Miele W 5821 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele W 5821 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 66 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Miele W 5821 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
Gebruiksaanwijzing voor de
wasautomaat
W 5821
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat uuw wasautomaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat isveiliger voor uzelf en uvoorkomt
onnodige schade aan uw apparaat. M.-Nr. 07658950
nl - NL

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: W 5821

Handleiding Miele W 5821 – volledige tekst

Het verpakkingsmateriaal De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt. Door hergebruik van verpakkingsmate- riaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd. Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug. Het afdanken van het apparaat Oude elektrische en elektronische ap- paraten bevatten meestal nog waarde- volle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functi- oneren. Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone afval doet of er op een andere manier niet goed mee omgaat, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu.

Verwijder uw oude apparaat dan ook nooit samen met het gewone afval, maar lever het in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elek- tronische apparatuur. Vraag uw handelaar indien nodig ominlichtingen. Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen wor- den opgeslagen. Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu2

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6 Bediening van de wasautomaat. 10 Bedieningspaneel. 10 Ingebruikneming van de wasautomaat. 12 Tips om energie en water te besparen. 13 Energie- en waterverbruik. 13 Gebruik van wasmiddelen. 13 Zo wast u goed. 14 Korte handleiding. 14 Centrifugeren. 19 Maximaal centrifugetoerental. 19 Voorprogrammering. 20 Programma-overzicht. 21 Extra functies. 24 Textielbehandelingssymbolen. 25 Programmaverloop. 26 Het wijzigen van het programmaverloop. 28 Het afbreken van een programma / Het wisselen van programma. 28 Het onderbreken van een programma. 28 Het wijzigen van een gekozen programma. 28 Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen van wasgoed uit de trommel. 29 Kinderbeveiliging. 29Inhoud3.

Wasmiddelen. 30 Het juiste wasmiddel. 30 Wateronthardingsmiddel. 31 Wasmiddelen met verschillende componenten. 31 Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 32 Automatisch spoelen met wasverzachter, synthetische stijfsels of vloeibare stijfsels. 32 Het kleuren en ontkleuren. 32 Reiniging en onderhoud. 33 Het reinigen van de ommanteling, het bedieningspaneel en de trommel. 33 Het reinigen van de wasmiddellade. 33 Het reinigen van de wasmiddelladekast. 34 Het reinigen van de watertoevoerzeefjes. 35 Nuttige tips. 36 Het oplossen van problemen. 36 Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 36 In het display staat een storingsmelding. 37 Algemene problemen met de wasautomaat. 38 Een tegenvallend wasresultaat. 39 De deur kan met de Deur - toets niet worden geopend. 40 Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 41 Afdeling Klantcontacten. 43 Reparaties.

43 Programma-actualisering (Update). 43 Garantietermijn en garantievoorwaarden. 43 Bij te bestellen onderdelen. 43 Het plaatsen en aansluiten van de wasautomaat. 44 Het apparaat van voren. 44 Het apparaat van achteren. 45 Plaats van opstelling. 46 Het plaatsen van de wasautomaat. 46 Het verwijderen van de transportbeveiliging. 46 Het monteren van de transportbeveiliging. 48Inhoud4.

Het stellen van de wasautomaat. 49 Het naar buiten draaien en vastzetten van de stelvoeten. 49 Was-droogzuil. 50 Het Miele waterbeveiligingssysteem. 51 Het aansluiten van de watertoevoer. 52 Het aansluiten van de waterafvoer. 53 Elektrische aansluiting. 54 Verbruikgegevens. 55 Instructie voor de vergelijkende onderzoeken:. 55 Technische gegevens. 56 Programmeerfuncties. 57 Het openen van het menu van de programmeerfuncties. 57 Het kiezen van de programmeerfuncties. 57 Het programmeren van de varianten. 57 Het sluiten van de het menu van de programmeerfuncties. 57Taal. 57 Extra water. 58 Behoedzaam wassen. 58 Afkoeling waswater. 58 Code. 59 Temperatuureenheid. 60 Zoemer. 60 Akoestisch signaal. 60 Lichtsterkte. 60 Contrast. 60 Stand-by display. 61 Memory. 61 Kreukbeveilig. 61 Na te bestellen reinigings- en onderhoudsmiddelen. 62 CareCollection. 62Inhoud5.

Deze wasautomaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalin-gen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u uw apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies betreffende de veiligheid, het ge- bruik en het onderhoud van de was- automaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de automaat. Efficiënt gebruik! Deze wasautomaat is uitsluitend be- stemd voor huishoudelijk gebruik.! Deze wasautomaat is uitsluitend be- stemd voor het wassen van textiel dat volgens de aanwijzingen van de fabri- kant op het onderhoudsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet ver- antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander gebruik dan hier aangegeven of door een fou- tieve bediening.! Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de wasautomaat niet in staat zijn om het apparaat veilig te bedienen, mogen deze automaat alleen gebruiken als ze onder toezicht staan van of wor- den geïnstrueerd door een verant- woordelijk persoon. Wanneer er kinderen in huiszijn! Wanneer er kinderen in de buurt van de wasautomaat zijn, houd ze dan goed in de gaten. Zorg ervoor dat ze niet met het apparaat gaan spelen.! Kinderen mogen de wasautomaat alleen dan zonder toezicht gebruiken, wanneer ze weten hoe het apparaat werkt en wat voor gevaar zij lopen wan- neer ze de automaat fout bedienen.! Wanneer u met hoge temperaturen was, bedenk dan dat het glas van de deur heet wordt.

Technische veiligheid. Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaar be- schadigd is. Een beschadigde wasautomaat mag niet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. Vergelijk vóórdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het type- plaatje met die van het elektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend gegaran- deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is ge-ïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor- den gesteld voor schade die wordt ver- oorzaakt door een ontbrekende of be- schadigde aarddraad. Gebruik om veiligheidsredenen geen verlengsnoer.

Dit in verband met gevaar voor bijvoor- beeld oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen wor- den vervangen. Alleen van deze Miele- onderdelen kunnen wij garanderen, dat zij volledig voldoen aan de veiligheids- eisen die wij stellen aan onze appara- ten en onderdelen daarvan. Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensen van Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen onvoorziene risico's voor de ge- bruiker opleveren, waarvoor de fabri- kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. Wanneer de aansluitkabel is be- schadigd, moet de kabel door erkende vakmensen worden vervangen. Wanneer er een storing wordt ver- holpen en wanneer de wasautomaat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrische spanning op de wasautomaat staan.

Dat is het geval, als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: – als de hoofdschakelaar van de huis- installatie is uitgeschakeld, – of als de stekker uit de contactdoos is getrokken. De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op de waterlei- ding worden aangesloten.

Wanneer dit apparaat op een niet- stationaire locatie (bijv. op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman/ vakvrouw worden ingebouwd en aan- gesloten. Hierbij moet aan alle voor- waarden voor een veilig gebruik wor- den voldaan. Breng geen wijzingen aan de was- automaat aan die niet nadrukkelijk door Miele zijn toegestaan. Gebruik. Plaats uw wasautomaat niet in vorst- gevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van de elektronische besturing kan door tem- peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de transportbeveili- ging aan de achterzijde van het appa-raat. Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aanslui- ten van de wasautomaat", paragraaf: "Het verwijderen van de transportbevei-liging".

Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij het centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasauto- maat en aan de meubels / apparaten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd af- wezig bent (bijv. tijdens vakanties), ze- ker als er zich in de buurt van de was- automaat geen afvoer in de vloer zoals een putje bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen. Controleer daarom vóórdat u de water- afvoerslang in een wastafel of wasbak hangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer- slang niet weg kan glijden. Wanneer de slang niet goed vastzit kan hij door de kracht van het wegstromende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en paper- clips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van de wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel).

Beschadigde onderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het was- goed veroorzaken. Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert is het niet nodig dat u de wasautomaat ontkalkt.

Mocht uw apparaat toch zo sterk ver- kalkt zijn, dat het beslist moet worden ontkalkt, gebruik daar dan speciale ont- kalkingsmiddelen voor die een anti-cor- rosiemiddel bevatten. Deze middelen zijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhandelaar of bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B. V. Volg de adviezen voor het gebruik van de ontkalkingsmiddelen strikt op. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

! Wasgoed dat met oplosmiddelhou- dende reinigingsmiddelen is behan- deld, moet vóórdat het in de wasauto- maat wordt gewassen, grondig in hel- der water worden uitgespoeld.! Gebruik in deze wasautomaat nooit reinigingsmiddelen die een oplosmid- del bevatten, zoals wasbenzine. Doet u dat toch, dan kunnen onderde- len van het apparaat beschadigen en kunnen er giftige dampen ontstaan. Het gevaar bestaat dan dat er brand uit- breekt of zich een explosie voordoet.! Zorg ervoor dat er nooit oplosmid- delhoudende reinigingsmiddelen tegen deze wasautomaat terechtkomen, zoalswasbenzine. Dit is slecht voor kunststof oppervlak-ken.! Wanneer u textielverf in de wasauto- maat wilt gebruiken, kies dan textielverf die daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig is en neem de aanwijzingen van de textielverffabri- kant precies in acht.!

Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstelling corrosieveroorzaken. Deze middelen mogen daarom niet in de wasautomaat worden gebruikt.! Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogen dan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt, bel dan direct de dokter op. Personen die een gevoelige of bescha- digde huid hebben, kunnen het vloei- baar wasmiddel maar beter niet aanra-ken.Toebehoren! Alleen originele Miele-toebehoren kunnen worden aan- of ingebouwd. Wanneer er andere toebehoren worden aan- of ingebouwd, kan Miele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meer worden gedaan op bepa- lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid. Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd, kan de fa- brikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar even- tueel het gevolg van is.

Bedieningspaneel !Toetsen voor de extra functies Met deze toetsen kunt u extra func- ties in- en uitschakelen. "Display Nadere bijzonderheden over het dis- play kunt u op de volgende bladzijdevinden. #Voorprogrammering - toets Met deze toets kunt u het tijdstip dat het door u gekozen programma moet starten van te voren instellen. $Temperatuur - toets Met deze toets kunt u de gewenste temperatuur instellen. %Centrifugetoerental - toets Met deze toets kunt u het gewenste centrifugetoerental, de ofSpoelstop zond. Zonder centrifugeren!( ) in-stellen. &Optische interface PC Op deze plaats kunnen onze technici de wasprogramma's controleren, up- daten en in het geheugen van de wasautomaat opslaan. 'Start/Stop - toets Met deze toets kunt u: het gekozen wasprogramma starten en een gestart programma afbreken.

(Programmakeuzeschakelaar Met deze schakelaar kunt u het ge- wenste wasprogramma instellen. Het controlelampje van het gekozen programma licht op. De programmaschakelaar kan zowel rechtsom als linksom worden ge-draaid. )!- toets Met deze toets kunt u: de wasautomaat in- en uitschakelen en het programma onderbreken. De wasautomaat gaat in het kader van de energiebesparing 15 minuten na afloop van het programma / de kreukbeveiliging automatisch uit. Het apparaat gaat ook uit wanneer u het na het inschakelen niet bedient. *Deur - toets Met deze toets kunt u de deur van de wasautomaat openen. Bediening van de wasautomaat10

Functie van het display Via het display kunt u het volgendeinstellen: – de wastemperatuur; – het centrifugetoerental; – het starttijdstip van het door u geko- zen programma; – het afbreken van het programma; – de kinderbeveiliging;– de verschillende varianten die de programmeerfuncties bieden. Bovendien geeft het display ook aan:– de duur van het gekozen program-ma;– het programmaverloop;– controle- en foutmeldingen. Programmaduur (resttijd) Wanneer u een programma start zon- der gebruik te maken van de voorpro- grammering, dan geeft het display in uren en minuten aan hoelang het pro- gramma waarschijnlijk gaat duren. Wanneer u een programma start met voorprogrammering, dan geeft het dis- play pas na afloop van de voorgepro- grammeerde tijd aan hoelang het pro- gramma gaat duren.

Tijdens de eerste 8 minuten berekent de wasautomaat hoelang het duurt voordat het wasgoed het water heeft opgenomen en berekent op grond hier- van de belading. Het is mogelijk dat het programma daardoor langer of korter gaat duren. Voorgeprogrammeerde tijd Wanneer u een programma start met voorprogrammering, dan geeft het dis- play eerst de voorgeprogrammeerde tijd aan, d.w.z. geeft aan hoelang het nog duurt voordat het gekozen pro- gramma begint. Na de programmastart wordt de voor- geprogrammeerde tijd in het display af- geteld, en wel– tot 10 h per uur;– vanaf 9 h 59 min per minuut.

Na afloop van de voorgeprogram- meerde tijd start het programma auto- matisch en geeft het display aan hoe- lang het programma waarschijnlijk gaatduren.Programmeerfuncties U kunt een aantal varianten program- meren om het wasprogramma nog be- ter af te stemmen op het soort wasgoed en de manier waarop u dit wilt wassen. Bij het programmeren ziet u de vari- anten in het display. Bediening van de wasautomaat11

Iedere wasautomaat wordt in de fa- briek op zijn werking getest. Het is mogelijk dat er als gevolg van deze tests wat water in het apparaatachterblijft. Controleer voordat u uw wasauto- maat voor het eerst gebruikt of het apparaat volgens de regels is ge- plaatst en aangesloten. Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan- sluiten van de wasautomaat". Om veiligheidsredenen is het niet mo- gelijk om meteen bij de eerste wasbeurt te centrifugeren. Ter activering van het centrifugeren moet u eerst een wasprogramma zon- der wasgoed en zonder wasmiddeldraaien. Wordt er wel wasmiddel gebruikt kan er overmatige schuimvorming optreden. Draait u eerst een wasprogramma zon- der wasgoed en zonder wasmiddel wordt daarmee tegelijk het kogelventiel geactiveerd. Het kogelventiel zorgt er- voor dat vanaf de eerste wasbeurt steeds al het wasmiddel wordt gebruikt. " Schakel de wasautomaat met de. - toets in.

Wordt de wasautomaat voor het eerst ingeschakeld, dan verschijnt het start-display. Dit startdisplay verschijnt niet meer, zodra er een wasprogramma volledig is uitgevoerd en langer heeft ge- duurd dan 1 uur. Het instellen van de displaytaal In het display verschijnt nu een scherm dat u vraagt om de taal in te stellen die u in het display wilt hebben. deutsch" Draai met de programmakeuzescha- kelaar totdat de gewenste taal in het display verschijnt. " Bevestig uw keuze met de Start/Stop - toets. U kunt de displaytaal echter ook altijd via de programmeerfunctie "Taal" instel-len. Zie hoofdstuk: "Programmeerfuncties". Het verwijderen van de transportbe-veiliging Wegens risico op schade aan het apparaat moet de transportbeveili- ging vòòr de eerste wasbeurt zijnverwijderd. " Is dit door de installateur of uzelf ge- daan, bevestig dat dan door op de Start/Stop - toets te drukken.

Het starten van het eerste waspro-gramma De wasautomaat is nu klaar voor het eerste wasprogramma. Het controlelampje van het programma Witte / Bonte was gaat branden. " Draai de kraan open. " Druk op de - toets.

Energie- en waterverbruik– Benut bij ieder programma dat u kiest de maximale beladingscapaci- teit van de trommel. Het energie- en waterverbruik is dan, vergeleken met de totale hoeveel- heid wasgoed, het laagst.– Gebruik de programma's Automatic extra Express 20en voor kleinere hoeveelheden wasgoed.– Bij een geringe belading in de pro- gramma zorgt deWitte / Bonte was beladingsautomaat voor een vermin- dering van het water- en energiever- bruik en voor een verkorting van deprogrammaduur. Het is daardoor mogelijk dat de rest- tijd die in het display wordt aangege- ven in het verloop van het waspro- gramma wordt gecorrigeerd. – Gebruik in plaats van het programma Witte / Bonte was 95°C het program- ma .Witte / Bonte was 60°C Daarmee bespaart u 35 tot 45%energie. In de meeste gevallen is dit genoeg.

Gebruik van wasmiddelen– Gebruik hoogstens zoveel wasmid- del als op de wasmiddelverpakking staat aangegeven.– Controleer bij het doseren van het wasmiddel hoe vuil het wasgoed is.– Reduceer bij geringere beladings- hoeveelheden de wasmiddelhoeveel-heid. Bij halve belading kan ca. 1/3minder wasmiddel worden gebruikt.

Juiste keuze van extra functies (Kort, Voorwas en Voorwas + Inweken) Kies voor: – licht vervuild wasgoed zonder zicht- bare vlekken een wasprogramma met de extra functie ;Kort – normaal tot sterk vervuild wasgoed met zichtbare vlekken een waspro- gramma zonder extra functie; – zeer sterk vervuild wasgoed een wasprogramma met de extra functie Voorwas + Inweken;– wasgoed waar veel stof of zand in zit de extra functie .Voorwas Tip voor machinaal drogen Wilt u het wasgoed na afloop in de droogautomaat drogen, kies dan het hoogste centrifugetoerental dat voor dit wasgoed mogelijk is. Tips om energie en water te besparen13

Korte handleiding Wanneer u een kort overzicht wilt heb- ben over hoe u de wasautomaat moet bedienen, kunt u de met cijfers aange- duide stappen ( , , , . . .) aanhou+ , - -den. +Inspecteer en sorteer het wasgoed en behandel het voor Het inspecteren van het wasgoed "Maak de zakken leeg.# Voorwerpen (spijkers, munten, paperclips e.d.) kunnen wasgoed en onderdelen van de wasautomaat be-schadigen." Sluit de ritsen. Keer kleding met rit- sen eventueel binnenstebuiten." Sluit eventuele haakjes en oogjes." Zorg ervoor dat onderdelen van kle- ding, zoals bh-beugels, niet los kun- nen raken. Maak ze vast of verwijderze." Verwijder bij vitrage de haakjes en het loodband of wikkel de vitrage in een doek." Keer gebreid of tricot wasgoed bin- nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert." Knoop bed- en kussenovertrekken dicht zodat er geen andere textiel in terecht kan komen.

Het sorteren van het wasgoed" Sorteer het wasgoed naar kleur en naar de symbolen in het onderhouds- etiket, dat zich in de kraag of in de zijnaad bevindt." Was geen textiel dat volgens het on- derhoudsetiket niet in de wasauto- maat kan worden gewassen. Het symbool daarvoor is: ." "Was licht en donker textiel bij de eerste wasbeurten apart, want don- ker textiel geeft dan vaak iets af. Het voorbehandelen van vlekken "Verwijder eventuele vlekken op het textiel, als het even kan zodra ze ont- staan zijn. Dit is nog belangrijker voor moeilijke vlekken als thee-, koffie-, ei- en bloedvlekken. Neem de vlekken met een tissue af. Wrijf de vlekken er niet in!# Gebruik in geen geval chemi- sche (oplosmiddelhoudende) reini- gingsmiddelen in de wasautomaat! Zo wast u goed14

,Schakel de wasautomaat in -Belaad de wasautomaat" Open de deur met de - toets.Deur" Leg het wasgoed uit elkaar gevou- wen en losjes in de trommel." Leg stukken wasgoed van verschil- lende grootte in de trommel. Daardoor wordt een beter wasresultaat bereikt en kan het wasgoed zich tijdens het centrifugeren beter verdelen." Gebruik de maximale belading. Bij een maximale belading is het ener- gie- en waterverbruik, vergeleken met de totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Bij overschrijding van de maximale be- ladingscapaciteit vallen de wasresulta- ten tegen en gaat het wasgoed snellerkreuken. Let erop dat er niets tussen deur en manchet beklemd raakt." Sluit de deur met een lichte klap. .Kies een programma" Draai de programmakeuzeschake- laar naar links of naar rechts totdat het lampje gaat branden van het pro- gramma dat u wilt hebben.

/Kies de temperatuur en/of het cen-trifugetoerental U kunt nu de temperatuur en/of het centrifugetoerental in het display wij-zigen. 1:49 60° 1400" Wijzig indien gewenst de tempera- tuur door op de - toetsTemperatuur te drukken. Wijzig indien gewenst het centrifuge- toerental door op de Centrifugetoe- rental - toets te drukken. Zo wast u goed15

0Kies eventueel (een) extra func-tie(s) Met de extra functies kunt u het geko- zen programma nog beter afstemmen op uw wasgoed. "Druk op de toets(en) van de ge- wenste extra functie(s). Het controlelampje naast de gekozen extra functie gaat branden. Niet alle extra functies kunnen bij alle wasprogramma's worden gekozen. Wanneer u op een extra functietoets drukt en het controlelampje niet gaat branden, betekent dat dat deze extra functie voor het gekozen programma niet van toepassing is.Kort Met deze functie kunt u de hoofdwasverkorten. Deze functie is geschikt voor licht ver- vuild wasgoed zonder zichtbare vlek-ken. Extra water Met deze functie wordt er meer watergebruikt. De functie heeft 3 varianten. Wanneer het apparaat wordt geleverd, wordt de waterstand bij het wassen en bij het spoelen verhoogd. U kunt één van de andere variantenkiezen.

Zie hoofdstuk: "Programmeerfuncties".Voorwas " Met deze functie kunt u de voorwas ac- tiveren, maar ook een extra inweektijd van 1 uur of 2 uur instellen. Met 1x drukken activeert u de voorwas. Met 2x drukken activeert u de voorwas en stelt u 1 uur inweektijd in. Met 3x drukken activeert u de voorwas en stelt u 2 uur inweektijd in. Met 4x drukken schakelt u de functieuit. Extra zachtjes Met deze functie kunt u het geluid dat de wasautomaat maakt reduceren. Er wordt niet gecentrifugeerd en de Spoelstop wordt geactiveerd. Het programma duurt wel langer. Het deactiveren van de spoelstop" Kies een centrifugetoerental met de Centrifugetoerental - toets. Gebruik de voorprogrammering voor het uitstellen van het eindcentrifuge-ren. Zo wast u goed16

1Programmeer eventueel de startvòòr U kunt het tijdstip dat het door u geko- zen programma moet starten minimaal 30 minuten en maximaal 24 uur van te voren instellen. Dat kunt u bij voorbeeld doen om ge- bruik te maken van het nachttarief. Zie hoofdstuk: "Voorprogrammering". 2Doseer het wasmiddel Het is belangrijk om niet te weinig en niet te veel wasmiddel te doseren. Te weinig wasmiddel heeft tot gevolgdat – het wasgoed niet schoon en in de loop van de tijd grauw en hard wordt; – er zich vetbolletjes in het wasgoedvormen; – er zich kalk op de kuip en de verwar- mingselementen afzet.

Te veel wasmiddel heeft tot gevolg dat– er zich te veel schuim vormt, de was- werking daardoor gering is en de reinigings-, spoel- en centrifugeerre- sultaten niet optimaal zijn;– er door een automatisch ingescha- kelde extra spoelgang meer water wordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast." Trek de wasmiddellade naar buiten en doseer het middel in de vakjes.# Vakje voor de voorwas Wanneer u de extra functie Voorwas hebt gekozen, doseer dan van de to- tale aanbevolen wasmiddelhoeveel-heid 1/3 in vakje en#2/3 in vakje$.$ Vakje voor de hoofdwas en voor hetinweken% Vakje voor wasverzachter of stijfsel" Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen. Nadere bijzonderheden over wasmid- delen en de dosering daarvan treft u aan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen". Zo wast u goed17

3Start het programma De - toets is nu aan het knipStart/Stop -peren." Druk op deze toets. Hebt u de start voorgeprogrammeerd, dan geeft het display aan hoelang het nog duurt voordat het gekozen pro- gramma begint. Deze voorgeprogrammeerde tijd wordt in het display afgeteld. Pas na afloop van deze tijd start het programma en geeft het display in uren en minuten aan hoelang het program- ma gaat duren. Hebt u de start niet voorgeprogram- meerd, dan geeft het display meteen de vermoedelijke programmaduur aan. Tijdens de eerste 8 minuten berekent de wasautomaat hoelang het duurt voordat het wasgoed het water heeft opgenomen en berekent op grond hier- van de belading. Het is mogelijk dat het programma daardoor langer of korter gaat duren. Bovendien geeft het display het pro- grammaverloop aan. Zo kunt u tijdens het wasprogramma zien welke fase in het programmaverloop is bereikt.

4Haal na afloop van het programma het wasgoed uit de automaat Na afloop van het programma knippe- ren afwisselend in het display: 0:00 Kreukbeveil.en 0:00 Einde" Open de deur met de - toets.Deur 15 minuten na afloop van de kreuk- beveiliging wordt de wasautomaat automatisch uitgeschakeld. U kunt de wasautomaat weer inscha- kelen door op de - toets te druk!-ken." Haal het wasgoed uit de trommel." Controleer of de trommel leeg is. Blijven er stukken wasgoed in de trommel liggen, loopt u het risico dat ze bij de volgende wasbeurt krim- pen of afgeven." Controleer of er voorwerpen in de manchet van de deur zijn achterge-bleven." Schakel de wasautomaat met de !- toets uit." Sluit de deur. Doet u dat niet, dan bestaat het gevaar dat er voorwerpen per vergissing in de trommel terechtkomen, worden meege- wassen en het wasgoed beschadigen. Zo wast u goed18

Maximaal centrifugetoerental Het maximale centrifugetoerental kan van programma tot programma ver-schillen. U kunt een lager toerental instellen. Het centrifugeren tussen de spoel-gangen Het wasgoed wordt niet alleen aan het eind, maar ook na de hoofdwas en tus- sen de spoelgangen gecentrifugeerd. Stelt u een lager centrifugetoerental in, dan wordt er ook na de hoofdwas en tussen de spoelgangen met een lager toerental gecentrifugeerd. In het programma Witte / Bonte was wordt bij een toerental van lager dan 700 omw/min een spoelgang ingelast. Het kiezen van de spoelstop" Kies met deSpoelstop Centrifugetoe- rental - toets. Het wasgoed blijft na de laatste spoel- gang in het water liggen.

Dat heeft het voordeel dat het wasgoed minder kreukt wanneer u het niet direct uit de trommel haalt.– Toch eindcentrifugeren: De wasautomaat biedt u het voor het gekozen programma maximaal toelaat- bare centrifugetoerental aan. U kunt een lager toerental kiezen. "Kies een toerental en druk op de Start/Stop - toets. – Beëindigen programma: "Druk op de - toets.Deur Het water wordt afgepompt. "Druk opnieuw op de - toets.Deur De deur gaat open. Het overslaan van het centrifugeren tussen de spoelgangen en het eind- centrifugeren (Zonder )!" Kies met deZonder !Centrifugetoe- rental - toets. Na de laatste spoelgang wordt het wa- ter afgepompt en wordt de kreukbevei- liging ingeschakeld.

Het voorprogrammeren van de start-tijd U kunt het tijdstip dat het door u geko- zen programma moet starten minimaal 30 minuten en maximaal 24 uur van te voren instellen. Dat kunt u bij voorbeeld doen om ge- bruik te maken van het nachttarief." Druk op de -Voorprogrammeringtoets. In het display verschijnt nu: 0:30 60° 1400" Iedere keer wanneer u op de Voorpro- grammering - toets drukt, verschuift de voor te programmeren tijd en wel: – tot 10 uur in stappen van 30 minuten; – vanaf 10 uur in stappen van 1 uur. "Druk zo vaak op de Voorprogramme- ring - toets, totdat de gewenste tijd in het display verschijnt. Blijft u op deze toets drukken, ver- springt de tijd automatisch naar 24 uur.

Het starten van de voorgeprogram- meerde tijd" Druk op de - toets.Start/Stop Het display geeft aan hoelang het nog duurt voordat het programma begint: 4:30 tot start" De voorgeprogrammeerde tijd wordt in het display afgeteld. Na afloop van de voorgeprogram- meerde tijd start het programma auto-matisch. Het display geeft aan hoe lang het pro- gramma vermoedelijk gaat duren. Het wijzigen van de voorgeprogram- meerde tijd Deze kunt u ieder moment wijzigen door op de - toetsVoorprogrammering te drukken. Het wissen van de voorgeprogram- meerde tijd" Druk nog eens op de Voorprogram- mering - toets, wanneer het display 24 h aangeeft. Het wissen van de voorgeprogram- meerde tijd, wanneer er al op de Start - toets is gedrukt Het programma start direct.Voorprogrammering20

Programma-overzicht21 Witte / Bonte was 95°C tot koud Maximaal 7,0 kg Wasgoed Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; T-shirts, ondergoed, tafellakens en servetten Instructie voor onderzoeksinstituten: Kort programma: 3,5 kg belading en extra functie Kort Kreukherstellend 60°C tot koud Maximaal 3,5 kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel- lend gemaakt katoen Tip Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager centrifugetoerental. Fijne was 60°C tot koud Maximaal 2,5 kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en kunstzijde Vitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan worden ge-wassen. Tip – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een programma met de extra functie moeten worden gewassen.Voorwas – Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet.

Wol 40°C tot koud Maximaal 2,0 kg& Wasgoed Wasgoed van wol en wolmengweefsels of wasgoed dat anders met de hand wordt gewassen Tip Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. Impregneren 40°C Maximaal 2,5 kg Wasgoed Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellakens die voornamelijk uit synthetische vezels bestaan. U verhoogt daarmee de water- en vuilwerende werking.Tips – Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of ge- droogd zijn.– Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed daarna thermisch nabehandelen en wel door het in een droogautomaat of met de strijkbout te drogen.

Programma-overzicht22 Automatic extra 40°C tot koud Maximaal 5,0 kg Wasgoed Wasgoed dat naar kleur is gesorteerd en een combinatie is van wasgoed dat anders met het programma en metWitte / Bonte was het programma wordt gewassen.Kreukherstellend Tip Beide soorten wasgoed worden zo behoedzaam mogelijk behan- deld en zo goed mogelijk gereinigd. Dit is mogelijk doordat waspa- rameters zoals waterstand, wasritme en centrifugeprofiel automa- tisch worden aangepast. Donker wasg. / Jeans 60°C tot koud Maximaal 3,0 kg Wasgoed Zwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels ofjeansstof Tips – Was dit wasgoed binnenstebuiten.– Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paar keer wor- den gewassen. Was lichte en donkere jeansstoffen daarom apart. Overhemden 60°C tot koud Maximaal 2,0 kg Tips – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is.

Programma-overzicht23 Intensief extra 95°C tot koud Maximaal 7,0 kg Wasgoed Sterk vervuild wasgoed dat naar kleur is gesorteerd en een combi- natie is van wasgoed dat anders met het programma Witte / Bonte was Kreukherstellenden met het programma wordt gewassen.Tips – De extra functie is automatisch ingeschakeld.Voorwas– De hoofdwas duurt langer.CentrifugerenTips – Alleen pompen: Kies .Zonder !– Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in. Extra spoelen/Stijven Maximaal 7,0 kgWasgoed – Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld – Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-steven Tips – Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. – Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet met wasverzachter nabehandeld zijn.

Welke extra functies kunnen bij welke programma's worden gekozen?Kort Extra waterVoorwas Voorwas + Inweken Extra zachtjes Witte / Bonte was X X X X X Kreukherstellend X X X X X Fijne was X X X X Wol & Impregneren X Express 20 min X1) X X Automatic extra X Donker wasg. / Jeans X X X X Overhemden X X X X X Intensief extra X X2) XCentrifugeren Extra spoelen/Stijven XX1) = Deze extra functie is onderdeel van het programma.X2) = Deze extra functie is onderdeel van het programma en kan niet wordenuitgeschakeld. Extra functies24

Wassen Het getal in de wastobbe geeft de maximale wastemperatuur aan. 'Normaal programma (Mild programma )Zeer mild programma &Handwas "Niet wassen Voorbeelden voor de programmakeu-ze Programma Textielbehande-lingssymbolen Witte / Bontewas'*+,-.Kreukherstel-lend/(012 Fijne was 3) Wol & & Express 20 min -. Automatic extra -.12Trommeldrogen De punten geven de globale tempera- tuur aan. 4Op een normale temperatuur 5Op een lagere temperatuur 6Niet drogen in de automaatStrijken De punten verwijzen naar de punten op de regelaar van het strijkijzer en geven de temperatuur aan. 7Ca. 200°C 8Ca. 150°C 9Ca. 110°C :Niet strijken Chemisch reinigen !Reiniging met chemische op-losmiddelen De letters verwijzen naar hetreinigingsmiddel." #Nat reinigen ;Niet chemisch reinigenBleken Niet blekenTextielbehandelingssymbolen25

?= Lage waterstand @= Middelste waterstand A= Hoge waterstand $= Intensief ritme '= Normaal ritme %= Behoedzaam ritme &= Sensitief ritme (= Schommelritme != Handwasritme De wasautomaat beschikt over een vol- ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat. Tijdens een wasprogramma zuigt het wasgoed water op. Om hoeveel water het gaat hangt af van de hoeveelheid wasgoed en het soort textiel. Hoe groter het absorptievermogen van het wasgoed is, des te meer water er moet worden bijgepompt. De elektroni- ca van de wasautomaat kan de hoe- veelheid water meten die het wasgoed opneemt en die moet worden bijge-pompt. Het programmaverloop en de wastijd zijn bij de diverse programma's dusverschillend. Het programmaverloop van de hier ver- melde programma's slaat op het basis- programma met maximale belading. Eventueel gekozen extra functies zijn hier buiten beschouwing gelaten.

Het display geeft tijdens iedere was- beurt aan in welke fase het waspro- gramma zich op dat moment bevindt. Nadere bijzonderheden over het pro-grammaverloop:Kreukbeveiliging: De trommel beweegt nog 30 minuten na afloop van het programma om kreukvorming te voorkomen. Een uitzondering vormt het programmaWol. De wasautomaat kan altijd worden geo-pend.1) Wordt er een temperatuur gekozen van 60°C tot 95°C, dan worden er 2 spoelgangen uitgevoerd. Wordt er een temperatuur gekozen van beneden de 60°C, dan worden er 3 spoelgangen uitgevoerd. Een 3e, resp. 4e spoelgang wordt uitgevoerd wanneer: – er teveel schuim in de trommel zit; – er een lager centrifugetoerental is gekozen dan 700 omw/min;– Zonder !is gekozen.2) Een 3e spoelgang wordt uitgevoerdwanneer: Zonder !is gekozen.Programmaverloop27

Het afbreken van een program- ma / Het wisselen van pro-gramma U kunt een wasprogramma ieder mo- ment afbreken, nadat u het heeft ge-start." Druk op de - toets.Start/Stop In het display verschijnt: Programma afbreken De - toets begint te knippeStart/Stop -ren. "Druk nog een keer op de -Start/Stoptoets. In het display verschijnt: Is afgebroken De wasautomaat schakelt de afvoer- pomp in. Wilt u de was uit de automaat halen, "druk dan op de - toets.Deur Wilt u een ander programma kiezen, doe dan het volgende." Schakel de wasautomaat met de !- toets uit." Schakel het apparaat daarna weer in." Controleer of er nog wasmiddel in de wasmiddellade zit. Is dat niet het geval," doseer genoeg wasmiddel." Kies en start een ander programma. Het onderbreken van een pro-gramma" Schakel de wasautomaat met de !- toets uit. Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten," schakel het apparaat dan weer in.

Het wijzigen van een gekozenprogramma Het basisprogramma Wanneer een programma eenmaal is gestart kunt u geen ander programma meer kiezen, zonder het lopende pro- gramma af te breken. De temperatuur De temperatuur kunt u tot 5 minuten na de programmastart wijzigen. "Druk op de - toets.Temperatuur Het centrifugetoerental Het centrifugetoerental kunt u tot vlak voor het eindcentrifugeren wijzigen." Druk op de - toets.Toerental Extra functies De extra functies enKort Extra water kunt u tot 5 minuten na de programma- start in- en uitschakelen. Wanneer de kinderbeveiliging is ge- activeerd, kan het programma niet worden afgebroken, noch wordengewijzigd. Het wijzigen van het programmaverloop28

Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen van wasgoed uit de trommel" Druk op de - toets en klap deDeur deur open." Leg wasgoed in de trommel of haal er wasgoed uit." Sluit de deur. Het programma wordt automatischvoortgezet.Attentie: Nadat de wasautomaat een programma eenmaal heeft gestart kan hij in de hoe- veelheid wasgoed geen wijzigingen meer vaststellen. Daarom gaat de wasautomaat, ook na- dat u nog wasgoed in de trommel hebt gelegd of wasgoed uit de trommel heeft gehaald, altijd van de maximale bela- dingshoeveelheid uit. De resttijd kan langer zijn dan aange-geven. In een paar gevallen kan de deur niet meer worden geopend, en wel wan-neer– de temperatuur van het sop boven de komt;55°C– de waterstand te hoog is;– de programmafase isCentrifugerenbereikt.

Wanneer u in één van bovenstaande gevallen op de - toets drukt, verDeur - schijnt in het display: #Deur vergrendeldKinderbeveiliging Met het inschakelen van de kinderbe- veiliging voorkomt u dat de wasauto- maat tijdens het wassen wordt geo- pend of dat het programma wordt af-gebroken. Het inschakelen van de kinderbeveili-ging" Druk na de programmastart lang op de - toets.Start/Stop In het display verschijnt: Vergr. over 3 sec. $ "Blijf zo lang op de - toetsStart/Stop drukken, totdat in het display ver-schijnt: Vergrendeld $ De kinderbeveiliging is nu geactiveerd en wordt na afloop van het programma automatisch opgeheven. Het uitschakelen van de kinderbevei-liging" Druk na de programmastart lang op de - toets.Start/Stop In het display verschijnt: Ontgr. over 3 sec.

Het juiste wasmiddel U kunt alle wasmiddelen gebruiken die voor gebruik in de wasautomaat geschikt zijn. Tips voor gebruik en dosering van wasmiddelen voor volle belading staan op de wasmiddelverpakking.Wasmiddelen30 Universeel Color- Fijn- Speciaal Impregneer-middelWasver-zachterwasmiddel Kreukherstellend X X – – – X Witte / Bonte was X X – – – X Fijne was – – X – – X Wol &– – – X – XImpregneren2) – – – – X – Express 20 min1) X X – – – X Automatic extra X X – – – X Donker wasg. /Jeans1) – X – – – X Overhemden X X – – – X Intensief extra X X – – – X Extra spoelen/Stijven – – – X – X1) Vloeibaar wasmiddel2) Alleen impregneermiddelen met de aanduiding: "Geschikt voor membraantextiel". Deze zijn gebaseerd op fluorchemische verbindingen. Gebruik parafinehoudende middelen.geen3) Poederwasmiddel Speciaal wasmiddel: Wasmiddel dat speciaal voor een bepaald soort wasgoed is ontwikkeld (bijv.

Het doseren van het wasmiddel De dosering is van verschillende facto- ren afhankelijk.– De mate waarin het wasgoed is ver-vuild Licht vervuild Er zijn geen vuile vlekken te zien, maar de kledingstukken ruiken niet meer zo fris. Normaal vervuild Er zijn lichte vlekken te zien. Sterk vervuild Er zijn donkere vlekken te zien. – De waterhardheid Wanneer u de hardheidsgraad in uw regio niet weet, informeer daar dan naar bij uw waterleidingbedrijf. – De hoeveelheid wasgoedWaterhardheid Hardheidsgraad Duitse hardheid°dH Zacht (I) 0 - 8,4 Gemiddeld (II) 8,4 - 14 Hard tot zeer hard (III) > 14Wateronthardingsmiddel Wanneer het water harder is dan 10° dH kunt u een wateronthardings- middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen. De juiste dosering vindt u op de ver-pakking. Doseer eerst het wasmiddel en dan pas het onthardingsmiddel. Het wasmiddel kunt u normaal toevoe- gen, d.w.z.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele W 5821 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden