Miele PWM 507 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele PWM 507 (104 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 55 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele PWM 507 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | PWM 507 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 100000 g |
| Breedte: | 605 mm |
| Diepte: | 714 mm |
| Hoogte: | 850 mm |
| Type lader: | Voorbelading |
| Trommelinhoud: | 64 l |
| Uitgestelde start timer: | Ja |
| Startvertraging: | 24 uur |
| Resterende tijd indicatie: | Ja |
| Geluidsniveau: | 72 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | A |
| Gewicht verpakking: | 104000 g |
| Energieverbruik wassen: | - kWu |
| Waterconsumptie per cyclus: | 37 l |
| Centrifuge-droger klasse: | A |
| Geluidsniveau (wassen): | - dB |
| Onbalanscontrolesysteem: | Ja |
| Maximale centrifugesnelheid: | 1600 RPM |
| Stroom: | 16 A |
| Geluidsemissieklasse: | A |
| Geluidsniveau bij centrifugeren: | - dB |
| Energieverbruik per 100 cycli: | 45 kWu |
| Watertoevoer: | Cold,Hot |
| Verlichting in trommel: | Ja |
| Deur openingshoek: | 167 ° |
| Deurdiameter: | 300 mm |
| Nominale capaciteit: | 7 kg |
| AC-ingangsspanning: | 400 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
Handleiding Miele PWM 507 – volledige tekst
Inhoud2 Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu. 6 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7 Bediening van de wasautomaat. 15 Bedieningspaneel. 15 Symbolen op het bedieningspaneel. 16 Symbolen in het display. 17 Sensortoetsen en touchscreen met sensortoetsen. 18 Basismenu. 18 Voorbeelden voor de bediening. 19 Eerste ingebruikneming. 20 Tips om energie en water te besparen. 25 Gebruik van wasmiddelen. 25 1. Wasgoed voorbereiden. 26 2. Trommel vullen. 27 3. Programma kiezen. 28 4. Programma-instellingen kiezen. 29 5. Wasmiddel doseren. 31 Apart spoelen met wasverzachter of appreteermiddel. 32 Apart spoelen met stijfsel. 32 6. Programma starten – einde programma. 35 Voorprogrammering. 36 Programma-overzicht. 37 Speciale programma's. 39 Programmapakketten. 41 Extra functies. 48 Voorwas. 48 Inweken. 48 Voorspoelen. 48 Voorstrijken. 48 Spoelen plus.
Inhoud3 Programmaverloop wijzigen. 50 Programma wijzigen. 50 Programma afbreken. 50 Wasautomaat inschakelen na een stroomstoring. 50 Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen. 51 Wasmiddelen. 52 Het juiste wasmiddel. 52 Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) nr. 1015/2010. 52 Reiniging en onderhoud. 53 Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 53 Wasmiddellade reinigen. 53 Trommel, kuip en afvoersysteem reinigen. 55 Zeefjes watertoevoer reinigen. 55 Nuttige tips. 57 Het oplossen van problemen. 57 U kunt geen wasprogramma starten. 57 Afbreking programma en foutmelding. 58 In het display verschijnt een foutmelding. 59 Een tegenvallend wasresultaat. 60 Algemene problemen met de wasautomaat. 61 De deur kan niet worden geopend. 63 Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 64 Service. 67 Contact bij storingen. 67 EPREL-databank.
Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu6Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.
Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Deze wasmachine voldoet aan de geldende veiligheidsvoor-schriften. Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiëleschade tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u dewasmachine in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan dewasmachine.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wasma-chine en de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen enop te volgen.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar.Als meerdere personen de wasmachine bedienen, moeten de vei-ligheidsvoorschriften en waarschuwingen voor deze personen toe-gankelijk worden gemaakt en/of worden uitgelegd.Verantwoord gebruik De wasautomaat is uitsluitend bestemd voor wasgoed dat volgenshet wasetiket geschikt is voor machinaal wassen. Ieder ander ge-bruik kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wordengesteld voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik voor anderedoeleinden dan hier aangegeven of door foutieve bediening. De automaat moet overeenkomstig de gebruiksaanwijzing wordengebruikt, regelmatig worden onderhouden en de werking moet regel-matig worden gecontroleerd. De wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnenshuis.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Deze wasautomaat mag ook in openbare ruimtes worden ge-bruikt. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijke persoon. Kinderen onder 8 jaar mogen alleen in de buurt van de wasauto-maat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze dit veilig moeten bedienen. Dekinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutievebediening. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dewasautomaat bevinden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Technische veiligheid Controleer het apparaat voordat u het installeert en in gebruikneemt op zichtbare schade. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geïnstalleerd en in gebruik genomen. De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Het is belangrijk dat wordt nagegaan of aan deze fundamentele vei-ligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat in geval van twijfel de huisinstal-latie door een vakman inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordtveroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bij-voorbeeld door een elektrische schok). Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor degebruiker. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden ge-steld.
Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door vakmensendie door Miele zijn geautoriseerd, anders kan bij eventuele schadegeen aanspraak op de garantie worden gemaakt. Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan. In geval van een storing of bij reinigings- en onderhoudswerk-zaamheden is de automaat alleen spanningsvrij als: - de stekker uit de contactdoos is getrokken of - de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uitgeschakeld is of - de betreffende zekering van de huisinstallatie er helemaal uitge-draaid is.Zie ook het hoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aanslui-ting”.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eendoor Miele erkende vakkracht worden vervangen om gevaren voorde gebruiker te voorkomen. De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op dewaterleiding worden aangesloten. Een oude slangenset mag niet op-nieuw worden gebruikt. Controleer de slangensets regelmatig. Ukunt deze dan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze onderdelen kan Miele garande-ren dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die Miele aan deproducten stelt. Het apparaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoos ofiets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in verbandmet gevaar voor oververhitting. Als u het apparaat voor professionele doeleinden gebruikt, moet ualle betreffende voorschriften in acht nemen. Wij adviseren u, het ap-paraat periodiek door een deskundige te laten controleren (bijvoor-beeld door Miele).
De resultaten van de controles moeten in het zo-genaamde machinevolgboek worden vastgelegd (verkrijgbaar bijMiele). Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt. Volg de aanwijzingen uit de hoofdstukken “Installatie” en “Tech-nische gegevens”. Als de wasautomaat een stekker heeft, zorg er dan voor dat u al-tijd bij de stekker kunt komen om de spanning van de wasautomaatte halen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als er sprake is van een vaste aansluiting, moet de wasautomaatvia een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen wor-den losgekoppeld. Deze wasmachine heeft een speciale lamp vanwege speciale ver-eisten (bijvoorbeeld betreffende temperatuur, vochtigheid, chemi-sche bestendigheid, slijtvastheid en trillingen). Deze verlichting magalleen voor de bedoelde toepassing worden gebruikt. De verlichtingis niet geschikt voor de verlichting van het vertrek. De lamp mag uit-sluitend door een vakman/vakvrouw of door een technicus van Mieleworden vervangen.
Deze wasmachine heeft een 1 lichtbron met energie-efficiëntieklasseG. De wasautomaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren,als deze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Het recht op garantie vervalt wanneer de wasmachine wordt her-steld door technici die niet door Miele zijn erkend.Veilig gebruik De maximale beladingscapaciteit is 7,0kg (droog wasgoed). Debeladingscapaciteit voor de specifieke programma's vindt u in hethoofdstuk “Programma-overzicht”. Plaats uw wasautomaat niet in een vorstgevoelige ruimte. Bevro-ren slangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid vande elektronische besturing kan door temperaturen onder het vries-punt afnemen. Verwijder voor de ingebruikneming de transportbeveiliging aan deachterkant van de wasautomaat (zie hoofdstuk: “Installatie”, para-graaf: “Transportbeveiliging verwijderen”).
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Sluit de waterkraan als u langere tijd afwezig bent (bijvoorbeeld tij-dens vakanties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaatgeen afvoer in de vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Overstromingsgevaar! Controleer vóórdat u de waterafvoerslang ineen wastafel of wasbak hangt of het water snel genoeg wegstroomt.Zorg ervoor dat de slang niet kan wegglijden. De slang kan andersdoor de kracht van het wegstromende water uit de wastafel of was-bak worden gedrukt. Voorkom dat vreemde voorwerpen (spijkers, naalden, munten, pa-perclips, etc.) in de wasautomaat terechtkomen. Dergelijke voor-werpen kunnen de automaat beschadigen (zoals de kuip en de was-trommel). Beschadigde onderdelen kunnen op hun beurt het was-goed beschadigen. Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, hoeft u de was-automaat niet te ontkalken.
Moet u toch ontkalken, gebruik dan eenontkalkingsmiddel dat een anti-corrosiemiddel bevat. Een geschiktontkalkingsmiddel is verkrijgbaar bij uw Miele-vakhandelaar en bijMiele. Volg de aanwijzingen op de verpakking nauwkeurig op. Controleer of wasgoed, dat met reinigingsmiddel behandeld is,dat oplosmiddel bevat, in de wasautomaat mag worden gewassen.Criteria voor deze controle zijn de waarschuwingen, de milieuvrien-delijkheid van de producten en verdere gegevens. Gebruik nooit reinigingsmiddelen die oplosmiddelen bevatten (zo-als wasbenzine) in de wasautomaat. Onderdelen van de automaatkunnen beschadigd raken en er kunnen giftige dampen vrijkomen. Erbestaat brand- en explosiegevaar. Bewaar en gebruik in de buurt van de automaat geen benzine, pe-troleum of andere licht ontvlambare stoffen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken. Ontkleuringsmiddelen mogen niet in de was-automaat worden gebruikt. Voorkom dat de roestvrijstalen oppervlakken (front, deksel, om-manteling) in aanraking komen met vloeibare reinigings- en desinfec-tiemiddelen die chloor of natriumhypochloride bevatten. Deze mid-delen kunnen op het roestvrije staal corrosie veroorzaken. Agressie-ve chloordampen kunnen eveneens corrosie tot gevolg hebben.
Be-waar geopende verpakkingen van deze middelen daarom niet in deonmiddellijke omgeving van het apparaat. Voor de reiniging van het apparaat mag geen hogedrukreiniger ofwaterstraal worden gebruikt. Let bij gebruik en combinatie van speciale reinigingsmiddelen enspeciale producten op de aanwijzingen van de betreffende fabrikant.Gebruik het middel alleen voor de toepassingen die door de produ-cent zijn aangegeven. Hiermee voorkomt u materiaalschade eneventuele heftige chemische reacties. Als u wasmiddelen in de ogen krijgt, spoel deze dan onmiddellijkuit met veel lauw water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u hetmiddel per ongeluk inslikt.
Personen die een beschadigde of gevoeli-ge huid hebben, kunnen beter niet met het wasmiddel in aanrakingkomen. Wanneer u wasgoed toevoegt of verwijdert tijdens de hoofdwas,kunt u in contact komen met wasmiddel, vooral als het wasmiddelvan buitenaf wordt gedoseerd. Grijp voorzichtig in de trommel. Spoelbij huidcontact het wasmiddel onmiddellijk af met lauw water.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14Accessoires Gebruik alleen originele Miele onderdelen. Als andere onderdelenworden bevestigd of ingebouwd, vervalt het recht op garantie eneventueel de garantie en/of productaansprakelijkheid. Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld. Plaats het tussenstuk dat bedoeld is voorde betreffende droog- en wasautomaat. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Leter dan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past. Miele geeft u na afloop van de productie van de wasmachine eenleveringsgarantie van 15jaar voor onderdelen.Als de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet worden op-gevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor schadedie daarvan het gevolg is.
Bediening van de wasautomaat15BedieningspaneelaSensortoets TaalMet deze toets kunt u de displaytaalvoor de gebruiker kiezen.Na afloop van het programma wordtweer de exploitatietaal weergege-ven.bTouchscreen met sensortoetsenHet display toont het gekozen pro-gramma.Met de sensortoetsen in het touch-screen worden de programma-in-stellingen gekozen.cSensortoets Terug Hiermee gaat u een niveau terug inhet menu.dSensortoets Start/StopMet deze toets kunt u het gekozenprogramma starten en een gestartprogramma beëindigen.eOptische interfaceVoor de servicedienstfProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u eenwasprogramma kiezen.U kunt de programmakeuzeschake-laar rechts- en linksom draaien.gToetsMet deze toets kunt u de wasmachi-ne in- en uitschakelen.De wasmachine wordt automatischuitgeschakeld om energie te bespa-ren.
Bediening van de wasautomaat17Symbolen in het displayTemperatuur: met de sensortoets Temperatuur kunt u de temperatuurvan het wasprogramma instellen.Toerental: met de sensortoets Toerental kunt u het centrifugetoerentalvan het wasprogramma instellen.Extra functies: met de sensortoets Extra functies kunt u extra functies bijeen wasprogramma kiezen.Voorwas: met de sensortoets Voorwas kunt u de extra functie Voorwasbij een wasprogramma kiezen.Voorstrijken: met de sensortoets Voorstrijken kunt u de extra functieVoorstrijken bij een wasprogramma kiezen.Inweken: met de sensortoets Inweken kunt u de extra functie bijInwekeneen wasprogramma kiezen.Spoelen plus: met de sensortoets kunt u een extra spoel-Spoelen plusgang bij een wasprogramma kiezen.Meer opties: met de sensortoets kunt u verdere “Opties” in-Meer optiesstellen.CapDosing: met de sensortoets CapDosing kunt u de wasmiddeldose-ring met behulp van een capsule kiezen.Exploitatieniveau: met de sensortoets kunt u de instel-Exploitatieniveaulingen van de wasmachine veranderen.Voorprogrammering: met de sensortoets Voorprogrammering kunt u destarttijd van een programma……of de eindtijd…of de tijd tot de start van het programma instellen.
U kunt het volu-me van het toetssignaal veranderen ofuitschakelen (zie hoofdstuk: “Exploita-tieniveau”).Door puntige of scherpe voor-werpen, zoals pennen, kunnen erkrassen op het bedieningspaneelmet de sensortoetsen en het touch-screen ontstaan.Tip het bedieningspaneel en het dis-play alleen met uw vingers aan.BasismenuHet basismenu van een wasprogrammatoont, afhankelijk van het programma,verschillende waarden.Bij programma's met vaste tempera-tuurinstelling:1600 Bonte was60°C h0:59 - het gekozen programma met de inge-stelde temperatuur - de programmaduur - het ingestelde centrifugetoerental - de te kiezen extra functies - meer opties, die u kunt kiezen, en deinstellingen van het exploitatieniveauBij programma's met een variabele tem-peratuurinstelling:1000 Sportkleding 0:37 h60°C - het gekozen programma - de programmaduur - de ingestelde temperatuur - het ingestelde centrifugetoerental - de te kiezen extra functies - meer opties, die u kunt kiezen, en deinstellingen van het exploitatieniveau
Bediening van de wasautomaat19Voorbeelden voor de bedieningKeuzemenu'sDe pijlen en rechts in het display geven aan dat een keuzemenu ter be-schikking staat.Taaldeutschčeštinaenglish(AU)danskDoor sensortoets aan te tippen gaatu naar beneden in het keuzemenu.
Doorsensortoets aan te tippen gaat u naarboven in het keuzemenu.Aan de scrollbalk kunt u zien dat ermeer keuzemogelijkheden volgen.De gekozen waarde wordt door een ka-der gemarkeerd.Tip de gewenste waarde aan om dezete selecteren.Eenvoudige selectieAls er geen pijlen te zien zijn, kunt u al-leen de getoonde waarden kiezen.Toerental800100040001200 1600De gekozen waarde wordt door een ka-der gemarkeerd.Tip de gewenste waarde aan om dezete selecteren.Waarden instellenU kunt een waarde wijzigen met de pij-len en boven of onder de te wij- zigen cijfers.Einde om(vandaag)10OK25:Tip de pijlen en aan en bevestig de instelling met sensortoets .OKEen submenu verlatenU verlaat het submenu met de sensor-toets Terug .Als u in een submenu een waarde kiesten de keuze niet met bevestigt,OKwordt deze waarde als u sensortoets kiest, niet ingesteld.
Eerste ingebruikneming20 Schade door onjuist plaatsen enaansluiten.Het onjuist plaatsen en aansluitenvan de wasautomaat leidt tot ern-stige materiële schade.Lees het hoofdstuk: “Installatie”.Trommel leegmakenIn de trommel kan een bocht voor deafvoerslang en/of montagemateriaal lig-gen. Open de deur. Neem de bocht en het montagemate-riaal uit de trommel. Zwaai de deur voorzichtig dicht.Wasautomaat inschakelen Druk op de toets .Het startdisplay licht op.Bij de eerste ingebruikneming wor-den de instellingen voor het dagelijksgebruik van de wasautomaat vastge-legd. Enkele instellingen kunnen uit-sluitend tijdens de eerste ingebruik-neming worden gewijzigd.
Daarnakunnen deze alleen nog door eentechnicus van Miele worden gewij-zigd.Voer de eerste ingebruikneming ge-heel uit.De instellingen zijn ook beschreven inhet hoofdstuk “Exploitatieniveau”.Displaytaal instellenU wordt verzocht, de gewenste dis-playtaal in te stellen. U kunt de taal opelk gewenst moment aanpassen (ziehoofdstuk: “Exploitatieniveau”, para-graaf: “Taal”).Taaldeutschčeštinaenglish(AU)dansk Loop met de sensortoeten en door de talen, totdat de gewenstetaal in het display verschijnt. Tip de sensortoets van de gewenstetaal aan.De gekozen taal is gemarkeerd met eenkader en het display gaat naar de vol-gende instelling.
Eerste ingebruikneming22Programmapakketten kiezenProgram.-pakkettenSportOutdoor Loop met de sensortoeten en door de programmapakketten, totdathet gewenste pakket in het displayverschijnt. Tip de sensortoets van het program-mapakket aan.Het display toont de bijbehorende pro-gramma's.De geactiveerde programma's zijn ge-markeerd met een kader.SportSportschoenenOKKeuze bevestigen Tip de sensortoets van de program-ma's aan.De programma's worden geactiveerd(kader) of gedeactiveerd (geen kader).
Bevestig met sensortoets .OKHet display toont nu weer de program-mapakketten.Program.-pakkettenDesinfectieVerder Kies nog meer programmapakkettenof bevestig de keuze met sensortoetsVerder.Het display gaat naar de volgende in-stelling.Muntautomaat installerenAls u een muntautomaat wilt installeren,lees dan het hoofdstuk “Exploitatieni-veau”, paragraaf “Betaalsysteem”.Als u geen muntautomaat wilt installe-ren, kunt u de installatie van de munt-automaat overslaan.Betaal-systeemGeenbetaalsysteemProgramma-gestuurd Tip sensortoetsGeen betaalsysteemaan.Het display gaat naar de volgende in-stelling.
Eerste ingebruikneming23Water voorwas kiezenWatervoorwas Koud Warm Tip sensortoets aan als de was-koudautomaat alleen op koud water isaangesloten of , als de wasauto-warmmaat op koud en warm water is aan-gesloten.Het display gaat naar de volgende in-stelling.Water hoofdwas kiezenWaterhoofdwas Koud Warm Tip sensortoets aan als de was-koudautomaat alleen op koud water isaangesloten of , als de wasauto-warmmaat op koud en warm water is aan-gesloten.In het display verschijnt nog meer infor-matie.Transportbeveiliging verwijde-renIn het display verschijnt een tekst om uaan het verwijderen van de transportbe-veiliging te herinneren. Schade doordat de transportbe-veiliging niet verwijderd is.Als de transportbeveiliging niet ver-wijderd wordt, kan dit schade ver-oorzaken aan de wasautomaat en demeubels/apparaten die ernaaststaan.Verwijder de transportbeveiliging.
Eerste ingebruikneming24Ingebruikneming afsluitenOm de ingebruikneming af te sluiten,moet u het programma Witt/Bonte was60°C zonder wasgoed en zonder was-middel starten.Als de stroom voor de start van heteerste wasprogramma wordt onder-broken (bijv. door het uitschakelen metde toets ) kan de eerste ingebruik-neming nog een keer worden uitge-voerd. Als een wasprogramma langer dan20minuten bezig is, vindt er geennieuwe eerste ingebruikneming plaats. Draai de waterkranen open. Zet de programmaschakelaar op Witte/Bonte was 60 °C.1600 Bonte was60°C h0:59 Tip sensortoets aan.Start/StopNa afloop van het programma is deeerste ingebruikneming afgerond.Als er ook desinfectieprogramma'szijn ingeschakeld, moet u eerst hetprogramma Thermische desinfectieuitvoeren met een geschikt wasmid-del, maar zonder belading.
Tips om energie en water te besparen25Energie- en waterverbruik - Maak zoveel mogelijk gebruik van demaximale belading van een waspro-gramma. Het energie- en waterver-bruik zijn dan, vergeleken met de to-tale hoeveelheid wasgoed, het laagst. - Programma's die efficiënter zijn inenergie- en waterverbruik hebbenmeestal een langere programmaduur.Door de verlenging van de program-maduur kan de bereikte wastempera-tuur worden verlaagd bij een con-stant wasresultaat.Het programma heeft bij-ECO40-60voorbeeld ene langere programma-duur dan het programma Witte/Bontewas 40°C of 60°C. Het programmaECO40-60 is echter efficiënter quaenergie- en waterverbruik. - Gebruik het programma voorExpresskleinere hoeveelheden licht vervuildwasgoed. - Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, (bijv. 20°C). Maak gebruikvan die mogelijkheid om energie tebesparen.
- Wanneer er regelmatig met lage tem-peraturen en/of een vloeibaar was-middel wordt gewassen, bestaat hetgevaar dat er zich in de wasmachineziektekiemen en geurtjes ontwik-kelen. Voor de hygiëne in de wasma-chine adviseren wij u om af en toeeen programma met een temperatuurvan minstens 60°C te starten.Gebruik van wasmiddelen - Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven. - Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. - Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca. ⅓ min-der wasmiddel.Instructies voor het daaropvol-gend machinaal drogenHet gekozen centrifugetoerental beïn-vloedt het restvocht van het wasgoeden de geluidsemissie van de wasmachi-ne.Hoe hoger het centrifugetoerental vande wasmachine, hoe minder restvochter in het wasgoed achter blijft.
De ge-luidsemissie van de wasmachine stijgtechter wel.Om energie te besparen tijdens het dro-gen, selecteert u het hoogst mogelijkecentrifugetoerental voor het betreffendewasprogramma.
1. Wasgoed voorbereiden26Zakken leegmaken Maak de zakken leeg. Schade door voorwerpen.Voorwerpen zoals spijkers, muntenen paperclips kunnen het wasgoeden onderdelen van de automaat be-schadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen op het wasetiket.Vlekken voorbehandelen Verwijder vóór het wassen eventuelevlekken op het wasgoed. Verwijdervlekken door ze met een niet afge-vende doek te deppen. Schade door oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelenWasbenzine, vlekkenmiddeltjes enz.kunnen kunststof onderdelen be-schadigen.Wanneer u het wasgoed van tevorenmet een oplosmiddelhoudend reini-gingsmiddel, bijv. wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt.
Gevaar voor explosie door oplos-middelhoudende reinigingsmiddelen.Bij gebruik van oplosmiddelhouden-de reinigingsmiddelen kan een ex-plosief mengsel ontstaan.Gebruik geen oplosmiddelhoudendereinigingsmiddelen in de wasautomaat.Algemene tips - Was geen textiel dat volgens het eti-ket mag worden gewassen ( ).niet - Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of doe deze delen in eenwaszak. - Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze. - Keer het wasgoed binnenstebuitenals dat op het wasetiket staat. - Sluit ritssluitingen en sluitingen metklittenband, haakjes en ogen. - Knoop dekbedovertrekken en kus-senslopen dicht, zodat er geen andertextiel in terecht kan komen. - Meer tips vindt u in het hoofdstuk“Programma-overzicht”.
2. Trommel vullen27Deur openen Pak de deur bij de greep vast en trekdeze open.Controleer of er zich voorwerpen inde trommel bevinden, voordat u hetwasgoed erin stopt. Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Doe zowel groot als klein wasgoed inde trommel. Hierdoor bereikt u een be-ter wasresultaat en kan het wasgoedzich tijdens het centrifugeren beter ver-delen.Bij maximale belading is het energie-en waterverbruik het laagst (gerela-teerd aan de hoeveelheid wasgoed).Wordt de maximale beladingscapaci-teit overschreden, dan vallen de was-resultaten tegen en gaat het wasgoedsneller kreuken.Deur sluiten Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Zwaai de deur voorzichtig dicht.
3. Programma kiezen28Wasautomaat inschakelen Druk op de toets .De trommelverlichting gaat aan.De trommelverlichting gaat automa-tisch uit na vijf minuten of na de startvan het programma.Programma kiezenStandaardprogramma's kiezen metde programmakeuzeschakelaar Draai de keuzeschakelaar naar hetgewenste programma.De naam van het gekozen programmaverschijnt in het display. In het displayverschijnt vervolgens het basismenuvan het gekozen programma.Speciale programma's kiezen metstand van de programmakeu-zeschakelaar Draai de programmakeuzeschakelaarop .In het display kunt u het gewenste pro-gramma kiezen.Spec. pro-gramma'sSportkledingSportMicrovezel Loop met de sensortoetsen of door de programma's, totdat het ge-wenste programma in het displaystaat. Tip de sensortoets van het program-ma aan.In het display verschijnt het basismenuvan het programma.
4. Programma-instellingen kiezen29Temperatuur instellenBij enkele programma's kunt u de voor-af ingestelde temperatuur wijzigen. Tip sensortoetsTemperatuur aan.In het display verschijnt:Tempera-tuur 40°C 60°C30°C Kies de gewenste temperatuur.De gekozen temperatuur wordt gemar-keerd met een kader.Centrifugetoerental kiezenU kunt een eerder ingesteld toerentalwijzigen. Tip sensortoetsToerental aan.In het display verschijnt:Toerental800100040001200 1600 Kies het gewenste centrifugetoeren-tal.Het gekozen toerental wordt gemar-keerd met een kader.Extra functies kiezenU kunt bij een programma extra functieskiezen.Bij sommige programma's wordt eenextra functie direct in het basismenuaangeboden. Tip de sensortoets van de extra func-tie aan om deze te activeren.Bij sommige programma's worden deextra functies via het submenu Extrafuncties geselecteerd.
Tip sensortoets aan.Extra functiesExtra'sVoorwasSpoelen plus Kies een of twee van de aangebodenextra functies.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen. Alseen extra functie niet aangebodenwordt, betekent dit, dat deze niet istoegestaan voor het desbetreffendeprogramma.
4. Programma-instellingen kiezen30Overige opties kiezenU kunt CapDosing activeren, een voor-geprogrammeerde tijd kiezen of de in-stellingen van de wasautomaat wijzigen. Tip sensortoets aan.In het display verschijnt:MeerkeuzesCapDosingEinde om Kies de gewenste optie.In het display verschijnt nu het sub-menu van de gekozen optie.Bij sommige programma's zijn Voor-programmering CapDosing en nietmogelijk.
5. Wasmiddel doseren31Er zijn verschillende mogelijkheden omwasmiddel te doseren.WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor wasautomaten.WasmiddeldoseringVolg bij de dosering de aanwijzingenvan de wasmiddelproducent op.Door overdosering ontstaat er te veelschuim.Voorkom een overdosering.De dosering is afhankelijk van: - de hoeveelheid wasgoed - de mate waarin het wasgoed is ver-ontreinigd - de waterhardheidHardheids-graadTotale hard-heid in mmol/lDuitse hardheid°dH Zacht (I) 0-1,5 0-8,4 Gemiddeld (II) 1,5-2,5 8,4-14 Hard (III) Meer dan 2,5 Meer dan 14Als u de waterhardheid in uw regio nietkent, neem dan contact op met uw wa-terbedrijf.Wasmiddel doseren Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer het wasmiddel in de vakken. Wasmiddel voor de voorwas.
5. Wasmiddel doseren32Apart spoelen met wasverzachter ofappreteermiddel Kies het programma .Extra spoelen Wijzig het centrifugetoerental indiennodig. Doseer wasverzachter, appreteermid-del of stijfsel in vak . Doseer niethoger dan de pijl. Tip de toets aan.Start/StopHet middel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld. Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vak staan.Apart spoelen met stijfsel Doseer en bereidt het stijfsel voor zo-als op de verpakking is vermeld.
Kies programma .Stijven Doseer het stijfsel in vak . Tip de toets aan.Start/StopTip: Als u meermaals stijfsel heeft ge-bruikt, reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.Ontkleuringsmiddelen en textielverf Schade door ontkleuringsmidde-len.Ontkleuringsmiddelen veroorzakencorrosie in de wasautomaat.Geen ontkleuringsmiddelen in dewasautomaat gebruiken.Textielverf moet geschikt zijn voor ge-bruik in een wasautomaat. Volg de aan-wijzingen van de fabrikant voor het ge-bruik strikt op.
5. Wasmiddel doseren33CapsuledoseringEr zijn capsules met 3 verschillendesoorten inhoud: = Textielonderhoudsmiddelen(bijv. wasverzachters, impreg-neermiddelen) = Additieven (bijv. wasmiddel-versterkers) = Wasmiddelen (alleen voor dehoofdwas)Bij elk wasprogramma kunt u slechtséén capsule kiezen.Afhankelijk van de instelling die u geko-zen heeft, wordt het wasmiddel, het ad-ditief of het textielonderhoudsmiddelvoor dit wasprogramma via de capsulegedoseerd.Een capsule bevat altijd de juiste hoe-veelheid voor één wasbeurt.Deze capsules zijn verkrijgbaar via deMiele-webshop, bij Miele of bij deMiele-vakhandelaar.
Gevaar voor de gezondheid doorcapsules.De inhoudsstoffen in capsules kun-nen gevaarlijk zijn voor de gezond-heid als u ze inslikt of als ze met dehuid in contact komen.Bewaar de capsules buiten het be-reik van kinderen.Capsuledosering inschakelen Tip sensortoets aan.Meer keuzes Tip sensortoets aan.CapDosing In het display verschijnen de capsule-soorten die u bij uw wasprogrammakunt instellen. Kies de gewenste capsulesoort.In het display verschijnen nu het basis-menu en de gekozen capsule.Capsule plaatsen Open de wasmiddellade. Open het klepje van vak / . Druk de capsule er stevig in.
5. Wasmiddel doseren34 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.Als u de capsule in de wasmiddella-de plaatst, gaat de capsule open. Alsu de capsule ongebruikt weer uit dewasmiddellade verwijdert, kan er rei-nigingsmiddel uit lopen.Gooi een geopende capsule weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd.Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in vak.Giet, als u een capsule gebruikt,geen wasverzachter in het vak Verwijder de lege capsule na afloopvan het wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de capsule zitten.Capsuledosering uitschakelen of wij-zigenU kunt de capsuledosering alleen uit-schakelen of wijzigen voordat het pro-gramma start.
Tip sensortoets aan. Kies en deactiveer de ge-CapDosingkozen capsulesoort.Externe doseringDe wasautomaat is geschikt voor aan-sluiting op externe wasmiddeldoseersy-stemen. Voor het gebruik van een ex-tern doseersysteem is een ombouwsetvereist die uw Miele-vakhandelaar ofMiele moet installeren.
6. Programma starten – einde programma35MuntautomaatLet op het betaalverzoek in het displayals het apparaat voorzien is van eenmuntautomaat.Breek het programma na de start nietaf. Afhankelijk van de instelling kan dittot waardeverlies leiden.Programma startenZodra een programma kan worden ge-start, gaat sensortoets Start/Stop knip-peren. Tip sensortoets aan.Start/StopDe deur wordt vergrendeld (symbool )en het wasprogramma gestart.Is er een starttijd ingesteld, dan wordtdeze in het display getoond.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start ver-schijnt de programmaduur in het dis-play. Het programmaverloop wordt ophet display getoond.Tip: Als u sensortoets aantipt, kunt ude ingestelde temperatuur, het centrifu-getoerental en extra functies laten weer-geven.Einde programmaTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld.
De deur kan echter opelk moment met de toets Start/Stopworden ontgrendeld.Trommel leeghalen Open de deur. Neem het wasgoed uit de trommel.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven.Verwijder al het wasgoed uit detrommel. Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.Tip: laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen. Schakel de wasautomaat met detoets uit. Heeft u een capsule gebruikt, verwij-der deze dan uit de wasmiddellade.Tip: laat de wasmiddellade op een kier-tje openstaan, zodat de lade kan dro-gen.
Voorprogrammering36Met de voorprogrammering kunt u detijd tot de start of het einde van eenprogramma kiezen (zie hoofdstuk “Ex-ploitatieniveau”, paragraaf “Voorpro-grammering”).Voorprogrammering kiezen Tip sensortoets aan.Meer keuzes Kies de optie , Einde om Start om of .Start over Voer met de sensortoetsen en de uren en de minuten in en bevestigde instelling met sensortoets .OKDe minutenweergave springt naar hetvolgende “volle kwartier” en kan ver-volgens in stappen van 15 minutengewijzigd worden.Voorprogrammering starten Tip de toets aan.Start/StopDe deur wordt vergrendeld en in hetdisplay staat de resterende tijd tot destart van het programma.Voorprogrammering afbrekenof wijzigen Tip sensortoets aan.Start/StopIn het display verschijnt:Trommel bijvullenProgrammaafbrekenProgrammameteen starten Tip sensortoetsProgramma meteenstarten aan.Het wasprogramma start direct.of Tip sensortoetsProgramma afbrekenaan.De programmastart is afgebroken, detoets Start/Stop knippert.
Programma-overzicht37Standaardprogramma's Witte/Bonte was 20°C tot 90°C maximaal 7,0kg Wasgoed Textiel van katoen, linnen of mengweefsels Tip - Kies de temperatuur op grond van de gegevens in het waseti-ket, van het wasmiddel, de soort vervuiling en de hygiënischeeisen. - Was donkergekleurd textiel met een bontwasmiddel of meteen vloeibaar wasmiddel. 1600omw/min Extra functies: Voorwas Spoelgangen: 1–5* Katoen /maximaal 7,0kg Wasgoed Normaal verontreinigd katoenen wasgoed Tip - Voor katoenen wasgoed is dit programma het meest efficiëntvoor wat betreft het energie- en waterverbruik. - Bij is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C.1600omw./min Extra functies: Voorwas Spoelgangen: 2Testprogramma's volgens EN60456 en energielabeling volgens voor-schrift1061/2010.
Express 30°C maximaal 3,5 kg Wasgoed Katoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is 1400 omw/min Extra functies: Spoelen plus Spoelgangen: 1 Kreukherstellend 30°C tot 40°C maximaal 3,5 kg Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukher-stellend katoen Tip - Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoe-rental. 1200 omw/min Extra functies: Voorwas , Voorstrijken Spoelgangen: 2–4* * Het aantal spoelgangen kan via het exploitatieniveau worden gewijzigd.
Programma-overzicht38 Fijne was 30°C maximaal 2,5 kg Wasgoed Kwetsbaar wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels enviscose Tip - Schakel bij kreukgevoelig wasgoed het eindcentrifugeren uit. 600 omw/min Extra functies: Voorwas , Voorstrijken Spoelgangen: 2 ECO40-60 maximaal 7,0kg Wasgoed Normaal vervuild katoenen wasgoed Tip - In één wascyclus kan gemengd wasgoed van katoen voor detemperatuur 40° en 60°C worden gewassen. - Voor wasgoed van katoen is dit programma het meest efficiëntvoor wat betreft het energie- en waterverbruik. 1600omw/min Spoelcycli: 2 / Pompen/Centrifugeren maximaal 7,0 kg Tip - Let op het ingestelde toerental. - Kies de extra functie voor een voorgeschakeldeSpoelen plusspoelgang. - Alleen pompen: kies 0 omw/min. 1600 omw/min Extra functies: Spoelen plus
Programma-overzicht39Speciale programma's Badstof 40°C tot 60°C maximaal 7,0 kg Wasgoed Badstof handdoeken en badmantels Tip - Gebruik bij donker wasgoed een bontwasmiddel. 1400 omw/min Extra functies: Voorwas Spoelgangen: 2 Overhemden 20°C tot 60°C maximaal 2,5 kg Wasgoed Overhemden en blouses Tip - Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is. - Was zijden overhemden en blouses met het programma .Zijde - Verminder de maximale beladingshoeveelheid met de helft alsu de extra functie kiest.Voorstrijken 800 omw/min Extra functies: Voorstrijken Spoelgangen: 2 Donkere was 30°C tot 60°C maximaal 3,5 kg Wasgoed Donker wasgoed van katoen of mengweefsels Tip - Was dit wasgoed binnenstebuiten. 1000 omw/min Spoelgangen: 3 Jeans 30°C tot 60°C maximaal 3,5 kg Wasgoed Overhemden, blouses, broeken, jacks van jeansstof Tip - Was jeansstoffen binnenstebuiten.
- Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paarkeer worden gewassen. Was lichte en donkere jeansstoffendaarom apart. 1000 omw/min Spoelgangen: 3 Wol koud tot 30°C maximaal 2,5 kg Wasgoed Wol en wolmengweefsels die geschikt zijn voor machine- ofhandwas Tip - Gebruik een wolwasmiddel. 1200 omw/min Spoelgangen: 2
Programma-overzicht40 Zijde koud tot 30°C maximaal 2,5 kg Wasgoed Zijde en textiel zonder wol dat met de hand gewassen kan wor-den Tip - Volg de aanwijzingen in het wasetiket. - Was panty's en bh's in een waszak. 600 omw/min Extra functies: Spoelen plus Spoelgangen: 2 Extra spoelen maximaal 7,0 kg Wasgoed Wasgoed dat alleen gespoeld en gecentrifugeerd moet worden. Tip - Let bij kreukgevoelig wasgoed op het centrifugetoerental. 1400 omw/min Extra functies: Spoelen plus Spoelgangen: 2 Stijven koud tot 40°C maximaal 3,5 kg Wasgoed Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-steven Tip - Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag nietmet wasverzachter nabehandeld zijn. - Let bij kreukgevoelig wasgoed op het centrifugetoerental. 1400 omw/min Spoelgangen: 1 Machine reinigen geen belading 70 °CVoor de reiniging van de trommel, de kuip en het afvoersysteem.
- Vul vak met een universeel wasmiddel. - Gebruik het programma regelmatig als uMachine reinigenvaak desinfectieprgramma's gebruikt. Machine-hygiëne Geen beladingVoor de reiniging van de trommel, de kuip en het afvoersysteem. - Als u een programma op minder dan 60°C gebruikt, verschijntdaarna in het display het verzoek, het programma Machine-hy-giëne Hygiëne te starten. Daarvoor moet de instelling ingescha-keld zijn (zie hoofdstuk: “Exploitatieniveau”). - Vul vak met een universeel wasmiddel.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele PWM 507 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine