Miele W 3145 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele W 3145 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele W 3145 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | W 3145 |
Handleiding Miele W 3145 – volledige tekst
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest -al nog waardevolle materialen. Zet uwapparaat daarom niet zomaar bij hetgrof vuil, maar informeer bij uw hande-laar of het mogelijk is om het apparaatterug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking).Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.
Het bijvullen van de trommel. 24Het onderbreken van een programma. 25Het wijzigen van het centrifugetoerental, de extra functies, de temperatuuren het basisprogramma. 25Het overslaan van een programmafase. 25Het wisselen van programma. 25Programmaverloop. 26Waskaart. 28WasmiddelenHet kiezen van wasmiddel. 30Wateronthardingsmiddel. 30Wasmiddelen met verschillende componenten. 30Wasverzachters, synthetische stijfsels, stijfsels of vloeibare stijfsels. 31Automatisch spoelen met wasverzachter, synthetisch stijfsel of stijfsel. 31Apart spoelen met wasverzachter of synthetisch stijfsel. 31Apart spoelen met stijfsel. 31Ontkleuren / Kleuren. 31BedieningsfunctiesElektronische programmavergrendeling. 32Elektronische afsluitfunctie. 33Het programmeren van aanvullende functiesSysteem extra water. 34Behoedzaam wassen. 36Afkoeling van het sop. 37Memory. 38Inweektijd.
39Reiniging en onderhoudHet reinigen van de wasautomaat. 40Het reinigen van de wasmiddellade. 40Het reinigen van de zuighevel. 40Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 41Het reinigen van de watertoevoerzeefjes. 43Het reinigen van het zeefje in de watertoevoerslang. 43Het reinigen van het zeefje in het koppelstuk van de watertoevoerklep. 43Inhoudsopgave4.
Nuttige tipsHet oplossen van problemen. 44Het programma begint niet. 44Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 45Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding. 46Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 47Het openen van de deur bij stroomuitval. 50Technische Dienst. 51Garantietermijn en garantievoorwaarden. 51Het plaatsen en aansluiten van de wasautomaatHet apparaat van voren. 52Het apparaat van achteren. 53Plaats van opstelling. 54Het plaatsen van de wasautomaat. 54Het verwijderen van de transportbeveiligingen. 54Het monteren van de transportbeveiligingen. 56Het stellen van de wasautomaat. 57Hoe u een machinevoet naar buiten draait en met een contramoer vast-schroeft. 57Waar u bij plaatsing onder een werkblad of in een keukenblok op moet let-ten. 58Was-droogzuil. 58Het terugplaatsen van het bovenblad van de wasautomaat.
Lees eerst de gebruiksaanwijzingdoor voordat u uw wasautomaatvoor het eerst gebruikt. Hierin vindtu belangrijke instructies met betrek-king tot de veiligheid, het gebruik enhet onderhoud van het apparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voor-komt onnodige schade aan uw ap-paraat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de automaat. Efficiënt gebruikDeze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Deze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van defabrikant op het wasetiket in de wasau-tomaat mag worden gewassen, maarook voor wollen textiel dat met de handwordt gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ve-rantwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening.
Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. Voordat u de wasautomaat aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) ophet typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet te vergelijken. Deze moeten be-slist overeenkomen. Raadpleeg bij twij-fel een elektricien. De elektrische veiligheid van dewasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsbepalingen isgeïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan en dat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man / vakvrouw wordt geïnspecteerd.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad. De wasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepa-lingen.
Ondeskundig uitgevoerde repa-raties kunnen onvoorziene risico’s voorde gebruiker opleveren, waarvoor defabrikant niet aansprakelijk kan wordengesteld. Reparaties mogen alleen doorerkende vakmensen van Miele wordenuitgevoerd. Wanneer er een storing wordt ver-hopen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhoudenmag er geen elektrische spanning opde wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan één van devolgende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de hui-sinstallatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit de contactdoosis getrokken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.
Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. De watertoevoerslang is aan slijta-ge onderhevig, hoewel er veel zorgis besteed aan de productie ervan ener gebruik is gemaakt van het bestemateriaal. Door scheuren, knikken,bobbels enz. kan de slang poreus wor-den en gaan lekken. Controleer de slang daarom regelmatig,zodat u ze tijdig kunt vervangen en zowaterschade voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel bescha-digd is, moet de kabel door eenspeciale Miele-kabel worden vervan-gen.
GebruikDit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten. Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden vol-daan. Plaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiligingen aan de achterzijdevan het apparaat (zie hoofdstuk: “Hetplaatsen en aansluiten van de wasauto-maat”, paragraaf: “Het verwijderen vande transportbeveiligingen”). Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv.
Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden. Als de slangniet goed vastzit kan hij door de krachtvan het wegstromende water uit dewastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde on-derdelen kunnen op hun beurt weerschade aan het wasgoed veroorzaken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.
Wanneer u het wasmiddel op dejuiste manier doseert is het niet no-dig dat u de wasautomaat ontkalkt.Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten.Deze middelen zijn verkrijgbaar via uwMiele-vakhandelaar of bij de afdelingOnderdelen van Miele Nederland B.V.Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig inhelder water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaat nooitreinigingsmiddelen die een oplos-middel bevatten, zoals wasbenzine.Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat beschadi-gen en kunnen er giftige dampenontstaan.
Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet.Textielverf moet geschikt zijn voorgebruik in de wasautomaat.Neem in ieder geval de aanwijzingenvan de fabrikant in acht.Ontkleuringsmiddelen bevattenzwavel en kunnen corrosie veroor-zaken.Deze middelen mogen niet in de was-automaat worden gebruikt.Wanneer u op hoge temperaturenwast, denk er dan aan dat het glasvan de deur heet wordt.Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8
Specifieke kenmerkenSpeciale programma’s (Zijde ,/WOL /, Miniwas, Combinatiewas,Extra spoelen)– Zijde /In dit programma kan met de handwasbaar, kreukgevoelig textiel wor-den gewassen waar geen wol in zit.– WOL /In dit programma kan met de handwasbaar textiel van wol of wolmeng-weefsels worden gewassen.– MiniwasIn dit programma kan een kleine hoe-veelheid licht vervuild textiel wordengewassen dat anders met de bontewas meegaat.– CombinatiewasIn dit programma kunnen stukkenwasgoed van verschillende soortentextiel worden gewassen, als zemaar wel dezelfde kleur hebben.– Extra spoelenIn dit programma kan wasgoed wor-den behandeld, dat alleen maarmoet worden gespoeld en gecentri-fugeerd.Licht strijken in de programma’sFIJNE WAS en Zijde /In deze programma’s wordt het was-goed bijzonder behoedzaam gewassenen gecentrifugeerd.
Daardoor kreukthet wasgoed minder en hoeft het min-der te worden gestreken.Systeem extra waterMet dit systeem is het mogelijk om meteen hogere waterstand te wassen en tespoelen.Bovendien is het mogelijk om voor hetprogramma WITTE WAS / BONTE WASeen extra spoelgang te kiezen.Algemeen9
Voorkeuze h/minMet deVoorkeuze- toets kunt u het tijd-stip dat het door u gekozen programmastart minimaal 1 uur en maximaal9 uur van tevoren instellen.Bedieningsfunctiesprogrammavergrendeling,afsluitfunctie)Elektronische programmavergrende-lingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens een wasprogram-ma wordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge -schakeld kan:– de deur niet met de Deur - toets wor-den geopend;– er geen programma worden gestart.Programma-actualisering (Update)Wasmiddelen, textiel, wasgewoontenen wasvoorschriften zullen in de toe-komst veranderingen ondergaan.De was- en spoelprogramma’s zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het wasprogrammate updaten en in het Novotronic-geheu-gen van uw wasautomaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampjevoor de watertoevoer (PC = ProgrammeCorrection).Miele zal zelf aangeven wanneer deprogramma’s kunnen worden geactuali-seerd.Algemeen10
BedieningspaneelaToets “Voorkeuze”Met deze toets kunt u het tijdstip dathet door u gekozen programma startuitstellen.bToets “START”Met deze toets kunt u een waspro-gramma starten.cDisplayHet display geeft, wanneer u gebruikmaakt van de voorkeuze, de geko-zen uitsteltijd aan.dToetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties kiezen.Wanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje branden.
Wanneer u eenextra functie weer uitschakelt gaathet daarbij behorende controlelamp-je uit.eToets “Centrifugeren”Met deze toets kunt u een andercentrifugetoerental, “Spoelstop” of“Zonder centrifugeren” kiezen.fControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, “Spoelstop”en “Zonder centrifugeren”gProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.hControlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.iAndere controlelampjesDeze controlelampjes geven eenprobleem aan.jToets “I-Aan/0-Uit”Met deze toets kunt u de wasauto-maat in- en uitschakelen en hetprogramma onderbreken.kToets “Deur”Met deze toets kunt u de deur vande wasautomaat openen.Algemeen11
BelangrijkebedieningselementenProgrammakeuzeschakelaarMet de programmaschakelaar kunt ueen basisprogramma en een daarbijbehorende temperatuur instellen. De ringverlichting gaat om energie tebesparen enkele minuten na het eindevan het programma uit. Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra functiesin- en uitschakelen. De extra functies dienen ter aanvullingvan de basiswasprogramma’s. Een extra functie kunt u inschakelendoor op de desbetreffende toets tedrukken. Wanneer u dat doet gaat het daarbijbehorende controlelampje branden. Een gekozen extra functie kunt u uit-schakelen door nog een keer op dedesbetreffende toets te drukken. Wanneer u dat doet uitschakelt gaat hetdaarbij behorende lampje uit. Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet van toepassingzijn, kunt u niet inschakelen.
Toets “Centrifugeren” met lampjesMet deze toets kunt u een centrifuge-toerental,SpoelstopofZonder centrifu-gerenkiezen. De controlelampjes geven aan wat ugekozen heeft. Het maximale centrifugetoerental ver-schilt van programma tot programma. Max. toerentalBasiswasprogramma’s1450 WITTE WAS / BONTE WAS, Miniwas,Stijven, Pompen / Centrifugeren1200 WOL, Extra spoelen900 KREUKHERSTELLEND, Combinatiewas600 FIJNE WAS400 ZijdeMet deCentrifugeren- toets kunt u hetcentrifugetoerental wijzigen. Wanneer u een hoger centrifugetoeren-tal kiest dan binnen het gekozen was-programma mogelijk is, accepteert deautomaat dat niet. U kunt het eindcentrifugeren of het cen-trifugeren tussen de spoelgangen enhet eindcentrifugeren overslaan. Overslaan van het eindcentrifugeren^Druk op deCentrifugeren- toets tot-dat uSpoelstophebt bereikt.
Het wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd en blijft na de laatste spoelgangin het water liggen. Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop van hetprogramma uit de trommel haalt. Het voortzetten van het programma:^Kies een centrifugetoerental. Het beëindigen van het programma:^Druk op deDeur- toets.
Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten.Zie hoofdstuk: “Het plaatsen en aan-sluiten van de wasautomaat”.Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt kan erovermatige schuimvorming optreden.Draait u eerst een wasprogramma zon-der wasgoed en zonder wasmiddelwordt daarmee tegelijk het kogelventielgeactiveerd.
Het kogelventiel zorgt er -voor dat vanaf de eerste wasbeurtsteeds al het wasmiddel wordt gebruikt.^Draai de waterkraan open.^Druk deI-Aan/O-Uit- toets in.^Draai de programmakeuzeschake-laar op WITTE WAS / BONTE WAS40°C.^Druk op de START - toets.Na afloop van het programma is dewasautomaat klaar voor de eerste was -beurt.Vóór de eerste wasbeurt13
–Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.– Was normaal en licht vervuild WIT enBONT WASGOED met een lageretemperatuur (75°C of 60°C).– Gebruik de programma’sCombina-tiewasofMiniwasvoor kleinere hoe-veelheden wasgoed.– Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende.– Gebruik voor sterk vervuild wasgoedde extra functieInweken.
Dan kunt uvoor de hoofdwas een lagere tempe-ratuur instellen.– Bij sterk vervuilde was kunt u inplaats van de extra functieVoorwasde extra functieInwekengebruiken.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.–Was licht vervuild wasgoed met deextra functieKort.– Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.– Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del. Bij halve belading kan ca. 1/3minder wasmiddel worden gebruikt.– Kies een hoger centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de droger wilt drogen.– Door de beladingsautomaat en despoelautomaat kunnen de wastijdenvariëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed in de trommel kan de hoofdwaskorter zijn en kan één spoelgang ver-vallen.Tips om energie te besparen14
Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoeden onderdelen van de wasautomaatbeschadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken.
Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.Wat voor soort wasgoed in welkprogramma moet worden gewassen,staat op de volgende bladzijden.^Was geen textiel dat volgens het wa-setiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen. Het symbooldaarvoor is: .h^Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn.
FIJNE WAS a@Textielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels, kunst -zijde of kreukherstellend gemaakt katoen, bijv. overhem-den of blousesVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kanworden gewassen.Extra functies Inweken / Voorwas / KortBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder (lichtstrijken).–Omdat vitrage veel stof aantrekt moet deze vaak in eenprogramma met voorwas worden gewassen.–Reduceer bij kreukgevoelige vitrage het centrifugetoe-rental of centrifugeer helemaal niet.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax. vulgewicht 1 kgZijde /Textielsoort Wasgoed van met de hand wasbaar, kreukgevoelig textielwaar geen wol in zitExtra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra waterBijzondere tips In dit programma kreukt het wasgoed minder (licht–strijken).–Was panty’s en b.h.’s in een waszak.–Gebruik een fijnwasmiddel.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax.
Miniwas 7Textielsoort Licht vervuild wasgoed dat in het programma voor debonte was mag worden gewassenExtra functie Extra waterBijzondere tip –Doseer minder waspoeder. Dit programma heeft name-lijk een halve belading.Wasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelenMax. vulgewicht 2,5 kgCombinatiewas 72Textielsoort Wasgoed van katoenen en kreukherstellend textiel datnaar kleur is gesorteerdExtra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra waterWasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelenMax. vulgewicht 3 kgStijvenTextielsoort Tafellakens, servetten, schorten en beroepskledingBijzondere tip Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet–met wasverzachter nabehandeld zijn.Max. vulgewicht 5 kgExtra spoelenTextielsoort Wasgoed dat alleen maar moet worden uitgespoeld engecentrifugeerdMax.
Wanneer u gaat wassenBSchakel de wasautomaat in^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken.COpen de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen.DVul de trommel^Leg het wasgoed ontvouwd en losjesin de trommel.Wanneer er stukken wasgoed van ver -schillende grootte in de trommel liggenis dat beter voor de waswerking en deverdeling van het wasgoed tijdens hetcentrifugeren.Benut bij ieder programma dat u kiestde maximale beladingscapaciteit vande trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.Let erop dat wanneer de maximale be-ladingscapaciteit wordt overschreden,de wasresultaten tegenvallen en hetwasgoed sneller gaat kreuken.ESluit de deurSluit de deur met een lichte klap.Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.FKies een programma^door de programmakeuzeschakelaarop de gewenste stand te zetten.GKies een centrifugetoerental^door zo vaak op deCentrifugeren-toets te drukken totdat het controle-lampje oplicht van het door u gewen-ste centrifugetoerental.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen.
bloed, vet, cacao).Wanneer u deze functie hebt ingescha-keld, dan gaat aan het eigenlijke was-programma een inweekprogrammavooraf.Op de toetsInwekenkan een inweektijdworden geprogrammeerd van minimaal30 minuten en maximaal 2 uur.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd is de inweektijd op 2 uur ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: “Het programmeren vanaanvullende functies”, paragraaf:“Inweken”.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedKortVoor licht vervuild wasgoedWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt de programmaduur verkort.In de programma’s WITTE WAS /BONTE WAS, KREUKHERSTELLENDenCombinatiewaswordt er slechtstwee keer gespoeld.Deze twee spoelgangen worden meteen verhoogde waterstand uitgevoerd.Extra waterWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt er bij de wasprogramma’smeer water gebruikt.Er zijn vier mogelijkheden, die in hethoofdstuk: “Het programmeren vanaanvullende functies”, paragraaf: “Sys-teem extra water” worden uiteengezet.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd, wordt de eerste keer dat u deExtra water- toets indrukt de water-stand bij het wassen en spoelen ver-hoogd.ZoemerWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, klinkt er aan het einde van eenprogramma of bij de spoelstop eenakoestisch signaal.De zoemer gaat zolang totdat de was-automaat wordt uitgeschakeld.De zoemer gaat bij alle programma’stotdat hij weer wordt uitgeschakeld.Zo wast u goed20
IDoseer het wasmiddelHet is belangrijk om niet te weinig enniet te veel te doseren, want . . .. . . te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat:– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;– er vetbolletjes en het wasgoed blij-ven zitten;– er zich kalk in de kuip afzet.. . .
te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat:– er sterke schuimvorming optreedt,de waswerking daardoor gering enhet reinigings-, spoel- en centrifu-geerresultaat niet optimaal is;– er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt:– het milieu extra wordt belast.^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak-jes.i= Vakje voor de voorwasWanneer u de extra functieVoorwashebt gekozen, neem dan1/4dan de totale aanbevolen was-middelhoeveelheid.j= Vakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneer udeze extra functie gekozen hebt.§= Vakje voor wasverzachter, synthe-tische of vloeibare stijfselsNadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: “Wasmiddelen”.JDraai de waterkraan openZo wast u goed21
VoorkeuzeKSchakel eventueel een voorkeuzeinMet iedere druk op deVoorkeuze-toets stelt u het tijdstip dat hetprogramma start met 1 uur uit.^Druk zo vaak op deVoorkeuze- toetstotdat de gewenste uitsteltijd in hetdisplay verschijnt.Het wissen van de voorkeuze^Druk nog eens op deVoorkeuze-toets wanneer het display h9aangeeft.LStart het programma^door op de START - toets te drukken.Wanneer u gebruik heeft gemaakt vande voorkeuze, wordt de gekozen voor-geprogrammeerde tijd in het displayper uur afgeteld.Na afloop van deze tijd wordt het dis-play uitgeschakeld.Zo wast u goed22
Nadat u heeft gewassenMOpen de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen.NHaal het wasgoed uit de automaat^Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.,Kijk goed of er geen stukkenwasgoed in de trommel zijn blijvenliggen. Anders loopt u het risico datze bij de volgende wasbeurt krim-pen of afgeven.OSchakel de wasautomaat uit^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken.PDraai de programmakeuzeschake-laar opEindeQSluit de deurAnders bestaat het gevaar dat er voor -werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.RDraai de waterkraan dichtKorte handleidingTip: Het is belangrijk dat u zich met debediening van de automaat vertrouwdmaakt.
Lees daarom de uitgebreide pa-ragrafen: “Voordat u gaat wassen”,“Wanneer u gaat wassen” en “Nadat uheeft gewassen” in dit hoofdstuk.Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voor.Wanneer u gaat wassenBSchakel de wasautomaat in.COpen de deur.DVul de trommel.ESluit de deur.FKies een programma.GKies een centrifugetoerental.HKies eventueel (een) extra functie(s).IDoseer het wasmiddel.JDraai de waterkraan open.KSchakel eventueel een voorkeuze in.LStart het programma.Nadat u heeft gewassenMOpen de deur.NHaal het wasgoed uit de automaat.OSchakel de wasautomaat uit.PDraai de programmakeuzeschake-laar opEinde.QSluit de deur.RDraai de waterkraan dicht.Zo wast u goed23
Het bijvullen van de trommelU kunt bij de volgende programma’snog wasgoed in de trommel leggen ofwasgoed uit de trommel halen, nadat uhet programma heeft gestart:– WITTE WAS / BONTE WAS– KREUKHERSTELLEND–Miniwas–Combinatiewas–Stijven^Druk op deDeur- toets totdat dedeur openspringt.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wan-neer– de temperatuur van het sop bovende komt;55°C – de waterstand te hoog is;– de programmavergrendeling is in-geschakeld;– de programmafaseCentrifugerenisbereikt.Wanneer u in één van bovenstaandegevallen deDeur- toets indrukt, lichthet controlelampjeVergrendeldop.Zo wast u goed24
Het onderbreken van eenprogramma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^schakel de wasautomaat dan met deI-Aan/0-Uit- toets weer in.Het wijzigen van hetcentrifugetoerental, de extrafuncties, de temperatuur en hetbasisprogrammaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen.– U kunt te allen tijde het centrifuge-toerental wijzigen, voor zover dat hetmaximum toerental van het gekozenprogramma niet overschrijdt.– Tot 6 minuten nadat u op de START -toets heeft gedrukt kunt u de extrafunctiesExtra waterenKortin- of uit-schakelen of een andere tempera-tuur kiezen.Nadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.Wordt de programmakeuzeschakelaarna de start van het programma toch opeen ander programma gedraaid, heeftdat geen invloed op het programmaver-loop.
Het controlelampjeKreukbeveili-ging / Eindebegint te knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma wordt gedraaid dateerst was ingesteld.Het overslaan van eenprogrammafase^Draai de programmakeuzeschake-laar opEinde.Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,^draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Wanneer de programmavergrende-ling is ingeschakeld kan hetprogramma niet worden afgebrokenen kan er geen programmafase wor-den overgeslagen.Het wisselen van programma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.^Kies een ander programma.^Druk op de START - toets.Zo wast u goed25
ProgrammaverloopDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en de aard van het textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.
De elektroni-ca van de wasautomaat kan de hoe-veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge-pompt.Het programmaverloop en de wastidzijn bij de diverse programma’s dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma‘s slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes voor het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro -gramma zich op dat moment bevindt.WITTE WAS / BONTE WASHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: laagSpoelgangen: 3 of 41)CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaKREUKHERSTELLENDHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 3Pendelspoelen3): vanaf 40°CCentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaFIJNE WASHoofdwasWaterstand: hoogWasritme: normaalSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 3CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZijde /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: zijdeSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZo wast u goed26
30 minuten nahet einde van het programma inge-schakeld.1) Een vierde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer:– er teveel schuim in de trommel zit;– er een lager centrifugetoerental isgekozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugerenis gekozen.2) Centrifugeren tussen de spoelgangenHet wasgoed wordt tussen de spoel-gangen gecentrifugeerd.Tussen de spoelgangen wordt niet ge-centrifugeerd wanneerZonder centrifu-gerenis gekozen.3) PendelspoelenAan het einde van de hoofdwas koelthet sop in fases af door in- en wegstro-mend water.Dat vermindert het risico dat het was-goed gaat kreuken.Zo wast u goed27
In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht. Het mag niet wordenverward met een garantie hoe het tex-tiel zich in het gebruik zal gedragen.Het behandelingsetiket waarborgt dathet textielproduct bij de aanbevolen be-handeling lijdt.geen schade Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren. Het mag nietteveel krimpen of vervormen, de lijmenmogen niet loslaten en bij de eerste vierkeer reinigen zijn ontleding, smelten,vergelen, pillen en blijvende kreukelsontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.De waskaart is als handige sticker bijde VTWS verkrijgbaar.
U kunt deze stic -ker op uw Miele-wasautomaat plakken.Meer informatie over textiel en de reini-ging ervan treft u aan in het boekje“Textiel ABC”. Ook dit boekje kunt u bijde VTWS verkrijgen en wel door over-making van f 17,- op gironummer666402 t.n.v. VTWS in Delft.Het telefoonnummer van de VTWS is015 - 261 12 05.Zo wast u goed29
Ook vloeibare, compac-te (geconcentreerde) wasmiddelen,tabletten en wasmiddelen met verschil-lende componenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes gebrui-ken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en voor de dose-ring van de wasmiddelen bij volle bela-ding kunt u vinden op de wasmiddel-verpakking.De dosering is afhankelijk van:– de mate waarin dit is vervuild.licht vervuild:Er zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingsstukken ruiken nietmeer zo fris.normaal vervuild:Er zijn lichte vlekken te zien.vrij sterk vervuild:Er zijn donkere vlekken te zien.– de waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.– de hoeveelheid wasgoed.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitsehardheid°dHI Zacht 0 - 10II Gemiddeld 10 - 16III Hard totzeer hard> 16WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.
Wasverzachters, synthetischestijfsels, stijfsels of vloeibarestijfselsMet een wasverzachter wordt uw was-goed extra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Automatisch spoelen metwasverzachter, synthetisch stijfsel ofstijfsel^Doseer de wasverzachter, het synthe-tische stijfsel of het stijfsel in vakje .pDoseer niet hoger dan de pijl.De wasverzachter, het synthetischestijfsel of het stijfsel wordt automatischmet het laatste spoelwater in de trom-mel gespoeld.
Aan het einde van hetwasprogramma blijft er een klein beetjewater in vakje staan.pWanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral de zuighevel en hetkanaal voor de wasverzachter.Zie hoofdstuk: “Reiniging en onder-houd”, paragraaf: “Het reinigen vande wasmiddellade”.Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of het syn -thetische stijfsel in vakje .p^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfsel^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Ontkleuren / Kleuren^Gebruik geen ontkleuringsmiddelenin de wasautomaat.^Houd bij gebruik van kleurmiddelenin ieder geval de gebruiksaanwijzingvan de fabrikant aan.Wasmiddelen31
ElektronischeprogrammavergrendelingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens het wassenwordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Het inschakelen van de programma-vergrendeling^Druk na het starten van hetprogramma minstens 4 seconden opde START - toets totdat het controle-lampjeVergrendelingbrandt.
Ditlampje bevindt zich rechts onder ophet bedieningspaneel.De programmavergrendeling is nu in-gesteld.Het apparaat accepteert nu geen wijzi-gingen meer en maakt het waspro-gramma helemaal af.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Het uitschakelen van de programma-vergrendeling^Druk minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampjeVergrendelinguitgaat.Uitzondering:De programmakeuzeschakelaar is opeen andere stand gezet en in het pro-grammaverloop knippert het controle-lampjeKreukbeveiliging / Einde.^Draai de programmakeuzeschake-laar op het programma dat u eerderheeft ingesteld.Het controlelampjeKreukbeveiliging /Eindegaat uit.^Druk minstens 4 seconden op deSTART - toets totdat het controle-lampjeVergrendelinguitgaat.Bedieningsfuncties32
Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge-schakeld kan:– de deur niet met deDeur- toets wor-den geopend;– er geen programma worden gestart.Het inschakelen van de afsluitfunctieDit is alleen mogelijk wanneer:– de deur gesloten is– en de programmakeuzeschakelaarop standEindestaat.ASchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.BDruk de toets Voorwas in en houddeze tijdens de volgende stappen Ctot en met ingedrukt.ECDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en metde klok mee op WITTE WAS / BONTEWAS 60°C.DDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in op standEinde.EDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in op FIJNE WAS koud.Het controlelampjeVergrendeldknip-pert.FLaat de toetsVoorwaslos.GDraai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.HSchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Het uitschakelen van de afsluitfunc-tie^Herhaal de stappen tot en met .A FHet controlelampjeVergrendeldgaatuit.Bedieningsfuncties33
U kunt een aantal aanvullende functiesprogrammeren om het wasprogrammanog beter af te stemmen op het soortwasgoed en de manier waarop u dit wiltwassen.Systeem extra waterWanneer de aanvullende functie“Systeem extra water” is geprogram-meerd, wordt via de extra functieExtra watermeer water toegevoerd.Het gaat om de volgende program-ma’s:– WITTE WAS / BONTE WAS– KREUKHERSTELLEND–Miniwas–Combinatiewas–ZijdeIn de programmafasesWassenenSpoelenwordt extra water toegevoerden in het programma WITTE WAS /BONTE WAS wordt er een spoelgangingelast.De aanvullende functie “Systeem extrawater” kunt u na het programmeren ge-bruiken door de toetsExtra waterin tedrukken.“Systeem extra water” biedt vier mo-gelijkheden:– Variant 1:Meer water bij het spoelen bij de ge-noemde programma’s– Variant 2:Meer water bij de hoofdwas en bijhet spoelen bij de genoemde pro-gramma’sIn deze variant wordt het apparaatgeleverd.– Variant 3:Extra spoelgang in het programmaWITTE WAS / BONTE WAS– Variant 4:Combinatie van de varianten 2 en 3in het programma WITTE WAS /BONTE WASVoor het programmeren van deze func-tie zie de volgende bladzijde.Het programmeren van aanvullende functies34
Het programmeren van de aanvullen-de functie gebeurt met de stappentot en met :De aanvullende functies worden gepro-grammeerd met behulp van de toetsenvoor de extra functies en met behulpvan de programmakeuzeschakelaar.Deze bedieningselementen hebbendus een tweede functie die niet op hetpaneel te zien is.Eerst moet aan de volgende voorwaar-den worden voldaan:– De wasautomaat moet uitgeschakeldzijn.– De deur moet gesloten zijn.– De programmakeuzeschakelaarmoet op de standEindestaan.ADruk de toetsen van de extra func-tiesKortenExtra watertegelijk in enhoud ze ingedrukt.BSchakel de wasautomaat met behulpvan deI-Aan/0-Uit- toets in.CLaat alle toetsen los.In het programmaverloop knippert hetcontrolelampjeWassen.DDraai de programmakeuzeschake-laar op de stand FIJNE WAS 30°C.In het programmaverloop knippert nuéén van de controlelampjes.
Dit geeftaan welke variant is ingesteld.EControleer welke variant is ingesteld.– BrandtSpoelendan is variant 1 ge-kozen (Meer water bij het spoelen).– BrandtSpoelstopdan is variant 2 ge-kozen (Meer water bij het wassen enbij het spoelen).Met deze variant wordt de wasauto-maat geleverd.– BrandtPompendan is variant 3 ge-kozen (Extra spoelgang in hetprogramma WITTE WAS / BONTEWAS).– BrandtCentrifugerendan is variant 4gekozen (Combinatie van de varian-ten 2 en 3).^Door op de START - toets te drukkenkunt u tussen de verschillende vari-anten wisselen.FSchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Op de toetsExtra wateris de gekozenvariant nu geprogrammeerd en blijft dattotdat er een andere variant wordt ge -kozen, geactiveerd en opgeslagen.Het programmeren van aanvullende functies35
Behoedzaam wassenWanneer de functie “Behoedzaamwassen” is geprogrammeerd, wordthet aantal trommelbewegingen gere-duceerd.Zo kan licht vervuild wasgoed be-hoedzamer worden gewassen.“Behoedzaam wassen” kan worden ge-bruikt in de programma’s WITTE WAS /BONTE WAS, KREUKHERSTELLEND,Miniwas,StijvenenCombinatiewas.Met deze functie wordt in bovenge-noemde programma’s bij iedere was-beurt met het behoedzame ritme ge-wassen.De functie is, wanneer de wasautomaatwordt geleverd, niet geprogrammeerd.Het programmeren van de aanvullen-de functie gebeurt met de stappentot en met :De aanvullende functies worden gepro-grammeerd met behulp van de toetsenvoor de extra functies en met behulpvan de programmakeuzeschakelaar.Deze bedieningselementen hebbendus een tweede functie die niet op hetpaneel te zien is.Eerst moet aan de volgende voorwaar-den worden voldaan:– De wasautomaat moet uitgeschakeldzijn.– De deur moet gesloten zijn.– De programmakeuzeschakelaarmoet op de standEindestaan.ADruk de toetsen van de extra func-tiesKortenExtra watertegelijk in enhoud ze ingedrukt.BSchakel de wasautomaat met behulpvan deI-Aan/0-Uit- toets in.CLaat alle toetsen los.In het programmaverloop knippert hetcontrolelampjeWassen.DDraai de programmakeuzeschake-laar op de standCombinatiewas.DControleer of de functie “Behoed-zaam wassen” is ingesteld.– Brandt het controlelampjeSpoelenniet, dan is de functie “Behoedzaamwassen” niet ingesteld.– Brandt het controlelampjeSpoelenwel, dan is de functie “Behoedzaamwassen” wel ingesteld.^Door op de START - toets te drukkenkunt u overschakelen van de enenaar de andere variant.FSchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.De gekozen en geactiveerde aanvullen-de functie is nu opgeslagen en blijft dattotdat ze weer wordt gewist.Het programmeren van aanvullende functies36
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele W 3145 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine