Miele K 34443 iF Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele K 34443 iF (88 pagina’s), behorend tot de categorie Inbouw koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 83 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Miele K 34443 iF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Gebruiks-enmontage-aanwijzing
voordekoelkastenmetdiepvriesvak
K32443iF,K33442iF
K34442iF,K34443iF
K35442iF
Leesbeslistdegebruiksaanwijzing
voordatuuwapparaatplaatst,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfenuvoorkomt
onnodigeschadeaanuwapparaat.
M.-Nr.09749650
nl-NL

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Inbouw koelkast
Model: K 34443 iF
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Soort bediening: Knoppen
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 47000 g
Breedte: 572 mm
Diepte: 622 mm
Hoogte: 1277 mm
Netbelasting: - W
Snoerlengte: 2.1 m
Geluidsniveau: 35 dB
Jaarlijks energieverbruik: 122 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+++
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 16 l
Vriescapaciteit: 16 kg/24u
Nettocapaciteit koelkast: 189 l
Brutocapaciteit koelkast: 195 l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Soort lamp: LED
Aantal planken koelkast: 4
Vriezer positie: Boven
Bewaartijd bij stroomuitval: 15 uur
Aantal planken vriezer: 1
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 205 l
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
Totale brutocapaciteit: 211 l
Installatie compartiment breedte: 560 mm
Installatie compartiment diepte: 550 mm
Installatie compartiment hoogte: 1220 mm
Plankmateriaal: Gehard glas
Super Cool functie: Ja
Koelkastdeurvakken: 4
Vers zone compartiment: Ja
Stroomgebruik per dag: 0.322 kWh/24u
Klimaatklasse: T
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Ijsblokjeshouder: Ja

Handleiding Miele K 34443 iF – volledige tekst

Het indelen van de binnenruimte. 35Deurvakken. 35Flessensteun. 35Plateaus. 35Flesplateau. 36Groente- en fruitlade(n). 36Het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 37Het bewaren van diepvriesproducten. 37Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 37Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 38Waar u daarbij op moet letten. 38Het verpakken. 38Vòòrdat u de verse levensmiddelen in het diepvriesvak legt. 39Het inruimen. 39Ca. 24 uur na het inruimen. 39Het ontdooien van ingevroren levensmiddelen. 39Het bereiden van ijsblokjes. 40Het snelkoelen van dranken. 40Het ontdooien van de koelkast. 41Het ontdooien van de koelzone. 41Het ontdooien van het diepvriesvak. 41Het reinigen en onderhouden van de koelkast. 43Plateaus. 44Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren. 45Het reinigen van de deurdichting. 46Het reinigen van de ventilatiegleuven. 46Nuttige tips.

Bedieningspaneela Aan/Uit - toetsvan het hele apparaatb Optische interface(alleen voor Miele-technici)c Superkoeling - toetsd Temperatuurtoets(X = kouder);Toets voor de instellingsmoduse Toets voor het bevestigen van eenkeuze (OK - toets)f Temperatuurtoets(Y = warmer);Toets voor de instellingsmodusg Aan/Uit - toetsvan de instellingsmodush Toets voor het uitschakelen van dezoemer bij deuralarmi Display met temperatuuraanduidingen symbolenDe symbolen zijn alleen zichtbaar inde instellingsmodus, bij een alarm ofmelding.Voor de betekenis van de symbolenzie tabel.Beschrijving van het apparaat5

Betekenis van de symbolenSymbool Betekenis Functie0 Vergrendeling Hiermee wordt voorkomen dat per ongelukhet apparaat wordt uitgeschakeld, een an-dere temperatuur wordt ingesteld, de super-koeling wordt ingeschakeld en instellingenworden gewijzigd.) Geluidssignalen Keuzemogelijkheden van toetssignaal enzoemer bij deuralarms Lichtsterkte van hetdisplayLichtsterkte van het display instellen¬ Sabbatmodus Sabbatmodus in- en uitschakelent Elektrische aansluiting Bevestigt dat het apparaat elektrisch wel isaangesloten, ook wanneer het niet is inge-schakeld.; Alarm Brandt bij deuralarm;knippert bij foutmeldingenr Demo-functie(Symbool alleen zicht-baar als functie is in-geschakeld)Demo-functie uitschakelenBeschrijving van het apparaat6

Schematische afbeeldinga Bedieningspaneelb Diepvriesvakc Deurvak met eierhouderd Plateau(s) met verlichting *(FlexiLight)e Plateau(s)*f Gootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwaterg Binnenverlichtingvan de groente- en fruitlade(n)*h Groente- en fruitlade(n)*;èèndelige lade gedeeltelijk uittrek-baari Deurvak voor flessen* Afhankelijk van het modelBeschrijving van het apparaat7

Na te bestellen accessoiresRoestvrijstalen lijst metLED-verlichting voor plateaus(FlexiLight)Heeft een plateau LED-verlichting, be-vindt deze zich aan de roestvrijstalenlijst. Door plateaus met deze verlichtingte verplaatsen kunt u de koelzone zoverlichten, als u zelf wilt.FlesplateauFlessen kunt u op het flesplateau leg-gen. Daarmee bespaart u ruimte.Het flesplateau kan op verschillendemanieren in het apparaat worden ge-plaatst.Voor het onderhoud van roestvrijstaal hebt u het volgende nodig.–Een onderhoudsmiddel voor roestvrijstaalDit brengt iedere keer wanneer hetwordt gebruikt een film over hetroestvrij staal aan met een water- envuilwerende werking.

Het middel ver-wijdert waterstrepen, vingerafdruk-ken en andere vlekken en laat hetoppervlak stralen.–Een doekje voor roestvrij staal, waarhet bovengenoemde onderhouds-middel al in zit.Het doekje heeft dezelfde reinigendeen beschermende eigenschappenals bovengenoemd middel.Universeel microvezeldoekjeHet microvezeldoekje is handig bij hetverwijderen van vingerafdrukken en an-der licht vuil op roestvrijstalen fronten,panelen, ramen enz.Accessoires kunt u nabestellen bij devakhandel, bij de afdeling Onderde-len van Miele Nederland B.V. en opinternet.Beschrijving van het apparaat8

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt.

In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingenniet in acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk of vergelijk-baar gebruik.~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnenshuis.~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voorhet invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het be-reiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10

~Het apparaat is niet geschikt voor het koelen en bewaren vanmedicamenten, bloedplasma, laboratoriumpreparaten en dergelijke.Opslag van deze producten in het apparaat kan tot kwaliteitsverliesen zelfs tot bederf van de opgeslagen levensmiddelen leiden.~Het apparaat mag niet worden gebruikt in explosiegevoeligeruimten.~De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaandoor gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of dooreen foutieve bediening.~Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteld-heid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het apparaat nietin staat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door eenverantwoordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huis zijn~Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van het ap-paraat komen als ze constant onder toezicht staan.~Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat zonder toezicht ge-bruiken, maar alleen als ze weten hoe het werkt en wat voor gevaarzij lopen wanneer ze het fout bedienen.~Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of on-derhouden.~Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van hetapparaat bevinden.

Technische veiligheid~Het koelsysteem is op lekken gecontroleerd. Het apparaat vol-doet aan de desbetreffende veiligheidsbepalingen en EU-richtlijnen.~Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a).Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar welbrandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en ver-sterkt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddelheeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneerhet aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen erdan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen ne-gatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat ergeen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd.

Vrijko-mend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.Wordt het koelsysteem toch beschadigd:– vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,– haal de spanning van het apparaat,– lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minuten lang door–en schakel de afdeling Klantencontacten van Miele Nederland in.~Hoe meer koelmiddel een apparaat bevat, des te groter moet hetvertrek zijn waarin dit apparaat wordt geplaatst.Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek eenbrandbaar mengsel van gas en lucht vormen.Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m3groot zijn.De hoeveelheid koelmiddel van dit apparaat staat op het typeplaatjein de binnenkant van het apparaat.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12

Deze moeten beslist overeenkomen.Raadpleeg bij twijfel een elektricien.~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspec-teren.~Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door een er-kend vakman / vakvrouw worden vervangen.~Dit apparaat mag niet op het elektriciteitsnet worden aangeslotenvia meervoudige stopcontacten of via verlengsnoeren die daarvoorniet geschikt zijn.Dit in verband met gevaar voor oververhitting.~Wanneer er vocht op spanningvoerende delen of de elektrischekabel terechtkomt, kan dat kortsluiting veroorzaken.Gebruik het apparaat daarom niet in ruimtes waar met water wordtgespetterd.~Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.

op eenschip) worden gebruikt.~Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.Een beschadigd apparaat mag niet worden geplaatst en niet in ge-bruik genomen.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13

~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mag ergeen elektrische spanning op het apparaat staan.Dat is het geval als aan één van de volgende voorwaarden is vol-daan:–als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld,–als de stekker uit het stopcontact is getrokken.Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.~Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen al-leen door een erkend vakman / vakvrouw worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker risico's lopen waarvoor defabrikant niet aansprakelijk is.~Reparaties mogen tijdens de garantieperiode alleen door eentechnicus van Miele worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan vervalt de garantie.~Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderde-len worden vervangen.

Verdere tips voor het gebruik~Het apparaat heeft een bepaalde klimaatklasse. De klimaatklasseis een kamertemperatuurbereik waar de temperatuur niet boven ofonder mag liggen en staat aangegeven op het typeplaatje aan debinnenkant van uw apparaat.Een te lage temperatuur heeft tot gevolg dat de compressor voorlangere tijd afslaat, zodat het apparaat de vereiste temperatuur nietkan aanhouden.~Sluit de ventilatiegleuven niet af om te voorkomen dat de luchtge-leiding niet goed functioneert, het stroomverbruik stijgt en onderde-len beschadigd raken.~Bevinden zich vet- of oliehoudende levensmiddelen in het appa-raat, let er dan op dat er geen vet of olie uitloopt om scheuren in hetkunststof te voorkomen.~Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andereverstuivingsmiddelen bevatten.Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ont-staan.

Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie bren-gen.~Gebruik geen elektrische apparaten in dit apparaat, bijv. voor hetmaken van ijs.Dit om vonken en een explosie te voorkomen.~Bewaar geen blikjes en flessen in het vriesvak die koolzuurhou-dende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.In dat geval kunnen blikjes en flessen uit elkaar springen, kunt u let-sel oplopen en kan het apparaat beschadigd raken.~Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtopen altijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiege-vaar.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15

~Haal flessen die u in het vriesvak hebt gelegd om snel te koelener na maximaal één uur weer uit.Dit om te voorkomen dat de flessen uit elkaar springen, dat u letseloploopt en dat het apparaat beschadigd raakt.~Raak ingevroren levensmiddelen en metalen onderdelen niet metnatte handen aan om letsel aan uw handen te voorkomen.~Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen na-dat u ze uit het vriesvak heeft gehaald om letsel aan lippen en tongte voorkomen.~Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet op-nieuw in.Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aanvoedingswaarde verliezen en bederven.Als ontdooide levensmiddelen worden gekookt of gebraden kunnenze wel opnieuw worden ingevroren.~Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt uhet risico om voedselvergiftiging op te lopen.De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwa-liteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze wordenbewaard.Neem de bewaartips en de uiterste houdbaarheidsdatum van de le-vensmiddelenfabrikanten in acht.~Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen datgarantie-aanspraken vervallen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen16

Reiniging en onderhoud~Behandel de deurdichting niet met olie of vet om te voorkomendat deze in de loop van de tijd poreus wordt.~Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het apparaat nooiteen stoomreiniger, aangezien stoom in aanraking kan komen metspanningvoerende delen van het apparaat en zo kortsluiting veroor-zaken.~Gebruik geen scherpe voorwerpen om–rijp- en ijslagen te verwijderen– en vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.Doet u dat wel, dan beschadigt u de verdampers en functioneert hetapparaat niet meer.~Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsap-paraten of kaarsen in het apparaat om te voorkomen dat het kunst-stof beschadigd raakt.~Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooi-en.Deze kunnen explosieve gassen vormen, oplosmiddelen of drijfgas-sen bevatten die het kunststof beschadigen of schadelijk zijn voorde gezondheid.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen17

Transport~Het apparaat moet rechtop en in de transportverpakking wordenvervoerd.~Het apparaat is erg zwaar. Vraag daarom iemand u te helpen methet vervoeren ervan.Afdanken van het apparaat~Maak het slot onbruikbaar om te voorkomen dat kinderen niet inhet apparaat ingesloten kunnen raken en in levensgevaar komen.~Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door– koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben.Spuit er koelmiddel uit, kan dat oogletsel veroorzaken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen18

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikBelangrijk bijplaatsing en on-derhoudPlaats het apparaat in eengeventileerde ruimte.In gesloten, niet geventileer-de ruimtesStel het apparaat niet blootaan zonnestralen.Direct blootgesteld aanzonnestralenPlaats het apparaat nietnaast een warmtebron.Naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Zorg voor een omgevings-temperatuur van ca. 20 °C.Bij een hoge omgevingstem-peratuurDek ventilatiegleuven niet afen maak ze regelmatig stof-vrij.Met ventilatiegleuven die zijnafgedekt of vol zitten metstof.Belangrijk bij detemperatuurinstel-lingKoelzone: 4 tot 5 °C Hoe lager de temperatuur inde koelzone, des te hogerhet energieverbruikVriesvak: -18 °CHet besparen van energie19

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikBelangrijk bijbediening engebruikPlaats de plateaus, laden envakken zoals bij levering.Open de deur alleen indiennodig en zo kort mogelijk.Leg de levensmiddelen bij hetinruimen meteen op de goedeplek.Deur vaak en lang openen be-tekent koudeverlies en in-stroom van warme omgevings-lucht.Het apparaat heeft tijd nodigom daartegenop te koelen ende compressor moet langerwerken.Neem bij het boodschappendoen een koeltas mee en legde levensmiddelen zo snelmogelijk in het apparaat.Pakt u levensmiddelen uit hetapparaat, neem dan wat u no-dig hebt en leg de rest zo snelmogelijk weer terug om koel-verlies te voorkomen.Laat warme levensmiddeleneerst buiten het apparaat af-koelen.Zijn levensmiddelen nog warmwanneer ze in het apparaatworden gelegd, ontstaat erwarme lucht in het apparaat.Het apparaat heeft tijd nodigom daartegenop te koelen ende compressor moet langerwerken.Leg de levensmiddelen alleenafgedekt of verpakt in het ap-paraat.Wanneer vloeibare stoffen inde koelzone condenseren,neemt de koelcapaciteit af.Leg ingevroren levensmid-delen in de koelzone wanneerze moeten ontdooien.Zorg ervoor dat vakken en la-den niet te zwaar worden be-laden, zodat de lucht kan cir-culeren.Belangrijk bijhet ontdooienOntdooi het vriesvak wanneerer een ijslaag van maximaal0,5 cm in zit.Een ijslaag bemoeilijkt het in-vriezen en bewaren van le-vensmiddelen.Het besparen van energie20

Vòòr het eerste gebruikVerpakkingsmateriaal^Verwijder al het verpakkingsmateriaaluit de binnenruimte.BeschermfolieDe roestvrijstalen lijsten en panelen zijntijdens het transport van een bescherm-folie voorzien.^Trek deze folie van de roestvrijstalenlijsten en panelen af.Reiniging en onderhoudZie hoofdstuk: "Het reinigen en on-derhouden van de koelkast".^ Wrijf de roestvrijstalen gedeelten di-rect daarna in met het bijgevoegdeMiele-middel voor het onderhoud vanroestvrij staal.Belangrijk!Bovengenoemd middel brengt eenfilm over het roestvrij staal aan meteen water- en vuilwerende werking.^Reinig de binnenkant van het appa-raat en de toebehoren.Accessoire - FlessensteunDe flessensteun wordt in het deurvakvoor flessen geplaatst.

Flessen staansteviger wanneer u de deur van het ap-paraat opent en sluit.^ Plaats de flessensteun in het middenvan de achterkant van het deurvakvoor flessen.Het in- en uitschakelen van de koelkast21

Het bedienen van de koelkastU bedient dit apparaat door de sensor-toetsen aan te tippen.Iedere keer wanneer u een sensortoetsaantipt, klinkt er een signaal.Dit toetssignaal kunt u uitschakelen.Zie hoofdstuk: "Het wijzigen van instel-lingen", paragraaf: "Geluidssignalen".Het inschakelen van de koel-kastNadat het apparaat elektrisch is aange-sloten, verschijnt na korte tijd in het dis-play symbool t voor de elektrischeaansluiting.^ Tip de Aan/Uit – toets aan.Symbool t voor de elektrische aanslui-ting gaat uit en in het display verschijntde temperatuur.Het apparaat begint te koelen.Wanneer de deur wordt geopend, gaatde binnenverlichting aan en wordt deLED-verlichting van de plateaus steedssterker, totdat de maximale lichtsterkteis bereikt.Vòòrdat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt, kunt uhet apparaat het beste een paar uurlaten voorkoelen.Het uitschakelen van de koel-kast^Tip de Aan/Uit – toets aan.Is dat niet mogelijk, is de vergrendelingingeschakeld.In het display gaat de temperatuuraan-duiding uit en verschijnt symbool tvoor de elektrische aansluiting.De koeling en de binnenverlichting wor-den uitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u het apparaat langere tijdniet meer gebruikt, doe dan het volgen-de.^ Schakel het apparaat uit.^ Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.^Ontdooi het diepvriesvak.^Reinig het apparaat.^Laat de deur van het apparaat eenbeetje openstaan om te voorkomendat er luchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koelkast22

Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langzamerde micro-organismen groeien en des telanger het duurt voordat de levensmid-delen bederven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in het apparaat wordthoger, naarmate– de deur van het apparaat vakerwordt geopend en langer geopendblijft;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de levensmid-delen hoger is, wanneer ze wordenopgeslagen;–de omgevingstemperatuur hoger is.Het apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Een kli-maatklasse is een temperatuurbereikwaar de kamertemperatuur niet bo-ven of onder mag liggen....indekoelzoneVoor de koelzone adviseren wij eenkoeltemperatuur van 4°C....inhetdiepvriesvakStel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, een tem-peratuur in van -18°C. Bij deze tempe-ratuur wordt de groei van micro-orga-nismen voor het grootste gedeelte ge-stopt.Zodra de temperatuur boven de -10°Cstijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelenminder lang houdbaar. Daarom mogengeheel of gedeeltelijk ontdooide levens-middelen pas weer worden ingevrorenwanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z.eerst gekookt of gebraden zijn.

Door dehoge temperaturen worden de meestemicro-organismen gedood.TemperatuuraanduidingIs het apparaat normaal in gebruik,dan geeft de temperatuuraanduidingin het display de gemiddelde tempe-ratuur aan, die op dat moment in dekoelzone heerst.Het kan zeker een paar uur duren voor-dat de gewenste temperatuur wordt be-reikt en constant wordt aangegeven. Dithangt o.a. van de kamertemperatuur ende instelling af.De juiste temperatuur23

Het instellen van de tempera-tuurBij een temperatuur van 4°C in dekoelzone wordt de temperatuur in hetdiepvriesvak gemiddeld -18°C.^Stel met de temperatuurtoetsen on-der het display de temperatuur in.–Wanneer u op bovenstaande toetsdrukt, gaat de temperatuur omlaagen wordt het kouder.– Wanneer u op bovenstaande toetsdrukt, gaat de temperatuur omhoogen wordt het warmer.De temperatuurwaarde die u insteltknippert in de temperatuuraanduiding.Bij het aantippen van de temperatuur-toetsen, ziet u in het display het volgen-de veranderen:–Wanneer u voor het eerst aantipt,dan knippert de temperatuurwaardedie u het laatst heeft ingesteld.–Vanaf de tweede keer dat u aantiptverandert de temperatuurwaarde instappen van 1 °C.–Wanneer u de toets niet loslaat, ver-andert de temperatuurwaarde conti-nu.Nadat de hoogste, resp.

laagste tem-peratuurwaarde is bereikt, klinkt eentoetssignaal, als dit tenminste is in-geschakeld.Ongeveer 5 seconden nadat u voor hetlaatst op een temperatuurtoets heeftgedrukt, verschijnt in de temperatuur-aanduiding automatisch de tempera-tuurwaarde die op dat moment in hetapparaat heerstof^ u tipt de OK - toets aan om uw keuzete bevestigen.Hebt u de temperatuur gewijzigd, con-troleer dan de temperatuuraanduidingen wel na ca. 6 uur wanneer er weiniglevensmiddelen in het apparaat lig-gen en na ca. 24 uur wanneer het ap-paraat goed vol zit. Pas dan is de in-gestelde temperatuur bereikt.Is de temperatuur dan nog te hoog of telaag, wijzig de temperatuur dan.Mogelijke temperatuurinstellingenDe temperatuur is instelbaar van 1°Ctot 9°C.De juiste temperatuur24

Het gebruik van de superkoe-lingMet behulp van de functie "Superkoe-ling" daalt de temperatuur in de koelzo-ne zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laaghangt af van de kamertemperatuur.Het gebruik van de superkoeling isvooral dan aan te raden, wanneer ugrote hoeveelheden verse levensmid-delen of drank opslaat en snel wilt latenafkoelen.Het inschakelen van de superkoeling^ Tip de Superkoeling - toets aan.De toets licht geel op.De temperatuur in het apparaat daalten de koelcapaciteit is nu maximaal.Het uitschakelen van de superkoe-lingDe superkoeling wordt automatisch naca.

12 uur uitgeschakeld.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.Om energie te besparen kunt u de su-perkoeling zelf uitschakelen zodra delevensmiddelen of dranken koel ge-noeg zijn.^ Tip de Superkoeling - toets aan.De gele achtergrondkleur verdwijnt.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie “Superkoeling”25

Dit apparaat is uitgerust met een waar-schuwingssysteem dat in werkingtreedt wanneer de deur te lang open-staat.Daarmee wordt voorkomen dat er onno-dig veel energie wordt verbruikt en dathet voor de opgeslagen levensmidde-len te warm wordt.Wanneer de deur te lang openstaat,gaat er een zoemer en lichtalarmsymbool ; op.De tijd voordat het deuralarm gaat is af-hankelijk van het aantal minuten datdaarvoor is ingesteld.Vanuit de fabriek is 2 minuten inge-steld.U kunt ook 4 minuten instellen of hetdeuralarm uitschakelen.Zie hoofdstuk: "Het wijzigen van instel-lingen", paragraaf: "Geluidssignalen".Zodra de deur wordt gesloten, houdtde zoemer op en gaatalarmsymbool ; uit.Klinkt er geen zoemer, hoewel er welsprake is van een alarmsituatie, danis de zoemer bij deuralarm uitge-schakeld.Zie hoofdstuk: "Het wijzigen van in-stellingen", paragraaf: "Geluidssigna-len".Het voortijdig uitschakelen vande zoemerHindert de zoemer u, dan kunt u dezevoortijdig uitschakelen.^Tip daarvoor de toets voor het uit-schakelen van de zoemer bij deur-alarm aan.De zoemer houdt op.Alarmsymbool ; blijft branden totdatde deur wordt gesloten.Deuralarm26

Bepaalde instellingen van het apparaatkunt u alleen in de instellingsmodus wij-zigen.Zit u in de instellingsmodus, wordthet deuralarm of een andere foutmel-ding automatisch onderdrukt; in hetdisplay brandt echter welalarmsymbool ;.Instelmogelijkheden0 Vergrendeling in-/uitschakelen) Geluidssignalen in-/uitschakelens Lichtsterkte van het display in-stellenu Sabbatmodus in-/uitschakelenAlle bovenstaande mogelijkheden wor-den hieronder beschreven.Vergrendeling 0Met de vergrendeling kunt u voorkomendat per ongeluk:–het apparaat wordt uitgeschakeld;–een andere temperatuur wordt inge-steld;–de superkoeling wordt ingeschakeld–en dat instellingen worden gewijzigd.Het uitschakelen van de vergrende-ling is natuurlijk wel mogelijk.Hiermee kan worden voorkomen datbijv.

kinderen iets aan de bedieningvan het apparaat veranderen.Het in- en uitschakelen van de ver-grendeling^ Tip de toets voor de instellingsmodusaan.In het display verschijnen alle symbolenvoor de instellingsmodus. Symbool 0knippert.^Tip de OK - toets aan om uw keuze tebevestigen.In het display knippert de laatst inge-stelde variant. Symbool 0 brandt.Het wijzigen van instellingen27

^Schakel met de X/Y - toetsen de ver-grendeling in of uit.0: De vergrendeling is uitgeschakeld.1: De vergrendeling is ingeschakeld.^Tip de OK - toets aan om uw keuze tebevestigen.Wat u heeft ingesteld, wordt overgeno-men.Symbool 0 knippert.^ Tip de toets voor de instellingsmodusaan om deze modus te verlaten.Doet u dat niet, verlaat de elektronicana ca. èèn minuut automatisch de in-stellingsmodus.Is de vergrendeling ingeschakeld,brandt in het display 0.Geluidssignalen )Het apparaat beschikt over geluidssig-nalen, nl. een toetssignaal en een zoe-mer bij deuralarm.Het toetssignaal en de zoemer bij deur-alarm kunt u in- en uitschakelen.Er zijn vier varianten. Vanuit de fabriekis variant 3 ingesteld, d.w.z.

In het display knippert de laatst inge-stelde variant. Symbool ) brandt.^Kies met de X/Y - toetsen de ge-wenste variant.0: Toetssignaal uit en zoemer uit1: Toetssignaal uit en zoemer aan(na 4 minuten)2: Toetssignaal uit en zoemer aan(na 2 minuten)3: Toetssignaal aan en zoemer aan(na 2 minuten)^ Tip de OK - toets aan om uw keuze tebevestigen.Wat u heeft ingesteld, wordt overgeno-men.Symbool ) knippert.^Tip de toets voor de instellingsmodusaan om deze modus te verlaten.Doet u dat niet, verlaat de elektronicana ca. èèn minuut automatisch de in-stellingsmodus.Lichtsterkte van het display sU kunt de lichtsterkte van het displayaan de omgeving aanpassen.De lichtsterkte van het display kan in destanden 1 tot en met 3 worden inge-steld.

In het display knippert de laatst inge-stelde variant. Symbool s brandt.^Kies met de X/Y - toetsen de ge-wenste stand.1: Minimale lichtsterkte2: Normale lichtsterkte3: Maximale lichtsterkte^ Tip de OK - toets aan om uw keuze tebevestigen.Wat u heeft ingesteld, wordt overgeno-men.Symbool s knippert.^Tip de toets voor de instellingsmodusaan om deze modus te verlaten.Doet u dat niet, verlaat de elektronicana ca.

èèn minuut automatisch de in-stellingsmodus.Sabbatmodus ¬Het apparaat beschikt over de sabbat-modus om gebruikers in hun religieuzeverplichtingen van dienst te zijn.Is de sabbatmodus ingeschakeld,brandt in het display symbool ¬, wor-den alle functies van het apparaat uit-geschakeld en kunnen ook niet meerworden ingeschakeld.Uitgeschakeld zijn dan–de binnenverlichting wanneer dedeur wordt geopend;–alle geluidssignalen;– de temperatuuraanduiding;– de superkoeling (als deze daarvòòrwas ingeschakeld);– alle toetsen, behalve de toets voorde instellingsmodus, aangezien desabbatmodus weer moet kunnenworden uitgeschakeld.Een ingeschakelde sabbatmodus heeftgeen negatief effect op de koeling vanhet apparaat.U kunt het apparaat in de sabbat-modus niet uitschakelen.Wilt u dat wel doen, schakel desabbatmodus dan eerst uit of trek destekker uit het stopcontact.Een mogelijke elektriciteitsstoringwordt dan niet aangegeven.Het wijzigen van instellingen30

Het inschakelen van de sabbatmodus^Tip de toets voor de instellingsmodusaan.In het display verschijnen alle symbolenvoor de instellingsmodus. Symbool 0knippert.^ Tip de temperatuurtoetsen (X en Y)zo vaak aan, totdat in het displaysymbool ¬ begint te knipperen.^ Tip de OK - toets aan om uw keuze tebevestigen.In het display knippert de laatst inge-stelde variant. Symbool ¬ brandt.^Schakel met de X/Y - toetsen desabbatmodus in. Kies variant 1.^Tip de OK - toets aan om uw keuze tebevestigen.Wat u heeft ingesteld, wordt overgeno-men. Symbool ¬ brandt.De sabbatmodus is ingeschakeld.Het uitschakelen van de sabbatmo-dus^Tip de toets voor de instellingsmodusaan.In het display branden symbool ¬ ende ingestelde variant 1.Na korte tijd verandert de weergave inhet display.Alle symbolen voor de instellingsmodusbranden, symbool ¬ knippert en 0brandt.

Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen.Zo zakt de koude, zware lucht in hetonderste gedeelte van de koelzone.Maak bij het inruimen van de levens-middelen gebruik van deze verschillen-de temperaturen.Koelste gedeelte in de koelkastHet koelste gedeelte in de koelkast be-vindt zich direct boven de groente- enfruitlade(n) (afhankelijk van het model)en aan de achterwand.Gebruik deze gedeelten voor alle le-vensmiddelen die niet lang houdbaarzijn, zoals:– Vis, vlees, gevogelte– Worst, kant-en-klaar-gerechten– Levensmiddelen waar eieren of roomin zitten–Alle soorten deeg–Melkproducten–In folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°CMinst koele gedeelte in de koelkastHet minst koele gedeelte in de koelkastbevindt zich helemaal bovenin aan devoorkant en in de deur.Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest.Bewaar in verband met explosiege-vaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere explosievemiddelen bevatten.Bevinden zich vet- of oliehoudendelevensmiddelen in het apparaat,zorg er dan voor dat er geen vet ofolie uitloopt om scheuren in hetkunststof te voorkomen.Zet de levensmiddelen niet tegen deachterwand om te voorkomen dat zeeraan vastvriezen.Leg de levensmiddelen niet te dichtop elkaar, zodat de lucht goed kancirculeren.Het opslaan in de koelzone32

Niet geschikt voor de koelkastKoudegevoelige levensmiddelen zijnniet geschikt om bij temperaturen onderde 5°C te worden bewaard.Te lage temperaturen kunnen een ne-gatieve invloed hebben op de smaak,het vitaminegehalte, de buitenkant ende consistentie van deze levensmid-delen.Tot de koudegevoelige levensmiddelenbehoren onder andere:–Citrusvruchten, bananen, ananas,avocado's, mango's, papaja's, pas-sievruchten, tomaten, komkommers,paprika's, aubergines en courgettes– Fruit dat nog niet rijp is– Aubergines, courgettes, komkom-mers, paprika’s en tomaten– Aardappels– Parmezaanse kaas, bergkaasWaar u in de winkel al op moetlettenLevensmiddelen blijven langer goednaarmate ze verser zijn op het momentdat ze in de koelzone worden gelegd.De versheid is bepalend voor de be-waartijd.Let daarom op de uiterste houdbaar-heidsdatum en de juiste koeltempera-tuur.Let er daarom ook op dat de tijd tussenhet kopen en het inruimen van levens-middelen zo kort mogelijk is.

DeurvakkenWilt u een deurvak verplaatsen, doedan het volgende.^Schuif het deurvak naar boven enhaal het eruit.^Zet het deurvak er op de gewensteplaats weer in.Zorg er daarbij voor dat het goedvastklikt.FlessensteunDe flessensteun kunt u naar rechts oflinks verschuiven, waardoor er meerruimte komt voor pakken drank.Wilt u het deurvak voor flessen goedschoonmaken, adviseren wij u om deflessensteun er helemaal uit te halen.^Schuif het deurvak naar boven enhaal het eruit.^Trek de flessensteun van de achter-kant van het deurvak af.PlateausHeeft een plateau LED-verlichting, be-vindt deze zich aan de roestvrijstalenlijst.Door plateaus met deze verlichting teverplaatsen kunt u de koelzone zoverlichten, als u zelf wilt.Werkt de LED-verlichting niet, contro-leer dan of het plateau goed op deribben rust.Aan de linker voorkant van het pla-teau en in de linker ribben bevindenzich nl.

metalen plaatjes (contactpun-ten), waarmee de LED-verlichting vanstroom wordt voorzien.Let er bij het naar binnenschuivenvan het plateau op dat de contact-punten tegen elkaar aankomen.De plateaus (met en zonder verlichting)kunt u in hoogte verstellen zodat er pro-ducten van verschillende hoogte kun-nen worden neergezet / neergelegd.^Til het plateau iets op.^Trek het iets naar voren.^Til het met de uitsparing over deplateauribben heen.^Verplaats het naar boven of naar be-neden.Het indelen van de binnenruimte35

De opstaande rand aan de achterkantvan het plateau moet naar boven wij-zen, zodat de levensmiddelen niet metde achterwand in aanraking kunnen ko-men en eraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.Flesplateau(afhankelijk van het model)Het flesplateau kan op verschillendemanieren in het apparaat worden ge-plaatst.Wilt u het plateau verplaatsen, doe danhet volgende.^Til het plateau iets op.^Trek het iets naar voren.^Til het met de uitsparing over deplateauribben heen.^Verplaats het naar boven of naar be-neden.De beugel aan de achterkant van hetplateau moet naar boven wijzen, zodatde flessen niet tegen de achterwandaan kunnen komen.Met stopjes wordt voorkomen dat hetflesplateau er per ongeluk uit wordt ge-trokken.Groente- en fruitlade(n)(modelafhankelijk)Een groente- en fruitlade is op telesco-pische geleiders inschuifbaar en uit-trekbaar.U kunt een lade er ook helemaal uitha-len.

Het gebruik van het diepvries-vakGebruik uw diepvriesvak voor–het bewaren van diepvriesproducten;–het invriezen en bewaren van kleinehoeveelheden verse levensmiddelen;–het bereiden van ijsblokjes en ijs. Er kan maximaal 2 kg per 24 uurworden ingevroren. Het bewaren van diepvriespro-ductenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Komt deze boven de -18°C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18°C is. ^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas. ^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het diepvriesvak.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaan krimpen. Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug. Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien.

Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. – Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren. Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.

–Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard. –Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie om te voorkomen datstukken vlees aan elkaar vastvriezen. –Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds bereide ge-rechten voor het invriezen slechtslicht. Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten. –Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelenom te voorkomen dat reeds ingevro-ren levensmiddelen beginnen te ont-dooien en er meer stroom wordt ver-bruikt dan nodig is. Het verpakken^Vries de levensmiddelen per portiein.

Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking. ^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband. Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten.

Vòòrdat u de verse levensmiddelenin het diepvriesvak legt^Stel ca. 4 uur vòòr het inruimen eenlagere temperatuur in, bijv. 3°C.De levensmiddelen die al zijn ingevro-ren krijgen zo een koudereserve.Het inruimenLeg in te vriezen levensmiddelenniet tegen reeds ingevroren levens-middelen om te voorkomen dat delaatste gaan ontdooien.^ Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen levensmiddelen zijnverpakt droog is, zodat ze niet aanelkaar of aan de bodem van het diep-vriesvak vastvriezen.^ Leg de in te vriezen levensmiddelenover de hele breedte op de bodemvan het diepvriesvak of tegen de zij-wanden, zodat ze zo snel mogelijk totin de kern worden ingevroren.Ca. 24 uur na het inruimenDe levensmiddelen zijn nu ingevroren.^Stel weer een gemiddelde tempera-tuur in, bijv.

5°C.Het ontdooien van ingevrorenlevensmiddelenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelkast (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt);–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Hompen vlees en vis zoals gehakt, kipen visfilet kunnen het beste worden ont-dooid als ze niet tegen andere levens-middelen aankomen. Het vrijgekomenvocht moet worden opgevangen enzorgvuldig verwijderd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal worden ontdooid.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele K 34443 iF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Inbouw koelkast Miele

Handleiding Inbouw koelkast

Nieuwste handleidingen voor Inbouw koelkast