Miele W 1620 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele W 1620 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele W 1620 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | W 1620 |
Handleiding Miele W 1620 – volledige tekst
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest -al nog waardevolle materialen. Zet uwapparaat daarom niet zomaar bij hetgrof vuil, maar informeer bij uw hande-laar of het mogelijk is om het apparaatterug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking).Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 2Het verpakkingsmateriaal. 2Het afdanken van het apparaat. 2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Algemeen. 9Specifieke kenmerken. 9Speciale programma’s (Zijde ,/WOL , Miniwas, Combinatiewas, Extra spoelen). 9/Licht strijken in de programma’s FIJNE WAS en Zijde. 9/Systeem extra water. 9Programma-actualisering (Update). 10Automatische trommelpositionering en trommelvergrendeling. 10Bedieningspaneel. 11Belangrijke bedieningselementen. 12Programmakeuzeschakelaar. 12Toetsen voor de extra functies. 12Toets "Centrifugeren" met controlelampjes. 12Vóór de eerste wasbeurt. 13Tips om energie te besparen. 14Zo wast u goed. 15Korte handleiding. 15Programma-overzicht. 16Het wasgoed onder de loep. 19Het vullen van de trommel en het doseren van wasmiddel. 20Het kiezen van een programma. 24Extra functies. 24Na afloop van het programma.
26Het bijvullen van de trommel. 27Het onderbreken van een programma. 28Het wijzigen van het gekozen programma. 28Het overslaan van een programmafase. 28Het wisselen van programma. 28Inhoudsopgave3.
Programmaverloop. 29Waskaart. 31Wasmiddelen. 33Het kiezen van wasmiddel. 33Wateronthardingsmiddel. 33Wasmiddelen met verschillende componenten. 33Wasverzachters en stijfsels. 34Automatisch spoelen met wasverzachter of stijfsel. 34Apart spoelen met wasverzachter of synthetisch stijfsel. 34Apart spoelen met stijfsel. 34Het ontkleuren en kleuren. 34Reiniging en onderhoud. 35Het reinigen van de wasautomaat. 35Het reinigen van de wasmiddellade. 35Het reinigen van pluizenfilter en filterhuis. 36Het reinigen van het watertoevoerzeefje. 38Nuttige tips. 39Het oplossen van problemen. 39Het programma begint niet. 39Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 40Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding. 41Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 42Problemen met openen en sluiten of krakende geluiden. 44Het openen van het deksel bij stroomuitval.
Ondeskundig uitgevoerde repa-raties kunnen onvoorziene risico’s voorde gebruiker opleveren, waarvoor defabrikant niet aansprakelijk kan wordengesteld. Reparaties mogen alleen doorerkende vakmensen van Miele wordenuitgevoerd. Wanneer er een storing wordt ver-holpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhoudenmag er geen elektrische spanning opde wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan één van devolgende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit de contactdoosis getrokken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.
Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. De wasautomaat mag alleen meteen nieuwe slangenset met toebe-horen op de waterleiding worden aan-gesloten. Een oude slangenset magniet opnieuw worden gebruikt. Controleer de slang met toebehoren re-gelmatig, zodat u deze wanneer dat no-dig is kunt vervangen en zo waterscha-de voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel bescha-digd is, moet de kabel door eenspeciale Miele-kabel worden vervang-en. GebruikDit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten.
Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden vol-daan. Plaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat. Zie hoofdstuk: "Het plaat-sen en aansluiten van de wasauto-maat", paragraaf: "Het verwijderen vande transportbeveiliging". Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (bijv. een putje) bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen.
Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.
Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde on-derdelen kunnen op hun beurt weerschade aan het wasgoed veroorzaken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.
Als u het wasmiddel op de juistemanier doseert is het niet nodig datu de wasautomaat ontkalkt. Mocht uwapparaat toch zo sterk verkalkt zijn, dathet beslist moet worden ontkalkt, ge-bruik daar dan speciale ontkalkings-middelen voor die een anti-corrosiemid-del bevatten.Deze middelen zijn verkrijgbaar via uwMiele-vakhandelaar of bij de afdelingOnderdelen van Miele Nederland B.V.Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig inhelder water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaat nooitreinigingsmiddelen die een oplos-middel bevatten, zoals wasbenzine.Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat beschadi-gen en kunnen er giftige dampenontstaan.
Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet.Textielverf moet geschikt zijn voorgebruik in de wasautomaat.Neem in ieder geval de aanwijzingenvan de fabrikant in acht.Ontkleuringsmiddelen bevattenzwavel en kunnen corrosie veroor-zaken.Deze middelen mogen niet in de was-automaat worden gebruikt.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8
Specifieke kenmerkenSpeciale programma’s (Zijde ,/WOL /, Miniwas, Combinatiewas,Extra spoelen)– Zijde /In dit programma kan met de handwasbaar, kreukgevoelig textiel wor-den gewassen waar geen wol in zit.– WOL /In dit programma kan met de handwasbaar textiel van wol of wolmeng-weefsels worden gewassen.– MiniwasIn dit programma kan een kleine hoe-veelheid licht vervuild textiel wordengewassen dat anders met de bontewas meegaat.– CombinatiewasIn dit programma kunnen stukkenwasgoed van verschillende soortentextiel worden gewassen, als zemaar wel dezelfde kleur hebben.– Extra spoelenIn dit programma kan wasgoed wor-den behandeld dat alleen maar moetworden gespoeld en gecentrifu-geerd.Licht strijken in de programma’sFIJNE WAS en Zijde /In deze programma’s wordt het was-goed bijzonder behoedzaam gewassenen gecentrifugeerd.
Daardoor kreukthet wasgoed minder en hoeft het min-der te worden gestreken.Systeem extra waterMet dit systeem is het mogelijk om meteen hogere waterstand te spoelen of tewassen en te spoelen.Bovendien is het mogelijk om voor hetprogramma WITTE WAS / BONTE WASeen extra spoelgang te kiezen.Algemeen9
Programma-actualisering (Update)Wasmiddelen, textiel, wasgewoontenen wasvoorschriften zullen in de toe-komst veranderingen ondergaan.De was- en spoelprogramma’s zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het wasprogrammate updaten en in het Novotronic-geheu-gen van uw wasautomaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampjevoor de watertoevoer (PC = ProgrammeCorrection).Miele zal zelf aangeven wanneer deprogramma’s kunnen worden geactuali-seerd.Automatische trommelpositioneringen trommelvergrendelingNa afloop van het programma draait detrommel automatisch in de stand waarinhij het makkelijkst kan worden geo-pend.Algemeen10
BedieningspaneelaToets "START"Met deze toets kunt u een waspro-gramma starten.bToetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties kiezen.Wanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje branden.Wanneer u een extra functie weeruitschakelt gaat het daarbij behoren-de controlelampje uit.cControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, "Spoelstop"en "Zonder centrifugeren"dToets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u een andercentrifugetoerental, "Spoelstop" of"Zonder centrifugeren" kiezen.eProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.fControlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.gAndere controlelampjesDeze controlelampjes geven eenprobleem aan.hToets "I-Aan/0-Uit"Met deze toets kunt u de wasauto-maat in- en uitschakelen en het pro-gramma onderbreken.iToets "Deksel"Met deze toets kunt u het deksel vande wasautomaat openen.Algemeen11
BelangrijkebedieningselementenProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u een basis-programma en een daarbij behorendetemperatuur kiezen.Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra functiesin- en uitschakelen.De extra functies dienen ter aanvullingvan de basiswasprogramma’s.Met de bovenste toets kunt u óf de ex-tra functieKortófVoorwasófInwekenkiezen.Met de onderste toets kunt u de extrafunctieExtra waterkiezen.Wanneer het controlelampje van eenfunctie brandt, betekent dat dat dezefunctie is gekozen.Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet toepasbaar zijn,kunt u niet inschakelen.Toets "Centrifugeren" metcontrolelampjesMet deze toets kunt u een centrifuge-toerental, "Spoelstop" of "Zonder centri-fugeren" kiezen.De controlelampjes geven aan wat ugekozen heeft.Het kiezen van een centrifugetoeren-talMet bovengenoemde toets kunt u hetcentrifugetoerental wijzigen.Max.toerentalBasiswasprogramma’s1200 WITTE WAS/BONTE WAS, Miniwas,Stijven, Pompen/CentrifugerenWOL, Extra spoelen900 KREUKHERSTELLEND, Combina-tiewas600 FIJNE WAS400 ZijdeHet maximale centrifugetoerental ver-schilt van programma tot programma.Kiest u een hoger toerental dan binnenhet gekozen wasprogramma mogelijkis, accepteert de automaat dat niet.Het kiezen van "Spoelstop" of "Zon-der centrifugeren"^Druk op deCentrifugeren- toets tot:– SpoelstopHet wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd en blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen.
Het was-goed kreukt dan minder wanneer uhet niet direct na afloop van het pro-gramma uit de trommel haalt.Wilt u het programma toch voortzet-ten, kies dan een centrifugetoerental.Wilt u het programma beëindigen,druk dan op deDeksel- toets, waar-na het water wordt weggepompt.Druk daarna opnieuw op deDeksel-toets.– Zonder centrifugerenHet wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd.Bij deze instelling vervalt ook hetcentrifugeren tussen de spoelgan-gen (het "spoelcentrifugeren").Algemeen12
Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten.Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan-sluiten van de wasautomaat".Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt kan erovermatige schuimvorming optreden.Draait u eerst een wasprogramma zon-der wasgoed en zonder wasmiddelwordt daarmee tegelijk het kogelventielgeactiveerd.
Het kogelventiel zorgt er-voor dat vanaf de eerste wasbeurtsteeds al het wasmiddel wordt gebruikt.^Draai de waterkraan open.^Druk deI-Aan/O-Uit- toets in.^Draai de programmakeuzeschake-laar op WITTE WAS / BONTE WAS40°C.^Druk op de START - toets.Na afloop van het programma is dewasautomaat klaar voor de eerstewasbeurt.Vóór de eerste wasbeurt13
–Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.– Was normaal en licht vervuild WIT enBONT WASGOED met een lageretemperatuur (75°C of 60°C).– Gebruik de programma’sCombina-tiewasofMiniwasvoor kleinere hoe-veelheden wasgoed.– Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende.– Gebruik voor sterk vervuild wasgoedde extra functieInweken.
Dan kunt uvoor de hoofdwas een lagere tempe-ratuur instellen.– Bij sterk vervuilde was kunt u inplaats van de extra functieVoorwasde extra functieInwekengebruiken.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.–Was licht vervuild wasgoed met deextra functieKort.– Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.– Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del. Bij halve belading kan ca. 1/3minder wasmiddel worden gebruikt.– Kies een hoger centrifugetoerentalwanneer u het wasgoed na het was-sen in de droger wilt drogen.– Door de beladingsautomaat en despoelautomaat kunnen de wastijdenvariëren.Afhankelijk van de hoeveelheid was-goed in de trommel kan de hoofdwaskorter zijn en kan één spoelgang ver-vallen.Tips om energie te besparen14
Lees daarom de uitgebreide pa-ragrafen: "Het wasgoed onder de loep","Het vullen van de trommel en het dose-ren van wasmiddel", "Het kiezen vaneen programma" en "Na afloop van hetprogramma" in dit hoofdstuk.Het wasgoed onder de loepAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet vullen van de trommel en het dose-ren van wasmiddelBSchakel de wasautomaat in.COpen het buitendeksel.DOpen het binnendeksel.EOpen de trommel.FVul de trommel.GSluit de trommel.HSluit het binnendeksel.IDoseer het wasmiddel.JSluit het buitendeksel.Het kiezen van een programmaKKies een programma.LKies het centrifugetoerental.MKies eventueel (een) extra functie(s).NDruk op de START - toets.Na afloop van het programmaOOpen het buitendeksel.POpen het binnendeksel.QOpen de trommel.RHaal het wasgoed er uit.SSluit de trommel.TSluit het binnendeksel.USluit het buitendeksel.VSchakel de wasautomaat uit.WDraai de programmakeuzeschake-laar opEinde.Welk textiel in welk programma kanworden gewassen, kunt u in het volgen-de programma-overzicht vinden.Zo wast u goed15
FIJNE WAS aTextielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels, kunst -zijde of kreukherstellend gemaakt katoen, bijv. overhem-den of blousesVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kanworden gewassen.Extra functies Inweken / Voorwas / KortBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder ("Lichtstrijken").–Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in eenprogramma met de extra functie "Voorwas" moetenworden gewassen.–Reduceer bij kreukgevoelige vitrage het centrifugetoe-rental of centrifugeer helemaal niet.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax. belading 1 kgZijde /Textielsoort Wasgoed van met de hand wasbaar, kreukgevoelig textielwaar geen wol in zitExtra functies Kort / Extra waterBijzondere tips In dit programma kreukt het wasgoed minder ("Licht–strijken").–Was panty’s en bh’s in een waszak.–Gebruik een fijnwasmiddel.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax.
Miniwas 7Textielsoort Licht vervuild wasgoed dat in het programma voor debonte was mag worden gewassenExtra functie Extra waterBijzondere tip –Doseer minder waspoeder. Dit programma heeft name-lijk een halve belading.Wasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelenMax. belading 2,5 kgCombinatiewas 72Textielsoort Wasgoed van katoenen en kreukherstellend textiel datnaar kleur is gesorteerdExtra functies Inweken / Voorwas / Kort / Extra waterWasmiddelen Universele wasmiddelen, Color-wasmiddelen en vloeiba-re wasmiddelenMax. belading 3 kgStijvenTextielsoort Tafellakens, servetten, schorten en beroepskledingBijzondere tip Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet–met wasverzachter nabehandeld zijn.Max. belading 5 kgExtra spoelenTextielsoort Wasgoed dat alleen maar moet worden uitgespoeld engecentrifugeerdMax.
Het wasgoed onder de loepAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken. Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.^Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen.
Het symbooldaarvoor is: .h^Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn. Dit is nog belangrijker voormoeilijke vlekken als thee-, koffie-, ei-en bloedvlekken.Neem de vlekken met een tissue af.Wrijf de vlekken er niet in!,Gebruik in geen geval chemi-sche (oplosmiddelhoudende) reini-gingsmiddelen in de wasautomaat!Zo wast u goed19
Het vullen van de trommel enhet doseren van wasmiddelBSchakel de wasautomaat in^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken.COpen het buitendeksel^door op deDeksel- toets te drukkenen het buitendeksel open te klappentotdat u weerstand voelt.ABinnendekselBSluiting van het binnendekselCWasmiddelladeDOpen het binnendeksel^door de sluiting naar voren te trek-ken.EOpen de trommel,Attentie! Beide helften van detrommelopening staan onder druk.^Houd met de ene hand de achterstehelft van de opening licht tegen.^Druk met de andere hand op het vei-ligheidsslot en druk(zie zwarte pijl) tegelijk de voorste helft van de ope-ning naar binnen totdat de openingontgrendeld is (zie witte pijlen).^Laat beide helften vervolgens lang-zaam naar boven komen.Zo wast u goed20
Daardoorwordt een beter wasresultaat bereikt enkan het wasgoed zich tijdens het centri-fugeren beter verdelen.Benut bij ieder programma dat u kiestde maximale beladingscapaciteit vande trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.Let erop dat wanneer de maximale be-ladingscapaciteit wordt overschreden,de wasresultaten tegenvallen en hetwasgoed sneller gaat kreuken.GSluit de trommel^Druk eerst de voorste en daarna deachterste helft van de opening naarbeneden, totdat de haken van devoorste helft in de gaten van de ach-terste helft grijpen en de helften dui-delijk zichtbaar vastklikken.,Doet u dat niet, dan kunnen ap-paraat en wasgoed beschadigd ra-ken.^Reinig regelmatig het rolletje aan delinker haak, zodat dit altijd soepelloopt.Zo wast u goed21
Let er op dat er geen wasgoed tus-sen de helften van de trommelope-ning vast komt te zitten.HSluit het binnendeksel^door de sluiting Dvan dit dekselnaar voren te trekken . . .^. . . en ervoor te zorgen dat dezegoed vastklikt E.Wanneer u het binnenste deksel nietgoed sluit dan kunt u geen program-ma starten en gaat het controle-lampjeOverdoseringsnel knippe-ren.Zo wast u goed22
IDoseer het wasmiddelHet is belangrijk om niet te weinig enniet te veel te doseren, want . . .. . . te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat:– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;– er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten;– er zich kalk in de kuip afzet.. . .
te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat:– er sterke schuimvorming optreedt,de waswerking daardoor gering enhet reinigings-, spoel- en centrifu-geerresultaat niet optimaal is;– er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast.^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak-jes.i= Vakje voor de voorwasWanneer u de extra functieVoorwashebt gekozen, neemdan 1/4van de totale aanbe-volen wasmiddelhoeveelheid.j= Vakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneeru deze extra functie hebtgekozen.§= Vakje voor wasverzachterof stijfselNadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".^Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen.JSluit het buitendekselZo wast u goed23
Het kiezen van een programmaKKies een programma^door de programmakeuzeschakelaarop de gewenste stand te zetten.LKies een centrifugetoerental^door zo vaak op deCentrifugeren-toets te drukken totdat het controle-lampje oplicht van het door u gewen-ste centrifugetoerental.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen. Wanneer u een hoger centrifu -getoerental kiest dan binnen het geko-zen wasprogramma mogelijk is,accepteert de automaat dat niet.Extra functiesMKies eventueel (een) extra func-tie(s)U kunt extra functies inschakelen alsdeze binnen het gekozen basispro-gramma mogelijk zijn.Van de extra functiesKort,VoorwasenInwekenkunt u er altijd maar één kie-zen.^Druk op de toets van de gewensteextra functie. Druk zo vaak op de bo-venste toets totdat het controlelampjevan de gewenste extra functie gaatbranden.Zo wast u goed24
KortVoor licht vervuild wasgoedWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt de programmaduur verkort.In de programma’s WITTE WAS /BONTE WAS, KREUKHERSTELLENDenCombinatiewaswordt er slechtstwee keer gespoeld.Deze twee spoelgangen worden meteen verhoogde waterstand uitgevoerd.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedInwekenVoor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door eiwithoudende vlekken(bijv.
bloed, vet, cacao).Wanneer u deze functie hebt ingescha-keld, dan gaat aan het eigenlijke was-programma een inweekprogrammavooraf.Op de toetsInwekenkan een inweektijdworden geprogrammeerd van minimaal30 minuten en maximaal 2 uur.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd is de inweektijd op 2 uur ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: "Het programmeren van aan-vullende functies", paragraaf: "Inwe-ken".Extra waterWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt er bij de wasprogramma’smeer water gebruikt.Er zijn vier mogelijkheden, die wordenuiteengezet in het hoofdstuk: "Het pro-grammeren van aanvullende functies",paragraaf: "Systeem extra water".Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd, wordt de eerste keer dat u deExtra water- toets indrukt de water-stand bij het wassen en spoelen ver-hoogd.NDruk op de START - toets.Het programma start.Aan het begin van het wasprogrammahoort u een kort krakend geluid.
Na afloop van het programmaOOpen het buitendeksel^door op deDeksel- toets te drukken^en het buitendeksel open te klappentotdat u weerstand voelt.POpen het binnendekselQOpen de trommelRHaal het wasgoed er uitKijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen. Anders loopt u het risico dat zebij de volgende wasbeurt krimpen ofafgeven.SSluit de trommelTSluit het binnendekselAnders bestaat het gevaar dat er voor-werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.USluit het buitendekselVSchakel de wasautomaat uit^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken.WDraai de programmakeuzeschake-laar op de standEinde.Draai de waterkraan dicht.Zo wast u goed26
Het bijvullen van de trommelU kunt bij alle programma’s nog was-goed in de trommel leggen of wasgoeduit de trommel halen, nadat u het pro-gramma heeft gestart.^Druk 1 x op deDeksel- toets.Nu draait de trommel in de positiewaarin hij kan worden geopend.Daarbij knipperen afwisselend het con-trolelampjeSpoelstopen het controle-lampjeZonder centrifugeren.Wanneer deze controlelampjes nietmeer knipperen en de trommel vergren-deld is kunt u het deksel openen.
Devergrendeling gaat gepaard met eenkrakend geluid.^Druk opnieuw op deDeksel- toets.^Open het buitendeksel totdat u weer-stand voelt.^Open het binnendeksel.^Open de trommel.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de trommel.^Sluit het binnendeksel goed.^Sluit het buitendeksel.Het programma gaat automatisch ver-der.De wasautomaat kan niet meer wor-den geopend wanneer:– de temperatuur van het sop bovende ligt;55°C –de programmafaseCentrifugerenisbereikt.Zo wast u goed27
Het onderbreken van eenprogramma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^schakel de wasautomaat dan met deI-Aan/0-Uit- toets weer in.Het wijzigen van het gekozenprogrammaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen.– U kunt te allen tijde het centrifuge-toerental wijzigen, voor zover dat hetmaximum toerental van het gekozenprogramma niet overschrijdt.– U kunt max. 6 minuten nadat het ge-kozen programma is gestart een an-dere temperatuur kiezen.Nadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.Wordt de programmakeuzeschakelaarna de start van het programma toch opeen ander programma gedraaid, heeftdat geen invloed op het programmaver-loop.
Het controlelampjeEindebegintte knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma wordt gedraaid dateerst was ingesteld.Het overslaan van eenprogrammafase^Draai de programmakeuzeschake-laar opEinde.Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,^draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Het wisselen van programma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.^Kies een ander programma.^Druk op de START - toets.Zo wast u goed28
ProgrammaverloopDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en het soort textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.
De elektroni-ca van de wasautomaat kan de hoe-veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge-pompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma’s dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma’s slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes voor het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro -gramma zich op dat moment bevindt.WITTE WAS / BONTE WASHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: laagSpoelgangen: 3 of 41)CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaKREUKHERSTELLENDHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 3Pendelspoelen3): vanaf 40°CCentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaFIJNE WASHoofdwasWaterstand: hoogWasritme: normaalSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 3CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZijde /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: zijdeSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZo wast u goed29
WOL /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: wolSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaMiniwasHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaCombinatiewasHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 3CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaStijvenWaterstand: laagWasritme: normaalEindcentrifugeren: jaExtra spoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 2Eindcentrifugeren: jaNadere bijzonderheden over het pro-grammaverloop:1) Een vierde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer:– er teveel schuim in de trommel zit;– er een lager centrifugetoerental isgekozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugerenis gekozen.2) Centrifugeren tussen de spoelgangenHet wasgoed wordt tussen de spoel-gangen gecentrifugeerd.Tussen de spoelgangen wordt niet ge-centrifugeerd wanneerZonder centrifu-gerenis gekozen.3) PendelspoelenAan het einde van de hoofdwas koelthet sop in fases af door in- en wegstro-mend water.Dat vermindert het risico dat het was-goed gaat kreuken.Zo wast u goed30
In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht. Het mag niet wordenverward met een garantie hoe het tex-tiel zich in het gebruik zal gedragen.Het behandelingsetiket waarborgt dathet textielproduct bij de aanbevolen be-handeling lijdt.geen schade Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren. Het mag nietteveel krimpen of vervormen, de lijmenmogen niet loslaten en bij de eerste vierkeer reinigen zijn ontleding, smelten,vergelen, pillen en blijvende kreukelsontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.De waskaart is als handige sticker bijde VTWS verkrijgbaar.
U kunt deze stic -ker op uw Miele-wasautomaat plakken.Meer informatie over textiel en de reini-ging ervan treft u aan in het boekje"Textiel ABC". Ook dit boekje kunt u bijde VTWS verkrijgen en wel door over-making van f 17,- op gironummer666402 t.n.v. VTWS in Delft.Het telefoonnummer van de VTWS is015 - 261 12 05.Zo wast u goed32
Ook vloeibare, compac-te (geconcentreerde) wasmiddelen,tabletten en wasmiddelen met verschil-lende componenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes gebrui-ken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en voor de dose-ring van de wasmiddelen bij volle bela-ding kunt u vinden op de wasmiddel-verpakking.De dosering is van verschillende fac-toren afhankelijk.– De hoeveelheid wasgoed– De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.– De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitsehardheid°dHI Zacht 0 - 10II Gemiddeld 10 - 16III Hard totzeer hard> 16WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.
Wasverzachters en stijfselsMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met andere stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Automatisch spoelen metwasverzachter of stijfsel^Doseer de wasverzachter of het (syn -thetische) stijfsel in vakje .
pDoseerniet hoger dan de pijl.De wasverzachter of het (synthetische)stijfsel wordt automatisch met het laat-ste spoelwater in de trommel gespoeld.Aan het einde van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakjepstaan.Wanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral het kanaal voor dewasverzachter en de zuighevel.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd", paragraaf: "Het reinigen vande wasmiddellade".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of het syn -thetische stijfsel in vakje .p^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfsel^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Het ontkleuren en kleuren^Gebruik geen ontkleuringsmiddelenin de wasautomaat.^Neem bij gebruik van kleurmiddelenbeslist de aanwijzingen van de fabri-kant in acht.Wasmiddelen34
,Haal vóórdat u de wasautomaateen reinigings- of onderhoudsbeurtgeeft de spanning van het apparaat.Het reinigen van dewasautomaat^Reinig de wasautomaat met een mildreinigingsmiddel of sopje.Wrijf de automaat daarna met eenzachte doek droog.^Reinig de wastrommel met een reini-gingsmiddel voor roestvrij staal.Het reinigen van de wasmiddelladeVerwijder eventuele resten wasmiddelregelmatig.^Trek de wasmiddellade naar buiten.^Trek het bakje voor de wasverzachteren de zuighevel uit de wasmiddella-de (zie pijl).^Reinig de wasmiddellade, het was-verzachterbakje en de zuighevel metwarm water.^Reinig ook het pijpje, waar de zuig-hevel overheen wordt geschoven.,Gebruik geen oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen, schuur-middelen, glas- of allesreinigers.Deze kunnen namelijk kunststof op-pervlakken en andere onderdelenbeschadigen.Spuit de wasautomaat in geen gevalmet een waterspuit schoon.Reiniging en onderhoud35
Het reinigen van pluizenfilteren filterhuisControleer het pluizenfilter in het beginna 3 à 4 wasbeurten. Zo kunt u nagaanhoe vaak u het filter moet reinigen.Bij een gewone reinigingsbeurt stroomter 2 l water weg.Wanneer de afvoer is verstopt, bevindtzich een vrij grote hoeveelheid water inde automaat .(max. 25 l),Wees voorzichtig! Het water isheet, wanneer kort daarvoor op eenhoge temperatuur is gewassen. Ukunt zich aan het water branden!^Open het klepje met de gele openerdie bij de automaat is geleverd.^Zet een bak of schaal onder hetklepje.^Draai het pluizenfilter los door degreep van het filterdeksel om tedraaien.Draai het filter er echter niet uit.Maak de schaal of bak net zo vaakleeg, totdat er geen water meer uit deautomaat loopt. Draai, wanneer u daar-bij de waterstroom wilt onderbreken,het deksel van het pluizenfilter weervast.Reiniging en onderhoud36
Wanneer er geen water meer uit de au-tomaat loopt,^draai het pluizenfilter er dan helemaaluit.^Reinig het filter grondig.^Controleer of de pompschoepvleugelgemakkelijk rond te draaien is.Is dat niet het geval zitten er waar -schijnlijk knopen, muntjes en/of dradenin het filterhuis.^Verwijder deze.^Reinig het filterhuis.^Reinig de schroefdraad in het filter-huis en aan het pluizenfilter.Aan de schroefdraad mogen zichgeen kalkaanslag en wasmiddelres-ten bevinden.^Zet het pluizenfilter weer in het filter-huis en draai het vast.,Wordt het pluizenfilter niet terug-gezet en vastgedraaid, dan loopt erwater uit het apparaat.Attentie:Om te voorkomen dat er onnodig veelwasmiddel wordt verbruikt moet u nade reiniging:^ca. 2 l water door de wasmiddelladespoelen.Het kogelventiel is weer actief.Reiniging en onderhoud37
Het reinigen van hetwatertoevoerzeefjeDe wasautomaat heeft één zeefje terbescherming van de watertoevoerklep.Dit zeefje aan het vrije uiteinde van dewatertoevoerslang moet u ongeveer 1keer in het half jaar controleren. Wan-neer de watertoevoer vaak wordt on-derbroken moet u misschien vaker con-troleren.^Draai de waterkraan dicht.^Schroef de toevoerslang van de wa-terkraan.^Trek het rubberen dichtingsringetje 1uit de groef.^Pak het kunststof zeefje met een2 combinatie- of punttang aan de op-staande rand in het midden vast entrek het eruit.^Reinig het kunststof zeefje.^Monteer alles weer in omgekeerdevolgorde.^Schroef de slang stevig aan de kraanvast.^Draai de kraan open.^Draai de schroefkoppeling nog watvaster aan als er nog water uitloopt.Het zeefje nadat het is gereimoet -nigd weer worden teruggeplaatst.Reiniging en onderhoud38
Het oplossen van problemen . . .De meeste problemen waar u in het dagelijks gebruik mee te maken zou kunnenkrijgen kunt u zelf oplossen.In al die gevallen hoeft u de Technische Dienst niet te bellen en kunt u tijd en kos-ten besparen.De volgende tabellen helpen u om de oorzaken van een probleem te vinden en uitde wereld te helpen. Bedenk echter:,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door erkende vakmen-sen worden uitgevoerd.
Gebeurt dit niet, dan kan de gebruiker grote risico’s lo-pen.Om het u makkelijker te maken het probleem waar u mee te maken heeft en debijbehorende oplossing snel in de tabellen te vinden, hebben wij de problemeningedeeld in de volgende hoofdstukken:– Het programma begint niet– Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding– Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding– Algemene problemen of een tegenvallend resultaat– Problemen met openen of sluiten en krakende geluiden.Het programma begint nietFoutmelding Mogelijke oorzaak OplossingHet controlelampjeEindebrandt niet of de START -toets knippert niet.Er staat geen stroom ophet apparaat.Controleer of–de stekker goed in decontactdoos zit;–de zekering in orde is.Nadat u het programmaPompen/Centrifugerenheeft gekozen en op deSTART - toets heeft ge-drukt, begint het pro-gramma niet.De wasautomaat is nietklaar voor gebruik.Maak de wasautomaatklaar voor gebruik zoalsbeschreven in het hoofd-stuk: "Vóór de eerste was-beurt".Nuttige tips39
Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmeldingFoutmelding Mogelijke oorzaak OplossingHet controlelampjeWa-terafvoerknippert.De waterafvoer is geblok-keerd.Reinig het pluizenfilter enhet filterhuis.De waterafvoerslang ligtte hoog.De maximale opvoerhoog-te is 1m.Het controlelampjeWa-tertoevoerknippert.De watertoevoer is ge-blokkeerd.Draai de waterkraanopen.Het zeefje in de watertoe-voer is verstopt.Reinig het zeefje.In het programmaver-loop knippert het con-trolelampjeInw/Voor-wassenofSpoelen.Er is sprake van een de-fect.Start het programma nogeen keer.Volgt dezelfde foutmel-ding, neem dan contactop met de TechnischeDienst.ASchakel om de foutmelding uit te schakelen de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit en draai de programmakeuzeschakelaar op standEinde.Nuttige tips40
Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt eenfoutmeldingFoutmelding Mogelijke oorzaak OplossingHet controlelampjeWa-terafvoerknippert.Het water wordt nietgoed afgevoerd.Reinig het pluizenfilter ofhet filterhuis.Het controlelampjeWa-tertoevoerknippert.Het water wordt nietgoed toegevoerd.Controleer of–de waterkraan ver ge-noeg is opengedraaid;–er knikken in de toevoer-slang zitten.Het zeefje in de water-toevoerslang is vuil.Reinig het zeefje.Het controlelampjeOverdoseringbrandt.Er heeft zich tijdens hetwasprogramma teveelschuim gevormd.Gebruik de volgende keerminder wasmiddel enneem de doseeraanwij-zingen op de wasmiddel-verpakking in acht.In het programmaver-loop knippert het contro-lelampjeWassen.Er is sprake van eendefect.Start het programma nogeen keer.Volgt dezelfde foutmelding,neem dan contact op metde Technische Dienst.In het programmaver-loop knippert het contro-lelampjePompen / Cen-trifugeren.Er is na de laatste spoelgang niet gecentrifugeerd.De wasautomaat is gehinderd geweest door een tegrote onbalans.In het programmaver-loop knippert het contro-lelampjeEinde.Nadat het gekozen programma is gestart, is de pro-grammakeuzeschakelaar op een ander programmagedraaid.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele W 1620 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine