Miele K 7103 F Selection Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele K 7103 F Selection (44 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen. Heb je een vraag over Miele K 7103 F Selection of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | K 7103 F Selection |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 39000 g |
| Breedte: | 558 mm |
| Diepte: | 545 mm |
| Hoogte: | 874 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Snoerlengte: | 2.3 m |
| Kinderslot: | Ja |
| Geluidsniveau: | 33 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | F |
| Jaarlijks energieverbruik: | 117.17 kWu |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 144 l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Aantal planken koelkast: | 4 |
| Aantal groente lades: | 1 |
| Eierenrekje: | Ja |
| Flessenrek: | Ja |
| Installatie compartiment breedte: | 560 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 550 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 880 mm |
| Plankmateriaal: | Glas |
| Stroomgebruik per dag: | 0.321 kWh/24u |
| Stroom: | 10 A |
| Klimaatklasse: | SN-ST |
| Geluidsemissieklasse: | B |
| Type stroombron: | AC |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
Handleiding Miele K 7103 F Selection – volledige tekst
Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 13Installatie. 14Plaats van opstelling. 14Side-by-Side combinaties. 15Klimaatklasse. 15Be- en ontluchting. 16Meubeldeur. 16Horizontale en verticale tussenruimte. 16Gewicht van de meubeldeur. 17Inbouwmaten. 18Inbouw in een hoge kast/zij-aanzicht. 18Aansluitingen en ventilatie. 19Elektrische aansluiting. 20Energie besparen. 21Beschrijving van het apparaat. 22De binnenruimte indelen. 23Deurvak/flessenvak verplaatsen. 23De flessensteun verschuiven of verwijderen (afhankelijk van het model). 23De plateaus verplaatsen. 23Groente- en fruitlade uitnemen. 23Bijgeleverde accessoires. 24Bij te bestellen accessoires. 24Het apparaat in- en uitschakelen. 25Voor het eerste gebruik. 25Het koelapparaat inschakelen. 25De juiste temperatuur. 26Temperatuuraanduiding. 26Temperatuur instellen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Dit koelapparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiële schadetot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door voor-dat u het koelapparaat in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijkeinstructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruiken het onderhoud.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schadeaan het koelapparaat.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om alle beschikbare informatie over de installatie vanhet koelapparaat en de veiligheidsinstructies en waarschuwingente lezen en op te volgen.Wanneer de veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Verantwoord gebruik Het koelapparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudens en der-gelijke, bijvoorbeeld– in winkels, kantoren en soortgelijke werkomgevingen– in boerderijen– door klanten in hotels, motels, bed en breakfast en andere speci-fieke woonomgevingen.Dit koelapparaat mag niet buiten worden gebruikt. Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is ontoelaatbaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5 Het koelapparaat is niet geschikt voor het bewaren en koelen vangeneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten of vergelijk-bare stoffen of producten die onder de Richtlijn medische hulpmid-delen vallen. Een onjuist gebruik van het koelapparaat kan tot be-schadiging of bederf van de bewaarde producten leiden.
Verder ishet koelapparaat niet geschikt voor gebruik in ruimtes met explosie-gevaar.Miele is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door gebruikvoor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutievebediening. Personen (kinderen inbegrepen) die op grond van hun fysieke ofpsychische gesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis vanhet koelapparaat niet in staat zijn om het koelapparaat veilig te be-dienen, mogen het alleen onder toezicht gebruiken.Deze personen mogen het koelapparaat enkel zonder toezicht bedie-nen, wanneer hen is uitgelegd hoe ze het veilig kunnen gebruiken enwanneer ze begrijpen welke risico's eraan verbonden zijn.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen die jonger zijn dan 8jaar moeten op afstand van hetkoelapparaat gehouden worden, tenzij ze steeds onder toezichtstaan. Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze dit veilig moeten bedienen.
Dekinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een onjuistebediening. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of on-derhouden. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat ze nooit met het apparaat spelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6 Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen inverpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaalover hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bijkinderen vandaan.Technische veiligheid Het koelmiddelcircuit is op lekkage gecontroleerd. Het koelappa-raat voldoet aan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften en degeldende EU-richtlijnen. Dit koelapparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit iseen natuurlijk gas dat niet schadelijk is voor het milieu. Het is echterwel brandbaar. Het koelmiddel beschadigt de ozonlaag niet en ver-hoogt het broeikaseffect niet.Het gebruik van dit milieuvriendelijke koelmiddel zorgt ervoor dat hetapparaat iets meer geluid maakt. Naast het geluid van de compres-sor kunnen er stromingsgeluiden in het volledige koelcircuit ont-staan.
Deze effecten zijn helaas onvermijdelijk, maar hebben geeninvloed op de capaciteit van het koelapparaat.Zorg ervoor dat bij het transporteren en het inbouwen/installeren vanhet koelapparaat geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd ra-ken. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.Bij beschadigingen:- Vermijd open vuur of andere brandhaarden.- Maak het koelapparaat spanningsvrij.- Lucht de kamer waarin het koelapparaat staat gedurende enkeleminuten.- Neem contact op met Miele.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 Hoe meer koelmiddel een koelapparaat bevat, hoe groter de ruim-te moet zijn waarin u het apparaat plaatst. Bij een eventuele lekkagekan in te kleine ruimtes een brandbaar mengsel van gas en lucht ont-staan. Per 11g koelmiddel moet het vertrek minstens 1m3 groot zijn.De hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje in het koelap-paraat. Vergelijk voordat u het apparaat aansluit de aansluitgegevens (ze-kering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen zodat het appa-raat niet beschadigd raakt.Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Dit fundamenteleveiligheidssysteem moet aanwezig zijn.
Laat de elektrische installatiebij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren. Het apparaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alshet op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door eendoor Miele erkende vakman/vakvrouw worden vervangen om gevaarvoor de gebruiker te voorkomen. Meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren bieden niet vol-doende veiligheid (brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aanslui-ten van het apparaat op het elektriciteitsnet. Wanneer er vocht op onderdelen, die onder spanning staan, of opde elektriciteitskabel komt, kan dat kortsluiting veroorzaken. Gebruikhet apparaat daarom niet in ruimtes waar met water wordt gespet-terd (bijv. garage, bijkeuken). Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv. op eenschip) worden gebruikt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Beschadigingen aan het apparaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigd apparaat mag niet in gebruik worden genomen. Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd zodat een veiligefunctie is gewaarborgd. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet hetapparaat spanningsvrij zijn. Dit is het geval als:- de zekeringen van de elektrische installatie zijn uitgeschakeld of- de schroefzekeringen van de elektrische aansluiting er geheel zijnuitgedraaid of- de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan destekker en niet aan de aansluitkabel. Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kan de gebruiker ernstig gevaar lopen.Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakman/vakvrouw worden uitge-voerd. Garantieclaims komen te vervallen als het apparaat niet doorMiele technici wordt gerepareerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele onderdelenworden vervangen. Alleen van deze onderdelen kan Miele garande-ren dat ze volledig voldoen aan de veiligheidseisen die Miele aan deproducten stelt. Vanwege speciale eisen (bijvoorbeeld voor wat betreft tempera-tuur, vochtigheid, chemische bestendigheid, slijtvastheid en trillin-gen) heeft dit koelapparaat speciale verlichting. Deze verlichting magalleen voor de bedoelde toepassing worden gebruikt.
De verlichtingis niet geschikt voor de verlichting van het vertrek. De verlichtingmag uitsluitend door een vakman/vakvrouw of door Miele wordenvervangen. Dit koelapparaat bevat lichtbronnen met energie-efficiën-tieklasse E.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Deskundige installatie Neem voor de installatie van het koelapparaat altijd de meegele-verde montagehandleiding in acht. Plaats het koelapparaat met behulp van een 2epersoon. Wijzig de draairichting van de deur (indien nodig) volgens de mee-geleverde montagehandleiding. Zet het koelapparaat altijd rechtop. Alleen op die manier kan hetapparaat optimaal functioneren. Bouw het koelapparaat alleen in een stabiele, rechthoekige in-bouwkast in, die waterpas is en op een vlakke en volledig rechtevloer staat.Veilig gebruik Het koelapparaat is vervaardigd voor een bepaalde klimaatklasse(omgevingstemperatuurbereik) waar de kamertemperatuur niet bo-ven of onder mag liggen. De klimaatklasse staat aangegeven op hettypeplaatje aan de binnenkant van het koelapparaat. Als de omge-vingstemperatuur lager is, staat de compressor langer stil.
Het koel-apparaat kan de vereiste temperatuur dan niet behouden. Zorg dat de ventilatieopeningen niet afgedekt of afgesloten wor-den. Een goede luchtgeleiding is dan niet meer gewaarborgd. Hetenergieverbruik neemt toe en schade aan onderdelen kan niet wor-den uitgesloten. Indien u vet- of oliehoudende levensmiddelen in het apparaat ofde deur van het apparaat bewaart, voorkom dan dat evt. vrijkomendvet of olie in aanraking komt met kunststof onderdelen van het appa-raat. Hierdoor kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaanwaardoor deze knapt of scheurt.
Neem de be-waartips en de uiterste houdbaarheidsdatum van de levensmid-delenfabrikanten in acht.Accessoires en onderdelen Gebruik uitsluitend Miele accessoires om te voorkomen dat garan-tieaanspraken vervallen. Miele geeft u na afloop van de serieproductie van het koelappa-raat een leveringsgarantie van maximaal 15jaar en minimaal 10jaarvoor essentiële onderdelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Reiniging en onderhoud Behandel de deurdichting niet met olie of vet om te voorkomendat deze in de loop van de tijd poreus wordt. Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het apparaat nooit eenstoomreiniger, aangezien stoom in aanraking kan komen met span-ningsvoerende delen van het apparaat en zo kortsluiting kan veroor-zaken. Spitse of scherpe voorwerpen beschadigen de koelelementenwaardoor het apparaat niet meer functioneert.
Gebruik daarom geenspitse of scherpe voorwerpen, om- rijp- en ijslagen te verwijderen- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen loste wrikken. Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsap-paraten of kaarsen in het apparaat om te voorkomen dat de kunst-stof beschadigd raakt. Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vormen, oplosmiddelen of drijfgas-sen bevatten die de kunststof beschadigen of schadelijk zijn voor degezondheid.Transport Het apparaat moet altijd rechtop en in de transportverpakkingworden vervoerd. Gevaar voor letsel en schade. Vervoer het koelapparaat met be-hulp van een tweede persoon, omdat het koelapparaat erg zwaar is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12Wat te doen wanneer u het apparaat afdankt Maak het slot van uw oude koelkast eventueel kapot. Zo voorkomtu, dat kinderen ingesloten raken, wat levensgevaarlijk is. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. Beschadigdaarom geen onderdelen van het koelsysteem, bijv. door- koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken,- buisleidingen om te buigen,- coatings af te krabben.Symbool op de compressor (afhankelijk van het model)Deze waarschuwing geldt alleen voor het recyclen. Bij normaal gebruik bestaat ergeen gevaar. Het is levensgevaarlijk, de olie in de compressor in te slikken of inte ademen.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13Verpakkingsmateriaal weg-gooienDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingover het algemeen terug.Afdanken van het apparaatElektrische en elektronische apparatenbevatten meestal waardevolle materia-len. Ze bevatten ook stoffen, mengselsen onderdelen die nodig zijn geweestom de apparaten goed en veilig te latenfunctioneren. Wanneer u uw oude ap-paraat bij het gewone huisvuil doet of erniet goed mee omgaat, kunnen dezestoffen schadelijk zijn voor de gezond-heid en het milieu.
Voer uw oude appa-raat daarom nooit via het gewone huis-afval af.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat.Let erop dat de buisleidingen van uwkoelapparaat niet worden beschadigd,totdat het op vakkundige en milieu-vriendelijke wijze wordt verschroot.Alleen dan kunt u er zeker van zijn datde koelmiddelen in het koelcircuit en deolie in de compressor niet in het milieuterechtkomen.Het afgedankte apparaat moet tot aande afvoer buiten het bereik van kinderenworden opgeslagen. Informatie hierovervindt u in deze gebruiks- en montage-handleiding in het hoofdstuk “Veilig-heidsinstructies en waarschuwingen”.
Installatie*INSTALLATION*14Plaats van opstellingPas op voor schade en letseldoor een kantelend koelapparaat.Het koelapparaat is zwaar en heeftmet een geopende deur de neigingom naar voren te kantelen.Houd de deur of deuren van hetkoelapparaat dicht, totdat het appa-raat is ingebouwd.
Het koelapparaatmoet volgens de gebruiks- en mon-tagehandleiding in de inbouwnis zijnvastgezet.Pas op voor brand en beschadi-ging door apparaten die warmte af-geven.Apparaten die warmte afgeven, kun-nen in brand vliegen en brand in hetkoelapparaat veroorzaken.Het koelapparaat mag niet onder eenkookplaat ingebouwd worden.Pas op voor brand en beschadi-ging door open vuur.Door open vuur kan het koelapparaatvlam vatten.Houd open vuur, zoals een kaars, uitde buurt van het koelapparaat.Kies een droge ruimte uit waar goedkan worden geventileerd.Denk er bij de keuze van de plaats vanopstelling aan dat het energieverbruikvan het koelapparaat stijgt als u het ap-paraat dicht bij een verwarming, eenfornuis of een andere warmtebronplaatst.
Vermijd de directe blootstellingaan zonlicht.Hoe hoger de omgevingstemperatuur,des te langer zal de compressor in wer-king zijn en des te hoger is het energie-verbruik.Beschadigingsgevaar door hogeluchtvochtigheid.Bij een hoge luchtvochtigheid kan opde buitenkant van het koelapparaatcondens ontstaan. Dit condenswater kan corrosie ver-oorzaken.Plaats het koelapparaat in een drogeen/of geklimatiseerde ruimte met vol-doende ventilatie.Controleer na het plaatsen of dedeur/deuren van het koelapparaatgoed sluit/sluiten en of het koelappa-raat op de beschreven wijze is inge-bouwd. De aangegeven ventilatie-openingen moeten beslist wordenaangehouden.
Installatie*INSTALLATION*15Side-by-Side combinatiesPas op voor beschadiging doorcondens op de buitenwanden vanhet koelapparaat.Bij een hoge luchtvochtigheid kancondens op de buitenkant van hetkoelapparaat neerslaan. Dat kan cor-rosie veroorzaken.Plaats een koelapparaat nooit op ofnaast andere modellen.Als u koelapparaten zonder geïnte-greerde verwarming naast elkaar wiltopstellen, moet er een afstand van150mm tussen de koelapparatenworden aangehouden.KlimaatklasseHet koelapparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbereikwaar de kamertemperatuur niet bovenof onder mag liggen.Als de omgevingstemperatuur lager is,staat de compressor langer stil.
Dat kanhogere temperaturen in het koelappa-raat veroorzaken en dus tot gevolg-schade leiden.De klimaatklasse staat aangegeven ophet typeplaatje aan de binnenkant vanhet koelapparaat.Klimaatklasse Kamertempera-tuurSN +10tot +32°CN +16tot +32°CST +16tot +38°CT +16tot +43°CAls een koelapparaat met klimaatklas-seSN wordt gebruikt bij lagere kamer-temperaturen (tot +5°C), is een pro-bleemloze werking gegarandeerd.
Installatie*INSTALLATION*16Be- en ontluchtingPas op voor brand en beschadi-ging door onvoldoende ventilatie.Als het koelapparaat niet voldoendewordt geventileerd, schakelt de com-pressor steeds vaker en steeds lan-ger in. Daardoor stijgen het energie-verbruik en de temperatuur van decompressor. Deze kan hierdoor be-schadigd raken.Zorg voor voldoende ventilatie voorhet koelapparaat.Houd dus beslist de aangegeven af-metingen voor de ventilatie-ope-ningen aan.De ventilatie-openingen mogen nietworden afgedekt of geblokkeerd.Bovendien moeten ze regelmatig vanstof worden ontdaan.De lucht op de achterwand van hetkoelapparaat wordt warm.
Daarommoet de inbouwkast zodanig zijn ge-construeerd dat een goede luchttoevoeren luchtafvoer gewaarborgd zijn (ziehoofdstuk: “Inbouwmaten” en de mee-geleverde montagehandleiding).MeubeldeurHorizontale en verticale tussenruimteAfhankelijk van het keukendesign zijnde dikte en de draaihoek van de meu-beldeur evenals de afmeting van detussenruimte rondom (horizontaal enverticaal) vastgelegd.Let daarom beslist op het volgende:-Horizontale tussenruimteDe spleet tussen de meubeldeur en dekastdeur daarboven of daaronder moetminstens 3mm bedragen.-Verticale tussenruimteAls de ruimte tussen de meubeldeurvan het koelapparaat en het aan descharnierkant daarnaast gelegenkeukenmeubelfront of het afsluitendezijpaneel te klein is, kan de deur vanhet koelapparaat bij het openen te-gen het keukenmeubelfront/zijpaneelstoten.Afhankelijk van de dikte en de draai-hoek van de meubeldeur is een spe-cifieke afmeting van de tussenruimtenodig.Denk daaraan bij het plannen van uwkeuken of als u uw koelapparaat ver-vangt.Dikte vande meu-beldeur A [mm]Afmeting tussenruimte X[mm] voor verschillende draaihoeken BR0 R1 R2 R3≥16–19 2,520 3 3 2,5 2,521 3 3 2,5 2,522 4 3,5 3 3
Installatie*INSTALLATION*17Aangrenzend keukenmeubelfrontA=dikte meubelfrontB=draaihoekX=afmeting tussenruimteAfsluitend zijpaneelA=dikte meubelfrontB=draaihoekX=afmeting tussenruimteTip: Monteer een afstandslijst tussenkeukenkast en zijpaneel. Zo ontstaateen tussenruimte die breed genoeg is.Gewicht van de meubeldeurBeschadiging door te zwaremeubeldeur.Wanneer er een meubeldeur wordtgemonteerd die het maximaal toe-laatbare gewicht overschrijdt, kun-nen de scharnieren beschadigd ra-ken.Het maximaal toegelaten gewicht vande meubeldeur is:Koelapparaat kgK 7113 D, K 7103 D Selection,K 7113 F, K 7103 F SelectionK 7313 D, K 7303 D Selection,K 7313 F, K 7303 F Selection19
Installatie*INSTALLATION*18InbouwmatenInbouw in een hoge kast/zij-aanzichtAlle maten zijn in mm aangegeven.* Het opgegeven energieverbruik is gemeten bij een nisdiepte van 560mm. Hetkoelapparaat functioneert goed bij een nisdiepte van 550mm, maar heeft dan eeniets hoger energieverbruik.Zorg er bij het inbouwen voor dat de inbouwkast voldoet aan de voorgeschreveninbouwmaten. De aangegeven ventilatieopeningen zijn beslist noodzakelijk om eencorrect functioneren van het koelapparaat te garanderen.NishoogteAK 7113 D, K 7103 D Selection, K 7113 F, K 7103 F Selection 874–890K 7313 D, K 7303 D Selection, K 7313 F, K 7303 F Selection 1.220–1.236
Installatie*INSTALLATION*20Elektrische aansluitingHet apparaat wordt aansluitklaar gele-verd voor wisselstroom van 50 Hz, 220–240 V. De zekering moet minstens 10 A bedra-gen. Het apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een correct geïnstal-leerde contactdoos met randaarde. Deelektrische installatie moet volgens dedaarvoor geldende normen (zoalsNEN1010) zijn geïnstalleerd. In geval van nood moet de stekker vanhet apparaat direct uit het stopcontactgetrokken worden. Daarom mag decontactdoos zich niet achter het appa-raat bevinden en moet ze makkelijk be-reikbaar zijn. Als na inbouw het stopcontact nietmeer bereikbaar is, moet het apparaatvia een werkschakelaar met alle polenvan de netspanning kunnen worden los-gekoppeld. Werkschakelaars zijn scha-kelaars met een contactopening vanminstens 3mm. Geschikte schakelaarszijn zelfuitschakelaars, zekeringen enrelais (EN 60335).
Netstekker en aansluitkabel van het ap-paraat mogen niet tegen de achterkantvan het apparaat aan komen, omdat zedoor trillingen van het apparaat bescha-digd kunnen raken. Dat kan kortsluitingveroorzaken. Ook andere apparaten mogen niet wor-den aangesloten op een stopcontactdat zich aan de achterkant van dit ap-paraat bevindt. Het is niet toegestaan om het apparaatmet een verlengsnoer op het elektrici-teitsnet aan te sluiten. Met verlengsnoe-ren kan een veilig gebruik van het appa-raat namelijk niet worden gewaarborgdin verband met het gevaar voor overver-hitting. Het apparaat mag niet op wisselrichtersworden aangesloten die bij autonomestroomvoorzieningen zoals bij zonne-energie worden toegepast. Als het apparaat wordt ingeschakeld,kan het bij spanningspieken om veilig-heidsredenen worden uitgeschakeld. Deelektronica kan beschadigd raken.
Energie besparen21Zo bespaart u energie:Plaats vanopstellingHet koelapparaat moet bij hogere omgevingstemperaturen vakerkoelen en verbruikt dan meer energie. Daarom:- Plaats het koelapparaat in een goed geventileerde ruimte.- Plaats het koelapparaat niet naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).- Bescherm het koelapparaat tegen directe blootstelling aanzonlicht.- Zorg voor een ideale omgevingstemperatuur van ongeveer20°C.- Houd de ventilatie-openingen vrij en reinig ze regelmatig doorstof te verwijderen.Temperatuur-instellingHoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik. Devolgende instellingen worden aangeraden:- Koelzone 4tot 5°C.Gebruik Als gevolg van binnenstromende warmte en een belemmerdeluchtcirculatie neemt het energieverbruik toe. Daarom:- Open de deur/deuren altijd zo kort mogelijk.
Een goede sorte-ring van de levensmiddelen helpt bij de oriëntatie.- Sluit de deur/deuren van het apparaat na het openen volledig.- Laat warme levensmiddelen afkoelen voordat u ze in het koel-apparaat bewaart.- Bewaar de levensmiddelen goed verpakt of afgedekt.- Leg de vakken niet te vol, zodat de lucht kan circuleren.- Leg ingevroren levensmiddelen in de koelzone wanneer zemoeten ontdooien.
Beschrijving van het apparaat22aBedieningspaneel met display en Aan/Uit-schakelaarbEierrekcBakjes in de deur van het apparaatdBinnenverlichtingePlateaufGootje en afvoeropening voor het dooiwatergGroente- en fruitladehDeurvak voor flessen met flessensteun (afhankelijk van het model)aToets voor het uitschakelen van de zoemer bij deuralarmbInstellen van de temperatuur ( voor kouder en voor warmer) cDisplay met temperatuuraanduidingdIn-/uitschakelen van de functie SuperKoeleneIn-/uitschakelen van het koelapparaat
Beschrijving van het apparaat23De binnenruimte indelenDeurvak/flessenvak verplaatsenVerplaats de vakken/flessenvakkenin de deur alleen als er niets in staat.Schuif de deurvakken/flessenvakkennaar boven en haal ze er naar vorentoe uit.Zet de deurvakken/flessenvakken erop de gewenste plaats weer in.De flessensteun verschuiven of ver-wijderen (afhankelijk van het model)De lamellen van de flessensteun zorgenervoor dat flessen stevig staan wanneeru de deur van het apparaat opent ensluit.U kunt de flessensteun naar rechts ofnaar links verschuiven.
Zo ontstaat ermeer ruimte voor drinkpakken.U kunt de flessensteun er volledig uit-halen, bijvoorbeeld om deze goedschoon te maken:Trek de flessensteun er naar boventoe uit.De plateaus verplaatsenDe plateaus kunt u in hoogte verstellenals u producten van verschillende hoog-te wilt bewaren.Trek het plateau naar voren en draaihet naar onderen toe weg.Plaats het plateau met de rand aande achterkant naar boven op de ge-wenste plaats. De rand aan de ach-terkant moet naar boven wijzen, zo-dat de levensmiddelen niet met deachterwand in aanraking kunnen ko-men en eraan vastvriezen.Groente- en fruitlade uitnemenDe groente- en fruitlade kan volledigworden verwijderd om er levensmid-delen in te leggen of uit te halen enom de lade te reinigen.
Beschrijving van het apparaat24Bijgeleverde accessoiresEierrekFlessensteun (afhankelijk van hetmodel)Bij te bestellen accessoiresMiele heeft speciaal voor dit apparaathandige accessoires en reinigings- enonderhoudsmiddelen in het assorti-ment.SoftClose-scharnierHet SoftClose-scharnier zorgt ervoordat de deur van het apparaat bijzonderzacht en stil kan worden gesloten.Verder sluit de deur van het apparaatdankzij SoftClose onder een openings-hoek van 30° zelfs automatisch.Universeel microvezeldoekjeHet microvezeldoekje is handig bij hetverwijderen van vingerafdrukken en an-der licht vuil op roestvrijstalen fronten,panelen, ramen, meubels enz.MicroCloth-kitDe MicroCloth kit bestaat uit een uni-verseel doekje, een glasreinigingsdoek-je en een hoogglansdoekje. De doekjes zijn heel sterk.
Het apparaat in- en uitschakelen25Voor het eerste gebruikVerwijder al het verpakkingsmateriaalen de beschermende folie.Reinig de binnenkant van het appa-raat en de accessoires (zie hoofdstuk“Reiniging en onderhoud”).AccessoiresFlessensteun plaatsen (afhankelijkvan het model)Plaats de flessensteun in het middenop de achterkant van het deurvakvoor flessen.Het koelapparaat inschakelenOpen de deur van het apparaat.Schakel het koelapparaat in door opde Aan/Uit-schakelaar op het bedie-ningspaneel te drukken.Het koelapparaat begint te koelen en debinnenverlichting gaat aan wanneer ude deur opent.Voordat u voor de eerste keer le-vensmiddelen in het apparaat legt,kunt u het koelapparaat het besteeen paar uur laten voorkoelen.
Legpas levensmiddelen in het koelappa-raat als de vooraf ingestelde tempe-ratuur bereikt is.Het koelapparaat uitschakelenSchakel het koelapparaat uit door opde Aan/Uit-schakelaar op het bedie-ningspaneel te drukken.De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Let op.
Het koelapparaat is niet span-ningsvrij wanneer het wordt uitgescha-keld.Bij langdurige afwezigheidAls het koelapparaat bij langdurigeafwezigheid wordt uitgeschakeld,maar niet wordt gereinigd, bestaat ergevaar voor schimmelvorming als dedeur van het koelapparaat geslotenblijft.Het koelapparaat moet in ieder gevalworden gereinigd.Wanneer u het koelapparaat langere tijdniet gebruikt, doet u het volgende:Schakel het koelapparaat uit.Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.Reinig het koelapparaat en laat dedeur openstaan om het apparaat vol-doende te beluchten en te voorko-men dat er geurtjes ontstaan.
De juiste temperatuur26Voor de houdbaarheid van levensmid-delen is het zeer belangrijk dat u dejuiste temperatuur instelt. Als de tempe-ratuur daalt, ontstaan er minder snel mi-cro-organismen. De levensmiddelen be-derven niet zo snel.De temperatuur in het koelapparaatstijgt als:- de deur van het apparaat vaker enlanger open is- er meer levensmiddelen worden op-geslagen- de vers opgeslagen levensmiddelenwarmer zijn- de omgevingstemperatuur van hetkoelapparaat hoger is. Het koelappa-raat is vervaardigd voor een bepaaldeklimaatklasse (omgevingstempera-tuurbereik) waar de kamertempera-tuur niet boven of onder mag liggen....
in de koelzoneVoor de koelzone adviseren wij eenkoeltemperatuur van 4°C.TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding in het dis-play geeft, wanneer het apparaat nor-maal in werking is, de tem-gewensteperatuur aan.Temperatuur instellenStel de temperatuur in met behulpvan de beide sensortoetsen en op het bedieningspaneel.- Wanneer u een sensortoets aanraakt,verandert de temperatuurwaarde instappen van 1°C.- Als u uw vinger op de sensortoetshoudt, verandert de temperatuur-waarde continu.Mogelijke instelwaarden- Koelzone: 2tot 9°CAls u de temperatuurinstelling heeftgewijzigd:Controleer de temperatuurweergavena enkele uren nog een keer. Pas danis de ingestelde temperatuur bereikt.- na ca.6uur bij een koelapparaat datniet zo vol is- na ca.24uur bij een vol koelapparaatAls de temperatuur na deze tijd te hoogof te laag is:Stel de temperatuur opnieuw in.
Het gebruik van de functie SuperKoelen27SuperKoelenAls de functie SuperKoelen is inge-schakeld, wordt de koelzone zeersnel tot de koudste waarde afgekoeld(afhankelijk van de omgevingstempe-ratuur). Het koelapparaat werkt meteen maximale capaciteit en de tempe-ratuur daalt.
Kies deze functie als ugrote hoeveelheden verse levensmid-delen of dranken snel wilt afkoelen.Als de functie SuperKoelen is inge-schakeld, kan het zijn dat het apparaatmeer geluid maakt.U dient de functie SuperKoelen4uur voordat u de in te vriezen le-vensmiddelen of dranken in dediepvrieszone plaatst in te schake-len.De functie SuperKoelen wordt auto-matisch na ca.15uur uitgeschakeld.Het koelapparaat werkt weer met nor-male koelcapaciteit.Tip: Om energie te besparen kunt u defunctie SuperKoelen zelf uitschake-len zodra de levensmiddelen of drankenkoel genoeg zijn.SuperKoelen in- en uitschakelenDruk op de sensortoets SuperKoe-len om de functie in en weer uit teschakelen.Als de functie SuperKoelen is ingescha-keld, licht de sensortoets geel op.
Deuralarm28Dit koelapparaat heeft een waarschu-wingssysteem dat in werking treedtwanneer de deur te lang openstaat.Daarmee wordt voorkomen dat er on-nodig veel energie wordt verbruikt endat het voor de opgeslagen levens-middelen te warm wordt.Wanneer de deur van het apparaat lan-ger dan 2minuten openstaat, klinkt ereen zoemer.Zodra de deur wordt dichtgedaan,houdt de zoemer op.Deuralarm voortijdig uitschakelenHindert de zoemer u, dan kunt u dezevoortijdig uitschakelen.Druk op de sensortoets op het be-dieningspaneel.De zoemer stopt.
Eventueel ont-snappende gassen kunnen ontbran-den door elektrische onderdelen.Gevaar voor beschadiging doorlevensmiddelen die vet of olie bevat-ten.Als u vet- of oliehoudende levens-middelen in het apparaat of de deurvan het apparaat bewaart, kunnenspanningsscheuren in de kunststofontstaan waardoor deze knapt ofscheurt.Voorkom dat vet of olie in aanrakingkomt met kunststof onderdelen vanhet koelapparaat.Als de luchtcirculatie niet voldoendeis, wordt de koelcapaciteit lager enstijgt het energieverbruik.Leg de levensmiddelen niet te dichtop elkaar, zodat de lucht goed kancirculeren.Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er verschillende temperaturen inde koelzone.De koude, zware lucht zakt naar het on-derste gedeelte van de koelzone.
Maakgebruik van deze verschillende tempe-raturen als u de levensmiddelen in hetapparaat legt.Warmste gedeelteHet minst koele gedeelte in de koel-kast / koelzone bevindt zich helemaalbovenin tegen de deur. Gebruik dit ge-deelte voor het opslaan van boter zodatdeze smeerbaar blijft en voor kaas zo-dat deze zijn aroma niet verliest.Koudste gedeelteHet koudste gedeelte in de koelzonebevindt zich direct boven de groente-en fruitlade en bij de achterwand.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:- vis, vlees, gevogelte- worst, kant-en-klaargerechten- levensmiddelen waar eieren of roomin zitten- vers deeg, taart-/cake-, pizza- of qui-chedeeg- producten van rauwe melk- in folie verpakte voorgesnedengroenten
De levensmiddelen kunnenanders aan de achterwand vastvriezen.Niet geschikt voor de koelzoneKoudegevoelige levensmiddelen zijnniet geschikt om bij temperaturen onder5°C te worden bewaard.Tot de koudegevoelige levensmiddelenbehoren onder andere:- ananas, avocado's, bananen,granaatappels, mango's, meloenen,papaja's, passievruchten, citrus-vruchten (zoals citroenen, sinaasap-pelen, mandarijntjes, grapefruit)- fruit (dat nog verder moet rijpen)- aubergines, komkommers, aardap-pels, paprika's, tomaten, courgettes- harde kazen (zoals parmezaan enbergkaas)Tips voor het inkopen van le-vensmiddelenDe belangrijkste voorwaarde om le-vensmiddelen lang te kunnen bewaren,is dat ze vers in het koelapparaat ge-legd worden.Let ook op de houdbaarheidsdatum ende juiste bewaartemperatuur.Zorg dat de levensmiddelen zo koelmogelijk blijven, als u ze bijvoorbeeld inde warme auto transporteert.Levensmiddelen juist bewarenBewaar levensmiddelen verpakt ofgoed afgedekt in de koelzone.
Zo ne-men de levensmiddelen geen vreemdeluchtjes over, drogen ze niet uit en wor-den er geen bacteriën overgedragen.Dit is vooral belangrijk als u dierlijke le-vensmiddelen bewaart. Let vooral opmet levensmiddelen als rauw vlees envis. Deze mogen niet in contact komenmet andere levensmiddelen.Als u de temperatuur juist instelt en dekoelzone goed schoon houdt, blijven le-vensmiddelen aanzienlijk langer houd-baar en hoeft u minder weg te gooien.Groente en fruitGroente en fruit kunnen wel onverpaktin de groente- en fruitlade worden be-waard.Eiwitrijke levensmiddelenHoud er rekening mee, dat eiwitrijke le-vensmiddelen sneller bederven. Zo be-derven schaal- en schelpdieren bijv.sneller dan vis, en vis bederft weer snel-ler dan vlees.
Ontdooien31De koelzone wordt automatisch ont-dooid.Terwijl de compressor in werking is,kunnen zich op de achterwand van dekoelzone rijp en waterdruppels vormen.De rijp en waterdruppels hoeft u niet teverwijderen.Het dooiwater loopt via het gootje en deafvoeropening voor het dooiwater in hetverdampingssysteem aan de achterkantvan het koelapparaat. Door de warmtevan de compressor verdampt het dooi-water automatisch.Houd het gootje en de afvoeropeningvoor het dooiwater schoon. Hetdooiwater moet altijd probleemloosafgevoerd kunnen worden.
De gege-vens zijn nodig in geval van storing.Zorg ervoor dat er geen water komtin de elektronische besturing of deverlichting.Gevaar voor beschadiging doorbinnendringend vocht.De stoom van een stoomreiniger kankunststof en elektrische onderdelenbeschadigen.Gebruik geen stoomreiniger om hetkoelapparaat te reinigen.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater lo-pen.Opmerkingen over het reini-gingsmiddelGebruik in het koelapparaat alleenreinigings- en onderhoudsmiddelendie geen risico vormen voor de le-vensmiddelen.Om beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, gebruikt u bij de rei-niging geen- soda-, ammoniak-, zuur- of chloride-houdende reinigingsmiddelen- kalkoplossende reinigingsmiddelen- schurende reinigingsmiddelen (zoalsschuurpoeder, schuurmiddel, schuur-sponsjes)- oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen- reinigingsmiddelen voor roestvrij staal- reinigingsmiddelen voor vaatwassers- ovensprays- glasreinigers- schurende harde sponsjes enborstels (bijv.schuursponsjes)- vlekkensponsjes- scherpe metalen schrapersWij adviseren om een schoon spons-doekje, lauw water en wat afwasmiddelte gebruiken.
Reiniging en onderhoud33Het koelapparaat voorbereidenvoor de reinigingSchakel het koelapparaat uit.Neem de levensmiddelen uit het koel-apparaat en bewaar ze op een koeleplaats.Haal alle onderdelen uit het apparaatdie kunnen worden verwijderd, zodatu ze kunt reinigen.De binnenruimte reinigenReinig het koelapparaat regelmatig,minstens een keer in de maand.Als vervuilingen langer inwerken,kunt u ze soms niet meer verwijde-ren.De oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen.Verwijder verontreinigingen bij voor-keur meteen.Reinig de met eenbinnenruimteschoon sponsdoekje, lauw water enwat afwasmiddel.Neem alles na de reiniging metschoon water af en droog het meteen doek.Was alle onderdelen met de hand af,niet in de vaatwasser.Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater vaker meteen stokje of iets dergelijks, zodat hetdooiwater ongehinderd kan wegstro-men.Laat de deur van het koelapparaatnog even openstaan om het koelap-paraat voldoende te luchten en geur-tjes te voorkomen.
Reiniging en onderhoud34Deurdichting reinigenPas op voor beschadiging doorverkeerde reiniging.De deurdichting kan poreus wordenals deze met olie of vet wordt behan-deld.Behandel de deurdichting niet metolie of vet.Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dedeurdichting daarna met een doekgrondig droog.Ventilatieopeningen reinigenStof op de onderdelen verhoogt hetenergieverbruik.Reinig de ventilatieopeningen regel-matig met een borsteltje of een stof-zuiger (gebruik daarvoor bijv. dereliëfborstel voor Miele stofzuigers).Na het reinigenPlaats alle onderdelen terug in hetkoelapparaat.Schakel het koelapparaat weer in.Schakel de functie SuperKoelen een tijdje in, zodat de temperatuur inhet koelapparaat snel afkoelt.Leg pas levensmiddelen in het koel-apparaat als de temperatuur laag ge-noeg is.Sluit de deur/deuren van het appa-raat.
Nuttige tips35De meeste storingen en problemen die bij dagelijks gebruik kunnen optreden, kuntu zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdat uMiele niet hoeft in te schakelen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen enhet probleem te verhelpen.Open de deuren van het apparaat als het enigszins mogelijk is niet voordat destoring is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.Probleem Oorzaak en oplossingHet apparaat koelt nieten de temperatuurweer-gave brandt niet.Het apparaat is niet ingeschakeld.Schakel het apparaat in.De stekker zit niet goed in het stopcontact.Steek de stekker in de contactdoos.De hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatieis wel ingeschakeld. Dit apparaat, een ander appa-raat of de huisspanning kan defect zijn.Neem contact op met een elektricien of met Miele.
Voor particulier ge-bruik is deze instelling niet relevant.Schakel de demo-functie uit door de zelftest van hetapparaat uit te voeren:Schakel het koelapparaat uit en na 5minuten weerin.Raak binnen de volgende 10seconden gedurende3–5seconden de sensortoets SuperKoelen aan,totdat er een akoestisch signaal klinkt.De zelftest van het apparaat begint, na korte tijdklinkt er een lang akoestisch signaal.- Als er na afloop van de zelftest 2akoestische sig-nalen klinken en de temperatuurweergave de inge-stelde temperatuur weergeeft, is uw koelapparaatin orde.- Het koelapparaat schakelt over naar de normalefunctie.- Als er na afloop van de zelftest 5akoestische sig-nalen klinken en de sensortoets voor de functie Su-perKoelen gedurende 10seconden knippert, iser sprake van een storing.
Neem contact op metMiele.De compressor scha-kelt steeds vaker ensteeds langer in, detemperatuur in het koel-apparaat is te laag.De ventilatie-openingen zijn geblokkeerd of er zit veelstof in.Zorg ervoor dat de ventilatie-openingen niet wor-den geblokkeerd.Reinig de ventilatie-openingen regelmatig doorstof te verwijderen.De deur van het apparaat is vaak geopend. Of er zijngrote hoeveelheden levensmiddelen in het apparaatgelegd.Open de deur alleen indien nodig en zo kort moge-lijk.
Nuttige tips37Probleem Oorzaak en oplossingNa een tijdje wordt automatisch weer de juiste tem-peratuur bereikt.De deur is niet correct gesloten.Sluit de deur van het apparaat.Na een tijdje wordt automatisch weer de juiste tem-peratuur bereikt.De omgevingstemperatuur is te hoog.
Hoe hoger deomgevingstemperatuur is, des te langer is de com-pressor in werking.Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk “Installatie”,paragraaf “Plaats van opstelling”.Het koelapparaat is niet goed in de inbouwkast ge-plaatst.Monteer het koelapparaat volgens de instructies inde meegeleverde montagehandleiding op de juistemanier.Er is een te lage temperatuur ingesteld.Corrigeer de temperatuurinstelling.De functie SuperKoelen is nog ingeschakeld.Schakel de functie SuperKoelen zelf eerder uitom energie te besparen.De compressor scha-kelt steeds minder vaaken steeds korter in; detemperatuur in het koel-apparaat stijgt.Geen storing. De ingestelde temperatuur is te hoog.Corrigeer de temperatuur.Controleer de temperatuur nog een keer na 24uur.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele K 7103 F Selection stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Miele
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast