Miele W 311 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele W 311 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Miele W 311 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | W 311 |
Handleiding Miele W 311 – volledige tekst
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest-al nog waardevolle materialen. Zet uwapparaat daarom niet zomaar bij hetgrof vuil, maar informeer bij uw hande-laar of het mogelijk is om het apparaatterug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking).Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Het verpakkingsmateriaal. 2 Het afdanken van het apparaat. 2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6AlgemeenSpecifieke kenmerken. 9Speciale programma’s (Zijde , WOL , Miniwas, Combinatiewas,/ /Extra spoelen). 9 Licht strijken in de programma’s FIJNE WAS en Zijde. 9/ Systeem extra water. 9 Programma-actualisering (Update). 10 Bedieningspaneel. 11 Belangrijke bedieningselementen. 12 Programmakeuzeschakelaar. 12 Toetsen voor de extra functies. 12 Toets "Centrifugeren" met lampjes. 12 Vóór de eerste wasbeurt. 13 Tips om energie te besparen. 14Zo wast u goed Korte handleiding. 15 Programma-overzicht. 16 Voordat u gaat wassen. 19 Wanneer u gaat wassen. 20 Extra functies. 21 Nadat u heeft gewassen. 23Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen van wasgoed uit de trommel. 24 Het onderbreken van een programma.
25 Het wijzigen van het gekozen programma. 25Het overslaan van een programmafase. 25 Het wisselen van programma. 25 Programmaverloop. 26 Textielbehandelingssymbolen. 28Inhoud3.
WasmiddelenHet kiezen van wasmiddel. 30 Het doseren van wasmiddel. 30 Wateronthardingsmiddel. 30Wasmiddelen met verschillende componenten. 30 Wasverzachters en stijfsels. 31 Automatisch spoelen met wasverzachter of stijfsel. 31 Apart spoelen met wasverzachter of synthetisch stijfsel. 31 Apart spoelen met stijfsel. 31 Het kleuren en ontkleuren. 31Reiniging en onderhoud Het reinigen van de wasautomaat. 32Het reinigen van de wasmiddellade. 32 Het reinigen van de zuighevel. 32 Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 33 Het reinigen van de watertoevoerzeefjes. 35 Het reinigen van het zeefje in de watertoevoerslang. 35 Het reinigen van het zeefje in het koppelstuk van de watertoevoerklep. 35Nuttige tips Het oplossen van problemen. 36 Het programma begint niet. 36Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 37 Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding.
38Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 39De deur kan met de Deur - toets niet worden geopend. 41Het openen van de deur bij stroomuitval. 42 Technische Dienst. 43Reparaties. 43 Garantietermijn en garantievoorwaarden. 43Inhoud4.
Het plaatsen en aansluiten van de wasautomaat Het apparaat van voren. 44 Het apparaat van achteren. 45 Plaats van opstelling. 46 Het plaatsen van de wasautomaat. 46Het verwijderen van de transportbeveiliging. 46 Het monteren van de transportbeveiliging. 48 Het stellen van de wasautomaat. 49 Het naar buiten draaien en vastzetten van de stelvoeten. 49 Het plaatsen van de wasautomaat onder een werkblad of in een keukenblok 50Was-droogzuil. 50 Het terugplaatsen van het bovenblad van de wasautomaat. 50 Het aansluiten van de watertoevoer. 51 Het aansluiten van de waterafvoer. 52 Elektrische aansluiting. 53 Verbruiksgegevens. 54 Technische gegevens. 55Het programmeren van aanvullende functies Systeem extra water. 58 Behoedzaam wassen. 60 Afkoeling van het sop. 61 Memory. 62Inweektijd. 63Inhoud5.
Ondeskundig uitgevoerde repa-raties kunnen onvoorziene risico’s voorde gebruiker opleveren, waarvoor defabrikant niet aansprakelijk kan wordengesteld. Reparaties mogen alleen doorerkende vakmensen van Miele wordenuitgevoerd. Wanneer er een storing wordt ver-holpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhoudenmag er geen elektrische spanning opde wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan één van devolgende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit de contactdoosis getrokken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.
Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. De wasautomaat mag alleen meteen nieuwe slangenset met toebe-horen op de waterleiding worden aan-gesloten. Een oude slangenset magniet opnieuw worden gebruikt. Controleer de slang met toebehoren re-gelmatig, zodat u deze wanneer dat no-dig is kunt vervangen en zo waterscha-de voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel bescha-digd is, moet de kabel door eenspeciale Miele-kabel wordenvervangen. GebruikDit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman/vakvrouw op eenniet-stationaire locatie (bijvoorbeeldeen boot of camper) worden inge-bouwd en aangesloten.
Hierbij moetaan alle voorwaarden voor een veiliggebruik worden voldaan. Plaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem -peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat. Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aanslui-ten van de wasautomaat", paragraaf:"Het verwijderen van de transportbevei -liging". Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (bijv. een putje) bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen.
Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.
Als u het wasmiddel op de juistemanier doseert is het niet nodig datu de wasautomaat ontkalkt. Mocht uwapparaat toch zo sterk verkalkt zijn, dathet beslist moet worden ontkalkt, ge-bruik daar dan speciale ontkalkings-middelen voor die een anti-corrosiemid-del bevatten.Deze middelen zijn verkrijgbaar via uwMiele-vakhandelaar of bij de afdelingOnderdelen van Miele Nederland B.V.Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig in hel-der water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaat nooitreinigingsmiddelen die een oplos-middel bevatten, zoals wasbenzine.Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat bescha-digen en kunnen er giftige dampen ont-staan.
Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet.Textielverf en ontkleuringsmiddelenkunnen door hun chemische sa-menstelling corrosie veroorzaken.Ze mogen daarom niet in de wasauto-maat worden gebruikt.Wanneer u op hoge temperaturenwast, denk er dan aan dat het glasvan de deur heet wordt.Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8
Specifieke kenmerkenSpeciale programma’s (Zijde ,/WOL /, Miniwas, Combinatiewas,Extra spoelen)–Zijde /In dit programma kan met de handwasbaar, kreukgevoelig textiel wor-den gewassen waar geen wol in zit.– WOL /In dit programma kan met de handwasbaar textiel van wol of wolmeng-weefsels worden gewassen. – MiniwasIn dit programma kan een kleine hoe-veelheid licht vervuild textiel wordengewassen dat anders met de bontewas meegaat. – CombinatiewasIn dit programma kunnen stukkenwasgoed van verschillende soortentextiel worden gewassen, als zemaar wel dezelfde kleur hebben.– Extra spoelenIn dit programma kan wasgoed wor-den behandeld dat alleen maar moetworden gespoeld en gecentrifu-geerd.Licht strijken in de programma’s FIJNE WAS en Zijde /In deze programma’s wordt het was-goed bijzonder behoedzaam gewassenen gecentrifugeerd.
Daardoor kreukthet wasgoed minder en hoeft het min-der te worden gestreken.Systeem extra waterMet dit systeem is het mogelijk om meteen hogere waterstand te spoelen of tewassen en te spoelen.Bovendien is het mogelijk om voor hetprogramma WITTE WAS/BONTE WASeen extra spoelgang te kiezen.Algemeen9
Programma-actualisering (Update)Wasmiddelen, textiel, wasgewoontenen wasvoorschriften zullen in de toe-komst veranderingen ondergaan.De was- en spoelprogramma’s zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het wasprogrammate updaten en in het Novotronic-geheu-gen van uw wasautomaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampjevoor de watertoevoer (PC = ProgrammeCorrection).Miele zal zelf aangeven wanneer deprogramma’s kunnen worden geactuali-seerd.Algemeen10
Bedieningspaneel aToets STARTMet deze toets kunt u een waspro-gramma starten. bToetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties kiezen.Wanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje branden.Wanneer u een extra functie weeruitschakelt gaat het daarbij behoren-de controlelampje uit. cControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, enSpoelstop Zonder centrifugeren dToets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u een andercentrifugetoerental,SpoelstopofZonder centrifugerenkiezen. eProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid. fControlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.
gAndere controlelampjesDeze controlelampjes geven eenprobleem aan. hToets I-Aan/0-UitMet deze toets kunt u de wasauto-maat in- en uitschakelen en het pro-gramma onderbreken. iToets DeurMet deze toets kunt u de deur vande wasautomaat openen.Algemeen11
Belangrijke bedieningsele-mentenProgrammakeuzeschakelaarMet de programmakeuzeschakelaarkunt u een basisprogramma en eendaarbij behorende temperatuur instel-len.Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra functiesin- en uitschakelen.De extra functies dienen ter aanvullingvan de basiswasprogramma’s.Met de bovenste toets kunt u óf de ex-tra functieKortófVoorwasófInwekenkiezen.Met de onderste toets kunt u de extrafunctieExtra waterkiezen.Wanneer het controlelampje van eenfunctie brandt, is de functie ingescha-keld.Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet van toepassingzijn, kunt u niet inschakelen.Toets "Centrifugeren" met lampjesMet deze toets kunt u een centrifuge-toerental, "Spoelstop" of "Zonder centri-fugeren" kiezen.De controlelampjes geven aan wat ugekozen heeft.Het kiezen van een centrifugetoeren-talMet bovengenoemde toets kunt u hetcentrifugetoerental wijzigen.Het maximale centrifugetoerental ver-schilt van programma tot programma.Max.toerentalBasiswasprogramma’s 1200 WITTE WAS/BONTE WAS, Miniwas,WOL, Stijven, Extra spoelen 900 KREUKHERSTELLEND,Combinatiewas 600 FIJNE WAS 400 ZijdeKiest u een hoger toerental dan binnenhet gekozen wasprogramma mogelijkis, dan accepteert de automaat datniet.Het overslaan van het eindcentrifuge-ren ^Druk op deCentrifugeren- toets tot-dat uSpoelstopheeft bereikt.Het wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd en blijft na de laatste spoelgangin het water liggen.Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop van hetprogramma uit de trommel haalt.Wilt u het programma voortzetten:^kies dan een centrifugetoerental.Wilt u het programma beëindigen:^druk dan op deDeur- toets.Het overslaan van het centrifugerentussen de spoelgangen en het eind-centrifugeren^Druk op deCentrifugeren- toets toten metZonder centrifugeren.Het wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd.
Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten.Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan-sluiten van de wasautomaat".Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt kan erovermatige schuimvorming optreden.Draait u eerst een wasprogramma zon-der wasgoed en zonder wasmiddelwordt daarmee tegelijk het kogelventielgeactiveerd.
Het kogelventiel zorgt er-voor dat vanaf de eerste wasbeurtsteeds al het wasmiddel wordt gebruikt.^Draai de waterkraan open.^Druk deI-Aan/O-Uit- toets in.^Draai de programmakeuzeschake-laar op WITTE WAS/BONTE WAS40°C.^Druk zo vaak op deCentrifugeren-toets totdat het controlelampjeZon-der centrifugerenoplicht.^Druk op de START - toets.Na afloop van het programma is dewasautomaat klaar voor de eerstewasbeurt.Vóór de eerste wasbeurt13
– Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.– Was normaal en licht vervuild WIT enBONT WASGOED met een lageretemperatuur (75°C of 60°C).– Gebruik de programma’sCombina-tiewasofMiniwasvoor kleinere hoe-veelheden wasgoed.– Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende. – Gebruik voor sterk vervuild wasgoedde extra functieInweken. Dan kunt uvoor de hoofdwas een lagere tempe-ratuur instellen.
– Gebruik de extra functieInwekeninplaats van de extra functieVoorwas.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.– Was licht vervuild wasgoed met deextra functieKort.– Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.– Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del. Bij halve belading kan ca. 1/3minder wasmiddel worden gebruikt.– Kies een hoger centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de droger wilt drogen.– Door de beladingsautomaat en despoelautomaat kunnen de wastijdenvariëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed in de trommel kan de hoofdwaskorter zijn en kan één spoelgangvervallen.Tips om energie te besparen14
Korte handleidingTip: Het is belangrijk dat u zich met debediening van de automaat vertrouwdmaakt. Lees daarom de uitgebreide pa-ragrafen: "Voordat u gaat wassen","Wanneer u gaat wassen" en "Nadat uheeft gewassen" in dit hoofdstuk.Voordat u gaat wassen AInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voor.Wanneer u gaat wassen BSchakel de wasautomaat in. COpen de deur. DVul de trommel. ESluit de deur. FKies een programma. GKies een centrifugetoerental. HKies eventueel (een) extra functie(s). IDoseer het wasmiddel. JStart het programma.Nadat u heeft gewassen KOpen de deur. LHaal het wasgoed uit de automaat. MSchakel de wasautomaat uit. NDraai de programmakeuzeschake-laar opEinde. OSluit de deur.Welk textiel in welk programma kanworden gewassen, kunt u in het volgen-de programma-overzicht vinden.Zo wast u goed15
FIJNE WAS a Textielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels, kunst -zijde of kreukherstellend gemaakt katoen, bijv. overhem-den of blousesVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kanworden gewassen. Extra functies Inweken / Voorwas / KortBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder ("Lichtstrijken").–Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in eenprogramma met de extra functie "Voorwas" moetenworden gewassen.–Reduceer bij kreukgevoelige vitrage het centrifugetoe-rental of centrifugeer helemaal niet. Wasmiddelen Fijnwasmiddelen Max. belading 1 kgZijde / Textielsoort Wasgoed van met de hand wasbaar, kreukgevoelig textielwaar geen wol in zit Extra functies Kort / Extra water Bijzondere tips In dit programma kreukt het wasgoed minder ("Licht–strijken").–Was panty’s en bh’s in een waszak.–Gebruik een fijnwasmiddel. Wasmiddelen Fijnwasmiddelen Max.
belading 1 kgWOL / Textielsoort Wasgoed van wol en wolmengweefsels dat met de handof in de wasautomaat mag worden gewassenBijzondere tips –Bij het eindcentrifugeren brandt het controlelampje1300 omw/min, maar het wasgoed wordt slechts met1200 omw/min gecentrifugeerd, omdat dat voor wolbeter is. Wasmiddelen Wolwasmiddelen Max. belading 2 kgZo wast u goed17
Miniwas 7 Textielsoort Licht vervuild wasgoed dat in het programma voor debonte was mag worden gewassen Extra functie Extra waterBijzondere tip –Doseer minder waspoeder. Dit programma heeft name-lijk een halve belading. Wasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelen Max. belading 2,5 kgCombinatiewas 72 Textielsoort Wasgoed van katoenen en kreukherstellend textiel datnaar kleur is gesorteerd Extra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra water Wasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelen Max. belading 3 kgStijven Textielsoort Tafellakens, servetten, schorten en beroepskleding Bijzondere tip Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet–met wasverzachter nabehandeld zijn. Max.
belading 5 kgExtra spoelen Textielsoort Wasgoed dat alleen maar moet worden uitgespoeld engecentrifugeerdBijzondere tip –Bij het eindcentrifugeren brandt het controlelampje1300 omw/min, maar het wasgoed wordt slechts met1200 omw/min gecentrifugeerd, omdat dat voor hettextiel beter is. Max. belading 5 kgPompen/CentrifugerenBijzondere tip –Alleen pompen: zet het centrifugetoerental opZondercentrifugeren. Max. belading 5 kgZo wast u goed18
Voordat u gaat wassen AInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed ^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken. Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.^Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen.
Het symbooldaarvoor is: .h^Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken ^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn. Dit is nog belangrijker voormoeilijke vlekken als thee-, koffie-, ei-en bloedvlekken.Neem de vlekken met een tissue af.Wrijf de vlekken er niet in!,Gebruik in geen geval chemi-sche (oplosmiddelhoudende) reini-gingsmiddelen in de wasautomaat!Zo wast u goed19
Wanneer u gaat wassen BSchakel de wasautomaat in^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken^en de waterkraan open te draaien. COpen de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen. DVul de trommel^door het wasgoed ontvouwd en los-jes in de trommel te leggen.Leg stukken wasgoed van verschil-lende grootte in de trommel. Daardoorwordt een beter wasresultaat bereikt enkan het wasgoed zich tijdens het centri-fugeren beter verdelen.Benut bij ieder programma dat u kiestde maximale beladingscapaciteit vande trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.Let erop dat wanneer de maximale be-ladingscapaciteit wordt overschreden,de wasresultaten tegenvallen en hetwasgoed sneller gaat kreuken. ESluit de deur^Sluit de deur met een lichte klap.Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.
FKies een programma ^door de programmakeuzeschakelaarop de gewenste stand te zetten. GKies een centrifugetoerental^door zo vaak op deCentrifugeren-toets te drukken totdat het controle-lampje oplicht van het door u ge-wenste centrifugetoerental.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen. Wanneer u een hoger centrifu-getoerental kiest dan binnen het geko-zen wasprogramma mogelijk is,accepteert de automaat dat niet.Zo wast u goed20
Extra functies HKies eventueel (een) extra func-tie(s)U kunt extra functies inschakelen, alsdeze binnen het gekozen basispro-gramma mogelijk zijn.Van de extra functiesKort,VoorwasenInwekenkunt u er altijd maar één kie-zen. ^Druk op de toets van de gewensteextra functie. Druk zo vaak op de bo-venste toets totdat het controlelampjevan de gewenste extra functie gaatbranden.KortVoor licht vervuild wasgoedWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt de programmaduur verkort.In de programma’s WITTE WAS / BON-TE WAS, KREUKHERSTELLEND enCombinatiewaswordt er slechts tweekeer gespoeld.Deze twee spoelgangen worden meteen verhoogde waterstand uitgevoerd.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedInwekenVoor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door eiwithoudende vlekken(bijv.
bloed, vet, cacao).Wanneer u deze functie hebt ingescha-keld, dan gaat aan het eigenlijke was-programma een inweekprogrammavooraf.Op de toetsInwekenkan een inweektijdworden geprogrammeerd van minimaal30 minuten en maximaal 2 uur.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd is de inweektijd op 2 uur ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: "Het programmeren van aan-vullende functies", paragraaf: "Inwe-ken".Extra waterWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt er bij de wasprogramma’smeer water gebruikt.Er zijn vier mogelijkheden, die in hethoofdstuk: "Het programmeren van aan-vullende functies", paragraaf: "Systeemextra water" worden uiteengezet.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd, wordt de eerste keer dat u deEx-tra water- toets indrukt de waterstandbij het wassen en spoelen verhoogd.Zo wast u goed21
IDoseer het wasmiddelHet is belangrijk om niet te weinig enniet te veel te doseren, want . . .. . . te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat:– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;– er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten;– er zich kalk in de kuip afzet.. . .
te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat: – er sterke schuimvorming optreedt,de waswerking daardoor gering enhet reinigings-, spoel- en centrifu-geerresultaat niet optimaal is; – er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt; – het milieu extra wordt belast.Wanneer u vloeibaar wasmiddel en te-vens de extra functieVoorwasgebruikt,let er dan op dat er in dat geval voorhet vloeibaar wasmiddel een apart bak- je in vakje moet worden geplaatst.jDit is verkrijgbaar bij de Miele vakhan-del of bij de afdeling Onderdelen vanMiele Nederland B.V.^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak-jes. i= Vakje voor de voorwasWanneer u de extra functieVoorwashebt gekozen, neemdan 1/4van de totale aanbe-volen wasmiddelhoeveelheid. j= Vakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneeru deze extra functie hebtgekozen.
Nadat u heeft gewassen KOpen de deur^door op deDeur- toets te drukken ende deur open te klappen. LHaal het wasgoed uit de automaat ^Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Kijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen. Anders loopt u het risico dat zebij de volgende wasbeurt krimpen ofafgeven. MSchakel de wasautomaat uit^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken. NDraai de programmakeuzeschake-laar op Einde OSluit de deurAnders bestaat het gevaar dat er voor -werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.Draai de waterkraan dicht.Zo wast u goed23
Het bijvullen van de trommel ofhet voortijdig verwijderen vanwasgoed uit de trommelU kunt bij de volgende programma’snog wasgoed in de trommel leggen ofwasgoed uit de trommel halen, nadat uhet programma heeft gestart:– WITTE WAS / BONTE WAS– KREUKHERSTELLEND–Miniwas–Combinatiewas–Stijven ^Druk op deDeur- toets totdat dedeur openspringt. ^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit. ^Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wan-neer– de temperatuur van het sop bovende komt;55°C – de waterstand te hoog is;– de programmafaseCentrifugerenisbereikt.Zo wast u goed24
Het onderbreken van een pro-gramma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^schakel de wasautomaat dan met deI-Aan/0-Uit- toets weer in.Het wijzigen van het gekozenprogrammaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen. – U kunt te allen tijde het centrifuge-toerental wijzigen, voor zover dat hetmaximum toerental van het gekozenprogramma niet overschrijdt. – U kunt max. 6 minuten nadat het ge-kozen programma is gestart een an-dere temperatuur kiezen.Nadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.Wordt de programmakeuzeschakelaarna de start van het programma toch opeen ander programma gedraaid, heeftdat geen invloed op het programmaver-loop.
Het controlelampjeKreukbeveili-ging/Eindebegint te knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma wordt gedraaid dateerst was ingesteld.Het overslaan van een pro-grammafase^Draai de programmakeuzeschake-laar opEinde.Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet, ^draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Het wisselen van programma ^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit. ^Draai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.^Kies een ander programma.^Druk op de START - toets.Zo wast u goed25
ProgrammaverloopDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en de aard van het textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.
De elektroni-ca van de wasautomaat kan de hoe-veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge-pompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma’s dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma’s slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes voor het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro -gramma zich op dat moment bevindt.WITTE WAS / BONTE WASHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: laagSpoelgangen: 3 of 41)CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaKREUKHERSTELLENDHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 3Pendelspoelen3): vanaf 40°CCentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaFIJNE WASHoofdwasWaterstand: hoogWasritme: normaalSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 3CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZijde /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: zijdeSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZo wast u goed26
30 minuten nahet einde van het programma inge-schakeld.1) Een vierde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer: – er teveel schuim in de trommel zit; – er een lager centrifugetoerental isgekozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugerenis gekozen.2) Centrifugeren tussen de spoelgangenHet wasgoed wordt tussen de spoel-gangen gecentrifugeerd.Tussen de spoelgangen wordt niet ge-centrifugeerd wanneerZonder centrifu-gerenis gekozen.3) PendelspoelenAan het einde van de hoofdwas koelthet sop in fases af door in- en wegstro-mend water.Dat vermindert het risico dat het was-goed gaat kreuken.Zo wast u goed27
In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht. Het mag niet wordenverward met een garantie hoe het tex-tiel zich in het gebruik zal gedragen.Het behandelingsetiket waarborgt dathet textielproduct bij de aanbevolen be-handeling lijdt.geen schade Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren. Het mag nietteveel krimpen of vervormen, de lijmenmogen niet loslaten en bij de eerste vierkeer reinigen zijn ontleding, smelten,vergelen, pillen en blijvende kreukelsontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.De waskaart is als handige sticker bijde VTWS verkrijgbaar.
U kunt deze stic -ker op uw Miele-wasautomaat plakken.Meer informatie over textiel en de reini-ging ervan treft u aan in het boekje"Textiel ABC". Ook dit boekje kunt u bijde VTWS verkrijgen en wel door over- making van 8,- op gironummerÄ666402 t.n.v. VTWS in Delft.Het telefoonnummer van de VTWS is015 - 261 12 05.Zo wast u goed29
Het kiezen van wasmiddelU kunt alle moderne wasmiddelen ge-bruiken die geschikt zijn voor huishoud-wasautomaten. Ook vloeibare,compacte (geconcentreerde) wasmid-delen, tabletten en wasmiddelen metverschillende componenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes ge -bruiken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en voor de dose-ring van de wasmiddelen bij volle bela-ding kunt u vinden op de wasmiddel-verpakking.Het doseren van wasmiddelDe dosering is van verschillende facto-ren afhankelijk.
– De hoeveelheid wasgoed– De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.– De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitsehardheid°dH I Zacht 0 - 10 II Gemiddeld 10 - 16 III Hard totzeer hard> 16WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.
Wasverzachters en stijfselsMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met andere stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Automatisch spoelen met wasver-zachter of stijfsel^Doseer de wasverzachter of het(synthetische) stijfsel in vakje .pDoseer niet hoger dan de pijl.De wasverzachter of het (synthetische)stijfsel wordt automatisch met het laat-ste spoelwater in de trommel gespoeld.Aan het einde van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakje pstaan.Wanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral het kanaal voor dewasverzachter en de zuighevel.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd", paragraaf: "Het reinigen vande wasmiddellade".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of hetsynthetische stijfsel in vakje .p ^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.
^Kies een centrifugetoerental. ^Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfsel ^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Het kleuren en ontkleuren^Gebruik geen textielverf en geen ont-kleuringsmiddelen in de wasauto-maat.Wasmiddelen31
,Haal vóórdat u de wasautomaateen reinigings- of onderhoudsbeurtgeeft de spanning van het apparaat.Het reinigen van de wasauto-maat^Reinig de wasautomaat met een mildreinigingsmiddel of sopje.Wrijf de automaat daarna met eenzachte doek droog.^Reinig de wastrommel met een reini-gingsmiddel voor roestvrij staal.Het reinigen van de wasmiddelladeVerwijder eventuele resten wasmiddelregelmatig.^Trek de wasmiddellade naar buitentotdat u weerstand voelt.^Druk de ontgrendelingsknop in^en trek de wasmiddellade naar bui-ten.^Reinig de wasmiddellade met warmwater.Het reinigen van de zuighevel^Trek de zuighevel uit vakje §^en reinig de hevel onder stromendwarm water. ^Reinig ook het pijpje, waar de zuig-hevel overheen wordt gestoken.
Het reinigen van pluizenfilteren filterhuisControleer het pluizenfilter in het beginna 3 à 4 wasbeurten. Zo kunt u nagaanhoe vaak u het filter moet reinigen.Bij een gewone reinigingsbeurt stroomter 2 l water weg.Wanneer de afvoer is verstopt, bevindtzich een vrij grote hoeveelheid water inde automaat .(max. 25 l),Wees voorzichtig! Het water isheet, wanneer kort daarvoor op eenhoge temperatuur is gewassen. Ukunt zich aan het water branden!Aan de achterkant van het front van dewasmiddellade bevindt zich een geleopener voor het klepje van het pluizen-filter (zie afbeelding hieronder).^Pak deze gele opener.^Open daarmee het klepje. ^Zet een bak of schaal onder het klep-je.^Draai het pluizenfilter los door degreep van het filterdeksel om tedraaien.Draai het filter er echter niet uit.Maak de schaal of bak net zo vaakleeg, totdat er geen water meer uit deautomaat loopt.
Wanneer er geen water meer uit de au-tomaat loopt, ^draai het pluizenfilter er dan helemaaluit.^Reinig het filter grondig.^Controleer of de pompschoepvleugelgemakkelijk rond te draaien is.Is dat niet het geval zitten er waar -schijnlijk knopen, muntjes en/of dradenin het filterhuis.^Verwijder deze.^Reinig het filterhuis.^Reinig de schroefdraad in het filter-huis en aan het pluizenfilter.Aan de schroefdraad mogen zichgeen kalkaanslag en wasmiddelres-ten bevinden.^Zet het pluizenfilter weer in het filter-huis en draai het vast.,Wordt het pluizenfilter niet terug-gezet en vastgedraaid, dan loopt erwater uit het apparaat.Attentie:Om te voorkomen dat er onnodig veelwasmiddel wordt verbruikt moet u nade reiniging: ^ca. 2 l water door de wasmiddelladespoelen.Het kogelventiel is weer actief.Reiniging en onderhoud34
Wanneer dewatertoevoer vaak wordt onderbrokenmoet u misschien vaker controleren.Het reinigen van het zeefje in de wa-tertoevoerslang^Draai de waterkraan dicht.^Schroef de toevoerslang van de wa-terkraan.^Trek het rubberen dichtingsringetje 1uit de groef.^Pak het kunststof zeefje met een2 combinatie- of punttang aan de op-staande rand in het midden vast entrek het eruit.^Reinig het zeefje.^Monteer alles weer in omgekeerdevolgorde.Wanneer de wasautomaat werktstaat de watertoevoerslang onderhoge druk.Controleer de slang daarom regelmatigop scheurtjes of andere bescha-digingen en vervang hem indien nodigdoor een originele Miele-slang.Het reinigen van het zeefje in hetkoppelstuk van de watertoevoerklep^Schroef de geribbelde kunststofmoer voorzichtig met een tang vanhet koppelstuk af.^Pak het kunststof zeefje met bijv.
Het oplossen van problemen . . .De meeste problemen waar u in het dagelijks gebruik mee te maken zou kunnenkrijgen kunt u zelf oplossen.In al die gevallen hoeft u de Technische Dienst niet te bellen en kunt u tijd en kos-ten besparen.De volgende tabellen helpen u om de oorzaken van een probleem te vinden en uitde wereld te helpen. Bedenk echter:,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door erkende vakmen-sen worden uitgevoerd.
Gebeurt dit niet, dan kan de gebruiker grote risico’s lo-pen.Om het u makkelijker te maken het probleem waar u mee te maken heeft en debijbehorende oplossing snel in de tabellen te vinden, hebben wij de problemen in-gedeeld in de volgende hoofdstukken: – Het programma begint niet – Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding – Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding – Algemene problemen of een tegenvallend resultaat – De deur kan met deDeur- toets niet worden geopend.Het programma begint niet Foutmelding Mogelijke oorzaak OplossingHet controlelampjeKreukbeveiliging/Eindebrandt niet of de START -toets knippert niet.Er staat geen stroom op hetapparaat.Controleer of–de stekker goed in decontactdoos zit;–de zekering in orde is.Nadat u het programmaPompen/Centrifugerenheeft gekozen en op deSTART - toets heeft ge-drukt, begint het pro-gramma niet.De wasautomaat is nietklaar voor gebruik.Maak de wasautomaatklaar voor gebruik zoalsbeschreven in het hoofd-stuk: "Vóór de eerstewasbeurt".Nuttige tips36
Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding Foutmelding Mogelijke oorzaak OplossingHet controlelampje Wa- terafvoer knippert.De waterafvoer is ge-blokkeerd.Reinig het pluizenfilter enhet filterhuis.De waterafvoerslang ligtte hoog.De maximale opvoerhoog-te is 1m.Het controlelampje Wa- tertoevoer knippert.De watertoevoer is ge-blokkeerd.Draai de waterkraan open.Het zeefje in de water-toevoer is verstopt.Reinig het zeefje.In het programmaver-loop knippert het con-trolelampje Inw/Voor- wassen Spoelenof .Er is sprake van een de-fect.Start het programma nogeen keer.Volgt dezelfde foutmelding,neem dan contact op metde Technische Dienst. ASchakel om de foutmelding uit te schakelen de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit en draai de programmakeuzeschakelaar op standEinde.Nuttige tips37
Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een fout-melding Foutmelding Mogelijke oorzaak OplossingHet controlelampje Wa- terafvoer knippert.De waterafvoer is be-lemmerd.Reinig het pluizenfilter ofhet filterhuis.Het controlelampje Wa- tertoevoer knippert.De watertoevoer is be-lemmerd.Controleer of–de waterkraan ver ge-noeg is opengedraaid;–er knikken in de toevoer-slang zitten.Het zeefje in de water-toevoerslang is ver-stopt.Reinig het zeefje.Het controlelampje Over- dosering brandt.Er heeft zich tijdens hetwasprogramma teveelschuim gevormd.Gebruik de volgende keerminder wasmiddel enneem de doseeraanwijzin-gen op de wasmiddelver-pakking in acht.In het programmaver-loop knippert het contro-lelampje Wassen.Er is sprake van eendefect.Start het programma nogeen keer.Volgt dezelfde foutmelding,neem dan contact op metde Technische Dienst.In het programmaver-loop knippert het contro-lelampje Kreukbeveili-ging/Einde.Nadat het gekozen programma is gestart, is de pro-grammakeuzeschakelaar op een ander programmagedraaid.
Algemene problemen of een tegenvallend resultaat Probleem Mogelijke oorzaak OplossingDe wasautomaattrilt tijdens het cen-trifugeren.De stelvoeten staan nietgelijk en zijn niet meteen contramoer vastge-schroefd.Stel de wasautomaat stevig enschroef de stelvoeten met eencontramoer vast.Het wasgoed is nietnormaal gecentrifu-geerd.Het ingestelde centrifu-getoerental was te laag.Kies bij de volgende wasbeurteen hoger centrifugetoerental.In de wasmiddella-de blijft vrij veelwasmiddel achter.Er staat onvoldoendedruk op het water.–Reinig het zeefje in de wa-tertoevoer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele W 311 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine