Miele W 377 WPS Handleiding

Miele Wasmachine W 377 WPS

Bekijk gratis de handleiding van Miele W 377 WPS (68 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 70 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Miele W 377 WPS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Gebruiksaanwijzing voor de
wasautomaat W 377 WPS
met beladingsweergave en doseeradvies
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw wasautomaat plaatst,T
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 05 412 700

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: W 377 WPS

Handleiding Miele W 377 WPS – volledige tekst

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffenbespaard en wordt er minder afval ge-produceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevattenmeestal nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grof vuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is om het ap-paraat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking).Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.

InhoudsopgaveEen bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaal. 2Het afdanken van het apparaat. 2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Het plaatsen en aansluiten van de wasautomaatHet apparaat van voren. 54Het apparaat van achteren. 55Plaats van opstelling. 56Het plaatsen van de wasautomaat. 56Het verwijderen van de transportbeveiligingen. 56Het monteren van de transportbeveiligingen. 58Het stellen van de wasautomaat. 59Hoe u een machinevoet naar buiten draait en met een contramoer vast-schroeft. 59Was-droogzuil. 60Het terugplaatsen van het bovenblad van de wasautomaat. 60Het aansluiten van de watertoevoer. 61Het aansluiten van de waterafvoer. 64Elektrische aansluiting. 65Algemeen. 9Specifieke kenmerken. 9Speciale programma’s (Zijde / /, WOL , Miniwas, Combinatiewas, Extra spoelen). 9Licht strijken in de programma’s "FIJNE WAS" en "Zijde /". 9Beladingsweergave.

Belangrijke bedieningselementen. 13Programmakeuzeschakelaar. 13Toetsen voor de extra functies. 13Toets "Centrifugeren" met controlelampjes. 13Vóór de eerste wasbeurtTe nemen maatregelen voor de eerste wasbeurt. 14Het instellen van het nulpunt. 14Tips om energie te besparen. 15Zo wast u goedVoordat u gaat wassen. 16Programma-overzicht. 17Wanneer u gaat wassen. 20Extra functies. 22Voorkeuze. 23Nadat u heeft gewassen. 24Korte handleiding. 24Het bijvullen van de trommel. 25Programmaverloop. 26Waskaart. 28Het onderbreken van een programma. 30Het wijzigen van het centrifugetoerental, de extra functies, de temperatuuren het basisprogramma. 30Het overslaan van een programmafase. 30Het wisselen van programma. 30WasmiddelenHet kiezen van wasmiddel. 31Wateronthardingsmiddel. 31Wasmiddelen met verschillende componenten. 31Wasverzachters, synthetische stijfsels, stijfsels of vloeibare stijfsels.

BedieningsfunctiesElektronische programmavergrendeling. 33Elektronische afsluitfunctie. 34Het programmeren van aanvullende functiesSysteem extra water (P2). 35Behoedzaam wassen (P9). 37Afkoeling van het sop (P10). 38Memory (P11). 39Zoemer (P20). 40Reiniging en onderhoudHet reinigen van de wasautomaat. 41Het reinigen van de wasmiddellade. 41Het reinigen van de zuighevel. 41Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 42Het reinigen van het watertoevoerzeefje. 44Nuttige tipsHet oplossen van problemen. 45– Het programma begint niet. 45– Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 46– Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding. 47– Problemen bij de beladingsweergave en het doseeradvies. 48– Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 49Het openen van de deur bij stroomuitval. 52Technische Dienst. 53Verbruiksgegevens. 66Technische gegevens.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingenLees eerst de gebruiksaanwijzingdoor voordat u uw wasautomaatvoor het eerst gebruikt. Hierin vindtu belangrijke instructies met betrek-king tot de veiligheid, het gebruiken het onderhoud van het apparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voor-komt onnodige schade aan uw ap-paraat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de automaat. Efficiënt gebruikDeze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Deze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van defabrikant op het wasetiket in de wasau-tomaat mag worden gewassen, maarook voor wollen textiel dat met de handwordt gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening. Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. Voordat u de wasautomaat aan-sluit dient u altijd de aansluitgege-vens (zekering, spanning en frequen-tie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet te vergelijken. Dezemoeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dewasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsbepalingen isgeïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan en dat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man / vakvrouw wordt geïnspecteerd. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad. De wasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepalin-gen.

Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico’s voor de ge-bruiker opleveren, waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. Reparaties mogen alleen doorerkende vakmensen van Miele wordenuitgevoerd. Wanneer er een storing wordt ver-hopen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhoudenmag er geen elektrische spanning opde wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan één van de vol-gende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit de contactdoosis getrokken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.

Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. Het Miele-Waterproofsysteem iseen uitstekende bescherming te-gen waterschade op voorwaarde dat:– het water en de elektriciteit volgensde regels zijn aangesloten;– het apparaat bij beschadiging on-middellijk wordt gerepareerd. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel bescha-digd is, moet de kabel door eenspeciale Miele-kabel worden vervan-gen. GebruikPlaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen.

Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiligingen aan de achterzijdevan het apparaat. Zie hoofdstuk: "Hetplaatsen en aansluiten van de wasauto-maat", paragraaf: "Het verwijderen vande transportbeveiligingen". Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (putje) bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen. Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.

Als deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel).

7Wanneer u het wasmiddel op dejuiste manier doseert is het niet no-dig dat u de wasautomaat ontkalkt.Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten.Deze middelen zijn verkrijgbaar via uwMiele-vakhandelaar of bij de afdelingOnderdelen van Miele Nederland B.V.Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig inhelder water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaatnooit reinigingsmiddelen die eenoplosmiddel bevatten, zoals wasbenzi-ne. Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat beschadi-gen en kunnen er giftige dampen ont-staan.

Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet.Textielverf moet geschikt zijn voorgebruik in de wasautomaat.Neem in ieder geval de aanwijzingenvan de fabrikant in acht.Ontkleuringsmiddelen bevattenzwavel en kunnen corrosie veroor-zaken.Deze middelen mogen niet in de was-automaat worden gebruikt.Wanneer u op hoge temperaturenwast, denk er dan aan dat het glasvan de deur heet wordt.Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geen be-roep meer worden gedaan op bepalin-gen met betrekking tot garantie en pro-ductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.

AlgemeenSpecifieke kenmerkenSpeciale programma’s (Zijde /,WOL /, Miniwas, Combinatiewas,Extra spoelen)– Zijde /In dit programma kan met de handwasbaar, kreukgevoelig textiel wor-den gewassen waar geen wol in zit.– WOL /In dit programma kan met de handwasbaar textiel van wol of wolmeng-weefsels worden gewassen.– MiniwasIn dit programma kan een kleine hoe-veelheid licht vervuild textiel wordengewassen dat anders met de bontewas meegaat.– CombinatiewasIn dit programma kunnen stukkenwasgoed van verschillende soortentextiel worden gewassen, als zemaar wel dezelfde kleur hebben.– Extra spoelenIn dit programma kan wasgoed wor-den behandeld, dat alleen maarmoet worden gespoeld en gecentri-fugeerd.Licht strijken in de programma’s"FIJNE WAS" en "Zijde /"In deze programma’s wordt het was-goed bijzonder behoedzaam gewas-sen en gecentrifugeerd.

Daardoorkreukt het wasgoed minder en hoefthet minder te worden gestreken.BeladingsweergaveWanneer u de wasautomaat heeft inge-schakeld, een programma heeft geko-zen en wasgoed in de trommel heeftgelegd, wordt de trommelbelading ge-meten en in het display aangegeven.Zo kunt u gebruik maken van de maxi-male beladingscapaciteit van hetgekozen programma.DoseeradviesDe wasautomaat geeft u advies bij hetdoseren van de wasmiddelhoeveelheid.Wanneer u na een programma geko-zen te hebben de trommel niet maxi-maal belaadt, geeft de wasautomaataan hoeveel procent van de door dewasmiddelfabrikant aanbevolen hoe-veelheid wasmiddel u het beste kuntdoseren.Systeem extra waterMet dit systeem is het mogelijk om meteen hogere waterstand te wassen en tespoelen.Bovendien is het mogelijk om voor hetprogramma WITTE WAS / BONTE WASeen extra spoelgang te kiezen.Algemeen9

Voorkeuze h/minMet de Voorkeuze - toets kunt u het tijd-stip dat het door u gekozen program-ma start minimaal 30 minuten en maxi-maal 24 uur van te voren instellen.Programmaduur (resttijd)Wanneer u een programma start geefthet display in uren en minuten aan hoe-lang dit programma maximaal gaat du-ren.Daarna wordt de tijd per minuut afge-teld.Bedieningsfuncties (programmaver-grendeling, afsluitfunctie)Elektronische programmavergrende-lingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens een wasprogram-ma wordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge-schakeld kan:–de deur niet met de Deur - toets wor-den geopend;–er geen programma worden gestart.Programma-actualisering (Update)Wasmiddelen, textiel, wasgewoontenen wasvoorschriften zullen in de toe-komst veranderingen ondergaan.De was- en spoelprogramma’s zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het wasprogrammate updaten en in het Novotronic-geheu-gen van uw wasautomaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampjevoor de watertoevoer (PC = Program-me Correction).Miele zal zelf aangeven wanneer deprogramma’s kunnen worden geactuali-seerd.Algemeen10

BedieningspaneelbWeergave van het beladingsper-centage, het te doseren wasmid-delpercentage en de programma-duur (resttijd)Voor meer informatie zie volgendebladzijde.cToets "START"Met deze toets kunt u een waspro-gramma starten.dToets "Voorkeuze"Met deze toets kunt u het tijdstip dathet door u gekozen programma startvan te voren instellen.eToetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties kiezen.Wanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje branden.Wanneer u een extra functie weer uit-schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje uit.fToets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u een ander cen-trifugetoerental, "Spoelstop" of "Zon-der centrifugeren" kiezen.gControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, "Spoelstop"en "Zonder centrifugeren"hProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.iControlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.jAndere controlelampjesDeze controlelampjes geven een pro-bleem aan.kToets "I-Aan/0-Uit"Met deze toets kunt u de wasauto-maat in- en uitschakelen en het pro-gramma onderbreken.lToets "Deur"Met deze toets kunt u de deur vande wasautomaat openen.Algemeen11

Weergave van het beladingspercenta-ge, het te doseren wasmiddelpercen-tage en de programmaduur (resttijd)DDisplayEControlelampjes in het displayFMet deze toets kunt u twee dingendoen:–Wisselen van de weergave vanBelading %, Wasmiddel %en Resttijd h/min–Instellen van het nulpunt van debeladingssensorOm ervoor te zorgen dat u zuinig kuntwassen en het milieu niet meer belastdan nodig is geeft deze automaat aan:–Hoeveel procent van de maximalehoeveelheid wasgoed, die voor hetgekozen wasprogramma is toege-staan, zich in de trommel bevindt.De belading wordt aangegeven met25/50/75/100%.–Hoeveel wasmiddel bij het gekozenprogramma voor de gemeten hoe-veelheid wasgoed nodig is.De hoeveelheid wasmiddel wordtaangegeven met 40/50/60/75/100%en slaat op de doseeraanwijzingenvan de wasmiddelfabrikant.–De resttijd in uren en minuten.

Dezeis afhankelijk van het programma ende belading.Bedenk dat de wasgoedhoeveel-heid in % afhankelijk is van het ge-kozen programma en alleen voordroog wasgoed geldt.Tip:Een beladingshoeveelheid van min-der dan 25 % wordt niet aangegeven.Bij de wasmiddelhoeveelheid wordtin dit geval het minimumpercentagevan 40 % aangeduid.De percentages worden bij bijna allewasprogramma’s aangegeven.In de programma’s:–Extra spoelen–Pompen/Centrifugeren–Stijvenwordt alleen de resttijd aangeduid.Daarnaast kan het display aangeven:–de voorgeprogrammeerde tijd wan-neer u van de voorkeuze gebruikheeft gemaakt;–de aanvullende functies wanneeru ze wilt programmeren.Algemeen12

Belangrijke bedieningselemen-tenProgrammakeuzeschakelaarMet de programmakeuzeschakelaarkunt u een basisprogramma en eendaarbij behorende temperatuur instel-len. De ringverlichting gaat om energie tebesparen enkele minuten na het eindevan het programma uit. Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra functiesin- en uitschakelen. De extra functies dienen ter aanvullingvan de basiswasprogramma’s. Een extra functie kunt u inschakelendoor op de desbetreffende toets tedrukken. Wanneer u dat doet gaat het daarbij be-horende controlelampje branden. Een gekozen extra functie kunt u uit-schakelen door nog een keer op dedesbetreffende toets te drukken. Wanneer u dat doet uitschakelt gaat hetdaarbij behorende controlelampje uit. Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet van toepassingzijn, kunt u niet inschakelen.

Toets "Centrifugeren" met controle-lampjesMet deze toets kunt u een centrifuge-toerental, "Spoelstop" of "Zonder centri-fugeren" kiezen. De controlelampjes geven aan wat ugekozen heeft. Het maximale centrifugetoerental ver-schilt van programma tot programma. Max. toerentalBasiswasprogramma’s1600 WITTE WAS/BONTE WAS, Miniwas,Stijven, Pompen/Centrifugeren1200 WOL, Extra spoelen900 KREUKHERSTELLEND, Combinatiewas600 FIJNE WAS400 ZijdeMet de Centrifugeren - toets kunt u hetcentrifugetoerental wijzigen. Wanneer ueen hoger centrifugetoerental kiest danbinnen het gekozen wasprogramma mo-gelijk is accepteert de automaat dat niet. U kunt het eindcentrifugeren overslaan. Druk op de Centrifugeren - toets tot:–Spoelstop:Het wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd en blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen.

Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop vanhet programma uit de trommel haalt. Voortzetten van het programma:Kies een centrifugetoerental. Beëindigen van het programma:Druk op de Deur - toets. Zonder centrifugeren:Het wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd.

Vóór de eerste wasbeurtIedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolgvan deze tests wat water in het ap-paraat achterblijft. Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten. Zie hoofd-stuk: "Het plaatsen en aansluitenvan de wasautomaat".Te nemen maatregelen voor de eer-ste wasbeurtDe wasautomaat beschikt over een sen-sor die de hoeveelheid wasgoed bere-kent die zich in de trommel bevindt.Daar kunt u dan de hoeveelheidwasmiddel die u moet doseren op af-stemmen.Het is erg belangrijk dat de beladings-sensor goed functioneert. Daartoemoet u eerst een wasprogramma draai-en zonder wasgoed en zonder wasmid-del.Direct daarna moet u het nulpunt vande weegschaal instellen.

1Draai de waterkraan open.2Druk de I-Aan/O-Uit - toets in.3Draai de programmakeuzeschake-laar op WITTE WAS / BONTE WAS40°C.4Druk op de START - toets.5Draai de programmakeuzeschake-laar nadat het programma is afgelo-pen op Einde.Het instellen van het nulpunt6Open de deur door op de Deur -toets te drukken.7Draai de trommel een keer rond. Detrommel moet leeg zijn.8Draai de programmakeuzeschake-laar op WITTE WAS / BONTE WAS.De temperatuur maakt niet uit.Het controlelampje Belading % brandt.9Druk op de toets die zich boven deSTART - toets bevindt totdat er eenakoestisch signaal klinkt.Het nulpunt is nu opnieuw ingesteld.De trommel krijgt pas na een paarwasbeurten zijn eigenlijke positie. Inhet begin daalt de trommel nogenigszins.

Stel dus na de eerste paarwasbeurten iedere keer weer het nul-punt in.Wordt het nulpunt niet ingesteld, dangeeft de wasautomaat onjuiste waar-den aan.Vóór de eerste wasbeurt14

Dan kunt uvoor de hoofdwas een lagere tempe-ratuur instellen.–Bij sterk vervuilde was kunt u inplaats van de extra functie Voorwasde extra functie Inweken gebruiken.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.–Was licht vervuild wasgoed met deextra functie Kort.–Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.–Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del. Let op de aanduidingen in hetdisplay.–Kies een hoger centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de droger wilt drogen.–Door de beladingsautomaat en despoelautomaat kunnen de wastijdenvariëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed in de trommel kan de hoofd-was korter zijn en kan één spoel-gang vervallen.Tips om energie te besparen15

Zo wast u goedVoordat u gaat wassen1Inspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoedMaak de zakken leeg.Voorwerpen (spijkers, munten, pa-perclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.Sluit eventuele haakjes en oogjes.Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken.

Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoedSorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.Wat voor soort wasgoed in welk pro-gramma moet worden gewassen,staat op de volgende bladzijden.Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaatkan worden gewassen. Het symbooldaarvoor is: h.Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekkenVerwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn.

FIJNE WAS a@Textielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels, kunst-zijde of kreukherstellend gemaakt katoen, bijv. overhem-den of blousesVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kanworden gewassen.Extra functies Inweken / Voorwas / KortBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder (licht strij-ken).–Omdat vitrage veel stof aantrekt moet deze vaak ineen programma met voorwas worden gewassen.–Reduceer bij kreukgevoelige vitrage het centrifugetoe-rental of centrifugeer helemaal niet.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax. vulgewicht 1 kgZijde /Textielsoort Wasgoed van met de hand wasbaar, kreukgevoeligtextiel waar geen wol in zitExtra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra waterBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder (licht strij-ken).–Was panty’ ’s en b.h. s in een waszak.–Gebruik een fijnwasmiddel.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax.

Miniwas 7Textielsoort Licht vervuild wasgoed dat in het programma voor debonte was mag worden gewassenExtra functie Extra waterWasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloei-bare wasmiddelenMax. vulgewicht 2,5 kgCombinatiewas 72Textielsoort Wasgoed van katoenen en kreukherstellend textiel datnaar kleur is gesorteerdExtra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra waterWasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloei-bare wasmiddelenMax. vulgewicht 3 kgStijvenTextielsoort Tafellakens, servetten, schorten en beroepskledingBijzondere tip –Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag nietmet wasverzachter nabehandeld zijn.Max. vulgewicht 5 kgExtra spoelenTextielsoort Wasgoed dat alleen maar moet worden uitgespoeld engecentrifugeerdMax. vulgewicht 5 kgPompen/CentrifugerenBijzondere tip –Alleen pompen: zet het centrifugetoerental op Zondercentrifugeren.Max.

Wanneer u gaat wassenOm met behulp van de sensor dewasmiddelhoeveelheid beter te kun-nen doseren, moet u eerst de vol-gende 3 stappen nemen, voordat uhet wasgoed in de trommel legt.2Schakel de wasautomaat indoor op de I-Aan/O-Uit - toets tedrukken.3Open de deurdoor op de Deur - toets te drukkenen de deur open te klappen.De wasautomaat is ingeschakeld.Staat de programmakeuzeschakelaarop stand Einde, dan begint de ringver-lichting van de programmakeuzescha-kelaar te knipperen ten teken dat u hetgewenste programma kunt instellen.4Kies een programmadoor de programmakeuzeschakelaarop het gewenste programma tedraaien.Het controlelampje Belading % brandt.Zolang de trommel nog leeg is geefthet display nog geen beladingshoeveel-heid aan.Geeft het display een getal aan ter-wijl de trommel leeg is, draai detrommel dan een keer rond.Verdwijnt het getal niet, druk dan zo-lang op de toets boven de START -toets totdat er een akoestisch sig-naal klinkt.5Vul de trommelLeg het wasgoed ontvouwd en los-jes in de trommel.Wanneer er stukken wasgoed van ver-schillende grootte in de trommel liggenis dat beter voor de waswerking en deverdeling van het wasgoed tijdens hetcentrifugeren.Het display geeft in stappen van 25 %aan hoeveel procent van de maximalehoeveelheid wasgoed, die voor het ge-kozen wasprogramma is toegestaan,zich in de trommel bevindt.Bij een belading van minder dan 25%geeft het display de beladingshoeveel-heid niet aan.Wanneer de maximale beladingscapa-citeit wordt overschreden gaat het ge-tal in het display knipperen.

Haalt u erniets uit, vallen de wasresultaten tegenen gaat het wasgoed sneller kreuken.6Sluit de deurSluit de deur met een lichte klap.Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.Het controlelampje Wasmiddel % gaatbranden.Het display geeft aan hoeveel wasmid-del u bij dit programma voor de geme-ten hoeveelheid wasgoed moet dose-ren.Zo wast u goed20

7Doseer het wasmiddelIn het display staat een percentageaangegeven. Van de door de wasmid-delfabrikant aanbevolen hoeveelheidwasmiddel kunt u het beste dit per-centage doseren.Staat er in het display:40 Doseer dan 40 procent . . .(iets minder dan de helft)50 Doseer dan 50 procent . . .(de helft )60 Doseer dan 60 procent . . .(iets meer dan de helft)75 Doseer dan 75 procent . . .(drie vierde)100 Doseer dan 100 procent . . .. . . van de door de wasmiddelfabri-kant aanbevolen hoeveelheid.Houd ook rekening met de waterhard-heid en de mate waarin het wasgoed isvervuild, want ...... . .

teveel wasmiddel heeft tot gevolgdat:–er sterke schuimvorming optreedt,de waswerking daardoor gering enhet reinigings-, spoel- en centrifu-geerresultaat niet optimaal is;–er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt:–het milieu extra wordt belast.Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak-jes.i = Vakje voor de voorwasWanneer u de extra functie "Voorwas"hebt gekozen, neem dan 1/4 dan de to-tale aanbevolen wasmiddelhoeveelheid.j = Vakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneer u deze extra functie gekozen hebt.§ = Vakje voor wasverzachter, synthe-tische of vloeibare stijfselsNadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".8Draai de waterkraan openDe stappen 9 tot en met ! kunnen,maar hoeven niet te worden gekozen.Zo wast u goed21

bloed, vet, cacao).De inweektijd is minimaal 30 minutenen maximaal 6 uur.De inweektijd stelt u in door op de Inwe-ken - toets te drukken.De eerste keer dat u op de Inweken -toets drukt, springt de aanduiding inhet display van Wasmiddel % op Rest-tijd en zijn de eerste 30 minuten inweek-tijd ingesteld.Met iedere druk op de Inweken - toetsverlengt u de inweektijd met 30 minu-ten.De resttijd die in het display verschijntis een optelsom van de gekozen in-weektijd en de tijd die het gekozen ba-sisprogramma duurt.Het wissen van de inweektijdDruk zo vaak op de Inweken - toetstotdat het controlelampje uitgaat.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedKortVoor licht vervuild wasgoedVerkort de programmaduur.In de programma’s WITTE WAS / BON-TE WAS, KREUKHERSTELLEND enCombinatiewas wordt er slechts tweekeer gespoeld.Deze twee spoelgangen worden meteen verhoogde waterstand uitgevoerd.

Extra waterWilt u dat er meer water bij het wassenwordt gebruikt, zijn er vier mogelijkhe-den.Deze mogelijkheden worden uiteenge-zet in het hoofdstuk: "Het programme-ren van aanvullende functies", para-graaf: "Systeem extra water".Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd, wordt de eerste keer dat u de Ex-tra water - toets indrukt de waterstandbij het wassen en spoelen verhoogd.Zo wast u goed22

0Kies een centrifugetoerentaldoor zo vaak op de toets "Centrifuge-ren" te drukken totdat het controle-lampje oplicht van het door u gewen-ste centrifugetoerental.Met deze toets kunt u ook Spoelstop ofZonder centrifugeren kiezen.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen.

Wanneer u een hoger centrifu-getoerental kiest dan binnen het geko-zen wasprogramma mogelijk is,accepteert de automaat dat niet.Voorkeuze!Schakel eventueel een voorkeuze inMet iedere druk op de Voorkeuze -toets stelt u het tijdstip dat het pro-gramma start:–tot 10 uur met 30 minuten uit;–vanaf 10 uur met 1 uur uit.Druk zo vaak op de Voorkeuze -toets totdat de gewenste uitsteltijd inhet display verschijnt.Het wissen van de voorkeuzeDruk nog eens op de Voorkeuze -toets wanneer het display 24 ^ aan-geeft.§Start het programmadoor op de START - toets te drukken.Het display geeft in uren en minuten demaximale programmaduur aan.Het controlelampje Resttijd h/minbrandt.Zo wast u goed23

Nadat u heeft gewassen~Open de deurdoor op de Deur - toets te drukkenen de deur open te klappen.$Haal het wasgoed uit de automaatControleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Kijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen. Anders loopt u het risico datze bij de volgende wasbeurt krim-pen of afgeven.%Schakel de wasautomaat uitdoor op de I-Aan/0-Uit - toets te druk-ken.&Draai de programmakeuzescha-kelaar op Einde./Sluit de deurAnders bestaat het gevaar dat er voor-werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.Korte handleidingTip: Het is belangrijk dat u zich met debediening van de automaat vertrouwdmaakt.

Lees daarom de uitgebreide pa-ragrafen: "Voordat u gaat wassen","Wanneer u gaat wassen" en "Nadat uheeft gewassen" in dit hoofdstuk.Voordat u gaat wassen1Inspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voor.Wanneer u gaat wassen2Schakel de wasautomaat in.3Open de deur.4Kies een programma.5Vul de trommel.6Sluit de deur.7Doseer het wasmiddel.8Draai de kraan open.De stappen 9 ! tot en met kunnen,maar hoeven niet te worden gekozen.9Kies eventueel (een) extra functie(s).0Kies een centrifugetoerental.!Schakel eventueel een voorkeuze in.§Start het programma.Nadat u heeft gewassen~Open de deur.$Haal het wasgoed uit de automaat.%Schakel de wasautomaat uit.&Draai de programmakeuzeschake-laar op Einde./Sluit de deur.Zo wast u goed24

Het bijvullen van de trommelU kunt bij de volgende programma’snog wasgoed in de trommel leggen ofwasgoed uit de trommel halen, nadat uhet programma heeft gestart:–WITTE WAS / BONTE WAS–KREUKHERSTELLEND–Miniwas–Combinatiewas–StijvenDruk op de Deur - toets totdat dedeur openspringt.Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.Attentie:Nadat de wasautomaat een program-ma eenmaal heeft gestart kan hij in dehoeveelheid wasgoed geen wijzigingenmeer vaststellen.Daarom gaat de wasautomaat, ook na-dat u nog wasgoed in de trommel hebtgelegd of wasgoed uit de trommelheeft gehaald, altijd van de maximalebeladingshoeveelheid uit.De resttijd kan langer zijn dan aangege-ven.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wan-neer–de temperatuur van het sop bovende 55°C komt;–de waterstand te hoog is;–de programmavergrendeling is inge-schakeld;–de programmafase Centrifugeren isbereikt.Wanneer u in één van bovenstaandegevallen de Deur - toets indrukt, lichthet controlelampje Vergrendeld op.Zo wast u goed25

ProgrammaverloopDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en de aard van het textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.

De elektroni-ca van de wasautomaat kan de hoe-veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge-pompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma’s dus ver-schillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma’s slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes voor het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro-gramma zich op dat moment bevindt.WITTE WAS / BONTE WASHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: laagSpoelgangen: 3 of 41)CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaKREUKHERSTELLENDHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 3Pendelspoelen3): vanaf 40°CCentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaFIJNE WASHoofdwasWaterstand: hoogWasritme: normaalSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 3CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZijde /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: zijdeSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZo wast u goed26

WOL /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: wolSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaMiniwasHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaCombinatiewasHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 3Pendelspoelen3): wanneer het was-goed voor een groot gedeelte uitkreukherstellend textiel bestaatCentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaStijvenWaterstand: laagWasritme: normaalEindcentrifugeren: jaExtra spoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 2Eindcentrifugeren: jaNadere bijzonderheden over het pro-grammaverloop:Kreukbeveiliging:Bij alle programma’s behalve WOL is dekreukbeveiliging max.

30 minuten na heteinde van het programma ingeschakeld.1) Een vierde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer:–er teveel schuim in de trommel zit;–er een lager centrifugetoerental is ge-kozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugeren is gekozen.2) Centrifugeren tussen de spoelgangenHet wasgoed wordt tussen de spoelgan-gen gecentrifugeerd.Tussen de spoelgangen wordt niet ge-centrifugeerd wanneer Zonder centrifu-geren is gekozen.3) PendelspoelenAan het einde van de hoofdwas koelt hetsop in fases af door in- en wegstromendwater.Dat vermindert het risico dat het was-goed gaat kreuken.Zo wast u goed27

Het onderbreken van een pro-gramma Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit - toets uit.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,schakel de wasautomaat dan met deI-Aan/0-Uit - toets weer in.Het wijzigen van het centrifu-getoerental, de extra functies,de temperatuur en het basis-programmaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen.–U kunt te allen tijde het centrifugetoe-rental wijzigen, voor zover dat hetmaximum toerental van het gekozenprogramma niet overschrijdt.–Tot 6 minuten nadat u op de START -toets heeft gedrukt kunt u de extrafuncties Extra water en Kort in- of uit-schakelen of een andere tempera-tuur kiezen.Nadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.Wordt de programmakeuzeschakelaarna de start van het programma toch opeen ander programma gedraaid, heeftdat geen invloed op het programmaver-loop.

Het controlelampje Kreukbeveili-ging / Einde begint te knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma wordt gedraaid dateerst was ingesteld.Het overslaan van een pro-grammafaseDraai de programmakeuzeschake-laar op Einde.Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Wanneer de programmavergrende-ling is ingeschakeld kan het pro-gramma niet worden afgebroken enkan er geen programmafase wor-den overgeslagen.Het wisselen van programmaSchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit - toets uit.Draai de programmakeuzeschake-laar op stand Einde.Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit - toets in.Kies een ander programma.Druk op de START - toets.Zo wast u goed30

Ook vloeibare, compac-te (geconcentreerde) wasmiddelen,tabletten en wasmiddelen met verschil-lende componenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes gebrui-ken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en voor de dose-ring van de wasmiddelen bij volle bela-ding kunt u vinden op de wasmiddel-verpakking.De dosering is afhankelijk van:–de mate waarin dit is vervuild.licht vervuild:Er zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingsstukken ruiken nietmeer zo fris.normaal vervuild:Er zijn lichte vlekken te zien.vrij sterk vervuild:Er zijn donkere vlekken te zien.–de waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.–de hoeveelheid wasgoed.Let op het doseeradvies.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitse hardheid°dHI Zacht 0 - 10II Gemiddeld 10 - 16III Hard totzeer hard> 16WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de verpak-king.Doseer eerst het wasmiddel en danpas het onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.

Wasverzachters, synthetischestijfsels, stijfsels of vloeibarestijfselsMet een wasverzachter wordt uw was-goed extra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met stijfsels wordt wasgoed stijf.Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Automatisch spoelen met wasver-zachter, synthetisch stijfsel of stijfselDoseer de wasverzachter, het syn-thetische stijfsel of het stijfsel in vak-je p .Doseer niet hoger dan depijl.De wasverzachter, het synthetischestijfsel of het stijfsel wordt automatischmet het laatste spoelwater in de trom-mel gespoeld.

Aan het einde van hetwasprogramma blijft er een klein beetjewater in vakje p staan.Wanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral de zuighevel en hetkanaal voor de wasverzachter.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd", paragraaf: "Het reinigen vande wasmiddellade".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfselDoseer de wasverzachter of het syn-thetische stijfsel in vakje p .Draai de programmakeuzeschakelaarop Stijven.Kies een centrifugetoerental.Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfselDoseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.Doseer het stijfsel in vakje i.Draai de programmakeuzeschakelaarop Stijven.Kies een centrifugetoerental.Druk op de START - toets.Ontkleuren / KleurenGebruik geen ontkleuringsmiddelenin de wasautomaat.Houd bij gebruik van kleurmiddelenin ieder geval de gebruiksaanwijzingvan de fabrikant aan.Wasmiddelen32

BedieningsfunctiesElektronische programmaver-grendelingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens het wassenwordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Het inschakelen van de programma-vergrendelingDruk na het starten van het program-ma minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampje Vergrendeling brandt. Ditlampje bevindt zich rechts onder ophet bedieningspaneel.De programmavergrendeling is nu inge-steld.Het apparaat accepteert nu geen wijzi-gingen meer en maakt het wasprogram-ma helemaal af.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Het uitschakelen van de programma-vergrendelingDruk minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampje Vergrendeling uitgaat.

Uitzondering:De programmakeuzeschakelaar is opeen andere stand gezet en in het pro-grammaverloop knippert het controle-lampje Kreukbeveiliging / Einde.Draai de programmakeuzeschake-laar op het programma dat u eerderheeft ingesteld.Het controlelampje Kreukbeveiliging /Einde gaat uit.Druk minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampje Vergrendeling uitgaat.Bedieningsfuncties33

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele W 377 WPS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden