maximaal 3,5 kgWasgoed Textiel van katoen, dat nauwelijks is gedragen of nauwelijks vuil isTip De functie extra Kort wordt automatisch geactiveerd.Overhemden 40 °C Maximaal 2,0 kgTip – Kragen en manchetten moet u, in de mate waarin ze vuil zijn, opvoorhand behandelen.– Gebruik voor zijden hemden en bloezen het programma Zijde.Wol 30 °C en koud Maximaal 2,0 kgWasgoed Textiel van wol of met toevoegingen van wolTip Verminder bij kreukgevoelig textiel het eindcentrifugeertoerental.Fijne was 40 °C tot koud Maximaal 2,0 kgWasgoed Voor delicaat wasgoed uit synthetische vezels, gemengde weef‐sels, viscoseGordijnen die volgens de fabrikant in de wasmachine mogen wor‐den gewassenTip – Door het fijne stof dat zich in gordijnen nestelt, is er vaak eenprogramma met Voorwas vereist.– Bij kreukgevoelig wasgoed het centrifugeertoerental uitscha‐kelen.
Programmaoverzicht27Pompen/Centrifugeren –Tip – Indien u het water enkel wenst af te pompen: stel toerental op in.– Let op het ingestelde toerental.Extra spoelen/Stijven Maximaal 7,0 kgWasgoed – Om handgewassen wasgoed uit te spoelen– Tafellakens, servetten, beroepskleding die moet worden geste‐venTip – Verminder bij kreukgevoelig textiel het eindcentrifugeertoerental.– Het te stijven wasgoed moet fris gewassen zijn, maar mag nietmet een wasverzachter behandeld zijn.– Een erg goed spoelresultaat met twee spoelgangen verkrijgt udoor de programmeerfunctie te activeren. Bij de pro‐Extra watergrammeerfunctie Systeem Extra water moet de optie of geactiveerd zijn.
Programmaverloop29= laag waterpeil= gemiddeld waterpeil= hoog waterpeil= intensieve wassnelheid= normale wassnelheid= behoedzame wassnelheid= heel behoedzame wassnel‐heid= schommel-wassnelheid= wassnelheid voor handwas= wordt uitgevoerd– = wordt niet uitgevoerdDe wasautomaat beschikt over een vol‐ledig elektronische besturing met auto‐matische aanpassing van de watertoe‐voer. De wasautomaat bepaalt zelfstan‐dig het vereiste waterverbruik volgensde hoeveelheid wasgoed en de matewaarin dat wasgoed water opslorpt.Het hier opgegeven programmaverloopverwijst telkens naar het basisprogram‐ma bij maximumlading. Er is geen re‐kening gehouden met extra functies dieu erbij kunt kiezen.
Bijzonderheden in het pro‐grammaverloopKreukbeveiliging: De trommel beweegt zich nog tot 30minuten na het einde van het program‐ma, om kreukvorming te voorkomen.Uitzondering: In het programma Wolheeft geen kreukbeveiliging plaats.De wasautomaat kan altijd worden geo‐pend.1) Bij een temperatuur van 60 °C en ho‐ger worden er 2 spoelbeurten uitge‐voerd. Bij een temperatuur onder 60°C worden er 3 spoelbeurten uitge‐voerd.2) Er wordt een derde of vierde spoel‐beurt uitgevoerd als– te veel schuim in de trommel is– een centrifugeertoerental op heteinde lager dan 700 omw/min is– Selectie van 3) Er wordt een derde spoelbeurt uitge‐voerd als– Selectie van
Onderhoudssymbolen op het etiket30WassenHet aantal graden in het kuipsymboolgeeft de maximumtemperatuur aanwaarmee u het wasgoed mag was‐sen.normale mechanische belastingspaarzame mechanische belas‐tingzeer spaarzame mechanischebelastinghandwasniet wasbaarVoorbeeld voor de programmakeusProgramma Onderhoudssym‐bolen op het etiketKatoen Kreukherstel‐lendAutomatic extra Express 20 Wol Fijn wasgoed DrogenDe stippen geven de temperatuur aanNormale temperatuurLagere temperatuurniet geschikt voor de droogau‐tomaatStrijken en effenenDe stippen geven de temperatuurbe‐reiken aanca. 200°Cca. 150°Cca. 110°Cniet strijken/effenenProfessionele reinigingReiniging met chemische oplos‐middelen. De letters geven hetreinigingsmiddel aan.Vochtig reinigenNiet chemisch reinigenBlekenElk oxidatiebleekmiddel toege‐latenEnkel zuurstofbleekmiddel toe‐gelatenNiet bleken
Programmaverloop wijzigen31AfbrekenNa de start van een wasprogrammakunt u dat om het even wanneer afbre‐ken.Draai de programmakiezer op Einde.Het water wordt afgepompt. Zodra en‐kel nog het lampje Kreukbeveiliging/Einde brandt en op het display staatis het programma afgebroken.Nadat het programma afgebroken iseen nieuw programma kiezenSchakel de wasautomaat met detoets uit en weer in.Ga na of er nog wasmiddel in dewasmiddellade is. Als geen wasmid‐del meer voorhanden is, moet u eropnieuw wasmiddel in doen.Draai de programmakiezer op het ge‐wenste programma en start dit metde toets .StartNeem het wasgoed nadat het pro‐gramma werd afgebroken uit detrommel.Draai de programmakiezer in destand .Pompen/Centrifug.Tip: Let op het ingestelde toerental.Druk op de toets .StartDe wasautomaat pompt het sop af.Open de toesteldeur met de toetsDeur.
OnderbrekenSchakel de wasautomaat met detoets uit .Schakel de wasautomaat weer in metde toets om verder te gaan.WijzigenProgrammaSelecteren van een ander programma isna de programmastart niet mogelijk.TemperatuurTot 6 minuten na de start kan de tem‐peratuur worden gewijzigd.CentrifugeertoerentalHet toerental kan altijd worden aange‐past.Extra'sTot 6 minuten na de start kan de extrafunctie worden in- of uitge‐Extra waterschakeld.
Programmaverloop wijzigen32Was toevoegen of uitnemenDruk op de toets tot de deurDeuropenspringt.U kunt nu wasgoed toevoegen of uit‐nemen.Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.Let daarbij op het volgende:Zodra het programma van start is ge‐gaan, "merkt" het toestel geen wijzi‐gingen meer op in de hoeveelheid was‐goed.Daarom gaat het toestel altijd uit vaneen volledige lading als u de toestel‐deur hebt opengemaakt om wasgoedtoe te voegen of uit te nemen.De resttijd op het display kan dan ooklanger uitvallen.De toesteldeur gaat niet open indien:– de watertemperatuur hoger is dan 55°C.– het water een bepaald niveau heeftoverschreden,– bij het centrifugeren aan het eindevan het programma.
Wasmiddel33Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken dievoor huishoudelijke wasautomaten ge‐schikt zijn. De gebruiks- en doseeraan‐wijzingen vindt u op de verpakking vanhet wasmiddel.De dosering hangt af van:– de mate waarin het wasgoed vuil is– de hoeveelheid wasgoed– de waterhardheidAls u de waterhardheid niet kent,kunt u inlichtingen inwinnen bij uwwaterdistributiemaatschappij.Bepalen van de mate van vervuiling– licht bevuildGeen zichtbaar vuil en geen zichtbarevlekken. De kledingsstukken hebbenbijv.
lichaamsgeur aangenomen.– normaal bevuildZichtbaar vuil en/of enkele zichtbarelichte vlekken.– sterk bevuildDuidelijk zichtba(a)r(e) vuil en/of vlek‐ken.WaterhardheidHardheidsca‐tegorieTotale hard‐heid in mmolDuitse hard‐heid °dI (zacht) 0 – 1,5 0 – 8,4II (medium) 1,5 – 2,5 8,4 – 14III (hard) hoger dan 2,5 hoger dan 14DoseerhulpenGebruik voor de dosering van het was‐middel de door de wasmiddelfabrikantgeleverde doseerhulpen (kogels), metname bij de dosering van vloeibaarwasmiddel.NavulverpakkingenGebruik bij de aankoop van wasmidde‐len indien mogelijk navulverpakkingenom het afval te verminderen.OnthardingsmiddelOm wasmiddel te sparen kunt u eenonthardingsmiddel toevoegen aan wa‐ter met hardheid II en III. De juiste dose‐ring daarvan vindt u op de verpakkingterug.
Doe eerst het wasmiddel en danpas het onthardingsmiddel in het laad‐vakje.Het wasmiddel kunt u dan doseren zo‐als voor water met hardheid I.Nabehandelingsmiddel voorwasgoedWasverzachter zorgt ervoor dat de was zacht aanvoelten vermindert de elektrostatische opla‐ding tijdens machinaal drogen.Vormspoeler is een vloeibaar synthetisch stijfsel. Hetzorgt ervoor dat het wasgoed wat ste‐viger aanvoelt.Stijfsel geeft het wasgoed een stijver en vollereffect.
Wasmiddel34Overzicht wasprogramma - wasmiddelUniver‐seel-Kleur- Fijn- enwol-Speciaal-2) Wasver‐zachterwasmiddelKatoen X X – – XKreukherstellend X X – – XAutomatic extra X X – – XDonker/jeans –X1) – X XExpress 20 X1) X1) – – XOverhemden X X – – XWol – – X X XFijn wasgoed – – X – XExtra spoelen/Stijven– – – X X1) Vloeibaar wasmiddel gebruikenAls voorwas gekozen is, is het aan te bevelen een reservoir voor vloeibaarwasmiddel in het vakje te gebruiken. Het reservoir vindt u bij de Miele-handelaar of de Technische Dienst van Miele.2) Wasmiddelen die speciaal voor deze wasprogramma's of dit wasgoed wer‐den ontwikkeld (bijvoorbeeld Miele CareCollection, zie rubriek "Mits toeslagverkrijgbaar toebehoren")
Wasmiddel35Wasverzachter, vormspoeler ofvloeibaar stijfsel aan het eindevan het wasprogrammaVoeg wasverzachter, vormspoeler ofvloeibaar stijfsel toe in vakje .Neem de maximale vulhoogte inacht.Met de laatste spoelbeurt wordt hetmiddel opgenomen. Na het waspro‐gramma blijft er een kleine hoeveelheidwater staan in vakje .Maak na een aantal stijfselbeurtenhet inspoelvakje schoon. Reinigvooral de zuighevel. Wasverzachter, vormspoeler ofstijfsel in een apart programmaHet stijfsel moet zoals op de verpakkingaangegeven worden voorbereid.Doe de wasverzachter in vakje .Giet het vloeibare stijfsel en de vorm‐spoeler in vakje en poedervormigof dik vloeibaar stijfsel en vormspoe‐ler in vakje .Kies het programma Extra spoelen/Stijven.Corrigeer het centrifugeertoerentalals dat nodig mocht zijn.Druk op de toets .StartOntkleuren / kleuren ontkleuringsmiddel in deGeenwasautomaat gebruiken.
Deze mid‐delen kunnen corrosie veroorzakenin de wasautomaat.Kleurmiddelen mag u enkel in beperktemate - als voor een huishouden - in dewasautomaat gebruiken. Het zout datbij het kleuren wordt gebruikt, tast bijvoortdurend gebruik het roestvrij staalaan. Houd u strikt aan de richtlijnen vande fabrikant van het kleurmiddel.
Reiniging en onderhoud36Reiniging van de trommelAls op lage temperaturen en/of vloei‐baar wasmiddel wordt gewassen, be‐staat het gevaar van kiem- en geurvor‐ming. Om de trommel te reinigen engeurvorming te vermijden, dient u éénkeer per maand of wanneer het contro‐lelampje brandt een was‐Hygiëne Infoprogramma met een temperatuur vanminstens 60 °C uit te voeren, waarbij ueen algemeen waspoeder gebruikt.De ommanteling en het bedie‐ningspaneel reinigenTrek de stekker uit het stopcon‐tact voor u het toestel reinigt en on‐derhoudt.Spuit de wasautomaat in geengeval af met een waterslang.Was de ommanteling en het bedie‐ningspaneel van het toestel met eenzacht reinigingsmiddel of sopje af.Wrijf ze daarna met een zachte doekdroog.Maak de trommel met een geschiktmiddel voor roestvrij staal schoon.Gebruik geen schuur- of oplos‐middelen.
Reinigingsmiddelen voorglas of voor universeel gebruik zijnook af te raden! Ze kunnen schadetoebrengen aan kunststof oppervlak‐ken of andere onderdelen. De wasmiddellade schoonma‐kenDe inspuitbakjes voor het wasmiddelvoor voor- en hoofdwas, zijn zelfreini‐gend.Uit hygiënische overwegingen moetende inspuitbakjes voor het wasmiddel re‐gelmatig worden gereinigd.Trek de wasmiddellade tot aan deaanslag uit. Druk op de ontgrendel‐knop en trek de wasmiddellade hele‐maal uit de machine.Maak de wasmiddellade met warmwater schoon.
Reiniging en onderhoud37Maak de zuighevel schoon1. Trek de zuighevel uit het vakje en maak hem onder stromend warmwater schoon. Reinig ook de buiswaar de zuighevel wordt opgestoken.2. Steek de zuighevel weer op zijnplaats.Maak na een aantal stijfselbeurtende zuighevel heel grondig schoon.Vloeibaar stijfsel blijft wel eens vast‐plakken.De zitting van de wasmiddellade rei‐nigenVerwijder wasmiddelresten en kalkaf‐zettingen met behulp van een fles‐senborstel uit de openingen van dewasmiddellade.
Bijvaak voorkomende onderbrekingen inde watertoevoer moet dat eerder ge‐beuren.Het zeefje in de toevoerslang reini‐genDraai de waterkraan dicht.Schroef de toevoerslang van de wa‐terkraan los.Trek de rubber dichting 1 uit de voe‐ring.Neem het handvat van de kunststofzeef met een punttang vast en trek2de zeef eruit.Maak het zeefje schoon.Plaats alles terug in omgekeerdevolgorde.Zeefje in de toevoerslang van de wa‐tertoevoerklep reinigen.Draai de geribbelde kunststof moervoorzichtig met een tang van de toe‐voertuit los.Trek het zeefje bij het handvatje meteen punttang uit.Maak het zeefje schoon.Plaats alles terug in omgekeerdevolgorde.Draai de waterkraan na het reinigenlangzaam open en controleer of deschroefkoppelingen nog goed vast‐zitten. Indien nog water naar buitenkomt, de schroefkoppeling vasterdraaien.Na het reinigen u de zeefjesmoetbeslist weer monteren.
Wat gedaan als . . .39Hulp bij storingenDe meeste storingen en fouten die bij het dagelijks gebruik kunnen voorkomen,kunt u zelf verhelpen. In heel wat gevallen bespaart u tijd en kosten omdat u dangeen beroep hoeft te doen op de Technische Dienst van Miele.De volgende tabellen kunnen een leidraad zijn om de oorzaken van een bepaaldestoring te vinden en weg te nemen. Let echter op het volgende:Reparaties aan elektrische toestellen mag u enkel en alleen door een er‐kend vakman laten uitvoeren.
Door ondeskundig uitgevoerde herstellingen kun‐nen er niet te onderschatten risico's voor de gebruiker ontstaan.Er kan geen wasprogramma worden gestartProbleem Oorzaak en oplossingHet controlelampjeKreukbeveiliging/Eindevan het programmaver‐loop brandt niet of detoets Start knippertniet.De wasautomaat krijgt geen stroom.Controleer of de stekker in het stopcontact is ge‐stoken.Controleer of de zekering in orde is.Controleer of de deur goed dicht is.De wasautomaat is omwille van energiebesparing au‐tomatisch uitgeschakeld.Schakel de wasautomaat met de toets weer in.
.40Het wasprogramma werd afgebroken en er wordt een foutgemeld.Probleem Oorzaak en oplossingHet controlelampje Toe‐voer controleren knip‐pert en op het displayverschijnt een foutnum‐mer.De waterafvoer is geblokkeerd.Maak de filter en de afvoerpomp schoon zoals be‐schreven in de rubriek "Storingen verhelpen" ali‐nea "De vuldeur openen bij verstopte afvoer en/ofstroomonderbreking".De afvoerslang ligt te hoog.De maximumopvoerhoogte bedraagt 1 m.Het controlelampje Toe‐voer controleren knip‐pert en op het displayverschijnt een foutnum‐mer.De watertoevoer is geblokkeerd.Draai de waterkraan open.Het zeefje in de toevoerslang is verstopt.Maak het zeefje schoon.De controlelampjesToevoer controleren enAfvoer controlerenknipperen en op hetdisplay verschijnt eenfoutnummer.Het lekbeveiligingssysteem heeft gereageerd.Draai de waterkraan dicht.Neem contact op met de dienst Herstellingen aanhuis van Miele.De controlelampjes In‐weken/Voorwassen ofSpoelen knipperen enop het display ver‐schijnt een foutnum‐mer.Het gaat om een storing.Start het programma opnieuw.
Wat gedaan als . . .41Het wasprogramma verloopt normaal hoewel er een service ofstoring wordt gemeld.Probleem Oorzaak en oplossingHet controlelampje Hy‐giëne Info gaat aan.Er werd gedurende relatief lange tijd geen waspro‐gramma met een temperatuur van meer dan 60°C ge‐start.Om kiem- en geurvorming in de wasautomaat tevoorkomen, start u het programma Katoen 90 °Cmet een algemeen poedervormig wasmiddel.Het controlelampje Do‐sering controleren gaataan.Er werd tijdens het wassen te veel schuim gevormd.Gebruik bij de volgende wasbeurt minder wasmid‐del. Let op de doseertips op de wasmiddelverpak‐king.In het programmaver‐loop knippert het con‐trolelampje Wassen ofSpoelen en op het dis‐play verschijnt een fout‐nummer.De wasautomaat heeft tijdens het wassen een foutgedetecteerd.Start het programma opnieuw.
Als deze foutmel‐ding opnieuw wordt weergegeven, neem dan con‐tact op met de Technische Dienst van Miele.Op het display van hetprogrammaverloopknippert het controle‐lampje Kreukbeveili‐ging/Einde.Na de programmastart heeft iemand de programma‐kiezer in een andere stand gedraaid.Draai de knop weer in zijn oorspronkelijke stand. Om de foutmelding uit te schakelen: de wasautomaat met de toets uitscha‐kelen en de programmakiezer in de stand draaien.EindeDe service-controlelampjes branden aan het einde van het programma en bij hetinschakelen van de wasautomaat.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele WDA 110 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine