Miele K 2202 Handleiding

Miele Koelkast K 2202

Bekijk gratis de handleiding van Miele K 2202 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 58 mensen. Heb je een vraag over Miele K 2202 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de koelkast
K 2202 S-1
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr. 06 255 030

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: K 2202

Handleiding Miele K 2202 – volledige tekst

. . 26Het bevestigen van de handgreep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27Het plaatsen van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27Het stellen van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27Het veranderen van de draairichting van de deur. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28Deur van de koelkast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28Het onderbouwen van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29Inhoud

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte elektrische en elektroni-sche apparaten bevatten meestal nogwaardevolle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone huisafval doet, kunnen dezestoffen mens en milieu schaden.Doe het apparaat daarom in geen ge-val bij het gewone huisafval, maar leverhet in bij het inzameldepot van uw ge-meente.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Deze koelkast voldoet aan de voor-geschreven veiligheidsmaatregelen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koelkast.Efficiënt gebruikDeze koelkast is uitsluitend be-stemd voor huishoudelijk gebruik.Gebruik deze koelkast uitsluitendvoor het koelen en bewaren van le-vensmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.Technische veiligheidDit apparaat bevat het koelmiddelIsobutan (R600a).Dit is een natuurlijk gas dat het milieuweinig belast, maar wel brandbaar is.Het gas is niet schadelijk voor de ozon-laag en verhoogt het broeikaseffectniet, maar het gebruik van dit gas heefter wel toe geleid dat het apparaat meerlawaai maakt wanneer het aanstaat.

Be -halve de geluiden van de compressorkunen er dan in het hele koelsysteemstromingsgeluiden optreden. Dezeeffecten zijn helaas niet te vermijden,maar hebben geen negatieve invloedop de capaciteit van het apparaat.Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd.Door vrijkomend koelmiddel kan menoogletsel oplopen.Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:- vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,- trek de stekker uit het stopcontact,- lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minuten lang door- en neem contact op met de Techni-sche Dienst.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6

Hoe meer koelmiddel een koelkastbevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin de koelkast wordt opge-steld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-kast bevat staat op het typeplaatje inde binnenkant van het apparaat. Voordat u uw koelkast aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) ophet typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet te vergelijken. Deze moeten beslist overeenkomen,omdat de koelkast anders beschadigdraakt. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dekoelkast is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten opeen aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsbepalingen is ge-ïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fun-damentele veiligheidsvoorwaarde isvoldaan. Laat de huisinstallatie bij twij-fel door een vakman controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of bescha-digde aarddraad (bijv. een elektrischeschok). Een veilig gebruik van de koelkastis alleen dan gegarandeerd, wan-neer het apparaat wordt gemonteerden aangesloten volgens de instructiesdie in de gebruiksaanwijzing staan. Wanneer dit apparaat op eenniet-stationaire locatie (bijv. op eenboot of in een camper) moet wordengeplaatst, mag het uitsluitend door eenvakman/vakvrouw worden ingebouwden aangesloten. Hierbij moet aan allevoorwaarden voor een veilig gebruikworden voldaan. Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd.

Er staat alleen dan geen elek-trische spanning op de koelkast alsaan één van de volgende voorwaardenis voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit het stopcontactis getrokken. Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. De koelkast mag niet via een ver-lengsnoer op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.

GebruikBewaar geen stoffen in de koelkastdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. Gebruik geen elektrische appara-ten in dit apparaat, bijv. voor hetmaken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex -plosie. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop enaltijd goed gesloten in de koelkast inverband met explosiegevaar. Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het ri-sico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit van delevensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmid-delenfabrikanten in acht en houd in degaten tot welke datum de levensmid-delen uiterlijk houdbaar zijn. Gebruik geen scherpe voorwerpenom– rijp- en ijslagen te verwijderen– en vastgevroren ijsbakjes en/of vast-gevroren levensmiddelen los te wrik-ken. Wanneer u dat doet beschadigt u deverdampers en functioneert de koelkastniet meer. Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Wanneer u dat doet dan wordt de deur-dichting in de loop van de tijd poreus. Zet geen culinaire olie in de koel-kastdeur. Doet u dat wel dan kunnen er scheurenin het kunststof materiaal van de deurontstaan.

Sluit de ventilatieopeningen in dekastombouw niet af. Wanneer deze openingen geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koelkast kunnen beschadigen. De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Eenklimaatklasse is een kamertemperatuur-bereik, waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koelkast staataangegeven op het typeplaatje aan debinnenkant van uw apparaat. Een te lage temperatuur heeft tot ge -volg dat de koelkast voor langere tijdafslaat zodat het apparaat de vereistetemperatuur niet kan aanhouden. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

Gebruik voor het ontdooien en rei-nigen van de koelkast nooit eenstoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroor-zaken.Wat te doen wanneer u het ap -paraat afdanktVoorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaarkomen door het slot onklaar te maken.Haal de stekker uit het stopcontacten maak de aansluitkabel onbruik-baar.Beschadig geen delen van hetkoelsysteem, bijv. door– koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben.Wanneer er koelmiddel uit spuit kan datoogletsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden ge-ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kanworden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon directop kan schijnenNiet naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstempe-ratuurTemperatuurinstellingin standenInstelling van één van de middel-ste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger hetenergieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.

0 °CDiepvrieszone: - 18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deurlanger geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt detemperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm,moet de motor langer werken omde vereiste temperatuur te berei-ken.Leg de levensmiddelen alleen af-gedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tus-sen de levensmiddelen kan circu-leren.Het besparen van energie10

Voor het eerste gebruik^Reinig de binnenkant van de koelkasten de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.Laat het apparaat nadat u het hebtgeplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uurstaan voordat u het aansluit.

Dat iszeer belangrijk voor een goede wer-king van de koelkast.Het inschakelen van de koel-kast^Draai de temperatuurregelaar vanuitstand "0" op één van de andere stan-den.Het apparaat begint te koelen.Wanneer de deur wordt geopend gaatde binnenverlichting aan.Het uitschakelen van de koel-kast^Draai de temperatuurregelaar terugop stand "0".De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de koelkast vrij lange tijdniet gebruikt, doe dan het volgende.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Reinig het apparaat.^Laat de deur van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koelkast12

Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langer hetduurt voordat de levensmiddelen be-derven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in de koelkast wordthoger, naarmate– de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;– de omgevingstemperatuur hoger is.De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag lig-gen.. . . in de koelzoneVoor het midden van de koelzone ad-viseren wij een koeltemperatuur van5 °C.Wilt u weten wat de koeltemperatuurongeveer is,^zet dan een glas water in het middenvan de koelkast met een thermometererin.Deze geeft na ca. 24 uur de tempera-tuur ongeveer aan.Attentie:– Gewone huisthermometers metenmeestal zeer onnauwkeurig. U kunthet beste een elektronisch meetap-paraat gebruiken.– Meet niet de luchttemperatuur die inhet apparaat heerst, want deze zegtniets over de temperatuur van de le-vensmiddelen.– U kunt de deur van de koelkast hetbeste zo min mogelijk opendoen inde tijd waarin u aan het meten bent,omdat er iedere keer warme luchtnaar binnen stroomt.De juiste temperatuur13

Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur kunt u instellen met be-hulp van de temperatuurregelaar.^Draai de regelaar vanuit stand "0" opéén van de standen tussen 1 en 7.Hoe hoger de stand aan de tempera-tuurregelaar, des te lager de tempera-tuur in het apparaat.Wij adviseren één van de middelstestanden.Wanneer de deur van het apparaat ergvaak wordt geopend, er grote hoeveel-heden levensmiddelen in de koelzoneworden gelegd of de omgevingstempe-ratuur hoog is, is het aan te bevelen omde temperatuurregelaar op een standvan te zetten.4 tot 7 De juiste temperatuur14

Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen.Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groenten- enfruitladen.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:– vis, vlees, gevogelte;– worst, kant-en-klaar-gerechten;– levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;– alle soorten deeg;– melkproducten;– in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C.Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur.Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest.Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.Dit in verband met explosiegevaar.Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.Zet geen culinaire olie in de deurvan het apparaat.Doet u dat wel, dan kunnen erscheuren in het kunststof materiaalvan de deur ontstaan.De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen15

Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:– Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals bananen, avoca-do’s, papaja’s, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten enkomkommers– Fruit dat nog niet rijp is– Aardappels– Parmezaanse kaasLevensmiddelen afdekken ofniet?Bewaar levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt.Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht.

PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Trek het plateau naar voren totdat uweerstand voelt, til het aan de voor-kant op en haal het eruit.^Zet het plateau met de achterkantnaar boven op de gewenste plek,haal de voorkant omhoog en schuifhet plateau naar binnen.De opstaande rand moet naar bovenwijzen zodat de levensmiddelen nietmet de achterwand in aanraking kun-nen komen en eraan vastvriezen.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een plateau dat uit twee delenbestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Deurvakken^Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.FleshoudersFleshouders kunt u naar rechts of linksverschuiven.Daardoor staan de flessen stevigerwanneer u de deur van het apparaatopent en sluit.Het indelen van de binnenruimte17

Terwijl de koelkast in werking is, kunnenzich aan de achterwand van de koel-ruimte rijp en waterpareltjes vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelruimte wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap -paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het automatisch ontdooien van de koelkast18

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmid-delen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Let erop dat er geen water in detemperatuurregelaar of in de verlich-ting terechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.

De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Voor het reinigen^Schakel het apparaat uit door detemperatuurregelaar op "0" te draai-en.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Haal de levensmiddelen uit de koel-kast en bewaar ze op een koeleplaats.^Haal alle toebehoren uit de koelkastdie kunnen worden verwijderd.Het reinigen van de buitenkant,de binnenruimte en de toebe-horen^Reinig de buitenkant, de binnenruim-te en de toebehoren van de koelkastminstens één keer in de maand.^Gebruik daarvoor lauwwarm watermet wat reinigingsmiddel.^Reinig de toebehoren met de hand.Het botervak kan in de afwasauto-maat.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd weg kan lopen.^Neem buitenkant, binnenruimte entoebehoren met helder water af enwrijf alles met een doek droog.^Laat de deur van de koelkast kortetijd openstaan.Het reinigen van de ventilatie-roosters^Reinig de ventilatieroosters regelma-tig met een kwast of een stofzuiger.Wanneer zich stof ophoopt wordt er on-nodig energie verbruikt.Het reinigen van de koelkast19

Doet u dat wel, dan wordtde deurdichting in de loop van detijd poreus.^Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dezedaarna met een doek grondig droog.Het reinigen van het metalenrooster aan de achterkantHet metalen rooster aan de achterkantvan het apparaat (warmtewisselaar)moet minstens eenmaal in het jaar vanstof worden ontdaan.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig veel energie verbruikt.Let er bij het reinigen van het meta-len rooster op dat er geen kabels ofandere onderdelen worden afge-scheurd, geknikt of beschadigd.Na het reinigen^Plaats alle toebehoren weer terug inde koelkast.^Steek de stekker weer in het stopcon-tact.^Schakel het apparaat met behulp vande temperatuurregelaar weer in.^Plaats de levensmiddelen weer terugin de koelkast.^Sluit de deur van de koelkast.Het reinigen van de koelkast20

Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Gebeurt dit nietdan kan de gebruiker grote risico’slopen.Een aantal storingen kunt u echter zelfverhelpen.Wat moet u doen, wanneer . . .. . . de koelkast niet koelt?^Controleer of:– de temperatuurregelaar op een an-dere stand staat dan "0";– de stekker stevig in het stopcontactzit;– de hoofdschakelaar van de elektri-sche huisinstallatie is ingeschakeld.Is dit wel het geval, neem dan contactop met de Technische Dienst van MieleNederland B.V.. . . de temperatuur in de koelzone telaag is?^Zet de temperatuurregelaar op eenlagere stand (hogere temperatuur).. . .

de koelkast vaker en voor langeretijd aanslaat?^Controleer of:– de ventilatieroosters zijn geblokkeerden of er veel stof inzit;– het metalen rooster (warmtewisse -laar) aan de achterkant van het ap-paraat stoffig is;– u de deur van de koelkast vaak openen dicht heeft gedaan;– de deur van de koelkast goed sluit.. . . de binnenverlichting in de koelzo-ne niet meer functioneert?^Controleer of– de lichtcontactschakelaar klemt;– de temperatuurregelaar op een an-dere stand staat dan op "0".Zo ja, dan is het gloeilampje kapot.^Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van deelektrische huisinstallatie uit.^Pak de lampafdekking aan de achter-kant vast.^Druk de zijkant naar boven .a^Trek de afdekking eraf .b^Vervang het gloeilampje.Aansluitgegevens van het lampje:220 - 240 V, max. 15 W, fitting E 14^Schuif de lampafdekking er weer op.^Klik de afdekking vast.Nuttige tips21

. . . de bodem van de koelzone nat is?De afvoeropening voor het dooiwater isverstopt.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater.Kunt u een storing ook met boven-genoemde tips niet verhelpen, roepdan de hulp in van de TechnischeDienst.Open de koelkastdeur als het moge-lijk is niet vóórdat de storing is ver-holpen.Op deze manier houdt u het koude-verlies zo gering mogelijk.Nuttige tips22

Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan-neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen vande koelvloeistof die door de leidingen stroomt.Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat demotor in- of uitschakelt.Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen-de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.Geluiden die makkelijk teverhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kuntu daartegen doen?Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulpvan een waterpas.

Gebruik de stelvoeten onder het apparaat ofleg er iets onder.Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:Schuif het apparaat een eindje weg.Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet zeweer goed.In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpentegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaaraankomen.De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant vanhet apparaat: Verwijder de kabelhouder.Geluiden en de oorzaken ervan23

Neem bij storingen die u niet zelf kuntverhelpen contact op met– uw Miele-handelaarof– met de Technische Dienst van MieleNederland B.V.De telefoonnummers van diverse afde-lingen en het adres van Miele Neder-land B.V. vindt u op de achterzijde vandeze gebruiksaanwijzing.Geef bij het inschakelen van de Tech-nische Dienst altijd het type en hetnummer van het apparaat door.Beide gegevens vindt u op het type-plaatje in de binnenruimte van het ap-paraat.Voor informatie over het Miele ServiceVerzekering Certificaat kunt u zichwenden tot uw Miele-vakhandelaar ofde bijgevoegde folder raadplegen.Technische Dienst24

Dit apparaat mag alleen door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten.Dit apparaat is voorzien van een aan-sluitkabel en een stekker met randaar-de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz220 - 240 V.Dit apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een contactdoos metrandaarde.Het is het beste wanneer de contact -doos zich naast het apparaat bevindten u er gemakkelijk bij kunt.Dit apparaat mag uitsluitend op eenhuisinstallatie worden aangesloten dievolgens NEN 1010 is geïnstalleerd.De installatiegroep dient met een10 A-zekering te worden gezekerd.In de EU-richtlijnen geeft men ter verho-ging van de veiligheid het advies omde huisinstallatie van een aardlekscha-kelaar te voorzien.Het is niet toegestaan het apparaat meteen verlengsnoer op het elektriciteitsnetaan te sluiten.Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat namelijk nietworden gewaarborgd in verband methet gevaar voor oververhitting.Moet er aan de aansluiting op het elek-triciteitsnet of aan de aansluitkabel ietsworden veranderd dan mag dat uitslui -tend door een erkend bedrijf gebeuren.Elektrische aansluiting25

Zet geen apparaten op uw koelap-paraat die warmte afgeven, zoalsbroodroosters of magnetrons.Doet u dat wel dan wordt er onnodigveel energie verbruikt.Plaats modellen zonder zijwandver-warming niet direct naast een anderkoelapparaat.Doet u dat wel, kan er condenswaterontstaan met alle schadelijke ge-volgen van dien.Plaats van opstellingKies geen plaats direct naast een for-nuis, een verwarming of in de buurt vaneen raam waar de zon direct doorheenkan schijnen.Hoe hoger de omgevingstemperatuuris, des te langer het apparaat staat teronken en des te hoger het stroomver-bruik is.Geschikt is een droge ruimte waar kanworden geventileerd.KlimaatklasseHet apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Een kli-maatklasse is een kamertemperatuur-bereik waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen.De klimaatklasse van het apparaatstaat aangegeven op het typeplaatjeaan de binnenkant van uw apparaat.Klimaatklasse KamertemperatuurSNNSTT+10 °C tot +32 °C+16 °C tot +32 °C+18 °C tot +38 °C+18 °C tot +43 °CEen te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat het apparaat voor langere tijdafslaat.Dat heeft weer tot gevolg dat de tempe-raturen in het apparaat te hoog zijn.Luchttoevoer en luchtafvoerDe lucht aan de achterwand van hetapparaat wordt warm.Om een goede luchtafvoer en luchttoe-voer te waarborgen moet u ervoor zor-gen dat de ventilatieroosters niet afge-dekt zijn en dat ze regelmatig stofvrijworden gemaakt.Tips voor het plaatsen van het apparaat26

Het bevestigen van de hand-greepWanneer u de draairichting van de deurniet hoeft te veranderen, kunt u dehandgreep aanbrengen.^Schroef de handgreep met deaschroeven in de deurgaten vast.b^Schuif de afdekkapjes er op enczorg ervoor dat ze goed vastklikken.Het plaatsen van het apparaat^Haal eerst de kabelhouder van deachterkant van het apparaat af.^Controleer of alle delen aan de ach-terwand van het apparaat nergenstegenaan kunnen komen.Buig eventueel in de weg zittendedelen voorzichtig weg.^Schuif het apparaat voorzichtig op dedaarvoor bestemde plaats.Het kan met de achterkant direct te-gen de muur worden geplaatst.Het stellen van het apparaat^Stel het apparaat stevig en waterpasvia de stelvoeten met de bijgevoegdesteeksleutel.Tips voor het plaatsen van het apparaat27

De koelkast wordt geleverd met eenrechtsscharnierende deur.Moet de deur linksscharnierend zijn,verander dan de draairichting van dedeur.Deur van de koelkast^Schroef wanneer de deur van dekoelkast nog gesloten is de hoek-scharnier eruit, laat de deur ietsazakken en haal hem eraf.^Haal de scharnierbout uit de hoekb-scharnier en schroef hem in het twee-de gat van de hoekscharnier.^Haal de afdekking eraf en sluitcdaarmee de vrijgekomen gaten aande andere kant af.^Schroef de scharnierbout aan de bo-venkant eruit en schroef de bout erdaan de andere kant weer aan.^Haal de stop uit het deurscharniere-blok en zet hem er aan de anderekant weer in.^Haal de stopjes eruit en schroeffde deurgreep eraf.gZet de deurgreep en de stopjes eraan de andere kant weer aan.^Verwijder de deursteun door dezehgoed vast te pakken en met krachtopzij te drukken.Voor een linksscharnierende deur isde deursteun niet meer nodig.Voor het geval de deur echter weerrechtsscharnierend moet zijn, moetde deursteun op dezelfde plaatsweer worden aangebracht.^Plaats de deur van de koelkast op debovenste scharnierbout en sluit deddeur.^Zet de onderste scharnierbout metbde hoekscharnier in het daarvoorabestemde gat aan de onderkant vande deur van de koelkast en schroefde hoekscharnier aan de ommante-ling vast.^Stel de deur van de koelkast met be-hulp van de sleufgaten in de hoek-scharnier en draai alle schroeven ste-vig aan.Het veranderen van de draairichting van de deur28

Het apparaat kunt u onder het werkbladschuiven. Eerst moet u echter het tafel -blad van het apparaat verwijderen:^Draai de schroeven aan de achtera-kant van het apparaat eruit.^Til het tafelblad aan de achterkantomhoog en verwijder het.Voor de luchttoevoer en luchtafvoeraan de achterwand van het appa-raat is het zeer belangrijk dat er inhet werkblad een ventilatieopeningvan minstens 140 cm2zit.Het wandafsluitingsprofiel aan hetwerkblad mag bij een onderbouw-diepte van 600 mm maximaal10 mm diep zijn!Zorg ervoor dat u altijd bij het stop-contact kunt komen.Het onderbouwen van het apparaat29

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele K 2202 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden