Miele WCA 030 WCS Active Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele WCA 030 WCS Active (84 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Miele WCA 030 WCS Active of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | WCA 030 WCS Active |
Handleiding Miele WCA 030 WCS Active – volledige tekst
Inhoud2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5 Bediening van de wasmachine. 12 Bedieningspaneel. 12 Principe van de sensortoetsen. 13 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14 Ingebruikneming van het apparaat. 15 Steeksleutel verwijderen. 15 Tips om energie en water te besparen. 17 1. Het wasgoed onder de loep. 18 2. Trommel vullen. 19 3. Programma kiezen. 20 4. Wasmiddel doseren. 22 Wasmiddellade. 22 Capsuledosering. 24 5. Programma starten. 26 Toevoegen van wasgoed tijdens het programmaverloop. 26 6. Programma-einde. 27 Centrifugeren. 28 Voorprogrammering. 29 Programma-overzicht. 30 Extra functies. 33 Kort. 33 Extra water. 33 Inweken. 33 Voorwas. 33 Welke extra functies bij welke wasprogramma's. 34 Textielbehandelingssymbolen. 35 Programmaverloop. 36 Programmaverloop wijzigen. 38 Programma wijzigen (kinderbeveiliging). 38 Programma afbreken. 38.
Inhoud3 Wasmiddelen. 39 Het juiste wasmiddel. 39 Wateronthardingsmiddel. 39 Doseerhulp. 39 Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 39 Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen. 41 Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010. 42 Reiniging en onderhoud. 43 Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 43 Wasmiddellade reinigen. 43 Hygiëne Info(trommel reinigen). 45 Watertoevoerzeefje reinigen. 45 Nuttige tips. 46 Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 46 Het programma wordt afgebroken en een controlelampje in het display brandt 47 Symbool in de tijdsaanduiding tijdens het programma. 48 In het display brandt een controlelampje aan het einde van het programma. 48 Algemene problemen met de wasmachine. 49 Een tegenvallend wasresultaat. 51 De deur kan niet open. 52 Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 53 Service. 55 Contact bij storingen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze wasmachine voldoet aan de geldende veiligheidsvoor-schriften. Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiëleschade tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u dewasmachine in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan dewasmachine.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wasma-chine en de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen enop te volgen.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasmachine mag worden gewassen.
Gebruik voorandere doeleinden kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verant-woordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge-bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6 Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-machine komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasmachine alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe-ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasmachine niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasmachine, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Installatie” en “Tech-nische gegevens”. Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.
Een beschadigde wasmachine mag niet worden ge-plaatst en niet in gebruik worden genomen. Vergelijk vóórdat u de wasmachine aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 De wasmachine kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de wasmachine is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd. Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasmachine mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver-band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasmachine te halen. Reparaties aan de wasmachine mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Het recht op garantie vervalt wanneer de wasmachine wordt her-steld door technici die niet door Miele zijn erkend.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman/vakvrouw worden vervangen. Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasma-chine wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasmachine staan. Dat is het geval, als aan één vande volgende voorwaarden is voldaan: - als de stekker uit de contactdoos is getrokken of - als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of - als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasmachine mag alleen met een nieuwe slangenset op de wa-tervoorziening worden aangesloten. Oude slangen mogen niet wor-den gebruikt. Controleer de slangen regelmatig.
U kunt de slangendan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasmachine mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv. opeen schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasmachine aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasmachine niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasmachine in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:“Installatie”, paragraaf: “Transportbeveiliging verwijderen”. Wanneer ude transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasmachine en aan de meubels/appa-raten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.
tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasmachine geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar-om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstro-mende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasmachine beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde on-derdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver-oorzaken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Wees voorzichtig bij het openen van de deur wanneer u de stoom-functie heeft gebruikt. U loopt het risico zich te verbranden door vrij-komende stoom en door hoge temperaturen van hettrommeloppervlak en het glas. Doe een stapje terug en wacht totdatde stoom is weggetrokken. De maximale beladingscapaciteit bedraagt 7,0 kg (droog was-goed), maar sommige programma's hebben een lagere beladingsca-paciteit. Zie hoofdstuk: “Programma-overzicht”. Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasmachine ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijkcitroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is ver-krijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij uw Miele-vakhandelaarof bij Miele Nederland.
Volg de adviezen voor het gebruik van ontkal-kingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasmachine wordt gewassen. Gebruik in deze wasmachine nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasmachine nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasmachine gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasmachine wor-den gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met een arts. Personen die een gevoeli-ge of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibare wasmiddelmaar beter niet aanraken.Accessoires en onderdelen Gebruik alleen originele Miele onderdelen. Als andere onderdelenworden bevestigd of ingebouwd, vervalt het recht op garantie eneventueel de garantie en/of productaansprakelijkheid. Drogers en wasmachines van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld.
Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droger en Miele-wasmachine past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Leter dan wel op dat de sokkel bij uw wasmachine past. Miele geeft u na afloop van de productie van de wasmachine eenleveringsgarantie van 15jaar voor onderdelen.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.
Bediening van de wasmachine12Bedieningspaneel aSensortoets (temperatuur)Hiermee kunt u de gewenste was-temperatuur instellenbSensortoets (toerental)Hiermee kunt u het gewenste toe-rental instellencSensortoets (extra functies)Hiermee kunt u de gewenste extrafuncties instellendSensortoets (CapDosing)Hiermee kunt u de wasmiddeldose-ring via een capsule activereneSensortoets (voorprogramme-ring)Hiermee kunt u de voorprogramme-ring activeren. Met de voorprogram-mering kunt u het programma opeen later tijdstip laten starten. Deprogrammastart kan van 30minutentot maximaal 24uur worden uitge-steld.
Dat kunt u bijvoorbeeld doenom gebruik te maken van een voor-delig nachttarief.fSensortoets (start/trommel bij-vullen) De tekst /Start Trommel bijvul-len knippert zodra een pro-gramma kan worden gestart.Als u de sensortoets aan-raakt, start het gekozen pro-gramma. De tekst /Start Trom-mel bijvullen brandt constant. Als het programma is begon-nen, maakt de sensortoetshet bijvullen van de trommelmogelijk.gProgrammakeuzeschakelaarVoor het kiezen van een programmaen het uitschakelen van het appa-raat. U schakelt de wasmachine indoor een programma te kiezen en uitdoor de programmakeuzeschakelaarop te zetten.hOptische interfaceDe optische interface gebruikt Mielevoor servicedoeleinden.
Bediening van de wasmachine13iControlelampjes brandt bij storingen in de wa-tertoevoer en de waterafvoer brandt als er te veel wasmiddelis gedoseerd brandt ter herinnering aan dehygiëne-info de functie Trommel bijvullenkan niet worden gekozen.jTijdsaanduidingWanneer u een programma start,geeft het display in uren en minutenaan hoelang het programma gaatduren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, geeft het dis-play pas na afloop van de voorge-programmeerde tijd aan hoelang hetprogramma gaat duren.Principe van de sensortoetsenVia de sensortoetsen worden de waar-den die erboven liggen, aangestuurd.De sensortoetsen , , , , en reageren op aanraking met de vinger-toppen.Door keuze van een programma zijn bijde sensortoetsen en waarden vooraf ingesteld. Steeds als u de sen-sortoets aanraakt, verlaagt u de waar-de.
Ingebruikneming van het apparaat15 Schade door onjuist plaatsen enaansluiten.Het onjuist plaatsen en aansluitenvan de wasmachine leidt tot ernstigemateriële schade.Lees het hoofdstuk: “Installatie”.Steeksleutel verwijderen Haal linksonder de steeksleutel uit deverpakking om de transportbeveili-ging te kunnen verwijderen.Iedere wasmachine wordt in de fabriekop zijn werking getest. Het is mogelijkdat er als gevolg van deze tests watwater in de trommel achterblijft.Bochtstuk uit de trommel ver-wijderenIn de trommel bevindt zich een bocht-stuk voor de afvoerslang. Pak de deur bij de greep vast en trekdeze open. Haal het bochtstuk uit de trommel. Zwaai de deur dicht.
Ingebruikneming van het apparaat16Beschermfolie en reclamestic-kers verwijderen Verwijder: - de beschermfolie (voor zover aanwe-zig) van de deur. - alle reclamestickers (voor zover aan-wezig) van de voorkant en het deksel.Stickers die u na het openen van dedeur ziet zitten (bijv. het typeplaatje),mag u niet verwijderen.Eerste wasprogramma starten Draai de kraan open. Draai de keuzeschakelaar op .KatoenDe wasmachine wordt ingeschakeld, detemperatuur en het toerental40 1400gaan branden. Raak de sensortoets aan.Het wasprogramma wordt gestart.Deur openen na afloop van hetprogrammaTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld. Tijdens de eerste15minuten zijn de indicatoren verlicht.
Tips om energie en water te besparen17Energie- en waterverbruik - Maak zoveel mogelijk gebruik van demaximale belading van een program-ma. Het energie- en waterverbruikzijn dan, vergeleken met de totalehoeveelheid wasgoed, het laagst. - Programma's die efficiënter zijn inenergie- en waterverbruik hebbenmeestal een langere programmaduur. Door de verlenging van de program-maduur kan de bereikte wastempera-tuur worden verlaagd bij een con-stant wasresultaat. Het programma ECO 40-60 heeft bij-voorbeeld een langere programma-duur dan het programma Katoen40°C of 60°C. Het programmaECO 40-60 is efficiënter in energie-en waterverbruik, maar heeft wel eenlangere programmaduur. - Gebruik programma Express 20 voorkleinere hoeveelheden licht vervuildwasgoed. - Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, (bijv. 20°C).
Maak gebruikvan die mogelijkheid om energie tebesparen. Hygiëne in de wasmachineWanneer er regelmatig met lage tempe-raturen en/of een vloeibaar wasmiddelwordt gewassen, bestaat het gevaar dater zich in de wasmachine ziektekiemenen geurtjes ontwikkelen. Daarom be-veelt Miele aan, de wasmachine eenkeer per maand te reinigen. Als op het bedieningspaneel het contro-lelampje brandt, moet de wasmachineworden gereinigd. Instructies voor het daaropvol-gend machinaal drogenHet gekozen centrifugetoerental beïn-vloedt het restvocht van het wasgoeden de geluidsemissie van de wasmachi-ne. Hoe hoger het centrifugetoerental vande wasmachine, hoe minder restvochter in het wasgoed achter blijft. De ge-luidsemissie van de wasmachine stijgtechter wel. Om energie te besparen tijdens het dro-gen, selecteert u het hoogst mogelijkecentrifugetoerental voor het betreffendewasprogramma.
Gebruik van wasmiddelen - Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven. - Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. - Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.
1. Het wasgoed onder de loep18 Maak de zakken leeg. Schade door voorwerpen.Voorwerpen zoals spijkers, muntenen paperclips kunnen het wasgoeden onderdelen van de automaat be-schadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds-etiket, dat zich in de kraag of in de zij-naad bevindt.Tip: donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vóór het wassen eventuelevlekken op het wasgoed. Doe datzolang de vlekken nog niet zijn opge-droogd. Verwijder vlekken door zemet een niet afgevende doek te dep-pen. Niet wrijven!Tip: vlekken (van bloed, ei, koffie, thee,etc.) kunt u vaak eenvoudig verwijde-ren. Miele heeft hiervoor een specialevlekkenwijzer samengesteld.
U vindt devlekkenwijzer via de internet-link naarde huishoudelijke apparaten. Schade door oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelenWasbenzine, vlekkenmiddeltjes enz.kunnen kunststof onderdelen be-schadigen.Wanneer u het wasgoed van tevorenmet een oplosmiddelhoudend reini-gingsmiddel, bijv. wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt. Gevaar voor explosie door oplos-middelhoudende reinigingsmiddelen.Bij gebruik van oplosmiddelhouden-de reinigingsmiddelen kan een ex-plosief mengsel ontstaan.Gebruik geen oplosmiddelhoudendereinigingsmiddelen in de wasmachine.Algemene tips - Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek. - Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze. - Sluit ritsen, haakjes en oogjes.
2. Trommel vullen19Deur openen Leg uw hand in de greep van de deuren trek de deur open.Controleer of er zich dieren of voor-werpen in de trommel bevinden,voordat u het wasgoed erin stopt.Bij een maximale belading is het ener-gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings-capaciteit overschreden, dan vallen dewasresultaten tegen en gaat het was-goed sneller kreuken. Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg wasgoed van verschillende groot-te in de trommel. Daardoor wordt eenbeter wasresultaat bereikt en kan hetwasgoed zich tijdens het centrifugerenbeter verdelen.Tip: houdt u zich aan de maximale be-ladingscapaciteit van de verschillendewasprogramma's.Deur sluiten Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Zwaai de deur dicht.
3. Programma kiezen20ProgrammakeuzeAls u de keuzeschakelaar op een was-programma zet, wordt de wasmachineingeschakeld. Draai de keuzeschakelaar naar hetgewenste programma.In de tijdsaanduiding verschijnt de ver-moedelijke duur van het programma ende voorgeprogrammeerde temperatuuren het voorgeprogrammeerde centrifu-getoerental gaan branden.Temperatuur en centrifugetoerentalkiezenDe voorgeprogrammeerde tempera-tuur en het voorgeprogrammeerdecentrifugetoerental van het waspro-gramma gaan fel branden.De in de wasmachine bereikte tempera-turen kunnen afwijken van de gekozentemperaturen. De combinatie van ener-giegebruik en wastijd zorgt voor eenoptimaal wasresultaat. Raak de sensortoets aan om devoorgeprogrammeerde temperatuurte wijzigen. Steeds als u de sensor-toets aanraakt, verlaagt u de waarde.Na de kleinste waarde springt deweergave terug naar de maximalewaarde.
3. Programma kiezen21Extra functies kiezenIn enkele programma's kunnen 2 extrafuncties worden gecombineerd.In enkele programma's kan slechts 1extra functie of helemaal geen extrafunctie worden gekozen. Raak de sensortoets aan: - , de extra functie 1keer Kort brandten is geselecteerd. - , de extra functie 2keer Extra waterbrandt en is geselecteerd. - , de extra functie 3keer Inwekenbrandt en is geselecteerd. - , de extra functies 4keer Kort Ex- en tra water branden en zijn geselec-teerd. - , de extra functies 5keer Extra wateren branden en zijn geselec-Inwekenteerd. - , alle extra functies zijn weer6keeruitgeschakeld.Meer informatie over de extra functiesvindt u in het hoofdstuk “Extrafuncties”.
4. Wasmiddel doseren22WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken, diegeschikt zijn voor niet-professionelewasautomaten. Volg de gebruiks- endoseertips op de verpakking van hetwasmiddel op.Wasmiddel doseren Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer de wasmiddelen in de vakjes. Wasmiddel voor de voorwas Wasmiddel voor de hoofdwas enhet inwekenWasverzachter, appreteermiddel,Stijfsel of capsuleWasverzachter gebruiken Doseer wasverzachter of stijfsel invakje . Doseer niet hoger dan depijl.Het middel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld. Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.Als u meermaals stijfsel heeft ge-bruikt, reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.
4. Wasmiddel doseren23Tips voor de doseringControleer bij het doseren van het was-middel hoe vuil het wasgoed is en hoe-veel wasgoed u heeft. Verminder dehoeveelheid wasmiddel bij een kleinerehoeveelheid wasgoed (bijv. bij een halvetrommel de hoeveelheid wasmiddel met⅓ verminderen).Te weinig wasmiddel: - Heeft als effect, dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt. - Bevordert schimmelvorming in dewasmachine. - Heeft als effect, dat vet niet volledigverwijderd wordt. - Bevordert kalkaanslag op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel: - Heeft als effect dat het wasgoed nietgoed gereinigd, gespoeld en gecen-trifugeerd wordt. - Heeft als effect dat er meer waterwordt verbruikt door een automatischingeschakelde extra spoelgang.
- Versterkt de belasting voor het milieu.Gebruik van vloeibaar wasmiddel bijeen programma met voorwasAls een voorwas geprogrammeerd is,kan in de hoofdwas geen vloeibaarwasmiddel gebruikt worden.Gebruik waspoeder voor de hoofdwas.Tabs of pods gebruikenLeg tabs of pods met wasmiddel altijddirect bij het wasgoed in de trommel.Tabs of pods kunt u niet via de wasmid-dellade gebruiken.
4. Wasmiddel doseren24CapsuledoseringEr zijn capsules met drie verschillendesoorten inhoud: = Textielonderhoudsmiddelen(bijv. wasverzachters, impreg-neermiddelen) = Additieven (bijv. wasmiddel-versterkers) = Wasmiddelen (alleen voor dehoofdwas)Een capsule bevat altijd de juiste hoe-veelheid voor één wasbeurt.Deze capsules zijn verkrijgbaar via deMiele-webshop, bij Miele of bij deMiele-vakhandelaar. Gevaar voor de gezondheid doorcapsules.De inhoudsstofffen in capsules kun-nen gevaarlijk zijn voor de gezond-heid als u ze inslikt of als ze met dehuid in contact komen.Bewaar de capsules buiten het be-reik van kinderen.Capsuledosering inschakelen Raak de sensortoets aan: - , het symbool brandt en is1keer geselecteerd. - , het symbool brandt en is2keer geselecteerd. - , het symbool brandt en is3keer geselecteerd.
4. Wasmiddel doseren25 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.Als u de capsule in de wasmiddella-de plaatst, gaat de capsule open. Alsu de capsule ongebruikt weer uit dewasmiddellade verwijdert, kan er rei-nigingsmiddel uit lopen.Gooi een geopende capsule weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd.Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in vak-je .Giet geen extra wasverzachter invakje . Verwijder de lege capsule na afloopvan het wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de capsule zitten.
5. Programma starten26Programma starten Raak de sensortoets aan.De deur wordt vergrendeld en het was-programma gestart.Als u een starttijd voorgeprogrammeerdheeft, loopt deze in de tijdsaanduidingaf. Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start ver-schijnt de programmaduur in de tijds-aanduiding.Toevoegen van wasgoed tij-dens het programmaverloopHet bijvullen van de trommel of hetverwijderen van wasgoed is altijd mo-gelijk, zolang in het display niet hetsymbool brandt. Raak de sensortoets aan.In de tijdsaanduiding verschijnen draai-ende streepjes … … . Als in de tijdsaanduiding het woord staat, kan de deur worden geopend. Open de deur. Leg wasgoed in detrommel of haal er wasgoed uit. Sluit de deur.
Raak de sensortoets aan.Het wasprogramma wordt voortgezet.Over het algemeen is toevoegen of ver-wijderen van wasgoed niet mogelijkwanneer: - de temperatuur van het waswater ho-ger is dan 55°C - het waterniveau in de trommel tehoog is
6. Programma-einde27Deur openen en wasgoed uitde trommel halenTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld. Tijdens de eerste15minuten zijn de indicatoren verlicht.In de tijdsaanduiding staat: . Draai de programmakeuzeschakelaarop .Het controlelampje dooft.De deur wordt ontgrendeld.Tip: Na de kreukbeveiliging wordt dedeur automatisch ontgrendeld. Pak de deur bij de greep vast en trekde deur open. Neem het wasgoed uit de trommel.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven.Verwijder al het wasgoed uit detrommel. Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Tip: Laat de deur op een kiertje staan,zodat de trommel kan drogen. Heeft u een capsule gebruikt, verwij-der deze dan uit de wasmiddellade.Tip: Laat de wasmiddellade op eenkiertje openstaan, zodat de lade kandrogen.
Centrifugeren28Eindcentrifugetoerental in hetwasprogrammaWanneer u een programma kiest, is inhet display altijd het optimale centrifu-getoerental voor dit programma fel ver-licht.In sommige wasprogramma's kan eenhoger centrifugetoerental worden geko-zen.In de tabel staat het hoogst mogelijkecentrifugetoerental. Programma Omw./min ECO 40-60 1400 Katoen 1400 Kreukherstellend 1200 Wol 1200 Fijne was 900 Express 20 1200 Donker wasgoed / Jeans 1200 Outdoor 900 Impregneren 1200 Pompen / Centrifugeren 1400 Alleen Spoelen / Stijven 1200Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus-sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd.
In het pro-gramma Katoen wordt bij een toerentalvan lager dan 700omw/min een spoel-gang ingelast.Spoelstop (eindcentrifugeren)uitschakelen Raak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje (spoel-stop) brandt.Bij een spoelstop blijft het wasgoed nahet laatste reinigingsproces in het waterliggen. Daardoor kreukt het wasgoedminder wanneer u het niet direct uit dewasmachine haalt.Het programma beëindigen met cen-trifugerenHet controlelampje met het optimaletoerental gaat branden. U kunt het toe-rental via de sensortoets wijzigen. Raak de sensortoets aan.Het programma beëindigen zondercentrifugeren Raak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje (zondercentrifugeren) brandt.
Raak de sensortoets aan.Centrifugeren tussen de spoel-gangen en eindcentrifugerenuitschakelen Raak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje (zondercentrifugeren) brandt.Na de laatste spoelcyclus wordt hetwater afgepompt en wordt de kreukbe-veiliging ingeschakeld.In enkele programma's wordt een extraspoelgang ingelast.
Voorprogrammering29U kunt het starttijdstip van het door ugekozen programma minimaal 30minu-ten en maximaal 24 uur van tevoren in-stellen. Dat kunt u bijvoorbeeld doenom gebruik te maken van het nachtta-rief.Voorprogrammering kiezenU kunt de voorprogrammering niet kie-zen bij de programma'sPompen /Centrifugeren Impregneren en . Kies het gewenste wasprogramma. Raak de sensortoets aan.Het symbool brandt fel en in detijdsaanduiding worden de eerste30minuten van de voorprogrammeringweergegeven. Raak de sensortoets zo vaak aan,totdat de gewenste voorprogramme-ring in de tijdsaanduiding verschijnt. - Als de voorgeprogrammeerde tijdkorter is dan 3uur, verandert deze instappen van 30minuten.
- Als de voorgeprogrammeerde tijdlanger is dan 3uur, verandert deze instappen van 1uur.Tip: Als de sensortoets constantwordt ingedrukt, wordt automatischdoorgeteld tot 24uur.Voorprogrammering starten Raak de sensortoets aan.De voorprogrammering start en loopt afin de tijdsaanduiding.Gestarte voorprogrammering wij-zigen of afbrekenAls de geselecteerde voorprogramme-ring is gestart, kan deze niet meer wor-den gewijzigd. Draai de programmakeuzeschakelaarop. Draai de keuzeschakelaar op een wil-lekeurig programma.In de tijdsaanduiding verschijnen draai-ende streepjes … …. De deur wordt ontgrendeld. Kies een programma en desgewensteen nieuwe voorgeprogrammeerdetijd.
Programma-overzicht30 ECO 40-60 maximaal 7,0kg Wasgoed voor normaal vervuild wasgoed van katoen Tip In één wascyclus kan gemengd wasgoed van katoen voor de tem-peratuur 40° en 60°C worden gewassen.Voor wasgoed van katoen is dit programma het meest efficiënt voorwat betreft het energie- en waterverbruik.Opmerking voor testinstituten:Testprogramma voor de naleving van de Ecodesign-richtlijn nr. 2019/2023 enenergielabeling volgens richtlijn nr. 2019/2014.Opmerking voor testinstituten:Voor de testprogramma's volgens EN60456 en energie-etikettering volgens ver-ordening 1061/2010 moet de volgende omschakeling plaatsvinden:In de temperatuuraanduiding branden de temperaturen60 en 40. - Raak voor het testprogramma katoen de sensortoets 1keer aan. Al-leen de temperatuur60 brandt. - Raak voor het testprogramma katoen de sensortoets 2keer aan. Al-leen de temperatuur40 brandt.
Katoen 90°C tot koud maximaal 7,0kg Wasgoed T-shirts, ondergoed, tafellinnen enzovoort, wasgoed van katoen, lin-nen of mengweefsels Tip Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol-doen, moet een temperatuur van 60°C of hoger worden gekozen.Draai de keuzeschakelaar op als er een voorwas moetMet voorwasworden gedraaid.
Programma-overzicht31 Kreukherstellend 60°C tot koud maximaal 3,5kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel-lend behandeld katoen Tip Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental. Wol 40°C tot koud maximaal 2,0kg Wasgoed Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a. wol in zit Tip Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. Fijne was 40°C tot koud maximaal 2,0kg Wasgoed Kwetsbaar wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en vis-coseVitrage die volgens de fabrikant in de wasmachine kan worden ge-wassen. Tip - Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak met een program-ma met voorwas moeten worden gewassen. - Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet.
Programma-overzicht32 Outdoor 40°C tot koud maximaal 2,5kg Wasgoed Outdoorjacks en -broeken met membranen als Gore-Tex®, SYMPA-TEX®, WINDSTOPPER® enzovoort. Tip - Doe ritssluitingen en sluitingen met klittenband dicht. - Gebruik geen wasverzachter. - U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met hetprogramma . Het is beter om dit niet na iedere was-Impregnerenbeurt te doen. Impregneren 40°C maximaal 2,5kg Wasgoed Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellinnendie voornamelijk uit synthetische vezels bestaan, om zo de water-en vuilwerende werking te verhogen Tip - Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogdzijn. - Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther-misch nabehandelen. Dit kan door het te strijken of door het in dedroger te drogen.
Pompen / Centrifugeren – Tip - Alleen pompen: kies - Let op het ingestelde toerental Alleen Spoelen / Stijven maximaal 7,0kg Wasgoed - Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld - Tafellakens, servetten en bedrijfskleding die moeten worden ge-steven Tip - Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. - Het te stijven wasgoed moet net zijn gewassen, maar mag nietmet wasverzachter zijn nabehandeld. - Een bijzonder goed spoelresultaat met 2spoelgangen krijgt udoor de extra functie in te schakelen.Extra water
Extra functies33Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.De extra functies kunnen via de sensor-toets worden gekozen of uitgescha-keld. Raak de sensortoets aan: - , de extra functie 1keer Kort brandten is geselecteerd. - , de extra functie 2keer Extra waterbrandt en is geselecteerd. - , de extra functie 3keer Inwekenbrandt en is geselecteerd. - , de extra functies 4keer Kort Ex- en tra water branden en zijn geselec-teerd. - , de extra functies 5keer Extra wateren branden en zijn geselec-Inwekenteerd. - , alle extra functies zijn weer6keeruitgeschakeld.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon-der zichtbare vlekken.De wastijd is korter.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.
In het program-ma wordt eenAlleen Spoelen / Stijventweede spoelgang uitgevoerd.U kunt andere functies voor sensor-toets kiezen, zie het hoofd-Extra waterstuk “Programmeerfuncties”.InwekenVoor sterk verontreinigd wasgoed meteiwithoudende vlekken. - U kunt een inweektijd instellen van30minuten en 2uur in stappen van30minuten. - Vanuit de fabriek is een tijd van30minuten ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehet hoofdstuk “Programmeerfuncties”,paragraaf “Inweektijd”.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.
Extra functies34Welke extra functies bij welke wasprogramma's?KortExtra waterInwekenVoorwas ECO 40-60 – – – – Katoen Kreukherstellend – Wol – – – – Fijne was – Express 20 – – – Donker wasgoed / Jeans – Outdoor – Impregneren – – – – Alleen Spoelen / Stijven – – – = Deze functie kan worden geko-zen = Deze functie wordt automatischingeschakeld – = Deze functie kan niet wordengekozen
Textielbehandelingssymbolen35WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan. Normaal programma Mild programma Zeer mild programma Handwas Niet wassenVoorbeelden voor de programmakeu-ze Programma Onderhoudssymbo-len ECO 40-60 Katoen Kreukherstel-lend Fijne was Wol Express 20 DrogenDe punten geven de globale tempera-tuur aan. Op een normale temperatuur Op een lagere temperatuur Niet drogen in de automaatStrijken & mangelenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan. Ca. 200°C Ca. 150°C Ca. 110°CStrijken met stoom kan het was-goed onherstelbaar bescha-digen. Niet strijken/mangelenChemisch reinigen Reiniging met chemische oplos-middelen.
Programmaverloop37 = lage waterstand = gemiddelde waterstand = hoge waterstand = intensief ritme = normaal ritme = behoedzaam ritme = handwasritme = wordt uitgevoerd – = wordt niet uitgevoerdDe wasmachine beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat. De wasmachine be-paalt zelf de benodigde waterhoeveel-heid, afhankelijk van de hoeveelheidwasgoed en het absorptievermogen er-van.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Nadere bijzonderheden overhet programmaverloopKreukbeveiliging:de trommel draait nog maximaal 30mi-nuten na afloop van het programma omkreukvorming te voorkomen.Uitzondering: het programmaWolheeft geen kreukbeveiliging.De wasmachine kan op elk momentworden geopend.1) Bij een temperatuur van 60°C en ho-ger wordt er 2 keer gespoeld.
Bij eentemperatuur van minder dan 60°Cwordt er 3 keer gespoeld.2Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: - er te veel schuim in de trommel zit - er een lager eindcentrifugetoerental isingesteld dan 700 omw/min3Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: - u de extra functie heeftExtra watergekozen, als bij de programmeer-functies de optie of is geacti- veerd.5Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: de extra functie is inge-Extra waterschakeld.
Programmaverloop wijzigen38Programma wijzigen (kinderbe-veiliging)Als een programma eenmaal is gestart,kunt u het programma, de temperatuur,het centrifugetoerental en de gekozenextra functies niet meer wijzigen. Hier-door wordt voorkomen dat bijvoorbeeldkinderen het apparaat onbedoeld be-dienen.Als de wasmachine wordt uitgescha-keld terwijl het programma loopt, zalde stand-byfunctie de wasmachine na15 minuten niet volledig uitschakelen.Er kan nog steeds water in de trommelzitten, dus de veiligheidsfuncties zijnnog steeds actief.Programma afbrekenU kunt een wasprogramma op elk mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start.
Draai de programmakeuzeschakelaarop . Draai de programmakeuzeschakelaarnaar een willekeurige positie.In de tijdsaanduiding verschijnen draai-ende streepjes … … . Het water wordt afgepompt en aanslui-tend wordt de deurvergrendeling gede-activeerd.Nieuw programma kiezen Draai de programmakeuzeschakelaarnaar het gewenste wasprogramma. Controleer of er nog voldoende was-middel in de wasmiddellade zit. Als ergeen wasmiddel meer in zit, dient uopnieuw wasmiddel te doseren. Raak de sensortoets aan.
Wasmiddelen39Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasmachi-nes. Tips voor het gebruik en voor dedosering van de wasmiddelen kunt uvinden op de wasmiddelverpakking.De dosering is afhankelijk van: - De mate waarin het wasgoed is ver-ontreinigd. - De hoeveelheid wasgoed. - De waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WateronthardingsmiddelHeeft het water een hardheidsgraad vanII of III, dan kunt u een wateronthar-dingsmiddel gebruiken om wasmiddelte besparen. De juiste dosering vindt uop de verpakking.
Doseer eerst hetwasmiddel en dan pas het onthardings-middel.Het wasmiddel kunt u dan doseren zo-als bij water met een hardheidsgraadvan I.WaterhardheidHardheids-graadTotale hard-heid in mmol/lDuitse hard-heid °dH Zacht (I) 0 – 1,5 0 – 8,4 Gemiddeld (II) 1,5 – 2,5 8,4 – 14 Hard (III) > 2,5 > 14DoseerhulpGebruik voor het doseren van het was-middel de attributen die door de was-middelfabrikant als hulp bij het doserenzijn geleverd, bijv. doseerbolletjes. Ge-bruik die vooral bij vloeibare wasmidde-len.NavulpakkenKoop zoveel mogelijk navulpakken omhet afval te reduceren.Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachters Met wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Synthetische stijfsels Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Stijfsels Met gewone stijfsels wordt uw wasgoedstevig.
Wasmiddelen40Los gebruiken van wasver-zachter, appreteermiddel ofstijfselStijfsel moet zijn voorbereid zoals be-schreven op de verpakking.Tip: Schakel bij het spoelen met was-verzachter de extra functie Extra waterin. Doseer wasverzachter in vakje ofplaats een capsule met wasverzach-ter. Doseer vloeibaar stijfsel/appreteer-middel in vakje en poedervormigof half-vloeibaar stijfsel/appreteer-middel in vakje . Kies het programma Alleen Spoelen /Stijven. Wijzig het centrifugetoerental indiennodig.
Activeer bij gebruik van een capsulevia sensortoets het symbool . Raak de sensortoets aan.Verven en ontkleuren Schade door ontkleuringsmidde-len.Ontkleuringsmiddelen veroorzakencorrosie in de wasmachine.Geen ontkleuringsmiddelen in dewasmachine gebruiken.Het gebruik van verfmiddelen in dewasmachine is alleen bij huishoudelijkgebruik van het apparaat toegestaan.Het zout dat bij het verven wordt ge-bruikt, tast het roestvrij staal aan bijveelvuldig gebruik. Houd u strikt aan deaanwijzingen van de verffabrikant als utextiel in de wasmachine wilt verven.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele WCA 030 WCS Active stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine