Miele Novotronic W804 Handleiding

Miele Wasmachine Novotronic W804

Bekijk gratis de handleiding van Miele Novotronic W804 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 167 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Miele Novotronic W804 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Gebruiksaanwijzing voor de
wasautomaat
W 804
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw automaat plaatst,T
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 04613670/001

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: Novotronic W804

Handleiding Miele Novotronic W804 – volledige tekst

AlgemeenbToets "Deur"Daarmee kunt u de deur van de automaat openen.cToets "j k "Daarmee kunt u de automaat in- en uitschakelen of het programma onderbreken.dDruktoetsen voor de extra functiesWasmiddelladeVakje i - VoorwasVakje j - HoofdwasVakje p (met klepje) - WasverzachtereKeuzeschakelaar voor het centrifugetoerentalfControlelampjes voor het programmaverloop, de watertoevoer en waterafvoergProgrammakeuzeschakelaarAlgemeen4

Veiligheidsinstructies en waarschuwingenLees eerst de gebruiksaanwijzingdoor voordat u uw wasautomaatvoor het eerst gebruikt. U vindt hier-in belangrijke instructies met betrek-king tot de veiligheid, het gebruiken het onderhoud van het apparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voor-komt onnodige schade aan uw ap-paraat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de wasauto-maat. Efficiënt gebruikDeze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Deze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van defabrikant op het wasetiket in de wasau-tomaat mag worden gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening.

Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. Voordat u de wasautomaat aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(beveiliging, spanning en frequentie)op het typeplaatje met die van het elek-triciteitsnet te vergelijken. Deze moetenbeslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dewasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsbepalingen isgeïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan en dat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man / vakvrouw wordt geïnspecteerd.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingenDe watertoevoerslang is aan slijta-ge onderhevig, hoewel er veelzorg is besteed aan de produktie ervanen er gebruik is gemaakt van het bestemateriaal. Door scheuren, knikken, bob-bels enz. kan de slang poreus wordenen gaan lekken. Controleer de slang daarom regelma-tig, zodat u ze tijdig kunt vervangen enzo waterschade voorkomen.Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan.GebruikPlaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten.

Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen.Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat (zie hoofdstuk: "Plaat-sing"). Als u de transportbeveiliging niet verwij-dert kan dat bij het centrifugeren scha-de veroorzaken aan uw wasautomaaten aan de meubels / apparaten die er-naast staan.Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (putje) bevindt.Denk eraan dat er water kan over-stromen.Controleer daarom vóórdat u de wa-terafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel ge-noeg wegstroomt.Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.

Als deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt.Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv.kuip, wastrommel). Beschadigde onder-delen kunnen op hun beurt weer scha-de aan het wasgoed veroorzaken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6

Veiligheidsinstructies en waarschuwingenAls u het wasmiddel op de juistemanier doseert ist het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten. Deze middelenzijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhande-laar of bij de afdeling Onderdelen vanMiele Nederland B.V. Volg de adviezenvoor het gebruik van de ontkalkingsmid-delen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig inhelder water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaatnooit reinigingsmiddelen die eenoplosmiddel bevatten, zoals wasbenzi-ne. Als u dat toch doet, kunnen onderdelenvan het apparaat beschadigen en kun-nen er giftige dampen ontstaan.

Het ge-vaar bestaat dan dat er brand uitbreektof zich een explosie voordoet.Textielverf moet geschikt zijn voorgebruik in de wasautomaat.Neem in ieder geval de aanwijzingenvan de fabrikant in acht.Ontkleuringsmiddelen bevattenzwavel en kunnen corrosie veroor-zaken. Deze middelen mogen niet in dewasautomaat worden gebruikt.Als u op hoge temperaturen wast,denk er dan aan dat het glas vande deur heet wordt.Zorg er dus voor dat kinderen het glasvan de deur tijdens het wasprogrammaniet aanraken.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Als er andere toebehoren worden aan-of ingebouwd, kan Miele niet voor degevolgen instaan en kan er geen be-roep meer worden gedaan op bepalin-gen met betrekking tot garantie en pro-duktaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenmet het oog op de geringe belastingvan het milieu en de mogelijkhedenvoor afvalverwerking.– Het golfkarton bestaat voornamelijkuit oud papier.– Het piepschuim is zonder CFK’s ver-vaardigd.– Het houten frame bestaat uit onbe-handeld hout.– De (hout)vezelplaten bevatten geencarbolhars (fenolhars) en bestaanvoor 100% uit oud hout.– De polyethyleenfolie (PE) bestaat ge-deeltelijk uit kringloopmateriaal.– De verpakkingsbanden bestaan uitpolypropyleen (PP).Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen be-spaard en wordt er minder afval gepro-duceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingterug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest-al nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grof vuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is het appa-raat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhande-laar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv.

schrootver-werking)Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald. Zie ook hethoofdstuk: "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen".Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu8

Energiebesparend wassenEnergiebesparend wassen betekentwater, stroom en wasmiddel besparenzonder dat dit ten koste gaat van hetreinigingsresultaat. Voor een goed wasresultaat is het vanbeslissend belang dat de hoeveelheidwasmiddel, de wastemperatuur, dewastijd en de wastechniek optimaal opelkaar worden afgestemd. Voor een optimaal gebruik van wateren wasmiddel duren de wasprogram-ma’s tegenwoordig langer. Door het Hydromatic-systeem draait detrommel bij de hoofdwas met verschil-lende snelheden. De combinatie vanlangzame en snelle draaibewegingenen de pauzes voor het inweken dragenbij aan een optimaal wasresultaat. De automatische waterniveau-aanpas-sing zorgt ervoor dat er bij het wassenslechts zoveel water wordt gebruikt alswerkelijk nodig is. Daarom lijkt het vaakalsof er zich in de trommel geen waterbevindt.

Voor de reiniging van normaal vervuildwasgoed is tegenwoordig de hoofdwasvoldoende. Daarom is de voorwas nietmeer automatisch onderdeel van hetwasprogramma. U kunt de voorwasechter met een druk op de knop apartinstellen. Tips om energie te besparenDe belangrijkste bijdrage aan het "ener-giebesparend wassen" kunt u echterzelf leveren. Volg daarvoor de onderstaande tips op. – Door de automatische waterniveau-aanpassing is het mogelijk 1 tot 5 kgwasgoed in de wasautomaat te leg-gen, afhankelijk van het wasprogram-ma. Benut als dat mogelijk is de maxima-le beladingscapaciteit van het geko-zen programma. Het energieverbruikis dan, gerelateerd aan de totale hoe-veelheid, het voordeligst. – Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.

– Wasgoed zonder moeilijk verwijder-bare vlekken kunt u wassen op eenlagere temperatuur dan in het waseti-ket staat aangegeven. Druk bij lagere temperaturen echterniet op de "Kort"-toets. – Licht vervuild wasgoed kunt u was-sen met een "Kort"-programma. Kies bij een kort programma echterniet óók nog eens een lagere tempe-ratuur. – Gebruik de extra functie "Inweken".

Vóór de eerste wasbeurtResten testwater wegspoelenLeg géén wasgoed in de trommel.Doseer een beetje wasmiddel in vakje .jSchakel de automaat in.Kies het programma BONTE WAS60°C.Druk de toets "Kort" in.Eventuele resten testwater zijn aan heteinde van het programma wegge-spoeld.Geheugensteuntje voor de wa-terhardheidHoeveel wasmiddel u moet doserenhangt van verschillende factoren af.Eén van deze factoren is de waterhard-heid. Een stelknop in de wasmiddelladedient als geheugensteuntje voor de wa-terhardheid.Draai deze stelknop op de juistehardheidsgraad.Gebruik daarvoor de opener voorhet klepje van het pluizenfilter. Dezeopener bevindt zich aan de achter-kant van het front van de wasmiddel-lade.Informeer bij uw waterleidingbedrijfnaar de waterhardheid in uw regio.Vóór de eerste wasbeurt10

Zo wast u goed (korte handleiding)Als u een kort overzicht wilt hebbenover hoe u de wasautomaat moet be-dienen, kunt u de met cijfers aangedui-de stappen (123, , ,...) aanhouden.Voordat u gaat wassen1Wasgoed inspecteren en sorterenMaak de zakken leeg.Voorwerpen (spijkers, munten, pa-perclips e.d. ) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.Sluit de ritsen (keer kledingsstukkenmet ritsen eventueel binnenstebui-ten).Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding niet los kunnen raken.Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dit advi-seert.Sorteer het wasgoed.Meestal is wasgoed voorzien van eenwasetiket in de kraag of in de zijnaad.Sorteer het wasgoed volgens de sym-bolen op dit wasetiket.

Wat ze beteke-nen staat in het hoofdstuk: "Waskaart".Was in deze wasautomaat uitsluitendwasgoed dat geschikt is om in dewasautomaat te worden gewassen.B.h.’s, badkleding en overige kledingmet beugels moeten, zoals meestal inhet desbetreffende wasetiket staat ver-meld, met de hand worden gewassen.Deze kleding kan daarom niet in dewasautomaat worden gewassen!Donkergekleurd wasgoed geeft bij deeerste wasbeurten vaak iets af. Wasnieuw, donkergekleurd wasgoed deeerste paar keren apart, zodat het nietop lichter gekleurd wasgoed afgeeft.Was fijn wasgoed apart en heel behoed-zaam.Wasgoed van wol of wolmengweefselskan alleen in de automaat worden ge-wassen als in het wasetiket staat dathet machinewasbaar is.Behandel vlekken voor.Vlekken of sterk vervuilde kragen kuntu met wat vloeibaar wasmiddel of meteen speciaal daarvoor geschikt middelvoorbehandelen.

Zo wast u goed (korte handleiding)2Druk op de "Deur"-toetsDe deur gaat open.3Vul de trommelLeg het wasgoed ontvouwd en los-jes in de trommel. Als er stukken wasgoed van verschillen-de grootte in de trommel liggen is datbeter voor de waswerking en de verde-ling van het wasgoed tijdens het centri-fugeren. Bij een te volle trommel verslechtert hetwasresultaat en kreukt het wasgoedsneller.Let op de maximale beladingscapaci-teit voor de verschillende soortenwasWITTE / BONTE WAS . . . . . . . . . 5,0 kgKREUKHERSTELLEND. . . . . . . . 2,5 kgKREUKHERSTELLEND-FIJN . . . 1,0 kgWOL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1,0 kgMINIWAS 40° . . . . . . . . . . . . . . . .

2,5 kg4Sluit de deur Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.5Draai de waterkraan open6Doseer het wasmiddel Wat u precies moet doen kunt u lezenin het hoofdstuk: "Het doseren van was-middel".Als u het programma start1Draai de programmakeuze-schakelaar op "Einde/Reset"2Druk op de toets "jk " 3Druk eventueel op de toetsenvoor de extra functies4Kies het centrifugetoerental(zie hoofdstuk: "Extra functies")5Draai de programmakeuze-schakelaar op het gewenstewasprogrammaDe programmakeuzeschakelaar kannaar rechts of naar links worden ge-draaid.Zo wast u goed (korte handleiding)12

Zo wast u goed (korte handleiding)Nadat u heeft gewassen1Draai de programmakeuze-schakelaar op "Einde/Reset"2Druk de toets "Deur" in3Druk de toets "j k " in4Haal het wasgoed uit de automaatKijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen. Anders loopt u het risico dat zebij de volgende wasbeurt krimpen ofafgeven.5Controleer of er voorwerpenin de manchet van de deurzijn achtergebleven6Draai de waterkraan dicht7Sluit de deur Anders bestaat het gevaar dat er voor-werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, meegewassen worden enhet wasgoed beschadigen.Zo wast u goed (korte handleiding)13

Het wijzigen van het programmaverloopProgramma afbrekenDraai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset".Programma onderbrekenSchakel de automaat uit door op detoets "jk" te drukken.Als u het programma weer wilt voortzet-ten, schakelt u de automaat weer in.Het wijzigen van een verkeerdgekozen programmaDraai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset". Als dan alleen nog maar het controle-lampje "Aan" brandt, kunt u een nieuw programma kiezen.Voor het wijzigen van een programmamet programmavergrendeling ziehoofdstuk: "Het programmeren van deaanvullende functies".Programmafase overslaanDraai de programmakeuzeschake-laar op "Einde/Reset".Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 3 seconden weer opde gewenste programmafase.Het wijzigen van het programmaverloop14

Het bijvullen van de trommelU kunt bij de volgende programma’snog wasgoed in de trommel leggen ofwasgoed uit de trommel halen, nadat uhet programma heeft gestart:– WITTE/BONTE WAS– KREUKHERSTELLEND– MINIWAS 40°– WOL– StijvenDruk op de toets "Deur" totdat dedeur openspringt.Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.Druk de toetsen van de extra func-ties in, voor zover u deze vóór hetprogramma heeft ingesteld.Sluit de deur.BIJ WITTE/BONTE WAS EN MINIWAS40°kunt u in de volgende programmafasesde deur nog opendoen:– Hoofdwas– SpoelenLet erop dat de deur niet meer kan wor-den geopend als de temperatuur vanhet sop boven de 55°C komt.BIJ KREUKHERSTELLEND EN WOLkunt u in de programmafase "Hoofd-was" de deur nog opendoen.Als u – de extra functie "Extra water" kiest(waarmee de waterstand wordt ver-hoogd)– of de aanvullende functie "Program-mavergrendeling" programmeert(om te voorkomen dat bijv.

Het doseren van wasmiddelHet kiezen van wasmiddelU kunt alle moderne wasmiddelen ge-bruiken die geschikt zijn voor huis-houdwasautomaten. Ook vloeibare,compacte (geconcentreerde) wasmid-delen en wasmiddelen met verschillen-de componenten. U kunt ook eventueel meegeleverde do-seerbolletjes of doseerzakjes gebrui-ken. Gebreide kleding van wol of wolmeng-weefsels kunt u het beste met een wol-wasmiddel wassen. Doseeraanwijzingen kunt u vinden opde wasmiddelverpakking. De doseringis afhankelijk van:– de hoeveelheid wasgoed;– de mate waarin dit is vervuild;– de waterhardheid. Als u de hardheidsgraad in uw regioniet weet, informeer daar dan naarbij uw waterleidingbedrijf. WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitsehardheid °dHI zacht 0° - 10°II gemiddeld 10° - 16°III hard > 16°Het is belangrijk om het was-middel goed te doseren, want:.

te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat:– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;– er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten;– er zich kalk in de kuip afzet (verwar-mingselementen, trommel). te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat:– er sterke schuimvorming optreedt;– de waswerking gering is;– het reinigings- en spoelresultaat nietoptimaal is. Via vakje i wordt het wasmiddel voorde voorwas in de trommel gespoeld. Via vakje j wordt het wasmiddel voorde hoofdwas in de trommel gespoeld. Is de capaciteit van vakje j niet vol-doende (in gebieden met zeer hard wa-ter), kan de Technische Dienst ook vak-je i hiervoor activeren. WateronthardingsmiddelAls het water harder is dan 16° d. H. kunt u een wateronthardingsmiddel ge-bruiken. De juiste dosering vindt u op de verpak-king. Doseer eerst het wasmiddel en danpas het onthardingsmiddel.

Het doseren van wasverzachter / stijfselWasverzachters / SynthetischestijfselsMet een wasverzachter wordt uw was-goed extra zacht en minder statisch.Doseer de wasverzachter volgens deaanwijzingen van de fabrikant.Met synthetische stijfsels wordt was-goed zoals overhemden, tafellinnen enbeddegoed steviger.Open het klepje van vakje .pDoseer de wasverzachter of het syn-thetische stijfsel, maar niet hogerdan de maximale markering.Sluit het klepje.De wasverzachter of het synthetischestijfsel wordt automatisch met het laat-ste spoelwater in de trommel gespoeld.Aan het einde van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakjep staan.– Moet het wasgoed in de wasverzach-ter of het synthetische stijfsel blijvenliggen, draai dan de keuzeschake-laar voor het centrifugetoerental op"Spoelstop".Poedervormige en vloeibarestijfselsDoseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.Doseer het in vakje i .Kies een centrifugetoerental.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Stijven".Het controlelampje "Inweken/Voorwas"brandt.– Mag de was nadat het gesteven isniet worden gecentrifugeerd moet ude keuzeschakelaar voor het centrifu-getoerental op "Zonder centrifuge-ren" zetten.

De automaat pompt hetwater na het stijven weg.– Moet de was nadat het gesteven isin het laatste spoelwater blijven lig-gen (dit om kreukvorming te voorko-men), moet u de keuzeschakelaarvoor het centrifugetoerental op"Spoelstop" draaien.U kunt het programma voortzettendoor het centrifugetoerental in te stel-len.Het doseren van wasverzachter / stijfsel17

met de hand is gewassen en datmag worden gecentrifugeerdPompen Wasgoed dat na de spoelstop niet mag wordengecentrifugeerdExtra spoelen Wasgoed dat met de hand is gewassen en alleenmaar gespoeld en gecentrifugeerd hoeft te worden koudProgramma-overzicht18

Programma-overzichtMax. vulgewicht Mogelijke extra functies Tips5 kg – Inweken– Voorwas– Extra water– KortDruk bij bijzonder sterk vervuildwasgoed de toets "Inweken" of "Voorwas" in.2,5 kg – Inweken– Voorwas– Extra water– KortDruk bij bijzonder sterk vervuild wasgoed de toets "Inweken" of "Voorwas" inen bij minder vervuild wasgoed detoets "Kort".1 kg – Inweken– Voorwas– KortWas wasgoed waar wol in zit in het wolprogramma.Bij de temperatuuraanduiding "Koud"wordt het water tot 24°C verwarmd. Dit versterkt de werking van het was-middel en compenseert temperatuurs-verschillen in het drinkwaternet.Trommel voor 1/2tot 3/4 losjes vul-len– Inweken– Voorwas– KortOmdat vitrage veel stof aantrekt is hetmeestal nodig deze met eenprogramma met voorwas te wassen.1 kg Bij de temperatuuraanduiding "Koud"wordt het water tot 24°C verwarmd.

Dit versterkt de werking van het was-middel en compenseert temperatuurs-verschillen in het drinkwaternet.2,5 kg – Extra water Doseer minder waspoeder (halvebelading) 5 kg Het wasgoed moet schoongewassen,maar mag niet met wasverzachternabehandeld zijn.5 kg5 kgDe extra functies worden in het hoofdstuk: "Extra functies" nader uitgelegd.Programma-overzicht19

30 minSpoelstop extra instelbaar extra instelbaar extra instelbaarZonder centrifugeren extra instelbaar extra instelbaar extra instelbaarWasritme normaal normaal behoedzaamWaterstand – Wassen– Spoelen laag 2)laag 2) laag 2)gemiddeld 2) hooghoogToelichting:XDeze programmafase is aanwezig– Deze programmafase is niet aanwezig1) De 4e spoelgangwordt automatisch ingeschakeld, wanneer er veel schuim in de trommel zit of een lager centrifu-getoerental is gekozen dan 800 omw/min.2) Verhoging van de waterstand:Een lage waterstand kan worden verhoogd, wanneer u op de toets "Extra water" drukt.Afkoeling van het sop:Er stroomt extra water in de trommel; het sop koelt iets af.Heet sop kan waterafvoerbuizen van kunststof beschadigen.Pendelspoelen:Het sop koelt aan het eind van de hoofdwas in fases af door in- en wegstromend water.Dat vermindert het risico dat het wasgoed gaat kreuken (Er is geen "temperatuurshock").Programmaverloop20

WOL MINIWAS 40°C Stijven Centrifugeren Extra spoelen– – – – –– – X– –X X –––– – – – –– – – – –3 2 – – 23 2 – – –– – – – –– max. 500 – – –max. 900 max. 1100 max. 1100 max. 1100 max. 900– max. 30 min max. 30 min max. 30 min –extra instelbaar extra instelbaar extra instelbaar – extra instelbaarextra instelbaar extra instelbaar extra instelbaar – extra instelbaarwol normaal normaal – –gemiddeldhooglaag 2)gemiddeld laag––– hoogWOL:Als wollen wasgoed nat is, is het zeer gevoelig voor draaiende bewegingen.De trommel is tijdens het programmaverloop korter in beweging en draait langzamer.Centrifugeren tussen de spoelgangenHet wasgoed wordt tussen de spoelgangen gecentrifugeerd.Centrifugeren (na de laatste spoelgang):Het maximale centrifugetoerental van het gekozen wasprogramma wordt ingesteld m.b.v.

de keuzeschakelaar voor het centrifugetoerental.Het toerental wordt bij de programma’s KREUKHERSTELLEND, WOL en Extra spoelen automa-tisch tot 900 omw/min en bij het programma KREUKHERSTELLEND-FIJN automatisch tot 600omw/min gereduceerd, ook als de keuzeschakelaar op een hoger toerental staat.Kreukbeveiliging:Vermindert kreukvorming in het wasgoed als dat wat langer in de trommel blijft liggen. De trom-mel beweegt 2 maal per minuut. 21

Extra functiesU kunt als aanvulling op een waspro-gramma extra functies instellen.Dat kunt u doen door op de volgendetoetsen te drukken:Als u op de toets "Deur" drukt springenalle toetsen weer naar buiten en zijn deextra functies uitgeschakeld.Het gaat om de volgende extra functies:"Inweken"– Voor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door ingedroogde vlekkendie er moeilijk uitgaan (bijv.

bloed,vet, cacao).– Duur van het inweken: 2 uur.Het doseren van wasmiddel bij ge-bruik van de extra functie "Inweken"De verdeling van de door de wasmid-delenfabrikant aanbevolen hoeveelheidwasmiddel is afhankelijk van het pro-gramma dat op het inweken volgt.–Bij programma’s zonder voorwas:Doseer de totale hoeveelheid was-middel in vakje j of direct op hetwasgoed in de trommel.–Bij programma’s met voorwas:Doseer 1/4 van het wasmiddel in vak-je i voor het inweken en de voor-was en 3/4 van het wasmiddel in vak-je j voor de hoofdwas.Extra functies24

Het is niet raadzaam daarbij nogeens een lagere temperatuur te kie-zen.– In de programma’s WITTE/BONTEWAS en KREUKHERSTELLENDwordt er slechts twee keer met eenverhoogde waterstand gespoeld.CentrifugerenHet wasgoed wordt na ieder basispro-gramma gecentrifugeerd, als de keuze-schakelaar voor het centrifugetoerentalop het gewenste toerental staat."Zonder centrifugeren"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar niet meer na de laatstespoelgang.De wasautomaat schakelt na het pom-pen direct over op de kreukbeveiliging."Spoelstop"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen.Het wasgoed kreukt dan minder als uhet niet direct na afloop van het pro-gramma uit de trommel haalt.Als u het programma na de spoelstopwilt voortzetten:Draai de keuzeschakelaar voor het cen-trifugetoerental op het gewenste toeren-tal.Daarbij wordt het, bij het gekozen pro-gramma behorende, maximale centrifu-getoerental aangehouden (zie hoofd-stuk "Programmaverloop").Extra functies25

Reiniging en onderhoudWasautomaat reinigenReinig de ommanteling met een mildreinigingsmiddel of sopje. Wrijf dezedaarna met een zachte doek droog.Neem het bedieningspaneel met eenvochtige doek af en maak het daar-na droog.Reinig de wastrommel met een reini-gingsmiddel voor roestvrij staal.Gebruik geen schuurmiddelen engeen glas- of allesreinigers! Dezekunnen namelijk door hun chemi-sche samenstelling enorme bescha-digingen aan het kunststof opper-vlak veroorzaken.Wasmiddellade reinigenTrek de wasmiddellade naar buitentotdat u weerstand voelt.Druk de rode ontgrendelingsknop inen trek de wasmiddellade eruit.Reinig de wasmiddelvakjes en hetvakje voor de wasverzachter.Verwijder regelmatig eventuele restenwasmiddel.Trek de zuighevel uit vakje p en rei-nig de hevel onder stromend warmwater.Reiniging en onderhoud26

Reiniging en onderhoudPluizenfilter en filterhuis reini-genControleer het pluizenfilter in het beginna 3 à 4 wasbeurten. Zo kunt u nagaanhoe vaak u het filter moet reinigen.Bij een gewone reinigingsbeurt stroomter 2 l water weg.Wanneer de afvoer is verstopt, bevindtzich een vrij grote hoeveelheid water inde automaat (max. 25 l).Wees voorzichtig! Het water is heet,wanneer kort daarvoor op een hogetemperatuur is gewassen. U kuntzich aan het water branden!Aan de achterkant van het front van dewasmiddellade bevindt zich een geleopener voor het klepje van het pluizen-filter (zie afbeelding hierboven).Open het klepje.Zet een bak of schaal onder het slan-getje.Draai het pluizenfilter los door degreep van het filterdeksel 2 à 3 keerom te draaien.Draai het filter er echter niet uit. Maak de schaal of bak net zo vaakleeg, totdat er geen water meer uit hetslangetje loopt.

Reiniging en onderhoudAls er geen water meer uit het slan-getje loopt, moet u het pluizenfilter erhelemaal uitdraaien en reinigen.Verwijder eventuele voorwerpen zo-als knoopjes en munten.Controleer of de pompschoepvleu-gel gemakkelijk rond te draaien is. Isdat niet het geval, verwijder dan devoorwerpen en/of draden.Reinig het filterhuis.In het schroefdraad van het pluizenfilteren het filterhuis mogen zich geen kalk-aanslag, wasmiddelresten en voorwer-pen bevinden.Zet het pluizenfilter weer in het filter-huis en draai het goed vast.Reiniging en onderhoud28

Reiniging en onderhoudWatertoevoerzeefjes reinigenDe automaat heeft twee zeefjes ter be-scherming van de watertoevoerklep-pen.Deze zeefjes moet u ongeveer 1 keerin het half jaar controleren. Wanneer dewatertoevoer vaak wordt onderbrokenmoet u misschien vaker controleren.Zeefje in de watertoevoerslang reini-genDraai de waterkraan dicht.Schroef de toevoerslang van de wa-terkraan.Trek het rubberen dichtingsringetjeuit de groef.Pak het kunststof zeefje met eencombinatie- of punttang aan de op-staande rand in het midden vast entrek het eruit.Reinig het zeefje.Monteer alles weer in omgekeerdevolgorde.Wanneer de wasautomaat werkt staatde watertoevoerslang onder hoge druk.Controleer de slang daarom regelmatigop scheurtjes of andere beschadigin-gen en vervang de slang indien nodig.Gebruik alleen slangen die bestand zijntegen een overdruk van minstens 70bar.

Originele Miele-slangen voldoenaan deze eis.Zeefje in het koppelstuk van de wa-tertoevoerklep reinigenSchroef de geribbelde kunststofmoer voorzichtig met een tang vanhet koppelstuk af.Pak het kunststof zeefje met bijv. eenpunttang aan de opstaande rand inhet midden vast en trek het er uit.Reinig het zeefje.Monteer alles weer in omgekeerdevolgorde.De beide zeefjes moeten weer wor-den teruggeplaatst, nadat ze zijngereinigd.Reiniging en onderhoud29

.Het programma begint niet Er staat geen stroom op hetapparaat.Het controlelampje "Aan"brandt niet.Controleer of:–de deur goed gesloten is;–de stekker goed in de contactdoos zit;–de zekering in orde is.Er staat stroom op het appa-raat en het controlelampje"Aan" brandt, maar de pro-grammakeuzeschakelaar isniet over de stand "Einde /Reset" heen gedraaid.–Draai de programmakeu-zeschakelaar op de stand"Einde / Reset".–Kies een programma.Het controlelampje voor de watertoevoer en de waterafvoer knippertDe watertoevoer is belem-merd, maar het wasprogram-ma is normaal verlopen.–De waterkraan is niet vergenoeg opengedraaid.–Er zitten knikken in de toevoerslang.–De waterdruk is te laag.Neem contact op met deTechnische Dienst.De watertoevoer is geblok-keerd.In het programmaverloopbrandt "Einde", maar hetwasgoed is niet gewassen.–Draai de programmakeu-zeschakelaar op de stand"Einde / Reset".–Draai de waterkraan open.–Kies een programma.De waterafvoer is belemmerd.

Nuttige tips Probleem . . . Oorzaak . . . Oplossing . . .Eén van de volgende contro-lelampjes knippert:– "Inweken/Voorwas"– "Hoofdwas"Er is sprake van een defect.Start het programma opnieuw.Knippert het controlelampjeweer, neem dan contact opmet de Technische Dienst.Het controlelampje "Spoelen / Spoelstop" knippert snelEr is sprake van een defect.Het controlelampje"Spoelen / Spoelstop"knippert langzaamDe keuzeschakelaar voor hetcentrifugeren staat op "Zonder centrifugeren".Kies een centrifugetoerental.Het controlelampje"Pompen / Centrifugeren"knippertEr is na de laatste spoelgangniet gecentrifugeerd.De wasautomaat is gehinderdgeweest door een te groteonbalans.–Haal het gepropte wasgoeduit elkaar.–Draai de programmakeuze-schakelaar op "Centrifu-geren".–Let op het centrifugetoeren-tal van het gekozen pro-gramma.Het controlelampje "Aan" knippertDe programmavergrendelingis geactiveerd.

Het gekozenprogramma is veranderd.Stel het oorspronkelijk geko-zen programma in.Het wasgoed is niet normaalgecentrifugeerdHet ingestelde centrifugetoe-rental was te laag.Kies bij de volgende wasbeurteen hoger centrifugetoerental.Het wasgoed heeft zich in detrommel niet goed genoegkunnen verdelen. Daarom is erveiligheidshalve met een ge-reduceerd toerental gecentri-fugeerd.Stop daarom altijd én grote énkleine stukken wasgoed in detrommel.Het pluizenfilter is verstopt. Reinig het pluizenfilter.De wasautomaat trilt tijdenshet centrifugerenDe stelvoeten staan niet gelijk. Stel de wasautomaat stevig,zoals beschreven in hethoofdstuk: "Plaatsing".Hoewel er voldoende drukop het water staat, loopt hetwater maar langzaam in detrommelHet zeefje in de watertoevoeris verstopt.Reinig het zeefje in de water-toevoer.Nuttige tips 31

Nuttige tips Probleem. . . Oorzaak . . . Oplossing . . .De deur niet kan worden ge-opendHet apparaat is niet elektrischaangesloten.Stop de stekker in het stop-contact.De stroom is uitgevallen.

Open de deur zoals beschre-ven in: "Nuttige tips".De deur is niet goed dicht-gedaan.Druk of stoot een keer krachtigtegen die kant van de deurwaar het slot zit en drukdaarna de toets "Deur" in.Er bevindt zich nog water inde trommel.–Kies het programma"Pompen" en laat het waterwegpompen.–Open de deur.De temperatuur van het sop ishoger dan 55°C.In de wasmiddellade blijftvrij veel wasmiddel achterEr staat onvoldoende druk ophet water.–Reinig het zeefje in dewatertoevoer.–Druk eventueel op toets"Extra water".Poedervormige wasmiddelenin combinatie met onthar-dingsmiddelen hebben deneiging te gaan plakken.Doseer voortaan eerst het wasmiddel en dan pas het onthardingsmiddel in dewasmiddellade.De wasverzachter wordt nietvolledig ingespoeld of erblijft teveel water in vakje pstaanTijdens de inspoelfase is dewasmiddellade opengetrok-ken.De zuighevel zit niet goed of isverstopt.Reinig de zuighevel.Er is sprake van te sterkeschuimontwikkelingEr is teveel wasmiddel gedo-seerd.–Neem de doseeraanwij-zingen op de wasmiddel-verpakking in acht.–Houd bij de dosering reke-ning met de waterhardheid.–Gebruik bij licht vervuildwasgoed of bij geringebelading minder wasmiddel.Nuttige tips 32

Nuttige tips Probleem . . . Oorzaak . . . Oplossing . . .In de trommel hebben zichkalkvlekken gevormdEr is te weinig wasmiddel ge-doseerd.–Verwijder kalkvlekken uitslui-tend met een speciaal ont-kalkingsmiddel.–Stem de wasmiddeldose-ring af op de waterhardheid.Op het gewassen wasgoedzijn grijze elastische bolle-tjes achtergebleven (vetbol-letjes)Er is te weinig wasmiddel gedoseerd. Het wasgoed issterk met vet, bijv. crème ofolie vervuild geweest.–Als wasgoed zo vervuild ismoet u óf meer wasmiddel doseren óf een vloeibaar wasmiddel gebruiken.–Draai vóór de volgende wasbeurt het WITTE/BONTEWAS-programma op 60°Cmet een vloeibaar wasmid-del en zonder wasgoed.Op het gewassen wasgoedzitten witte, wasmiddelach-tige bestanddelenHet wasmiddel bevat niet inwater op te lossen bestand-delen ter ontharding van hetwater, nl.

zeolieten.Deze bestanddelen hebbenzich op het textiel vastgezet.–Was het wasgoed nog eenkeer en voortaan altijd metvloeibaar wasmiddel.Deze middelen bevattenmeestal geen zeolieten.–Probeer de resten met eenborstel te verwijderen.Het wasgoed wordt met eenvloeibaar wasmiddel nietschoonIn vloeibare wasmiddelenzitten geen bleekmiddelen. Fruit-, koffie- of theevlekkenzijn er moeilijk uit te krijgen.–Gebruik poedervormige wasmiddelen met een bleekmiddel.–Doseer vlekkenzout in vakje j en het vloeibarewasmiddel in een doseer-bolletje.–Doseer vloeibaar wasmiddelen vlekkenzout nooit bij el-kaar in het wasmiddelvakje.Nuttige tips 33

Nuttige tipsHet openen van de deur bijstroomuitvalSchakel de wasautomaat uit.Open het klepje van het pluizenfilteren laat het water eruitlopen, zoals be-schreven in het hoofdstuk "Reinigingen onderhoud".Trek aan het ringetje. De deur gaat open.Controleer steeds of de trommel stil-staat als u het wasgoed uit de auto-maat wilt halen. Als u uw hand in eennog draaiende trommel steekt, loopt uhet risico zich te verwonden.Het controleren van de water-drukZet een emmer onder de waterkraan.Draai de waterkraan open.Stroomt er binnen 15 seconden 5 l wa-ter in de emmer, dan is de waterdruk inorde.Het controleren van een con-tactdoosSteek de stekker van bijv. een föhn inde contactdoos en controleer of deföhn werkt. Nuttige tips34

Bei-de gegevens vindt u op het typeplaatjeaan de binnenkant van de deur bovenhet glas.Voorbeeld:Miele Service Verzekering Cer-tificaatMiele Service VerzekeringVoor informa-tie over het Miele Service VerzekeringCertificaat kunt u zich wenden tot uwMiele-vakhandelaar of de bijgaande fol-der raadplegen.Programma-actualiseringWasmiddelen, textiel, wasgewoontenen wasvoorschriften zullen in de toe-komst veranderingen ondergaan.De was- en spoelprogramma’s zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het wasprogrammate updaten en in het Novotronic-geheu-gen van uw wasautomaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampjevoor de watertoevoer en de wateraf-voer (PC = Programme Correction).Miele zal zelf aangeven wanneer deprogramma’s kunnen worden geactuali-seerd.Technische Dienst35

PlaatsingPlaats van opstellingAls plaats van opstelling is een beton-nen vloer het meest geschikt. In tegen-stelling tot een houten of een zachtevloer trilt deze nauwelijks mee als dewasautomaat centrifugeert.Let bij het plaatsen van uw apparaatop het volgende:Plaats de automaat waterpas en sta-biel.Plaats de automaat niet op een zach-te vloerbedekking omdat hij anderstijdens het centrifugeren gaat trillen.Als u de automaat op een houtenvloer wilt plaatsen, plaats hem danop een multiplex plaat van tenminste3 cm dik. U dient de plaat niet alleenmaar aan de planken van de vloer,maar aan zoveel mogelijk - in iedergeval aan 2 - balken vast te schroe-ven.Plaats de automaat als het enigszinskan in de hoek van het vertrek. Daaris iedere vloer het meest stabiel.Als u de automaat op een sokkelplaatst is moet u beslist voorkomendat het apparaat tijdens het centrifu-geren gaat schuiven.

U doet ditm.b.v. spanklauwen. Deze zijn ver-krijgbaar bij de Miele-vakhandel ofbij de afdeling Onderdelen van Mie-le Nederland B.V.Wasautomaat plaatsenNeem het apparaat van de verpak-kingsbodem en zet het op de plaatswaar het moet staan. Let op:Pak de automaat bij het tillen nietaan de deur vast.De machinevoeten en de vloer onderhet apparaat moeten droog zijn, an-ders loopt u het risico dat de auto-maat gaat glijden tijdens het centrifu-geren. TransportbeveiligingDraai de linker transportstang 90°.Plaatsing36

PlaatsingDraai de rechter transportstang 90°.Trek de stangen en steunstang eruit.Sluit de gaten met de bijgevoegdedopjes af.Zonder transportbeveiliging moet u dewasautomaat zo min mogelijk verschui-ven of kantelen.Bewaar de transportbeveiliging. Alsde automaat moet worden getrans-porteerd (bijv. bij een verhuizing)moet de beveiliging weer wordengemonteerd. Plaatsing37

PlaatsingHet stellen van de wasauto-maatDe wasautomaat moet waterpas staan,zodat een optimale werking gewaar-borgd is.Een verkeerd geplaatste wasautomaatheeft tot gevolg dat er meer water enenergie wordt verbruikt dan nodig is.De wasautomaat wordt met behulp vande stelvoeten aan de vloer aangepasten waterpas gesteld.Draai de stelvoet(en) naar buiten tothet apparaat waterpas staat.Houd de stelvoet(en) met een water-pomptang vast.Zet de contramoer met een schroe-vedraaier vast.Het inbouwen van de wasauto-maatDeze wasautomaat is speciaal bedoeldom onder een doorlopend werkblad teworden ondergebouwd of in een keu-ken te worden geïntegreerd.Daarvoor is een onderbouwset* vereist.Bij de onderbouwset is een boekje metmontage-instructies gevoegd.Het deksel van de automaat moet dooreen afdekplaat worden vervangen.Deze afdekplaat is omwille van de elek-trische veiligheid beslist noodzakelijken mag uitsluitend door een vakman /vakvrouw worden verwijderd.Bij een werkbladhoogte van 900/910mm is een stelframe* vereist.De watertoevoer, waterafvoer en deelektrische aansluiting dienen in debuurt van de automaat geïnstalleerd tezijn en men moet er gemakkelijk bij kun-nen.Was-droogzuilOp deze wasautomaat kan een Miele-droogautomaat worden geplaatst.Daarvoor is een tussenstuk* noodzake-lijk.De met * aangeduide onderdelen zijnverkrijgbaar bij de Miele-vakhandel ofrechtstreeks bij Miele Nederland B.V.Plaatsing38

WateraansluitingHet aansluiten van de water-toevoerDe automaat mag zonder terugslag-klep op het waterleidingnet worden aan-gesloten, omdat hij gebouwd is vol-gens EU-normen (zie het keurmerk ophet typeplaatje).Voor de aansluiting op de waterleidingis een kraan met 3/4" schroefkoppelingvereist. Is zo’n kraan niet aanwezig,dan mag de automaat uitsluitend dooreen erkend installateur op de waterlei-ding worden aangesloten.De ca. 1,5 m lange slang 3/8" met 3/4"schroefkoppeling wordt op de kraanaangesloten.Deze slang is niet geschikt om opwarm water te worden aangesloten.Let erop dat het dichtingsringetje goedin de schroefkoppeling zit.Het aansluitpunt staat onder druk. Con-troleer daarom of de aansluiting niet lekis.

Dit kunt u doen door de kraan lang-zaam open te draaien.Als u de slang vervangt, gebruik danuitsluitend slangen die bestand zijn te-gen een plotselinge drukverhoging vanminstens 70 bar. Dit geldt ook voor dedaaraan bevestigde aansluitingsarma-turen. Originele Miele-onderdelen vol-doen aan deze eis.Slangen van 2,5 of 4,0 m lengte zijn alsextra toebehoren leverbaar.De waterdruk moet tussen de 1 en 10bar overdruk liggen. Is de druk hogerdan 10 bar overdruk dan moet er eendrukreduceerventiel in de waterleidingworden ingebouwd.Van een minimale waterdruk van 1 baroverdruk is sprake, als er met volledigopengedraaide kraan binnen 15 secon-den 5 liter water in een emmer met mar-keringsstreepjes stroomt.De beide zeefjes in het vrije uitein-de van de toevoerslang en in hetkoppelstuk van de watertoevoer-klep mogen niet worden verwijderd.Wateraansluiting39

WateraansluitingHet aansluiten van de wateraf-voerHet sop wordt afgepompt m.b.v. een af-voerpomp met een opvoerhoogte van 1 m.De waterafvoerslang is 1,5 m lang.Het water moet ongehinderd weg kun-nen stromen en daarom mogen ergeen knikken in de slang zitten.Het bochtstuk aan het eind van deslang is draaibaar en kan indien nodigworden verwijderd.Het water kan op de volgende manie-ren worden afgevoerdHang de slang in een wastafel, was-bak of gootsteen.Zorg ervoor dat de afvoerslang nietweg kan glijden. Als de slang nietgoed vastzit kan hij door de krachtvan het wegstromende water uit dewastafel of wasbak worden gedrukt.Als het water in een wastafel of wasbakwordt afgepompt moet het snel ge-noeg weg kunnen stromen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele Novotronic W804 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden