Miele KWTN 14826 SDE ed/cs-2 Handleiding
Pagina's 88 Nederlands Wijnklimaatkast
Bekijk de handleiding van Miele KWTN 14826 SDE ed/cs-2 gratis online of download de PDF. 49 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wijnklimaatkast |
| Model: | KWTN 14826 SDE ed/cs-2 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Touch |
| Deurscharnieren: | Links |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 96000 g |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 630 mm |
| Hoogte: | 1850 mm |
| Deurkleur: | Roestvrijstaal |
| Snoerlengte: | 2.4 m |
| Geluidsniveau: | 42 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 220 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A++ |
| Verlichting binnenin: | Ja |
| Ontdooifunctie: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Totale nettocapaciteit: | 119 l |
| Temperatuur alarm: | Ja |
| Deur open alarm: | Ja |
| Stroomgebruik per dag: | 0.601 kWh/24u |
| Stroom: | 10 A |
| Klimaatklasse: | SN-ST |
| Met slot: | Ja |
| Kleur behuizing: | Roestvrijstaal |
| Aantal schappen: | 8 schappen |
| Inwendige kleur: | Zilver |
| Flessen-capaciteit: | 41 fles(sen) |
| Aantal temperatuur zones: | 2 |
| Temperatuur bereik (zone 1): | - °C |
| Temperatuur reeks (zone 2): | - °C |
| AC-ingangsspanning: | 220-240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
Handleiding Miele KWTN 14826 SDE ed/cs-2 – volledige tekst
Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd materiaal ge-kozen dat door het milieu wordt verdra-gen en opnieuw kan worden benut.Door de verpakking weer in kringloopte brengen, wordt er grondstof ge-spaard en verkleint de afvalberg. Geefdeze stoffen dus niet met het gewonevuilnis mee. Breng ze liever naar hetdichtstbijzijnde gemeentelijk container-park. Waar u dat vindt, komt u zeker bijuw gemeentebestuur aan de weet.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio-neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be-handeling kunnen deze stoffen schade-lijk zijn voor de gezondheid en hetmilieu.
Verwijder het afgedankte appa-raat dan ook nooit met het gewone af-val.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof–uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu2
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu. 2Beschrijving van het toestel. 6Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren. 8Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 9Hoe kunt u energie besparen. 18Toestel in- en uitschakelen. 20Vóór het eerste gebruik. 20Reiniging en onderhoud. 20Het toestel bedienen. 20Het toestel inschakelen. 20Het toestel uitschakelen. 22Wijnklimaatzones afzonderlijk uitschakelen. 22Instelmodus. 23Toetsgeluid in-/uitschakelen. 23Vergrendeling in-/uitschakelen. 24Bij langdurige afwezigheid. 25De juiste temperatuur. 26. indewijnklimaatzones. 26Isolatieplaat voor een thermische scheiding. 26. indevrieszone. 27Temperatuur instellen. 27Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur. 28Temperatuurindicator. 29De lichtsterkte van de temperatuurindicator wijzigen. 29Waarschuwingssignaal. 30Temperatuuralarm. 30Deuralarm. 31DynaCool gebruiken.
Invriezen en bewaren. 36Maximaal invriesvermogen. 36Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren. 36Diepvriesproducten bewaren. 36Zelf levensmiddelen invriezen. 37Tips voor het invriezen. 37Verpakken. 37Voor u levensmiddelen in het toestel legt. 38Hoe de levensmiddelen in het toestel leggen. 38Vrieskalender. 39Ingevroren levensmiddelen ontdooien. 39Dranken snel koelen. 40Koudeaccu gebruiken. 40IJsblokjes maken. 41Duur van de watertoevoer instellen. 43Automatisch ontdooien. 44Reiniging en onderhoud. 45Binnenruimte, toebehoren. 46Toesteldeuren, zijwanden. 46Afvoeropening voor het dooiwater reinigen. 47Het bakje voor ijsblokjes reinigen. 48Luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 49Deurdichtingen. 49Achterzijde – compressor en metalen rooster. 49Actieve-koolfilter. 50Actieve-koolfilters vervangen. 50Wat gedaan als. 52Waar bepaalde geluiden vandaan komen.
a Aan-uitsensortoets voor hethele toestel enaan-uitsensortoets om dewijntemperatuurzones afzonderlijk inen uit te schakelenb Sensortoets voor constanteluchtvochtigheid (DynaCool)in de wijnklimaatzonesc Sensortoets voor "SuperFrost"voor de vrieszoned Sensortoets voor het instellen van detemperatuur (X voor kouder)e Controlelampje van de vergrendeling(alleen zichtbaar als de vergrende-ling ingeschakeld is)f Temperatuurindicator voor dewijnklimaatzones of de vrieszoneg Sensortoets om te schakelen tussenwijnklimaatzones en vrieszone(boven en in het midden"Wijnklimaatzone"-symbool; onder"Vries"-symbool)h Sensortoets voor het instellen van detemperatuur (Y voor warmer)i Uitschakelsensortoets voor het waar-schuwingssignaal(brandt wanneer het deur- oftemperatuuralarm actief is)j Actievekoolfilterlampje(brandt wanneer de actieve-koolfilters moeten wordenvervangen)Beschrijving van het toestel6
Mits toeslag verkrijgbaartoebehorenActievekoolfilter(Active AirClean-filter)Deze speciale actievekoolfilter zorgtvoor een continue luchtverversing envoor een reukloos, ideaal koelklimaatvoor uw wijn.Toebehoren voor het onderhoud vanroestvrij staal–Met het middel voor onderhoud vanroestvrij staal brengt u een water- envuilafstotende beschermende filmaan telkens als u het middel aan-brengt.
Hiermee verwijdert u op be-hoedzame wijze waterstrepen,vingerafdrukken en andere vlekkenen geeft u de oppervlakken een ge-lijkmatig stralende glans.– De doek voor het onderhoud vanroestvrij staal is gedrenkt in een on-derhoudsmiddel voor roestvrij staal.Deze heeft dezelfde reinigende enbeschermende eigenschappen alshet Miele-middel voor het onderhoudvan roestvrij staal.Multifunctionele microvezeldoekDe microvezeldoek helpt omvingerafdrukken en normaal vuil te ver-wijderen oproestvrijstalen fronten, bedieningspane-len van toestellen, vensters, meubels,autoruiten enz.Het mits toeslag verkrijgbaar toebe-horen is verkrijgbaar via de Tech-nische Dienst van Miele, bij uw Miele-handelaar of in de Miele Online Shop.Beschrijving van het toestel8
Dit toestel voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen.Een verkeerd gebruik kan nochtans tot lichamelijk letsel en mate-riële schade leiden.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u het toestel in gebruik neemt. Daarin vindt u be-langrijke instructies met betrekking tot de plaatsing, de veiligheid,het gebruik en het onderhoud.
Dit is in het belang van uw veilig-heid en voorkomt schade aan het toestel.Wanneer deze niet worden opgevolgd, kan Miele niet aansprake-lijk worden gesteld voor schade die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding zodat u deze kuntdoorgeven aan een eventuele volgende bezitter.Juist gebruik~Dit toestel is bedoeld voor gebruik in het huishouden en ingelijkaardige omgevingen.Het is niet bestemd voor gebruik buiten.~Gebruik het toestel uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden: omwijn en diepvriesproducten te bewaren, om verse levensmiddelen inte vriezen en om ijsblokjes te maken.Elk ander gebruik is niet toegelaten.Opmerkingen omtrent uw veiligheid9
~Het toestel is niet geschikt voor het bewaren en koelen vangeneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten of anderegelijkaardige stoffen of producten die ten grondslag liggen aan derichtlijn betreffende medische hulpmiddelen. Door een verkeerd ge-bruik van het toestel kunnen producten worden beschadigd of kun-nen bederven.
Bovendien is het toestel ook niet geschikt voor ge-bruik in explosieve omgevingen.Miele is niet verantwoordelijk voor schade die werd veroorzaaktdoordat het toestel voor andere doeleinden werd gebruikt of ver-keerd werd bediend.~Personen die op grond van hun fysieke of psychischegesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het toestelniet in staat zijn het toestel veilig te bedienen, mogen ze alleen on-der toezicht bedienen of wanneer ze worden geïnstrueerd dooriemand die het apparaat kent.Ze moeten het mogelijke gevaar van een verkeerde bediening kun-nen herkennen en begrijpen.Kinderen in het huishouden~Kinderen jonger dan acht jaar moeten uit de buurt van het toestelworden gehouden, tenzij ze constant in het oog worden gehouden.~Kinderen vanaf acht jaar mogen het toestel zonder toezicht ge-bruiken, maar alleen als ze weten hoe het werkt en wat voor gevaarzij lopen wanneer ze het fout bedienen.
Kinderen moeten de eventu-ele risico's van een foutieve bediening kunnen beseffen.~Kinderen mogen het toestel niet zonder toezicht reinigen of on-derhouden.~Hou kinderen die in de buurt van het toestel komen in het oog.Zorg ervoor dat ze nooit met het toestel spelen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid10
~Risico op verstikking! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen inverpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken endaardoor verstikken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buitenhet bereik van kinderen.Technische veiligheid~Het koelmiddelcircuit is op lekkage gecontroleerd. Het toestel vol-doet aan de geldende veiligheidsvoorschriften en de relevante EU-richtlijnen.~Dit toestel bevat het koelmiddel isobutaan (R600a), een natuurlijkgas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het be-schadigt de ozonlaag niet en verhoogt ook het broeikaseffect niet.Maar het gebruik van dit milieuvriendelijk koelmiddel heeft wel ge-leid tot meer lawaai als het toestel aanstaat. Er kunnen afgezien vande geluiden van de compressor stromingsgeluiden in het helekoelcircuit optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden,maar hebben geen invloed op de capaciteit van het toestel.Let er bij het transport en bij de inbouw/plaatsing op dat geen on-derdelen van het koelcircuit worden beschadigd. Vrijkomend koel-middel kan oogletsel veroorzaken!In geval van beschadiging:–vermijd open vuur of ontstekingsbronnen,–ontkoppel het toestel van het elektriciteitsnet,–verlucht gedurende enkele minuten het vertrek waarin het toestelstaat en–neem contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele.Opmerkingen omtrent uw veiligheid11
~Hoe meer koelmiddel er in een toestel voorhanden is, hoe groterhet vertrek moet zijn waar het toestel wordt opgesteld. In te kleinevertrekken kan zich bij lekkage een brandbaar mengsel van gas enlucht vormen.De kamer moet per 8 g koelmiddel minstens 1 m3groot zijn. De hoe-veelheid koelmiddel staat op het typeplaatje binnenin het toestel.~De aansluitgegevens (zekering, frequentie en spanning) op hettypeplaatje van het toestel moeten absoluut overeenstemmen metdeze van het elektriciteitsnet. Zo voorkomt u schade aan uw toestel.Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elek-tricien.~De elektrische veiligheid van het toestel is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd.
Laat de elektrischeinstallatie bij twijfel door een elektricien inspecteren.~Is de aansluitkabel beschadigd, laat dan een nieuwe installerendoor een vakman of vakvrouw die door Miele erkend is. Zo vermijdtu risico's voor wie het toestel gebruikt.~Stopcontactenblokken of verlengkabels bieden niet voldoendeveiligheidsgaranties (gevaar voor brand). Dit in verband met gevaarvoor oververhitting.~Wanneer er vocht terechtkomt op onderdelen van het toestel dieonder spanning staan of de aansluitkabel, kan dat een kortsluitingveroorzaken.Plaats het toestel daarom nooit in vochtige vertrekken zoals garageof waskeuken waar gevaar dreigt door spatwater.Opmerkingen omtrent uw veiligheid12
~Dit toestel mag niet op niet-vaste plaatsen (bijv. op een schip)worden gebruikt.~Controleer voordat het toestel wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigd toestel mag niet worden geplaatsten niet in gebruik worden genomen.~Tijdens installatie-, onderhouds- en herstellingswerken eninstallatiewerken voor de vaste wateraansluiting moet het toestel vanhet elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.
Dit is pas het geval wanneer:–de zekeringen in uw zekeringkast zijn uitgeschakeld of– de schroefzekeringen in uw zekeringkast zijn helemaal uitge-draaid of– de aansluitkabel van het elektriciteitsnet losgekoppeld is.Trek bij aansluitkabels met een stekker niet aan de kabel maaraan de stekker om het toestel los te koppelen van het elektrici-teitsnet.~Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- enherstellingswerkzaamheden of verkeerd aangesloten vaste water-aansluiting kan de gebruiker risico's lopen.Installatie-, onderhouds- en herstellingswerkzaamheden aan de vas-te wateraansluiting en alle herstellingen aan de verdeler voor ijsblok-jes/water mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd diedoor Miele erkend zijn.~De ijsblokjesmaker is niet geschikt om op de warmwaterleiding teworden aangesloten.~Het recht op garantie vervalt wanneer het toestel door een klan-tendienst wordt hersteld die niet door Miele is erkend.~Enkel met originele Miele-wisselstukken bent u zeker dat deze tenvolle voldoen aan de eisen qua veiligheid.
~Miele is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door een ver-keerde vaste wateraansluiting.Efficiënt gebruik~Het toestel is bestemd voor een bepaalde klimaatklasse (kamer-temperatuur), waarvan de grenzen moeten worden aangehouden.De klimaatklasse is vermeld op het typeplaatje aan de binnenruimtevan het toestel. Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg datde compressor voor langere tijd afslaat, zodat het toestel de vereistetemperatuur niet kan aanhouden.~De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet afgedekt ofafgesloten worden.Een goede luchtgeleiding is dan niet meer gewaarborgd.
Een hogerenergieverbruik en schade aan onderdelen kunnen niet worden uit-gesloten.~Als u in het toestel of in de deur vet- of oliehoudende levensmid-delen bewaart, dient u ervoor te zorgen dat eventueel uitlopend vetof uitlopende olie niet in contact komt met de kunststof onderdelen.Daardoor kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan diedan breekt of scheurt.~Bewaar geen explosieve stoffen en geen producten met brand-bare drijfgassen (bijv. spuitbussen) in het toestel. Door de elek-trische onderdelen kunnen explosieve gasmengsels ontsteken enbrand of explosies veroorzaken.~Gebruik geen elektrische toestellen in het toestel (bijv. om softijste maken). Door vonkvorming ontstaat explosiegevaar.Opmerkingen omtrent uw veiligheid14
De levensmiddelen verliezen aan voedingswaarde of be-derven, verbruik ze dus zo snel mogelijk. Gekookte of gebraden ont-dooide levensmiddelen kunt u opnieuw invriezen.~Als u levensmiddelen eet die te lang bewaard zijn, bestaat er ge-vaar voor voedselvergiftiging.De bewaarduur is afhankelijk van diverse factoren, zoals de vers-heid, de kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waaropze worden bewaard. Let op de houdbaarheidsdatum en op debewaarinstructies van de fabrikant van de levensmiddelen.~Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen datgarantieaanspraken vervallen. Worden er andere onderdelen ge-monteerd of ingebouwd, dan vervalt het recht op waarborg en/ofproductaansprakelijkheid.Opmerkingen omtrent uw veiligheid15
Voor roestvrijstalen toestellen geldt het volgende:~Kleef geen herkleefbare notes (post-its), doorzichtige plakband,ondoorzichtige plakband of andere kleefmiddelen op het gecoateoppervlak van de toesteldeur. De beschermende laag wordt daar-door beschadigd en verliest de beschermende werking tegen ver-ontreiniging.~De hoogwaardige oppervlaktecoating van de toesteldeur is ge-voelig voor krassen.
Zelfs een magneet kan krassen veroorzaken.Reiniging en onderhoud~Behandel de deurdichting niet met olie of vet.Daardoor wordt de deurdichting na verloop van tijd poreus.~De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komen met de-len die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen en ontdooien van het toestel nooit eenstoomreiniger.~Gebruik geen voorwerpen met scherpe punt of rand om– rijm- en ijslagen te verwijderen–en levensmiddelen los te wrikken.Daardoor beschadigt u de koelelementen en functioneert het toestelniet meer correct.~Plaats nooit elektrische verwarmingstoestellen of kaarsen in hettoestel om het te ontdooien.
Transport~Transporteer het toestel om beschadiging te voorkomen altijdrechtop staand en in de transportverpakking.~Laat u voor het transport van het toestel helpen door een tweedepersoon, omdat het toestel zwaar is. U zou zich kunnen verwondenen er zou schade kunnen ontstaan.Wat met het oude toestel~Vernietig het deurslot van uw toestel als u het afdankt.Op die manier voorkomt u dat spelende kinderen zichzelf in het toe-stel opsluiten, wat levensgevaarlijk kan zijn.~Beschadig geen onderdelen van het koelcircuit, bijv. door– koelmiddelkanalen van het verdampsysteem open te prikken,– buizen te knikken,– oppervlaktecoatings weg te krabben,als er koelmiddel naar buiten spuit, kan dat oogletsels veroorzaken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid17
NormaalenergieverbruikVerhoogdenergieverbruikOpstellen/onderhoudenIn een verluchte ruimte. In een gesloten,niet-verluchte ruimte.Beschermd tegenrechtstreekse zonnestralen.Bij directe zonnestraling.Niet naast een warmtebron(verwarmingselement, for-nuis).Naast een warmtebron(verwarmingselement, for-nuis).Bij een ideale kamertempera-tuur van 20 °C.Bij een hogekamertemperatuur.Dek de ventilatieopeningenniet af.
Verwijder regelmatighet stof van de ventilatieope-ningen.Als de ventilatieopeningen af-gedekt zijn of onder het stofzitten.Verwijder minstens 1 keer perjaar het stof van de compres-sor en het metalen rooster(warmtewisselaar) aan deachterzijde van het toestel.Wanneer er zich stof heeftopgehoopt op de compres-sor en het metalen rooster(warmtewisselaar).Temperatuur-instellingWijnklimaatzone 8 tot 12 °CVrieszone -18 °CHoe lager de ingestelde tem-peratuur, hoe hoger hetenergieverbruik!Hoe kunt u energie besparen?18
Het toestelheeft tijd nodig om de tempe-ratuur te verlagen en de com-pressor moet langer werken.Neem een koeltas mee wan-neer u boodschappen doet enleg de levensmiddelen snel inhet toestel.Plaats levensmiddelen die uuit het toestel haalt altijd zosnel mogelijk terug, voordat zete veel opwarmen.Laat warme gerechten endranken eerst buiten het toe-stel afkoelen.Warme gerechten en levens-middelen die opgewarmd zijntot buitentemperatuur,brengen warmte in het toestel.Het toestel probeert te koelenen de compressor werkt lang-durig.Levensmiddelen goed verpaktof goed afgedekt inladen.Wanneer vloeistoffen in dekoelzone verdampen encondenseren, leidt dat tot ver-lies van het koelvermogen.Doe de vakken niet te vol zo-dat de lucht kan circuleren.Hoe kunt u energie besparen?19
Vóór het eerste gebruikVerpakkingsmaterialen^Verwijder alle verpakkingsmaterialenuit de binnenruimte.BeschermfolieBij een roestvrijstalen toestel zijn ook debuitenoppervlakken voorzien van eenbeschermfolie.^Trek de beschermfolie pas weg na-dat u het toestel op zijn plaats hebtopgesteld.Reiniging en onderhoudNeem daartoe beslist de desbetref-fende opmerkingen in acht in de ru-briek "Reiniging en onderhoud".^ Wrijf de zijwanden direct na het af-trekken van de beschermfolie in methet bijgeleverde Miele onderhouds-middel voor roestvrij staal.De toesteldeuren hebben een speci-ale coating die ongevoelig is voorvuil. Wrijf deze niet in met het Mieleonderhoudsmiddel voor roestvrijstaal.Belangrijk! Telkens als u het Mieleonderhoudsmiddel voor roestvrij staalaanbrengt, brengt u een water- envuilafstotende beschermende filmaan!^Reinig het inwendige van het toestelen het toebehoren.
Gebruik daarvoorlauw water. Wrijf daarna alles droogmet een doek.Het toestel bedienenU kunt dit toestel bedienen door desensortoetsen aan te raken.Het toestel inschakelenMet de aan-uittoets kunt u de beidewijnklimaatzones en de vrieszone ge-lijktijdig inschakelen.^ Raak zo vaak de aan-uittoets aan totde temperatuurindicator aangaat.De temperatuurindicatoren van dewijnklimaatzones geven de daarheersende temperaturen aan.Ligt de temperatuur in de vrieszone bo-ven 0 °C, branden in de temperatuurin-dicator van de vrieszone alleen stre-pen.
Om zeker te zijn dat de temperatuurlaag genoeg is, dient u het toestelenkele uren te laten voorkoelenvoordat u voor het eerst levensmid-delen in het toestel plaatst.Leg pas levenmiddelen in de vries-zone, wanneer de temperatuur laaggenoeg is (minstens -18°C).Met deze schakeltoets kunt u scha-kelen tussen de wijnklimaatzones en devrieszone.Als u de vrieszone wilt selecteren (ombijv. de temperatuur te controleren),^raakt u zo vaak de sensortoets voorhet schakelen tussen wijnklimaat- envrieszone aan tot het vriessymboolgeel oplicht.Afhankelijk van de geselecteerde tem-peratuurzone kunt u– de functie "DynaCool" selecteren,– de functie "SuperFrost" selecteren of– de temperatuur instellen.Meer informatie vindt u in de rubriekenin kwestie.KoelaccuLeg de koelaccu in de bovenste diep-vrieslade. Na ca. 24 uur kan dekoelaccu zijn maximaal koelvermogenleveren.Toestel in- en uitschakelen21
Het toestel uitschakelen^Raak zo vaak de aan-uittoets aan totde temperatuurindicator en alle lamp-jes uitgaan. (Als dat niet mogelijk is,betekent dit dat de vergrendelingingeschakeld is!)Als eerder een van de wijnklimaatzoneswas geselecteerd, worden dewijnklimaatzones en devrieszone na el-kaar uitgeschakeld.De binnenverlichting gaat uit. Dekoeling is uitgeschakeld.Wijnklimaatzones afzonderlijkuitschakelenU kunt de wijnklimaatzones afzonderlijkuitschakelen terwijl de vrieszone inge-schakeld blijft. Dit kan bijvoorbeeld inde vakantietijd praktisch zijn.De wijnklimaatzones worden altijdsamen in- of uitgeschakeld.^Schakel het toestel in of selecteereen wijnklimaatzone.Het desbetreffende "Wijnklimaat"-sy-mbool brandt geel.^Raak zo vaak de aan-uittoets aan tothet "Wijnklimaat"-symbool uitgaat.De binnenverlichting gaat uit.
Dewijnklimaatzones zijn uitgeschakeld.De vrieszone blijft ingeschakeld en hetvriessymbool brandt.Om de wijnklimaatzones weer in teschakelen,^ selecteert u een wijnklimaatzone, zo-dat een van de "Wijnklimaat"-symb-olen geel oplicht, en raakt u zo vaakde aan-uittoets aan tot de tempera-tuurindicator aangaat, of^schakelt u het toestel uit en weer in.Het toestel begint te koelen en de bin-nenverlichting gaat aan als de toestel-deur wordt geopend.Toestel in- en uitschakelen22
InstelmodusBepaalde instellingen van het toestelkunt u alleen in de instelmodus wijzi-gen.Informatie over hoe u het toestel in deinstelmodus zet en hoe u de instel-lingen wijzigt vindt u in de rubrieken inkwestie.Overzicht van de beschikbare functiesin de instelmodus:het toestel in de instelmoduszetten of de instelmodus verla-tencToetsgeluid in-/uitschakelen(zie rubriek "Toestel in- en uit-schakelen")bBevestigen dat deactievekoolfilters vervangen zijn(zie "Actievekoolfilters")^Vergrendeling in-/uitschakelen(zie "Toestel in- en uitscha-kelen")uLichtsterkte van de tempera-tuurindicator wijzigen(zie "De juiste temperatuur")dDuur van de watertoevoer voorde ijsblokjesmaker instellen(zie "IJsblokjes maken")eWanneer u in de instellingsmodus zit,wordt het deuralarm automatisch uit-geschakeld.
Zodra de deur van hetapparaat wordt gesloten, is het deur-alarm weer geactiveerd.Toetsgeluid in-/uitschakelenAls u niet wilt dat er een geluid weer-klinkt telkens als u een toets aanraakt,kunt u het toetsgeluid uitschakelen.^ Raak de toets X aan en laat uw vin-ger erop rusten,^ terwijl uw vinger op de toets X rust,raakt u één keer de aan-uittoets aan.^Hou uw vinger nog 5 seconden opde toets X tot op de temperatuurindi-cator c wordt weergegeven.^Raak opnieuw zo vaak de toets Xaan tot b wordt weergegeven op detemperatuurindicator.^Raak ter bevestiging de aan-uittoetsaan.Toestel in- en uitschakelen23
^Door aanraken van de toets X kunt unu instellen of het toetsgeluid moetuit- of ingeschakeld zijn:b0: toetsgeluid is uitgeschakeldb1: toetsgeluid is ingeschakeldb –: terug in het menu.De huidige instelling brandt constant ende nieuwe instelling knippert.^Nadat u een nieuwe instelling hebtgekozen, raakt u ter bevestiging deaan-uittoets aan.^Raak zo vaak de toets X aan tot cwordt weergegeven op de tempera-tuurindicator.^ Raak de aan-uittoets aan.U hebt de instelmodus verlaten.Vergrendeling in-/uitschakelenMet de vergrendeling kunt u het toestelbeveiligen, zodat het niet ongewenstwordt uitgeschakeld.^Raak de toets X aan en laat uw vin-ger erop rusten,^ terwijl uw vinger op de toets X rust,raakt u één keer de aan-uittoets aan.Toestel in- en uitschakelen24
^Hou uw vinger nog 5 seconden opde toets X tot op de temperatuurindi-cator c wordt weergegeven.^Raak opnieuw zo vaak de toets Xaan tot u wordt weergegeven op detemperatuurindicator.^Raak ter bevestiging de aan-uittoetsaan.^Door aanraken van de toets X kunt unu instellen of de vergrendeling moetuit- of ingeschakeld zijn:u0: vergrendeling is uitgeschakeldu1: vergrendeling is ingeschakeldu –: terug in het menu.De huidige instelling brandt constant ende nieuwe instelling knippert.^ Nadat u een nieuwe instelling hebtgekozen, raakt u ter bevestiging deaan-uittoets aan.^ Raak zo vaak de toets X aan tot cwordt weergegeven op de tempera-tuurindicator.^Raak de aan-uittoets aan.U hebt de instelmodus verlaten.Als de vergrendeling ingeschakeld is,brandt het controlelampje van de ver-grendelingX op de temperatuurindica-tor.Bij langdurige afwezigheidAls u het toestel gedurende lange tijdniet gebruikt:^schakel het toestel uit,^trek de stekker uit of schakel de des-betreffende zekering in uwzekeringkast uit,^sluit de afsluitkraan voor de watertoe-voer,^maak de ijsblokjesbak leeg en reinigdie,^maak het toestel schoon en^ laat de toesteldeuren op een kierstaan om geurvorming te vermijden.Als het toestel bij langdurige af-wezigheid wordt uitgeschakeldmaar niet gereinigd, bestaat er ge-vaar voor schimmelvorming als dedeuren gesloten blijven.Toestel in- en uitschakelen25
...indewijnklimaatzonesWijnen worden, afhankelijk van deomgevingsomstandigheden, steeds be-ter. Zowel de temperatuur als de kwali-teit van de lucht zijn vandoorslaggevend belang voor de houd-baarheid.Wijnen kunt u bij een temperatuur tus-sen 5 en 18 °C bewaren. De optimaletemperatuur ligt tussen 8en12°C. Bijdeze temperatuur zijn de meeste wittewijnen drinkbaar. Rode wijnen moet u 2uur voor het drinken uit het toestel ha-len en openen, zodat de wijn zuurstofkrijgt en zijn aroma juist kan ontwik-kelen.
Na twee uur hebben ook rodewijnen de juiste drinktemperatuur.Een bewaartemperatuur boven 22 °Cdoet wijnen sneller rijpen dan goed is.Onder 5 °C mag wijn niet gedurendelange tijd bewaard worden, want dankan hij niet optimaal rijpen.Temperatuurschommelingen veroorza-ken stress voor de wijn, waardoor hetrijpingsproces wordt onderbroken.Daarom is het zeer belangrijk dat detemperatuur nagenoeg zonder schom-melingen constant wordt gehouden.BeveiligingEen veiligheidsthermostaat zorgt ervoordat de temperatuur in dewijnklimaatzones niet onder 2 °C kandalen. Als de buitentemperatuur lagerkomt, wordt automatisch een verwar-mingselement ingeschakeld om debinnentemperatuur nagenoeg constantte houden.Isolatieplaat voor een thermischescheidingHet toestel is voorzien van een vasteisolatieplaat die de binnenruimte intwee verschillende zones indeelt waar-van de temperatuur telkens apart in testellen is.
...indevrieszoneOm verse levensmiddelen in te vriezenen ze langdurig te bewaren, is een tem-peratuur van -18 °C vereist. Bij die tem-peratuur komt de groei van micro-orga-nismen in hoge mate tot stilstand. Zodrade temperatuur boven -10 °C stijgt, be-gint de ontbinding door de micro-orga-nismen. De levensmiddelen kunnen danminder lang worden bewaard. Daarommogen geheel of gedeeltelijk ontdooidelevensmiddelen pas opnieuw ingevrorenworden, nadat ze verwerkt werden (ko-ken of braden). Door de hoge tempera-turen worden de meeste micro-organis-men gedood.Bij het bewaren van levensmiddelen isde juiste temperatuurinstelling zeer be-langrijk. Levensmiddelen bederven sneldoor de aanwezigheid van micro-orga-nismen. Dat proces kan door de juistebewaartemperatuur worden verhinderdof vertraagd. De temperatuur beïnvloedtde groeisnelheid van de micro-organis-men.
Hoe lager de temperatuur, hoelangzamer dit proces verloopt.De temperatuur in het toestel stijgt–als u vaak en gedurende lange tijd detoesteldeur opent,–hoe meer levensmiddelen er wordenbewaard,–als de verse levensmiddelen warm zijn,–als de omgevingstemperatuur van hettoestel hoog is.Het toestel is geconstrueerd voor eenbepaalde klimaatklasse (bereik vande kamertemperatuur) waarvan deonder- en bovengrens gerespecteerdmoeten worden.Temperatuur instellen^Selecteer met de schakeltoets de ge-wenste wijnklimaat- of vrieszone, zo-dat het symbool in kwestie geel op-licht.In de beide wijnklimaatzones kunt u detemperatuur afzonderlijk instellen, losvan elkaar.^ Stel nu de temperatuur in met desensortoetsen ernaast.Door het aanraken van detoets X: daalt de temperatuurtoets Y: stijgt de temperatuur.De juiste temperatuur27
TemperatuurindicatorDe temperatuurindicator op het bedie-ningspaneel geeft tijdens normale wer-king de temperatuur aan in het middenvan de wijnklimaatzone in kwestie of dewarmste plaats in de vrieszone.De lichtsterkte van de temperatuur-indicator wijzigenU kunt de lichtsterkte van de tempera-tuurindicator aanpassen aan delichtverhoudingen van de omgeving.^ Raak de toets X aan en laat uw vin-ger erop rusten.^ Terwijl uw vinger op de toets X rust,raakt u één keer de aan-uittoets aan.^Hou uw vinger nog 5 seconden opde toets X tot c wordt weergegevenop de temperatuurindicator.^Raak opnieuw zo vaak de toets Xaan tot d wordt weergegeven op detemperatuurindicator.^Raak ter bevestiging de aan-uittoetsaan.^U kunt nu de lichtsterkte van de tem-peratuurindicator wijzigen.
Het toestel is uitgerust met een waar-schuwingssysteem, dat de wijnen die ubewaart en de levensmiddelen die u in-vriest beschermt tegen ontoelaatbaretemperaturen en u ook helpt om ener-gie te besparen wanneer de deurenopen staan.Waarschuwingssysteem in-schakelenHet waarschuwingssysteem is altijd au-tomatisch actief.
Het moet niet afzon-derlijk worden ingeschakeld.TemperatuuralarmAls de temperatuur in de vrieszone ineen te warm temperatuurbereik komt,weerklinkt een waarschuwingssignaal.Ook als de temperatuur in een van detwee wijnklimaatzones in een te warmof te koud temperatuurbereik komt,weerklinkt een waarschuwingssignaal.De uitschakeltoets voor het waarschu-wingssignaal licht rood op en het sym-bool van de temperatuurzone in kwestieknippert.Het geluidssignaal en de visuele signa-len worden bijvoorbeeld weergegeven–als u een grote hoeveelheid levens-middelen invriest,–als de toesteldeuren gedurendelange tijd hebben opengestaan, bijv.om levensmiddelen of wijnflessen teplaatsen, te herschikken of uit te ne-men.–na een stroomonderbreking.Zodra de alarmtoestand beëindigd is,stopt het waarschuwingssignaal engaan de visuele signalen uit.Temperatuuralarm vroeger uit-schakelenAls het waarschuwingssignaal u stoort,kunt u het vroeger uitschakelen.^Raak de uitschakeltoets voor hetwaarschuwingssignaal aan.Het waarschuwingssignaal wordt uit-geschakeld.De uitschakeltoets voor het waar-schuwingssignaal en het symbool inkwestie blijven knipperen tot dealarmtoestand is beëindigd.Als de temperatuur in de vrieszonegedurende lange tijd warmer is dan-18 °C, gaat u na of de ingevrorenlevensmiddelen gedeeltelijk of volle-dig ontdooid zijn.
DeuralarmAls de toesteldeuren langer dan 2minuten open blijven staan, weerklinkteen waarschuwingssignaal.De uitschakeltoets voor het waarschu-wingssignaal licht rood op en het sym-bool van de temperatuurzone waarvande deur open staat knippert.Zodra de deur wordt gesloten, stopt hetwaarschuwingssignaal en gaan devisuele signalen uit.Deuralarm vroeger uitscha-kelenAls de deur geopend is en het waar-schuwingssignaal u stoort, kunt u hetvroeger uitschakelen.^ Raak de uitschakeltoets voor hetwaarschuwingssignaal aan.Het waarschuwingssignaal wordt uit-geschakeld.De uitschakeltoets voor het waar-schuwingssignaal blijft branden enhet symbool van de temperatuurzonewaarvan de deur open staat blijftknipperen tot de deur wordt gesloten.Waarschuwingssignaal31
Luchtvochtigheid in dewijnklimaatzonesIn een klassieke koelkast is de lucht-vochtigheid te laag om wijn te bewaren.Daarom is een koelkast niet geschiktom wijn te bewaren. Een hoge lucht-vochtigheid(60 - 70 %) is zeer belangrijk om wijn tebewaren. Op die manier wordt de kurkimmers langs buiten vochtig gehouden.Als de luchtvochtigheid te laag is,droogt de kurk langs buiten uit en kanhij de fles niet meer perfect afsluiten.Daarom moeten wijnflessen ook altijdliggend worden bewaard, zodat de wijnde kurk langs binnen vochtig houdt.
Alser lucht in de fles terechtkomt, zal dewijn onvermijdelijk bederven!Tip: Voor het serveren dient u de wijn-fles minstens twee uur rechtop te latenstaan, of beter nog een hele dag, zodathet bezinksel naar de bodem van defles kan zakken.Toets voor een constanteluchtvochtigheid (DynaCool) mMet "DynaCool" stijgt de relatieve lucht-vochtigheid in de wijnklimaatzones, zo-dat de kurk niet uitdroogt.Tegelijk worden de luchtvochtigheid ende temperatuur gelijkmatig verdeeld,zodat al uw wijnen in dezelfde goedeomstandigheden worden bewaard.DynaCool inschakelenAls u de wijnklimaatzones voor hetlangdurig bewaren van wijn gebruikt, ishet aan te raden dat u de functie"DynaCool" ingeschakeld laat.
Op diemanier zijn de luchtvochtigheid en detemperatuur in het toestel constant de-zelfde als die van een wijnkelder.^ Selecteer met de schakeltoets dewijnklimaatzone waarvoor u"DynaCool" wilt gebruiken.Het wijnklimaatsymbool in kwestie lichtgeel op.^Druk op de toets voor een constanteluchtvochtigheid, zodat die geel op-licht.DynaCool gebruiken32
Wanneer de deur wordt geopend,wordt de ventilator automatischtijdelijk uitgeschakeld! Hierdoorwordt energie bespaard.DynaCool uitschakelen^Selecteer met de schakeltoets eenvan de wijnklimaatzones.Het wijnklimaatsymbool in kwestie lichtgeel op.^ Druk op de toets voor een constanteluchtvochtigheid, zodat die nogslechts lichtgeel is.Ook als u "DynaCool" niet hebt inge-schakeld, worden beide ventilatorenautomatisch ingeschakeld wanneerde koeling aanslaat. Dat garandeertdat de optimale bewaaromstandig-heden voor uw wijn behouden blij-ven.DynaCool gebruiken33
Om verse levensmiddelen optimaal inte vriezen, dient u eerst de functie "Su-perfrost" in te schakelen.Op die manier worden de levensmid-delen snel doorvroren en blijven devoedingswaarde, de vitamines, het ui-terlijk en de smaak behouden.Uitzonderingen:–Als u reeds ingevroren levensmid-delen in het toestel plaatst.–Als u dagelijks slechts maximaal 2 kglevensmiddelen plaatst.Superfrost inschakelenDe functie "Superfrost" dient u 6 uurvooraf in te schakelen. Pas daarnaplaatst u de levensmiddelen die u wiltinvriezen.
Als u het maximale invries-vermogen wenst te gebruiken, dient u24 uur vooraf de functie "Superfrost" inte schakelen!^Selecteer met de schakeltoets devrieszone.Het vriessymbool licht geel op.^Raak de toets voor "Superfrost" aan,zodat die geel oplicht.De temperatuur in de vrieszone daalt,doordat het toestel nu in de vrieszonewerkt met het hoogst mogelijke koelver-mogen.Superfrost uitschakelenDe functie "Superfrost" schakelt auto-matisch na ca.
30 tot 65 uur uit, afhan-kelijk van de hoeveelheid geplaatste-levensmiddelen.Het toestel werkt weer met het normale,energiebesparende koelvermogen.Om energie te besparen, kunt u defunctie "Superfrost" zelf uitschakelen zo-dra er een constante temperatuur vanminstens -18 °C in de vrieszone is be-reikt.^ Selecteer met de schakeltoets devrieszone.Het vriessymbool licht geel op.^Raak de toets voor "Superfrost" aan,zodat deze nog slechts lichtgeel is.De koeling van het toestel werkt weermet het normale vermogen.Superfrost gebruiken34
De andere wijnfles-sen kunnen dan rustig blijven liggen.De houten roosters liggen op rails die ukunt uittrekken, zodat u de flessen ge-makkelijk op het rooster kunt leggen ofuitnemen.De houten roosters kunt u naar believenuit het toestel nemen en terugplaatsen:^ Trek het houten rooster met de railstot de voorste aanslag en neem hetlangs boven weg.^ Om het houten rooster weer te ge-bruiken, plaatst u het op de uitgetrok-ken rails en klikt u het vast.NotitiekaartjesOm een goed overzicht van debewaarde wijnsoorten te behouden, ge-bruikt u de bijgeleverde notitiekaartjes.Plaats ze langs boven in de houder ophet houten rooster, nadat u de nodigeinformatie hebt genoteerd.U kunt extra notitiekaartjes ver-krijgen bij uw Miele-handelaar.MaximuminhoudIn totaal kunnen er 41 flessen (0,75 lbordeauxflessen) in dewijnklimaatzones worden bewaard.Luchtverversing via actieve-koolfiltersDe actieve-koolfilters in dewijnklimaatzones zorgen voor een opti-male luchtverversing en dus voor eenhoge luchtkwaliteit.Via de actieve-koolfilters komt er frissebuitenlucht in het toestel.Die wordt daarna door de ventilatoren("DynaCool"-functie) gelijkmatig in debinnenruimte verspreid.Doordat de buitenlucht in de actieve-koolfilters wordt gefilterd, komt er alleenmaar stofvrije en geurloze lucht in hettoestel.Zo wordt uw wijn ook beschermd tegeneventuele reukoverdracht!De actieve-koolfilters moet u eenkeer per jaar vervangen.
Maximaal invriesvermogenOm de levensmiddelen zo snel mogelijktot in de kern in te vriezen, mag hetmaximale invriesvermogen niet wordenoverschreden. Het maximale invriesver-mogen binnen 24 uur is vermeld op hettypeplaatje "Invriesvermogen. kg/24u". Het maximale invriesvermogen dat ver-meld staat op het typeplaatje is geba-seerd op de Duitse norm DIN EN ISO15502. Wat gebeurt er als verselevensmiddelen wordeningevroren. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk volledig worden doorvroren,zodat de voedingswaarde, devitamines, het uitzicht en de smaak be-houden blijven. Hoe langzamer de levensmiddelen wor-den doorvroren, hoe meer vloeistof eruit elke cel naar de tussenruimten loopt. De cellen krimpen. Tijdens het ontdooien kan slechts eendeel van de voordien vrijgekomen vloei-stof naar de cellen terugvloeien. In de praktijk betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen.
Dat kunt u zelf vaststellen: tijdens hetontdooien vormt er zich immers eengrote waterplas rond het levensmiddel. Als het levensmiddel snel wordtdoorvroren, heeft de celvloeistof mindertijd om uit de cellen naar de tussen-ruimten te lopen. De cellen krimpenveel minder. Tijdens het ontdooien kan de kleinehoeveelheid vloeistof die naar de tus-senruimten was gelopen, terugkerennaar de cellen, zodat het vochtverlieszeer gering is. Er vormt zich slechtseen kleine waterplas. Diepvriesproducten bewarenAls u diepvriesproducten wenst te be-waren, controleert u tijdens de aankoopin de winkel–de verpakking op beschadigingen,–de houdbaarheidsdatum en– de koelzonetemperatuur van dewinkeldiepvries. Als dekoelzonetemperatuur warmer is dan-18 °C, wordt de houdbaarheid vande diepvriesproducten korter.
^ Koop diepvriesproducten pas op heteinde van het winkelen, en transpor-teer ze in krantenpapier of in eenkoelzak. ^ Plaats de diepvriesproducten onmid-dellijk in het toestel. Gedeeltelijk of volledig ontdooide le-vensmiddelen niet opnieuw invrie-zen.
Laat de groenten uitdruppen.–Mager vlees is beter geschikt om inte vriezen dan vet vlees en kan veellanger worden bewaard.–Plaats telkens een folie uit kunststoftussen koteletten, steaks, schnitzelsenz. Zo vermijdt u dat ze tot één bloksamenvriezen.–Rauwe levensmiddelen en geblan-cheerde groenten voor het invriezenniet kruiden en zouten, schotelsslechts lichtjes kruiden en zouten.
Desmaakintensiteit van sommigekruiden verandert tijdens het invrie-zen.–Warme schotels of dranken eerst bui-ten het toestel laten afkoelen, om tevoorkomen dat reeds bevroren le-vensmiddelen gedeeltelijk ontdooienen dat het stroomverbruik stijgt.Verpakken^Vries per portie in.Geschikte verpakking- Kunststoffolie- Buisfolie uit polyethyleen- Aluminiumfolie- DiepvriesdozenOngeschikte verpakking- Pakpapier- Perkamentpapier- Cellofaan- Vuilniszakjes- Gebruikte winkelzakjes^ Druk de lucht goed uit de verpak-king.^Sluit de verpakking goed af met- elastiekjes- kunststofclips- touw of- koudebestendige kleefband.Zakjes en buisfolie uit polyethyleenkunt u ook met een folielasapparaatdichtlassen.^Noteer de inhoud en de invriesdatumop de verpakking.Invriezen en bewaren37
Voor u levensmiddelen in het toestellegt^Als u meer dan 2 kg verse levens-middelen dient in te vriezen, dient uenige tijd vooraf de functie "Super-frost" in te schakelen (zie "Superfrostgebruiken").De levensmiddelen die al in het toe-stel liggen, krijgen zo een koudere-serve.Hoe de levensmiddelen in het toestelleggenDe volgende maximale belastingenmoeten in acht worden genomen:– vrieslade = 25 kg– glazen plaat = 35 kgIn te vriezen levensmiddelen mogenniet in aanraking komen met reedsingevroren levensmiddelen.
Anderszouden deze ontdooien.^ Leg de levensmiddelen droog in hettoestel om te vermijden dat ze aan el-kaar of aan het toestel vastvriezen.–kleine hoeveelheid in te vriezen le-vensmiddelenVries de levensmiddelen in de boven-ste vriesladen in.^Leg de levensmiddelen naast elkaarop de bodem van de vriesladen, zo-dat de levensmiddelen zo snel moge-lijk tot in de kern worden ingevroren.Als u de vriesladen uitneemt, dient ute letten op het volgende:De onderste vrieslade moet altijd inhet toestel blijven!Plaats de levensmiddelen zo op deglazen plaat dat deventilatorgleuven op de achterwandin het toestel niet worden afgedekt.Ze zijn belangrijk voor een goedewerking en een normaal energiever-bruik!–maximale hoeveelheid in te vriezenlevensmiddelen (zie typeplaatje)^ Neem de bovenste vriesladen uit.^ Plaats de levensmiddelen naast el-kaar op de bovenste glazen platen,zodat de levensmiddelen zo snel mo-gelijk tot in de kern worden ingevro-ren.Na afloop van het invriesproces:^ Leg de ingevroren levensmiddelen inde vrieslade en schuif deze weer inhet toestel.–grote in te vriezen levensmiddelenAls u grote levensmiddelen zoals eengans of wild in het toestel wilt plaatsen,kunt u de glazen platen tussen devriesladen uitnemen.^Neem de bovenste vriesladen uit, tilde glazen platen lichtjes op en trekze langs voren uit!Invriezen en bewaren38
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KWTN 14826 SDE ed/cs-2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wijnklimaatkast Miele
Alle Miele Wijnklimaatkast handleidingen