Miele Novotronic W 153 F Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele Novotronic W 153 F (39 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele Novotronic W 153 F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | Novotronic W 153 F |
Handleiding Miele Novotronic W 153 F – volledige tekst
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest -al nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grof vuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is het appa-raat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking)Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 2Het verpakkingsmateriaal. 2Het afdanken van het apparaat. 2Algemeen. 6Het apparaat in één oogopslag. 6Bedieningspaneel. 7Verrijdbaar onderstel. 8Overzicht. 8Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 9Tips om energie te besparen. 12Vóór de eerste wasbeurt. 13Zo wast u goed. 14Korte handleiding. 14Voordat u gaat wassen. 14Wanneer u het programma start. 17Nadat u heeft gewassen. 19Het bijvullen van de trommel. 19Het wijzigen van het programmaverloop. 20Het onderbreken van een programma. 20Het wijzigen van extra functies, de temperatuur, het centrifugetoerentalen het basisprogramma. 20Het overslaan van een programmafase. 20Wasmiddelen. 21Het kiezen van wasmiddel. 21Het doseren van wasmiddel. 21De hoeveelheid wasmiddel. 21Wasmiddelvakjes. 22Wateronthardingsmiddel. 22Wasverzachters en stijfsels.
Programma's. 24Programma-overzicht. 24Programmaverloop. 26Waskaart. 28Extra functies. 29Het inschakelen van extra functies. 29Inweken. 29Voorwas. 29Kort. 29Extra water. 30Het uitschakelen van de extra functies. 30Centrifugeren. 30"Zonder centrifugeren". 30"Spoelstop". 30Elektronische programmavergrendeling. 31Elektronische afsluitfunctie. 32Het programmeren van aanvullende functies. 33AMaximale waterstand. 33BSysteem extra water. 33CHet activeren van vakje. 33iDHet wijzigen van de inweektijd. 34EBehoedzaam wassen. 34FAfkoeling van het sop. 34GMemory-functie. 34Het programmeren van aanvullende functies. 351. Het kiezen van de programmeermodus. 352. Het kiezen van een aanvullende functie. 353. Het activeren of deactiveren van de gekozen aanvullende functie. 364. Het opslaan van de gekozen aanvullende functie. 36Reiniging en onderhoud. 37Het reinigen van de wasautomaat.
BedieningspaneelaToets "I-Aan/0-Uit"Met deze toets kunt ude wasautomaat in- en uitschakelenen het programma onderbreken.bToets "Deksel"Met deze toets kunt u het deksel vande wasautomaat openen.cToets "START"Met deze toets kunt u een waspro-gramma starten.dToetsen voor de extra functiesWanneer u een extra functie inscha-kelt gaat het daarbij behorende con-trolelampje branden.Wanneer u een extra functie weer uit-schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje uit.eToets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u het centrifuge-toerental, de spoelstop of "Zondercentrifugeren" instellen.fControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerentalgProgrammakeuzeschakelaarDeze kan naar rechts of naar linksworden gedraaid.De ringverlichting gaat in de volgen-de gevallen uit:– wanneer u binnen enkele minuten nahet inschakelen geen programmaheeft gekozen of heeft gestart;– enkele minuten na het einde van hetprogrammahControlelampjes voor het program-maverloopiAndere controlelampjesAlgemeen7
Verrijdbaar onderstelDeze wasautomaat is voorzien van eenverrijdbaar onderstel. Daarmee kan hetapparaat zonder problemen op een an-dere plaats worden gezet.Wanneer de wasautomaat in gebruikis zit de hendel links.De hendel van het verrijdbaaronderstel moet zich in de linker posi-tie bevinden als de wasautomaat ingebruik is. Alleen dan is de stabiliteitvan het apparaat gewaarborgd.Wanneer aan deze voorwaarde niet isvoldaan bestaat het risico dat het appa-raat bij het wassen en centrifugerengaat schuiven en grote schade aan-richt.Wanneer de wasautomaat moet wor-den verplaatst zit de hendel rechts.Rol het apparaat niet met forse krachts-inspanning over opstaande randen ofdrempels die hoger zijn dan 8 mm,want dan blokkeert de hendel en kandeze beschadigd raken.OverzichtABinnenste dekselBSlot van het binnenste dekselCWasmiddelladeAlgemeen8
Lees eerst de gebruiksaanwijzingdoor voordat u uw wasautomaatvoor het eerst gebruikt. Hierin vindtu belangrijke instructies met betrek-king tot de veiligheid, het gebruik enhet onderhoud van het apparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voor-komt onnodige schade aan uw ap-paraat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de wasauto-maat. Efficiënt gebruikDeze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Deze wasautomaat is uitsluitendbestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van defabrikant op het wasetiket in de wasau-tomaat mag worden gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening.
Technische veiligheidControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. Voordat u de wasautomaat aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) ophet typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet te vergelijken. Deze moeten be-slist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dewasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsbepalingen isgeïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan en dat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man / vakvrouw wordt geïnspecteerd.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad. De wasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepa-lingen. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de ge-bruiker opleveren, waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld.
Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. De watertoevoerslang is aan slijta-ge onderhevig, hoewel er veel zorgis besteed aan de productie ervan ener gebruik is gemaakt van het bestemateriaal. Door scheuren, knikken,bobbels enz. kan de slang poreus wor-den en gaan lekken. Controleer de slang daarom regelmatig,zodat u ze tijdig kunt vervangen en zowaterschade voorkomen. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel bescha-digd is, moet de kabel door eenspeciale Miele-kabel worden vervan-gen. GebruikPlaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten.
Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat. Zie hoofdstuk: "Plaatsen en aansluiten". Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels/apparaten dieernaast staan. Sluit de kraan af wanneer u langeretijd afwezig bent (bijv. tijdens va-kanties), zeker wanneer er zich in debuurt van de wasautomaat geen afvoerin de vloer (bijv. een putje) bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen. Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.
Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv.
Het is absoluut noodzakelijk dehendel van het verrijdbaaronderstel naar links te draaien, voordatu gaat wassen. Alleen dan staat uwwasautomaat stabiel.Wanneer u het wasmiddel op dejuiste manier doseert is het niet no-dig dat u de wasautomaat ontkalkt.Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten. Deze middelenzijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhan-delaar of bij de afdeling Onderdelenvan Miele Nederland B.V.
Volg de ad-viezen voor het gebruik van de ontkal-kingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig in hel-der water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaat nooitreinigingsmiddelen die een oplos-middel bevatten, zoals wasbenzine.Doet u dat toch, kunnen onderdelenvan het apparaat beschadigen en kun-nen er giftige dampen ontstaan. Hetgevaar bestaat dan dat er brand uit-breekt of zich een explosie voordoet.Wanneer u textielverf in de wasau-tomaat wilt gebruiken, kies dan tex-tielverf die daar geschikt voor is.
Ge-bruik deze verf alleen voor huishoudelij-ke doeleinden, neem niet meer verf danstrikt nodig is en neem de aanwijzingenvan de textielverffabrikant precies inacht.Ontkleuringsmiddelen kunnen doorhun chemische samenstelling cor-rosie veroorzaken.Deze middelen mogen daarom niet inde wasautomaat worden gebruikt.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11
–Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.–Was normaal en licht vervuild WIT enBONT WASGOED met een lageretemperatuur (75 C of 60 C).° °–Gebruik de programma's COMBINA-TIEWAS of MINIWAS voor kleinerehoeveelheden wasgoed.–Voor de reiniging van normaal ver-vuild wasgoed is de hoofdwas vol-doende.–Gebruik de extra functieInweken.Dan kunt u voor de hoofdwas een la-gere temperatuur instellen.–Bij sterk vervuilde was kunt u inplaats van de extra functieVoorwasde extra functieInwekengebruiken.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.–Was licht vervuild wasgoed met deextra functieKort.–Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.–Reduceer bij kleinere beladingshoe-veelheden de hoeveelheid wasmid-del.
Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst in gebruik neemtof het apparaat volgens de regels isopgesteld en aangesloten.Zie hoofdstuk: "Plaatsen en aanslui-ten".Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om v r de eerste wasbeurt teóócentrifugeren.Voor het activeren van het kogelventielmoet u een wasprogramma laten draai-en zonder wasgoed en zonder wasmid-del.Het kogelventiel zorgt ervoor dat hetwasmiddel voortaan volledig wordt ge-bruikt.Wanneer er bij het activeren van het ko-gelventiel wasmiddel wordt gebruiktkan er sprake zijn van extreme schuim-vorming!^Draai de kraan open.^Druk de I-Aan/0-Uit - toets in.^Draai de programmakeuzeschake-laar op "WITTE / BONTE WAS 40 C".°^Druk op de START - toets.Na afloop van het programma is het ap-paraat klaar voor gebruik.Vóór de eerste wasbeurt13
Korte handleidingWanneer u een kort overzicht wilt heb-ben over hoe u de wasautomaat moetbedienen, kunt u de met cijfers aange-duide stappen ( , , ,...) aanhouA B C -den.Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken.
Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage haakjes en lood-band of wikkel ze in een doek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.^Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen. Het symbooldaarvoor is: .h^Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn.
BSchakel het apparaat in^door op de I-Aan/0-Uit - toets te druk-ken.COpen het buitenste deksel^door op de Deksel - toets te drukken^en het buitenste deksel tot de aan-slag open te klappen.^Open het binnenste deksel.DOpen de wastrommelDe twee helften van de trommelope-ning staan onder druk.^Houd met de ene hand de achterstehelft van de opening licht tegen.^Druk op het veiligheidsslot (ziezwarte pijl) en druk tegelijkertijd metde andere hand de voorste helft vande opening naar binnen totdat deopening ontgrendeld is (zie pijl).^Laat beide helften vervolgens lang-zaam naar boven komen.EVul de wastrommel^Leg het wasgoed ontvouwd en losjesin de trommel.Wanneer er stukken wasgoed van ver-schillende grootte in de trommel liggenis dat beter voor de waswerking en deverdeling van het wasgoed tijdens hetcentrifugeren.Let op de maximale beladingscapaci-teit voor de verschillende soorten was:WITTE WAS / BONTE WAS .
FSluit de wastrommel^Druk eerst de voorste en daarna deachterste helft van de opening naarbeneden, totdat de haken van devoorste helft in de gaten van de ach-terste helft grijpen en de helften dui-delijk zichtbaar vastklikken.Doet u dat niet, dan kunnen appa-raat en wasgoed beschadigd raken.Reinig regelmatig het rolletje aan delinker haak, zodat dit altijd soepelloopt.Let er op dat er geen wasgoed tus-sen de helften van de trommelope-ning vast komt te zitten.GSluit het binnenste deksel^door de de sluiting open te trekken Den ervoor te zorgen dat deze goedvastklikt .EWanneer u het binnenste deksel nietgoed sluit dan kunt u geen program-ma starten en gaat het controle-lampje van de START - toets knippe-ren.Zo wast u goed16
HTrek de wasmiddellade naar buitenIDoseer het wasmiddelNeem de doseeraanwijzingen op dewasmiddelverpakking in acht.–Wat u precies moet doen kunt u le-zen in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen. Doet u dat niet, dan kan hetbuitenste deksel niet dicht.JSluit het buitenste dekselKOpen de kraanWanneer u het programmastart–Wanneer de programmakeuzescha-kelaar op "Einde" staat, dan brandt inhet programmaverloop het controle-lampje "Einde".AKies het programma^door de programmakeuzeschakelaarop het gewenste wasprogramma tedraaien.Zie hoofdstuk: "Programma's", para-graaf: "Programma-overzicht".Zo wast u goed17
BKies eventueel (een) extra func-tie(s)^door op de toets(en) van de ge-wenste extra functie(s) te drukken.Wanneer u een extra functie inschakeltgaat het daarbij behorende controle-lampje aan.Een gekozen extra functie kunt u uit-schakelen door nog een keer op dedesbetreffende toets te drukken.Wanneer u een extra functie weer uit-schakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje uit.CKies het centrifugetoerental^door zo vaak op de toets "Centrifuge-ren" te drukken, totdat het controle-lampje oplicht van het door u ge-wenste centrifugetoerental.Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen.
Wanneer u een hoger centrifu-getoerental kiest dan binnen het geko-zen wasprogramma mogelijk is accep-teert de automaat dat niet.Zie hoofdstuk: "Programma's", para-graaf: "Programma-overzicht".DStart het programma^door op de START - toets te drukken.Aan het begin van het wasprogram-ma hoort u een kort krakend geluid.Dat betekent dat de trommel wordtontgrendeld.Zo wast u goed18
Nadat u heeft gewassenAOpen het buitenste deksel^door op de Deksel - toets te drukken^en het buitenste deksel tot de aan-slag open te klappen.BOpen het binnenste dekselCOpen de wastrommelDHaal het wasgoed uit de trommelKijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen.
Anders loopt u het risico dat zebij de volgende wasbeurt krimpen ofafgeven.ESluit de wastrommelAnders bestaat het gevaar dat er voor-werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.FSluit het binnenste dekselGSluit het buitenste dekselHSchakel het apparaat uit^door op de I-Aan/0-Uit - toets te druk-ken.De wasautomaat kan na het wassenindien noodzakelijk naar een andereplek worden gereden.^Draai de hendel van het verrijdbaaronderstel naar rechts.Let hierbij op de aansluitkabel, dewatertoevoer- en waterafvoerslang.Het bijvullen van de trommelU kunt bij alle programma's nog was-goed in de trommel leggen of wasgoeduit de trommel halen, nadat u het pro-gramma heeft gestart.^Druk 1 x op de Deksel - toets.Nu draait de trommel in de positiewaarin hij kan worden geopend.
Daarbijknipperen afwisselend de lampjes"Spoelstop" en "Zonder centrifugeren".Wanneer deze lampjes niet meer knip-peren en de trommel vergrendeld is (letop krakend geluid) kunt u het dekselopenen.^Druk opnieuw op de Deksel - toets.^Open het buitenste deksel tot deaanslag.^Open het binnenste deksel.^Open de wastrommel.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de wastrommel.^Sluit het binnenste deksel goed.^Sluit het buitenste deksel.Het programma wordt automatischvoortgezet.In een paar gevallen kan het apparaatniet meer worden geopend, en welwanneer–de temperatuur van het sop bovende 55 C komt;°–de programmavergrendeling is in-geschakeld;–de programmafase "Centrifugeren" isbereikt.Zo wast u goed19
Het wijzigen van het program-maverloopHet onderbreken van een programma^Druk op de I-Aan/0-Uit - toets.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^druk dan nog een keer op deI-Aan/0-Uit - toets.Het wijzigen van extra functies, detemperatuur, het centrifugetoerentalen het basisprogrammaNadat u op de START - toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen.–Tot 6 minuten nadat u op de START -toets heeft gedrukt kunt u de extrafuncties "Extra water" of "Kort" in- ofuitschakelen of een andere tempera-tuur kiezen.–U kunt het centrifugetoerental wij-zigen, voor zover dat het maximumtoerental van het gekozen program-ma niet overschrijdt.Nadat u op de START - toets heeft ge -drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.–Draait u de programmakeuzeschake-laar op een ander programma, n datáu de START - toets heeft ingedruktof–draait u de programmakeuzeschake-laar op een andere temperatuur,m r dan 6 minuten n dat u op deéé áSTART - toets heeft gedrukt.dan heeft dat geen invloed op het pro-grammaverloop.
Het controlelampje"Einde" begint te knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma of de temperatuurwordt gedraaid dat resp. die eerst wasingesteld.Om een ander programma te kunnenkiezen, gaat u als volgt te werk:^Schakel het apparaat met deI-Aan/O-Uit - toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde".^Schakel het apparaat met deI-Aan/O-Uit - toets in.^Kies een ander programma.^Druk op de START - toets.Het overslaan van een program-mafase^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde".Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,^draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Wanneer de programmavergrende-ling is ingeschakeld kan het pro-gramma niet worden afgebroken ofgewijzigd.Zo wast u goed20
Ook vloeibare, com-pacte (geconcentreerde) wasmiddelenen wasmiddelen met verschillendecomponenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes ge -bruiken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en de doseringvan de wasmiddelen kunt u vinden opde wasmiddelverpakking.Het doseren van wasmiddelDe dosering is van verschillende facto-ren afhankelijk.–De hoeveelheid wasgoed–De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingsstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Vrij sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.–De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitse hard-heid°dHI zacht 0 - 10II gemiddeld 10 - 16III hard > 16De hoeveelheid wasmiddel.
. . te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat:–het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;–er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten;–er zich kalk in de kuip afzet (verwar-mingselementen, trommel).. . . te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat:–er sterke schuimvorming optreedt;–de waswerking gering is;–het reinigings- en spoelresultaat nietoptimaal is;–er door de extra spoelgang meer wa-ter wordt verbruikt;–het milieu extra wordt belast.Wasmiddelen21
Wasmiddelvakjesi= Vakje voor de voorwasj= Vakje voor inweken enhoofdwasp= Vakje voor wasverzachteren stijfselVia vakje wordt het wasmiddel vooride voorwas in de trommel gespoeld.Via vakje wordt het wasmiddel voorjde hoofdwas in de trommel gespoeld.Is de capaciteit van vakje niet volj-doende (dat is mogelijk in gebiedenmet zeer hard water), kan ook vakje ivoor de dosering van het wasmiddelworden geactiveerd.Zie hoofdstuk: "Het programmeren vanaanvullende functies", paragraaf: "Hetactiveren van vakje ".iWateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan 10°d.H. kunt u een wateronthardingsmid-del gebruiken om wasmiddel te bespa-ren.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.
in doseringen voor zacht ofgemiddeld water tot 10 dH.°Wanneer u met verscheidene compo-nenten wast, adviseren wij u deze mid-delen altijd bij elkaar in vakje te do-jseren, en wel in de onderstaande volg-orde:1. Wasmiddel2. Wateronthardingsmiddel3. VlekkenzoutDan worden de middelen beter inge-spoeld.Wasverzachters en stijfselsMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met andere stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Wasmiddelen22
Automatisch spoelen metwasverzachter of stijfsel^Doseer de wasverzachter of het(synthetische) stijfsel.Doseer niet hoger dan de pijl.^Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen.De wasverzachter of het (synthetische)stijfsel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld.
Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.pWanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral de zuighevel en hetkanaal voor de wasverzachter.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd", paragraaf: "Het reinigen vande wasmiddellade".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of hetsynthetische stijfsel in vakje .p^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Stijven".^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Apart spoelen met stijfsel^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar op "Stijven".^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de START - toets.Wasmiddelen23
kousen, blouses, overhemden en fijne was40 C tot koud 600°Vitrage die volgens de fabrikant in de wasauto-maat kan worden gewassen30 C tot koud 600°Zijde/Wasgoed van met de hand wasbaar textiel waargeen wol in zit.30 C 400°WOL/Wasgoed van wol en wolmengweefsels dat met dehand of in de wasautomaat mag worden gewas-sen40 C tot koud 1200°MINIWAS Licht vervuild wasgoed dat in het programma voorde bonte was mag worden gewassen40 C 1400°Stijven Tafellakens, servetten, schorten en beroepskleding koud 1400Pompen/Centri-fugeren1400Extra spoelen Wasgoed dat alleen maar moet worden uitge-spoeld en gecentrifugeerdkoud 900Combinatiewas Een combinatie van bont en kreukherstellend was-goed dat naar kleur is gesorteerd40 C 900°Koud:Bij de temperatuuraanduiding "Koud" wordt het water tot 24 C verwarmd.
Zo worden de schomme-°lingen gecompenseerd waaraan de temperatuur van het drinkwater onderhevig is en wordt de wer-king van het wasmiddel versterkt.Programma's24
belading Mogelijke extrafunctiesTips5 kg - Inweken- Voorwas- Kort- Extra water(Optie 1,2,3,4)Kies bij bijzonder sterk vervuild wasgoed de extra functie"Inweken" of "Voorwas".Was donkerkleurig wasgoed met een vloeibaar wasmiddel.5 kg Voor testbureaus:Programma-instelling voor de test volgens norm EN 60456.2,5 kg - Inweken- Voorwas- Kort- Extra water(Optie 1,2,4)Kies bij bijzonder sterk vervuild wasgoed de extra functie"Inweken" of "Voorwas".Kies bij minder vervuild wasgoed de extra functie "Kort".1 kg - Inweken- Voorwas- KortIn dit programma kreukt het wasgoed minder (licht strijken).Was wasgoed waar wol in zit in het programma "WOL".Trommel voor1/2 tot 3/4 losjesvullen- Inweken- Voorwas- KortOmdat vitrage veel stof aantrekt is het meestal nodig dezemet een programma met voorwas te wassen.1 kg - Kort- Extra water(Optie 2,4)In dit programma kreukt het wasgoed minder (licht strijken).Was panty's en bh's in een waszak.Gebruik een fijnwasmiddel.2 kg Gebruik een vloeibaar wolwasmiddel.Reduceer bij handwas die uit een ander soort vezels be-staat het centrifugetoerental of centrifugeer helemaal niet.2,5 kg - Extra water(Optie 1,2,4)Doseer minder waspoeder.
Dit programma heeft namelijkeen halve belading.5 kg Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn.5 kg Wanneer u alleen wilt pompen, kies dan met de Centrifuge-ren - toets "Zonder centrifugeren".5 kg3 kg - Inweken- Voorwas- Kort- Extra water(Optie 1,2,4*)Afhankelijk van de samenstelling van het wasgoed wordenwaterstand, aantal spoelgangen en de duur van het pro-gramma automatisch ingesteld. Zie hoofdstuk: "Program-ma's", paragraaf: "Programmaverloop".* Alleen wanneer het wasgoed voor een groot gedeelte uitkatoenen materiaal bestaat, wordt er een keer extra ge-spoeld.De extra functies worden in het hoofdstuk: "Extra functies" nader uiteengezet.Programma's25
1200Spoelstop instelbaar instelbaar instelbaar instelbaar instelbaarZonder centrifugeren instelbaar instelbaar instelbaar instelbaar instelbaarWasritme normaal normaal behoedzaam zijde wolWaterstand - Wassen- SpoelenlaaglaaglaaggemiddeldhooghooggemiddeldgemiddeldgemiddeldgemiddeldToelichting:ßDeze programmafase is aanwezig- Deze programmafase is niet aanwezig1) Beladingsherkenning:In deze programma's kan de elektronica de tijd meten waarin het wasgoed het water opneemt. Aan dehand daarvan kan de elektronica de belading meten en het programmaverloop aanpassen.2) De vierde spoelgang wordt automatisch ingeschakeld, wanneer er veel schuim in de trommel zit ofer een lager centrifugetoerental is gekozen dan 700 omw/min.Zijde:Voor een optimaal wasresultaat is de wasmechaniek in dit programma minder sterk dan in het pro-gramma FIJNE WAS, maar sterker dan in het programma WOL, d.w.z.
MINIWAS40°CStijven Pompen /CentrifugerenExtra spoelen COMBINATIEWAS 1)Groot aandeelkatoenenwasgoedGroot aandeelkreukherstel-lend wasgoed- - - - instelbaar instelbaar- - - instelbaar instelbaarßß- - - ß ß- - - - - -- - - - - ß2 - - 2 3 of 42) 32 - - - 2 2- - - - 2 2max. 500 - - - max. 900 max. 500max. 1400 max. 1400 max. 1400 max. 1200 max. 900 max. 900instelbaar instelbaar - instelbaar instelbaar instelbaarinstelbaar instelbaar - instelbaar instelbaar instelbaarnormaal normaal - behoedzaam normaal normaallaaggemiddeldlaag--- hooglaaglaaglaaggemiddeldAfkoeling van het sop (programmeerbaar):Aan het einde van de hoofdwas stroomt er extra water in de trommel. Het sop koelt iets af.
Heet sopkan waterafvoerbuizen van kunststof beschadigen.Pendelspoelen:Aan het einde van de hoofdwas koelt het sop in fases af door in- en wegstromend water.Dat vermindert het risico dat het wasgoed gaat kreuken.Centrifugeren tussen de spoelgangen:Het wasgoed wordt tussen de spoelgangen gecentrifugeerd.Centrifugeren na de laatste spoelgang:Het maximale centrifugetoerental van het gekozen wasprogramma wordt ingesteld met behulp van deCentrifugeren - toets.Het toerental wordt door het apparaat bij de programma s KREUKHERSTELLEND, FIJNE WAS, WOL,‘Extra spoelen en COMBINATIEWAS automatisch tot de hierboven aangegeven maximalecentrifugetoerentallen gereduceerd.Programma's27
Het inschakelen van extrafunctiesU kunt als aanvulling op een waspro-gramma extra functies inschakelen.Dat kunt u doen door op de toetsenvoor de extra functies te drukken.Wanneer u een extra functie inschakeltgaat het daarbij behorende controle-lampje branden.Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet mogelijk zijn, kuntu niet inschakelen.Wanneer u een toets van zo'n functieindrukt gaat het daarbij behorende con-trolelampje uit, zodra u de toets loslaat.Zie hoofdstuk: "Programma's", para-graaf: "Programma-overzicht".Een centrifugetoerental dat het maxi-mum centrifugetoerental binnen het ge-kozen programma overschrijdt, kunt uniet instellen.Wanneer u zo'n toerental met de toets"Centrifugeren" instelt reageert de auto-maat daar niet op.Zie hoofdstuk: "Programma's", para-graaf: "Programma-overzicht".InwekenVoor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door eiwithoudende vlekken(bijv.
bloed, vet, cacao)–De inweektijd bedraagt minimaal 30minuten en maximaal 2 uur.Deze tijd kunt u instellen in stappenvan 30 minuten.–De inweektijd is in de fabriek op 2uur ingesteld.Hoe u deze inweektijd kunt veranderenkunt u lezen in het hoofdstuk: "Het pro-grammeren van aanvullende functies".Het doseren van wasmiddel bij ge-bruik van de extra functie InwekenBij programma's zonder voorwas:^Doseer de totale hoeveelheid was-middel in vakje of direct op hetjwasgoed in de trommel.Bij programma's met voorwas:^Doseer 1/4van het wasmiddel in vak-je voor de voorwas eni3/4van hetwasmiddel in vakje voor dejhoofdwas.VoorwasVoor sterk vervuild wasgoedKortIn de programma's WITTE WAS /BONTE WAS, KREUKHERSTELLENDen COMBINATIEWAS wordt erslechts twee keer met een verhoogdewaterstand gespoeld.Verkort de programmaduur.Voor licht vervuild wasgoedExtra functies29
Extra waterVerhoogt de waterstand bij deprogramma's WITTE WAS / BONTEWAS, KREUKHERSTELLEND, MINI-WAS en COMBINATIEWAS.–Bij bijzonder fijne textielsoorten–Bij moeilijk in te spoelen wasmidde-len–Wanneer aan het spoelresultaat bij-zondere eisen worden gesteld.U kunt bij de toets "Extra water" kiezentussen vier opties.Deze opties worden uiteengezet in hethoofdstuk: "Het programmeren van aan-vullende functies", paragraaf: "Systeemextra water".Het uitschakelen van de extrafunctiesWanneer u een extra functie heeft in-geschakeld en het daarbij behorendecontrolelampje brandt, kunt deze extrafunctie weer uitschakelen door de des-betreffende toets weer in te drukken.Het daarbij behorende controlelampjegaat dan weer uit.CentrifugerenHet wasgoed wordt na ieder basis-programma gecentrifugeerd, wan-neer er een centrifugetoerental is in-gesteld."Zonder centrifugeren"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar niet meer na de laatstespoelgang.De wasautomaat schakelt na het pom-pen direct over op "Einde"."Spoelstop"Het wasgoed wordt wel tussen de ver-schillende spoelgangen gecentrifu-geerd, maar blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen.Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop van hetprogramma uit de trommel haalt.Wanneer u het programma na de spoel-stop wilt voortzetten, stel dan met deCentrifugeren - toets het gewenste cen-trifugetoerental in.Het maximale centrifugetoerental vande verschillende programma's wordtniet overschreden.
ElektronischeprogrammavergrendelingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens het wassenwordt geopend. Tevens voorkomt udaarmee dat een wasprogramma datnog bezig is, wordt afgebroken.Het inschakelen van de programma-vergrendelingAKies een programma zoals beschre-ven in het hoofdstuk: "Zo wast ugoed".BDruk zo lang op de START - toets(minstens 4 seconden), totdat hetcontrolelampje "Vergrendeling"brandt.
Dit lampje bevindt zichrechts onder op het bedieningspa-neel.De programmavergrendeling is nu in-gesteld.Het apparaat accepteert nu geen wij -zigingen meer en maakt het waspro-gramma helemaal af.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling op-geheven, zodat een nieuw waspro-gramma kan worden gekozen.Het uitschakelen van de programma-vergrendelingADruk zo lang op de START - toets(minstens 4 seconden), totdat hetcontrolelampje "Vergrendeling" uit-gaat.Uitzondering:In het programmaverloop knippert hetcontrolelampje "Einde".ADraai de programmakeuzeschake-laar op het programma dat u eerderheeft ingesteld.Het controlelampje "Einde" gaat uit.BDruk zo lang op de START - toets(minstens 4 seconden), totdat hetcontrolelampje "Vergrendeling" uit-gaat.Extra functies31
Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge-schakeld kan:–het apparaat niet worden geopend;–er geen programma worden geko-zen;–er geen programma worden gestart.Het inschakelen van de afsluitfunctieASluit het apparaat.Draai de programmakeuzeschake-laar op "Einde".BSchakel het apparaat in.CDruk de toets "Voorwas" in en houddeze tijdens de volgende stappen Dtot en met ingedrukt.FDDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en metde klok mee op "WITTE WAS / BON-TE WAS 40 C".°EDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in op "Einde".FDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in op "Zijde 30 C".°–Het controlelampje "Vergrendeld"knippert.GLaat de toets "Voorwas" los.HSchakel het apparaat uit.Het uitschakelen van de afsluitfunc-tieHerhaal de stappen tot en met .A GHet controlelampje "Vergrendeld" gaatuit.Extra functies32
U kunt een aantal aanvullende functiesprogrammeren om het wasprogrammanog beter af te stemmen op het soortwasgoed en de manier waarop u dit wiltwassen.Een aanvullende functie blijft zo langgeprogrammeerd totdat ze weer wordtgewist.U kunt kiezen uit de volgendeaanvullende functies:AMaximale waterstandVerhoogt de waterstand bij hetspoelen automatisch tot het maxi-mum en wel bij de programma'sWITTE WAS / BONTE WAS,KREUKHERSTELLEND,MINIWAS EN COMBINATIEWAS.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.BSysteem extra waterDe toets "Extra water" bezit vier op-ties, die de waterstand verhogenen/of een keer extra spoelen.Optie 1Verhoogt de waterstand bij het spoelenen wel bij de programma's WITTEWAS / BONTE WAS, KREUKHERSTEL-LEND, MINIWAS en COMBINATIEWAS.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.Optie 2Verhoogt de waterstand in alle pro-grammafases van de programma'sWITTE WAS / BONTE WAS, KREUK-HERSTELLEND, MINIWAS, Zijde enCOMBINATIEWAS.Deze optie is standaard ingesteld.Bij bijzonder fijne textielsoortenBij moeilijk in te spoelen wasmiddelenOptie 3In WITTE WAS / BONTE WAS wordt eenkeer extra gespoeld.Wanneer aan het spoelresultaat bijzon-dere eisen worden gesteld.Optie 4Is een combinatie van optie 2 en 3.Wanneer uw huid allergisch is voorwasmiddelen.CHet activeren van vakje iIn de hoofdwas van het programmaWITTE WAS / BONTE WAS stroomthet water in de eerste 10 secondenvia vakje in de trommel.iSoms is de capaciteit van vakje nietjvoldoende voor de hoeveelheid was-middel dat voor de hoofdwas moet wor-den gedoseerd en wel wanneer:–het water zeer hard is (hardheids -graad III) en–het wasgoed sterk vervuild is.In deze gevallen kan ook vakje ivoor de dosering van het wasmiddelworden geactiveerd.Het programmeren van aanvullende functies33
DHet wijzigen van de inweek-tijdU kunt een inweektijd van:–30 min of–1 h of–1 h 30 min of–2 h programmeren.EBehoedzaam wassenLicht vervuild wasgoed wordt be-hoedzaam gewassen en wel bij deprogramma's: WITTE WAS / BONTEWAS, KREUKHERSTELLEND, MINI-WAS, Stijven en COMBINATIEWAS.Het aantal trommelbewegingen wordtdan gereduceerd.Bij iedere wasbeurt wordt met het be-hoedzame ritme gewassen.FAfkoeling van het sopAan het einde van de hoofdwasstroomt er ter afkoeling van het sopextra water in de trommel.Deze functie kunt u programmeren bijhet programma WITTE WAS/BONTEWAS en wel bij een temperatuur van95 C of 75 C.° °Het verdient aanbeveling om dezefunctie te programmeren–wanneer de wasautomaat in een ge-bouw staat met waterafvoerbuizendie niet aan de Komokeur voldoen;–wanneer u de waterafvoerslang ineen wasbak, wastafel of gootsteenhangt.Op deze manier kunt u verbrandings-of verschroeiingsgevaar voorkomen.De functie "Afkoeling van het sop" isstandaard uitgeschakeld.GMemory-functieWanneer bij een programma een ex-tra functie wordt gekozen en/of hetcentrifugetoerental wordt gewijzigd,slaat de wasautomaat deze instel-ling(en) op zodra het programmastart.De Memory-functie is standaard inge-schakeld en kan weer worden uitge-schakeld.Hoe u de aanvullende functies moetprogrammeren is op de volgendebladzijden beschreven.Het programmeren van aanvullende functies34
Het programmeren vanaanvullende functiesDe aanvullende functies worden ge-programmeerd met behulp van detoetsen voor de extra functies en metbehulp van de programmakeuze-schakelaar. De toetsen van de extrafuncties en programmakeuzeschake-laar hebben dus een tweede functiedie niet op het paneel te zien is.Het gebeurt in vier stappen:1. Het kiezen van deprogrammeermodus2. Het kiezen van een aanvullendefunctie3. Het activeren of deactiveren vandeze aanvullende functie4. Het opslaan van deze aanvullendefunctie1.
Het kiezen van de programmeer-modusADe wasautomaat moet uitgeschakeldzijn.De automaat moet gesloten zijn.De programmakeuzeschakelaarmoet op de stand "Einde" staan.BDruk de toetsen van de extra func-ties "Kort" en "Extra water" tegelijk inen houd ze ingedrukt.CSchakel het apparaat met behulpvan de I-Aan/0-Uit - toets in.DLaat alle toetsen los.In het display knippert het controle-lampje "Wassen".2.
Het kiezen van een aanvullendefunctieEDraai de programmakeuzeschake-laar op n van de volgende posiéé -ties:–voor de aanvullende functieAMaximale waterstandop "FIJNE WAS 40 C"°–voor de aanvullende functieBSysteem extra waterop "FIJNE WAS 30 C"°–voor de aanvullende functieCHet activeren van vakje iop "Zijde 30 C"°–voor de aanvullende functieDHet wijzigen van de inweektijdop "WOL koud"–voor de aanvullende functieEBehoedzaam wassenop "COMBINATIEWAS 40 C"°–voor de aanvullende functieFAfkoeling van het sopop "Stijven"–voor de aanvullende functieGMemoryop "Extra spoelen"Het programmeren van aanvullende functies35
Het activeren of deactiveren vande gekozen aanvullende functieVoor de aanvullende functiesA C E F G, , , ,GDoor n keer op de START - toets teéédrukken kunt u de aanvullende func-tie activeren.In het programmaverloop brandt hetcontrolelampje "Spoelen".Door nog n keer op de START -éétoets te drukken kunt u de aanvul-lende functie deactiveren.In het programmaverloop gaat hetcontrolelampje "Spoelen" uit.Voor de aanvullende functie BHet controlelampje "Spoelen" brandt.GDoor verschillende malen op deSTART - toets te drukken kunt u deverschillende opties activeren.Ter bevestiging van de gekozen op-ties branden de volgende controle-lampjes:–"Spoelen" = Optie 1–"Spoelstop" = Optie 2–"Pompen" = Optie 3–"Centrifugeren" = Optie 4Voor de aanvullende functie DHet controlelampje "Spoelen" brandt.GDoor verschillende malen op deSTART - toets te drukken kunt u deverschillende inweektijden activeren.Ter bevestiging van de gekozen in-weektijd branden de volgende con-trolelampjes:–Spoelen = 2 uur–Spoelstop = 1 uur 30 min.–Pompen = 1 uur–Centrifugeren = 30 minuten4.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele Novotronic W 153 F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine