Miele KFN 7714 F Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KFN 7714 F (56 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele KFN 7714 F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Vriezer |
| Model: | KFN 7714 F |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 6800 g |
| Breedte: | 560 mm |
| Diepte: | 550 mm |
| Hoogte: | 1772 mm |
| Netbelasting: | 270 W |
| Ijsmaker: | Nee |
| Snoerlengte: | 2.2 m |
| Geluidsniveau: | 39 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | F |
| Jaarlijks energieverbruik: | 277 kWu |
| Gewicht verpakking: | 68000 g |
| Breedte verpakking: | 620 mm |
| Diepte verpakking: | 640 mm |
| Hoogte verpakking: | 1840 mm |
| Nettocapaciteit vriezer: | 67 l |
| Vriescapaciteit: | 6 kg/24u |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 187 l |
| No Frost (koelkast): | Ja |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Multi-luchtwegsysteem (koelkast): | Ja |
| Aantal planken koelkast: | 4 |
| Aantal groente lades: | 1 |
| Vriezer positie: | Onder |
| No Frost (vriezer): | Ja |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 20 uur |
| Snelvriesfunctie: | Ja |
| Aantal planken vriezer: | 3 |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | 254 l |
| Temperatuur alarm: | Ja |
| Automatisch ontdooien (koelkast): | Ja |
| Super Cool functie: | Ja |
| Vers zone compartiment: | Ja |
| Deur open alarm: | Ja |
| Minimum operationele temperatuur: | 10 °C |
| Klimaatklasse: | N |
| Automatische ontdooiing ( diepvries ): | Ja |
| Geluidsemissieklasse: | C |
| Land van herkomst: | Duitsland |
| Koelsysteem: | Dynamisch (door de ventilator ondersteund) |
| Vriezer interieurverlichting: | Nee |
| IJs-crusher: | Nee |
| Instelbare thermostaat: | Ja |
| Slim vriezen (vriezer): | Ja |
| Multi-luchtwegsysteem (vriezer): | Ja |
| Water dispenser: | Nee |
| Aanduiding hoge temperatuur: | Ja |
| Slim vriezen (koelkast): | Ja |
| Wifi: | Nee |
| AC-ingangsspanning: | 270 V |
| Type beeldscherm: | LCD |
| Flessehouder in deur: | Ja |
| Commodity Classification Automated Tracking System (CCATS): | 8418108099 |
| Ijsblokjeshouder: | Ja |
Handleiding Miele KFN 7714 F – volledige tekst
Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 14Installatie. 15Plaats van opstelling. 15Side-by-Side combinaties. 16Klimaatklasse. 16Be- en ontluchting. 17Meubeldeur. 17Horizontale en verticale tussenruimte. 17Gewicht van de meubeldeur. 18Inbouwmaten. 19Inbouw in een hoge kast/zij-aanzicht. 19Aansluitingen en ventilatie. 20Elektrische aansluiting. 21Energie besparen. 22Beschrijving van het apparaat. 23De binnenruimte indelen. 25Deurvak/flessenvak verplaatsen. 25De flessensteun verschuiven of verwijderen. 25De plateaus verplaatsen. 25Groente- en fruitlade uitnemen. 25Bijgeleverde accessoires. 26Bij te bestellen accessoires. 26Het apparaat in- en uitschakelen. 27Voor het eerste gebruik. 27Het koelapparaat inschakelen. 27De juiste temperatuur. 29Temperatuuraanduiding. 30Temperatuur instellen. 30Mogelijke instelwaarden.
Inhoud3Tips voor het inkopen van levensmiddelen. 37Levensmiddelen juist bewaren. 38Invriezen en bewaren. 39Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 39Maximale vriescapaciteit. 39Diepvriesproducten bewaren. 39Verse levensmiddelen zelf invriezen. 40Bewaartijd van ingevroren levensmiddelen. 41Accessoires gebruiken. 41Het bereiden van ijsblokjes. 41Ontdooien. 42Reiniging en onderhoud. 43Opmerkingen over het reinigingsmiddel. 43Het koelapparaat voorbereiden voor de reiniging. 44De binnenruimte reinigen. 44Deurdichting reinigen. 44Ventilatieopeningen reinigen. 44Na het reinigen. 45Nuttige tips. 46Oorzaken van geluiden. 53Service. 54Contact bij storingen. 54EPREL-databank. 54Garantie. 54.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Dit koelapparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u het koelapparaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijkeinstructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan het koelapparaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om alle beschikbare informatie over de installatie vanhet koelapparaat en de veiligheidsinstructies en waarschuwingente lezen en op te volgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Verantwoord gebruik Het koelapparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudens en der-gelijke, bijvoorbeeld– in winkels, kantoren en soortgelijke werkomgevingen– in boerderijen– door klanten in hotels, motels, bed en breakfast en andere speci-fieke woonomgevingen.Dit koelapparaat mag niet buiten worden gebruikt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5 Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voorhet invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het be-reiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is ontoelaatbaar en kan gevaarlijkzijn. Het koelapparaat is niet geschikt voor het bewaren en koelen vangeneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten of vergelijk-bare stoffen of producten die onder de Richtlijn medische hulpmid-delen vallen. Een onjuist gebruik van het koelapparaat kan tot be-schadiging of bederf van de bewaarde producten leiden.
Verder ishet koelapparaat niet geschikt voor gebruik in ruimtes met explosie-gevaar.Miele is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door gebruikvoor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutievebediening. Personen (kinderen inbegrepen) die op grond van hun fysieke ofpsychische gesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis vanhet koelapparaat niet in staat zijn om het koelapparaat veilig te be-dienen, mogen het alleen onder toezicht gebruiken.Deze personen mogen het koelapparaat enkel zonder toezicht bedie-nen, wanneer hen is uitgelegd hoe ze het veilig kunnen gebruiken enwanneer ze begrijpen welke risico's eraan verbonden zijn.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen die jonger zijn dan 8jaar moeten op afstand van hetkoelapparaat gehouden worden, tenzij ze steeds onder toezichtstaan. Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze dit veilig moeten bedienen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6 Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of on-derhouden. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat ze nooit met het apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan.Technische veiligheid Het koelmiddelcircuit is op lekkage gecontroleerd. Het koelappa-raat voldoet aan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften en degeldende EU-richtlijnen. Dit koelapparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit iseen natuurlijk gas dat niet schadelijk is voor het milieu. Het is echterwel brandbaar.
Het koelmiddel beschadigt de ozonlaag niet en ver-hoogt het broeikaseffect niet.Het gebruik van dit milieuvriendelijke koelmiddel zorgt ervoor dat hetapparaat iets meer geluid maakt. Naast het geluid van de compres-sor kunnen er stromingsgeluiden in het volledige koelcircuit ont-staan. Deze effecten zijn helaas onvermijdelijk, maar hebben geeninvloed op de capaciteit van het koelapparaat.Zorg ervoor dat bij het transporteren en het inbouwen/installeren vanhet koelapparaat geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd ra-ken. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.Bij beschadigingen:- Vermijd open vuur of andere brandhaarden.- Maak het koelapparaat spanningsvrij.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7- Lucht de kamer waarin het koelapparaat staat gedurende enkeleminuten.- Neem contact op met Miele. Hoe meer koelmiddel een koelapparaat bevat, hoe groter de ruim-te moet zijn waarin u het apparaat plaatst. Bij een eventuele lekkagekan in te kleine ruimtes een brandbaar mengsel van gas en lucht ont-staan. Per 11g koelmiddel moet het vertrek minstens 1m3 groot zijn.De hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje in het koelap-paraat. Vergelijk voordat u het apparaat aansluit de aansluitgegevens (ze-kering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet.
Deze moeten beslist overeenkomen zodat het appa-raat niet beschadigd raakt.Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Dit fundamenteleveiligheidssysteem moet aanwezig zijn. Laat de elektrische installatiebij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren. Het apparaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alshet op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door eendoor Miele erkende vakman/vakvrouw worden vervangen om gevaarvoor de gebruiker te voorkomen. Meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren bieden niet vol-doende veiligheid (brandgevaar).
Gebruik deze niet voor het aanslui-ten van het apparaat op het elektriciteitsnet. Wanneer er vocht op onderdelen, die onder spanning staan, of opde elektriciteitskabel komt, kan dat kortsluiting veroorzaken. Gebruikhet apparaat daarom niet in ruimtes waar met water wordt gespet-terd (bijv. garage, bijkeuken).
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv. op eenschip) worden gebruikt. Beschadigingen aan het apparaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigd apparaat mag niet in gebruik worden genomen. Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd zodat een veiligefunctie is gewaarborgd. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet hetapparaat spanningsvrij zijn. Dit is het geval als:- de zekeringen van de elektrische installatie zijn uitgeschakeld of- de schroefzekeringen van de elektrische aansluiting er geheel zijnuitgedraaid of- de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan destekker en niet aan de aansluitkabel. Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kan de gebruiker ernstig gevaar lopen.Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakman/vakvrouw worden uitge-voerd. Garantieclaims komen te vervallen als het apparaat niet doorMiele technici wordt gerepareerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele onderdelenworden vervangen. Alleen van deze onderdelen kan Miele garande-ren dat ze volledig voldoen aan de veiligheidseisen die Miele aan deproducten stelt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Vanwege speciale eisen (bijvoorbeeld voor wat betreft tempera-tuur, vochtigheid, chemische bestendigheid, slijtvastheid en trillin-gen) heeft dit koelapparaat speciale verlichting. Deze verlichting magalleen voor de bedoelde toepassing worden gebruikt. De verlichtingis niet geschikt voor de verlichting van het vertrek. De verlichtingmag uitsluitend door een vakman/vakvrouw of door Miele wordenvervangen. Dit koelapparaat bevat lichtbronnen met energie-efficiën-tieklasse E.Deskundige installatie Neem voor de installatie van het koelapparaat altijd de meegele-verde montagehandleiding in acht. Plaats het koelapparaat met behulp van een 2epersoon. Wijzig de draairichting van de deur (indien nodig) volgens de mee-geleverde montagehandleiding. Zet het koelapparaat altijd rechtop.
Alleen op die manier kan hetapparaat optimaal functioneren. Bouw het koelapparaat alleen in een stabiele, rechthoekige in-bouwkast in, die waterpas is en op een vlakke en volledig rechtevloer staat.Veilig gebruik Het koelapparaat is vervaardigd voor een bepaalde klimaatklasse(omgevingstemperatuurbereik) waar de kamertemperatuur niet bo-ven of onder mag liggen. De klimaatklasse staat aangegeven op hettypeplaatje aan de binnenkant van het koelapparaat. Als de omge-vingstemperatuur lager is, staat de compressor langer stil. Het koel-apparaat kan de vereiste temperatuur dan niet behouden. Zorg dat de ventilatieopeningen niet afgedekt of afgesloten wor-den. Een goede luchtgeleiding is dan niet meer gewaarborgd. Hetenergieverbruik neemt toe en schade aan onderdelen kan niet wor-den uitgesloten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Indien u vet- of oliehoudende levensmiddelen in het apparaat ofde deur van het apparaat bewaart, voorkom dan dat evt. vrijkomendvet of olie in aanraking komt met kunststof onderdelen van het appa-raat. Hierdoor kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaanwaardoor deze knapt of scheurt. Brand- en explosiegevaar. Bewaar geen explosieve stoffen engeen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) in hetkoelapparaat. Brandbare gasmengsels kunnen ontbranden doorelektrische onderdelen. Explosiegevaar. Gebruik geen elektrische apparaten in dit koelap-paraat (bijv.voor het maken van softijs). Er kunnen vonken ontstaan. Gevaar voor letsel en schade. Bewaar geen blikjes en flessen diekoolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen be-vriezen in de diepvrieszone. Anders kunnen ze ontploffen. Gevaar voor letsel en schade.
Als u flessen snel in de diepvrieszo-ne wilt koelen, dient u ze uiterlijk na één uur weer uit de diepvrieszo-ne te halen. Anders kunnen ze ontploffen. Letselrisico. Raak diepvriesproducten en metalen onderdelen nietmet natte handen aan. Uw handen kunnen vastvriezen. Letselrisico. Stop nooit ijsblokjes en ijs op een stokje, met namewaterijs, direct nadat u deze uit de diepvrieszone heeft gehaald, inuw mond. Door de zeer lage temperatuur van de diepvriesproductenkunnen lippen of tong vastvriezen. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Gebruik deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat zeanders aan voedingswaarde verliezen en bederven. Als ontdooide le-vensmiddelen worden gekookt of gebraden kunnen ze wel opnieuwworden ingevroren.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt uhet risico om voedselvergiftiging op te lopen.De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwali-teit van de levensmiddelen en de bewaartemperatuur. Neem de be-waartips en de uiterste houdbaarheidsdatum van de levensmid-delenfabrikanten in acht.Accessoires en onderdelen Gebruik uitsluitend Miele accessoires om te voorkomen dat garan-tieaanspraken vervallen. Miele geeft u na afloop van de serieproductie van het koelappa-raat een leveringsgarantie van maximaal 15jaar en minimaal 10jaarvoor essentiële onderdelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12Reiniging en onderhoud Behandel de deurdichting niet met olie of vet om te voorkomendat deze in de loop van de tijd poreus wordt. Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het apparaat nooit eenstoomreiniger, aangezien stoom in aanraking kan komen met span-ningsvoerende delen van het apparaat en zo kortsluiting kan veroor-zaken. Spitse of scherpe voorwerpen beschadigen de koelelementenwaardoor het apparaat niet meer functioneert.
Gebruik daarom geenspitse of scherpe voorwerpen, om- rijp- en ijslagen te verwijderen- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen loste wrikken. Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsap-paraten of kaarsen in het apparaat om te voorkomen dat de kunst-stof beschadigd raakt. Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vormen, oplosmiddelen of drijfgas-sen bevatten die de kunststof beschadigen of schadelijk zijn voor degezondheid.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13Transport Het apparaat moet altijd rechtop en in de transportverpakkingworden vervoerd. Gevaar voor letsel en schade. Vervoer het koelapparaat met be-hulp van een tweede persoon, omdat het koelapparaat erg zwaar is.Wat te doen wanneer u het apparaat afdankt Maak het slot van uw oude koelkast eventueel kapot. Zo voorkomtu, dat kinderen ingesloten raken, wat levensgevaarlijk is. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. Beschadigdaarom geen onderdelen van het koelsysteem, bijv. door- koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken,- buisleidingen om te buigen,- coatings af te krabben.Symbool op de compressor (afhankelijk van het model)Deze waarschuwing geldt alleen voor het recyclen. Bij normaal gebruik bestaat ergeen gevaar. Het is levensgevaarlijk, de olie in de compressor in te slikken of inte ademen.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu14Verpakkingsmateriaal weg-gooienDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingover het algemeen terug.Afdanken van het apparaatElektrische en elektronische apparatenbevatten meestal waardevolle materia-len. Ze bevatten ook stoffen, mengselsen onderdelen die nodig zijn geweestom de apparaten goed en veilig te latenfunctioneren. Wanneer u uw oude ap-paraat bij het gewone huisvuil doet of erniet goed mee omgaat, kunnen dezestoffen schadelijk zijn voor de gezond-heid en het milieu.
Voer uw oude appa-raat daarom nooit via het gewone huis-afval af.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat.Let erop dat de buisleidingen van uwkoelapparaat niet worden beschadigd,totdat het op vakkundige en milieu-vriendelijke wijze wordt verschroot.Alleen dan kunt u er zeker van zijn datde koelmiddelen in het koelcircuit en deolie in de compressor niet in het milieuterechtkomen.Het afgedankte apparaat moet tot aande afvoer buiten het bereik van kinderenworden opgeslagen. Informatie hierovervindt u in deze gebruiks- en montage-handleiding in het hoofdstuk “Veilig-heidsinstructies en waarschuwingen”.
Installatie*INSTALLATION*15Plaats van opstellingPas op voor schade en letseldoor een kantelend koelapparaat.Het koelapparaat is zwaar en heeftmet een geopende deur de neigingom naar voren te kantelen.Houd de deur of deuren van hetkoelapparaat dicht, totdat het appa-raat is ingebouwd.
Het koelapparaatmoet volgens de gebruiks- en mon-tagehandleiding in de inbouwnis zijnvastgezet.Pas op voor brand en beschadi-ging door apparaten die warmte af-geven.Apparaten die warmte afgeven, kun-nen in brand vliegen en brand in hetkoelapparaat veroorzaken.Het koelapparaat mag niet onder eenkookplaat ingebouwd worden.Pas op voor brand en beschadi-ging door open vuur.Door open vuur kan het koelapparaatvlam vatten.Houd open vuur, zoals een kaars, uitde buurt van het koelapparaat.Kies een droge ruimte uit waar goedkan worden geventileerd.Denk er bij de keuze van de plaats vanopstelling aan dat het energieverbruikvan het koelapparaat stijgt als u het ap-paraat dicht bij een verwarming, eenfornuis of een andere warmtebronplaatst.
Vermijd de directe blootstellingaan zonlicht.Hoe hoger de omgevingstemperatuur,des te langer zal de compressor in wer-king zijn en des te hoger is het energie-verbruik.Beschadigingsgevaar door hogeluchtvochtigheid.Bij een hoge luchtvochtigheid kan opde buitenkant van het koelapparaatcondens ontstaan. Dit condenswater kan corrosie ver-oorzaken.Plaats het koelapparaat in een drogeen/of geklimatiseerde ruimte met vol-doende ventilatie.Controleer na het plaatsen of dedeur/deuren van het koelapparaatgoed sluit/sluiten en of het koelappa-raat op de beschreven wijze is inge-bouwd. De aangegeven ventilatie-openingen moeten beslist wordenaangehouden.
Installatie*INSTALLATION*16Side-by-Side combinatiesPas op voor beschadiging doorcondens op de buitenwanden vanhet koelapparaat.Bij een hoge luchtvochtigheid kancondens op de buitenkant van hetkoelapparaat neerslaan. Dat kan cor-rosie veroorzaken.Plaats een koelapparaat nooit op ofnaast andere modellen.Als u koelapparaten zonder geïnte-greerde verwarming naast elkaar wiltopstellen, moet er een afstand van150mm tussen de koelapparatenworden aangehouden.KlimaatklasseHet koelapparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbereikwaar de kamertemperatuur niet bovenof onder mag liggen.Als de omgevingstemperatuur lager is,staat de compressor langer stil.
Dat kanhogere temperaturen in het koelappa-raat veroorzaken en dus tot gevolg-schade leiden.De klimaatklasse staat aangegeven ophet typeplaatje aan de binnenkant vanhet koelapparaat.Klimaatklasse Kamertempera-tuurSN +10tot +32°CN +16tot +32°CST +16tot +38°CT +16tot +43°CAls een koelapparaat met klimaatklas-seSN wordt gebruikt bij lagere kamer-temperaturen (tot +5°C), is een pro-bleemloze werking gegarandeerd.
Installatie*INSTALLATION*17Be- en ontluchtingPas op voor brand en beschadi-ging door onvoldoende ventilatie.Als het koelapparaat niet voldoendewordt geventileerd, schakelt de com-pressor steeds vaker en steeds lan-ger in. Daardoor stijgen het energie-verbruik en de temperatuur van decompressor. Deze kan hierdoor be-schadigd raken.Zorg voor voldoende ventilatie voorhet koelapparaat.Houd dus beslist de aangegeven af-metingen voor de ventilatie-ope-ningen aan.De ventilatie-openingen mogen nietworden afgedekt of geblokkeerd.Bovendien moeten ze regelmatig vanstof worden ontdaan.De lucht op de achterwand van hetkoelapparaat wordt warm.
Daarommoet de inbouwkast zodanig zijn ge-construeerd dat een goede luchttoevoeren luchtafvoer gewaarborgd zijn (ziehoofdstuk: “Inbouwmaten” en de mee-geleverde montagehandleiding).MeubeldeurHorizontale en verticale tussenruimteAfhankelijk van het keukendesign zijnde dikte en de draaihoek van de meu-beldeur evenals de afmeting van detussenruimte rondom (horizontaal enverticaal) vastgelegd.Let daarom beslist op het volgende:-Horizontale tussenruimteDe spleet tussen de meubeldeur en dekastdeur daarboven of daaronder moetminstens 3mm bedragen.-Verticale tussenruimteAls de ruimte tussen de meubeldeurvan het koelapparaat en het aan descharnierkant daarnaast gelegenkeukenmeubelfront of het afsluitendezijpaneel te klein is, kan de deur vanhet koelapparaat bij het openen te-gen het keukenmeubelfront/zijpaneelstoten.Afhankelijk van de dikte en de draai-hoek van de meubeldeur is een spe-cifieke afmeting van de tussenruimtenodig.Denk daaraan bij het plannen van uwkeuken of als u uw koelapparaat ver-vangt.
Installatie*INSTALLATION*18Dikte vande meu-beldeur A [mm]Afmeting tussenruimte X[mm] voor verschillende draaihoeken BR0 R1 R2 R3≥16–19 2,520 3 3 2,5 2,521 3 3 2,5 2,522 4 3,5 3 3Aangrenzend keukenmeubelfrontA=dikte meubelfrontB=draaihoekX=afmeting tussenruimteAfsluitend zijpaneelA=dikte meubelfrontB=draaihoekX=afmeting tussenruimteTip: Monteer een afstandslijst tussenkeukenkast en zijpaneel. Zo ontstaateen tussenruimte die breed genoeg is.Gewicht van de meubeldeurBeschadiging door te zwaremeubeldeur.Wanneer er een meubeldeur wordtgemonteerd die het maximaal toe-laatbare gewicht overschrijdt, kun-nen de scharnieren beschadigd ra-ken.De maximaal toegestane gewichten vande meubeldeuren in kilo's bedragen:Koelapparaat Bovenstemeubel-deurOnderstemeubel-deurKFN 7714 F 15 15
Installatie*INSTALLATION*19InbouwmatenInbouw in een hoge kast/zij-aanzichtAlle maten zijn in mm aangegeven.* Het opgegeven energieverbruik is gemeten bij een nisdiepte van 560mm. Hetkoelapparaat functioneert goed bij een nisdiepte van 550mm, maar heeft dan eeniets hoger energieverbruik.Zorg er bij het inbouwen voor dat de inbouwkast voldoet aan de voorgeschreveninbouwmaten. De aangegeven ventilatieopeningen zijn beslist noodzakelijk om eencorrect functioneren van het koelapparaat te garanderen.NishoogteA1.772–1.788
Installatie*INSTALLATION*21Elektrische aansluitingHet apparaat wordt aansluitklaar gele-verd voor wisselstroom van 50 Hz, 220–240 V. De zekering moet minstens 10 A bedra-gen. Het apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een correct geïnstal-leerde contactdoos met randaarde. Deelektrische installatie moet volgens dedaarvoor geldende normen (zoalsNEN1010) zijn geïnstalleerd. In geval van nood moet de stekker vanhet apparaat direct uit het stopcontactgetrokken worden. Daarom mag decontactdoos zich niet achter het appa-raat bevinden en moet ze makkelijk be-reikbaar zijn. Als na inbouw het stopcontact nietmeer bereikbaar is, moet het apparaatvia een werkschakelaar met alle polenvan de netspanning kunnen worden los-gekoppeld. Werkschakelaars zijn scha-kelaars met een contactopening vanminstens 3mm. Geschikte schakelaarszijn zelfuitschakelaars, zekeringen enrelais (EN 60335).
Netstekker en aansluitkabel van het ap-paraat mogen niet tegen de achterkantvan het apparaat aan komen, omdat zedoor trillingen van het apparaat bescha-digd kunnen raken. Dat kan kortsluitingveroorzaken. Ook andere apparaten mogen niet wor-den aangesloten op een stopcontactdat zich aan de achterkant van dit ap-paraat bevindt. Het is niet toegestaan om het apparaatmet een verlengsnoer op het elektrici-teitsnet aan te sluiten. Met verlengsnoe-ren kan een veilig gebruik van het appa-raat namelijk niet worden gewaarborgdin verband met het gevaar voor overver-hitting. Het apparaat mag niet op wisselrichtersworden aangesloten die bij autonomestroomvoorzieningen zoals bij zonne-energie worden toegepast. Als het apparaat wordt ingeschakeld,kan het bij spanningspieken om veilig-heidsredenen worden uitgeschakeld. Deelektronica kan beschadigd raken.
Energie besparen22Zo bespaart u energie:Plaats vanopstellingHet koelapparaat moet bij hogere omgevingstemperaturen vakerkoelen en verbruikt dan meer energie. Daarom:- Plaats het koelapparaat in een goed geventileerde ruimte.- Plaats het koelapparaat niet naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).- Bescherm het koelapparaat tegen directe blootstelling aanzonlicht.- Zorg voor een ideale omgevingstemperatuur van ongeveer20°C.- Houd de ventilatie-openingen vrij en reinig ze regelmatig doorstof te verwijderen.Temperatuur-instellingHoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik. Devolgende instellingen worden aangeraden:- Koelzone 4tot 5°C.- Diepvrieszone -18°C.Gebruik Als gevolg van binnenstromende warmte en een belemmerdeluchtcirculatie neemt het energieverbruik toe. Daarom:- Open de deur/deuren altijd zo kort mogelijk.
Een goede sorte-ring van de levensmiddelen helpt bij de oriëntatie.- Sluit de deur/deuren van het apparaat na het openen volledig.- Laat warme levensmiddelen afkoelen voordat u ze in het koel-apparaat bewaart.- Bewaar de levensmiddelen goed verpakt of afgedekt.- Leg de vakken niet te vol, zodat de lucht kan circuleren.- Leg diepvriesproducten in de koelzone wanneer ze moetenontdooien.
Beschrijving van het apparaat23aBedieningspaneel met display en Aan/Uit-schakelaarbEierrekcVentilatordBakjes in de deur van het apparaateBinnenverlichtingfPlateaugGootje en afvoeropening voor het dooiwaterhGroente- en fruitladeiDeurvak voor flessen met flessensteunjPlatte diepvriesladekDiepvriesladen
Beschrijving van het apparaat24aIn-/uitschakelen van de functie SuperKoelenbInstellen van de temperatuur ( voor kouder en voor warmer) in de koelzone cDisplay met temperatuurweergave voor de koelzonedIn- en uitschakelen van de vakantiemoduseToets voor het uitschakelen van het temperatuur- of deuralarmfInstellen van de temperatuur ( voor kouder en voor warmer) in de diepvries- zonegDisplay met temperatuurweergave voor de diepvrieszonehIn-/ en uitschakelen van de functie SuperFrostiIn-/uitschakelen van het koelapparaat
Beschrijving van het apparaat25De binnenruimte indelenDeurvak/flessenvak verplaatsenVerplaats de vakken/flessenvakkenin de deur alleen als er niets in staat.Schuif de deurvakken/flessenvakkennaar boven en haal ze er naar vorentoe uit.Zet de deurvakken/flessenvakken erop de gewenste plaats weer in.De flessensteun verschuiven of ver-wijderenDe lamellen van de flessensteun zorgenervoor dat flessen stevig staan wanneeru de deur van het apparaat opent ensluit.U kunt de flessensteun naar rechts ofnaar links verschuiven.
Zo ontstaat ermeer ruimte voor drinkpakken.U kunt de flessensteun er volledig uit-halen, bijvoorbeeld om deze goedschoon te maken:Trek de flessensteun er naar boventoe af.De plateaus verplaatsenDe plateaus kunt u in hoogte verstellenals u producten van verschillende hoog-te wilt bewaren.Trek het plateau naar voren en draaihet naar onderen toe weg.Plaats het plateau met de rand aande achterkant naar boven op de ge-wenste plaats. De rand aan de ach-terkant moet naar boven wijzen, zo-dat de levensmiddelen niet met deachterwand in aanraking kunnen ko-men en eraan vastvriezen.Groente- en fruitlade uitnemenDe groente- en fruitlade kan volledigworden verwijderd om er levensmid-delen in te leggen of uit te halen enom de lade te reinigen.
Beschrijving van het apparaat26Bijgeleverde accessoiresEierrekFlessensteunBakje voor ijsblokjesBij te bestellen accessoiresMiele heeft speciaal voor dit apparaathandige accessoires en reinigings- enonderhoudsmiddelen in het assorti-ment.SoftClose-scharnierenDe SoftClose-scharnieren zorgen er-voor dat de deuren van uw apparaat bij-zonder zacht en stil kunnen worden ge-sloten.Verder sluiten de deuren van het appa-raat onder een openingshoek van 30°automatisch.Universeel microvezeldoekjeHet microvezeldoekje is handig bij hetverwijderen van vingerafdrukken en an-der licht vuil op roestvrijstalen fronten,panelen, ramen, meubels enz.MicroCloth-kitDe MicroCloth kit bestaat uit een uni-verseel doekje, een glasreinigingsdoek-je en een hoogglansdoekje. De doekjes zijn heel sterk.
Het apparaat in- en uitschakelen27Voor het eerste gebruikVerwijder al het verpakkingsmateriaalen de beschermende folie.Reinig de binnenkant van het appa-raat en de accessoires (zie hoofdstuk“Reiniging en onderhoud”).AccessoiresFlessensteun plaatsenPlaats de flessensteun in het middenop de achterkant van het deurvakvoor flessen.Het koelapparaat inschakelenOpen de bovenste deur.Schakel het koelapparaat in door opde Aan/Uit-schakelaar op het bedie-ningspaneel te drukken.Het koelapparaat begint te koelen en debinnenverlichting gaat aan wanneer ude deur opent.Zodra de ingestelde vriestemperatuuris bereikt, dooft het symbool ,brandt de temperatuurweergave vande diepvrieszone constant en stopt dezoemer.Schakel de zoemer vroegtijdig uitdoor de sensortoets aan te raken.Voordat u voor de eerste keer le-vensmiddelen in het apparaat legt,kunt u het koelapparaat het besteeen paar uur laten voorkoelen.
Het apparaat in- en uitschakelen28Het koelapparaat uitschakelenSchakel het koelapparaat uit door opde Aan/Uit-schakelaar op het bedie-ningspaneel te drukken.De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Let op. Het koelapparaat is niet span-ningsvrij wanneer het wordt uitgescha-keld.Bij langdurige afwezigheidAls het koelapparaat bij langdurigeafwezigheid wordt uitgeschakeld,maar niet wordt gereinigd, bestaat ergevaar voor schimmelvorming als dedeur van het koelapparaat geslotenblijft.Het koelapparaat moet in ieder gevalworden gereinigd.Wanneer u het koelapparaat langere tijdniet gebruikt, dient u de volgende stap-pen uit te voeren:Schakel het koelapparaat uit.Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.Reinig het koelapparaat en laat dedeur openstaan om het apparaat vol-doende te ventileren en te voorkomendat er geurtjes ontstaan.
De juiste temperatuur29Voor de houdbaarheid van levensmid-delen is het zeer belangrijk dat u dejuiste temperatuur instelt. Als de tempe-ratuur daalt, ontstaan er minder snel mi-cro-organismen. De levensmiddelen be-derven niet zo snel.De temperatuur in het koelapparaatstijgt als:- de deur van het apparaat vaker enlanger open is- er meer levensmiddelen worden op-geslagen- de vers opgeslagen levensmiddelenwarmer zijn- de omgevingstemperatuur van hetkoelapparaat hoger is. Het koelappa-raat is vervaardigd voor een bepaaldeklimaatklasse (omgevingstempera-tuurbereik) waar de kamertempera-tuur niet boven of onder mag liggen.... in de koelzoneVoor de koelzone adviseren wij eenkoeltemperatuur van 4°C.Automatische temperatuurverdeling(DynaCool)De ventilator wordt automatisch inge-schakeld, als u de koeling voor de koel-zone inschakelt.
Daarmee wordt dekoude in de koelzone gelijkmatig ver-deeld, zodat de levensmiddelen die inde koelzone zijn opgeslagen met onge-veer dezelfde temperatuur worden ge-koeld.…in de diepvrieszoneOm verse levensmiddelen in te vriezen,moet de temperatuur bedragen.-18°CDe houdbaarheid van de levensmidde-len kan zo worden verlengd en de opti-male kwaliteit blijft daarbij behouden.
De juiste temperatuur30TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding in het dis-play geeft, wanneer het apparaat nor-maal in werking is, de tem-gewensteperatuur aan.Temperatuur instellenStel de temperatuur in met behulpvan de beide sensortoetsen en op het bedieningspaneel.- Wanneer u een sensortoets aanraakt,verandert de temperatuurwaarde instappen van 1°C.- Als u uw vinger op de sensortoetshoudt, verandert de temperatuur-waarde continu.Heeft u de temperatuur gewijzigd, con-troleer dan de temperatuurweergave naca. 6uur wanneer er weinig levens-middelen in het koelapparaat liggenen na ca. 24uur wanneer het koelap-paraat goed vol zit.
Pas dan is de in-gestelde temperatuur bereikt.Wijzig de temperatuur als deze daarnanog te hoog of te laag is.Mogelijke instelwaarden- Koelzone: 2tot 8°C- Diepvrieszone: -16tot -24°CAls u de temperatuurinstelling heeftgewijzigd:Controleer de temperatuurweergavena enkele uren nog een keer. Pas danis de ingestelde temperatuur bereikt.- na ca.6uur bij een koelapparaat datniet zo vol is- na ca.24uur bij een vol koelapparaatAls de temperatuur na deze tijd te hoogof te laag is:Stel de temperatuur opnieuw in.
SuperKoelen en SuperFrost gebruiken31SuperKoelenAls de functie SuperKoelen is inge-schakeld, wordt de koelzone zeersnel tot de koudste waarde afgekoeld(afhankelijk van de omgevingstempe-ratuur). Het koelapparaat werkt meteen maximale capaciteit en de tempe-ratuur daalt. Kies deze functie als ugrote hoeveelheden verse levensmid-delen of dranken snel wilt afkoelen. Als de functie SuperKoelen is inge-schakeld, kan het zijn dat het apparaatmeer geluid maakt. U dient de functie SuperKoelen4uur voordat u de in te vriezen le-vensmiddelen of dranken in dediepvrieszone plaatst in te schake-len. De functie SuperKoelen wordt auto-matisch na ca. 15uur uitgeschakeld. Het koelapparaat werkt weer met nor-male koelcapaciteit. Tip: Om energie te besparen kunt u defunctie SuperKoelen zelf uitschake-len zodra de levensmiddelen of drankenkoel genoeg zijn.
SuperKoelen in- en uitschakelenDruk op de sensortoets SuperKoe-len om de functie in en weer uit teschakelen. Als de functie SuperKoelen is ingescha-keld, licht de sensortoets geel op. SuperFrostAls de functie SuperFrost is inge-schakeld, wordt de diepvrieszonezeer snel tot de koudste waarde afge-koeld (afhankelijk van de omgevings-temperatuur). Het koelapparaat werktmet een maximale capaciteit en detemperatuur daalt. Selecteer dezefunctie voordat u verse levensmidde-len gaat invriezen. Op die manier wor-den de levensmiddelen snel tot in dekern ingevroren en blijven de voe-dingswaarde, de vitaminen, het uiter-lijk en de smaak behouden. Als de functie SuperFrost is inge-schakeld, kan het zijn dat het apparaatmeer geluid maakt. De functie SuperFrost moet 4–6uurvan tevoren worden ingeschakeldals u in te vriezen levensmiddelen wiltplaatsen.
Als u het maximale vriesvermogenwilt benutten, moet de functie Super-Frost worden24uur van tevoreningeschakeld. De functie SuperFrost wordt namaximaal 60uur automatisch uitge-schakeld.
SuperKoelen en SuperFrost gebruiken32Tip: Om energie te besparen, kunt u defunctie SuperFrost zelf uitschakelenzodra de levensmiddelen of drankenkoud genoeg zijn.U hoeft de functie SuperFrost nietin te schakelen:- als u levensmiddelen in het appa-raat plaatst die al zijn ingevroren;- als u dagelijks slechts max. 2kglevensmiddelen invriest.Als u een grotere hoeveelheid warmediepvriesproducten in het apparaatlegt, wordt de functie SuperFrost auto-matisch ingeschakeld.De sensortoets licht ondertussengeel op.SuperFrost in- en uitschakelenRaak de sensortoets SuperFrostaan om de functie in en weer uit teschakelen.Als de functie SuperFrost is ingescha-keld, licht de sensortoets geel op.
Vakantiemodus gebruiken33VakantiemodusDe functie Vakantiemodus is han-dig wanneer u bijvoorbeeld tijdens va-kantie de koelzone niet geheel wilt uit-schakelen of geen grote koelcapaciteitnodig heeft.De koelzone wordt op een temperatuurvan 14°C gebracht en kan zo energie-zuinig in gebruik blijven.De diepvrieszone blijft ingeschakeld opde eerder ingestelde temperatuur.Bij deze gemiddelde koelzonetempe-ratuur kunnen langer houdbare levens-middelen nog enige tijd in het koelap-paraat bewaard blijven.
Het energie-verbruik is lager dan bij normaal ge-bruik.Ook ontstaan er geen geurtjes enschimmels, die wél kunnen ontstaanals de koelzone helemaal wordt uitge-schakeld en de deur van het apparaatis gesloten.Gevaar voor de gezondheid doorhet eten van bedorven levensmidde-len.Wanneer de temperatuur in de koel-zone lange tijd boven de 4°C blijft,kunnen de houdbaarheid en kwaliteitvan de levensmiddelen in de diep-vrieszone verminderen.Schakel de functie Vakantiemo-dus altijd alleen in voor korte tijd.Bewaar in die tijd geen kwetsbare enbederfelijke levensmiddelen zoalsfruit, groente, vis, vlees en zuivelpro-ducten in het apparaat.Vakantiemodus in- en uitschake-lenRaak de sensortoets Vakantiemodus aan om de functie in en weer uitte schakelen.Als de vakantiemodus is ingeschakeld,licht de sensortoets geel op.
Daardoor zijn de levensmid-delen korter houdbaar.Controleer of de diepvriesproductengeheel of gedeeltelijk zijn ontdooid.Gebruik deze levensmiddelen in datgeval dan zo snel mogelijk of kook ofbak ze, alvorens ze opnieuw in tevriezen.TemperatuuralarmHet koelapparaat heeft een waarschu-wingssysteem waarmee wordt voorko-men dat de temperatuur in de diep-vrieszone ongemerkt stijgt.Als de temperatuur in de diepvrieszonete hoog wordt, knippert de tempera-tuurweergave voor de diepvrieszone enbrandt op het bedieningspaneel hetsymbool .Bovendien klinkt er een zoemer totdatde alarmsituatie wordt beëindigd of dezoemer voortijdig wordt uitgeschakeld.Afhankelijk van de ingestelde tempera-tuur zal het koelapparaat melden of detemperatuur te veel gestegen is.De zoemer klinkt en het lampje brandtin de volgende situaties:- als u het koelapparaat inschakelten als de temperatuur die op datmoment in een temperatuurzoneheerst, te veel verschilt van detemperatuur die u heeft ingesteld;- als u diepvriesproducten in hetkoelapparaat legt of eruit haalt endaarbij te veel warme lucht in hetapparaat komt;- als u een vrij grote hoeveelheid le-vensmiddelen invriest;- als u verse levensmiddelen invriestdie nog warm zijn;- als er een stroomstoring is ge-weest;- als het koelapparaat defect is.Voordat u het temperatuuralarm uit-schakelt, moet de oorzaak voor hettemperatuuralarm worden vastge-steld en opgelost.Hindert de zoemer u, dan kunt u dezevoortijdig uitschakelen.Raak de sensortoets op het be-dieningspaneel aan.De temperatuurweergave van de diep-vrieszone toont gedurende korte tijd dehoogste temperatuur die tijdens dealarmtoestand in de diepvrieszone isgemeten.De zoemer stopt.
Temperatuur- en deuralarm35DeuralarmDit koelapparaat heeft een waarschu-wingssysteem dat in werking treedtwanneer de deur te lang openstaat.Daarmee wordt voorkomen dat er on-nodig veel energie wordt verbruikt endat het voor de opgeslagen levens-middelen te warm wordt.Als een van de beide deuren van hetapparaat langer dan 2minuten open-staat, klinkt er een zoemer.Zodra de betreffende deur wordt dicht-gedaan, stopt de zoemer.Deuralarm voortijdig uitschakelenHindert de zoemer u, dan kunt u dezevoortijdig uitschakelen.Druk op de sensortoets op het be-dieningspaneel.De zoemer stopt.
Eventueel ont-snappende gassen kunnen ontbran-den door elektrische onderdelen.Gevaar voor beschadiging doorlevensmiddelen die vet of olie bevat-ten.Als u vet- of oliehoudende levens-middelen in het apparaat of de deurvan het apparaat bewaart, kunnenspanningsscheuren in de kunststofontstaan waardoor deze knapt ofscheurt.Voorkom dat vet of olie in aanrakingkomt met kunststof onderdelen vanhet koelapparaat.Als de luchtcirculatie niet voldoendeis, wordt de koelcapaciteit lager enstijgt het energieverbruik.Leg de levensmiddelen niet te dichtop elkaar, zodat de lucht goed kancirculeren.Dek de ventilator op de achterwandniet af.Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er verschillende temperaturen inde koelzone.De koude, zware lucht zakt naar het on-derste gedeelte van de koelzone.
Maakgebruik van deze verschillende tempe-raturen als u de levensmiddelen in hetapparaat legt.Dit is een apparaat met een automa-tische dynamische koeling (DynaCool).Wanneer de ventilator in werking is,wordt de koude in de verschillendezones gelijkmatig verdeeld en zijn detemperatuurverschillen minder groot.Warmste gedeelteHet minst koele gedeelte in de koel-kast / koelzone bevindt zich helemaalbovenin tegen de deur. Gebruik dit ge-deelte voor het opslaan van boter zodatdeze smeerbaar blijft en voor kaas zo-dat deze zijn aroma niet verliest.
Levensmiddelen in de koelzone bewaren37Koudste gedeelteHet koudste gedeelte in de koelzonebevindt zich direct boven de groente-en fruitlade en bij de achterwand.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:- vis, vlees, gevogelte- worst, kant-en-klaargerechten- levensmiddelen waar eieren of roomin zitten- vers deeg, taart-/cake-, pizza- of qui-chedeeg- producten van rauwe melk- in folie verpakte voorgesnedengroenten- in het algemeen alle verse levensmid-delen (waarvan de houdbaarheidsda-tum alleen geldt bij een temperatuurvan ten hoogste 4°C)Tip: Bewaar de levensmiddelen zodanigdat ze de achterwand van de koelzoneniet raken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KFN 7714 F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vriezer Miele
Handleiding Vriezer
Nieuwste handleidingen voor Vriezer