Miele KM 6521 FR Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6521 FR (80 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6521 FR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | KM 6521 FR |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 9000 g |
| Breedte: | 614 mm |
| Diepte: | 514 mm |
| Hoogte: | 43 mm |
| Snoerlengte: | 1.4 m |
| Kinderslot: | Ja |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1200 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 1500 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 1200 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Keramisch |
| Type brander/kookzone 1: | Sudderen |
| Type brander/kookzone 2: | Groot |
| Type brander/kookzone 3: | Groot |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 7300 W |
| Installatie compartiment breedte: | 600 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 500 mm |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Type timer: | Digitaal |
| Breedte kookplaat: | 61 cm |
| Boost functie: | Ja |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Frame type: | Full trim |
| Frame kleur: | Roestvrijstaal |
| Type brander/kookzone 4: | Sudderen |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 1500 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Electrisch |
| Kookzone 2 boost: | 2200 W |
| Kookzone 3 boost: | 2400 W |
| Oververhittingsbeveiliging: | Ja |
| Positie brander/kookzone 1: | Links achter |
| Diameter brander/kookzone 1: | 145 mm |
| Positie brander/kookzone 2: | Links voor |
| Diameter brander/kookzone 2: | 120/210 mm |
| Positie brander/kookzone 3: | Rechts achter |
| Diameter brander/kookzone 3: | 170 mm |
| Positie brander/kookzone 4: | Rechts voor |
| Diameter brander/kookzone 4: | 160 mm |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Stop-and-go-functie: | Ja |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Kookzone 4 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50/60 Hz |
| Inbouw afzuigkap: | Nee |
| Kookzone 3 grootte (WxD): | 170 x 265 mm |
Handleiding Miele KM 6521 FR – volledige tekst
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u de kookplaat in gebruik neemt. Daarin vindt u belangrijkerichtlijnen met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan de kookplaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de kookplaaten de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en op tevolgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die hieruit voortvloeit.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef ze door aaneen eventuele volgende eigenaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Verantwoord gebruik Deze kookplaat is bedoeld voor gebruik in het huishouden en ingelijkaardige omgevingen. Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kookplaat niet instaat zijn om deze veilig te bedienen, mogen deze alleen onder toe-zicht gebruiken. Deze personen mogen de kookplaat alleen zondertoezicht gebruiken als ze weten hoe ze deze veilig moeten bedienen.Ze moeten de eventuele risico's van een foutieve bediening kunneninzien en begrijpen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Kinderen in het gezin Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt. Kinderen vanaf acht jaar mogen de kookplaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze deze veilig moeten bedienen.Kinderen moeten de eventuele risico's van een foutieve bedieningkunnen inzien en begrijpen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand,totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandings-gevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar.
Bewaar in de opbergruimte boven of onderde kookplaat geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn.Dat kan kinderen ertoe brengen op de kookplaat te klimmen. Verbrandingsgevaar. Draai de grepen van de pannen zo dat zezich boven het werkblad bevinden, zodat kinderen de pannen nietvan het toestel kunnen trekken. Verstikkingsgevaar. Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen wegvan kinderen. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde deskundige worden uitgevoerd. Schade aan de kookplaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer de kookplaat op zichtbare schade. Gebruik nooit een be-schadigde kookplaat. Tijdelijke of permanente werking op een autonoom of niet-netge-koppeld stroomvoorzieningssysteem (zoals stand-alonenetten, back-upsystemen) is mogelijk.
Voorwaarde voor het gebruik is dat deenergievoorzieningsinstallatie voldoet aan de bepalingen vanEN50160 of een vergelijkbare standaard.De maatregelen voorzien in de huisinstallatie en dit Miele productmoeten ook in hun functie en werking gegarandeerd zijn in geïso-leerd of niet netsynchroom bedrijf of de veiligheidsmaatregelen in deinstallatie moeten door gelijkwaardige maatregelen vervangen wor-den. Zoals bijvoorbeeld beschreven in de huidige publicatie vanVDE-AR-E 2510-2. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd, als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.
Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen-komen, om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt. Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek-trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaaropleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de kookplaatleiden.Open nooit de behuizing van de kookplaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Enkel bij gebruik van originele Miele-onderdelen garandeert Mieledat aan de veiligheidseisen wordt voldaan.
Defecte onderdelen mo-gen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem voor besturing op afstand. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elek-trische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie hethoofdstuk “Installatie”, paragraaf “Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:- schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of- draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of- trek de stekker (indien aanwezig) uit het stopcontact.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Gevaar voor elektrische schok. Neem de kookplaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat of schakel de kookplaat meteen uit. Haal de elektrische span-ning van de kookplaat. Neem contact op met de Miele Service. Als de kookplaat achter een meubelfront (bijv. een deur) is inge-bouwd, sluit deze dan nooit wanneer u de kookplaat gebruikt. Achtereen gesloten deur hopen warmte en vocht zich op. Daardoor kunnende kookplaat, de ombouwkast en de vloer beschadigd worden. Sluiteen meubeldeur pas wanneer de restwarmte-indicatie uit is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en dat blijft dezeook nog enige tijd na het uitschakelen. Pas zodra het lampje voor deresterende warmte is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar geweken. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun-nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting gaan branden. Laat de kook-plaat bij werkzaamheden met olie en vet niet zonder toezicht achter.Blus branden met olie en vet nooit met water. Schakel de kookplaatuit en verstik de vlammen voorzichtig met een deksel of een blusde-ken. Houd voortdurend toezicht op de kookplaat tijdens het gebruik.Houd voortdurend toezicht bij korte kook- en braadprocessen. Vlammen kunnen de vetfilters van een dampkap in brand doenvliegen.
Flambeer nooit onder een dampkap. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar mate-riaal warm worden, kunnen ze gaan branden. Bewaar daarom mak-kelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de kook-plaat. Eventueel aanwezige bestekbakken moeten van hittebestendigmateriaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en op-warmen een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik dekookplaat niet voor het inmaken en verwarmen van conservenblik-ken. Wanneer de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat hetmateriaal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u dekookplaat per ongeluk inschakelt of als deze nog warm is van eenbereiding. Dek de kookplaat nooit af met bijv. afdekplaten, een doekof een beschermfolie.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als hij nog warm is van het koken, bestaat het risico dat meta-len voorwerpen die op de kookplaat liggen warm worden. Ander ma-teriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kunnenzich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakel dekookzones na gebruikt uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete toestelwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch toestel (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.
De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als suiker, suikerhoudende spijzen, kunststof of aluminiumfolie opde hete kookplaat belanden en smelten, beschadigen deze bij het af-koelen de keramische glasplaat. Schakel het toestel onmiddellijk uiten schraap de stof met een kookplaatkrabber meteen grondig vande kookplaat. Trek hierbij ovenwanten aan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie smelt bij hoge tem-peraturen. Gebruik daarom geen serviesgoed van kunststof of alumi-niumfolie. De lijst van de kookplaat, bij facetkookplaten de rand van dekookplaat en de bedieningselementen kunnen onder invloed van devolgende factoren heet worden: bedrijfsduur, hoge vermogens-stand(en), grote pannen en het aantal kookzones dat in gebruik is. Pannen van aluminium of met een aluminium bodem kunnen glim-mende vlekken veroorzaken.
Dergelijke vlekken kunt u met een reini-gingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal verwijderen(zie het hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”, onder “Keramischeplaat reinigen”). Als verontreinigingen lang inwerken, kunnen ze inbranden en kuntu ze soms niet meer verwijderen. Verwijder de verontreinigingen zosnel mogelijk en zorg ervoor dat ook de bodem van een te gebruikenpan schoon, vetvrij en droog is. Bereid in geen geval levensmiddelen rechtstreeks op de kera-mische glasplaat. Gebruik altijd geschikte pannen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Miele geeft u na afloop van de productie van de kookplaat een le-veringsgarantie van maximaal 15jaar en minimaal 10jaar voor reser-ve-onderdelen.
Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu14Afdanken van de verpakkingDe verpakking zorgt ervoor dat u hettoestel kunt hanteren en beschermt hettoestel tegen transportschade. Het ver-pakkingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recyclage.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaard.Gebruik materiaalspecifieke inzame-lings- en retouropties voor recyclebaarmateriaal. Uw Miele vakhandelaarneemt de transportverpakking terug.Het oude toestel afdankenElektrische en elektronische toestellenbevatten meestal waardevolle materia-len. Ze bevatten ook stoffen, mengselsen onderdelen die nodig waren om detoestellen goed en veilig te laten func-tioneren.
Wanneer u uw oude toestel bijhet gewone huisvuil gooit of er nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu. Gooi uw oude toestellendaarom nooit weg met het gewonehuisvuil.Lever het toestel in bij een gratis, ge-meentelijk inzameldepot voor elek-trische en elektronische toestellen, bijuw vakhandelaar of bij Miele. U bentwettelijk zelf verantwoordelijk voor hetwissen van eventuele persoonlijke ge-gevens op het oude toestel. U bentwettelijk verplicht om niet compleet in-gebouwde gebruikte batterijen en ac-cu's alsmede lampen die onbeschadigdkunnen worden verwijderd, te verwij-deren. Breng deze naar een geschikteinzamellocatie, waar u ze gratis kunt in-leveren. Het oude toestel moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.
Overzicht20Bedieningselementen en displaya b c dihg efjSensortoetsenaKookplaat aan/uitbGetallenreeks- Voor het instellen van de vermogensstand- Voor het instellen van de tijdencInschakelen extra verwarmingscircuitdStop&GoVoor het stoppen/starten van een actief kookproceseKookzoneselectie en-weergaveKookzone gebruiksklaar tot VermogensstandRestwarmteKookstartautomaat
Eerste ingebruikneming24Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenVeeg uw kookplaat voor het eerstegebruik af met een vochtige doek endroog het dan af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe metalen onderdelen worden met eenonderhoudsmiddel beschermd. Als hetkookveld voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.
Werking25De gewone kookzones hebben één ver-warmingsspiraal. De Vario-kookzonesen de braadzones hebben twee verwar-mingsspiralen. Afhankelijk van het mo-del kunnen de spiralen door een ringgescheiden zijn.Alle kookzones hebben een oververhit-tingsbeveiliging (temperatuurbegrenzer)die voorkomt dat de keramische plaatoververhit raakt (zie het hoofdstuk “Vei-ligheidsfuncties”, onder “Oververhit-tingsbeveiliging”).Als een vermogensstand wordt inge-steld, wordt de verwarming ingescha-keld en is de verwarmingsspiraal doorde keramische plaat heen zichtbaar.
De juiste pannen26Het meest geschikt zijn metalen pan-nen met een dikke bodem die in koudetoestand iets naar binnen buigt. Als debodem heet wordt, zet het materiaal uiten staat de pan vlak op de kookzone.De warmte wordt dan optimaal geleid.koud heetMinder geschikt is kookgerei van glas,keramiek of aardewerk. Deze materialengeleiden de warmte niet goed.Niet geschikt is kookgerei van kunst-stof of aluminiumfolie. Deze materialensmelten bij hoge temperaturen.Pannen van aluminium of met een alu-minium bodem kunnen glimmende vlek-ken veroorzaken.
Dergelijke vlekkenkunt u met een reinigingsmiddel voorkeramische platen en roestvrij staal ver-wijderen (zie het hoofdstuk “Reinigingen onderhoud”, onder “Keramischeplaat reinigen”).De kwaliteit van de bodem van de pankan het bereidingsresultaat beïnvloeden(bijvoorbeeld het bruin worden van pan-nenkoeken).- Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter (zie het hoofd-stuk “Overzicht, onder “Kookzones”).- Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.- Til pannen op als u ze wilt ver-plaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen.- Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.
Tips om energie te besparen27- De diameter van de pan moet over-eenkomen met die van de kookzoneof iets groter zijn, zodat er geen ener-gie verloren gaat.- Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen. Zowordt voorkomen dat er onnodigwarmte verloren gaat.- Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine panop een kleine kookzone is minderenergie nodig dan voor een grote,niet geheel gevulde pan op een grotekookzone.- Gebruik zo weinig mogelijk water.- Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.- Schakel bij een lange bereidingstijdde kookzone 5 tot 10minuten voorhet einde al uit. U maakt dan opti-maal gebruik van de restwarmte.- Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.
wittewijnsaus of sau-ce hollandaiseRijstpap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren2–4 2–4.Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenDeegwaren, peulvruchten wellenGraan wellen3–6 3–5.Aan de kook brengen en laten doorkoken van grote hoeveelhe-den4–6 4.–5.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken enzovoortvoorzichtig bakken (zonder oververhitting van het vet)6–7 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, aardappelpannenkoekjes enzovoortbakken7–8 7–8.Grote hoeveelheden water aan de kook brengenGrote hoeveelheden vlees aanbradenAan de kook brengen8–9 8.–9De genoemde gegevens zijn algemene richtlijnen. Ze hebben betrekking op normale portiesvoor 4personen. Als u hogere pannen gebruikt, zonder deksel kookt of grotere hoeveelhe-den bereidt, moet u een hogere stand instellen. Als u kleinere hoeveelheden bereidt, moeteen lagere stand worden gekozen.
Bediening29BedieningsprincipeDe kookplaat is voorzien van elektro-nische sensortoetsen. Deze reagerenop vingercontact. De sensortoets Aan/Uit moet bij het inschakelen om vei-ligheidsredenen iets langer worden aan-geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat is uitgeschakeld, zijnalleen de op de sensortoetsen gedruktesymbolen en de getallenreeks voor hetinstellen van de vermogensstandenzichtbaar. Als u de kookplaat inscha-kelt, lichten ook andere sensortoetsenop.De kookzones moeten “actief” zijn als ueen vermogensstand instelt of wilt wijzi-gen. Als u een kookzone wilt activeren,raakt u de bijbehorende kookzonedis-play aan. Als u de kookzonedisplayhebt aangeraakt, begint dit te knippe-ren.
Zolang de display knippert, is dekookzone “actief” en kunt u een vermo-gensstand of tijd instellen.Uitzondering: als slechts één kookzonein gebruik is, kunt u de vermogensstandzonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, mogelijk wordt de kook-plaat zelfs automatisch uitgescha-keld (zie het hoofdstuk “Veiligheids-functie”, onder “Veiligheidsuitschake-ling”). Hete pannen op de sensor-toetsen/displays kunnen de daaron-der liggende elektronica bescha-digen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Plaats geen voorwerpen op de sen-sortoetsen en displays.Plaats geen hete pannen op de sen-sortoetsen en displays.
Bediening30Brandgevaar door oververhittevoedingsmiddelen.Onbeheerde voedingsmiddelen kun-nen oververhit raken en ontbranden.Houd voortdurend toezicht op dekookplaat tijdens het gebruik.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Andere sensortoetsen lichten op.Als u daarna geen waarden invoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenPlaats een pan op de gewenste kook-zone.Raak de bijbehorende kookzonedis-play aan.De kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand in de getal-lenreeks aan.In de kookzonedisplay knippert de ge-kozen vermogensstand gedurende en-kele seconden en brandt daarna con-stant.Vermogensstand wijzigenRaak de bijbehorende kookzonedis-play aan.De kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak de sensortoets van de ge-wenste vermogensstand in de getal-lenreeks aan.Kookzone/kookplaat uitscha-kelenAls u een kookzone wilt uitschakelen,raakt u de bijbehorende kookzonedis-play aan.De kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak de sensortoets0 op de getal-lenreeks aan.Als u de kookplaat en daarmee allekookzones wilt uitschakelen raakt ude sensortoets aan.
Bediening31Restwarmte-indicatieAls een kookzone warm is, brandt nahet uitschakelen de restwarmte-indica-tie.De streepjes van de restwarmte-indica-tie gaan één voor één uit naarmate dekookzones verder afkoelen. Het laatstestreepje gaat pas uit als de kookzoneszonder gevaar aangeraakt kunnen wor-den.De restwarmte-indicaties knipperenals tijdens gebruik of wanneer er nogrestwarmte is een stroomonderbrekingoptreedt.Verbrandingsgevaar door hetekookzones.Na het beëindigen van het kookpro-ces zijn de kookzones heet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen - uit-gebreid instelbereikRaak de getallenreeks tussen de sen-sortoetsen aan.De gekozen vermogensstand knippertgedurende enkele seconden en brandtdaarna constant. Bij de tussenstandenverschijnt een oplichtend punt achterhet getal.
Bediening32Kookzonevergroting2-voudige Vario-kookzone of 1-vou-dige Vario-kookzone/braadzone:Bij het inschakelen wordt automatischhet tweede verwarmingscircuit bijge-schakeld.3-voudige Vario-kookzone:bij het inschakelen wordt automatischhet tweede verwarmingscircuit bijge-schakeld. De derde verwarmingsspiraalmoet handmatig worden ingeschakeld.Controlelampje:bij kookplaten met slechts één Vario-kookzone/braadzone brandt het contro-lelampje voor de bijschakeling continu.Bij kookplaten met 2 of meer Vario-kookzones/braadzones en 1 kookzone/braadzone brandt het controlelampjevoor de bijschakeling slechts zolang dekookzonedisplay knippert. Bij een 3-voudige Vario-kookzone is er geen on-derscheid tussen het tweede en hetderde verwarmingscircuit.Een aanvullend verwarmingscircuitkan alleen worden in- of uitgeschakeldwanneer de betreffende kookzone-in-dicatie knippert.
Uitzondering: dekookplaat heeft slechts 1 Vario-kook-zone of een 1-voudige kookzone/braadzone.Verwarmingscircuit uitschakelenRaak kort de kookzonedisplay van degewenste kookzone aan.De kookzonedisplay begint te knipperenen het controlelampje van de bijschake-ling gaat branden.Raak terwijl de kookzonedisplay knip-pert de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje van de bij-schakeling uit gaat.Verwarmingscircuit bijschakelenRaak kort de kookzonedisplay van degewenste kookzone aan.De kookzonedisplay begint te knippe-ren.Raak terwijl de kookzonedisplay knip-pert de sensortoets aan.Het controlelampje van de bijschakelinggaat branden.Kies de gewenste vermogensstand.
Timer34De kookplaat moet ingeschakeld zijnals u de timer wilt gebruiken.U kunt de timer voor twee functies ge-bruiken:- voor het instellen van een kookwek-ker;- voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone;U kunt de functies tegelijk gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1minuut( ) en 99minuten ( ). De tijden worden ingevoerd in de volg-orde “tiental minuten” en “minder dantien minuten”.De tijden worden via de cijferreeks inge-voerd.Voorbeelden:59minuten = invoer 5–980minuten = invoer: 8–0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay continu.
De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig gebruikt worden.De kookzone wordt door de veilig-heidsuitschakeling uitgeschakeld alsde geprogrammeerde tijd langer is dande maximaal toegestane bedrijfsduur(zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunc-ties”, onder “Veiligheidsuitschake-ling”).Uitschakeltijd instellenStel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak de timerdisplay zo vaak aan tothet controlelampje voor deze kookzo-ne knippert.Als er meerdere kookzones ingescha-keld zijn, dan knipperen de betreffen-de controlelampjes met de wijzers vande klok mee, beginnend bij linksvoor.Het controlelampje voor automatischuitschakelen van deze kookzone knip-pert.Stel de gewenste tijd in.Als u 10seconden wacht, start de uit-schakeltijd.Het controlelampje van de kookzonegaat branden.Als u voor nog een kookzone een uit-schakeltijd wilt instellen, doet u het-zelfde als hiervoor beschreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het be-treffende controlelampje.
Timer36Timerfuncties tegelijk ge-bruikenU heeft een of meer uitschakeltijden ge-programmeerd en wilt ook een kook-wekker instellen:Raak de timerdisplay zo vaak aan totde controlelampjes van de gepro-grammeerde kookzones continubranden en in de timerdisplay knip-peren.Stel de tijd in zoals hiervoor is be-schreven.U heeft een kookwekker ingesteld enwilt bovendien één of meerdere uitscha-keltijden programmeren:Raak de timerdisplay zo vaak aan tothet controlelampje voor de gewenstekookzone knippert.Stel de tijd in zoals hiervoor is be-schreven.Kort na de laatste invoer schakelt de ti-merdisplay over op de functie met dekortste resttijd.U wilt de op de achtergrond aflopenderesttijden weergeven:Raak de timerdisplay zo vaak aan tot-dat- het controlelampje voor de gewenstekookzone knippert (automatisch uit-schakelen)- de timerdisplay knippert (kookwek-ker)Uitgaande van de weergegeven kort-ste resttijd worden met de wijzers vande klok mee alle ingeschakelde kook-zones en de kookwekker geselec-teerd.
Extra functies37Stop&GoBij activering van Stop&Go wordt bijalle ingeschakelde kookzones de ver-mogensstand tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo-nes en de timerinstellingen kunnen nietworden gewijzigd, de kookplaat kan en-kel worden uitgeschakeld. De kookwek-ker, uitschakeltijden en tijden voorkookstartautomateit lopen verder af.Als u de functie deactiveert, worden dekookzones op de laatst ingestelde ver-mogensstand weer ingeschakeld.Als de functie niet binnen 1uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren/deactiverenRaak de sensortoets aan.Gebruik de functie wanneer u de bedie-ningselementen snel van vuil wilt reini-gen.RecallAls de kookplaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunnen metdeze functie alle instellingen hersteldworden.
De kookplaat moet 10secon-den na het uitschakelen weer ingescha-keld worden.Schakel de kookplaat weer in.Raak meteen na het inschakelen eenvan de knipperende sensortoetsenvan de kookzones aan.
Beveiligingen39Inschakelblokkering/vergren-delingOm te vermijden dat iemand de kook-plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, is uwkookplaat uitgerust met een ingebruik-namebeveiliging en een vergrendeling. De wordtingebruiknamebeveiliginggeactiveerd als de kookplaat uitgescha-keld is. Als de ingebruiknamebeveiliginggeactiveerd is, kan de kookplaat niet in-geschakeld worden en kan de timer nietbediend worden. De ingestelde kook-wekker loopt verder af. De kookplaat iszodanig geprogrammeerd dat de inge-bruiknamebeveiliging handmatig inge-schakeld moet worden. U kunt de in-stelling zo wijzigen dat de ingebruikna-mebeveiliging 5minuten na het uitscha-kelen van de kookplaat automatisch ge-activeerd wordt (zie het hoofdstuk “Pro-grammering”). De wordt bij ingescha-vergrendelingkelde kookplaat geactiveerd.
Als de ver-grendeling geactiveerd is, kan de kook-plaat slechts beperkt bediend worden:- De kookzones en de kookplaat kun-nen alleen maar uitgeschakeld wor-den. - Een ingestelde kookwekker kan ge-wijzigd worden. Wanneer bij geactiveerde ingebruikna-mebeveiliging of vergrendeling een niettoegestane sensortoets aangeraaktwordt, verschijnt gedurende enkele se-conden in de timerdisplay en klinkt ereen signaal. Ingebruiknamebeveiliging activerenDruk 6 seconden op de sensor-toets. De seconden worden afgeteld in de ti-merdisplay. Na afloop verschijnt inde timerdisplay. De ingebruiknamebe-veiliging is geactiveerd. Ingebruiknamebeveiliging deactive-renDruk 6 seconden op de sensor-toets. In de timerdisplay wordt kort weerge-geven, waarna de seconden worden af-geteld. Na afloop is de ingebruikname-beveiliging gedeactiveerd.
Beveiligingen40Automatische uitschakelingAls de sensortoetsen bedekt zijnWanneer één of meer toetsen langerdan 10seconden bedekt blijven, bij-voorbeeld door vingers, overkokendvoedsel of voorwerpen, wordt de kook-plaat automatisch uitgeschakeld. In detimerdisplay wordt gedurende enkeleseconden weergegeven. Als het desensortoets betreft, brandt totdathet voorwerp of de vervuiling verwijderdis.Als u de voorwerpen of het vuil verwij-dert, dooft en is de kookplaat op-nieuw klaar voor gebruik.Bedrijfsduur wordt overschredenDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als de kookzoneongewoon lang in gebruik is geweest.Deze tijdsperiode hangt van de gekozenvermogensstand af. Als deze is over-schreden, wordt de kookzone uitge-schakeld en wordt de restwarmte-indi-catie weergegeven.
Beveiligingen41OververhittingsbeveiligingAlle kookzones zijn voorzien van eenoververhittingsbeveiliging (temperatuur-begrenzer). Deze schakelt de verwar-ming van de kookzone automatisch uitals deze te heet wordt. Zodra de kook-zone is afgekoeld, wordt de verwarmingautomatisch opnieuw ingeschakeld.De oververhittingsbeveiliging kan in devolgende situaties worden geactiveerd:- Er staat geen pan op de ingescha-kelde kookzone.- De geplaatste pan wordt zonder in-houd verhit.- De bodem van de pan sluit niet ge-lijkmatig aan op de kookzone.- De pan geleidt de warmte niet goed.U merkt dat de oververhittingsbeveili-ging actief is wanneer de kookzone ookop de hoogste vermogensstand in- enuitgeschakeld wordt.
Programmering42U kunt de programmering van de kook-plaat aanpassen aan uw persoonlijkewensen. U kunt meerdere instellingenna elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnen in de kookzonedisplay (programma) en (code) en twee kook-zonedisplays.In het linker kookzonedisplay wordt hetprogramma, en in het rechter kookzo-nedisplay de code weergegeven.
Vanafprogrammastap 10 worden de getallenafwisselend weergegeven: knippert af-wisselend met .Programmering wijzigenProgrammering oproepenRaak bij uitgeschakelde kookplaattegelijk de sensortoetsen en zo lang aan totdat in de kookzonedis-play wordt weergegeven en tweekookzonedisplays gaan branden.Programma instellenRaak eerst de kookzonedisplay linksen vervolgens het bijbehorende getalop de getallenreeks aan.Naast het getal begint een punt te knip-peren.Zolang de punt knippert, raakt u opde getallenreeks het bij het program-manummer behorende getal of getal-len aan.Code instellenRaak eerst de kookzonedisplayrechts en vervolgens het bijbeho-rende getal op de getallenreeks aan.Naast het getal begint een punt te knip-peren.Zolang de punt knippert, raakt u opde getallenreeks het bij de code be-horende getal of getallen aan.Instellingen opslaanRaak de sensortoets zo lang aantotdat de indicaties uitgaan.
Programmering44Programma1Code2Instellingen12 Reactiesnelheid van de sensor-toetsen0Langzaam1Normaal2Snel1Niet-genoemde programma's zijn niet bezet.2De standaard ingestelde code is telkens vetgedrukt.3Na het inschakelen van de kookplaat wordt enkele seconden weergegeven in de timer-display.4In de tekst en in de tabellen worden de uitgebreide vermogensstanden voor de duidelijk-heid weergegeven met een punt achter het cijfer.5De bevestigingstoon van sensortoets Aan/Uit wordt niet uitgeschakeld.
Reiniging en onderhoud46Verbrandingsgevaar door hetekookzones.Na het beëindigen van het kookpro-ces zijn de kookzones heet.Schakel de kookplaat uit.Laat de kookzones afkoelen voordatu de kookplaat reinigt.Schade door indringend vocht.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en kortsluitingveroorzaken.Reinig de kookplaat nooit met eenstoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schuurmiddelen of rei-nigingsmiddelen die krassen kunnenveroorzaken.Laat de kookplaat voor de reinigingafkoelen.Reinig de kookplaat na elk gebruik.Maak het toestel na elke vochtige rei-niging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet voor de reiniging wordengebruikt:- afwasmiddelen- soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen- kalkoplossende reinigingsmiddelen- vlek- en roestverwijderaars- schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder, schuurmiddelen,schuursponsjes- oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen- reinigingsmiddelen voor vaatwassers- grill- en ovensprays- glasreinigers- schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten- vlekkensponsjes
Reiniging en onderhoud47Keramische plaat reinigenSchade door scherpe voor-werpen. De afdichtingstape tussen de kook-plaat en het werkplad kan wordenbeschadigd. De afdichtingstape tussen de kera-mische glasplaat en het frame kanworden beschadigd. Gebruik geen scherpe voorwerpentijdens het reinigen. Met een afwasmiddel worden niet al-le verontreinigingen en resten verwij-derd. Er ontstaat een onzichtbarefilm die tot verkleuringen van het ke-ramische glas leidt. Deze verkleu-ringen kunnen niet meer worden ver-wijderd. Reinig het keramische oppervlak re-gelmatig met een speciaal reinigings-middel voor keramisch glas. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen kookplaatkrabber.
Reinig het keramische oppervlak ver-volgens met het Miele-reinigingsmid-del voor keramische glasplaten enroestvrij staal (zie het hoofdstuk “Bijte bestellen accessoires”, onder “Rei-nigings- en onderhoudsmiddelen”) ofmet een ander geschikt reinigings-middel voor keramische glasplaten. Gebruik hierbij keukenpapier of eenschone doek. Breng het reinigings-middel niet op hete keramsiche op-pervlakken aan aangezien er vlekkenkunnen ontstaan. Houdt u zich aande aanwijzingen van de fabrikant vanhet reinigingsmiddel. Verwijder de resten van het reini-gingsmiddel met een vochtige doeken droog het keramische oppervlakvervolgens. Reinigingsmiddelresten kunnen andersinbranden en de keramische plaataantasten. Let erop dat u alle restenverwijdert. Verwijder van kalkresten,vlekkenwater en aluminium met het reini-gingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal.
Verbrandingsgevaar door hetekookzones. Tijdens het kookproces zijn de kook-zones heet. Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten suiker, kunststof of alumini-umfolie met een kookplaatkrabbervan het hete keramische oppervlakverwijdert. Als er suiker, kunststof of alumini-umfolie op het hete keramische op-pervlak terechtkomt, schakel dekookplaat dan uit.
Nuttige tips48De meeste storingen en defecten, die bij het dagelijks gebruik kunnen optreden,kunt u zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdatu Miele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en teverhelpen.Meldingen in de indicaties/de displayProbleem Oorzaak en oplossingNa het inschakelen vande kookplaat wordt enkele seconden weer-gegeven in de timerdis-play.De ingebruiknamebeveiliging of vergrendeling is ge-activeerd.Deactiveer de ingebruiknamebeveiliging of ver-grendeling (zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunctie”,onder “Ingebruiknamebeveiliging/vergrendeling”).Na het inschakelen vande kookplaat wordt kort weergegeven in detimerdisplay.
De kook-zones worden niet heet.De kookplaat bevindt zich in de demo-modus.Druk tegelijk op de sensortoetsen0 en2 totdat opde timerdisplay en afwisselend knipperen. In de timerdisplay knip-pert en de kookplaatwordt automatisch uit-geschakeld.Eén of meerdere sensortoetsen zijn bedekt, bijvoor-beeld door vingercontact, overkokende gerechten ofneergelegde voorwerpen.Verwijder de verontreinigingen of de voorwerpen(zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunctie”, onder “Vei-ligheidsuitschakeling”).
Nuttige tips49Ongewoon gedragProbleem Oorzaak en oplossingDe verwarming van eenkookzone schakeltsteeds in en weer uit.Dit 'pulserend schakelen' van de verwarming is nor-maal. Het pulserend schakelen wordt geregeld doorde elektronische regeling van het verwarmingsver-mogen (zie het hoofdstuk “Werking van de kookzo-nes”). Als de verwarming bij de hoogste vermogensstandpulserend schakelt, dan is de oververhittingsbeveili-ging geactiveerd (zie het hoofdstuk “Veiligheids-functie”, onder “Oververhittingsbeveiliging”).Een kookzone wordtautomatisch uitgescha-keld.De gebruiksduur is overschreden.U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik ne-men (zie het hoofdstuk “Veiligheidsfunctie”, onder“Veiligheidsuitschakeling”).Er knipperen een ofmeer restwarmte-indi-caties.Er is een stroomstoring geweest tijdens bedrijf of ter-wijl er nog sprake was van restwarmte.
Nuttige tips50Onbevredigend resultaatProbleem Oorzaak en oplossingDe inhoud van een panbegint niet of nauwe-lijks te koken, terwijl dekookstartautomaat in-geschakeld is.Er worden grote hoeveelheden voedingsmiddelenverwarmd.Kook met de hoogste vermogensstand en steldaarna handmatig een lagere vermogensstand in.De pan geleidt de warmte niet goed.Gebruik andere pannen die de warmte wel goedgeleiden.De inhoud van de pankan niet of bijna nietaan de kook worden ge-bracht.De pan geleidt de warmte niet goed.Gebruik andere pannen die de warmte wel goedgeleiden.De pan is te groot in verhouding tot de kookzone.Gebruik een kleinere pan.Het tweede verwarmingscircuit van de Vario-kookzo-ne of braadzone is niet bijgeschakeld.Schakel het tweede verwarmingscircuit bij.
Nuttige tips51Algemene problemen of technische storingenProbleem Oorzaak en oplossingDe kookplaat of dekookzones kunnen nietworden ingeschakeld.De kookplaat heeft geen stroom.Controleer of de zekering van de elektrische instal-latie doorgeslagen is. Neem contact op met eenelektricien of met Miele (minimale sterkte van dezekering: zie typeplaatje).Er is mogelijk sprake van een technische storing.Maak het het toestel ca.1minuut spanningsvrij.Doe dit als volgt:– schakel de schakelaar van de betreffende zeke-ring uit of draai de zekering eruit of– schakel de verliesstroomschakelaar (ALS) uit.Schakel daarna de zekering resp. de verlies-stroomschakelaar weer in. Kunt u de kookplaatdan nog niet in gebruik nemen, neem dan contactop met een elektricien of met Miele.Bij de nieuwe kookplaatkomen geurtjes endamp vrij.De metalen onderdelen worden met een onderhoud-smiddel beschermd.
Als het kookveld voor het eerstin gebruik wordt genomen, ontstaan daardoor geurenen eventueel ook damp. De geur en de eventueel op-tredende damp wijzen niet op een verkeerde aanslui-ting of een defect en zijn ook niet schadelijk voor degezondheid.
Bij te bestellen accessoires52Speciaal voor uw toestellen levert Mieleeen uitgebreid assortiment aan toebe-horen, alsook reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudigvia de Miele-webshop bestellen.De producten zijn ook verkrijgbaar bijMiele (zie einde van deze gebruiksaan-wijzing) en bij uw Miele-handelaar.Reinigings- en onderhouds-middelenReinigingsmiddel voor keramischeplaten en roestvrij staal 250mlVoor het verwijderen van verontrei-nigingen, kalk- en aluminiumvlekken.MicrovezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdruk-ken en lichte verontreinigingen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6521 FR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Miele
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis