Miele w 374 Wasmachine Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele w 374 Wasmachine (68 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Miele w 374 Wasmachine of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | w 374 Wasmachine |
Handleiding Miele w 374 Wasmachine – volledige tekst
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest-al nog waardevolle materialen. Zet uwapparaat daarom niet zomaar bij hetgrof vuil, maar informeer bij uw hande-laar of het mogelijk is om het apparaatterug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking).Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaal. 2Het afdanken van het apparaat. 2Veiligheidsinstructies en waarschuwingenAlgemeenSpecifieke kenmerken. 9Speciale programma’s (Zijde /, WOL /, Miniwas, Combinatiewas,Extra spoelen). 9Licht strijken in de programma’s FIJNE WAS en Zijde /. 9Beladingsweergave. 9Doseeradvies. 9Systeem extra water. 9Voorkeuze h/min. 10Programmaduur (resttijd). 10Bedieningsfuncties. 10Programma-actualisering (Update). 10Bedieningspaneel. 11Weergave van het beladingspercentage, het te doseren wasmidde-lpercentage en de programmaduur (resttijd). 12Belangrijke bedieningselementen. 13Programmakeuzeschakelaar. 13Toetsen voor de extra functies. 13Toets "Centrifugeren" met lampjes. 13Vóór de eerste wasbeurtTe nemen maatregelen voor de eerste wasbeurt. 14Het instellen van het nulpunt. 14Tips om energie te besparenZo wast u goedKorte handleiding.
Wanneer u gaat wassen. 21Extra functies. 23Voorkeuze. 24Nadat u heeft gewassen. 25Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen van wasgoed uit detrommel. 26Het onderbreken van een programma. 27Het wijzigen van het gekozen programma. 27Het overslaan van een programmafase. 27Het wisselen van programma. 27Programmaverloop. 28Waskaart. 30WasmiddelenHet kiezen van wasmiddel. 32Wateronthardingsmiddel. 32Wasmiddelen met verschillende componenten. 32Wasverzachters en stijfsels. 33Automatisch spoelen met wasverzachter of stijfsel. 33Apart spoelen met wasverzachter of synthetisch stijfsel. 33Apart spoelen met stijfsel. 33Het ontkleuren en kleuren. 33BedieningsfunctiesElektronische programmavergrendeling. 34Elektronische afsluitfunctie. 35Reiniging en onderhoudHet reinigen van de wasautomaat. 36Het reinigen van de wasmiddellade. 36Het reinigen van de zuighevel.
36Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 37Het reinigen van de watertoevoerzeefjes. 39Het reinigen van het zeefje in de watertoevoerslang. 39Het reinigen van het zeefje in het koppelstuk van de watertoevoerklep. 39Inhoud4.
Nuttige tipsHet oplossen van problemen. 40Het programma begint niet. 40Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 41Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding. 42Problemen bij de beladingsweergave en het doseeradvies. 43Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 44De deur kan met de Deur - toets niet worden geopend. 46Het openen van de deur bij stroomuitval. 47Technische Dienst. 48Reparaties. 48Garantietermijn en garantievoorwaarden. 48Het plaatsen en aansluiten van de wasautomaatHet apparaat van voren. 49Het apparaat van achteren. 50Plaats van opstelling. 51Het plaatsen van de wasautomaat. 51Het verwijderen van de transportbeveiliging. 51Het monteren van de transportbeveiliging. 53Het stellen van de wasautomaat. 54Het naar buiten draaien en vastzetten van de stelvoeten. 54Was-droogzuil. 55Het aansluiten van de watertoevoer.
Ondeskundig uitgevoerde repa-raties kunnen onvoorziene risico’s voorde gebruiker opleveren, waarvoor defabrikant niet aansprakelijk kan wordengesteld. Reparaties mogen alleen doorerkende vakmensen van Miele wordenuitgevoerd. Wanneer er een storing wordt ver-holpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhoudenmag er geen elektrische spanning opde wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan één van devolgende voorwaarden is voldaan:–als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,–of als de stekker uit de contactdoosis getrokken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.
Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. De wasautomaat mag alleen meteen nieuwe slangenset met toebe-horen op de waterleiding worden aan-gesloten. Een oude slangenset magniet opnieuw worden gebruikt. Controleer de slang met toebehoren re-gelmatig, zodat u deze wanneer dat no-dig is kunt vervangen en zo waterscha-de voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel bescha-digd is, moet de kabel door eenspeciale Miele-kabel worden vervang-en. GebruikDit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten.
Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden vol-daan. Plaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat. Zie hoofdstuk: "Het plaat-sen en aansluiten van de wasauto-maat", paragraaf: "Het verwijderen vande transportbeveiliging". Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (bijv. een putje) bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen.
Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.
Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde on-derdelen kunnen op hun beurt weerschade aan het wasgoed veroorzaken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.
Als u het wasmiddel op de juistemanier doseert is het niet nodig datu de wasautomaat ontkalkt. Mocht uwapparaat toch zo sterk verkalkt zijn, dathet beslist moet worden ontkalkt, ge-bruik daar dan speciale ontkalkings-middelen voor die een anti-corrosiemid-del bevatten.Deze middelen zijn verkrijgbaar via uwMiele-vakhandelaar of bij de afdelingOnderdelen van Miele Nederland B.V.Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig inhelder water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaat nooitreinigingsmiddelen die een oplos-middel bevatten, zoals wasbenzine.Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat beschadi-gen en kunnen er giftige dampenontstaan.
Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet.Textielverf moet geschikt zijn voorgebruik in de wasautomaat.Neem in ieder geval de aanwijzingenvan de fabrikant in acht.Ontkleuringsmiddelen bevattenzwavel en kunnen corrosie veroor-zaken.Deze middelen mogen niet in de was-automaat worden gebruikt.Wanneer u op hoge temperaturenwast, denk er dan aan dat het glasvan de deur heet wordt.Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8
Specifieke kenmerkenSpeciale programma’s (Zijde /,WOL /, Miniwas, Combinatiewas,Extra spoelen)–Zijde /In dit programma kan met de handwasbaar, kreukgevoelig textiel wor-den gewassen waar geen wol in zit.–WOL /In dit programma kan met de handwasbaar textiel van wol of wolmeng-weefsels worden gewassen.– MiniwasIn dit programma kan een kleine hoe-veelheid licht vervuild textiel wordengewassen dat anders met de bontewas meegaat.– CombinatiewasIn dit programma kunnen stukkenwasgoed van verschillende soortentextiel worden gewassen, als zemaar wel dezelfde kleur hebben.–Extra spoelenIn dit programma kan wasgoed wor-den behandeld dat alleen maar moetworden gespoeld en gecentrifu-geerd.Licht strijken in de programma’sFIJNE WAS en Zijde /In deze programma’s wordt het was-goed bijzonder behoedzaam gewassenen gecentrifugeerd.
Daardoor kreukthet wasgoed minder en hoeft het min-der te worden gestreken.BeladingsweergaveWanneer u de wasautomaat heeft ing-eschakeld, een programma heeft geko-zen en wasgoed in de trommel heeftgelegd, wordt de trommelbelading ge-meten en in het display aangegeven.Zo kunt u gebruik maken van de maxi-male beladingscapaciteit van het geko-zen programma.DoseeradviesDe wasautomaat geeft u advies bij hetdoseren van de wasmiddelhoeveelheid.Wanneer u na een programma gekozente hebben de trommel niet maximaalbelaadt, geeft de wasautomaat aanhoeveel procent van de door de was-middelfabrikant aanbevolen hoeveel-heid wasmiddel u het beste kunt dose-ren.Systeem extra waterMet dit systeem is het mogelijk om meteen hogere waterstand te wassen en/ofte spoelen.Bovendien is het mogelijk om voor hetprogramma WITTE WAS / BONTE WASeen extra spoelgang te kiezen.Algemeen9
Voorkeuze h/minMet deVoorkeuze- toets kunt u het tijd-stip dat het door u gekozen programmastart minimaal 30 minuten en maximaal24 uur van te voren instellen.Programmaduur (resttijd)Wanneer u een programma start geefthet display in uren en minuten aan hoe-lang dit programma maximaal gaat du-ren.Daarna wordt de tijd per minuut afge-teld.Bedieningsfuncties(Programmavergrendeling, afsluitfunc-tie)Elektronische programmavergrende-lingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens een wasprogram-ma wordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge-schakeld kan:–de deur niet met deDeur- toets wor-den geopend;–er geen programma worden gestart.Programma-actualisering (Update)Wasmiddelen, textiel, wasgewoontenen wasvoorschriften zullen in de toe-komst veranderingen ondergaan.De was- en spoelprogramma’s zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het wasprogrammate updaten en in het Novotronic-geheu-gen van uw wasautomaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampjevoor de watertoevoer (PC = ProgrammeCorrection).Miele zal zelf aangeven wanneer deprogramma’s kunnen worden geactuali-seerd.Algemeen10
BedieningspaneelaWeergave van het beladingsper-centage, het te doseren wasmid-delpercentage en de programma-duur (resttijd)Voor meer informatie zie volgendebladzijde.bToets “START”Met deze toets kunt u een waspro-gramma starten.cToets “Voorkeuze”Met deze toets kunt u het tijdstip dathet door u gekozen programma startvan te voren instellen.dToetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties kiezen.Wanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje branden.Wanneer u een extra functie weeruitschakelt gaat het daarbij behoren-de controlelampje uit.eToets “Centrifugeren”Met deze toets kunt u een andercentrifugetoerental, “Spoelstop” of“Zonder centrifugeren” kiezen.fControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, “Spoelstop”en “Zonder centrifugeren”hProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.gControlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.hAndere controlelampjesDeze controlelampjes geven eenprobleem aan.iToets “I-Aan/0-Uit”Met deze toets kunt u de wasauto-maat in- en uitschakelen en het pro-gramma onderbreken.jToets “Deur”Met deze toets kunt u de deur vande wasautomaat openen.Algemeen11
Weergave van hetbeladingspercentage, het te doserenwasmiddelpercentage en deprogrammaduur (resttijd)aDisplaybControlelampjes in het displaycMet deze toets kunt u twee dingendoen:–Wisselen van de weergave vanBela-ding %,Wasmiddel %enResttijdh/min–Instellen van het nulpunt van de be-ladingssensorOm ervoor te zorgen dat u zuinig kuntwassen en het milieu niet meer belastdan nodig is geeft deze automaat aan:–Hoeveel procent van de maximalehoeveelheid wasgoed, die voor hetgekozen wasprogramma is toege-staan, zich in de trommel bevindt. Debelading wordt aangegeven met25/50/75/100%.–Hoeveel wasmiddel bij het gekozenprogramma voor de gemeten hoe-veelheid wasgoed nodig is.De hoeveelheid wasmiddel wordtaangegeven met40/50/60/75/100% en slaat op dedoseeraanwijzingen van de wasmid-delfabrikant.–De resttijd in uren en minuten.
Dezeis afhankelijk van het programma ende belading.Bedenk dat de wasgoedhoeveelheidin % afhankelijk is van het gekozenprogramma en alleen voor droogwasgoed geldt.Tip:Een beladingshoeveelheid van min-der dan 25 % wordt niet aangege-ven. Bij de wasmiddelhoeveelheidwordt in dit geval het minimumper-centage van 40 % aangeduid.De percentages worden bij bijna allewasprogramma’s aangegeven.In de programma’s:–Extra spoelen–Pompen/Centrifugeren–Stijvenwordt alleen de resttijd aangeduid.Daarnaast kan het display aangeven:–de voorgeprogrammeerde tijd wan-neer u van de voorkeuze gebruikheeft gemaakt;–de aanvullende functies wanneer uze wilt programmeren.Algemeen12
BelangrijkebedieningselementenProgrammakeuzeschakelaarMet de programmakeuzeschakelaarkunt u een basisprogramma en eendaarbij behorende temperatuur instel-len. De ringverlichting gaat om energie tebesparen enkele minuten na het eindevan het programma uit. Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra functiesin- en uitschakelen. De extra functies dienen ter aanvullingvan de basiswasprogramma’s. Een extra functie kunt u inschakelendoor op de desbetreffende toets tedrukken. Wanneer u dat doet gaat het daarbijbehorende controlelampje branden. Een gekozen extra functie kunt u uit-schakelen door nog een keer op dedesbetreffende toets te drukken. Wanneer u dat doet gaat het daarbijbehorende controlelampje uit. Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet van toepassingzijn, kunt u niet inschakelen.
Toets "Centrifugeren" met lampjesMet deze toets kunt u een centrifuge-toerental, "Spoelstop" of "Zonder centri-fugeren" kiezen. De controlelampjes geven aan wat ugekozen heeft. Het kiezen van een centrifugetoerentalMet bovengenoemde toets kunt u hetcentrifugetoerental wijzigen. Het maximale centrifugetoerental ver-schilt van programma tot programma. Max. toerentalBasiswasprogramma’s1600 WITTE WAS/BONTE WAS, Miniwas,Stijven, Pompen/Centrifugeren1200 WOL, Extra spoelen900 KREUKHERSTELLEND,Combinatiewas600 FIJNE WAS400 ZijdeKiest u een hoger toerental dan binnenhet gekozen wasprogramma mogelijkis, dan accepteert de automaat datniet. Het overslaan van het eindcentrifuge-ren^Druk op deCentrifugeren- toets tot-dat uSpoelstopheeft bereikt. Het wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd en blijft na de laatste spoelgangin het water liggen.
Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop van hetprogramma uit de trommel haalt. Wilt u het programma voortzetten:^kies dan een centrifugetoerental. Wilt u het programma beëindigen:^druk dan op deDeur- toets.
Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten. Zie hoofd-stuk: “Het plaatsen en aansluitenvan de wasautomaat”.Te nemen maatregelen voor de eerstewasbeurtDe wasautomaat beschikt over eensensor die de hoeveelheid wasgoedberekent die zich in de trommel be-vindt.Daar kunt u dan de hoeveelheid was-middel die u moet doseren op afstem-men.Het is erg belangrijk dat de beladings-sensor goed functioneert.
Daartoe moetu eerst een wasprogramma draaienzonder wasgoed en zonder wasmiddel.Direct daarna moet u het nulpunt vande weegschaal instellen.ADraai de waterkraan open.BDruk deI-Aan/O-Uit- toets in.CDraai de programmakeuzeschake-laar op WITTE WAS / BONTE WAS40°C.DDruk op de START - toets.EDraai de programmakeuzeschake-laar nadat het programma is afgelo-pen opEinde.Het instellen van het nulpuntFOpen de deur door op deDeur-toets te drukken.GDraai de trommel een keer rond. Detrommel moet leeg zijn.HDraai de programmakeuzeschake-laar op WITTE WAS / BONTE WAS.De temperatuur maakt niet uit.Het controlelampjeBelading %brandt.IDruk op de toets die zich boven deSTART - toets bevindt totdat er eenakoestisch signaal klinkt.Het nulpunt is nu opnieuw ingesteld.De trommel krijgt pas na een paarwasbeurten zijn eigenlijke positie. Inhet begin daalt de trommel nogenigszins.
Stel dus na de eerste paarwasbeurten iedere keer weer het nul-punt in.Wordt het nulpunt niet ingesteld, dangeeft de wasautomaat onjuiste waar-den aan.Vóór de eerste wasbeurt14
–Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.–Was normaal en licht vervuild WIT enBONT WASGOED met een lageretemperatuur (75°C of 60°C).–Gebruik de programma’sCombina-tiewasofMiniwasvoor kleinere hoe-veelheden wasgoed.–Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende.– Gebruik voor sterk vervuild wasgoedde extra functieInweken.
Dan kunt uvoor de hoofdwas een lagere tempe-ratuur instellen.– Bij sterk vervuilde was kunt u inplaats van de extra functieVoorwasde extra functieInwekengebruiken.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.–Was licht vervuild wasgoed met deextra functieKort.–Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.–Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del. Let op de aanduidingen in hetdisplay.–Kies een hoger centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de droger wilt drogen.–Door de beladingsautomaat en despoelautomaat kunnen de wastijdenvariëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed in de trommel kan de hoofdwaskorter zijn en kan één spoelgang ver-vallen.Tips om energie te besparen15
Korte handleidingTip: Het is belangrijk dat u zich met debediening van de automaat vertrouwdmaakt. Lees daarom de uitgebreide pa-ragrafen: “Voordat u gaat wassen”,“Wanneer u gaat wassen” en “Nadat uheeft gewassen” in dit hoofdstuk.Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voor.Wanneer u gaat wassenBSchakel de wasautomaat in.COpen de deur.DKies een programma.EVul de trommel.FSluit de deur.GDoseer het wasmiddel.HKies eventueel (een) extra functie(s).IKies een centrifugetoerental.JSchakel eventueel een voorkeuze in.KStart het programma.Nadat u heeft gewassenLOpen de deur.MHaal het wasgoed uit de automaat.NSchakel de wasautomaat uit.ODraai de programmakeuzeschake-laar opEinde.PSluit de deur.Welk textiel in welk programma kanworden gewassen, kunt u in het volgen-de programma-overzicht vinden.Zo wast u goed16
belading 1 kgZijde /Textielsoort Wasgoed van met de hand wasbaar, kreukgevoelig textielwaar geen wol in zitExtra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra waterBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder ("Lichtstrijken").–Was panty’s en bh’s in een waszak.–Gebruik een fijnwasmiddel.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax. belading 1 kgWOL /Textielsoort Wasgoed van wol en wolmengweefsels dat met de handof in de wasautomaat mag worden gewassenWasmiddelen WolwasmiddelenMax. belading 2 kgZo wast u goed18
Miniwas 7Textielsoort Licht vervuild wasgoed dat in het programma voor debonte was mag worden gewassenExtra functie Extra waterWasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelenMax. belading 2,5 kgCombinatiewas 72Textielsoort Wasgoed van katoenen en kreukherstellend textiel datnaar kleur is gesorteerdExtra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra waterWasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelenMax. belading 3 kgStijvenTextielsoort Tafellakens, servetten, schorten en beroepskledingBijzondere tip –Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag nietmet wasverzachter nabehandeld zijn.Max. belading 5 kgExtra spoelenTextielsoort Wasgoed dat alleen maar moet worden uitgespoeld engecentrifugeerdMax. belading 5 kgPompen/CentrifugerenBijzondere tip –Alleen pompen: zet het centrifugetoerental opZondercentrifugeren.Max.
Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken. Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.^Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen.
Het symbooldaarvoor is: h.^Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn. Dit is nog belangrijker voormoeilijke vlekken als thee-, koffie-, ei-en bloedvlekken.Neem de vlekken met een tissue af.Wrijf de vlekken er niet in!,Gebruik in geen geval chemi-sche (oplosmiddelhoudende) reini-gingsmiddelen in de wasautomaat!Zo wast u goed20
Wanneer u gaat wassenOm met behulp van de sensor dewasmiddelhoeveelheid beter te kun-nen doseren, moet u eerst de vol-gende 3 stappen nemen, voordat uhet wasgoed in de trommel legt. BSchakel de wasautomaat in^door op deI-Aan/O-Uit- toets tedrukken en^de waterkraan open te draaien. COpen de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen. De wasautomaat is ingeschakeld. Staat de programmakeuzeschakelaarop standEinde, dan begint de ringver-lichting van de programmakeuzescha-kelaar te knipperen ten teken dat u hetgewenste programma kunt instellen. DKies een programma^door de programmakeuzeschakelaarop het gewenste programma tedraaien. Het controlelampjeBelading %brandt. Zolang de trommel nog leeg is geefthet display nog geen beladingshoe-veelheid aan. Geeft het display een getal aan ter-wijl de trommel leeg is, draai detrommel dan een keer rond.
Verdwijnt het getal niet, druk dan zo-lang op de toets boven de START -toets totdat er een akoestisch sig-naal klinkt. EVul de trommel^door het wasgoed ontvouwd en los-jes in de trommel te leggen. Leg stukken wasgoed van verschillen-de grootte in de trommel. Daardoorwordt een beter wasresultaat bereikt enkan het wasgoed zich tijdens het centri-fugeren beter verdelen. Het display geeft in stappen van 25 %aan hoeveel procent van de maximalehoeveelheid wasgoed, die voor het ge-kozen wasprogramma is toegestaan,zich in de trommel bevindt. – Bij een belading van minder dan25 % geeft het display de beladings-hoeveelheid niet aan. – Bij een belading van meer dan100 %, dus bij overschrijding van demaximale beladingscapaciteit, be-gint het percentage in het display teknipperen. Een uitzondering daaropvormt het programma WITTE /BONTE WAS.
Haalt u er niets uit, vallen de wasre-sultaten tegen en gaat het wasgoedsneller kreuken. FSluit de deur^Sluit de deur met een lichte klap. Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Het controlelampjeWasmiddel %gaatbranden.
GDoseer het wasmiddelIn het display staat een percentageaangegeven. Van de door de wasmid-delfabrikant aanbevolen hoeveelheidwasmiddel kunt u het beste dit percen-tage doseren.Staat er in het display:40 Doseer dan 40 procent ...(iets minder dan de helft)50 Doseer dan 50 procent ...(de helft )60 Doseer dan 60 procent ...(iets meer dan de helft)75 Doseer dan 75 procent ...(drievierde)100 Doseer dan 100 procent .... . .
van de door de wasmiddelfabri-kant aanbevolen hoeveelheid.Houd ook rekening met de waterhard-heid en de mate waarin het wasgoed isvervuild, want ........teveel wasmiddel heeft tot gevolgdat:–er sterke schuimvorming optreedt,de waswerking daardoor gering enhet reinigings-, spoel- en centrifu-geerresultaat niet optimaal is;–er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt;–het milieu extra wordt belast.^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak-jes.i= Vakje voor de voorwasWanneer u de extra functieVoorwashebt gekozen, neemdan 1/4van de totale aanbe-volen wasmiddelhoeveelheid.j= Vakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneeru deze extra functie hebtgekozen.§= Vakje voor wasverzachterof stijfselNadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".HDraai de waterkraan openZo wast u goed22
bloed, vet, cacao).Wanneer u deze functie heeft ingescha-keld, dan gaat aan het eigenlijke was-programma een inweekprogrammavooraf.U kunt een inweektijd kiezen van mini-maal 30 minuten en maximaal 6 uur.^Druk op deInweken- toets.De eerste keer dat u op deInweken-toets drukt, springt de aanduiding inhet display vanWasmiddel %opRest-tijden zijn de eerste 30 minuten in-weektijd ingesteld.Met iedere druk op deInweken- toetsverlengt u de inweektijd met 30 minu-ten.De tijd die in het display verschijnt iseen optelsom van de gekozen inweek-tijd en de tijd die het gekozen basispro-gramma duurt.Het wissen van de inweektijd^Druk zo vaak op deInweken- toetstotdat het controlelampje uitgaat.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedKortVoor licht vervuild wasgoedWanneer u deze functie hebt ingesteldwordt de programmaduur verkort.In de programma’s WITTE WAS /BONTE WAS, KREUKHERSTELLENDenCombinatiewaswordt er slechtstwee keer gespoeld.Deze twee spoelgangen worden meteen verhoogde waterstand uitgevoerd.Extra waterWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt er bij de wasprogramma’smeer water gebruikt.Er zijn vier mogelijkheden, die wordenuiteengezet in het hoofdstuk: "Het pro-grammeren van aanvullende functies",paragraaf: "Systeem extra water".Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd, wordt de eerste keer dat u deExtra water- toets indrukt de water-stand bij het wassen en spoelen ver-hoogd.Zo wast u goed23
JKies een centrifugetoerental^door zo vaak op deCentrifugeren-toets te drukken totdat het controle-lampje oplicht van het door u gewen-ste centrifugetoerental.Met deze toets kunt u ookSpoelstopofZonder centrifugerenkiezen.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen.
Wanneer u een hoger centrifu-getoerental kiest dan binnen het geko-zen wasprogramma mogelijk is,accepteert de automaat dat niet.VoorkeuzeKSchakel eventueel een voorkeuzeinMet iedere druk op deVoorkeuze-toets kunt u het tijdstip dat het pro-gramma start:– tot 10 uur per 30 minuten voorpro-grammeren;– vanaf 10 uur per 1 uur voorprogram-meren.^Druk zo vaak op deVoorkeuze- toetstotdat de tijd in het display verschijntdie u wilt voorprogrammeren.Het wissen van de voorkeuze^Druk nog eens op deVoorkeuze-toets wanneer het display 24^aangeeft.LStart het programma^door op de START - toets te drukken.Het display geeft in uren en minuten demaximale programmaduur aan.Het controlelampjeResttijd h/minbrandt.Zo wast u goed24
Nadat u heeft gewassenLOpen de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen.MHaal het wasgoed uit de automaat^Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.,Kijk goed of er geen stukkenwasgoed in de trommel zijn blijvenliggen. Anders loopt u het risico datze bij de volgende wasbeurt krim-pen of afgeven.NSchakel de wasautomaat uit^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken.ODraai de programmakeuzeschake-laar opEindePSluit de deurAnders bestaat het gevaar dat er voor-werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.Draai de waterkraan dicht.Zo wast u goed25
Het bijvullen van de trommel ofhet voortijdig verwijderen vanwasgoed uit de trommelU kunt bij de volgende programma’snog wasgoed in de trommel leggen ofwasgoed uit de trommel halen, nadat uhet programma heeft gestart:–WITTE WAS / BONTE WAS–KREUKHERSTELLEND–Miniwas–Combinatiewas–Stijven^Druk op deDeur- toets totdat dedeur openspringt.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.Attentie:Nadat de wasautomaat een programmaeenmaal heeft gestart kan hij in de hoe-veelheid wasgoed geen wijzigingenmeer vaststellen.Daarom gaat de wasautomaat, ook na-dat u nog wasgoed in de trommel hebtgelegd of wasgoed uit de trommel heeftgehaald, altijd van de maximale bela-dingshoeveelheid uit.De resttijd kan langer zijn dan aange-geven.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wan-neer–de temperatuur van het sop bovende 55°C komt;–de waterstand te hoog is;–de programmavergrendeling is in-geschakeld;–de programmafaseCentrifugerenisbereikt.Wanneer u in één van bovenstaandegevallen deDeur- toets indrukt, lichthet controlelampjeVergrendeldop.Zo wast u goed26
Het onderbreken van eenprogramma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^schakel de wasautomaat dan met deI-Aan/0-Uit- toets weer in.Het wijzigen van het gekozenprogrammaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen.– U kunt te allen tijde het centrifuge-toerental wijzigen, voor zover dat hetmaximum toerental van het gekozenprogramma niet overschrijdt.– U kunt tot 6 minuten nadat u op deSTART - toets heeft gedrukt de extrafunctiesExtra waterenKortin- of uit-schakelen of een andere tempera-tuur kiezen.Nadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.Wordt de programmakeuzeschakelaarna de start van het programma toch opeen ander programma gedraaid, heeftdat geen invloed op het programmaver-loop.
Het controlelampjeKreukbeveili-ging / Eindebegint te knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma wordt gedraaid dateerst was ingesteld.Het overslaan van eenprogrammafase^Draai de programmakeuzeschake-laar opEinde.Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,^draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Wanneer de programmavergrende-ling is ingeschakeld kan het pro-gramma niet worden afgebroken enkan er geen programmafase wordenovergeslagen.Het wisselen van programma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.^Kies een ander programma.^Druk op de START - toets.Zo wast u goed27
ProgrammaverloopDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en de aard van het textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.
De elektroni-ca van de wasautomaat kan de hoe-veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge-pompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma’s dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma’s slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes voor het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro-gramma zich op dat moment bevindt.WITTE WAS / BONTE WASHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: laagSpoelgangen: 3 of 41)CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaKREUKHERSTELLENDHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 3Pendelspoelen3): vanaf 40°CCentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaFIJNE WASHoofdwasWaterstand: hoogWasritme: normaalSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 3CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZijde /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: zijdeSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZo wast u goed28
30 minuten nahet einde van het programma ing-eschakeld.1) Een vierde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer:– er teveel schuim in de trommel zit;– er een lager centrifugetoerental isgekozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugerenis gekozen.2) Centrifugeren tussen de spoelgangenHet wasgoed wordt tussen de spoel-gangen gecentrifugeerd.Tussen de spoelgangen wordt niet ge-centrifugeerd wanneerZonder centrifu-gerenis gekozen.3) PendelspoelenAan het einde van de hoofdwas koelthet sop in fases af door in- en wegstro-mend water.Dat vermindert het risico dat het was-goed gaat kreuken.Zo wast u goed29
In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht. Het mag niet wordenverward met een garantie hoe het tex-tiel zich in het gebruik zal gedragen.Het behandelingsetiket waarborgt dathet textielproduct bij de aanbevolen be-handeling geen schade lijdt.Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren. Het mag nietteveel krimpen of vervormen, de lijmenmogen niet loslaten en bij de eerste vierkeer reinigen zijn ontleding, smelten,vergelen, pillen en blijvende kreukelsontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.De waskaart is als handige sticker bijde VTWS verkrijgbaar.
U kunt deze stic-ker op uw Miele-wasautomaat plakken.Meer informatie over textiel en de reini-ging ervan treft u aan in het boekje"Textiel ABC". Ook dit boekje kunt u bijde VTWS verkrijgen en wel door over-making van f 17,- op gironummer666402 t.n.v. VTWS in Delft.Het telefoonnummer van de VTWS is015 - 261 12 05.Zo wast u goed31
Ook vloeibare, compac-te (geconcentreerde) wasmiddelen,tabletten en wasmiddelen met verschil-lende componenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes gebrui-ken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en voor de dose-ring van de wasmiddelen bij volle bela-ding kunt u vinden op de wasmiddel-verpakking.De dosering is van verschillende fac-toren afhankelijk.– De hoeveelheid wasgoedLet op het doseeradvies.–De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.–De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitsehardheid°dHI Zacht 0 - 10II Gemiddeld 10 - 16III Hard totzeer hard> 16WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.
Wasverzachters en stijfselsMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met andere stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Automatisch spoelen metwasverzachter of stijfsel^Doseer de wasverzachter of het (syn-thetische) stijfsel in vakje p.Doseerniet hoger dan de pijl.De wasverzachter of het (synthetische)stijfsel wordt automatisch met het laat-ste spoelwater in de trommel gespoeld.Aan het einde van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakjepstaan.Wanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral het kanaal voor dewasverzachter en de zuighevel.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd", paragraaf: "Het reinigen vande wasmiddellade".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of het syn-thetische stijfsel in vakje p.^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfsel^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje i.^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Het ontkleuren en kleuren^Gebruik geen ontkleuringsmiddelenin de wasautomaat.^Neem bij gebruik van kleurmiddelenbeslist de aanwijzingen van de fabri-kant in acht.Wasmiddelen33
ElektronischeprogrammavergrendelingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens het wassenwordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Het inschakelen van de programma-vergrendeling^Druk na het starten van het program-ma minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampjeVergrendelingbrandt.
Ditlampje bevindt zich rechts onder ophet bedieningspaneel.De programmavergrendeling is nu in-gesteld.Het apparaat accepteert nu geen wijzi-gingen meer en maakt het waspro-gramma helemaal af.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Het uitschakelen van de programma-vergrendeling^Druk minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampjeVergrendelinguitgaat.Uitzondering:De programmakeuzeschakelaar is opeen andere stand gezet en in het pro-grammaverloop knippert het controle-lampjeKreukbeveiliging / Einde.^Draai de programmakeuzeschake-laar op het programma dat u eerderheeft ingesteld.Het controlelampjeKreukbeveiliging /Eindegaat uit.^Druk minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampjeVergrendelinguitgaat.Bedieningsfuncties34
Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge-schakeld kan:–de deur niet met deDeur- toets wor-den geopend;–er geen programma worden gestart.Het inschakelen van de afsluitfunctieDit is alleen mogelijk als:– de deur gesloten is– en de programmakeuzeschakelaarop standEindestaat.ASchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.BDruk de toetsVoorwasin en houddeze tijdens de volgende stappen Ctot en met Eingedrukt.CDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en metde klok mee op WITTE WAS / BONTEWAS 60°C.DDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in op standEinde.EDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in op FIJNE WAS koud.Het controlelampjeVergrendeldknip-pert.FLaat de toetsVoorwaslos.GDraai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.HSchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Het uitschakelen van de afsluitfunc-tie^Herhaal de stappen Atot en met F.Het controlelampjeVergrendeldgaatuit.Bedieningsfuncties35
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele w 374 Wasmachine stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine