Miele K 32223i Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele K 32223i (80 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen. Heb je een vraag over Miele K 32223i of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | K 32223i |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 36700 g |
| Breedte: | 559 mm |
| Diepte: | 544 mm |
| Hoogte: | 872 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Snoerlengte: | 2.1 m |
| Geluidsniveau: | 33 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | D |
| Jaarlijks energieverbruik: | 76 kWu |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 151 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | - l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Aantal planken koelkast: | 4 |
| Aantal groente lades: | 2 |
| Eierenrekje: | Ja |
| Installatie compartiment breedte: | 570 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 550 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 890 mm |
| Plankmateriaal: | Gehard glas |
| Super Cool functie: | Ja |
| Koelkastdeurvakken: | 3 |
| Stroomgebruik per dag: | 0.177 kWh/24u |
| Stroom: | 10 A |
| Deurpaneel inbegrepen: | Nee |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Geluidsemissieklasse: | B |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
Handleiding Miele K 32223i – volledige tekst
Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 12Energie besparen. 13Beschrijving van het apparaat. 16Bij te bestellen accessoires. 18Het apparaat in- en uitschakelen. 19Bij langdurige afwezigheid. 20De juiste temperatuur. 21. in de koelzone. 21. in het vriesvak. 21Temperatuuraanduiding. 22Temperatuur instellen. 22Het gebruik van de functie Superkoelen. 23De functie Superkoelen. 23Het wijzigen van instellingen. 24Instellingsmodus. 24Vergrendeling in-/uitschakelen. 24Levensmiddelen in de koelzone bewaren. 26Gedeelten met verschillende temperaturen. 26Niet geschikt voor de koelzone. 27Waar u in de winkel al op moet letten. 27Levensmiddelen juist bewaren. 27De binnenruimte indelen. 28Deurvak/flessenvak verplaatsen. 28Flessensteun. 28De plateaus verplaatsen. 28Anti-geurfilters verplaatsen.
29Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model). 30Het vriesvak. 30Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 30Diepvriesproducten bewaren. 30Zelf levensmiddelen invriezen. 31Vóór het inruimen. 32Het inruimen. 32Ca. 24 uur na het inruimen. 32Dranken snel koelen. 33.
Inhoud3Accessoires gebruiken. 33Ontdooien. 34Reiniging en onderhoud. 36Opmerkingen over het reinigingsmiddel. 36Het apparaat voor reiniging voorbereiden. 37Binnenkant en toebehoren reinigen. 38Deurdichting reinigen. 39Ventilatieopeningen reinigen. 39Anti-geurfilters plaatsen / vervangen. 39Nuttige tips. 41Oorzaken van geluiden. 47Service en garantie. 48Elektrische aansluiting. 49Montage-instructies. 50Plaats van opstelling. 50Klimaatklasse. 50Luchttoevoer en luchtafvoer. 51Meubeldeur. 52Afmetingen horizontale en verticale tussenruimte. 52Gewicht van de meubeldeur. 53Montage van grote of gedeelde meubeldeuren. 53Vóór het inbouwen van het apparaat. 54Had uw oude apparaat een andere scharniertechniek. 55Roestvrijstalen front. 55Inbouwmaten. 56De openingshoek van de deur van het apparaat verkleinen. 57De veerkracht van de deur instellen. 58Draairichting van deur veranderen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees deze gebruiks- en montageaanwijzing daarom aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt.
In de gebruiks- enmontageaanwijzing vindt u belangrijke instructies met betrekkingtot inbouw, veiligheid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montageaanwijzing en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Verantwoord gebruik Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudens of dergelijke,zoals bijvoorbeeld– in winkels, kantoren en soortgelijke werkomgevingen– in boerderijen– door klanten in hotels, motels, bed & breakfast en andere speci-fieke woonomgevingen.Dit apparaat mag niet buiten gebruikt worden. Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voorhet invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het be-reiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is ontoelaatbaar en kan gevaarlijkzijn.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5 Dit apparaat is niet geschikt voor het koelen en bewaren van me-dicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten en andere stoffen enproducten die vallen onder de richtlijn voor medische hulpmiddelen.Wordt het apparaat daar wel voor gebruikt, dan kan dat tot kwali-teitsverlies en zelfs tot bederf van de opgeslagen producten leiden.Dit apparaat mag ook niet worden gebruikt in explosiegevoeligeruimtes.Miele is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan.Ze mogen het apparaat alleen dan zonder toezicht gebruiken, als zeinstructies hebben gekregen over het gebruik en de risico's van hetgebruik.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van het ap-paraat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze dit veilig moeten bedienen.
Dekinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een onjuistebediening. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of on-derhouden. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat ze nooit met het apparaat spelen. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten het bereik van kin-deren in verband met verstikkingsgevaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Technische veiligheid Het koelsysteem is op lekken gecontroleerd. Het apparaat voldoetaan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften en de geldende EU-richtlijnen. Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is eennatuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is.Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en versterkt het broeikas-effect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe ge-leid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Be-halve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koel-systeem stromingsgeluiden optreden.Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen nega-tieve invloed op de capaciteit van het apparaat.Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat ergeen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd.
Vrijko-mend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken!Wordt het koelsysteem toch beschadigd:– vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,– trek de stekker uit het stopcontact,– lucht het vertrek waarin het apparaat staat gedurende enkele mi-nuten en– neem contact op met Miele. Hoe meer koelmiddel een koelapparaat bevat, des te groter moethet vertrek zijn waarin dit koelapparaat wordt geplaatst. Wanneer hetvertrek te klein is, kan zich bij een eventueel lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 11 g koelmiddel moet het ver-trek minstens 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel staat ophet typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 Vergelijk voordat u het apparaat aansluit de aansluitgegevens (ze-kering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen zodat het appa-raat niet beschadigd raakt.Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Dit fundamenteleveiligheidssysteem moet aanwezig zijn.
Laat de elektrische installatiebij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren. Het apparaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alshet op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door eendoor Miele erkende vakman/vakvrouw worden vervangen om gevaarvoor de gebruiker te voorkomen. Meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren bieden niet vol-doende veiligheid (brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aanslui-ten van het apparaat op het elektriciteitsnet. Wanneer er vocht op onderdelen, die onder spanning staan, of opde elektriciteitskabel komt, kan dat kortsluiting veroorzaken. Gebruikhet apparaat daarom niet in ruimtes waar met water wordt gespet-terd (bijv. garage, bijkeuken). Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.
op eenschip) worden gebruikt. Beschadigingen aan het apparaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigd apparaat mag niet in gebruik worden genomen. Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd zodat een veiligefunctie is gewaarborgd. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet hetapparaat spanningsvrij zijn. Dit is het geval als:
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8– de zekeringen van de elektrische installatie zijn uitgeschakeld of– de schroefzekeringen van de elektrische aansluiting er geheel zijnuitgedraaid of– de stekker uit het stopcontact is getrokken. Trek daarbij aan destekker en niet aan de aansluitkabel. Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kan de gebruiker ernstig gevaar lopen.Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakman/vakvrouw worden uitge-voerd. Garantieclaims komen te vervallen als het apparaat niet doorMiele-technici wordt gerepareerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen.Veilig gebruik Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse (kamertempera-tuur) geconstrueerd waarvan de grenzen niet mogen worden over-schreden. De klimaatklasse staat aangegeven op het typeplaatje aande binnenkant van uw apparaat. Een te lage kamertemperatuur heefttot gevolg dat de compressor langer afslaat, zodat het apparaat devereiste temperatuur niet kan aanhouden. Zorg dat de ventilatieopeningen niet afgedekt of afgesloten wor-den. Een goede luchtgeleiding is dan niet meer gewaarborgd. Hetenergieverbruik neemt toe en schade aan onderdelen kan niet wor-den uitgesloten. Indien u vet- of oliehoudende levensmiddelen in het apparaat ofde deur van het apparaat bewaart, voorkom dan dat evt. vrijkomendvet of olie in aanraking komt met kunststof onderdelen van het appa-raat.
Doet u dat niet, dan kunnen ze uitelkaar springen, loopt u het risico zich te verwonden en kan er scha-de aan het apparaat ontstaan! Raak ingevroren levensmiddelen en metalen onderdelen niet metnatte handen aan om letsel aan uw handen te voorkomen. Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadatu ze uit het vriesvak heeft gehaald om letsel aan lippen en tong tevoorkomen. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Gebruik deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat zeanders aan voedingswaarde verliezen en bederven. Als ontdooide le-vensmiddelen worden gekookt of gebraden kunnen ze wel opnieuwworden ingevroren. Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt uhet risico om voedselvergiftiging op te lopen.De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwali-teit van de levensmiddelen en de bewaartemperatuur.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga-rantieaanspraken vervallen.Reiniging en onderhoud Behandel de deurdichting niet met olie of vet om te voorkomendat deze in de loop van de tijd poreus wordt. Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het apparaat nooit eenstoomreiniger, aangezien stoom in aanraking kan komen met span-ningsvoerende delen van het apparaat en zo kortsluiting kan veroor-zaken. Spitse of scherpe voorwerpen beschadigen de koelelementenwaardoor het apparaat niet meer functioneert.
Gebruik daarom geenspitse of scherpe voorwerpen, om– rijp- en ijslagen te verwijderen– en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen loste wrikken. Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsap-paraten of kaarsen in het apparaat om te voorkomen dat de kunst-stof beschadigd raakt. Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vormen, oplosmiddelen of drijfgas-sen bevatten die de kunststof beschadigen of schadelijk zijn voor degezondheid.Transport Het apparaat moet altijd rechtop en in de transportverpakkingworden vervoerd. Het apparaat is erg zwaar. Vraag daarom iemand u te helpen bijhet vervoeren van het apparaat, anders bestaat er gevaar voor be-schadiging.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Wat te doen wanneer u het apparaat afdankt Maak het slot onbruikbaar om te voorkomen dat kinderen in hetapparaat ingesloten kunnen raken en in levensgevaar komen. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. Beschadigdaarom geen onderdelen van het koelsysteem, bijv. door– koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken,– buisleidingen om te buigen,– coatings af te krabben.Symbool op de compressor (afhankelijk van het model)Deze waarschuwing is alleen voor de recycling van belang. Bij normaal gebruikbestaat er geen gevaar! Het is levensgevaarlijk, de olie in de compressor in te slikken of inte ademen.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu12Verpakkingsmateriaal weg-gooienDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingover het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookstoffen, mengsels en onderdelen dienodig zijn geweest om de apparatengoed en veilig te laten functioneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.
Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewonehuisafval.Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektroni-sche apparatuur, bij uw vakhandelaar ofbij Miele. U bent wettelijk zelf verant-woordelijk voor het wissen van eventue-le persoonlijke gegevens op het af tedanken apparaat.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd, tot-dat het op vakkundige en milieuvriende-lijke wijze wordt verschroot.Alleen dan kunt u er zeker van zijn datde koelmiddelen in het koelsysteem ende olie in de compressor niet in het mili-eu terechtkomen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen. Zie voor meer informa-tie hierover het hoofdstuk: "Veiligheids-instructies en waarschuwingen" van degebruiksaanwijzing.
Energie besparen13Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing en on-derhoudIn goed geventileerde ruim-tes.In gesloten, niet geventileer-de ruimtes.Niet direct blootgesteld aanzonnestralen.Direct blootgesteld aan zon-nestralen.Niet naast een warmtebron(verwarming, fornuis).Naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Bij een ideale omgevings-temperatuur van ca. 20 °C.Bij een hoge omgevingstem-peratuur vanaf 25°C.Dek ventilatieroosters niet afen maak ze regelmatig stof-vrij.Als ventilatieroosters zijn af-gedekt of vol zitten met stof.Temperatuur-instellingKoelzone: 4 tot 5 °C Hoe lager de temperatuur,des te hoger het energiever-bruik!Vriesvak: -18°C
Energie besparen14Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikGebruik Plaats de laden, plateaus envakken zoals bij levering.Open de deur alleen indiendat nodig is en zo kort mo-gelijk. Leg de levensmidde-len bij het inruimen meteenop de goede plek.De deur vaak en lang ope-nen betekent koudeverliesen instroom van warme luchtin het apparaat. Het appa-raat gaat koelen. De com-pressor moet langer werken.Neem een koeltas mee als ugaat winkelen en zet uw le-vensmiddelen snel in het ap-paraat.Zet voedingsmiddelen die uuit het apparaat heeft ge-haald zo snel mogelijk weerterug, voordat ze te veel op-warmen.Laat warme gerechten endranken eerst buiten het ap-paraat afkoelen.Als levensmiddelen nogwarm of op omgevingstem-peratuur zijn wanneer ze inhet apparaat worden gelegd,ontstaat er warme lucht inhet apparaat. Het apparaatgaat koelen.
Beschrijving van het apparaat18Bij te bestellen accessoiresMiele heeft speciaal voor dit apparaathandige accessoires en reinigings- enonderhoudsmiddelen in het assorti-ment.Universeel microvezeldoekjeHet microvezeldoekje is handig bij hetverwijderen van vingerafdrukken en an-der licht vuil op roestvrijstalen fronten,panelen, ramen, meubels enz.Anti-geurfilters met houder KKF-FF(Active AirClean)De anti-geurfilters neutraliseren onaan-gename geuren in de koelzone en zor-gen zo voor een betere luchtkwaliteit.De houder van de anti-geurfilters wordtop de beschermlijst aan de achterkantvan het plateau geplaatst en kan wille-keurig verplaatst worden.Anti-geurfilters met houder KKF-RF(Active AirClean) vervangenU kunt bij Miele vervangende filters (Ac-tive AirClean) verkrijgen die in dezehouder passen.
Wij adviseren, de anti-geurfilters om de 6 maanden te vervan-gen.FlessenrekFlessen kunt u op het flessenrek in dekoelzone leggen. Daarmee bespaart uruimte.Het flessenrek kan op verschillende ma-nieren in de koelzone worden geplaatst.Tweedelig plateauDit plateau bestaat uit twee delen waar-van het voorste gedeelte onder het ach-terste gedeelte kan worden geschoven.Wanneer u hoge producten in het appa-raat wilt plaatsen, bijv. flessen, kunt uhiervan gebruik maken.Bij te bestellen accessoires kunt u bijMiele (zie achterin deze gebruiksaan-wijzing), in de webshop van Miele ofbij de Miele-vakhandelaar verkrijgen.
Het apparaat in- en uitschakelen19Vóór het eerste gebruikVerpakkingsmateriaalVerwijder al het verpakkingsmateriaaluit het apparaat.BeschermfolieDe roestvrijstalen lijsten aan de plateausen de deurvakken zijn tijdens het trans-port van een beschermfolie voorzien.Trek deze folie van de roestvrijstalenlijsten en panelen af.ReinigingNeem daarbij de aanwijzingen uit hethoofdstuk "Reiniging en onderhoud"in acht.Reinig de binnenkant van het appa-raat en de accessoires.Accessoires- FlessensteunDe flessensteun wordt in het deurvakvoor flessen geplaatst. Flessen staansteviger wanneer u de deur van het ap-paraat opent en sluit.Plaats de flessensteun in het middenvan de achterkant van het deurvakvoor flessen.
Het apparaat in- en uitschakelen20Apparaat inschakelenDruk op de Aan/Uit-toets.De temperatuuraanduiding geeft de ge-wenste temperatuur aan. Het apparaatbegint te koelen. Wanneer de deurwordt geopend, gaat de binnenverlich-ting aan.Voordat u voor de eerste keer le-vensmiddelen in het apparaat legt,kunt u het apparaat het beste eenpaar uur laten voorkoelen.Het apparaat uitschakelenDruk op de Aan-/Uit-toets totdat hetdisplay uit gaat.Is dat niet mogelijk, dan is de ver-grendeling ingeschakeld (zie hoofd-stuk: "Het wijzigen van instellingen",paragraaf: "Vergrendeling in-/uitscha-kelen").De binnenverlichting gaat uit.
De koe-ling wordt uitgeschakeld.Bij langdurige afwezigheidAls het apparaat bij langdurigeafwezigheid wordt uitgeschakeld,maar niet gereinigd, bestaat er ge-vaar voor schimmelvorming als dedeur van het apparaat gesloten blijft.Reinig het apparaat.Wanneer u het apparaat langere tijd nietgebruikt, neemt u de volgende stappen:schakel het apparaat uit,trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de zekering van de huisin-stallatie uit,ontdooi het vriesvak,reinig het apparaat enlaat de deur openstaan om het appa-raat te luchten en te voorkomen dater geurtjes ontstaan.
De juiste temperatuur21Voor het bewaren van levensmiddelenis de juiste temperatuurinstelling heelbelangrijk. Door micro-organismen be-derven levensmiddelen heel snel, watdoor de juiste bewaartemperatuur kanworden verhinderd of kan worden ver-traagd. De temperatuur heeft invloed opde snelheid waarmee micro-organismengroeien. Met dalende temperatuur wor-den deze processen vertraagd.De temperatuur in het apparaat stijgtals,– u vaak en gedurende lange tijd dedeur van het apparaat opent,– er meer levensmiddelen worden op-geslagen,– de temperatuur van de levensmidde-len die in het apparaat gelegd zijn ho-ger is,– de omgevingstemperatuur hoger is.Het apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbereikwaar de kamertemperatuur niet bo-ven of onder mag liggen.. . . in de koelzoneVoor de koelzone adviseren wij eenkoeltemperatuur van 4°C.. . .
in het vriesvakOm verse levensmiddelen in te vriezenen om levensmiddelen lange tijd te be-waren is een temperatuur nodig van-18°C. Bij deze temperatuur is de groeivan micro-organismen vrijwel uitgeslo-ten. Zodra de temperatuur stijgt tot bo-ven -10°C, begint de ontbinding doormicro-organismen en zijn de levensmid-delen minder lang houdbaar. Daarommogen geheel of gedeeltelijk ontdooidelevensmiddelen pas opnieuw wordeningevroren nadat ze eerst zijn verwerkt(koken of braden). De meeste micro-or-ganismen worden door de hoge tempe-raturen vernietigd.
De juiste temperatuur22TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding op het be-dieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur van de koelzoneaan.Temperatuur instellenWanneer de deur van het apparaat vaakwordt geopend, wanneer er veel levens-middelen ineens in de koelkast wordengelegd of wanneer de omgevingstem-peratuur hoog is, adviseren wij een tem-peratuur van tussen de .3 °C en 5 °CDe temperatuur is instelbaar van 9 °Ctot en met 1 °C.Hoe hoger resp.
lager de temperatuurin de koelzone is, des te hoger resp.lager is de temperatuur in het vriesvak.Druk zo vaak op de temperatuurtoets,totdat de gewenste temperatuur in detemperatuuraanduiding verschijnt.Wanneer u voor het eerst op de toetsdrukt, knippert die temperatuurwaardedie het laatst is ingesteld.Blijft u op de toets drukken, dan veran-dert de temperatuurwaarde voortdu-rend: als 9 °C bereikt is, wordt weer met1 °C begonnen.De nieuw gekozen temperatuurwaardewordt na een tijdje automatisch overge-nomen en verschijnt in het display.De temperatuur in de koelkast stelt zichnu langzaam op deze nieuwe tempera-tuurwaarde in.In het vriesvak wordt de temperatuurdan gemiddeld ca. .-18°C
Het gebruik van de functie Superkoelen23De functie SuperkoelenMet de functie Superkoelen wordt dekoelzone zeer snel tot de koudste waar-de afgekoeld (afhankelijk van de omge-vingstemperatuur).De functie Superkoelen is met nameaan te bevelen als u grote hoeveelhe-den verse levensmiddelen of drankensnel wenst af te koelen.Superkoelen inschakelenDruk op de toets Superkoelen.Het symbool Superkoelen gaat bran-den. De temperatuur in de koelzonedaalt en de koelcapaciteit is nu maxi-maal.Superkoelen uitschakelenDe functie Superkoelen wordt automa-tisch na ca. 12 uur uitgeschakeld. Hetsymbool Superkoelen dooft en dekoelcapaciteit is weer normaal.Om energie te besparen kunt u de func-tie Superkoelen zelf uitschakelen zodrade levensmiddelen of dranken koel ge-noeg zijn.Druk op de toets Superkoelen. Hetsymbool Superkoelen gaat uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.
Het wijzigen van instellingen24InstellingsmodusIn de instellingsmodus kunt u de ver-grendeling in- en uitschakelen.Vergrendeling in-/uitschakelen De instellingsmodus wordt in het dis-play met menu–symbool aangege-ven.Hoe u de vergrendeling in- en uit-schakelt, wordt hieronder beschreven.Vergrendeling in-/uitschakelenMet de vergrendeling kunt u voorkomendat het apparaat per ongeluk wordt uit-geschakeld:– Het inschakelen van de vergrende-lingDruk ca.
5 seconden op de toets Su-perkoelen.Menusymbool gaat branden en inhet display knippert .De instellingsmodus is nu geactiveerd.Druk nu kort op de toets Superkoe-len, om de vergrendelingsfunctie opte roepen.In het display verschijnt .Druk kort op de toets Superkoelenom de vergrendeling in te schakelen.Het vergrendelingssymbool brandt.Druk op de Aan/Uit-toets om de in-stellingsmodus te verlaten.In het display verschijnt de temperatuur.– Het uitschakelen van de vergrende-lingDruk ca. 5 seconden op de toets Su-perkoelen.Vergrendelingssymbool en me-nusymbool gaan branden en in hetdisplay knippert .De instellingsmodus is nu geactiveerd.
Het wijzigen van instellingen25Druk nu kort op de toets Superkoe-len, om de vergrendelingsfunctie opte roepen.In het display verschijnt .Druk nu kort op de toets Superkoelenom de vergrendeling uit te schakelen.Vergrendelingssymbool gaat uit.Druk op de Aan/Uit-toets om de in-stellingsmodus te verlaten.In het display verschijnt weer de tempe-ratuur die in de koelzone heerst.
spuitbussen) in het ap-paraat.Indien u vet- of oliehoudende le-vensmiddelen in het apparaat of dedeur van het apparaat bewaart, kun-nen spanningsscheuren in de kunst-stof ontstaan waardoor deze knaptof scheurt.Voorkom, dat vet of olie in aanrakingkomt met kunststof onderdelen.Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er verschillende temperaturen inde koelzone.De koude, zware lucht daalt naar hetonderste gedeelte van de koelzone.Maak gebruik van de verschillende kou-dezones als u levensmiddelen bewaart!Leg de levensmiddelen niet te dicht opelkaar, zodat de lucht goed kan circu-leren.De levensmiddelen mogen de achter-wand van de koelzone niet aanraken.Anders kunnen ze aan de achterwandvastvriezen.Warmste gedeelteHet minst koele gedeelte in de koel-kast / koelzone bevindt zich helemaalbovenin tegen de deur.
Gebruik dit ge-deelte voor het opslaan van boter zodatdeze smeerbaar blijft en voor kaas zo-dat deze zijn aroma niet verliest.Koudste gedeelteHet koudste gedeelte in de koelzonebevindt zich direct boven de groente-en fruitvakken en aan de achterwand.Gebruik deze gedeelten voor alle le-vensmiddelen die niet lang houdbaarzijn, zoals:– vis, vlees, gevogelte,– worst, kant-en-klaar-gerechten,– levensmiddelen waar eieren of roomin zitten,– alle soorten deeg,– melkproducten,– in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle versegroenten waarvan de houdbaarheids-datum alleen geldt bij een tempera-tuur van minstens 4°C.
Levensmiddelen in de koelzone bewaren27Niet geschikt voor de koelzoneKoudegevoelige levensmiddelen zijnniet geschikt om bij temperaturen onderde 5°C te worden bewaard. Te lagetemperaturen kunnen een negatieve in-vloed hebben op de smaak, het vitami-negehalte, het uiterlijk en de consisten-tie van deze levensmiddelen.Tot de koudegevoelige levensmiddelenbehoren onder andere:– ananas, avocado's, bananen, gra-naatappels, mango's, meloenen, pa-paja's, passievruchten, citrusvruch-ten (zoals citroenen, sinaasappelen,mandarijntjes, grapefruit),– fruit dat nog verder moet rijpen,– aubergines, komkommers, aardap-pels, paprika, tomaten, courgettes,– harde kazen (zoals parmezaan enbergkaas).Waar u in de winkel al op moetlettenHet belangrijkste voor een lange be-waartijd is de versheid van de levens-middelen op het ogenblik waarop ze inde koelkast worden gelegd.
Deze vers-heid is beslissend voor de bewaartijd.Let ook op de houdbaarheidsdatum enop de juiste bewaartemperatuur.De koelketen mag niet worden onder-broken. Zorg er bijv. voor dat de levens-middelen niet te lang in de warme autoliggen.Tip: Neem een koeltas mee als u bood-schappen doet en leg de levensmidde-len bij thuiskomst snel in het apparaat.Levensmiddelen juist bewarenBewaar levensmiddelen in de koelzonealleen afgedekt of verpakt. Zo voor-komt u dat er luchtjes van levensmidde-len vrijkomen en op andere levensmid-delen worden overgedragen.Tevensvoorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bac-teriën zich verspreiden.
De binnenruimte indelen28Deurvak/flessenvak verplaat-senSchuif het deurvak/flessenvak naarboven en haal het eruit.Zet het deurvak/flessenvak er op degewenste plaats weer in. Zorg erdaarbij voor dat het goed vastklikt.FlessensteunDe flessensteun kunt u naar rechts oflinks verschuiven, waardoor er meerruimte komt voor pakken drank.Wanneer u de flessensteun goed wiltschoonmaken, adviseren wij u om dezeer helemaal uit te halen:Schuif het flessenvak naar boven enhaal het eruit.Trek de flessensteun van de achter-kant van het deurvak af.De plateaus verplaatsenDe plateaus kunt u in hoogte verstellenals u producten van verschillende hoog-te in het apparaat wilt bewaren.Til het plateau vooraan iets op. Trekhet naar voren. Til het met de uitspa-ring over de plateauribben heen.
Ver-plaats het naar boven of naar bene-den.De opstaande rand die aan de be-schermlijst aan de achterkant van hetplateau zit moet naar boven wijzen, zo-dat de levensmiddelen niet met de ach-terwand in aanraking kunnen komen eneraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.
De binnenruimte indelen29Anti-geurfilters verplaatsenDe anti-geurfilters met houder KKF-FF(Active AirClean) zijn als accessoire bijte bestellen (zie "Accessoires - Bij tebestellen accessoires").Let bij sterk geurende levensmiddelen(bijv. heel kruidige kaas) op het volgen-de:– Plaats de houder met de anti-geurfil-ters op het plateau, waarop u deze le-vensmiddelen legt.– Vervang de anti-geurfilters desge-wenst eerder.– Plaats nog meer anti-geurfilters (methouder) in het apparaat (zie "Acces-soires - Bij te bestellen accessoires").De houder voor de anti-geurfilters zit opde beschermlijst aan de achterkant vanhet plateau.Als u de anti-geurfilters wilt verplaat-sen, trekt u de houder omhoog enneemt hem van de beschermlijst.Plaats de houder op de beschermlijstvan het gewenste plateau.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)30Het vriesvakBeschikt uw koelkast over een vriesvak,gebruik het dan voor– het bewaren van diepvriesproducten,– het bereiden van ijsblokjes en ijs,– het invriezen van kleinere hoeveelhe-den levensmiddelen. Er kan maximaal 2 kg per 24 uur wor-den ingevroren. Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des te meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaankrimpen. Wanneer de levensmiddelenontdooien komt slechts een deel vanhet vocht dat eerder vrijkwam in de cel-len terug. Praktisch betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen.
Dat ziet u aan de grote waterplas diezich om de levensmiddelen vormt wan-neer deze ontdooien. Wanneer de levensmiddelen snel hele-maal invriezen, heeft het vocht mindertijd om uit de cellen vrij te komen en inde tussenruimten terecht te komen. Decellen krimpen veel minder. Wanneer delevensmiddelen ontdooien kan de kleinehoeveelheid vocht die vrijgekomen isnaar de cellen terugkeren. Dat betekentdat de levensmiddelen weinig vochtverliezen en dat zich slechts een kleinewaterplas om de levensmiddelen vormt. Diepvriesproducten bewarenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al tijdens de aankoop inde winkel:– de verpakking op beschadigingen,– de houdbaarheidsdatum en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Als deze hoger is dan-18 °C, zijn de diepvriesproductenniet zo lang houdbaar.
Koop diepvriesproducten pas als ude andere boodschappen al heeft ge-daan en neem ze mee in krantenpa-pier of in een koeltas. Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het apparaat. Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)31Zelf levensmiddelen invriezenVries uitsluitend verse levensmidde-len in perfecte staat in. Houd bij het invriezen rekening methet volgende– De volgende levensmiddelen zijn ge-schikt om in te vriezen:vers vlees, gevogelte, wild, vis,groenten, kruiden, onbewerkt fruit,zuivelproducten, bakproducten,voedselresten, eigeel, eiwit en talrijkekant-en-klaarproducten. – De volgende levensmiddelen zijn nietgeschikt om in te vriezen:wijndruiven, bladsalade, radijsjes,rammenas, zure room, mayonaise,volledige eieren in de schaal, uien,hele onbewerkte appels en peren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren.
Breng daartoe een panwater aan de kook, leg het voedseldaar per portie in, laat het er 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laat hetsnel in koud water afkoelen en laathet uitlekken. – Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enhet kan aanmerkelijk langer wordenbewaard. – Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie om te voorkomen datstukken vlees aan elkaar vastvriezen. – Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente voor hetinvriezen niet. Kruid en zout reedsbereide gerechten voor het invriezenslechts licht. Sommige kruiden veran-deren de smaakintensiteit van de ge-rechten. – Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelenom te voorkomen dat reeds ingevro-ren levensmiddelen beginnen te ont-dooien en het energieverbruik stijgt. VerpakkenVries levensmiddelen per portie in.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)32Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum.Vóór het inruimenZet ca. 4 uur vóór het inruimen detemperatuur op maximaal 4°C.De levensmiddelen die al zijn ingevrorenkrijgen zo een koudereserve.Het inruimenLeg in te vriezen levensmiddelen niettegen reeds ingevroren levensmidde-len om te voorkomen dat de laatstegaan ontdooien.Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen levensmiddelen zijnverpakt droog is, zodat ze niet aan el-kaar of aan de bodem van de diep-vriesladen vastvriezen.Leg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem van hetvriesvak of tegen de zijwanden, zodatze zo snel mogelijk tot in de kern wor-den ingevroren.Ca.
24 uur na het inruimenHet invriezen is voltooid.Zet de temperatuur weer op de ge-wenste waarde.Wij adviseren een koeltemperatuurvan 4 °C.Bewaartijd van ingevroren levens-middelenZelfs als de voorgeschreven tempera-tuur van -18 °C aangehouden wordt, isde houdbaarheid van levensmiddelenheel verschillend. Ook in ingevrorenproducten vinden sterk vertraagde af-braakprocessen plaats. Door zuurstof inde lucht kan bijv. vet ranzig worden.Mager vlees kan daarom ca.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)33Diepvriesproducten ontdooienU kunt diepvriesproducten ontdooien– in de magnetron,– in de oven met de functie "Hetelucht"of "Ontdooien",– bij kamertemperatuur,– in de koelzone (de koude die daarbijvrijkomt, kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt),– in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Hompen vlees en vis zoals gehakt, kipen visfilet kunnen het beste worden ont-dooid als ze niet tegen andere levens-middelen aankomen. Het vrijgekomenvocht moet worden opgevangen enzorgvuldig worden verwijderd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal worden ontdooid.Groenten kunnen over het algemeen inbevroren toestand in het kokende waterworden gedaan of in heet vet wordengestoofd.
Door de veranderde celstruc-tuur is de bereidingstijd iets korter danbij verse groenten.Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin. Pas nadat u deze levensmiddelenheeft gekookt of gebraden, kunt u zeopnieuw invriezen.Dranken snel koelenOm dranken snel te koelen, schakeltu de functie "Superkoelen" in.Als u flessen snel in het vriesvak wiltkoelen, dient u ze uiterlijk na éénuur weer uit het vriesvak te halen.Anders kunnen ze ontploffen.Accessoires gebruikenHet bereiden van ijsblokjesVul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water. Zet het bakje opde bodem van het vriesvak.Wanneer een bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.Tip: Houd het bakje even onder stro-mend water, dan laten de ijsblokjes ge-makkelijk los.
Ontdooien34KoelzoneDe koelzone wordt automatisch ont-dooid.Terwijl de compressor in werking is,kunnen zich op de achterwand van dekoelzone rijp en waterdruppels vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantze verdampen automatisch door dewarmte van de compressor.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Het dooiwater moet altijd pro-bleemloos afgevoerd kunnen wor-den.Houd het gootje en de afvoeropeningvoor het dooiwater schoon.VriesvakHet vriesvak ontdooit niet automatisch,daar de ingevroren levensmiddelen nietmogen ontdooien.Bij normale werking zetten er zich naverloop van tijd rijp en ijs in het vriesvakaf, bijv. op de binnenwanden.
Er vormtzich meer ijs en rijp als:– de deur van het vriesvak vaak en/ofvrij lange tijd open is geweest.– grote hoeveelheden verse levensmid-delen zijn ingevroren,– de luchtvochtigheid in de ruimte ho-ger is geworden.Wanneer er een dikke ijslaag is ge-vormd, gaat de deur van het vriesvakniet meer goed dicht. Bovendien gaatde vriescapaciteit achteruit en stijgt hetenergieverbruik.Ontdooi het vriesvak van tijd tot tijd,echter in ieder geval zodra zich eenca.
0,5 cm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Maak gebruik van de gelegenheid om teontdooien, wanneer– er weinig of geen ingevroren levens-middelen in het vriesvak liggen– en de luchtvochtigheid en de tempe-ratuur in het vertrek laag zijn.Zorg er bij het ontdooien voordat u de vriesplaat niet beschadigt.Anders werkt het apparaat niet meer.Krab de rijp- en ijslagen er niet af engebruik geen puntige of scherpevoorwerpen.Vóór het ontdooienNeem de ingevroren levensmiddelenuit het apparaat en wikkel ze in ver-schillende lagen krantenpapier of de-kens.Tip: U kunt de levensmiddelen ook inkoeltassen bewaren.Bewaar de ingevroren levensmidde-len op een koele plaats, totdat hetvriesvak weer klaar is voor gebruik.
Ontdooien35Het ontdooienHoe langer de ingevroren levens-middelen bij kamertemperatuur wor-den bewaard, hoe korter ze houd-baar zijn.Handel het ontdooien zo snel moge-lijk af.De stoom van een stoomreinigerkan in aanraking komen met delenvan het apparaat die onder spanningstaan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik geen stoomreiniger voor hetontdooien.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in het apparaat, om-dat daardoor de kunststof bescha-digd kan raken.Gebruik geen ontdooisprays ofandere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vor-men, oplosmiddelen of drijfgassenbevatten die de kunststof bescha-digen of schadelijk zijn voor de ge-zondheid. Schakel het apparaat uit. Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de zekering van de huisin-stallatie uit. Laat de deur van het vriesvak open.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in het vriesvakte zetten.
In dat geval moet de deur bijhet ontdooien gesloten blijven, zodat dewarmte niet vrij kan komen. Haal de stukjes ijs die zijn losgeraaktuit het apparaat.Zorg ervoor dat er geen water inhet keukenmeubel terechtkomt. Neem het dooiwater met een sponsof doek op, eventueel meer dan éénkeer.Na het ontdooien Reinig en droog het vriesvak.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater te-rechtkomen. Sluit het apparaat weer aan en scha-kel het weer in. Leg de ingevroren levensmiddelenweer terug in het vriesvak, zodra detemperatuur laag genoeg is.
Reiniging en onderhoud36Zorg ervoor dat er geen waterkomt in de elektronische besturing ofde verlichting.De stoom van een stoomreinigerkan in aanraking komen met delenvan het apparaat die onder spanningstaan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik geen stoomreiniger.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater te-rechtkomen.Het typeplaatje in het apparaat magniet worden verwijderd.
De gegevenszijn nodig in het geval er een storingoptreedt!Opmerkingen over het reini-gingsmiddelOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, gebruikt u bij de rei-niging geen– zuur-, soda-, ammoniak- of chloride-houdende reinigingsmiddelen,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– schurende reinigingsmiddelen (bijv.schuurpoeder, schuurmiddel, schuur-sponsjes),– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen,– reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal,– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten,– ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde sponsjes enborstels (bijv.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele K 32223i stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Miele
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast