Miele W 985 WPS Handleiding

Miele Wasmachine W 985 WPS

Bekijk gratis de handleiding van Miele W 985 WPS (56 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele W 985 WPS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Gebruiksaanwijzing voor de
wasautomaat
W 985
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw wasautomaat plaatst,T
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 04 935 360

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: W 985 WPS

Handleiding Miele W 985 WPS – volledige tekst

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenmet het oog op de geringe belastingvan het milieu en de mogelijkhedenvoor afvalverwerking.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen be-spaard en wordt er minder afval gepro-duceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest-al nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grof vuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is het appa-raat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv.

schrootver-werking)Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald. Zie ook hethoofdstuk: "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen".Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu2

InhoudsopgaveEen bijdrage aan de bescherming van ons milieu Het verpakkingsmateriaal. 2 Het afdanken van het apparaat. 2Algemeen Het apparaat in één oogopslag. 6 Bedieningspaneel. 7 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 8 Tips om energie te besparen. 11Vóór de eerste wasbeurt Het schoonspoelen van de trommelruimte. 12 Geheugensteuntje voor de waterhardheid. 12 Zo wast u goed Korte handleiding. 13 Voordat u gaat wassen. 13 Wanneer u het programma start. 14 Voorkeuze. 16 Nadat u heeft gewassen. 16 Het bijvullen van de trommel. 17 Het wijzigen van het programmaverloop. 18 Het afbreken van een programma. 18 Het onderbreken van een programma. 18Het wijzigen van de extra functies, de temperatuur, het centrifugetoerental en het basisprogramma. 18 Het overslaan van een programmafase. 18Wasmiddelen Het kiezen van wasmiddel. 19 De hoeveelheid wasmiddel. 19 Het doseren van wasmiddel.

Programma’s Programma-overzicht. 22 Programmaverloop. 24 Waskaart. 26Extra functies Het inschakelen van extra functies. 28 Inweken. 28 Voorwas. 28 Kort. 28 Extra water. 29 Zoemer. 29 Het uitschakelen van de extra functies. 29 Centrifugeren. 29 "Zonder centrifugeren". 29 "Spoelstop". 29 Elektronische programmavergrendeling. 30Display Voorkeuze. 31 Resttijd. 31 Inweken. 31Het programmeren van aanvullende functies P1 = Hoge waterstand. 32 P2 = Systeem extra water. 32 P4 = Het activeren van vakje. 33i P9 = Behoedzaam wassen. 33 P10 = Afkoeling van het sop. 33 P11 = Memory-functie. 33 Het programmeren van aanvullende functies. 34 1. Het kiezen van de programmeermodus. 34 2. Het kiezen van een aanvullende functie. 34 3. Het activeren of deactiveren van de gekozen aanvullende functie. 35 4. Het opslaan van de gekozen aanvullende functie. 35Inhoudsopgave4.

Reiniging en onderhoud Het reinigen van de wasautomaat. 36 Het reinigen van de wasmiddellade. 36 Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 37 Het reinigen van de watertoevoerzeefjes. 39 Het reinigen van het zeefje in de watertoevoerslang. 39 Het reinigen van het zeefje in het koppelstuk van de watertoevoerklep. 39Nuttige tips Probleem. 40 Het openen van de deur bij stroomuitval. 44 Het controleren van de waterdruk. 44Technische Dienst Reparaties. 45 Miele Service Verzekering Certificaat. 45 Programma-actualisering. 45Plaatsen en aansluiten Plaats van opstelling. 46 Het plaatsen van de wasautomaat. 46 Transportbeveiliging. 46 Het stellen van de wasautomaat. 48Hoe u een machinevoet naar buiten draait en met een contramoer vastschroeft. 48 Was-droogzuil. 49 Het aansluiten van de watertoevoer. 50 Het aansluiten van de waterafvoer. 51 Elektrische aansluiting. 52 Verbruiksgegevens.

BedieningspaneelbToets "I-Aan / 0-Uit"Met deze toets kunt ude wasautomaat in- en uitschakelenen het programma onderbreken. c Toets "Deur"Met deze toets kunt u de deur vande wasautomaat openen. d Toets "Voorkeuze"Met deze toets kunt u het tijdstip dathet door u gekozen programma startminimaal 30 min. en maximaal 24 h00 min. uitstellen. e Toets "START"Met deze toets kunt u een waspro-gramma starten. f DisplayDit kan verschillende dingen aangeven. – Het geeft de tijd aan die een geko-zen programma nog gaat duren. – Het geeft, wanneer u gebruik maaktvan de voorkeuze, aan hoe lang hetnog gaat duren voordat het program-ma begint. – Het geeft de aanvullende functiesaan, nadat u die hebt opgeroepen.

g Toetsen voor de extra functiesWanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje branden.Wanneer u een extra functie weer uit-schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje uit. h Toets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u het centrifuge-toerental, de spoelstop of "Zondercentrifugeren" instellen. i Controlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental j ProgrammakeuzeschakelaarDe keuzeschakelaar kan rechtsomof linksom worden gedraaid.De ringverlichting gaat enkele minutenna het einde van het programma uit. k Controlelampjes voor het program-maverloop l Andere controlelampjesAlgemeen7

Veiligheidsinstructies en waarschuwingenLees eerst de gebruiksaanwijzingdoor voordat u uw wasautomaatvoor het eerst gebruikt. Hierin vindtu belangrijke instructies met betrek-king tot de veiligheid, het gebruiken het onderhoud van het apparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voor-komt onnodige schade aan uw ap-paraat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de wasauto-maat. Efficiënt gebruikDeze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Deze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van defabrikant op het wasetiket in de wasau-tomaat mag worden gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening.

Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. Voordat u de wasautomaat aan-sluit dient u altijd de aansluitgege-vens (zekering, spanning en frequen-tie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet te vergelijken. Dezemoeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dewasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsbepalingen isgeïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan en dat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man / vakvrouw wordt geïnspecteerd.

Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. De watertoevoerslang is aan slijta-ge onderhevig, hoewel er veelzorg is besteed aan de productie ervanen er gebruik is gemaakt van het bestemateriaal. Door scheuren, knikken, bob-bels enz. kan de slang poreus wordenen gaan lekken. Controleer de slang daarom regelma-tig, zodat u ze tijdig kunt vervangen enzo waterschade voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel bescha-digd is, moet de kabel door eenspeciale Miele-kabel worden vervan-gen. GebruikPlaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten.

Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat (zie hoofdstuk: "Plaatsenen aansluiten"). Als u de transportbeveiliging niet verwij-dert kan dat bij het centrifugeren scha-de veroorzaken aan uw wasautomaaten aan de meubels / apparaten die er-naast staan. Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (putje) bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen. Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.

Als deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel).

Als u het wasmiddel op de juistemanier doseert is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten. Deze middelenzijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhande-laar of bij de afdeling Onderdelen vanMiele Nederland B.V. Volg de adviezenvoor het gebruik van de ontkalkingsmid-delen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig inhelder water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaatnooit reinigingsmiddelen die eenoplosmiddel bevatten, zoals wasbenzi-ne. Als u dat toch doet, kunnen onderdelenvan het apparaat beschadigen en kun-nen er giftige dampen ontstaan.

Het ge-vaar bestaat dan dat er brand uitbreektof zich een explosie voordoet.Textielverf moet geschikt zijn voorgebruik in de wasautomaat.Neem in ieder geval de aanwijzingenvan de fabrikant in acht.Ontkleuringsmiddelen bevattenzwavel en kunnen corrosie veroor-zaken.

Deze middelen mogen niet in de was-automaat worden gebruikt.Als u op hoge temperaturen wast,denk er dan aan dat het glas vande deur heet wordt.Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Als er andere toebehoren worden aan-of ingebouwd, kan Miele niet voor degevolgen instaan en kan er geen be-roep meer worden gedaan op bepalin-gen met betrekking tot garantie en pro-duktaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar. U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10

Tips om energie te besparen – Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst. – Was normaal en licht vervuild WIT enBONT WASGOED met een lageretemperatuur (75°C of 60°C). – Gebruik de programma’s COMBINA-TIEWAS of MINIWAS voor kleinerehoeveelheden wasgoed. – Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende. – Gebruik de extra functie "Inweken".Dan kunt u voor de hoofdwas een la-gere temperatuur instellen. – Bij sterk vervuilde was kunt u inplaats van de extra functie "Voorwas"de extra functie "Inweken" gebruiken.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt. – Was licht vervuild wasgoed met deextra functie "Kort".

– Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven. – Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del. Bij halve belading kan ca. 1/3minder wasmiddel worden gebruikt. – Kies een hoger centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de droger wilt drogen. – Door de beladingsautomaat en despoelautomaat kunnen de wastijdenvariëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed in de trommel kan de hoofd-was korter zijn en kan één spoel-gang vervallen. Tips om energie te besparen11

Vóór de eerste wasbeurtControleer vóór de eerste wasbeurtof het apparaat volgens de regels isopgesteld en aangesloten.Zie: "Plaatsen en aansluiten".Het schoonspoelen van detrommelruimteDraai de kraan open.Leg géén wasgoed in de trommel.Doseer 1/4 van de op de wasmiddel-verpakking aangegeven hoeveelheidwasmiddel in vakje j .Druk de I-Aan / O-Uit - toets in.Draai de programmakeuzeschake-laar op "WITTE / BONTE WAS 60 °C".Om ervoor te zorgen dat de auto-maat de verbruikswaarden zo snelmogelijk kan meten, eventueel corri-geren en opslaan, is het beslist nood-zakelijk dat u dit programma kiest.Druk op de toets "Extra water".Het daarbij behorende controlelampjebegint te branden.Druk zo vaak op de toets "Centrifuge-ren" dat het controlelampje "Zondercentrifugeren" brandt.Druk op de START - toets.De trommel is aan het einde van hetprogramma schoongespoeld.Geheugensteuntje voor de wa-terhardheidHoeveel wasmiddel u moet doserenhangt van verschillende factoren af.Eén van deze factoren is de waterhard-heid.Informeer bij uw waterleidingbedrijfnaar de waterhardheid in uw regio.Pak de gele spatel die zich aan deachterkant van het front van de was-middellade bevindt.Draai de stelknop met behulp van despatel op de juiste hardheidsgraad.Vóór de eerste wasbeurt12

Zo wast u goedKorte handleidingWanneer u een kort overzicht wilt heb-ben over hoe u de wasautomaat moetbedienen, kunt u de met cijfers aange-duide stappen (123, , ,...) aanhouden.Voordat u gaat wassen 1 Inspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voor Het inspecteren van het wasgoedMaak de zakken leeg.Voorwerpen (spijkers, munten, pa-perclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.Sluit de ritsen (keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten).Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding niet los kunnen raken.Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dit advi-seert.Het sorteren van het wasgoedMeestal is wasgoed voorzien van eenwasetiket in de kraag of in de zijnaad.Sorteer het wasgoed volgens de sym-bolen op dit wasetiket.

Wat ze beteke-nen staat in het hoofdstuk: "Waskaart".Was geen textiel dat volgens het wase-tiket noch in de wasautomaat, noch met de hand kan worden gewassen.Het symbool daarvoor is: h.B.h.’s, badkleding en overige kledingmet beugels moeten, zoals meestal inhet desbetreffende wasetiket staat ver-meld, met de hand worden gewassen.Deze kleding kan daarom niet in dewas-droogautomaat worden gewassen!Donkergekleurd wasgoed geeft bij deeerste wasbeurten vaak iets af. Wasnieuw, donkergekleurd wasgoed deeerste paar keren apart, zodat het nietop lichter gekleurd wasgoed afgeeft.Was fijn wasgoed apart en heel be-hoedzaam.Het voorbehandelen van vlekkenVlekken of sterk vervuilde kragen kuntu met wat vloeibaar wasmiddel of meteen speciaal daarvoor geschikt middelvoorbehandelen.

2 Open de deurdoor op de Deur - toets te drukken. 3 Vul de trommelLeg het wasgoed ontvouwd en los-jes in de trommel.Wanneer er stukken wasgoed van ver-schillende grootte in de trommel liggenis dat beter voor de waswerking en deverdeling van het wasgoed tijdens hetcentrifugeren.Bij een te volle trommel verslechtert hetwasresultaat en kreukt het wasgoedsneller.Let op de maximale beladingscapaci-teit voor de verschillende soortenwas: WITTE WAS / BONTE WAS . . . . 5,0 kg KREUKHERSTELLEND . . . . . . . 2,5 kg FIJNE WAS. . . . . . . . . . . . . . . . . 1,0 kg WOL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1,0 kg MINIWAS . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2,5 kg COMBINATIEWAS . . . . . . . . . . . 3,0 kg 4Sluit de deurSluit de deur met een lichte klap.Druk de deur niet dicht.Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.

5 Draai de waterkraan open 6 Doseer het wasmiddelWat u precies moet doen kunt u lezenin het hoofdstuk: "Wasmiddelen".Wanneer u het programma start 7 Schakel het apparaat indoor op de I-Aan / 0-Uit - toets tedrukken – Wanneer de programmakeuzescha-kelaar op "Einde" staat, dan brandt inhet programmaverloop het controle-lampje "Kreukbeveiliging / Einde". – Wanneer de programmakeuzescha-kelaar op een programma staat, danwordt in het display de tijd aangege-ven dat dit programma duurt. Te-vens knippert het controlelampje vande START - toets. 8 Kies het programmadoor de programmakeuzeschakelaarop het gewenste wasprogramma tedraaien.Zie hoofdstuk: "Programma’s", para-graaf: "Programma-overzicht".Zo wast u goed14

9 Kies eventueel (een) extrafunctie(s)door op de toets(en) van de gewen-ste extra functie(s) te drukken.Wanneer u een extra functie inschakeltgaat het daarbij behorende controle-lampje branden.Wanneer u een extra functie weer uit-schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje uit.Een gekozen extra functie kunt u uit-schakelen door nog een keer op dedesbetreffende toets te drukken.Een uitzondering vormt daarop de ex-tra functie "Inweken".Iedere keer dat u op de toets "Inweken"drukt verlengt u de inweektijd tot maxi-maal 6 h.Wanneer u daarna nog een keer opdeze toets drukt schakelt u de extrafunctie "Inweken" uit.Zie hoofdstuk: "Extra functies", para-graaf "Inweken".

0 Kies het centrifugetoerentaldoor zo vaak op de toets "Centrifuge-ren" te drukken, totdat het controle-lampje oplicht van het door u gewen-ste centrifugetoerental.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen. Wanneer u een hoger centrifu-getoerental kiest dan binnen het geko-zen wasprogramma mogelijk is accep-teert de automaat dat niet.Zie hoofdstuk: "Programma’s", para-graaf "Programma-overzicht".Memory-functieWanneer bij een programma een ex-tra functie wordt gekozen en/of hetcentrifugetoerental wordt gewijzigd,slaat de wasautomaat deze instellin-gen op. Wanneer dit programma opnieuwwordt gekozen biedt het apparaat deopgeslagen extra functies en/of het op-geslagen centrifugetoerental aan.Dat gebeurt niet bij "Zoemer" en "Voor-keuze".Zo wast u goed15

Das Programm ist gestartet.Voorkeuze ! Stel eventueel een voorkeuze inNadat u een programma hebt geko-zen, kunt u met de Voorkeuze - toetshet tijdstip dat het door u gekozenprogramma start minimaal min. en30maximaal 24 h min. uitstellen.00Met iedere druk op de Voorkeuze -toets stelt u het tijdstip dat het program-ma start: – tot 10 uur met 30 minuten uit; – vanaf 10 uur met 1 uur uit.Druk zo vaak op de Voorkeuze -toets totdat de gewenste uitsteltijd inhet display verschijnt. Het wissen van de voorkeuzeDruk op de Voorkeuze - toets wan-neer het display 24 h 00 min. aan-geeft. § Start het programmadoor op de START - toets te drukken.Nadat u heeft gewassen ~ Open de deurdoor op de Deur - toets te drukken. $ Zet de programmakeuzeschake-laar op "Einde" % Schakel het apparaat uitdoor op de I-Aan/0-Uit - toets te druk-ken.

& Haal het wasgoed uit de automaatKijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen. Anders loopt u het risico datze bij de volgende wasbeurt krim-pen of afgeven. / Controleer of er voorwerpenin de manchet van de deurzijn achtergebleven ( Draai de waterkraan dicht )Sluit de deurAnders bestaat het gevaar dat er voor-werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.Zo wast u goed16

Het bijvullen van de trommelU kunt bij de volgende programma’snog wasgoed in de trommel leggen ofwasgoed uit de trommel halen, nadat uhet programma heeft gestart: – WITTE / BONTE WAS – KREUKHERSTELLEND– WOL – MINIWAS – Stijven – COMBINATIEWASDruk op de Deur - toets totdat dedeur openspringt.Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.Sluit de deur. – Bij de programma’sWITTE WAS / BONTE WASWOLMINIWASStijvenCOMBINATIEWAS (met een grootaandeel bont wasgoed)kunt u de deur in alle programmafa-ses opendoen, een paar gevallen uit-gezonderd.

– Bij de programma’sKREUKHERSTELLENDCOMBINATIEWAS (met een grootaandeel kreukherstellend wasgoed)kunt u de deur in de programmafase"Hoofdwas" opendoen, een paar ge-vallen uitgezonderd.In een paar gevallen kan de deur niet meer worden geopend, en wel wan-neer – de temperatuur van het sop bovende 55°C komt; – u de extra functie "Extra water" heeftingesteld; – de programmavergrendeling is inge-schakeld; – de programmafase "Centrifugeren" isbereikt.Zo wast u goed17

Het wijzigen van het program-maverloopHet afbreken van een programmaDraai de programmakeuzeschake-laar op "Einde". De controlelampjes in het programma-verloop gaan achter elkaar knipperen. Wanneer alleen nog maar het controle-lampje "Kreukbeveiliging / Einde"brandt, is het programma afgebroken. Het onderbreken van een program-maDruk op de I-Aan/0-Uit - toets. Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,druk dan nog een keer op deI-Aan/0-Uit - toets. Het wijzigen van de extra functies,de temperatuur, het centrifugetoeren-tal en het basisprogrammaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen. – Tot 6 minuten nadat u op de START -toets heeft gedrukt kunt u de extrafuncties "Extra water" en "Kort" in- ofuitschakelen of een andere tempera-tuur kiezen.

– U kunt het centrifugetoerental wijzi-gen, voor zover dat het maximumtoerental van het gekozen program-ma niet overschrijdt. Nadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen. Wordt de programmakeuzeschakelaarna de start van het programma toch opeen ander programma gedraaid, heeftdat geen invloed op het programmaver-loop. Het controlelampje "Kreukbeveili-ging / Einde" begint te knipperen. Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma wordt gedraaid dateerst was ingesteld. Om een ander programma te kunnenkiezen, gaat u als volgt te werk:Schakel het apparaat met de I-Aan/O-Uit - toets uit. Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde". Schakel het apparaat met deI-Aan/O-Uit - toets in. Kies een ander programma. Druk op de START - toets. Het overslaan van een programmafa-seDraai de programmakeuzeschake-laar op "Einde".

Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,draai dan de programmakeuzescha- kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.

WasmiddelenHet kiezen van wasmiddelU kunt alle moderne wasmiddelen ge-bruiken die geschikt zijn voor huishoud-wasautomaten. Ook vloeibare, compac-te (geconcentreerde) wasmiddelen enwasmiddelen met verschillende compo-nenten.U kunt ook eventueel meegeleverde do-seerbolletjes of doseerzakjes gebrui-ken.Gebreide kleding van wol of wolmeng-weefsels kunt u het beste met een wol-wasmiddel wassen.Doseeraanwijzingen kunt u vinden opde wasmiddelverpakking. De doseringis afhankelijk van: – de hoeveelheid wasgoed; – de mate waarin dit is vervuild;licht vervuild:Er zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingsstukken ruiken nietmeer zo fris.normaal vervuild:Er zijn lichte vlekken te zien.vrij sterk vervuild:Er zijn donkere vlekken te zien.

– de waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.Waterhardheid Hardheidsgraad Eigenschapvan het waterDuitsehardheid°dH I zacht 0 - 10 II gemiddeld 10 - 16 III hard > 16De hoeveelheid wasmiddel. . . te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat: – het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt; – er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten; – er zich kalk in de kuip afzet (verwar-mingselementen, trommel).. . . te veel wasmiddel heeft tot ge-volg dat: – er sterke schuimvorming optreedt; – de waswerking gering is; – het reinigings- en spoelresultaat nietoptimaal is; – er door de extra spoelgang meer wa-ter wordt verbruikt; – het milieu extra wordt belast.Wasmiddelen19

Het doseren van wasmiddel i = Vakje voor de voorwas j = Vakje voor inweken en hoofdwas p = Vakje voor wasverzachteren stijfselVia vakje wordt het wasmiddel voori de voorwas in de trommel gespoeld.Via vakje wordt het wasmiddel voorjde hoofdwas in de trommel gespoeld.Is de capaciteit van vakje j niet vol-doende (dat is mogelijk in gebiedenmet zeer hard water), kan ook vakje ivoor de dosering van het wasmiddelworden geactiveerd. Zie hoofdstuk:"Het programmeren van aanvullendefuncties", paragraaf: "Het activeren vanvakje i ”.WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan 16°d.H. kunt u een wateronthardingsmid-del gebruiken om wasmiddel te bespa-ren.De juiste dosering vindt u op de verpak-king. Doseer eerst het wasmiddel en danpas het onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.

in doseringen voor zacht ofgemiddeld water tot 16° dH.Wanneer u met verscheidene compo-nenten wast, adviseren wij u deze mid-delen altijd bij elkaar in vakje j te do-seren, en wel in de onderstaandevolgorde:1. Wasmiddel2. Wateronthardingsmiddel3. VlekkenzoutDan worden de middelen beter inge-spoeld.Wasverzachters, synthetischestijfsels, stijfsels of vloeibarestijfselsMet een wasverzachter wordt uw was-goed extra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u was-goed zoals overhemden, tafellinnen enbeddegoed beter in model.Met stijfsels wordt wasgoed stijf.Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Wasmiddelen20

Automatisch spoelen met wasver-zachter, synthetisch stijfsel of stijfselOpen het klepje van vakje p.Doseer de wasverzachter, het syn-thetische stijfsel of het stijfsel.Doseer niet hoger dan de maximalemarkering.Sluit het klepje.Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen.De wasverzachter, het synthetischestijfsel of het stijfsel wordt automatischmet het laatste spoelwater in de trom-mel gespoeld.

Aan het einde van hetwasprogramma blijft er een klein beetjewater in vakje p staan.Wanneer u verschillende keren automa-tisch met stijfsel heeft gespoeld, reinigdan de wasmiddellade.Reinig vooral de zuighevel en het ka-naal voor de wasverzachter.Zie hoofdstuk: “Reiniging enonderhoud”, paragraaf: “Het reinigenvan de wasmiddellade”.Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfselDoseer de wasverzachter of het syn-thetische stijfsel in vakje p .Draai de programmakeuzeschakelaarop "Stijven".Kies een centrifugetoerental.Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfselDoseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.Doseer het stijfsel in vakje i.Draai de programmakeuzeschakelaarop "Stijven".Kies een centrifugetoerental.Druk op de START - toets.Wasmiddelen21

kousen, blouses, overhemden, fijne was 40°C tot koud 600Vitrage die volgens de fabrikant in de wasauto-maat kan worden gewassen 30°C tot koud 600WOL/Wasgoed van wol en wolmengweefsels die metde hand of in de wasautomaat mogen wordengewassen 40°C tot koud 1200MINIWAS Licht vervuild wasgoed dat in het programmavoor de bonte was mag worden gewassen 40°C 1600Stijven Tafellakens, servetten, schorten enberoepskleding koud 1600Centrifugeren Wasgoed dat bijv. met de hand is gewassen endat mag worden gecentrifugeerd1600PompenExtra spoelen Wasgoed dat met de hand is gewassen en alleenmaar moet worden uitgespoeld en gecentrifugeerd koud 1200COMBINATIEWAS Een combinatie van bont en kreukherstellendwasgoed dat naar kleur is gesorteerd 40°C 900Koud:Bij de temperatuuraanduiding "Koud" wordt het water tot 24°C verwarmd.

Zo worden de schommelin-gen gecompenseerd waaraan de temperatuur van het drinkwater onderhevig is en wordt de werkingvan het wasmiddel versterkt.Programma’s22

Max.vulgewichtMogelijke extrafunctiesTips 5 kg – Inweken– Voorwas– Kort– Extra water (Optie 1, 2, 3, 4)Kies bij bijzonder sterk vervuild wasgoed de extra functie"Inweken" of "Voorwas".Was donkerkleurig wasgoed met een vloeibaar wasmiddel. 5 kg Voor testbureaus:Programma-instelling voor de test volgens norm EN 60456 2,5 kg – Inweken– Voorwas– Kort– Extra water (Optie 1, 2, 4)Druk bij bijzonder sterk vervuild wasgoed de toets "Inwe-ken" of de toets "Voorwas" in.Druk bij minder vervuild wasgoed de toets "Kort" in. 1 kg – Inweken– Voorwas– KortWas wasgoed met wol in het programma "WOL".Trommel voor1/2 tot 3/4 losjesvullen– Inweken– Voorwas– KortOmdat vitrage veel stof aantrekt is het meestal nodig dezemet een programma met voorwas te wassen. 1 kg Gebruik een vloeibaar wolwasmiddel.Reduceer bij handwas die uit een ander soort vezelsbestaat het centrifugetoerental of kies "Zondercentrifugeren".

2,5 kg – Extra water (Optie 1, 2, 4)Doseer minder waspoeder. Dit programma heeft namelijkeen halve belading. 5 kg Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn.5 kg5 kg 3,0 kg – Inweken– Voorwas– Kort– Extra water (Optie 1,2,3*en4*)Afhankelijk van de samenstelling van het wasgoed wordenwaterstand, aantal spoelgangen en de duur van het pro-gramma automatisch ingesteld. Zie hoofdstuk: "Program-ma’s, paragraaf: "Programmaverloop".De extra functies worden in het hoofdstuk: "Extra functies" nader uiteengezet.Programma’s23

30 min – Spoelstop instelbaar instelbaar instelbaar instelbaar Zonder centrifugeren instelbaar instelbaar instelbaar instelbaar Wasritme normaal normaal behoedzaam wol Waterstand – Wassen– Spoelenlaag 3)laag 3) laag 3)gemiddeld3) hooghooggemiddeldgemiddeldToelichting: X Deze programmafase is aanwezig – Deze programmafase is niet aanwezig1) Beladingsherkenning:In deze programma’s kan de elektronica de tijd meten waarin het wasgoed het water opneemt. Aande hand daarvan kan de elektronica de belading meten en het programmaverloop aanpassen.

De 4e spoelgang wordt automatisch ingeschakeld, wanneer er veel schuim in de trommel zit of ereen lager centrifugetoerental is gekozen dan 700 omw/min.3) Verhoging van de waterstand:De waterstand kan worden verhoogd, wanneer u op de toets "Extra water" drukt.WOL:Wanneer wollen wasgoed nat is, is het zeer gevoelig voor draaiende bewegingen.De trommel is tijdens het programmaverloop korter in beweging en draait langzamer.Programma’s24

Het sop koelt iets af.Heet sop kan waterafvoerbuizen van kunststof beschadigen.Pendelspoelen:Aan het eind van de hoofdwas koelt het sop in fases af door in- en wegstromend water.Dat vermindert het risico dat het wasgoed gaat kreuken.Centrifugeren tussen de spoelgangen:Het wasgoed wordt tussen de spoelgangen gecentrifugeerd.Centrifugeren na de laatste spoelgang:Het maximale centrifugetoerental van het gekozen wasprogramma wordt ingesteld met behulp van detoets "Centrifugeren".Het toerental wordt bij de programma’s KREUKHERSTELLEND, FIJNE WAS, WOL, Extra spoelen enCOMBINATIEWAS automatisch tot de hierboven aangegeven maximale centrifugetoerentallen geredu-ceerd.Kreukherstellend:Vermindert kreukvorming in het wasgoed wanneer dat wat langer in de trommel blijft liggen. De trom-mel beweegt 2 maal per minuut.Programma’s25

Extra functiesHet inschakelen van extrafunctiesU kunt als aanvulling op een waspro-gramma extra functies inschakelen.Dat kunt u doen door op de toetsenvoor de extra functies te drukken.Wanneer u een extra functie inschakeltgaat het daarbij behorende controle-lampje branden.Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet mogelijk zijn, kuntu niet inschakelen. Wanneer u eentoets van zo’n functie indrukt gaat hetdaarbij behorende controlelampje uitzodra u de toets loslaat.Zie "Programma-overzicht".InwekenVoor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door eiwithoudende vlekken(bijv. bloed, vet, cacao)Inweektijd: min. 30 minuten en max.6 uur. Deze tijd kunt u zelf instellen instappen van 30 minuten.U gaat als volgt te werk: 1 Kies een programma.

2 Kies de inweektijd en stel deze in.Met iedere druk op de toets "Inweken"verlengt u de inweektijd met 30 min.Druk zo vaak op deze toets tot de dooru gewenste inweektijd is bereikt.Het controlelampje naast de toets "In-weken" knippert.N.B.: De gekozen inweektijd wordt inhet display opgeteld bij de tijd die hetgekozen basisprogramma duurt. 3 Druk op de START - toets, wanneer ugeen voorkeuze wilt kiezen.Het controlelampje van de toets "Inwe-ken" brandt constant.Het wissen van de inweektijdDruk zo vaak op de toets "Inweken"totdat het controlelampje uitgaat.

Het doseren van wasmiddel bij ge-bruik van de extra functie "Inweken"Bij programma’s zonder voorwas:Doseer de totale hoeveelheid was-middel in vakje j of direct op hetwasgoed in de trommel.Bij programma’s met voorwas:Doseer 1/4 van het wasmiddel in vak-je i voor het inweken en de voor-was en 3/4 van het wasmiddel in vak-je j voor de hoofdwas.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedKortIn de programma’s WITTE WAS /BONTE WAS, KREUKHERSTELLENDen COMBINATIEWAS wordt erslechts twee keer met een verhoog-de waterstand gespoeld.Verkort de programmaduur.Voor licht vervuild wasgoed Extra functies28

Extra waterVerhoogt de waterstand in de hoofd-was en/of bij het spoelen en/of erwordt een keer extra gespoeld. – Bij bijzonder fijne textielsoorten – Bij moeilijk in te spoelen wasmidde-len – Wanneer aan het spoelresultaat bij-zondere eisen worden gesteld. U kunt bij de toets "Extra water" kiezentussen vier opties. Deze opties worden uiteengezet in:"Het programmeren van aanvullendefuncties", §: "Systeem extra water". ZoemerWanneer het einde van een program-ma of de spoelstop is bereikt, klinkter met regelmatige tussenpozen eenakoestisch signaal. De zoemer klinkt max. 1 uur. Het uitschakelen van de extrafunctiesWanneer u een extra functie heeft inge-schakeld en het daarbij behorende con-trolelampje brandt, kunt deze extrafunctie weer uitschakelen door de des-betreffende toets weer in te drukken. Het daarbij behorende controlelampjegaat dan weer uit.

CentrifugerenHet wasgoed wordt na ieder basispro-gramma gecentrifugeerd, wanneer ereen centrifugetoerental is ingesteld. "Zonder centrifugeren"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar niet meer na de laatstespoelgang. De wasautomaat schakelt na het pom-pen direct over op de kreukbeveiliging. "Spoelstop"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen. Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop van hetprogramma uit de trommel haalt. Wanneer u het programma na de spoel-stop wilt voortzetten:Met eindcentrifugeren:Stel met de Centrifugeren - toets het ge-wenste centrifugetoerental in. Zonder centrifugeren:Druk nog één keer op de Centrifugeren- toets zodat het controlelampje "Zon-der centrifugeren" gaat branden. Het apparaat pompt het water weg.

Als u zijde in de wasautomaat wast,kies dan "Spoelstop zonder centrifu-geren. "Een centrifugetoerental dat het maxi-mum centrifugetoerental van het geko-zen programma overschrijdt, kunt uniet instellen.

Elektronische programmaver-grendelingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens het wassenwordt geopend. Tevens voorkomt udaarmee dat een wasprogramma datnog bezig is, wordt afgebroken.Het inschakelen van de programma-vergrendeling 1 Kies een programma zoals beschre-ven in het hoofdstuk: "Zo wast ugoed". 2 Druk minstens 5 seconden op deSTART - toets.De programmavergrendeling is nu inge-steld.Het apparaat accepteert nu geen wijzi-gingen meer en maakt het wasprogram-ma helemaal af.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling op-geheven, zodat er een nieuw waspro-gramma kan worden gekozen.Het voortijdig uitschakelen van deprogrammavergrendeling 1 Druk minstens 5 seconden op deSTART - toets.Uitzondering:In het programmaverloop knippert hetcontrolelampje "Kreukbeveiliging / Ein-de".

1 Draai de programmakeuzeschake-laar op het programma dat u eerderheeft ingesteld.Het controlelampje "Kreukbeveiliging /Einde" gaat uit. 2 Druk minstens 5 seconden op deSTART - toets.Controleren of de programmaver-grendeling is ingeschakeldDruk op de toets "Centrifugeren".Wanneer het gekozen centrifugetoeren-tal niet verandert, dan is de program-mavergrendeling ingesteld.Wanneer het gekozen centrifugetoeren-tal verandert, dan is de programmaver-grendeling niet ingesteld.Extra functies30

Display Het display kan verschillende dingenaangeven. – Wanneer u een programma kiestgeeft het de tijd aan die een geko-zen programma nog gaat duren, dezgn. resttijd. – Wanneer u een inweektijd kiest geefthet een tijd aan die een optelsom isvan de ingestelde inweektijd en deresttijd. – Wanneer u gebruik maakt van devoorkeuze geeft het de tijd aan diehet nog duurt voordat het gekozenprogramma begint, de zgn. uitsteltijd.

– Het geeft de aanvullende functiesaan, nadat u die hebt opgeroepen.VoorkeuzeWanneer u gebruik maakt van de voor-keuze, verschijnt de ingestelde uitstel-tijd in het display.Hoe u de voorkeuze moet instellen kuntu lezen in het hoofdstuk: "Zo wast ugoed", paragraaf: "Wanneer u het pro-gramma start".Nadat u op de START - toets hebt ge-drukt, wordt de uitsteltijd in het displayafgeteld, en wel- van 24 h tot 10 h per uur- vanaf h min per minuut.9 59Na afloop van de uitsteltijd start het pro-gramma automatisch.Het display geeft aan hoe lang het ge-kozen programma gaat duren.ResttijdWanneer u een programma start zon-der gebruik te maken van de voorkeu-ze, geeft het display in uren en minutenaan hoe lang dit programma maximaalgaat duren.Bij de programma’s WITTE WAS / BON-TE WAS, KREUKHERSTELLEND enCOMBINATIEWAS wordt tijdens de be-vochtigingsfase de hoeveelheid was-goed bepaald.Wanneer de automaat maargedeeltelijk beladen is wordt de tijd inhet display tot maximaal 60 minutenverkort.InwekenWanneer u een inweektijd kiest geefthet display een tijd aan die een optel-som is van de ingestelde inweektijd ende resttijd.Voorbeeld:U kiest het programma WITTE WAS /BONTE WAS 60°C: – Het display geeft een programma-duur aan van 1 h 58 min.

– U stelt een inweektijd in van 1 uur. – Het display geeft een totale tijd aanvan 2 h 58 min. Hoe u de inweektijd moet instellen kuntu lezen in het hoofdstuk: "Extra func-ties", paragraaf: "Inweken".Display31

Het programmeren van aanvullende functiesU kunt een aantal aanvullende functiesprogrammeren om het wasprogrammanog beter af te stemmen op het soortwasgoed en de manier waarop u ditwilt wassen.Een aanvullende functie blijft zo langgeprogrammeerd totdat ze weer wordtgewist.U kunt kiezen uit de volgendeaanvullende functies: P1 = Hoge waterstandVerhoogt de waterstand bij het spoe-len automatisch en wel bij de pro-gramma’s WITTE WAS / BONTEWAS, KREUKHERSTELLEND, MINI-WAS EN COMBINATIEWAS.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.

P2 = Systeem extra waterDe toets "Extra water" bezit vier ver-schillende opties, die de waterstandverhogen en/of een keer extra spoe-len.Optie 1Verhoogt de waterstand bij het spoelenen wel bij de programma’s WITTEWAS/BONTE WAS, KREUKHERSTEL-LEND, MINIWAS, en COMBINATIE-WAS.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.Optie 2Verhoogt de waterstand bij het inwe-ken, in de voorwas, in de hoofdwas enbij het spoelen bij de programma’s WIT-TE WAS / BONTE WAS, KREUKHER-STELLEND, MINIWAS en COMBINATIE-WAS.(is standaard ingesteld)Bij bijzonder fijne textielsoortenBij moeilijk in te spoelen wasmiddelenOptie 3In het programma WITTE WAS / BON-TE WAS wordt er een keer extra ge-spoeld.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.Optie 4Is een combinatie van optie 2 en 3.Wanneer uw huid allergisch is voorwasmiddelen.Het programmeren van aanvullende functies32

P4 = Het activeren van vakje iIn de hoofdwas stroomt het water inde eerste 10 seconden via vakje iin de trommel.Soms is de capaciteit van vakje nietjvoldoende voor de hoeveelheid was-middel dat voor de hoofdwas moet wor-den gedoseerd en wel wanneer: – het water zeer hard is (hardheids-graad IV) en – het wasgoed sterk vervuild is.In deze gevallen kan ook vakje i voorde dosering van het wasmiddel wordengeactiveerd.P9 = Behoedzaam wassenLicht vervuild wasgoed wordt be-hoedzaam gewassen en wel bij deprogramma’s WITTE WAS / BONTEWAS, KREUKHERSTELLEND, MINI-WAS, Stijven en COMBINATIEWAS.Het aantal trommelbewegingen wordtdan gereduceerd.Is deze functie geprogrammeerd danwordt bij iedere wasbeurt met het be-hoedzame ritme gewassen.

P10 = Afkoeling van het sopIn het programma WITTE WAS / BON-TE WAS stroomt er aan het einde vande hoofdwas extra water in de trom-mel.Het sop koelt af.Deze functie kunt u programmerenwanneer u een temperatuur kiest tus-sen de 95° C en 75° C. Heet sop kannamelijk waterafvoerbuizen van kunst-stof beschadigen. P11 = Memory-functieWanneer bij een programma een ex-tra functie wordt gekozen en/of hetcentrifugetoerental wordt gewijzigd,slaat de wasautomaat deze instel-ling(en) op zodra het programmastart.De Memory-functie is standaard inge-schakeld en kan weer worden uitge-schakeld.Hoe u de aanvullende functies moetprogrammeren is op de volgendebladzijden beschreven.Het programmeren van aanvullende functies33

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele W 985 WPS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden