Miele MIWED135WPS Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele MIWED135WPS (84 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 150 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele MIWED135WPS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | MIWED135WPS |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Buttons,Rotary |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 86000 g |
| Breedte: | 596 mm |
| Diepte: | 636 mm |
| Hoogte: | 850 mm |
| Type lader: | Voorbelading |
| Wi-Fi-besturing: | Nee |
| Geluidsniveau: | 70 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | A |
| Energieverbruik wassen: | 0.9 kWu |
| Waterconsumptie per cyclus: | 47 l |
| Centrifuge-droger klasse: | B |
| Geluidsniveau (wassen): | 50 dB |
| Maximale centrifugesnelheid: | 1400 RPM |
| Stroom: | 10 A |
| Geluidsemissieklasse: | A |
| Geluidsniveau bij centrifugeren: | 74 dB |
| Near Field Communication (NFC): | Nee |
| Cyclustijd (max): | 219 min |
| Energieverbruik per 100 cycli: | 47 kWu |
| Diepte wanneer de deur open is: | 1054 mm |
| Nominale capaciteit: | 8 kg |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
| Wasprogramma's: | Cold,Hand/wool,Spin/drain |
Handleiding Miele MIWED135WPS – volledige tekst
Inhoud2 Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 5 Bediening van de wasmachine. 12 Bedieningspaneel. 12 Hoe werkt de display. 13 Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14 Het toestel voor het eerst in gebruik nemen. 15 Beschermfolie en reclamestickers verwijderen. 15 Deur openen na afloop van het programma. 16 Milieuvriendelijk wassen. 17 1. Het wasgoed voorbereiden. 18 2. Trommel vullen. 19 3. Programma kiezen. 20 4. Wasmiddel doseren. 22 Wasmiddellade. 22 CapDosing. 24 5. Programma starten. 26 Toevoegen van wasgoed tijdens het programmaverloop. 26 6. Programma-einde. 27 Centrifugeren. 28 Eindcentrifugetoerental in het wasprogramma. 28 Voorprogrammering. 29 Programmaoverzicht. 30 Extra's. 34 Kort. 34 Extra water. 34 Voorwas. 34 Welke extra functies bij welke wasprogramma's. 35 Programmaverloop. 36.
Inhoud3 Programmaverloop wijzigen. 38 Programma wijzigen (kinderbeveiliging). 38 Programma stoppen. 38 Onderhoudssymbolen op het etiket. 39 Wasmiddel. 40 Het juiste wasmiddel. 40 Onthardingsmiddel. 40 Doseerhulpen. 40 Nabehandelingsmiddel voor wasgoed. 40 Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen. 42 Wasmiddelaanbevelingen conform de verordening (EU) nr. 1015/2010. 43 Reiniging en onderhoud. 44 Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 44 Wasmiddellade reinigen. 44 Hygiëne Info(trommel reinigen). 46 Watertoevoerzeefje reinigen. 46 Nuttige tips. 47 Er kan geen wasprogramma worden gestart. 47 Programma-afbreking en foutlampje op het bedieningspaneel brandt. 48 Symbool in de tijdweergave tijdens het programmaverloop. 49Controlelampje op het bedieningspaneel brandt aan het einde van het programma. 49 Algemene problemen met de wasmachine. 50 Een niet-bevredigend wasresultaat.
Inhoud4 De wasmachine horizontaal zetten. 62 Stelvoeten naar buiten draaien en vastzetten. 62 Onder een werkblad plaatsen. 63 Was- en droogzuil. 63 Het lekbeveiligingssysteem. 64 Watertoevoer. 66 Waterafvoer. 68 Elektrische aansluiting. 69 Verbruiksgegevens. 70 Instructie voor vergelijkende onderzoeken. 70 Technische gegevens. 71 Productkaart voor huishoudelijke wasmachines. 72 Programmeerfuncties. 74 Programmeerfunctie deselecteren en selecteren. 74 Programmeerfunctie bewerken en opslaan. 75 Programmeerniveau verlaten. 75 Toetssignaal. 75 Pincode. 76 Uitschakeling display. 76 Memory. 77 Extra voorwastijd Katoen. 77 Behoedzaam wassen. 77 Temperatuurverlaging. 77 Extra water. 78 Stand Extra water. 78 Maximaal spoelniveau. 78 Afkoeling van het waswater. 79 Kreukbeveiliging. 79 Lichtsterkte achtergrondverlichting gedimd.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid5Deze wasmachine voldoet aan de geldende veiligheidsvoor-schriften. Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiëleschade tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u dewasmachine in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.
Zo beschermt u zichzelf en vermijdt u schade aan dewasmachine.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wasma-chine en de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen enop te volgen.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar.Juist gebruik Deze wasmachine is bedoeld voor gebruik in het huishouden en ingelijkaardige omgevingen. De wasmachine is niet bestemd voor gebruik buitenshuis. Gebruik de wasmachine uitsluitend voor huishoudelijke toepas-singen voor het wassen van stoffen waarvan de fabrikant op hetwasetiket heeft aangegeven dat ze in de machine mogen worden ge-wassen.
Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten. Miele isniet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door eenander gebruik dan wat hier wordt vermeld of door foutieve bedie-ning.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid6 Personen die door hun fysieke, zintuiglijke of geestelijke mogelijk-heden of hun onervarenheid of gebrek aan kennis niet in staat zijnom de wasmachine veilig te bedienen, mogen de wasmachine alleenonder het toezicht of de begeleiding van een verantwoordelijk ie-mand gebruiken.Kinderen in het huishouden Kinderen jonger dan acht jaar dienen uit de buurt van de wasma-chine te worden gehouden, tenzij ze continue in het oog worden ge-houden. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasmachine alleen zondertoezicht bedienen, wanneer hen de wasmachine zodanig is toege-licht dat ze de wasmachine veilig kunnen bedienen. Kinderen moe-ten de eventuele risico's van een foutieve bediening kunnen herken-nen en begrijpen. Kinderen mogen de wasmachine niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Let op kinderen die in de buurt van de wasmachine komen.
Laatkinderen nooit met de wasmachine spelen.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Installatie” en “Tech-nische gegevens”. Controleer vóórdat de wasmachine wordt geplaatst, of het toestelzichtbaar beschadigd is. Een beschadigde wasmachine mag u nietopstellen en in gebruik nemen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid7 Vergelijk de gegevens omtrent de aansluiting (smeltveiligheden,spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet bij u ter plaatse voordat u de wasmachine aansluit. Vraageventueel uitleg aan een elektricien als u niet zeker bent. De betrouwbare en zekere werking van de wasmachine is enkelgegarandeerd wanneer de wasmachine aan het openbare elektrici-teitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de wasmachine wordt enkel gewaar-borgd als u het op een aardsysteem aansluit dat volgens de voor-schriften werd geïnstalleerd. Het is heel belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoor-waarde is voldaan.
Laat uw installatie bij twijfel door een vakman na-kijken.Miele kan niet worden aansprakelijk gesteld voor schade die werdveroorzaakt doordat de aardleiding onderbroken was of gewoon ont-brak. Gebruik om veiligheidsredenen geen verlengsnoer. Gebruik vaneen verlengsnoer, aftakcontactdozen en dergelijke verhoogt het risi-co op oververhitting en daarmee op brand. Laat defecte onderdelen enkel vervangen door originele Miele-wisselstukken. Enkel dan bent u zeker dat ze ten volle voldoen aande eisen die Miele qua veiligheid stelt. De aansluitstekker moet te allen tijde bereikbaar zijn om de was-machine van het elektriciteitsnet te kunnen afsluiten.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid8 Door ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen er onvoorzienerisico's ontstaan voor de gebruiker. Daarvoor kan de fabrikant nietaansprakelijk worden gesteld. Reparaties mag u uitsluitend laten uit-voeren door vakmensen die door Miele erkend zijn. Anders is er bijschade achteraf geen aanspraak meer op waarborg. Is het aansluitsnoer beschadigd, laat het dan vervangen door eenvakman die door Miele erkend is.
Zo vermijdt u risico's voor wie hettoestel gebruikt. Bij storingen of bij een reinigings- en onderhoudsbeurt is de was-machine alleen dan van het elektriciteitsnet losgekoppeld in de vol-gende gevallen, indien: – u de stekker uit het stopcontact haalt of – de zekering op uw elektrische installatie is uitgeschakeld of – de schroefzekering op uw elektrische installatie helemaal uitge-draaid is. Het waterproofsysteem van Miele beschermt tegen waterschadeals de volgende voorwaarden vervuld zijn: – het toestel wordt geïnstalleerd zoals het hoort wat stroomvoorzie-ning en wateraansluiting aangaat, – de wasmachine wordt gerepareerd en/of onderdelen worden ver-vangen indien er schade wordt vastgesteld. De waterdruk moet minstens 100 kPa bedragen en mag de1000kPa niet overschreiden. Deze wasmachine mag niet op niet-stationaire plaatsen (bijv.schepen) worden gebruikt. Voer geen veranderingen aan de wasmachine uit die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid9Efficiënt gebruik Stel uw wasmachine niet op in een vertrek waar het kan vriezen.Bevroren waterslangen kunnen onder druk scheuren of springen. Debetrouwbaarheid van de elektronische besturing kan door tempera-turen onder het vriespunt in het gedrang komen. Verwijder de transportbeveiliging op de achterzijde voor u dewasmachine in gebruik neemt. Zie rubriek “Installatie”, alinea “Trans-portbescherming wegnemen”). Als die beveiliging niet verwijderd is,kan ze tijdens het centrifugeren schade toebrengen aan de wasma-chine. Ook aan meubelen of toestellen ernaast kan er schade optre-den. Doe de waterkraan dicht bij langere afwezigheid (bv. vakantie).Vooral wanneer er zich vlakbij de wasmachine geen afvoer in devloer bevindt. Overstromingsgevaar! Voor u de afvoerslang in een spoelbak hangt, dient u te controlerenof het water vlot genoeg wegvloeit.
Maak de waterafvoerslang vastopdat ze niet zou wegglijden! Door de terugstoot van het wegvloei-ende water kan de slang anders uit de spoelbak worden geslingerd. Let erop dat er geen voorwerpen zoals spijkers, naalden, geld-stukken of paperclips worden meegewassen. Deze voorwerpen kun-nen schade toebrengen aan onderdelen van het toestel, bijv. aankuip of trommel. Deze beschadigde onderdelen kunnen op hun beurtuw was beschadigen. De maximumlading bedraagt 8 kg (droog wasgoed). In de rubriek“Programmaoverzicht” vindt u de deels kleinere ladingen voor afzon-derlijke programma's.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid10 Bij een juiste wasmiddeldosering is geen ontkalken van de was-machine nodig. Heeft zich in uw wasmachine toch kalk afgezet, ge-bruik dan een ontkalkingsmiddel op basis van natuurlijk citroenzuur.Miele raadt u de Miele ontkalker aan. Deze kunt u online bestellen opshop.miele.be, via uw Miele-handelaar of de dienst Onderdelen entoebehoren van Miele. Houd u stipt aan de toepassingsaanwijzingenvan het ontkalkingsmiddel. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen be-handeld is, moet voordat het in de wasmachine en droogkast wordtgewassen, grondig in zuiver water worden uitgespoeld. Gebruik in deze wasmachine in geen geval reinigingsmiddel datoplosmiddel bevat (bv. wasbenzine).
Daardoor kunnen toestelonder-delen worden beschadigd en kunnen giftige dampen ontstaan diebrand of explosies kunnen veroorzaken. Gebruik aan of in de wasmachine nooit reinigingsmiddelen die op-losmiddel (bijv. wasbenzine) bevatten. Daarmee bevochtigde kunst-stof oppervlakken kunnen worden beschadigd. Kleuringmiddel dient voor gebruik in wasmachines geschikt tezijn. Het mag enkel in beperkte mate - als voor een huishouden -worden gebruikt. Volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant striktop. Ontkleuringsmiddel kan wegens zijn zwavelhoudende verbin-dingen corrosie tot stand brengen. U mag geen ontkleuringsmiddelin de wasmachine gebruiken. Als er wasmiddel in uw ogen terechtkomt, spoel ze dan met zuiverlauwwarm water uit. Bij inslikken, direct een arts raadplegen. Perso-nen met gekwetste of gevoelige huid moeten elk contact met hetwasmiddel mijden.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid11Toebehoren Alleen accessoires die Miele uitdrukkelijk heeft goedgekeurd, mo-gen worden gemonteerd of ingebouwd. Worden er andere onderde-len gemonteerd of ingebouwd, dan vervalt het recht op garantie en/of productaansprakelijkheid. Wasmachines van Miele kunnen in een was- en droogzuil gecom-bineerd worden opgesteld. Tevens is een Miele was-droog-verbin-dingsset vereist; dit is een met toeslag verkrijgbaar accessoire. Leterop dat de was-droog-verbindingsset geschikt is voor de Mieledroogkast en de Miele wasmachine. Let erop dat de voet van Miele (met toeslag verkrijgbaar toebeho-ren) bij deze wasmachine past.Miele is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat de-ze veiligheidsrichtlijnen niet in acht werden genomen.
Bediening van de wasmachine12BedieningspaneelaBedieningspaneelHet bedieningspaneel bestaat uit detijdsweergave en verschillende sen-sortoetsen. De functies van alle sen-sortoetsen worden hierna uitgelegd.bSensortoetsen temperatuurMet deze toetsen kunt u de ge-wenste temperatuur instellen.cSensortoetsen toerentallenMet deze toetsen kunt u het ge-wenste centrifugetoerental instellen.dSensortoetsen voor extra optiesMet de extra functies kunt u het ge-kozen programma nog beter afstem-men op uw wasgoed.Als u een programma hebt gekozen,zijn de sensortoetsen van de extrafuncties die u kunt kiezen gedimd.eControlelampjes brandt bij storingen aan de wa-tertoevoer en de waterafvoer brandt als er te veel wasmiddelgedoseerd is brandt ter herinnering aan dehygiëne-info de functie Trommel bijvullenkan niet worden gekozen.fSensortoetsen CapDosing CapDosing van textielonder-houdsmiddelen (bijv.
Bediening van de wasmachine13gTijdsaanduidingWanneer u een programma start,geeft de display in uren en minutenaan hoelang het programma gaatduren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, dan geeft dedisplay pas na afloop van de voor-geprogrammeerde tijd aan hoelanghet programma gaat duren.hSensortoetsen De tijdsaanduiding geeft de voorge-programmeerde tijd aan.Nadat het programma is gestart,wordt de voorgeprogrammeerde tijdin de display afgeteld.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd start het programma au-tomatisch en geeft de tijdsaandui-ding aan hoe lang het programmavermoedelijk gaat duren. Als u sensortoets aanraakt,wordt een latere starttijd voorhet programma gekozen (voor-programmering). Als u een tijd-stip gekozen heeft, gaat felbranden. Door sensortoets aan te ra-ken, verhoogt u de voorgepro-grammeerde tijd.
Door sensortoets aan te ra-ken, verlaagt u de voorgepro-grammeerde tijd.iSensortoets /Start Trommel bijvul-len De sensortoets knippert zodraeen programma kan gestartworden. Als u de sensor-toets /Start Trommel bijvullenaanraakt, start het gekozenprogramma. De sensortoetsbrandt constant. Als het programma is begon-nen, maakt de sensor-toets /Start Trommel bijvullenhet bijvullen van de trommelmogelijk.jOptische interfaceDit gebruikt de klantendienst alsoverdrachtspunt.kKeuzeschakelaarVoor het kiezen van een programmaen het uitschakelen van het toestel.U schakelt de wasmachine in dooreen programma te kiezen, en uschakelt haar uit door de program-makeuzeschakelaar op te zetten.Hoe werkt de display?De sensortoetsen , , , , en reageren op aanraking met de vinger-toppen.
U kunt een keuze maken, zo-lang de desbetreffende sensortoets ver-licht is.Een fel verlichte sensortoets betekent:momenteel gekozenEen gedimde sensortoets betekent: kangekozen worden
Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu14Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd milieuvriende-lijk en recycleerbaar verpakkingsmateri-aal gekozen.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische toe-stellen bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookstoffen, mengsels en onderdelen dienodig zijn geweest om de toestellengoed en veilig te laten functioneren.Wanneer u uw oude toestel bij het ge-wone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.
Doe uw oudetoestel daarom nooit bij het gewonehuisafval.Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektro-nische apparatuur, bij uw vakhandelaarof bij Miele. U bent wettelijk zelf verant-woordelijk voor het wissen van eventue-le persoonlijke gegevens op het af tedanken toestel.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oud toestel, neem dan contactop met – de handelaar bij wie u het kochtof – de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof – uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.
Het toestel voor het eerst in gebruik nemen15 Schade door verkeerd plaatsenen aansluiten.Het verkeerd plaatsen en aansluitenvan de wasmachine leidt tot ernstigemateriële schade.Volg de aanwijzingen in het hoofd-stuk “Installatie".Beschermfolie en reclamestic-kers verwijderen Verwijder: – de beschermfolie van de deur – alle reclamestickers (voor zover aan-wezig) van de voorkant en het boven-bladStickers die u na het openen van dedeur ziet zitten (bijv. het typeplaatje),mag u niet verwijderen.Neem het bochtstuk uit detrommelIn de trommel bevindt zich een bocht-stuk voor de afvoerslang. Leg uw hand in de greep van de deuren trek de deur open. Neem het bochtstuk uit de trommel. Sluit de deur met een lichte zwaai.De functies van deze wasmachine zijnin de fabriek grondig getest. Hierdoorbevindt er zich nog wat water in detrommel.
Het toestel voor het eerst in gebruik nemen16Eerste wasprogramma starten Draai de waterkraan open. Draai de keuzeschakelaar op positieKatoen.De wasmachine is nu ingeschakeld enin de display gaat de temperatuur 60°Cbranden. Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het wasprogramma wordt gestart.Na 10minuten worden de indicatorenbehalve de sensortoets /Start Trommelbijvullen donker.Deur openen na afloop van hetprogrammaTijdens het anti-kreukproces is de deurnog vergrendeld. Tijdens de eerste10minuten is het bedieningspaneel ver-licht. Daarna dooft het bedieningspa-neel en knippert de sensortoets /StartTrommel bijvullen. Draai de keuzeschakelaar op positie.In de tijdsaanduiding verschijnt: enhet controlelampje dooft.De deur wordt ontgrendeld.Tip: Na het anti-kreukproces heeft dewasmachine zich uitgeschakeld en is dedeur automatisch ontgrendeld.
Het be-dieningspaneel is helemaal donker. Pak de deur bij de handgreep vast entrek deze open.Tip: Laat de deur op een kiertje staan,zodat de trommel kan drogen.Het toestel is nu klaar voor gebruik.
Milieuvriendelijk wassen17Energie- en waterverbruik – Maak bij ieder programma dat u kiestgebruik van de maximale beladings-capaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst. – Bedenk dat het toestel dankzij de be-ladingsautomaat bij een geringe bela-ding minder water en energie ver-bruikt. – Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden was-goed. – Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, (bijv. ). Maak gebruik20°Cvan deze mogelijkheid als u energiewilt besparen. – Voor de hygiëne in de wasmachineadviseren wij u om zo nu en dan eenprogramma met een temperatuur vanminstens 60°C te starten. Met hetcontrolelampje in de display herin-nert de wasmachine u daaraan.Wasmiddelverbruik – Gebruik telkens maar zoveel wasmid-del als op de verpakking staat aange-geven.
– Houd voor de dosering rekening metde vervuilingsgraad van het was-goed. – Gebruik bij kleinere ladingen minderwasmiddel (ca. ⅓ minder wasmiddelbij een halve lading).Juiste keuze van de extra functies(Kort en Voorwas)Kies voor: – licht verontreinigd wasgoed zonderzichtbare vlekken een wasprogram-ma met de extra functie Kort. – normaal tot sterk verontreinigd was-goed met zichtbare vlekken een was-programma zonder extra functie. – wasgoed waar veel stof of zand in ziteen wasprogramma met de extrafunctie Voorwas.Tip bij aansluitend machinaal drogenKies het hoogst mogelijke centrifugeer-toerental dat het wasprogramma te bie-den heeft. Zo bespaart u achterafstroom bij het drogen.
1. Het wasgoed voorbereiden18 Maak de zakken leeg. Voorkom schade door voor-werpen uit het wasgoed te verwij-deren.Voorwerpen zoals spijkers, muntenen paperclips kunnen wasgoed enonderdelen beschadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed volgens de kleuren de symbolen op het onderhoudse-tiket. Dat vindt u in kragen en zomen.Tip: Donker textiel heeft de neiging ombij de eerste wasbeurten wat kleur teverliezen. Om geen wasgoed te latenverkleuren, wast u licht en donker textielhet best apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vlekken als dat mogelijk iszodra ze ontstaan. Neem de vlekkenmet een niet-verkleurende doek af.Niet wrijven!Tip: Vlekken (bijvoorbeeld bloed, ei, kof-fie, thee, etc.) kunt u vaak eenvoudig ver-wijderen. Deze trucs kunt u in de Miele-vlekkenwijzer vinden.
U vindt de vlekken-wijzer bij Miele of via de internetlink. Schade door reinigingsmiddelendie oplosmiddelen bevattenWasbenzine, vlekkenmiddeltjes etc.kunnen kunststof onderdelen be-schadigen.Als u het wasgoed eerst met een op-losmiddelhoudend reinigingsmiddel,bv. wasbenzine, behandelt, let er danop dat het middel niet met kunststofonderdelen in aanraking komt. Explosiegevaar door reinigings-middelen die oplosmiddelen bevat-ten.Bij het gebruik van reinigingsmidde-len die oplosmiddelen bevatten, kaner een explosief mengsel ontstaan.Gebruik geen reinigingsmiddelen dieoplosmiddelen bevatten in de was-machine.Algemene tips – Gordijnen: Haal de gordijnrolletjes ende loodveter weg. U kunt de gordij-nen ook in een zak steken. – Bh's: losgekomen bh-beugels vast-naaien of verwijderen. – Doe ritssluitingen, klittenband, haak-jes en oogjes voor het wassen dicht.
2. Trommel vullen19Het openen van de deur Pak de deur bij de deurgreep en trekde deur open.Controleer of er zich dieren of voor-werpen in de trommel bevinden,voordat u het wasgoed erin stopt.Bij de maximumlading is het stroom- enwaterverbruik, berekend op basis vande totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Een te grote lading verslecht hetwasresultaat en er treden meer kreuke-len op. Leg de was opengevouwen en losjesin de trommel.Door textiel van verschillend formaatin de trommel te stoppen, verbeterthet waseffect en raakt de was tijdenshet centrifugeren beter verdeeld.Tip: Hou rekening met de maximaaltoegelaten lading van de verschillendewasprogramma's.Deur sluiten Let erop dat er geen wasgoed tussende deur en de dichtingsring wordt ge-klemd. Zwaai de toesteldeur zachtjes dicht.
3. Programma kiezen20ProgrammakeuzeAls u de keuzeschakelaar op een pro-gramma draait, wordt de wasmachineingeschakeld. Draai de programmakeuzeschakelaarop het gewenste programma.In de tijdsaanduiding verschijnt de ver-moedelijke duur van het programma enin de display gaan de voorgeprogram-meerde temperatuur en het voorgepro-grammeerde centrifugetoerental bran-den.Temperatuur en centrifugetoerentalkiezenDe voorgeprogrammeerde tempera-tuur en het voorgeprogrammeerdecentrifugetoerental van het program-ma gaan fel branden. De temperaturenen toerentallen die u bij het program-ma kunt kiezen, zijn gedimd.De in de wasmachine bereikte tempera-turen kunnen afwijken van de gekozentemperaturen. De combinatie van ener-giegebruik en wastijd zorgt voor eenoptimaal wasresultaat. Raak de sensortoets van de ge-wenste temperatuur aan. Deze gaatfel branden.
3. Programma kiezen21Extra functies kiezenDe extra functies die u bij het pro-gramma kunt kiezen, zijn gedimd. Tip de sensortoets van de gewensteextra functie aan. Deze gaat fel bran-den.Tip: U kunt bij een programma meerde-re extra functies kiezen.Meer informatie over de extra functiesvindt u in het hoofdstuk “Extra func-ties”.
4. Wasmiddel doseren22WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasmachi-nes. Volg de gebruiks- en doseeraanwij-zingen op de verpakking van het was-middel op.Wasmiddel vullen Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer de wasmiddelen in de vakjes. Wasmiddel voor de voorwas Wasmiddel voor de hoofdwasVakje voor wasverzachter, stijfselof capWasverzachter vullen Doseer wasverzachter, synthetischstijfsel of vloeibaar stijfsel in het vakje. Doseer niet hoger dan de pijl.De middelen worden automatisch methet laatste spoelwater in de trommelgespoeld. Aan het eind van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin het vakje staan.Wanneer u verschillende keren stijf-sel hebt gebruikt, reinig dan de was-middellade. Reinig de zuighevel extragoed.
Verlaag bijgeringere beladingshoeveelheden dehoeveelheid wasmiddel (gebruik bij-voorbeeld bij een halve belading een ⅓minder wasmiddel).Te weinig wasmiddel: – leidt ertoe dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt; – leidt tot schimmelvorming in de was-machine; – verhindert dat vet volledig uit hetwasgoed verwijderd wordt; – leidt tot kalkafzetting op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel: – leidt tot een slecht was-, spoel encentrifugeerresultaat; – leidt tot een hoger waterverbruik doorautomatisch extra spoelen; – leidt tot extra belasting van het mili-eu.Inzet van vloeibaar wasmiddel bijvoorwasHet inzetten van vloeibare wasmiddelenin de hoofdwas bij geactiveerde voor-was is niet mogelijk.Gebruik voor de hoofdwas een poeder-vormig wasmiddel.Wasmiddeltabs of -pods gebruikenVoeg wasmiddeltabs of -pods di-altijdrect bij de was in de trommel.
4. Wasmiddel doseren25 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.De cap gaat open zodra hij in dewasmiddellade is geplaatst. Wordtde cap ongebruikt weer uit de was-middellade gehaald, dan kan de in-houd eruit stromen.Gooi een geopende cap weg.De inhoud van een cap wordt op hetjuiste tijdstip aan het wasprogrammatoegevoegd.Het water stroomt bij CapDosing uit-sluitend via de cap in het vakje .Vul geen extra wasverzachter bij inhet vakje . Verwijder de lege cap na afloop vanhet wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de cap zitten.CapDosing uitschakelen / wij-zigen U kunt de CapDosing uitschakelendoor de fel verlichte sensortoets aante tikken. U kunt de CapDosing wijzigen dooreen van de andere cap-toetsen aante tikken.
5. Programma starten26Programma starten Raak de knipperende sensor-toets /Start Trommel bijvullen aan.De deur wordt vergrendeld en het was-programma gestart.Als u een starttijd voorgeprogrammeerdheeft, loopt deze in de tijdsaanduidingaf. Na afloop van die voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start wordt inde display weergegeven hoelang hetprogramma gaat duren.EnergiebesparingNa 10minuten worden de indicatorendonker.
De sensortoets /Start Trommelbijvullen knippert.U kunt de indicatoren weer inschakelen: Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan (dit heeft geen invloedop een lopend programma).Toevoegen van wasgoedtijdens het programmaverloopHet bijvullen van de trommel of hetverwijderen van wasgoed is altijd mo-gelijk, zolang in het bedieningspaneelniet het symbool brandt. Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.In de tijdsaanduiding worden draaiendestreepjes … … weergege- ven.Als in de tijdsaanduiding het woord wordt weergegeven, kan de deur geo-pend worden. Open de deur en leg het wasgoed inde trommel of haal het wasgoed eruit. Sluit de deur.
Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het wasprogramma wordt voortgezet.Over het algemeen is toevoegen of ver-wijderen van wasgoed niet mogelijkwanneer: – de temperatuur van het waswater bo-ven 55°C ligt – het waterniveau in de trommel tehoog is
6. Programma-einde27Deur openen en wasgoed uitde trommel halenTijdens het anti-kreukproces is de deurnog vergrendeld. Tijdens de eerste10minuten is het bedieningspaneel ver-licht. Daarna dooft het bedieningspa-neel en knippert de sensortoets /StartTrommel bijvullen. Draai de keuzeschakelaar op positie.In de tijdsaanduiding verschijnt: enhet controlelampje dooft.De deur wordt ontgrendeld.Tip: Na het anti-kreukproces wordt dedeur automatisch ontgrendeld. Pak de deur bij de handgreep vast entrek deze open. Haal het wasgoed uit de trommel.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of afge-ven.Verwijder al het wasgoed uit detrommel. Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur achtergeblevenzijn.Tip: Laat de deur op een kiertje staan,zodat de trommel kan drogen.
Centrifugeren28Eindcentrifugetoerental in hetwasprogrammaWanneer u een programma kiest, is inde display altijd het optimale centrifuge-toerental voor dit programma fel ver-licht.In sommige wasprogramma's kan eenhoger centrifugetoerental gekozen wor-den.In de tabel staat het hoogst mogelijkecentrifugetoerental. Programma U/min Katoen 1400 Katoen 1400 Kreukherstellend 1200 Fijne was 900 Wol 1200 Overhemden 900 Express 20 1200 Donker wasgoed / Jeans 1200 ECO 40-60 1400 Impregneren 1200 Pompen / Centrifugeren 1400 Alleen Spoelen / Stijven 1200Centrifugeren voor en tussende spoelbeurtenHet wasgoed wordt na de hoofdwas entussen de spoelbeurten in gecentrifu-geerd. Als het eindcentrifugeertoerentalwordt verminderd, gaat dit eveneens opvoor het toerental voor en tussen despoelbeurten.
In het programma Katoenwordt er een extra spoelbeurt ingelastals het toerental kleiner is dan700omw/min.Eindcentrifugeren (spoelstop)uitschakelen Raak de sensortoets (spoelstop)aan.Het wasgoed blijft na de laatste spoel-beurt in het water liggen. Daardoorkreukt het wasgoed minder wanneer uhet na het einde van het programmaniet direct uit de wasmachine haalt.Het programma eindigen met centri-fugerenOp het bedieningspaneel brandt desensortoets met het optimale centrifu-getoerental. U kunt het toerental veran-deren. Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het programma eindigen zonder cen-trifugeren Reduceer het centrifugetoerental naar0.
Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Het centrifugeren tussen despoelgangen en het eindcentri-fugeren overslaan Druk op sensortoets .Na de laatste spoelbeurt wordt het wa-ter afgepompt en wordt de kreukbeveili-ging ingeschakeld.In enkele programma's wordt eenspoelgang ingelast.
Voorprogrammering29Wanneer u een programma heeft geko-zen, kunt u het tijdstip dat dit program-ma moet starten min. 30minuten enmax. 24 uur van te voren instellen. Opdeze manier kunt u bijvoorbeeld ge-bruikmaken van het voordelige avond-tarief.Voorprogrammering instellenU kunt de voorprogrammering niet kie-zen bij de programma'sPompen /Centrifugeren Impregneren en . Kies het gewenste wasprogramma. Raak de sensortoets aan.De sensortoets brandt fel. Raak de sensortoets of zo vaak aan, totdat de gewenste voorpro-grammering in de tijdsaanduiding ver-schijnt.
Hetwasresultaat is gelijk aan dat van het programma 60°C.KatoenRichtlijn voor testinstituten:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabel conform richtlijn 1061/2010 Katoen 90°C tot koud maximaal 8,0kg Textielsoort T-shirts, ondergoed, tafellakens en servetten, wasgoed van katoen,linnen of mengweefsels Tip De temperaturen 60°C/40°C onderscheiden zich als volgt van detemperaturen in het programma 60°C/40°C:Katoen – de programma's duren korter – de temperatuurstops worden langer aangehouden – het energieverbruik is hogerVoor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen voldoenmoet, is een temperatuur van 60°C of hoger geschikt. Kreukherstellend 60°C tot koud maximaal 3,5kg Textielsoort Textiel van synthetische vezels, gemengde weefsels of kreukher-stellend katoen Tip Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.
Programmaoverzicht31 Fijne was 40°C tot koud maximaal 2,0kg Textielsoort Voor delicaat wasgoed uit synthetische vezels, gemengde weef-sels, viscoseFunctionele kledingstukken zoals outdoorjacks en -broeken vanmicrovezels zoals Gore-Tex®, SYMPATEX®, WINDSTOPPER®enz.Gordijnen die volgens de fabrikant in de wasmachine gewassenkunnen worden. Tip – Bij outdoorkleding: klittenbandsluitingen en ritssluitingen sluitenen geen wasverzachter gebruiken. – U kunt dergelijk wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelenmet het programma . Het is beter om dit niet na ie-Impregnerendere wasbeurt te doen. – Gordijnen trekken veel stof aan en moeten daarom vaak in eenprogramma met voorwas worden gewassen. – Schakel het centrifugeren bij kreukgevoelig wasgoed uit.
Wol 40°C tot koud maximaal 2,0kg Textielsoort Textiel uit wol of met toevoegingen van wol Tip Verminder bij kreukgevoelig wasgoed het eindcentrifugeertoeren-tal. Overhemden 60°C tot koud maximaal 1,0kg/2,0kg Textielsoort Overhemden en blouses van katoen en mengweefsels Tip – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is. – Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programmaFij-ne was. – Als de vooraf ingestelde extra functie uitgeschakeldVoorstrijkenwordt, wordt de maximale beladingscapaciteit naar 2,0kg ver-hoogd.
Tip Neem de aanwijzingen op het onderhoudsetiket in acht Impregneren 40°C maximaal 2,5kg Textielsoort Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellinnenuit synthetische vezels, om een water- en vuilwerend effect te ver-krijgen Tip – Het wasgoed moet fris gewassen en gecentrifugeerd of ge-droogd zijn. – Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther-misch nabehandelen. Dit kan door het te strijken of door het inde droogkast te drogen.
Programmaoverzicht33 Pompen / Centrifugeren – Tip – Alleen pompen: kies – Let op het ingestelde toerental Alleen Spoelen / Stijven maximaal 8,0kg Textielsoort – Om handgewassen wasgoed uit te spoelen – Tafellakens, servetten en beroepskleding die gesteven moetenworden Tip – Verminder bij kreukgevoelig wasgoed het eindcentrifugeertoe-rental. – Het te stijven wasgoed moet net zijn gewassen, maar mag nietmet wasverzachter zijn nabehandeld. – Een bijzonder goed spoelresultaat met 2spoelgangen krijgt udoor de extra functie in te schakelen.Extra water
Extra's34U kunt de basiswasprogramma's metextra functies aanvullen.U kunt de extra functies kiezen of uit-schakelen met de desbetreffende sen-sortoetsen in de display. Druk de sensortoets voor de ge-wenste extra functies in.Deze toets licht fel op.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.Een extra functie, die voor het waspro-gramma niet mogelijk is, is niet gedimdverlicht en kan niet door aanraking ge-activeerd worden.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon-der zichtbare vlekken.De wastijd wordt korter.Extra waterHet waterpeil wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.
In het program-ma wordt eenAlleen Spoelen / Stijventweede spoelgang uitgevoerd.U kunt andere functies voor sensor-toets kiezen, zie het hoofd-Extra waterstuk “Programmeerfuncties”.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.VoorstrijkenHet wasgoed wordt na afloop van hetprogramma gladgestreken, zodat hetminder gekreukt uit het toestel komt.Voor een optimaal resultaat vermindertu de maximale beladingscapaciteit met50%. Hoe kleiner de belading, des tebeter het resultaat.De kleding moet geschikt zijn voor dedroogkast en strijkbestendig zijn.
Extra's35Welke extra functies bij welke wasprogramma's?KortExtra waterVoorwasVoorstrijken Katoen Katoen Kreukherstellend Fijne was Wol – – – – Overhemden Express 20 – – – Donker wasgoed / Jeans ECO 40-60 – – – – Impregneren – – – – Alleen Spoelen / Stijven – – – = deze functie kan worden geko-zen = Automatisch ingeschakeld – = deze functie kan niet wordengekozen
Programmaverloop37 = Lage waterstand = Middelste waterstand = Hoge waterstand = Intensief ritme = Normaal ritme = Sensitief ritme = Handwasritme = Wordt uitgevoerd – = Wordt niet uitgevoerdDe wasmachine beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat. De wasmachine stelthet benodigde waterverbruik autonoomvast, afhankelijk van de hoeveelheid ende zuigkracht van het gevulde was-goed.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Nadere bijzonderheden overhet programmaverloopAnti-kreuk:de trommel draait nog 30minuten naafloop van het programma om kreuk-vorming te voorkomen.Uitzondering: het programmaWolheeft geen anti-kreuk.De wasmachine kan op elk momentworden geopend.1) Bij een temperatuur van 60°C en ho-ger wordt er 2 keer gespoeld.
Als ueen temperatuur van minder dan60°C hebt gekozen, wordt er 3 keergespoeld.2) Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: – er te veel schuim in de trommel zit – er een lager eindcentrifugetoerental isingesteld dan 700omw/min3Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: – u de extra functie heeftExtra watergekozen, als bij de programmeer-functies de optie of is geacti- veerd.5Een extra spoelgang wordt uitge-voerd, wanneer: de extra functie is inge-Extra waterschakeld.
Programmaverloop wijzigen38Programma wijzigen (kinderbe-veiliging)Als een programma eenmaal is gestart,kunt u het programma, de temperatuur,het centrifugetoerental en de gekozenextra functies niet meer wijzigen. Hier-door wordt voorkomen dat bijvoorbeeldkinderen het toestel onbedoeld bedie-nen.Programma stoppenU kunt een wasprogramma op iedermoment afbreken, nadat u het heeft ge-start. Draai de keuzeschakelaar op positie. Draai de programmakeuzeschakelaarnaar een willekeurige positie.In de tijdsaanduiding worden draaiendestreepjes … … of weer- gegeven.Het water wordt afgepompt en aan-sluitend wordt de deurvergrendeling ge-deactiveerd.Nieuw programma kiezen Draai de programmakeuzeschakelaarnaar het gewenste wasprogramma. Controleer of er nog wasmiddel in dewasmiddellade zit. Als er geen was-middel meer in zit, dient u opnieuwwasmiddel te doseren.
Onderhoudssymbolen op het etiket39WassenHet aantal graden in het kuipsymboolgeeft de maximumtemperatuur aanwaarmee u het wasgoed mag wassen. normale mechanische belasting spaarzame mechanische belas-ting zeer spaarzame mechanischebelasting handwas niet wasbaarVoorbeelden voor de programmakeu-ze Programma Symbolen op hetonderhoudsetiket Katoen Kreukherstel-lend Fijne was Wol Express 20 DrogenDe stippen geven de temperatuur aan Normale temperatuur Lagere temperatuur niet geschikt voor de droogkastStrijken en mangelenDe punten geven de temperatuurbe-reiken aan ca. 200 °C ca. 150 °C ca. 110 °CStrijken met stoom kan niet om-keerbare schade veroorzaken niet strijken/mangelenProfessionele reiniging Reiniging met chemische oplos-middelen.
Wasmiddel40Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken dievoor huishoudelijke wasmachines ge-schikt zijn. De gebruiks- en doseeraan-wijzingen vindt u op de verpakking vanhet wasmiddel.De dosering hangt af van: – de mate waarin het wasgoed vuil is – de hoeveelheid wasgoed – de waterhardheidAls u de waterhardheid niet kent,kunt u inlichtingen inwinnen bij uwwaterdistributiemaatschappij.OnthardingsmiddelOm wasmiddel te sparen kunt u eenonthardingsmiddel toevoegen aan wa-ter met hardheid II en III. De juiste dose-ring daarvan vindt u op de verpakkingterug.
Doe eerst het wasmiddel en danpas het onthardingsmiddel in het laad-vakje.Het wasmiddel kunt u dan doseren zo-als voor water met hardheid I.WaterhardheidHardheidsca-tegorieTotale hard-heid in mmolDuitse hard-heid °d I (zacht) 0 – 1,5 0 – 8,4 II (medium) 1,5 – 2,5 8,4 – 14 III (hard) hoger dan 2,5 hoger dan 14DoseerhulpenGebruik voor de dosering van het was-middel de door de wasmiddelfabrikantgeleverde doseerhulpen (kogels), metname bij de dosering van vloeibaarwasmiddel.NavulverpakkingenGebruik bij de aankoop van wasmidde-len indien mogelijk navulverpakkingenom het afval te verminderen.Nabehandelingsmiddel voorwasgoedWasverzachter zorgt ervoor dat de was zacht aanvoelten vermindert de elektrostatische opla-ding tijdens machinaal drogen.Vormspoeler is een vloeibaar synthetisch stijfsel.
Wasmiddel41Los gebruiken van wasver-zachter, synthetische stijfselsof vloeibare stijfselsStijfsel moet zijn voorbereid zoals be-schreven op de verpakking.Tip: Bij het spoelen met wasverzachtermoet de extra functie wor-Extra waterden ingeschakeld. Doseer wasverzachter in het vakje of plaats een cap met wasverzachter. Doseer vloeibaar stijfsel in vakje enpoedervormig of half-vloeibaar stijfselin vakje . Kies het programma Alleen Spoelen /Stijven. Wijzig het centrifugetoerental indiennodig.
Raak bij gebruik van een cap sensor-toets aan.Cap Raak de sensortoets /Start Trommelbijvullen aan.Ontkleuren/kleuren Schade door ontkleuringsmidde-len.Ontkleuringsmiddelen veroorzakencorrosie in de wasmachine.Gebruik geen ontkleuringsmiddelenin de wasmachine.Het gebruik van verfmiddelen in dewasmachine is alleen bij huishoudelijkgebruik van het apparaat toegestaan.Het zout dat bij kleuren wordt gebruikt,tast roestvrij staal aan bij overmatig ge-bruik. Houd u strikt aan de aanwijzingenvan de verfproducent.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele MIWED135WPS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine