Miele G 6572 SCVi Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele G 6572 SCVi (100 pagina’s), behorend tot de categorie Afwasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen. Heb je een vraag over Miele G 6572 SCVi of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Afwasmachine |
| Model: | G 6572 SCVi |
| Apparaatplaatsing: | Volledig ingebouwd |
| Soort bediening: | Knoppen |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 45000 g |
| Breedte: | 598 mm |
| Diepte: | 570 mm |
| Hoogte: | 805 mm |
| Netbelasting: | 2200 W |
| Aantal couverts: | 14 couverts |
| Deurkleur: | Niet van toepassing |
| Snoerlengte: | 1.7 m |
| Uitgestelde start timer: | Ja |
| Startvertraging: | 24 uur |
| Resterende tijd indicatie: | Ja |
| Droogklasse: | A |
| Geluidsniveau: | 41 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 237 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+++ |
| Installatie compartiment breedte: | 600 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 570 mm |
| Waterconsumptie per cyclus: | 9.7 l |
| Stroom: | 10 A |
| Installatie compartiment hoogte (min): | 805 mm |
| Aantal wasprogramma's: | 10 |
| Diepte wanneer de deur open is: | 1165 mm |
| Productafmeting: | Volledige grootte (60 cm) |
| Kleur bedieningspaneel: | Roestvrijstaal |
| LED backlight: | Ja |
| Automatisch wasmiddel detectie: | Ja |
| Glasbescherming: | Ja |
| Half-geladen: | Ja |
| Afwasprogramma's: | Auto, Glass/delicate, Eco, Intensive, Normal, Quick, Silent |
| Energieverbruik per cyclus: | 0.84 kWu |
| Jaarlijks waterverbruik: | 2716 l |
| Lengte afvoerslang: | 1.5 m |
| Lengte watertoevoerslang: | 1.5 m |
| Installatie compartiment hoogte (max): | 870 mm |
| Temperatuur (max): | 75 °C |
| Stroomverbruik (indien uit): | 0.1 W |
| Backlight-kleur: | Wit |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
| Type beeldscherm: | LED |
Handleiding Miele G 6572 SCVi – volledige tekst
Inhoud2 Algemeen. 5Het apparaat in èèn oogopslag. 5Bedieningspaneel. 6Werking van het display. 7Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 8Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 18Het verpakkingsmateriaal. 18Het afdanken van een apparaat. 18Zuinig afwassen. 19Verbruiksweergave EcoFeedback. 20Ingebruikneming van het apparaat. 21Deur openen. 21Deur sluiten. 21Basisinstellingen. 22Voor het eerste gebruik hebt u nodig:. 24Regenereerzout. 24Regenereerzout doseren. 25Regenereerzout bijvullen. 26Naspoelmiddel. 27Naspoelmiddel doseren. 27Naspoelmiddel bijvullen. 28Serviesgoed en bestek inruimen. 29Waar u op moet letten. 29Bovenrek. 31Verstellen bovenrek. 33Onderrek. 34Bestek. 373D-besteklade (modelafhankelijk). 37Bestekkorf (afhankelijk van het model). 38Voorbeelden voor de indeling. 39Afwasautomaat met besteklade. 39Afwasautomaat met bestekkorf. 41Bediening. 43Reinigingsmiddelen.
Algemeen5Het apparaat in èèn oogopslagaBovenste sproeiarm (niet zichtbaar) bBesteklade (afhankelijk van het mo‐del) cBovenrek dMiddelste sproeiarm eLuchttoevoer voor het drogen (afhan‐kelijk van het model) fOnderste sproeiarm gZeefcombinatie hTypeplaatje iReservoir voor naspoelmiddel jTweevaksdoseerbakje voor reini‐gingsmiddel kReservoir voor regenereerzout lOptische functiecontrole
Algemeen6BedieningspaneelaOptische functiecontrole bProgrammakeuze cOptietoetsen met controlelampjes dPijltoetsen e - toets (FlexiTimer) met controle‐lampje fOK - toets gDisplay h - toets (Programmakeuze) i - toets (Aan/Uit) In deze gebruiksaanwijzing worden afwasautomaten beschreven die in hoogtekunnen verschillen.Deze modellen worden in de gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid:Normaal = Afwasautomaten met een hoogte van 80,5 cm (inbouwapparaat)resp. een hoogte van 84,5 cm (vrijstaand apparaat)XXL = Afwasautomaten met een hoogte van 84,5 cm (inbouwapparaat)
Algemeen7Werking van het displayAlgemeenVia het display kunt u kiezen, resp. in‐stellen:– het programma– de FlexiTimer (Voorprogrammering)– het menu "Instellingen"Het display kan het volgende aangeven:– de programmafase– de vermoedelijke resttijd– het energie- en waterverbruik (Eco‐Feedback)– eventuele controle- en storingsmel‐dingen en aanwijzingenEen paar minuten nadat u voor hetlaatst een toets hebt bediend, gaat deafwasautomaat in standby om energiete besparen.Druk op de - toets om de standbyuit te schakelen.Menu "Instellingen"In het menu "Instellingen" kunt u deelektronica van uw afwasautomaat aanuw wensen aanpassen. U kunt via eenbepaalde toetsencombinatie in dit me‐nu komen (zie hoofdstuk: "Menu "In‐stellingen").De pijlen links en rechts in het displaygeven aan dat er meer keuzemogelijk‐heden volgen.
Met de pijltoetsen naast het display kunt u de verschillen‐de varianten kiezen.Met de OK - toets kunt u keuzes ofmeldingen bevestigen en naar het vol‐gende menu of naar een ander menuni‐veau gaan.De ingestelde variant is met een vinkje aangegeven.Wanneer u een submenu weer wilt ver‐laten, kies dan in het display met depijltoetsen de optie Terug en be‐vestig uw keuze met de OK-toets.Wanneer u een paar seconden niet opeen toets drukt, springt het displayweer terug naar het vorige menuniveau.Begin dan van voren af aan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Deze afwasautomaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalin‐gen. Ondeskundig gebruik kan echter persoonlijk letsel en schadeaan het apparaat veroorzaken.Lees de montagehandleiding en de gebruiksaanwijzing aandach‐tig door voordat u de afwasautomaat in gebruik neemt. Dat is vei‐liger voor uzelf en u voorkomt schade aan het apparaat.Bewaar de montagehandleiding en de gebruiksaanwijzing en geefdeze door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voorschade die daarvan het gevolg is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Efficiënt gebruik Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens‐huis. Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor het afwassenvan huishoudservies. Het gebruik voor andere doeleinden is ontoe‐laatbaar en kan gevaarlijk zijn. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteld‐heid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het apparaat nietin staat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door eenverantwoordelijk persoon.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Kinderen Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de af‐wasautomaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de afwasautomaat alleen danzonder toezicht gebruiken, als ze daar uitleg over hebben gehad. Zemoeten inzien wat voor gevaar zij lopen wanneer ze het apparaatniet goed bedienen. Kinderen mogen de afwasautomaat niet zonder toezicht reinigenof onderhouden. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van deafwasautomaat bevinden. Laat ze nooit met het apparaat spelen omte voorkomen dat ze zich daarin opsluiten. Als de automatische deuropening (afhankelijk van het model) ge‐activeerd is, mogen kleine kinderen zich niet bij de deur van de af‐wasautomaat bevinden.
In het onwaarschijnlijke geval van een sto‐ring, bestaat kans op letsel. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten het bereik vankinderen in verband met verstikkingsgevaar. Zorg ervoor dat kinderen niet met reinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in monden keel veroorzaken of tot verstikking leiden. Laat kinderen niet bijde afwasautomaat komen als deze geopend is. Er zouden nog res‐ten reinigingsmiddelen in de automaat aanwezig kunnen zijn. Ga di‐rect naar de dokter wanneer uw kind reinigingsmiddel binnengekre‐gen heeft.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Technische veiligheid Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen al‐leen door een door Miele geautoriseerde vakman / vakvrouw wordenuitgevoerd. Door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden kan degebruiker risico's lopen. Installatie-, onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden mogen alleen door een door Miele geautoriseerde vak‐man / vakvrouw worden uitgevoerd. Door ondeskundig uitgevoerdewerkzaamheden kan de gebruiker risico's lopen. Controleer vóórdat de afwasautomaat wordt geplaatst, of hijzichtbaar beschadigd is. Is dat het geval, neem hem dan in geen ge‐val in gebruik. Een beschadigde afwasautomaat kan uw veiligheid ingevaar brengen. De elektrische veiligheid van dit apparaat is alleen dan gewaar‐borgd als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol‐gens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.
Laat dehuisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade dieis ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv.een elektrische schok). De betrouwbare en veilige werking van de afwasautomaat is uit‐sluitend gegarandeerd, wanneer de afwasautomaat op het openbareelektriciteitsnet is aangesloten. De afwasautomaat mag alleen via een 3-polige stekker met rand‐aarde op het elektriciteitsnet worden aangesloten. De stekker magniet worden afgeknipt en niet vast aangesloten. U moet na plaatsingvan het apparaat zonder problemen bij het stopcontact kunnen ko‐men, zodat u er ieder moment de stekker uit kunt trekken. Wanneer zich in de buurt van de afwasautomaat een elektrischapparaat bevindt, let er dan op dat de stekker van dit apparaat nietschuilgaat achter de afwasautomaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 De afwasautomaat mag niet onder een kookplaat worden geïn‐stalleerd. Een kookplaat straalt voor een deel hoge temperaturen afdie de automaat kunnen beschadigen. Om dezelfde reden mag deafwasautomaat niet direct naast hitteproducerende apparaten wor‐den geplaatst die niet standaard tot de keukenuitrusting behoren,zoals kachels. Vergelijk vóórdat u het apparaat aansluit de aansluitgegevens (ze‐kering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen.
Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. Dit apparaat mag pas dan op het elektriciteitsnet worden aange‐sloten, nadat het is geplaatst en gemonteerd (inclusief deurveerin‐stelling). De afwasautomaat mag uitsluitend worden gebruikt, als het deur‐mechanisme goed functioneert, omdat anders als de automatischedeuropening (afhankelijk van het model) geactiveerd is een gevaarkan ontstaan.Een goed functionerend deurmechanisme voldoet aan de volgendevoorwaarden:– De deurveren moeten aan beide kanten gelijkmatig worden inge‐steld. Wanneer u de deur half, d.w.z.
in een hoek van 45°, open‐doet en daarna loslaat moet de deur in die positie blijven staan enniet zomaar naar beneden klappen.– De deurvergrendelingsrail schuift na de droogfase bij het openenvan de deur weer automatisch in. Deze afwasautomaat mag niet op het elektriciteitsnet wordenaangesloten via meervoudige stopcontacten of via verlengsnoerendie daarvoor niet geschikt zijn. Dit in verband met gevaar voor over‐verhitting. Deze afwasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zo‐als een boot) worden gebruikt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Plaats uw afwasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Sluit om schade aan het apparaat te voorkomen de afwasauto‐maat alleen op een volledig ontlucht leidingnet aan. Dompel de kunststof ommanteling van de wateraansluiting niet invloeistof, want deze bevat een elektrisch ventiel. In de watertoevoerslang bevinden zich spanningvoerende delen.De slang mag daarom niet worden ingekort. Het ingebouwde Waterproof-systeem biedt optimale beschermingtegen waterschade als aan de volgende voorwaarden is voldaan:– De automaat moet volgens de voorschriften zijn geïnstalleerd.– Wanneer er duidelijk sprake is van schade moet het apparaatworden gerepareerd, resp.
moeten onderdelen worden vervan‐gen.– De kraan moet bij langdurige afwezigheid (bijvoorbeeld tijdens va‐kanties) worden dichtgedraaid.Het Waterproof-systeem functioneert ook wanneer de afwasauto‐maat is uitgeschakeld. Het apparaat moet dan wel op het elektrici‐teitsnet zijn aangesloten. De waterdruk (druk op de wateraansluiting) moet tussen 30 en1000 kPa (0,3 en 10 bar) liggen. Een beschadigde afwasautomaat kan uw veiligheid in gevaarbrengen. Stel het apparaat meteen buiten werking wanneer het be‐schadigd is en neem contact op met uw leverancier of met de afde‐ling Klantcontacten van Miele Nederland. De garantie vervalt als de afwasautomaat niet door een doorMiele geautoriseerde vakman / vakvrouw wordt gerepareerd.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van deze Miele onderdelen kunnen wij ga‐randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mag ergeen elektrische spanning op de afwasautomaat staan. Schakeldaarvoor het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. Een beschadigde aansluitkabel mag alleen door een aansluitkabelvan hetzelfde type worden vervangen. Deze is verkrijgbaar bij de af‐deling Onderdelen van Miele Nederland B.V. Om veiligheidsredenenmag de kabel alleen door een door Miele geautoriseerde vakman /vakvrouw of door een technicus van Miele Nederland B.V.
wordenvervangen.Correcte plaatsing Neem bij plaatsing en aansluiting van de afwasautomaat de in‐structies in de montagehandeiding in acht. De afwasautomaat heeft een aantal metalen onderdelenwaaraan u zich kunt snijden of anderszins verwonden. Weesdaarom vòòr en tijdens het monteren van het apparaat heelvoorzichtig. Draag handschoenen ter bescherming. De afwasautomaat moet waterpas worden geplaatst. Onder of in te bouwen afwasautomaten mogen omwille van destabiliteit uitsluitend worden geplaatst onder een doorlopend werk‐blad dat is vastgeschroefd aan de kasten die ernaast staan. Wanneer u een vrijstaande afwasautomaat wilt onderbouwen, ver‐wijder dan de vrijstaande sokkel en vervang deze door een sokkel‐paneel voor een onderbouwafwasautomaat. Dit paneel zit in dedaarvoor bestemde onderbouwset. Zonder dit paneel loopt u dekans om zich aan uitstekende metalen delen te bezeren.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15 De deurveren moeten aan beide kanten gelijkmatig worden inge‐steld. Wanneer u de deur half, d.w.z. in een hoek van 45°, opendoeten daarna loslaat moet de deur in die positie blijven staan en niet zo‐maar naar beneden klappen.De afwasautomaat mag alleen in gebruik worden genomen wanneerde deurveren op de juiste wijze zijn ingesteld.Veilig gebruik Gebruik geen oplosmiddelen in de spoelruimte in verband met ex‐plosiegevaar. Adem geen poedervormige reinigingsmiddelen in! Slik geen reini‐gingsmiddelen in! Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in neus,mond en keel veroorzaken.
Ga direct naar de dokter wanneer u reini‐gingsmiddelen heeft ingeademd of ingeslikt. Laat de deur van de afwasautomaat niet onnodig openstaan omte voorkomen dat u zich daaraan stoot of erover struikelt. Wanneer de deur van de afwasautomaat open staat, ga daar danniet op zitten of staan om te voorkomen dat het apparaat gaat kan‐telen, dat u daarbij letsel oploopt en/of het apparaat beschadigdraakt. Het serviesgoed kan na afloop van een programma zeer heet zijn!Laat het serviesgoed daarom na het uitschakelen van de automaatzo lang in de afwasautomaat afkoelen, totdat u het goed kunt vast‐pakken. Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen en naspoelmiddelen voorhuishoudafwasautomaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor dehandafwas! Gebruik geen reinigingsmiddelen die voor bedrijfsafwasautomatenof industriereinigers bestemd zijn om materiële schade en hevigechemische reacties, bijv.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen16 Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het re‐servoir voor naspoelmiddel om te voorkomen dat het reservoir kapotgaat. Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het re‐servoir voor regenereerzout om te voorkomen dat de ontharder ka‐pot gaat. Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout ofandere zuivere ingedampte zouten. Gebruik in geen geval anderesoorten zout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout be‐vatten soms niet in water op te lossen deeltjes die een nadelig effectkunnen hebben op de werking van de ontharder. Heeft u een afwasautomaat met een bestekkorf, kunt u het bestekhet beste in de bestekkorf plaatsen met de grepen beneden en metde scherpe kant boven. Dan wordt het bestek gemakkelijker schoonen droog.
Loopt u daardoor echter de kans om zich aan de scherpekant van de messen en de punten van de vorken te bezeren, dankunt u het bestek het beste met de grepen boven en met de scherpekant beneden plaatsen. Reinig geen kunststof vaatwerk in de afwasautomaat dat niet hit‐tebestendig is zoals wegwerpbakjes of wegwerpbestek. Dit soortvaatwerk kan door de hoge temperaturen vervormen. Zorg er bij gebruik van de optie "FlexiTimer / Voorprogrammering"(afhankelijk van het model) voor, dat het doseerbakje voor het reini‐gingsmiddel droog is. Reinigingsmiddel gaat in een vochtig doseer‐bakje klonteren en wordt misschien niet volledig weggespoeld. Informatie over de beladingscapaciteit van de afwasautomaat ziehoofdstuk: "Technische gegevens".
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen17Accessoires Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga‐rantie-aanspraken vervallen.Afdanken afwasautomaat Voorkom dat kinderen zich in het apparaat opsluiten door de sluit‐haak van het deurslot te verwijderen en zo het deurslot onbruikbaarte maken.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu18Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak‐kingsmateriaal is uitgekozen omdat dithet milieu relatief weinig belast en kanworden hergebruikt.Het gaat om het volgende materiaal:Buitenverpakking:– Golfkarton van 100 % recyclingmate‐riaal, Alternatief: wikkelstretchfolie van po‐lyethyleen (PE)– Kunststof transportriemen van poly‐propyleen (PP)Binnenverpakking:– Expandeerbaar polystyrol (EPS) zon‐der chloor- of fluortoevoegingen– Bodem, dekselframe en steunlijstenvan onbehandeld natuurhout afkom‐stig uit beschermde bossen– Beschermfolie van polyethyleen (PE)Hergebruik van het verpakkingsmateri‐aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen.
De vakhan‐delaar neemt de verpakking terug ofwijst u de dichtst bijgelegen plaats waaru de verpakking kwijt kunt.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten meestal nog waarde‐volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge‐weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren. Wanneer u uw ou‐de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu. Doe uw oude apparaat daar‐om nooit bij het gewone huisafval.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek‐tronische apparatuur.
Vraag uw hande‐laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge‐slagen.Alle kunststof onderdelen van het appa‐raat zijn met internationale tekens ge‐markeerd. Daardoor is het bij het afdan‐ken van het apparaat mogelijk om deverschillende soorten kunststof ge‐scheiden te verwerken en te recyclen.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu19Zuinig afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterst wa‐ter- en energiebesparend.U kunt nog zuiniger te werk gaan, in‐dien u de volgende adviezen opvolgt:– Maak gebruik van de volledige bela‐dingscapaciteit van de rekken zonderde afwasautomaat te overladen.– Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de mate vanverontreiniging.– Kies het programma ECO (indien aan‐wezig). De water- en energiebespa‐ring is voor normaal verontreinigdvaatwerk bij dit programma hetgrootst.– Kies bij een warmwateraansluiting hetprogramma SolarSpaar voor het reini‐gen van licht tot normaal verontrei‐nigd vaatwerk. Bij dit programmawordt het reinigingswater niet verderverwarmd.
Daardoor kan het vaat‐werk na afloop van het programmavochtiger zijn dan bij andere pro‐gramma's.– Volg de doseeradviezen op die op deverpakking van het afwasmiddelstaan.– Bij gebruik van poedervormige ofvloeibare reinigingsmiddelen kunt ude dosering met 1/3 verminderen,wanneer de rekken maar half beladenzijn.Zie voor zuinig afwassen ookwww.miele.nl.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu20Verbruiksweergave EcoFeed‐backMet de instelling Verbruik kunt u hetenergie- en waterverbruik van uw af‐wasautomaat opvragen. Zie ook hoofd‐stuk: "Menu "Instellingen"", paragraaf:"Verbruik".Het gaat om drie soorten informatie:– een verbruiksprognose vòòr de startvan het programma– het werkelijke verbruik na afloop vanhet programma– het totale verbruik van de afwasauto‐maat tot dan toe1. VerbruiksprognoseNadat u een programma heeft gekozen,verschijnt eerst de programmanaam inhet display en daarna enkele secondenlang een prognose van het energie- enwaterverbruik van het desbetreffendeprogramma.De prognose wordt met balkjes aange‐geven. Hoe meer balkjes te zien zijn,des te hoger het energie- resp.
water‐verbruik is.Het verbruik kan veranderen al naar ge‐lang het lopende programma en de in‐gestelde opties.In het display verschijnt nu automatischeen scherm waarin u de resttijd wordtweergegeven.De verbruiksweergave is vanuit de fa‐briek ingeschakeld. U kunt de weergaveook uitschakelen. Dit geldt ook voor hetwerkelijke verbruik na afloop van eenprogramma. Zie hoofdstuk: "Menu "In‐stellingen"", paragraaf: "Verbruik".2. Het werkelijke verbruikNa afloop van het programma ver‐schijnt het werkelijke verbruik van hetafgelopen programma in het display. Open de deur na afloop van het pro‐gramma. Druk op de OK - toets, wanneer demelding Verbruik (OK) in het displayverschijnt.Zodra de afwasautomaat wordt uit‐geschakeld, worden de verbruiksge‐gevens van het gedraaide program‐ma gewist.3. Totale verbruikMet de instelling Verbruik kunt u ook hettotale verbruik opvragen.
Ingebruikneming van het apparaat21Deur openenBij programma’s met een droogfasegaat de deur na afloop van een pro‐gramma automatisch op een kier open.Dat bevordert het droogproces. Ziehoofdstuk: "Programma-overzicht".U kunt deze functie ook uitschakelen.Zie hoofdstuk: "Menu "Instellingen"",paragraaf: "AutoOpen". Trek de deur aan de handgreep open. Doe de deur nu helemaal open.Wanneer de deur wordt geopend terwijler een programma loopt, worden allereinigingsfuncties automatisch onder‐broken. Wanneer het water in de afwas‐automaat heet is, loopt u het risicoom zich te verbranden.Moet u de deur beslist openen terwijler een programma loopt, doe datdan heel voorzichtig. Zorg ervoor dat de deur zonderproblemen open kan.Deur sluiten Schuif de rekken naar binnen. Sluit de deur totdat deze vastklikt. Pas op!Kom niet met uw handen in het ge‐deelte waar de deur sluit.
Ingebruikneming van het apparaat22Basisinstellingen Open de deur. Schakel de afwasautomaat met de - toets in.Wordt het apparaat voor het eerst inge‐schakeld, dan verschijnt kort "MieleWillkommen" in het display.TaalIn het display verschijnt nu een schermwaarin u de taal kunt instellen die u inhet display wilt hebben. Kies met de pijltoetsen de ge‐wenste taal en indien nodig het ge‐wenste land en bevestig uw keuzemet de OK - toets.Over de werking van het display ziehoofdstuk: "Beschrijving van het ap‐paraat", paragraaf: "Werking van hetdisplay".De ingestelde taal is met een vinkje aangegeven.DagtijdIn het display verschijnt nu een schermwaarin u de actuele dagtijd kunt instel‐len.Dit is noodzakelijk wanneer u de pro‐gramma-optie "FlexiTimer" gebruikt. Voer met de pijltoetsen de urenin en bevestig deze met de OK -toets. Voer daarna de minuten in en beves‐tig deze met de OK - toets.Wanneer u uw vinger op de pijltoetsen laat rusten, dan gaat de teller au‐tomatisch omhoog, resp.
Ingebruikneming van het apparaat23WaterhardheidIn het display verschijnt nu een schermwaarin u de waterhardheid kunt instel‐len.– De afwasautomaat moet precies wor‐den geprogrammeerd naar de hard‐heid van uw water.– Het plaatselijke waterleidingbedrijfkan u vertellen wat voor hardheids‐graad uw water precies heeft.– Bij een variërende waterhardheid(bijv.
10 - 15°dH) moet altijd de hoog‐ste waarde worden geprogrammeerd(in dit voorbeeld 15°dH).Bij een eventuele reparatie is het voorde monteur makkelijk om de hardheidvan uw water te weten.Noteer daarom de hardheid van uw wa‐ter:____________°dHVanuit de fabriek is een waterhardheidvan 15°dH (2,7 mmol/l) geprogram‐meerd. Kies met de pijltoetsen de juistewaterhardheid en bevestig uw keuzemet de OK - toets.Meer informatie over de instelling vande waterhardheid zie hoofdstuk: "Me‐nu "Instellingen"", paragraaf: "Water‐hardheid".Daarna verschijnt de melding Apparaat isklaar voor gebruik.Nadat u deze melding met de OK -toets heeft bevestigd, kunnen de vol‐gende meldingen in het display ver‐schijnen: Vul zout bij. en Vul na-spoelmid. bij.. Doseer indien nodig regenereerzouten naspoelmiddel.
Zie hoofdstuk: "In‐gebruikneming van het apparaat",paragrafen: "Renereerzout" en "Na‐spoelmiddel". Bevestig de meldingen met de OK -toets.In het display verschijnt kort de naamvan het gekozen programma; het bijbe‐horende controlelampje gaat branden.Daarna verschijnt enkele seconden langeen prognose van het energie- en wa‐terverbruik van het desbetreffende pro‐gramma.Daarna verschijnt de vermoedelijke pro‐grammaduur in het display.De basisinstellingen worden opgesla‐gen, zodra er een volledig programmais afgewerkt.
Ingebruikneming van het apparaat24Voor het eerste gebruik hebt unodig:– ca. 1 kg regenereerzout,– reinigingsmiddel voor huishoudaf‐wasautomaten,– naspoelmiddel voor huishoudafwas‐automaten.Iedere afwasautomaat wordt in de fa‐briek op zijn werking getest. Als ge‐volg van deze tests blijft er water inhet apparaat achter. Dit betekent nietdat het apparaat eerder door een an‐dere consument is gebruikt.RegenereerzoutOm goede reinigingsresultaten te berei‐ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig. Bij hard waterontstaat er witte kalkaanslag op hetvaatwerk en op de wanden van despoelruimte. Water met een waterhardheid van 4°dH(0,7 mmol/l) moet daarom worden ont‐hard. Daar wordt in de ingebouwde wa‐terontharder automatisch voor gezorgd.De waterontharder is geschikt voor eenwaterhardheid tot 70°dH (12,6 mmol/l).De waterontharder heeft daarvoor welregenereerzout nodig.
Echter: bij gebruik van combi-tabshoeft u al naar gelang de waterhardheid(< 21°dH) geen regenereerzout te dose‐ren. Zie hoofdstuk: "Bediening", para‐graaf: "Reinigingsmiddelen".Als de hardheid van uw water steedsonder de 5°dH (= 0,9 mmol/l) ligt,hoeft u geen zout te doseren. De bij‐vulcontrole wordt automatisch uitge‐schakeld. Reinigingsmiddel beschadigt deontharder.Doseer geen poedervormig of vloei‐baar reinigingsmiddel in het reservoirvoor regenereerzout. Gebruik uitsluitend speciaal grof‐korrelig regenereerzout of anderezuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval keukenzout ofstrooizout. Deze zoutsoorten bevat‐ten soms niet oplosbare deeltjes dieeen nadelig effect kunnen hebben opde werking van de ontharder.
Ingebruikneming van het apparaat25Regenereerzout doseren Open de deur van de automaat onge‐veer halverwege, zodat het zoutgoed in het reservoir kan stromen. Open het klepje van het zoutreservoirdoor op het knopje te drukken in derichting van de pijl.Het klepje springt open. Klap de trechter open.Giet geen water in het reservoir! Doseer maximaal zoveel zout in hetzoutreservoir totdat het vol is of erwater uit de opening loopt. In hetzoutreservoir kan afhankelijk van hetsoort zout max. ca. 1 kg.Doseer nooit meer dan 1 kg in hetreservoir.Iedere keer wanneer u zout doseert,kan er water over de rand van het reser‐voir lopen. Verwijder de zoutresten rond de vul‐opening en sluit het klepje van het re‐servoir. Start direct na het doseren van rege‐nereerzout het programma Snel zon‐der vaatwerk en met de optie Kort,zodat eventueel gemorste zoutrestenkunnen worden verdund en daarnaweggepompt.
Ingebruikneming van het apparaat26Regenereerzout bijvullen Vul na afloop van een programma re‐genereerzout bij, zodra de melding Vul zout bij. in het display verschijnt. Bevestig met de OK - toets.De melding verdwijnt. Voorkom corrosie!Start direct na het doseren van rege‐nereerzout het programma Snel zon‐der vaatwerk en met de optie Kort,zodat eventueel gemorste zoutrestenkunnen worden verdund en daarnaweggepompt.Wanneer er zich nog geen zoutconcen‐tratie heeft gevormd die hoog genoegis, is het mogelijk dat bovenstaandemelding blijft verschijnen nadat u zoutheeft bijgevuld.
Bevestig de melding indit geval nog een keer met de OK -toets.De bijvulcontrole wordt automatisch uit‐geschakeld, als er een waterhardheidonder de 5°dH (= 0,9 mmol/l) is gepro‐grammeerd.Wanneer u alleen maar combi-tabsgebruikt, kunt u de bijvulcontrole voorzout en naspoelmiddel uitschakelen.Zie hoofdstuk: "Menu "Instellingen"",paragraaf: "Bijvulcontrole".Wanneer u geen combi-tabs meergebruikt, denk er dan aan om zouten naspoelmiddel te doseren en debijvulcontrole weer in te schakelen.
Ingebruikneming van het apparaat27NaspoelmiddelNaspoelmiddel zorgt ervoor dat het wa‐ter tijdens het drogen als een film vanhet spoelgoed afloopt waardoor hetsneller droogt.Het naspoelmiddel wordt in het reser‐voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe‐veelheid automatisch toegevoegd. Doseer alleen naspoelmiddelvoor huishoudafwasautomaten in hetnaspoelmiddelreservoir; in geen ge‐val reinigingsmiddelen voor afwasau‐tomaten of voor de handafwas. Ditom te voorkomen dat het reservoirkapotgaat.Als alternatief kunt u ook– huishoudazijn met een zuurgehaltevan 5%of– vloeibaar citroenzuur (10%-oplos‐sing)gebruiken. Het serviesgoed zal echterminder goed drogen en eerder vlekkenvertonen, dan wanneer u naspoelmid‐del gebruikt. Gebruik nooit azijn met een ho‐ger zuurgehalte (bijv.
azijnessencemet een gehalte van 25%).Dat zou schade aan de afwasauto‐maat kunnen veroorzaken.Gebruikt u uitsluitend combi-tabs,dan hoeft u geen naspoelmiddel tedoseren.Naspoelmiddel doseren Open het klepje van het naspoelmid‐delreservoir door op het knopje tedrukken in de richting van de pijl.
Ingebruikneming van het apparaat28 Doseer zoveel naspoelmiddel totdathet in de vulopening zichtbaar is.Het naspoelmiddelreservoir kan ca.110 ml bevatten. Sluit het klepje en wel zo dat het dui‐delijk vastklikt. Dit om te voorkomendat er tijdens het spoelproces waterin het naspoelmiddelreservoir loopt. Veeg eventueel gemorst naspoelmid‐del goed weg om bij de volgende af‐wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Voor een optimaal reinigingsresultaatkunt u de dosering aanpassen. Ziehoofdstuk: "Menu "Instellingen"", pa‐ragraaf: "Naspoelmiddel".Naspoelmiddel bijvullenWanneer de melding Vul naspoelmid.bij. in het display verschijnt, zit er nogeen reserve in voor 2 - 3 afwasbeurten. Vul op tijd naspoelmiddel bij. Bevestig met de OK - toets.De melding verdwijnt.Wanneer u alleen maar combi-tabsgebruikt, kunt u de bijvulcontrole voornaspoelmiddel en zout tegelijk uit‐schakelen.
Serviesgoed en bestek inruimen29Waar u op moet lettenVerwijder grove etensresten van hetspoelgoed.Het is niet nodig om de vaat van te vo‐ren onder stromend water af te spoelen! Was vaatwerk met as, zand,was, smeervet of verf niet in de af‐wasautomaat om schade aan hetapparaat te voorkomen.U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen. Neemdaarbij echter de volgende tips in acht.– Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt.– Plaats het serviesgoed zo in de rek‐ken, dat het water er aan alle kantenbij kan. Alleen dan kan het servies‐goed goed schoon worden– Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat.– Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en pannen met de openingennaar beneden in de rekken.– Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan.
Het water kan er dan beter bij.– Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo‐dat het water eraf kan lopen.– Let erop dat de sproeiarmen nietworden geblokkeerd door vaatwerkdat door de rekken heen steekt. Ukunt dit controleren door de sproeiar‐men een keer met de hand rond tedraaien.– Zorg ervoor dat kleine stukken ser‐viesgoed niet door de spijlen van derekken vallen. Leg dit soort servies, zoals deksel‐tjes, daarom in de besteklade of debestekkorf, afhankelijk van het mo‐del.Levensmiddelen zoals wortels, toma‐ten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten. Wanneer dezekleurstoffen in de afwasautomaat te‐rechtkomen, kunnen kunststof vaat‐werk en kunststof onderdelen ervanvan kleur veranderen. Deze verkleu‐ring heeft echter geen invloed op destabiliteit van het kunststof.Ook door zilveren bestek kan kunst‐stof verkleuren.
Serviesgoed en bestek inruimen30Serviesgoed en bestek die niet ge‐schikt zijn voor de afwasautomaat– Serviesgoed en bestek die óf hele‐maal óf voor een deel uit hout be‐staan drogen uit en worden lelijk. Bo‐vendien houdt de lijm niet in de af‐wasautomaat. Het gevolg daarvan isdat houten grepen los kunnen raken. – Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn nietbestand tegen de afwasautomaat. – Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormd raken. – Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden. – Kleurdecoraties op het glazuur kun‐nen na vele afwasbeurten verbleken. – Teer glaswerk en kristallen voor‐werpen kunnen na een tijd dof wor‐den. Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogrammanog vochtig zijn doordat het water erniet als een film afloopt.
Het zilver moetdan met een doek worden gedroogd. Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelen diezwavel bevatten, bijv. eigeel, uien, may‐onaise, mosterd, peulvruchten, vis, pe‐kelsaus van vis en marinades. Gebruik voor het reinigen vanaluminium delen zoals vetfilters vanafzuigkappen geen sterk bijtende, al‐kalische reinigingsmiddelen die inbedrijfsafwasautomaten of voor in‐dustriereinigers worden gebruikt. Het materiaal kan hierdoor wordenaangetast. In extreme gevallen kaner een hevige chemische reactie op‐treden (bijvoorbeeld een gasexplo‐sie). Tip: Koop serviesgoed en bestek vanmateriaal dat geschikt is om in een af‐wasautomaat te worden afgewassen enmet de aanduiding: "Geschikt voor deafwasmachine". Behoedzame reiniging van glazen– Glazen kunnen dof worden, wanneerze vaak in de afwasautomaat zijn ge‐reinigd.
Gebruik voor teer glaswerkeen programma met een lage tempe‐ratuur. Zie hoofdstuk: Programma-overzicht". Of gebruik daarvoor eenprogramma met GlassCare, als uwapparaat daarover beschikt.
– Koop glazen die geschikt zijn om ineen afwasautomaat te worden afge‐wassen en met de aanduiding: "Ge‐schikt voor de afwasmachine". – Gebruik reinigingsmiddelen met glas‐beschermende stoffen, bijv. de tabsuit de Miele CareCollection. – Meer tips m. b. t. het thema "Behoed‐zame reiniging van glazen" vindt u opinternet onder: "www. mieleglassca‐re. com".
Serviesgoed en bestek inruimen31BovenrekVoor het inruimen van serviesgoed enbestek zie ook de voorbeelden in hetgelijknamige hoofdstuk. Gebruik de afwasautomaat omveiligheidsredenen niet zonder bo‐ven- en onderrek. Dat geldt niet voorhet programma Zonder bovenrek, in‐dien aanwezig. Plaats in het bovenrek klein, licht enkwetsbaar serviesgoed zoals glazen,kopjes, schoteltjes en dessertschaalt‐jes. U kunt er ook een plat pannetje inplaatsen. Leg erg lang bestek zoals soeplepels,pollepels en lange messen dwars aande voorkant van het bovenrek.Kopjesrek Wilt u hoog serviesgoed inruimen,klap het kopjesrek dan omhoog.U kunt glazen tegen het kopjesrek aan‐zetten. Dan staan ze steviger. Klap het kopjesrek omlaag en zet deglazen ertegenaan.Omklapbare spijlenU kunt de spijlen omklappen om meerruimte te krijgen voor grotere stukkenserviesgoed, bijv.
Serviesgoed en bestek inruimen32Jumbo-kopjesrek (modelafhankelijk)U kunt de breedte van dit kopjesrek intwee verschillende standen instellen omer ook grotere kopjes op te kunnen leg‐gen. Trek het kopjesrek naar boven en laathet in de gewenste breedte vastklik‐ken.GlazenbeugelGlazen staan steviger wanneer u ze te‐gen de glazenbeugel aan zet. Klap de glazenbeugel omlaag en zetde glazen daartegen aan. Schuif indien nodig èèn van de inzet‐ten aan de zijkant van de bestekladeopzij om meer ruimte te krijgen voorhogere glazen.HoogteverstellingU kunt de hoogte van de glazenbeugelin twee verschillende standen instellen. Trek de glazenbeugel naar boven enlaat de beugel op de gewenste hoog‐te vastklikken.In de lage stand kunt u er kleine glazenen bekers tegenaan zetten.In de hoge stand kunt u hoge glazen englazen met een lange steel goed inrui‐men.
Serviesgoed en bestek inruimen33Verstellen bovenrekOm in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies‐goed kunt u het bovenrek in hoogteverstellen. U kunt kiezen tussen 3 stan‐den met een verschil van telkens ca. 2cm.Wanneer water in holle gedeelten blijftliggen, kunt u het bovenrek beterschuin plaatsen, nl. met één kant hoogen met één kant laag. Het waterstroomt dan gemakkelijker weg. Zorg erechter voor, dat u het rek zonder pro‐blemen in de spoelruimte kunt schui‐ven. Trek het bovenrek naar buiten.Om het bovenrek naar boven te ver‐stellen, moet u: het rek naar boven trekken, totdat hetvastklikt.Om het bovenrek naar beneden teverstellen, moet u: de hendels aan de zijkanten van hetbovenrek naar boven trekken, het bovenrek in de gewenste positiezetten en de hendels weer vast latenklikken.Afhankelijk van de stand van het bo‐venrek kunt u bijv.
borden met de vol‐gende doorsneden in de rekken plaat‐sen.Afwasautomaat met bestekkorf(Voor model zie typeplaatje)Standboven‐rekBord- in cmBovenrek Onder‐rekNor‐maalXXLBoven 20 24 31 (35*)Midden 22 26 29Onder 24 28 27Afwasautomaat met besteklade(Voor model zie typeplaatje)Standboven‐rekBord- in cmBovenrek Onder‐rekNor‐maalXXLBoven 15 19 31 (35*)Midden 17 21 29Onder 19 23 27U kunt er ook borden met een doorsnedevan 35 cm in plaatsen, als u ze iets schuinzet. Zie: "Onderrek".
Serviesgoed en bestek inruimen34OnderrekVoor het inruimen van serviesgoed enbestek zie ook de voorbeelden in hetgelijknamige hoofdstuk. Plaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platteschotels, pannen en schalen.U kunt ook glazen, kopjes, schotel‐tjes, ontbijt- en dessertbordjes in hetonderrek zetten. Zet grote borden in het midden vanhet onderrek.U kunt er ook borden met een doorsne‐de van 35 cm in plaatsen, als u ze ietsschuin zet.Uitneembaar MultiComfort-rekIn het achterste gedeelte van het onder‐rek bevindt zich het MultiComfort-rek.Daarin kunt u glazen, kopjes, borden enpannen plaatsen.U kunt het MultiComfort-rek uit het ap‐paraat halen om meer ruimte te krijgenvoor grotere stukken serviesgoed, bijv.potten en pannen.Verwijderen Trek de gele greep naar voren en haalhet inzetrek uit het apparaat.Plaatsen Schuif de haakjes die aan de onder‐kant van het inzetrek zitten onder dedwarsspijl van het onderrek . Druk het inzetrek naar beneden tot‐dat het vastklikt .
Serviesgoed en bestek inruimen36Omklapbare spijlenIn de spijlen aan de voorkant kunt uschoteltjes, borden, soepborden, platteschotels en schalen plaatsen.U kunt de spijlen omklappen om meerruimte te krijgen voor grote stukken ser‐viesgoed, bijv. grote potten, pannen enschalen. Druk de gele hendel naar beneden en klap de spijlen om .FleshouderOp de fleshouder kunt u smal servies‐goed plaatsen zoals een melk- of baby‐fles. Trek de fleshouder omhoog wan‐neer u deze wilt gebruiken. Klap dehouder na gebruik weer opzij .
Serviesgoed en bestek inruimen37Bestek3D-besteklade (modelafhankelijk)Voor het inruimen van serviesgoed enbestek zie ook de voorbeelden in hetgelijknamige hoofdstuk. Plaats het bestek in de bestekladezoals op het plaatje.Wanneer u messen, vorken en lepelsals aparte groepen in de bestekladelegt, kunt u ze er na het afwasprogram‐ma makkelijker uithalen en opbergen.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen en de lepelbladentussen de getande kammen, zodat ookde laatste waterdruppel er zonder pro‐blemen af kan lopen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv.
eentaartschep) worden geblokkeerd.U kunt de inzetten aan de zijkant van debesteklade naar het midden verschui‐ven om hogere stukken serviesgoed inhet bovenrek te kunnen plaatsen.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan‐de kammen.Om in het middelste gedeelte van debesteklade meer ruimte voor grote be‐stekdelen te creëren, kunt u dat gedeel‐te met de gele schuif in hoogte verstel‐len.
Serviesgoed en bestek inruimen38Bestekkorf (afhankelijk van het model)U kunt de bestekkorf in het onderrekplaatsen en wel op een willekeurigeplek op de rijen spijlen aan de voorkant. Wilt u het bestek snel schoon endroog hebben, plaats het dan zo inde bestekkorf dat de grepen benedenen de snijkanten van de messen ende tanden van de vorken boven zit‐ten. Wanneer u daardoor echter kansloopt om zich daaraan te bezeren,dan kunt u het bestek beter zo plaat‐sen dat de grepen boven en descherpe kanten beneden zitten. Plaats kleine lepels in de speciale le‐pelsegmenten aan 3 zijkanten van debestekkorf.Speciale bestekhouder voor de be‐stekkorfIn de bijgevoegde bestekhouder kunt ulepels plaatsen die erg vuil zijn. De le‐pels liggen niet op elkaar maar wordenin deze houder naast elkaar opgehan‐gen.
Bediening43Reinigingsmiddelen Gebruik uitsluitend reinigings‐middelen voor huishoudafwasauto‐maten.Soorten reinigingsmiddelModerne reinigingsmiddelen bevattenvele werkstoffen. De belangrijkste zijn:– Fosfaat. Dit onthardt het water envoorkomt daarmee kalkaanslag.– Alkalische stoffen. Deze zijn nodigvoor het weken van aangekoekt vuil.– Enzymen. Deze verminderen het zet‐meel en lossen eiwit op.– Bleekmiddel op zuurstofbasis.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele G 6572 SCVi stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Afwasmachine Miele
Alle Miele Afwasmachine handleidingen