Miele K 12024 S Handleiding

Miele Koelkast K 12024 S

Bekijk gratis de handleiding van Miele K 12024 S (44 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen. Heb je een vraag over Miele K 12024 S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
Gebruiksaanwijzingenmontage
-
handleiding
Koelkast
K12023S
K12024S
Leesinelkgevaldege-
bruiksaanwijzingvooruhettoestelopstelt,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfen
uvoorkomtschadeaanhettoestel.
M.-Nr.07734010
nl-BE

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: K 12024 S
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Breedte: 600 mm
Diepte: 628 mm
Hoogte: 850 mm
Jaarlijks energieverbruik: 127 kWu
Brutocapaciteit vriezer: 18 l
Vriescapaciteit: 2 kg/24u
Ontdooifunctie: Ja
Totale nettocapaciteit: 119 l
Ingebouwde vriezer: Ja

Handleiding Miele K 12024 S – volledige tekst

Beschrijving van het toestel. 4Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu. 6Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 7Hoe kunt u energie besparen. 12Toestel in- en uitschakelen. 13Vergrendeling. 13Bij langdurige afwezigheid. 14De juiste temperatuur. 15. in de koelzone. 15. in het vriesvak. 15Temperatuur instellen. 15Mogelijke temperatuurinstellingen. 16Temperatuurdisplay. 16Lichtsterkte van het temperatuurdisplay. 17Super koelen gebruiken (afhankelijk van het model). 18Superfrost gebruiken (afhankelijk van het model). 19Functie Superfrost. 19De koelzone goed gebruiken. 20Verschillende koelgedeelten. 20Levensmiddelen die zeker niet gekoeld mogen worden. 20Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt. 21Levensmiddelen juist bewaren. 21Fruit en groenten. 21Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen. 22Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten. 22Vlees. 22De binnenruimte indelen.

Invriezen en bewaren (afhankelijk van het model). 24Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren. 24Diepvriesproducten bewaren. 24Zelf levensmiddelen invriezen. 25Tips voor het invriezen. 25Verpakken. 25Voor u levensmiddelen in het toestel legt. 26Levensmiddelen in het toestel leggen. 26Ingevroren levensmiddelen ontdooien. 26IJsblokjes maken. 26Drank snel koelen. 27Ontdooien. 28Koelzone. 28Vriesvak. 28Reinigen. 30Buitenwanden, binnenruimte, toebehoren. 30Ventilatieroosters. 30Deurdichting. 31Wat gedaan als. 32Waar bepaalde geluiden vandaan komen. 35Technische Dienst van Miele/garantie. 36Elektrische aansluiting. 37Opstelinstructies. 38Opstelplaats. 38Klimaatklasse. 38Luchttoevoer en luchtafvoer. 38Toestel opstellen. 38Toestel waterpas zetten. 39Afmetingen van het toestel. 40De draairichting van de deur veranderen. 41De draairichting van de deur van het vriesvak veranderen.

K 12023 Sa Aan-uittoetsb Toets voor "Super koelen"c Controlelampje van de vergrendelingK 12024 Sa Aan-uittoetsb Toets voor "Superfrost"c Controlelampje van de vergrendelingd Controlelampje voor "Super koelen"e Temperatuurdisplay voor dekoelzonef Toetsen voor het instellen van detemperatuur in de koelzone(+ voor warmer; - voor kouder)d Controlelampje voor "Superfrost"e Temperatuurdisplay voor dekoelzonef Toetsen voor het instellen van detemperatuur in de koelzone(+ voor warmer; - voor kouder)Beschrijving van het toestel4

Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd materiaal ge-kozen dat door het milieu wordt verdra-gen en opnieuw kan worden benut.Door de verpakking weer in kringloopte brengen, wordt er grondstof ge-spaard en verkleint de afvalberg. Geefdeze stoffen dus niet met het gewonevuilnis mee. Breng ze liever naar hetdichtstbijzijnde gemeentelijk container-park. Waar u dat vindt, komt u zeker bijuw gemeentebestuur aan de weet.Berging van uw oud toestelBij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.

Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof–uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg ervoor dat de buisleidingen vande compressor geen schade oplopenvoordat het toestel terdege wordtgeborgen. Zo vermijdt u dat er koelmid-del uit het koelcircuit of olie uit de com-pressor in het milieu terechtkomt.Zorg er ook voor dat het toestel kinder-veilig wordt bewaard voor u het laatwegbrengen.Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu6

Dit toestel voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsvoorschriften.Door ondeskundig gebruik kunnengebruikers echter letsel oplopen enkan er schade optreden aan het toe-stel.Voor u het toestel in gebruik neemt,moet u de gebruiksaanwijzing aan-dachtig lezen. U vindt er belangrijkeopmerkingen omtrent de plaatsing,de installatie, het gebruik en het on-derhoud van uw toestel. Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt scha-de aan het toestel.Bewaar de gebruiksaanwijzing engeef ze door aan wie het toesteleventueel na u gebruikt.Juist gebruik~Gebruik het toestel uitsluitend in hethuishouden om levensmiddelen tekoelen en te bewaren, om diepvriespro-ducten te bewaren, om verse levens-middelen in te vriezen en om ijs te be-reiden.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegelaten en kan gevaarlijk zijn.

De fa-brikant is niet verantwoordelijk voorschade die wordt veroorzaakt door eenander gebruik dan wat hier wordt ver-meld of door foutieve bediening.~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om het toestelveilig te bedienen, mogen dit toestel al-leen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Kinderen in het huishouden~Kinderen mogen het toestel alleenmaar gebruiken wanneer hen de bedie-ning ervan zo uitgelegd is dat ze hetveilig kunnen bedienen. Kinderen moe-ten de eventuele risico's van een foutie-ve bediening kunnen beseffen.~Hou kinderen die in de buurt van hettoestel komen in het oog. Laat kinderenniet met het toestel spelen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid7

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het toestel wordtgeplaatst, of het zichtbaar beschadigdis. Is dat het geval, neem het dan ingeen geval in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veilig-heid in gevaar brengen. ~Is het aansluitsnoer beschadigd,laat het dan vervangen door een vak-man die door Miele erkend is. Zo ver-mijdt u risico's voor wie het toestel ge-bruikt. ~Dit toestel bevat het koelmiddel iso-butaan (R600a), een natuurlijk gas dathet milieu weinig belast, maar welbrandbaar is. Het is niet schadelijk voorde ozonlaag en draagt niet bij tot hetbroeikaseffect. Het gebruik van dit mi-lieuvriendelijke koelmiddel veroorzaaktwel een lichte verhoging van hetwerkingsgeluid. Naast dewerkingsgeluiden van de compressorkunnen er stromingsgeluiden in het vol-ledige koelcircuit voorkomen. Dat isjammer genoeg niet te vermijden, maarheeft geen invloed op de prestaties vanhet toestel.

Let er bij het transporteren en het op-stellen van het toestel op dat geen en-kel onderdeel van het koelcircuit be-schadigd raakt. Wegspattend koelmid-del kan tot oogletsels leiden. Bij beschadiging:- vermijd open vuur ofontstekingsbronnen,- trek de stekker uit het stopcontact,- verlucht het vertrek waarin hettoestel staat, en- verwittig de TechnischeDienst van Miele. ~Hoe meer koelmiddel er in een toe-stel zit, hoe groter de ruimte moet zijnwaarin het toestel wordt opgesteld. Bijeen eventueel lek kan er in een tekleine ruimte een brandbaar mengselvan gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveel-heid koelmiddel is aangegeven op hettypeplaatje in het toestel. ~Een veilige werking van het toestelis alleen dan gewaarborgd als het toe-stel overeenkomstig de gebruiksaanwij-zing gemonteerd en aangesloten werd.

Anders treedt er scha-de op aan uw toestel. Vraag bij twijfelinlichtingen aan een elektricien. ~Gebruik uit veiligheidsoverwegingengeen verlengsnoeren ofstopcontactenblokken om het toestelaan te sluiten. Die bieden niet voldoen-de veiligheidsgaranties. Er bestaat on-der meer gevaar voor oververhitting. Opmerkingen omtrent uw veiligheid8.

~De elektrische veiligheid van dittoestel wordt enkel gewaarborgd als uhet op een aardsysteem aansluit datvolgens de voorschriften werd geïnstal-leerd. Het is heel belangrijk dat aandeze fundamentele veiligheidsvoor-waarde is voldaan.

Laat de elektrischeinstallatie in uw woning bij twijfel dooreen elektricien controleren.De fabrikant kan niet aansprakelijk ge-steld worden voor schade die werd ver-oorzaakt doordat de aardleiding onder-broken was of gewoon ontbrak (bijv.elektrische schokken).~Installatiewerken, onderhouds-werken en reparaties mogen alleenworden uitgevoerd door vakmensen diedoor de fabrikant erkend zijn.Door ondeskundig uitgevoerdeinstallatie-, onderhouds- ofreparatiewerken kunnen er voor de ge-bruiker aanzienlijke risico's ontstaanwaarvoor de fabrikant niet aansprakelijkkan worden gesteld.~Laat u het toestel tijdens de ga-rantieperiode herstellen, dan mag datenkel gebeuren door een technicus diedoor de fabrikant erkend is.

Anders iser bij schade achteraf geen aanspraakmeer op waarborg.~Tijdens installatie-, onderhouds- enreparatiewerken moet het toestel vanhet elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.Het toestel is pas stroomloos indien aaneen van deze voorwaarden werd vol-daan:–De stekker van het toestel is uitge-trokken.Trek daarbij niet aan het snoer, welaan de stekker.–De zekering op uw elektrische instal-latie is uitgeschakeld.~Laat defecte onderdelen enkelvervangen door origineleMiele-wisselstukken. Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan deeisen die Miele qua veiligheid stelt.~Als u het toestel niet op een vasteplaats installeert, bijv. op een schip,laat dit karwei dan enkel uitvoeren doorvakmensen. Die moeten ervoor zorgendat u het toestel veilig kunt gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid9

Efficiënt gebruik~Raak bevroren levensmiddelen nietmet natte handen aan. Uw handen zou-den kunnen vastvriezen. U zou zichkunnen verwonden. ~Steek nooit ijsblokjes en ijslolly's,met name waterijsjes, in de mond wan-neer u ze net uit de vrieszone hebt ge-haald. Door de zeer lage temperatuur van debevroren levensmiddelen kunnen uwlippen of tong vastvriezen. U zou zichkunnen verwonden. ~Gedeeltelijk of volledig ontdooide le-vensmiddelen mogen niet opnieuw wor-den ingevroren. Verbruik deze levensmiddelen zo snelmogelijk, want de levensmiddelen ver-liezen hun voedingswaarde en beder-ven. Ontdooide levensmiddelen kunt uopnieuw invriezen nadat u ze heeft ge-kookt of gebraden. ~Als u levensmiddelen eet die te langbewaard werden, bestaat er gevaarvoor voedselvergiftiging.

De bewaarduur is afhankelijk van di-verse factoren, zoals de versheid enkwaliteit van de levensmiddelen en detemperatuur waarop ze worden be-waard. Hou rekening met debewaarinstructies en deverbruikstermijnen van de fabrikant vande levensmiddelen. ~Bewaar geen explosieve stoffen inhet toestel. Als de thermostaat wordt in-geschakeld, kunnen er vonken ont-staan. Die kunnen ontvlambaremengsels tot ontploffing brengen. ~Gebruik geen elektrische toestellenin het toestel (bijv. om softijs te ma-ken). Er kunnen vonken ontstaan. Ont-ploffingsgevaar. ~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage enkel rechtop en goedafgesloten in de koelzone. Ontploffingsgevaar. ~Bewaar in het vriesvak geen blikjesen flessen met koolzuurhoudendedranken of vloeistoffen die kunnen be-vriezen. De blikjes of flessen kunnen uitelkaar springen. U kunt zich verwonden en er kan scha-de ontstaan.

~Als u flessen snel in het vriesvakwenst te koelen, moet u ze uiterlijk naéén uur weer uit het vriesvak halen. Deflessen kunnen ontploffen. U kunt zichverwonden en er kan schade ontstaan.

~Gebruik geen voorwerpen met eenscherpe punt of rand om– rijm- en ijslagen te verwijderen,–vastgevroren bakjes voor ijsblokjesen levensmiddelen los te wrikken. Als u dat doet, beschadigt u dekoelelementen en functioneert het toe-stel niet meer correct. ~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na ver-loop van tijd poreus. Opmerkingen omtrent uw veiligheid10.

~Dek de ventilatieroosters van hettoestel niet af. Als die openingen afgedekt zijn, kan ergeen goede luchtcirculatie plaatsvin-den. Het stroomverbruik stijgt en scha-de aan onderdelen kan niet worden uit-gesloten. ~Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereik vande kamertemperatuur) waarvan deonder- en bovengrens gerespecteerdmoeten worden. De klimaatklasse isvermeld op het typeplaatje aan de bin-nenzijde van het toestel. Een te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat het koelelement gedurendeeen lange tijd stilstaat, zodat het toestelde vereiste temperatuur niet kan aan-houden. ~Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in het toe-stel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken. ~Gebruik geen ontdooisprays of -producten om ijs te verwijderen.

Die kunnen immers explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelen ofdrijfgassen bevatten die de kunststofaantasten of ze kunnen de gezondheidschaden. ~Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopendeolie niet in contact komt met dekunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in dekunststof ontstaan, zodat die barst ofscheurt. ~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van het toestel in geen geval eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met on-derdelen van het toestel die onderspanning staan en zo een kortsluitingveroorzaken. Wat met een afgedankttoestel. ~Vernietig het knip- of vergrendelslotvan uw oude toestel als u het afdankt. Op die manier voorkomt u dat spelendekinderen zich in het toestel opsluiten,wat levensgevaarlijk kan zijn.

normaal energieverbruik verhoogd energieverbruikOpstellen In een verluchtbare ruimte. In een gesloten, niet te verluchtenruimteBeschermd tegen directezonnestraling.Bij directe zonnestraling.Niet naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Bij een ideale kamertemperatuur van20 °C.Bij een hogere omgevingstempera-tuur.TemperatuurinstellingThermostaat"niveaugetallen"(regeling in niveaus)Bij een gemiddelde instelling van 2tot 3.Bij een hoge instelling: Hoe lager detemperatuur in het vriesvak, hoe ho-ger het energieverbruik!TemperatuurinstellingThermostaat"graadaanduidingen"(digitaal scherm)Keldervak van 8 tot 12 °CBij toestellen met een winterschake-ling moet u erop letten dat die scha-kelaar bij temperaturen boven 16resp.

18 °C uitgeschakeld is.Koelvak van 4 tot 5 °CPerfectFresh-zone bijna 0 °CVriesvak -18 °CWijnbewaarzone van 10 tot 12 °CGebruik De deur alleen maar zo kort mogelijkopenen.De deur vaak en langdurig openen =koudeverliesLevensmiddelen goed gesorteerdinladen.Wanneer alles door elkaar ligt, moetu lang zoeken en blijft de deur langopenstaan.Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het toestel afkoelen.Warme gerechten in het toestel doende compressor langdurig werken(het toestel probeert harder tekoelen).Levensmiddelen goed verpakt ofgoed afgedekt inladen.Wanneer vloeistoffen in de koelzoneverdampen en condenseren, leidtdat tot verlies van het koelvermogen.Leg ingevroren producten in dekoelzone om ze te ontdooien.Doe de vakken niet te vol zodat delucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het vriesvak bij een ijslaagvan 0,5 cm.Een ijslaag vermindert de overdrachtvan de koude aan de in te vriezen le-vensmiddelen en doet het stroom-verbruik stijgen.Hoe kunt u energie besparen?12

Vóór het eerste gebruikDe roestvrijstalen lijsten op de rekkenen legplaten zijn van een folie voorzienom ze bij het transport te beschermen.^Reinig de binnenruimte en het toebe-horen. Gebruik daarvoor lauw water.Wrijf daarna alles droog met eendoek.^Trek de beschermfolie van de roest-vrijstalen lijsten.Laat het toestel na het transportca. 1/2 tot 1 uur staan voor u hetaansluit.

Dit is zeer belangrijk voorde latere werking!Toestel inschakelen^ Druk op de aan-uittoets, zodat hettemperatuurdisplay aangaat.Wanneer u het toestel in gebruik neemten het toestel warm is, wordt de kamer-temperatuur weergegeven tot de inge-stelde temperatuur is bereikt.Het toestel begint te koelen en de bin-nenverlichting gaat aan als de deurwordt geopend.Om zeker te zijn dat de temperatuurlaag genoeg is, dient u het toestel en-kele uren te laten voorkoelen voordat uvoor het eerst levensmiddelen in hettoestel plaatst.Toestel uitschakelen^Druk ca. 2 seconden op de aan-ui-ttoets.Het temperatuurdisplay gaat uit. Dekoeling is uitgeschakeld.

(Als dit niethet geval is, is de vergrendeling inge-schakeld!)VergrendelingMet de vergrendeling kunt u het toestelbeveiligen, zodat het niet ongewenstwordt uitgeschakeld.Vergrendeling inschakelen^ Hou de toets voor "Super koelen" of"Superfrost" gedurende ca. 5 secon-den ingedrukt.Het controlelampje SC of SF knippert enop het temperatuurdisplay verschijnteen c.^Druk nogmaals op de toets voor "Su-per koelen" of "Superfrost".Toestel in- en uitschakelen13

2 minutenautomatisch over op de normalemodus.Bij langdurige afwezigheidAls u het toestel gedurende lange tijdniet gebruikt, gaat u als volgt te werk:^schakel het toestel uit,^trek de stekker uit het stopcontact,^ontdooi het vriesvak (afhankelijk vanhet model),^reinig het toestel en^laat de toesteldeur op een kier staanom geurvorming te vermijden.Als het toestel bij langdurige afwe-zigheid wordt uitgeschakeld maarniet gereinigd, bestaat er gevaarvoor schimmelvorming als de deurgesloten blijft.Toestel in- en uitschakelen14

Bij het bewaren van levensmiddelen iseen juiste temperatuurinstelling zeerbelangrijk. Levensmiddelen bedervensnel ten gevolge van micro-organis-men. Door de juiste bewaartemperatuurte gebruiken kan dit proces echter wor-den voorkomen of vertraagd. De tem-peratuur beïnvloedt de groeisnelheidvan de micro-organismen. Hoe lager detemperatuur, hoe langzamer dit procesverloopt. De temperatuur in het toestel stijgt–als u vaak en gedurende lange tijdde toesteldeur opent,– hoe meer levensmiddelen er wordenbewaard,– als de verse levensmiddelen warmzijn,– als de omgevingstemperatuur vanhet toestel hoog is. Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereikvan de kamertemperatuur) waarvande onder- en bovengrens moetenworden gerespecteerd. in de koelzoneWe raden een koeltemperatuur van4 °C aan in het midden van het toestel.

in het vriesvak(afhankelijk van het model)Om verse levensmiddelen in te vriezenen ze langdurig te bewaren, is een tem-peratuur van -18 °C vereist. Bij die tem-peratuur komt de groei van micro-orga-nismen in hoge mate tot stilstand. Zo-dra de temperatuur boven -10 °C stijgt,begint de ontbinding door de micro-or-ganismen. De levensmiddelen kunnendan minder lang worden bewaard. Daarom mogen geheel of gedeeltelijkontdooide levensmiddelen pas opnieuwworden ingevroren nadat u ze hebt ver-werkt (door ze te koken of braden). Door de hoge temperaturen worden demeeste micro-organismen gedood. Temperatuur instellenDe temperatuur kunt u met de tweetoetsen naast het temperatuurdisplayinstellen. Door te drukken op detoets + : stelt u een hogere tempera-tuur intoets - :stelt u een lagere temperatuurinTijdens het instellen wordt de insteltem-peratuur knipperend weergegeven.

Ongeveer 5 seconden nadat u delaatste keer op de toetsen hebt ge-drukt, geeft het temperatuurdisplay deeffectieve koeltemperatuur weer. Als u de temperatuur hebt gewijzigd,controleert u het temperatuurdisplay naca. 6 uur als er weinig voedsel in hettoestel zit en na ca. 24 uur als hettoestel volledig gevuld is. Pas dan isde gekozen temperatuur werkelijk inge-steld. Als de temperatuur na die tijd tehoog of te laag is, stelt u een anderetemperatuur in. Mogelijke temperatuurinstellingenDe temperatuur in de koelzone kan van2 °C tot 9 °C worden ingesteld. Het bereiken van de laagste tempera-tuur is afhankelijk van de opstelplaatsen van de omgevingstemperatuur. Bijeen hoge omgevingstemperatuur kande laagste temperatuur niet altijd wor-den bereikt.

Wanneer in het vriesvak diepvriespro-ducten worden bewaard en eenconsistente lage temperatuur moet wor-den gewaarborgd, is een temperatuur-instelling van 2 °C aangewezen. Hou ermee rekening dat de temperatu-ren in het toestel door de volgende fac-toren worden beïnvloed:–de toesteldeur wordt zeer vaak geo-pend,–er zijn grote hoeveelheden levens-middelen ingevroren of–de omgevingstemperatuur is hoog. TemperatuurdisplayHet temperatuurdisplay op het bedie-ningspaneel geeft tijdens normale wer-king de temperatuur weer die heerst opde warmste plaats in het toestel. Het temperatuurdisplay knippert als–een andere temperatuur wordt inge-steld. Een kortstondig koudeverlies vormtgeen probleem als dit ontstaat doordat–de deur van het toestel één keer ge-durende lange tijd geopend blijft,bijv.

om grote hoeveelheden levens-middelen te plaatsen of uit het toe-stel te halen,– u verse levensmiddelen invriest. Zodra de temperatuur daalt en ca. -10 °C heeft bereikt, brandt het tempe-ratuurdisplay weer constant. Als de temperatuur gedurende langeretijd warmer is dan -18 °C, gaat u na ofde ingevroren levensmiddelen gedeel-telijk of volledig ontdooid zijn. In dit ge-val dient u deze levensmiddelen zosnel mogelijk te verbruiken.

Lichtsterkte van het temperatuur-displayDe lichtsterkte van het temperatuurdis-play is bij levering van het toestel inge-steld op laag. Zodra de deur wordt ge-opend, een instelling wordt gewijzigd ofeen alarmtoestand heerst, brandt hettemperatuurdisplay met demaximumlichtsterkte.U kunt de lichtsterkte van het tempera-tuurdisplay wijzigen:^ Hou de toets voor "Super koelen" of"Superfrost" gedurende ca.

5 secon-den ingedrukt.Het controlelampje SC of SF knippert enop het temperatuurdisplay verschijnteen C.^Druk op de een van de toetsen voorhet instellen van temperatuur tot ophet temperatuurdisplay een^ wordtweergegeven.^Druk nogmaals op de toets voor "Su-per koelen" of "Superfrost".^Door op de temperatuurtoetsen tedrukken, kunt u nu de lichtsterkte vanhet temperatuurdisplay wijzigen.U kunt kiezen uit de standen 1 tot 5:1: minimale lichtsterkte,5: maximale lichtsterkte.^Druk op de toets voor "Super koelen"of "Superfrost" om de instelling op teslaan.^Druk op de aan-uittoets om deinstelmodus af te sluiten.Doet u dat niet, dan schakelt de elek-tronische besturing na ca. 2 minutenautomatisch over op de normalemodus.De juiste temperatuur17

Functie Super koelenMet de functie "Super koelen" wordt dekoelzone zeer snel op de koudste waar-de afgekoeld (afhankelijk van de ka-mertemperatuur).Super koelen inschakelenDe functie "Super koelen" is vooral aante bevelen als u grote hoeveelhedenverse levensmiddelen of dranken snelwenst af te koelen.^ Druk op de toets voor "Super koelen",zodat het controlelampje aangaat.De temperatuur in het toestel daalt,doordat het toestel nu werkt met hetmaximale koelvermogen.Super koelen uitschakelenDe functie "Super koelen" wordt auto-matisch na ca. 6 uur uitgeschakeld.

Hetcontrolelampje gaat uit en het toestelwerkt weer met het normale koelvermo-gen.Om energie te sparen, kunt u de functie"Super koelen" zelf uitschakelen zodrade levensmiddelen of dranken koud ge-noeg zijn.^Druk op de toets voor "Super koelen",zodat het controlelampje uitgaat.De koeling van het toestel werkt weermet het normale vermogen.Super koelen gebruiken (afhankelijk van het model)18

Functie SuperfrostOm verse levensmiddelen optimaal inte vriezen, dient u eerst de functie "Su-perfrost" in te schakelen.Op die manier worden de levensmid-delen snel doorvroren en blijven devoedingswaarde, de vitamines, het uit-zicht en de smaak behouden.Uitzonderingen:–Als u reeds ingevroren levensmid-delen in het toestel plaatst.–Als u dagelijks slechts maximaal 1 kglevensmiddelen plaatst.Superfrost inschakelenDe functie "Superfrost" dient u 6 uurvooraf in te schakelen. Pas daarnaplaatst u de levensmiddelen die u wiltinvriezen. Als u het maximale invries-vermogen wenst te gebruiken, dient u24 uur vooraf de functie "Superfrost" inte schakelen!^Druk op de toets voor "Superfrost",zodat het controlelampje aangaat.De temperatuur in het toestel daalt,doordat het toestel nu werkt met hetmaximale koelvermogen.Superfrost uitschakelenDe functie "Superfrost" wordt automa-tisch na ca.

65 uur uitgeschakeld. Hetcontrolelampje gaat uit en het toestelwerkt weer met het normale koelvermo-gen.Om energie te sparen, kunt u de functie"Superfrost" zelf uitschakelen zodra ereen constante temperatuur van min-stens -18 °C in de vrieszone bereikt is.Controleer de temperatuur in het toe-stel.^Druk op de toets voor "Superfrost",zodat het controlelampje voor "Super-frost" uitgaat.De koeling van het toestel werkt weermet het normale vermogen.Superfrost gebruiken (afhankelijk van het model)19

Verschillende koelgedeeltenDoor de natuurlijke luchtcirculatie is detemperatuur in de koelzone niet overalgelijk. De koude, zware lucht daalt naarhet onderste gedeelte van het toestel. Gebruik de verschillende koudezoneswanneer u levensmiddelen in het toe-stel plaatst. Warmste gedeelteHet warmste gedeelte van de koelzonebevindt zich bovenaan aan de deur. Gebruik dit gedeelte bijv. om boter tebewaren, zodat ze gemakkelijk smeer-baar blijft, en voor kaas, zodat hij zijnaroma niet verliest. Koudste gedeelteHet koudste gedeelte van de koelzonebevindt zich direct boven degroenteschalen.

Gebruik dit gedeelte voor alle gevoe-lige en snel bederfbare levensmid-delen, zoals:–vis, vlees, gevogelte,–worst, kant-en-klaargerechten,–gebak en gerechten met eieren ofslagroom–vers deeg, taart-, pizza- quichedeeg,–kaas en andere producten op basisvan verse melk,–in folie verpakte, bereide groenten enin het algemeen alle verse levens-middelen waarvan de minimalehoudbaarheidsdatum is gebaseerdop een bewaartemperatuur van min-stens 4 °C. Bewaar geen explosieve stoffen engeen producten met brandbare drijf-gassen (bijv. spuitbussen) in hettoestel. Ontploffingsgevaar. Sterke drank met een hoog alcohol-percentage enkel rechtop en goedafgesloten in het toestel plaatsen. Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopen-de olie niet in contact komt met dekunststofonderdelen.

Waarop moet u letten wanneeru levensmiddelen kooptDe belangrijkste voorwaarde om le-vensmiddelen lang te kunnen bewaren,is hun versheid. Dat is van het grootstebelang voor de bewaartijd van de prod-ucten. De koelketen mag indien moge-lijk niet onderbroken worden. Let erbijv. op dat de levensmiddelen niet telang in een warme auto blijven liggen. Wanneer het verouderings- ofbederfproces ingezet is, kan dat nietmeer ongedaan gemaakt worden. Eenonderbreking van de koeling geduren-de twee uur zet het bederf al in gang. Levensmiddelen juist bewarenLevensmiddelen moet u altijd goed ver-pakt of goed afgedekt bewaren. Zo ver-mijdt u dat de levensmiddelen vreemdegeuren opnemen of gaan uitdrogen. Tegelijk voorkomt u de overdracht vaneventuele bacteriën. Een correcteinstelling van de temperatuur en eenaangepaste hygiëne vertragen devermenigvuldiging van bacteriën zoalssalmonella.

Fruit en groentenFruit en groenten kunt u wel onverpaktin de fruit- en groenteschalen bewaren. Hou er echter rekening mee dat nietalle fruit- en groentesoorten samen inéén schaal bewaard kunnen worden. Enerzijds worden er geurtjes ensmaken overgedragen (worteltjes bijv. nemen snel de smaak en geur van uienover), anderzijds geven heel wat le-vensmiddelen een natuurlijk gas(ethyleen) vrij waarop andere levens-middelen heel gevoelig reageren zodatze sneller slecht worden. – Voorbeelden van fruit en groentendie veel gas vrijgeven:appelen, abrikozen, peren, nectari-nes, perziken, pruimen, avocado’s,vijgen, bosbessen, meloenen, bo-nen. – Voorbeelden van fruit en groentendie zeer gevoelig reageren op hetnatuurlijke gas van andere soortenfruit en groenten:kiwi’s, broccoli, bloemkool, spruiten,mango’s, honingmeloenen, appelen,abrikozen, augurken, tomaten, pe-ren, nectarines, perziken.

Onverpakte dierlijke en plantaardigelevensmiddelenOnverpakte dierlijke en plantaardige le-vensmiddelen moet u van elkaar schei-den. Als de levensmiddelen samen be-waard moeten worden, dan moeten zein elk geval verpakt zijn. Op die maniervoorkomt u dat er microbiologische ver-anderingen optreden.Levensmiddelen die rijk zijn aaneiwittenHou er rekening mee dat levensmid-delen die rijk zijn aan eiwitten snellerbederven.Schaal- en schelpdieren bederven dussneller dan vis, terwijl vis sneller bederftdan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt. (Folie en reci-piënten openen.) De uitdroging van hetvleesoppervlak remt de kiemvorming afen zorgt daardoor voor een beterehoudbaarheid. Verschillende vlees-soorten mogen niet rechtstreeks met el-kaar in contact komen, maar moeten al-tijd door een verpakking worden ge-scheiden.

Schuif ze met de uit-sparing over de steunribben en ver-plaats ze naar boven of naar onde-ren.De achterste boord van de legplaatmoet naar boven wijzen zodat de le-vensmiddelen niet tegen de achter-wand rusten en daaraan kunnen vast-vriezen.Schuifstoppen voorkomen dat delegplaten ongewild uit het toestel ge-trokken worden.Tweedelige legplaatOm hoge waren, zoals hoge flessen ofrecipiënten, te kunnen plaatsen, is ereen tweedelige legplaat, waarvan u hetvoorste deel voorzichtig onder het ach-terste deel kunt schuiven:^til voorzichtig de achterste helft vande glazen legplaat omhoog.^til gelijktijdig de voorste helft van deglazen plaat lichtjes op en schuif dievervolgens voorzichtig onder de ach-terste helft.Om de halve glazen platen te ver-plaatsen,^neemt u de twee halve glazen platenuit het toestel,^plaatst u de twee houders links enrechts op de steunribben op de ge-wenste hoogte,^en schuift u de glazen platen na el-kaar in het toestel.De glazen plaat met deaanslagboord moet achteraan lig-gen!Rek/flessenrek verplaatsen^ Schuif het rek/flessenrek naar bovenen haal het uit het toestel.^ Plaats het rek/flessenrek op de ge-wenste plaats weer in het toestel.Zorg er daarbij voor dat het goed opde verhogingen wordt vastgedrukt.De binnenruimte indelen23

Het vriesvak gebruikenGebruik het vriesvak om–diepvriesproducten te bewaren,–ijsblokjes te maken,–kleine hoeveelheden levensmiddelenin te vriezen.U kunt tot 2 kg per 24 uur invriezen.Wat gebeurt er als verselevensmiddelen wordeningevroren?Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk volledig worden doorvroren,zodat de voedingswaarde, devitamines, het uitzicht en de smaak be-houden blijven.Hoe langzamer de levensmiddelen wor-den doorvroren, hoe meer vloeistof eruit elke cel naar de tussenruimten loopt.De cellen krimpen.Tijdens het ontdooien kan slechts eendeel van de voordien vrijgekomen vloei-stof naar de cellen terugvloeien.In de praktijk betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen.Dat kunt u zelf vaststellen: tijdens hetontdooien vormt er zich een grote wa-terplas rond het levensmiddel.Als het levensmiddel snel wordtdoorvroren, heeft de celvloeistof mindertijd om uit de cellen naar de tussen-ruimten te lopen.

De cellen krimpenveel minder.Tijdens het ontdooien kan de kleinehoeveelheid vloeistof die naar de tus-senruimten was gelopen, terugkerennaar de cellen, zodat het vochtverlieszeer gering is. Er vormt zich slechtseen kleine waterplas!Diepvriesproducten bewarenAls u diepvriesproducten wenst te be-waren, controleert u tijdens de aankoopin de winkel–de verpakking op beschadigingen,–de houdbaarheidsdatum en–de temperatuur in de koelruimte vande winkeldiepvries. Als die tempera-tuur hoger is dan -18 °C, vermindertde houdbaarheid van de diepvries-producten.^ Koop diepvriesproducten pas op heteinde van het winkelen, en transpor-teer ze in krantenpapier of in eenkoelzak.^ Plaats de diepvriesproducten onmid-dellijk in het vriesvak.Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Zelf levensmiddelen invriezenVries uitsluitend verse levensmiddelenin perfecte staat in. Tips voor het invriezen–Onderstaande levensmiddelen kun-nen worden ingevroren:vers vlees, gevogelte, wild, vis,groenten, kruiden, onbewerkt fruit,zuivelproducten, bakkerijproducten,resten van gerechten, eigeel, eiwiten talrijke kant-en-klaargerechten. –De volgende levensmiddelen zijnniet geschikt om in te vriezen:wijndruiven, bladsalade, radijzen,rammenas, zure room, mayonaise,volledige eieren in de schaal, uien,volledige onbewerkte appelen en pe-ren. – Om de kleur, de smaak, het aromaen de vitamine C te behouden, moetu groenten blancheren voor u ze in-vriest. Doe de groenten in porties ge-durende 2-3 minuten in kokend wa-ter. Neem de groenten daarna uit hetwater en koel ze snel in koud wateraf. Laat de groenten uitdruppen.

–Mager vlees is beter geschikt om inte vriezen dan vet vlees en kan veellanger worden bewaard. –Plaats telkens een folie uit kunststoftussen koteletten, steaks, schnitzelsenz. Zo vermijdt u dat ze tot één bloksamenvriezen. –Rauwe levensmiddelen en geblan-cheerde groenten mag u voor het in-vriezen niet kruiden en zouten. Berei-de levensmiddelen kruidt of zout umaar lichtjes. De smaakintensiteitvan sommige kruiden veranderttijdens het invriezen. –Laat warme levensmiddelen endrank eerst buiten het toestel afkoe-len. Anders worden reeds ingevrorenlevensmiddelen even ontdooid. Ditleidt bovendien tot een hogerstroomverbruik. Verpakken^Vries de levensmiddelen per portiein.

Voor u levensmiddelen in het toestellegt^Schakel enige tijd vooraf de functie"Superfrost" in (zie "Superfrost ge-bruiken").De levensmiddelen die al in het toestelliggen, krijgen zo een koudereserve.Levensmiddelen in het toestel leggen^Leg de levensmiddelen naast elkaarop de bodem van het vriesvak, zodatze zo snel mogelijk tot in de kern wor-den ingevroren.^ Leg de levensmiddelen droog in hettoestel om te vermijden dat ze aan el-kaar of aan het toestel vastvriezen.In te vriezen levensmiddelen mogenniet in aanraking komen met reedsingevroren levensmiddelen.

Anderszouden deze ontdooien.^ Schakel de functie "Superfrost" weeruit.Ingevroren levensmiddelenontdooienIngevroren levensmiddelen kunt u opverschillende manieren ontdooien:–in de microgolfoven,–in de gewone oven met de functie"Hetelucht" of "Ontdooien",–bij kamertemperatuur,–in de koelkast (de koude die de inge-vroren levensmiddelen afgeven,wordt gebruikt om te koelen),–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnenlicht ontdooid in een hete pan wordengelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur in deverpakking of in een afgedekte schotelworden ontdooid.Groenten kunnen over het algemeenbevroren in kokend water worden ge-daan of in heet vet worden gestoofd.Wegens de gewijzigde celstructuur isde bereidingstijd iets korter dan bij ver-se groenten.Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Pas nadat u de levensmiddelenhebt verwerkt (koken of braden),kunt u ze opnieuw invriezen.IJsblokjes maken^Vul het bakje voor ijsblokjes voor driekwart met water en plaats het op debodem van het vriesvak.^Gebruik een stomp voorwerp, bijv.een lepelsteel, om een vastgevrorenbakje voor ijsblokjes los te maken.^De ijsblokjes komen gemakkelijk losuit het bakje als u het kort onder stro-mend water houdt.Invriezen en bewaren (afhankelijk van het model)26

KoelzoneDe koelzone ontdooit automatisch.Terwijl de compressor draait, kunnen errijp en waterpareltjes worden gevormdop de achterzijde van de koelzone. Diehoeft u niet te verwijderen omdat ze au-tomatisch verdampen door de warmtevan de compressor.Het dooiwater loopt via een gootje eneen afvoerbuis naar eenverdampsysteem aan de achterzijdevan het toestel.Zorg ervoor dat het dooiwater altijdongehinderd kan weglopen. Houmet het oog daarop het gootje en deafvoeropening schoon.Vriesvak(volgens het model)Het vriesvak kan niet automatisch ont-dooien.Door de normale werking worden er naverloop van tijd rijp en ijs op hetkoeloppervlak gevormd.

Daardoor ver-mindert de koudeafgifte en stijgt hetstroomverbruik.Schraap de rijp- of ijslagen niet wegomdat het koeloppervlak anders be-schadigd kan worden.Het toestel functioneert dan nietmeer.Ontdooi het vriesvak geregeld, maar ui-terlijk als er zich een ijslaag van ca.0,5 cm dik heeft gevormd. Doe dat bijvoorkeur als het toestel weinig of geenbevroren goederen bevat.Voor het ontdooien^Neem de levensmiddelen uit hetvriesvak en wikkel ze in verschillendelagen krantenpapier of in een deken.^Bewaar de ingevroren levensmid-delen op een koele plaats tot hetvriesvak weer gebruiksklaar is.Ontdooien28

Het ontdooien zelfOntdooien moet snel gebeuren. Hoelanger u de ingevroren levensmid-delen bij kamertemperatuur be-waart, des te korter wordt de houd-baarheid van de ingevroren levens-middelen.^Schakel het toestel uit en trek destekker uit het stopcontact.^Laat de deur van het vriesvak open.^Zuig het dooiwater op met eenspons.U kunt het ontdooien versnellen doorop een onderlegger een pot met heet(niet kokend) water in het vriesvak teplaatsen. In dat geval laat u de deurtijdens het ontdooien gesloten, zodatde warmte niet kan ontsnappen.Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in hettoestel om het te ontdooien. Dekunststof zou beschadigd raken.Gebruik geen ontdooisprays of-producten om ijs te verwijderen.

Diekunnen immers explosieve gassenvormen, oplos- of drijfmiddelen be-vatten, of de gezondheid schaden.Na het ontdooien^Reinig het toestel en droog het.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater lo-pen.^Sluit het toestel weer aan en schakelhet in.^Leg de ingevroren levensmiddelenweer in het vriesvak.Ontdooien29

Gebruik nooit reinigingsmiddelen diezand, schuurmiddelen, soda, zurenof chloorverbindingen bevatten. Ge-bruik ook geen chemische oplos-middelen.Ook ongeschikt zijn zogenaamdeschuurmiddelen die "vrij zijn vanschuurmiddelen", want die veroorza-ken matte vlekken.Zorg ervoor dat er geen water in deelektronica, de verlichting of de ven-tilatieroosters terechtkomt.Er mag geen reinigingswater doorde afvoeropening voor het dooiwaterlopen.Gebruik geen stoomreiniger. Destoom kan terechtkomen op onder-delen van het toestel die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in het toestel magniet worden verwijderd.

De informa-tie op dit plaatje is belangrijk in ge-val van een storing.Vóór het reinigen^Schakel het toestel uit en trek destekker uit het stopcontact of schakelde zekering uit.^Haal de levensmiddelen uit het toe-stel en bewaar ze op een koeleplaats.^Ontdooi het vriesvak (afhankelijk vanhet model).^Neem alle onderdelen die kunnenworden uitgenomen uit het toestel omhet gemakkelijker te kunnen reinigen.Buitenwanden, binnenruimte,toebehoren^Reinig de koelzone minstens 1 keerper maand en het vriesvak (afhanke-lijk van het model) na elkeontdooiing.^Reinig alle onderdelen met de hand.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd kan weglopen.^ Veeg de buitenwanden, de binnen-ruimte en het toebehoren na de reini-ging af met een doek die met schoonwater is vochtig gemaakt.

Wrijf ver-volgens alles droog met een doek.Laat de deur van het toestel korte tijdopenstaan.Ventilatieroosters^Reinig de ventilatieroosters regelma-tig met een kwast of een stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt, ver-hoogt het energieverbruik.Reinigen30

Achterzijde - metalen roosterMinstens 1 keer per jaar moet het stofvan het metalen rooster aan de achter-zijde van het toestel (warmtewisselaar)worden verwijderd. Wanneer er zichstof ophoopt, neemt het energiever-bruik toe.^Let er bij het reinigen van het metalenrooster op dat u geen kabels of an-dere onderdelen aftrekt, knikt of be-schadigt.DeurdichtingBehandel de deurdichting niet metolie of vet. Anders wordt ze na ver-loop van tijd poreus.Reinig de deurdichting regelmatig uit-sluitend met schoon water en wrijf zedaarna grondig droog met een doek.Na het reinigen^Plaats alle onderdelen in het toestel.^Steek de stekker van het toestel weerin het stopcontact en schakel het toe-stel weer in.^Leg de levensmiddelen in het toestelen sluit de deur.Reinigen31

Herstellingen aan elektrische toe-stellen mag u enkel en alleen dooreen vakman of vakvrouw laten uit-voeren. Door ondeskundig uitge-voerde herstellingen kunnen er niette onderschatten risico's voor de ge-bruiker ontstaan.Wat gedaan als.... . . het toestel niet koelt?^Controleer of het toestel ingescha-keld is. Het temperatuurdisplay moetbranden.^ Controleer of de stekker van het toe-stel goed in het stopcontact zit.^ Controleer of de desbetreffende ze-kering in uw zekeringenkast uitge-schakeld is.Als dit het geval is, doet u een beroepop de dienst Herstellingen aan huis vanMiele.. . . de temperatuur in de koelzone telaag is?^Stel een hogere temperatuur in.^Ga na of de deur van het vriesvakgoed gesloten is.^Werd een grote hoeveelheid levens-middelen in één keer ingevroren?Omdat de compressor daardoor zeerlang werkt, daalt de temperatuur inde koelzone automatisch.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele K 12024 S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden