Miele W 835 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele W 835 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 72 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele W 835 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Gebruiksaanwijzing voor de
wasautomaat
W 835
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw wasautomaat plaatst,M
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 05 537 640

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: W 835

Handleiding Miele W 835 – volledige tekst

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest -al nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grof vuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is het appa-raat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking)Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Het verpakkingsmateriaal. 2 Het afdanken van het apparaat. 2AlgemeenHet apparaat in één oogopslag. 6 Bedieningspaneel. 7Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 8 Tips om energie te besparen. 11Vóór de eerste wasbeurt Het schoonspoelen van de trommelruimte. 12 Geheugensteuntje voor de waterhardheid. 12Zo wast u goed Korte handleiding. 13 Voordat u gaat wassen. 13Wanneer u het programma start. 14Nadat u heeft gewassen. 16 Het bijvullen van de trommel. 17Het wijzigen van het programmaverloop. 18 Het onderbreken van een programma. 18Het wijzigen van extra functies, de temperatuur, het centrifugetoerentalen het basisprogramma. 18 Het overslaan van een programmafase. 18WasmiddelenHet kiezen van wasmiddel. 19 Het doseren van wasmiddel. 19De hoeveelheid wasmiddel. 19 Het doseren van wasmiddel. 20 Wateronthardingsmiddel.

Programma’sProgramma-overzicht. 22 Programmaverloop. 24 Waskaart. 26Extra functies Het inschakelen van extra functies. 28 Inweken. 28Voorwas. 28 Kort. 28 Extra water. 29 Het uitschakelen van de extra functies. 29 Centrifugeren. 29 "Zonder centrifugeren". 29 "Spoelstop". 29Elektronische programmavergrendeling. 30Het programmeren van aanvullende functies AMaximale waterstand. 31 BSysteem extra water. 31 CHet activeren van vakje. 31i DHet wijzigen van de inweektijd. 32 EBehoedzaam wassen. 32 FAfkoeling van het sop. 32 GMemory-functie. 32 Het programmeren van aanvullende functies. 331. Het kiezen van de programmeermodus. 332. Het kiezen van een aanvullende functie. 333. Het activeren of deactiveren van de gekozen aanvullende functie. 34 4. Het opslaan van de gekozen aanvullende functie. 34Reiniging en onderhoud Het reinigen van de wasautomaat. 35 Het reinigen van de wasmiddellade.

35 Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 36 Het reinigen van de watertoevoerzeefjes. 38 Het reinigen van het zeefje in de watertoevoerslang. 38 Het reinigen van het zeefje in het koppelstuk van de watertoevoerklep. 38Inhoud4.

Nuttige tips Het oplossen van problemen. 39 Het programma begint niet. 39Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 40 Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding. 41Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 42Het openen van de deur bij stroomuitval. 45 Het controleren van de waterdruk. 45Technische Dienst Reparaties. 46 Miele Service Verzekering Certificaat. 46Programma-actualisering. 46Plaatsen en aansluiten Plaats van opstelling. 47 Het plaatsen van de wasautomaat. 47 Transportbeveiliging. 47 Het monteren van de transportbeveiliging. 48 Het stellen van de wasautomaat. 49 Het naar buiten draaien en vastzetten van de stelvoeten. 49 Het inbouwen van de wasautomaat. 50Was-droogzuil. 50 Het aansluiten van de watertoevoer. 51 Het aansluiten van de waterafvoer. 52 Elektrische aansluiting. 53 Verbruiksgegevens. 54 Technische gegevens. 55Inhoud5.

Het apparaat in één oogopslag aElektrische aansluiting bWatertoevoerslang (bestand tegeneen druk van max. 70 bar) cWaterafvoerslang met draaibaarbochtstuk (ook te verwijderen) dWasmiddellade eBedieningspaneel fDeur gKlepje van het pluizenfilter, het filter-huis en de noodontgrendeling hVier in hoogte verstelbare machine-voetenAlgemeen6

Bedieningspaneel aToets "I-Aan / 0-Uit"Met deze toets kunt u wasauto-maat in- en uitschakelenen het programma onderbreken. bToets "Deur"Met deze toets kunt u de deur vande wasautomaat openen. cToets "START"Met deze toets kunt u een waspro-gramma starten. dToetsen voor de extra functiesMet de bovenste toets kunt u óf deextra functie "Inweken" óf de extrafunctie "Voorwas" óf de extra functie"Kort" kiezen.Met de onderste toets kunt u de ex-tra functie "Extra water" kiezen.Wanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje aan.Wanneer u een extra functie weer uit-schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje uit. eToets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u het centrifuge-toerental, de spoelstop of "Zondercentrifugeren" instellen.

fControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental gProgrammakeuzeschakelaarDe keuzeschakelaar kan rechtsom oflinksom worden gedraaid. hControlelampjes voor het program-maverloop iAndere controlelampjesAlgemeen7

Lees eerst de gebruiksaanwijzingdoor voordat u uw wasautomaatvoor het eerst gebruikt. Hierin vindtu belangrijke instructies met betrek-king tot de veiligheid, het gebruik enhet onderhoud van het apparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voor-komt onnodige schade aan uw ap-paraat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de wasauto-maat. Efficiënt gebruikDeze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Deze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van defabrikant op het wasetiket in de wasau-tomaat mag worden gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening.

Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. Voordat u de wasautomaat aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) ophet typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet te vergelijken. Deze moeten be-slist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dewasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsbepalingen isgeïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan en dat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man / vakvrouw wordt geïnspecteerd.

De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad. De wasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepa-lingen. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico’s voor de ge-bruiker opleveren, waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld.

Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer.Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting.De wasautomaat mag alleen meteen nieuwe slangenset met toebe-horen op de waterleiding worden aan-gesloten. Een oude slangenset magniet opnieuw worden gebruikt.Controleer de slang met toebehoren re-gelmatig, zodat u deze wanneer dat no-dig is kunt vervangen en zo waterscha-de voorkomen.Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan.GebruikPlaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten.Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen.Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat. Zie hoofdstuk: "Plaatsenen aansluiten".Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan.Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (bijv.

een putje) bevindt.Denk eraan dat er water kan over-stromen.Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt.Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt.Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast.Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv.kuip, wastrommel). Beschadigde on-derdelen kunnen op hun beurt weerschade aan het wasgoed veroorzaken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Wanneer u het wasmiddel op dejuiste manier doseert is het niet no-dig dat u de wasautomaat ontkalkt.Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten. Deze middelenzijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhan-delaar of bij de afdeling Onderdelenvan Miele Nederland B.V. Volg de ad-viezen voor het gebruik van de ontkal-kingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig inhelder water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaat nooitreinigingsmiddelen die een oplos-middel bevatten, zoals wasbenzine.Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat beschadi-gen en kunnen er giftige dampenontstaan.

Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet.Textielverf moet geschikt zijn voorgebruik in de wasautomaat.Neem in ieder geval de aanwijzingenvan de fabrikant in acht.Ontkleuringsmiddelen bevattenzwavel en kunnen corrosie veroor-zaken.Deze middelen mogen niet in de was-automaat worden gebruikt.Wanneer u op hoge temperaturenwast, denk er dan aan dat het glasvan de deur heet wordt.Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Als er andere toebehoren worden aan-of ingebouwd, kan Miele niet voor degevolgen instaan en kan er geen be-roep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10

– Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.– Was normaal en licht vervuild WIT enBONT WASGOED met een lageretemperatuur (75°C of 60°C).– Gebruik de programma’sCOMBINATIEWAS of MINIWAS voorkleinere hoeveelheden wasgoed.– Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende. – Gebruik de extra functie "Inweken".Dan kunt u voor de hoofdwas een la-gere temperatuur instellen.

– Bij sterk vervuilde was kunt u inplaats van de extra functie "Voorwas"de extra functie "Inweken" gebruiken.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.– Was licht vervuild wasgoed met deextra functie "Kort".– Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.– Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del. Bij halve belading kan ca. 1/3minder wasmiddel worden gebruikt.– Kies een hoger centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de droger wilt drogen.– Door de beladingsautomaat en despoelautomaat kunnen de wastijdenvariëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed in de trommel kan de hoofdwaskorter zijn en kan één spoelgang ver-vallen.Tips om energie te besparen11

^Druk op de toets "Extra water".Het daarbij behorende controlelampjebegint te branden.^Druk zo vaak op de toets "Centrifuge-ren" totdat het controlelampje "Zondercentrifugeren" brandt.^Druk op de START - toets.De trommel is aan het einde van hetprogramma schoongespoeld.Geheugensteuntje voor dewaterhardheidHoeveel wasmiddel u moet doserenhangt van verschillende factoren af.Eén van deze factoren is de waterhard-heid.Informeer bij uw waterleidingbedrijfnaar de waterhardheid in uw regio. ^Pak de gele spatel die zich aan deachterkant van het front van de was-middellade bevindt.^Draai de stelknop met behulp van despatel op de juiste hardheidsgraad.Vóór de eerste wasbeurt12

Korte handleidingWanneer u een kort overzicht wilt heb-ben over hoe u de wasautomaat moetbedienen, kunt u de met cijfers aang-eduide stappen ( , , ,...) aanhouABC -den.Voordat u gaat wassen AInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken.

Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage haakjes en lood-band of wikkel ze in een doek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt. ^Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen. Het symbooldaarvoor is: .h ^Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn.

BOpen de deur^door op de Deur - toets te drukken. CVul de trommel^Leg het wasgoed ontvouwd en losjesin de trommel.Wanneer er stukken wasgoed van ver-schillende grootte in de trommel liggenis dat beter voor de waswerking en deverdeling van het wasgoed tijdens hetcentrifugeren.Let op de maximale beladingscapaci-teit voor de verschillende soortenwas: WITTE WAS / BONTE WAS . . . . . 5,0 kg KREUKHERSTELLEND . . . . . . . . 2,5 kg FIJNE WAS . . . . . . . . . . . . . . . . . 1,0 kgWOL. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2,0 kgMINIWAS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2,5 kgCOMBINATIEWAS . . . . . . . . . . . . 3,0 kgWanneer de maximale beladingscapa-citeit wordt overschreden, vallen dewasresultaten tegen en gaat het was -goed sneller kreuken. DSluit de deurLet erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.

EDraai de waterkraan open FDoseer het wasmiddelWat u precies moet doen kunt u lezenin het hoofdstuk: "Wasmiddelen".Wanneer u het programma start GSchakel het apparaat in^door op de I-Aan / 0-Uit - toets tedrukken.– Wanneer de programmakeuzescha-kelaar op "Einde" staat, dan brandt inhet programmaverloop het controle-lampje "Kreukbeveiliging / Einde". HKies het programma ^door de programmakeuzeschakelaarop het gewenste wasprogramma tedraaien.Zie hoofdstuk: "Programma’s", para-graaf: "Programma-overzicht".Zo wast u goed14

IKies eventueel (een) extra func-tie(s)U kunt maximaal twee extra functies in-schakelen, wanneer deze binnen hetgekozen programma mogelijk zijn.Zie hoofdstuk: "Programma’s", para-graaf: "Programma-overzicht".Van de extra functies "Inweken", "Voor-was" en "Kort" kunt u er altijd maar éénkiezen. ^Druk de toets voor de extra functies"Inweken" óf "Voorwas" óf "Kort" zovaak in totdat het controlelampje vande gewenste extra functie gaat bran-den.^Druk indien gewenst de toets voor deextra functie "Extra water" in.Een gekozen extra functie kunt u uit-schakelen door nog een keer op dedesbetreffende toets te drukken.Wanneer u een extra functie weer uit -schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje uit.

JKies het centrifugetoerental^door zo vaak op de toets "Centrifuge-ren" te drukken, totdat het controle-lampje oplicht van het door u gewen-ste centrifugetoerental.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programmaverschillen. Wanneer u een hoger cen-trifugetoerental kiest dan binnen het ge-kozen wasprogramma mogelijk is ac-cepteert de automaat dat niet.Zie hoofdstuk: "Programma’s",paragraaf "Programma-overzicht".Memory-functieWanneer bij een programma een ex-tra functie wordt gekozen en/of hetcentrifugetoerental wordt gewijzigd,slaat de wasautomaat deze instel-lingen op.Wanneer dit programma opnieuw wordtgekozen biedt het apparaat de opge-slagen extra functie(s) en/of het opge-slagen centrifugetoerental aan. KStart het programmadoor op de START - toets te drukken.Zo wast u goed15

Nadat u heeft gewassen LOpen de deur^door op de Deur - toets te drukken. MZet de programmakeuzeschakelaarop "Einde" NSchakel het apparaat uit^door op de I-Aan / 0-Uit - toets tedrukken. OHaal het wasgoed uit de automaatKijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen. Anders loopt u het risico dat zebij de volgende wasbeurt krimpen ofafgeven. PControleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven QDraai de waterkraan dicht RSluit de deurAnders bestaat het gevaar dat er voor -werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.Zo wast u goed16

– Bij de programma’sWITTE WAS / BONTE WASWOLMINIWASStijvenCOMBINATIEWAS (met een grootaandeel bont wasgoed)kunt u de deur in alle programmafa-ses opendoen, een paar gevallen uit-gezonderd.– Bij de programma’sKREUKHERSTELLENDCOMBINATIEWAS (met een grootaandeel kreukherstellend wasgoed)kunt u de deur in de programmafase"Hoofdwas" opendoen, een paar ge-vallen uitgezonderd.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wan-neer– de temperatuur van het sop bovende komt;55°C – u de extra functie "Extra water" heeftingesteld;– de programmavergrendeling is in-geschakeld;– de programmafase "Centrifugeren" isbereikt.Zo wast u goed17

Het wijzigen van het program-maverloopHet onderbreken van een programma^Druk op de I-Aan / 0-Uit - toets.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^druk dan nog een keer op deI-Aan / 0-Uit - toets.Het wijzigen van extra functies, detemperatuur, het centrifugetoerentalen het basisprogrammaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen. – Tot 6 minuten nadat u op de START -toets heeft gedrukt kunt u de extrafunctie "Extra water" in- of uitschake-len of een andere temperatuur kie-zen.

– U kunt het centrifugetoerental wijzi-gen, voor zover dat het maximumtoerental van het gekozen program-ma niet overschrijdt.Nadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.– Draait u de programmakeuzeschake-laar op een ander programma, nádatu de START - toets heeft ingedruktof– draait u de programmakeuzeschake-laar op een andere temperatuur,méér dan 6 minuten nádat u op deSTART - toets heeft gedrukt......... dan heeft dat geen invloed ophet programmaverloop. Het controle-lampje "Kreukbeveiliging / Einde" begintte knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma of de temperatuurwordt gedraaid dat / die eerst was in-gesteld.Om een ander programma te kunnenkiezen, gaat u als volgt te werk:^Schakel het apparaat met de I-Aan /O-Uit - toets uit. ^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde".

^Schakel het apparaat met de I-Aan /O-Uit - toets in. ^Kies een ander programma. ^Druk op de START - toets.Het overslaan van eenprogrammafase^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde".Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,^draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Wanneer de programmavergrende-ling is ingeschakeld kan het pro-gramma niet worden afgebroken ofgewijzigd.Zo wast u goed18

Het kiezen van wasmiddelU kunt alle moderne wasmiddelen ge-bruiken die geschikt zijn voor huishoud-wasautomaten. Ook vloeibare, compac-te (geconcentreerde) wasmiddelen enwasmiddelen met verschillende compo-nenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes gebrui-ken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en de doseringvan de wasmiddelen kunt u vinden opde wasmiddelverpakking.Het doseren van wasmiddelDe dosering is van verschillende facto-ren afhankelijk.

– De hoeveelheid wasgoed – De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingsstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Vrij sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.– De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitse hard-heid°dH I zacht 0 - 10 II gemiddeld 10 - 16 III hard > 16De hoeveelheid wasmiddel. . . te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat:– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt; – er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten; – er zich kalk in de kuip afzet (verwar-mingselementen, trommel).. . .

te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat: – er sterke schuimvorming optreedt;– de waswerking gering is;– het reinigings- en spoelresultaat nietoptimaal is;– er door de extra spoelgang meer wa-ter wordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast.Wasmiddelen19

Het doseren van wasmiddel i= Vakje voor de voorwas j= Vakje voor inweken enhoofdwas p= Vakje voor wasverzachteren stijfsel Via vakje wordt het wasmiddel vooride voorwas in de trommel gespoeld. Via vakje wordt het wasmiddel voorjde hoofdwas in de trommel gespoeld. Is de capaciteit van vakje niet volj-doende (dat is mogelijk in gebiedenmet zeer hard water), kan ook vakje ivoor de dosering van het wasmiddelworden geactiveerd. Zie hoofdstuk:"Het programmeren van aanvullendefuncties", paragraaf: "Het activeren van vakje ".iWateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan 16°d.H. kunt u een wateronthardingsmid-del gebruiken om wasmiddel te bespa-ren.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.

in doseringen voor zacht ofgemiddeld water tot 16° dH.Wanneer u met verscheidene compo-nenten wast, adviseren wij u deze mid- delen altijd bij elkaar in vakje te do-jseren, en wel in de onderstaandevolgorde:1. Wasmiddel2. Wateronthardingsmiddel3. VlekkenzoutDan worden de middelen beter inge-spoeld.Wasverzachters en stijfselsMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met andere stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Wasmiddelen20

Automatisch spoelen metwasverzachter of stijfsel^Open het klepje van vakje .p ^Doseer de wasverzachter of het (syn-thetische) stijfsel. Doseer niet hogerdan de pijl. ^Sluit het klepje. ^Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen.De wasverzachter of het (synthetische)stijfsel wordt automatisch met het laat-ste spoelwater in de trommel gespoeld.Aan het einde van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakje pstaan.Wanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral de zuighevel en hetkanaal voor de wasverzachter.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd", paragraaf: "Het reinigen vande wasmiddellade".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of het syn - thetische stijfsel in vakje .p ^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Stijven". ^Kies een centrifugetoerental.

^Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfsel ^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Stijven".^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Wasmiddelen21

kousen, blouses, overhemden, fijne was 40°C tot koud 600Vitrage die volgens de fabrikant in de wasauto-maat kan worden gewassen 30°C tot koud 600WOL/Wasgoed van wol en wolmengweefsels die metde hand of in de wasautomaat mogen wordengewassen 40°C tot koud 1050 MINIWAS Licht vervuild wasgoed dat in het programmavoor de bonte was mag worden gewassen 40°C 1050 Stijven Tafellakens, servetten, schorten en beroepskleding koud 1050 Centrifugeren Wasgoed dat bijv. met de hand is gewassen endat mag worden gecentrifugeerd1050Pompen Extra spoelen Wasgoed dat met de hand is gewassen en alleenmaar moet worden uitgespoeld en gecentrifu-geerd koud 1050 COMBINATIEWAS Een combinatie van bont en kreukherstellend was-goed dat naar kleur is gesorteerd 40°C 800Koud:Bij de temperatuuraanduiding "Koud" wordt het water tot 24°C verwarmd.

Zo worden de schommeling-en gecompenseerd waaraan de temperatuur van het drinkwater onderhevig is en wordt de werkingvan het wasmiddel versterkt.Programma’s22

Max.vulgewichtMogelijke extrafunctiesTips5 kg –Inweken–Voorwas–Kort–Extra water(Optie 1, 2, 3, 4)Kies bij bijzonder sterk vervuild wasgoed de extra functie"Inweken" of "Voorwas".Was donkerkleurig wasgoed met een vloeibaar wasmiddel. 5 kg Voor testbureaus:Programma-instelling voor de test volgens norm EN 604562,5 kg –Inweken–Voorwas–Kort–Extra water(Optie 1 en 2)Druk bij bijzonder sterk vervuild wasgoed de toets "Inwe-ken" of de toets "Voorwas" in.Druk bij minder vervuild wasgoed de toets "Kort" in.1 kg –Inweken–Voorwas–KortWas wasgoed met wol in het programma "WOL".Trommel voor 1/2tot 3/4losjes vul-len–Inweken–Voorwas–KortOmdat vitrage veel stof aantrekt is het meestal nodig dezemet een programma met voorwas te wassen.

2 kg Gebruik een vloeibaar wolwasmiddel.Reduceer bij handwas die uit een ander soort vezels be-staat het centrifugetoerental of kies "Zonder centrifugeren".2,5 kg –Extra water(Optie 1 en 2)Doseer minder waspoeder. Dit programma heeft namelijkeen halve belading. 5 kg Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn. 5 kg In het programma "Centrifugeren" wordt altijd met het maxi-male centrifugetoerental (1050 omw/min) gecentrifugeerd.5 kg3,0 kg –Inweken–Voorwas–Kort–Extra water(Optie 1,2,3*en4*)Afhankelijk van de samenstelling van het wasgoed wordenwaterstand, aantal spoelgangen en de duur van het pro-gramma automatisch ingesteld.

Zie hoofdstuk: "Program-ma’s, paragraaf: "Programmaverloop".De extra functies worden in het hoofdstuk: "Extra functies" nader uiteengezet.KREUKHERSTELLEND, FIJNE WAS, COMBINATIEWASWilt u wasgoed na een programma met "Spoelstop" centrifugeren, druk dan de toets "Centrifugeren"op 1050 omw/min. Het wasgoed wordt dan met gereduceerd toerental gecentrifugeerd. Zie het hoofd-stuk: "Programma’s", paragraaf: "Programmaverloop". Draai de programmakeuzeschakelaar opniet het programma "Centrifugeren".Programma’s23

30 min – Spoelstop instelbaar instelbaar instelbaar instelbaar Zonder centrifugeren instelbaar instelbaar instelbaar instelbaar Wasritme normaal normaal behoedzaam wol Waterstand – Wassen – SpoelenlaaglaaglaaggemiddeldhooghooggemiddeldgemiddeldToelichting: ßDeze programmafase is aanwezig – Deze programmafase is niet aanwezig1) Beladingsherkenning:In deze programma’s kan de elektronica de tijd meten waarin het wasgoed het water opneemt. Aan dehand daarvan kan de elektronica de belading meten en het programmaverloop aanpassen.2) De 4e spoelgangwordt automatisch ingeschakeld, wanneer er veel schuim in de trommel zit of er een lager centrifuge-toerental is gekozen dan 700 omw/min.WOL:Wanneer wollen wasgoed nat is, is het zeer gevoelig voor draaiende bewegingen.De trommel is tijdens het programmaverloop korter in beweging en draait langzamer.Programma’s24

Het sop koelt iets af.Heet sop kan waterafvoerbuizen van kunststof beschadigen.Pendelspoelen:Aan het eind van de hoofdwas koelt het sop in fases af door in- en wegstromend water.Dat vermindert het risico dat het wasgoed gaat kreuken.Centrifugeren tussen de spoelgangen:Het wasgoed wordt tussen de spoelgangen gecentrifugeerd.Centrifugeren na de laatste spoelgang:Het maximale centrifugetoerental van het gekozen wasprogramma wordt ingesteld met behulp van detoets "Centrifugeren".Het toerental wordt bij de programma’s KREUKHERSTELLEND, FIJNE WAS en COMBINATIEWAS au-tomatisch tot de hierboven aangegeven maximale centrifugetoerentallen gereduceerd, ook wanneerhet controlelampje voor het centrifugeren 1050 omw/min aangeeft.Kreukherstellend:Vermindert kreukvorming in het wasgoed wanneer dat wat langer in de trommel blijft liggen. De trom-mel beweegt 2 maal per minuut.Programma’s25

In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht. Het mag niet wordenverward met een garantie hoe het tex-tiel zich in het gebruik zal gedragen.Het behandelingsetiket waarborgt dathet textielproduct bij de aanbevolen be-handeling lijdt.geen schade Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren. Het mag nietteveel krimpen of vervormen, de lijmenmogen niet loslaten en bij de eerste vierkeer reinigen zijn ontleding, smelten,vergelen, pillen en blijvende kreukelsontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.De waskaart is als handige sticker bijde VTWS verkrijgbaar.

U kunt deze stic -ker op uw Miele-wasautomaat plakken.Meer informatie over textiel en de reini-ging ervan treft u aan in het boekje"Textiel ABC". Ook dit boekje kunt u bijde VTWS verkrijgen en wel door over-making van f 17,- op gironummer666402 t.n.v. VTWS in Delft.Het telefoonnummer van de VTWS is015 - 261 12 05.Programma’s27

Het inschakelen van extrafunctiesU kunt als aanvulling op een waspro-gramma extra functies inschakelen.Dat kunt u doen door op de toetsenvoor de extra functies te drukken.Wanneer u een extra functie inschakeltgaat het daarbij behorende controle-lampje branden.Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet mogelijk zijn, kuntu niet inschakelen.Wanneer u een toets van zo’n functieindrukt gaat het daarbij behorende con-trolelampje uit, zodra u de toets loslaat.Zie hoofdstuk: "Programma’s", para-graaf: "Programma-overzicht".Een centrifugetoerental dat het maxi-mum centrifugetoerental binnen het ge-kozen programma overschrijdt, kunt uniet instellen.Wanneer u zo’n toerental met de toets"Centrifugeren" instelt reageert de auto-maat daar niet op.Zie hoofdstuk: "Programma’s", para-graaf: "Programma-overzicht".InwekenVoor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door eiwithoudende vlekken(bijv.

bloed, vet, cacao)– De inweektijd bedraagt minimaal 30minuten en maximaal 2 uur.Deze tijd kunt u instellen in stappenvan 30 minuten.– De inweektijd is in de fabriek op 2uur ingesteld.Hoe u deze inweektijd kunt veranderenkunt u lezen in het hoofdstuk: "Het pro-grammeren van aanvullende functies".Het doseren van wasmiddel bij ge-bruik van de extra functie "Inweken" ^Doseer de totale hoeveelheid was- middel in vakje of direct op hetjwasgoed in de trommel.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedKortIn de programma’s WITTE WAS /BONTE WAS, KREUKHERSTELLENDen COMBINATIEWAS wordt erslechts twee keer met een verhoogdewaterstand gespoeld.Verkort de programmaduur.Voor licht vervuild wasgoedExtra functies28

Extra waterVerhoogt de waterstand in de hoofd-was en/of bij het spoelen en/of erwordt een keer extra gespoeld.– Bij bijzonder fijne textielsoorten– Bij moeilijk in te spoelen wasmidde-len– Wanneer aan het spoelresultaat bij-zondere eisen worden gesteld.U kunt bij de toets "Extra water" kiezentussen vier opties.Deze opties worden uiteengezet in hethoofdstuk: "Het programmeren van aan-vullende functies", paragraaf: "Systeemextra water".Het uitschakelen van de extrafunctiesWanneer u een extra functie heeft ing-eschakeld en het daarbij behorendecontrolelampje brandt, kunt deze extrafunctie weer uitschakelen door de des-betreffende toets weer in te drukken.Het daarbij behorende controlelampjegaat dan weer uit.CentrifugerenHet wasgoed wordt na ieder basis-programma gecentrifugeerd, wan-neer het centrifugetoerental 1050omw/min is ingesteld."Zonder centrifugeren"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar niet meer na de laatstespoelgang.De wasautomaat schakelt na het pom-pen direct over op de kreukbeveiliging."Spoelstop"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen.Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop van hetprogramma uit de trommel haalt.Wanneer u het programma na de spoel-stop wilt voortzetten, stel dan met deCentrifugeren - toets het centrifugetoe-rental 1050 in.Het maximale centrifugetoerental vande verschillende programma’s wordtniet overschreden.

ElektronischeprogrammavergrendelingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens het wassenwordt geopend. Tevens voorkomt udaarmee dat een wasprogramma datnog bezig is, wordt afgebroken.Het inschakelen van de programma-vergrendeling^Kies een programma zoals beschre-ven in het hoofdstuk: "Zo wast ugoed".

^Druk minstens 5 seconden op deSTART - toets.De programmavergrendeling is nu in-gesteld.Het apparaat accepteert nu geen wijzi-gingen meer en maakt het waspro-gramma helemaal af.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling op-geheven, zodat er een nieuw waspro-gramma kan worden gekozen.Het voortijdig uitschakelen van deprogrammavergrendeling^Druk minstens 5 seconden op deSTART - toets.Uitzondering:In het programmaverloop knippert hetcontrolelampje "Kreukbeveiliging / Ein-de".^Draai de programmakeuzeschake-laar op het programma dat u eerderheeft ingesteld.Het controlelampje "Kreukbeveiliging /Einde" gaat uit.

^Druk minstens 5 seconden op deSTART - toets.Controleren of de programmaver-grendeling is ingeschakeld ^Druk op de toets "Centrifugeren".Wanneer het gekozen centrifugetoeren-tal niet verandert, dan is de program-mavergrendeling ingesteld.Wanneer het gekozen centrifugetoeren-tal verandert, dan is de programmaver-grendeling niet ingesteld.Extra functies30

U kunt een aantal aanvullende functiesprogrammeren om het wasprogrammanog beter af te stemmen op het soortwasgoed en de manier waarop u dit wiltwassen.Een aanvullende functie blijft zo langgeprogrammeerd totdat ze weer wordtgewist.U kunt kiezen uit de volgendeaanvullende functies:Maximale waterstandVerhoogt de waterstand bij het spoe-len automatisch en wel bij de pro-gramma’s WITTE WAS / BONTEWAS, KREUKHERSTELLEND,MINIWAS EN COMBINATIEWAS.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.Systeem extra waterDe toets "Extra water" bezit vier op-ties, die de waterstand verhogenen/of een keer extra spoelen.Optie 1Verhoogt de waterstand bij het spoelenen wel bij de programma’s WITTE WAS/ BONTE WAS, KREUKHERSTELLEND,MINIWAS en COMBINATIEWAS.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.Optie 2Verhoogt de waterstand in alle pro-grammafases van de programma’sWITTE WAS / BONTE WAS,KREUKHERSTELLEND, MINIWAS enCOMBINATIEWAS.Deze optie is standaard ingesteld.Bij bijzonder fijne textielsoortenBij moeilijk in te spoelen wasmiddelenOptie 3In WITTE WAS / BONTE WAS wordt eenkeer extra gespoeld.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.Optie 4Is een combinatie van optie 2 en 3.Wanneer uw huid allergisch is voorwasmiddelen.Het activeren van vakje iIn de hoofdwas stroomt het water inde eerste 10 seconden via vakje iin de trommel.

Soms is de capaciteit van vakje nietjvoldoende voor de hoeveelheid was-middel dat voor de hoofdwas moet wor-den gedoseerd en wel wanneer:– het water zeer hard is (hardheids -graad III en– het wasgoed sterk vervuild is. In deze gevallen kan ook vakje vooride dosering van het wasmiddel wordengeactiveerd.Het programmeren van aanvullende functies31

Het wijzigen van deinweektijdU kunt een inweektijd van:– 30 min of– 1 h of– 1 h 30 min of– 2 h programmeren.Behoedzaam wassenLicht vervuild wasgoed wordt be-hoedzaam gewassen en wel bij deprogramma’s: WITTE WAS / BONTEWAS, KREUKHERSTELLEND,MINIWAS, Stijven enCOMBINATIEWAS.Het aantal trommelbewegingen wordtdan gereduceerd.Bij iedere wasbeurt wordt met het be-hoedzame ritme gewassen.Afkoeling van het sopIn het programma WITTE WAS /BONTE WAS stroomt er aan het ein-de van de hoofdwas extra water in detrommel.Het sop koelt af.Deze functie kunt u programmerenwanneer u een temperatuur kiest van95° C en 75° C.

Heet sop kan namelijkwaterafvoerbuizen van kunststof be-schadigen.Memory-functieWanneer bij een programma een ex-tra functie wordt gekozen en/of hetcentrifugetoerental wordt gewijzigd,slaat de wasautomaat deze instel-ling(en) op zodra het programmastart.De Memory-functie is standaard inge-schakeld en kan weer worden uitge-schakeld.Hoe u de aanvullende functies moetprogrammeren is op de volgendebladzijden beschreven.Het programmeren van aanvullende functies32

Het programmeren vanaanvullende functiesDe aanvullende functies worden ge-programmeerd met behulp van detoetsen voor de extra functies en metbehulp van de programmakeuze-schakelaar. De toetsen van extrafuncties en programmakeuzeschake-laar hebben dus een tweede functiedie niet op het paneel te zien is.Het gebeurt in vier stappen:1. Het kiezen van de programmeermo-dus2. Het kiezen van een aanvullendefunctie3. Het activeren of deactiveren vandeze aanvullende functie4. Het opslaan van deze aanvullendefunctie1. Het kiezen van de programmeer-modus ADe wasautomaat moet uitgeschakeldzijn.De deur moet gesloten zijn.De programmakeuzeschakelaarmoet op de stand "Einde" staan. BDruk de toetsen van de extra func-ties "Inweken"/"Voorwas"/"Kort" en"Extra water" tegelijk in en houd zeingedrukt. CSchakel het apparaat met behulpvan de I-Aan / 0-Uit - toets in.

DLaat alle toetsen los.In het display knippert het controle-lampje "Wassen".2. Het kiezen van een aanvullendefunctie EDraai de programmakeuzeschake-laar op één van de volgende posi-ties:– voor de aanvullende functie AHoge waterstandop "COMBINATIEWAS"– voor de aanvullende functie BSysteem extra waterop "Extra spoelen"– voor de aanvullende functie CHet activeren van vakje iop "Centrifugeren" – voor de aanvullende functie DHet wijzigen van de inweektijdop "WOL koud" – voor de aanvullende functie EBehoedzaam wassenop "WOL 40°C" – voor de aanvullende functie FAfkoeling van het sopop "FIJNE WAS koud"– voor de aanvullende functie GMemoryop "FIJNE WAS 30°C"Het programmeren van aanvullende functies33

3. Het activeren of deactiveren vande gekozen aanvullende functieVoor de aanvullende functies , , , , FDoor één keer op de START - toets tedrukken kunt u de aanvullende func-tie activeren.In het programmaverloop brandt hetcontrolelampje "Spoelen".Door nog één keer op de START -toets te drukken kunt u de aanvullen-de functie deactiveren.In het programmaverloop gaat hetcontrolelampje "Spoelen" uit.Voor de aanvullende functieHet controlelampje "Spoelstop" brandt. FDoor verschillende malen op deSTART - toets te drukken kunt u deverschillende opties activeren.Ter bevestiging van de gekozen op-ties branden de volgende controle-lampjes:– "Spoelen" = Optie 1– "Spoelstop" = Optie 2– "Pompen/Centrifugeren" = Optie 3– "Kreukbeveiliging/Einde" = Optie 4Voor de aanvullende functieHet controlelampje "Spoelen" brandt.

FDoor verschillende malen op deSTART - toets te drukken kunt u deverschillende inweektijden activeren.Ter bevestiging van de gekozen in-weektijd branden de volgende con-trolelampjes:– "Spoelen" = 2 h– "Spoelstop" = 1h 30 min– "Pompen/Centrifugeren" = 1 h– "Kreukbeveiliging/Einde" = 30 min4. Het opslaan van de gekozenaanvullende functie GSchakel het apparaat met deI-Aan / 0-Uit - toets uit.U kunt nu het gewenste wasprogrammastarten.De geactiveerde aanvullende functie isnu opgeslagen en blijft dat totdat zeweer wordt gedeactiveerd.Het programmeren van aanvullende functies34

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele W 835 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden