Miele G 4670 SCVi Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele G 4670 SCVi (148 pagina’s), behorend tot de categorie Afwasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 55 mensen. Heb je een vraag over Miele G 4670 SCVi of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Afwasmachine |
| Model: | G 4670 SCVi |
| Apparaatplaatsing: | Volledig ingebouwd |
| Breedte: | 450 mm |
| Diepte: | 570 mm |
| Hoogte: | 810 mm |
| Aantal couverts: | 9 couverts |
| Deurkleur: | Niet van toepassing |
| Uitgestelde start timer: | Ja |
| Startvertraging: | 24 uur |
| Droogklasse: | A |
| Geluidsniveau: | 45 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 250 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A |
| Waterconsumptie per cyclus: | 9 l |
| Wasklasse: | A |
| Kleur bedieningspaneel: | Roestvrijstaal |
| AquaSensor functie: | Ja |
| Energieverbruik per cyclus: | 0.8 kWu |
| Jaarlijks waterverbruik: | 2520 l |
| Snel wassen: | Ja |
Handleiding Miele G 4670 SCVi – volledige tekst
Beschrijving van het apparaat. 5Het apparaat in één oogopslag. 5Bedieningsveld. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 12Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal. 12Het afdanken van het apparaat. 12Economisch afwassen. 13Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt. 14Het openen van de deur. 14Het sluiten van de deur. 14Waterontharder. 15Het controleren en programmeren van de waterhardheid. 16Voor het eerste gebruik hebt u nodig. 17Het doseren van regenereerzout. 17Controlelampje voor het zout. 18Het uitschakelen van de controlelampjes voor het bijvullen van zout ennaspoelmiddel. 19Naspoelmiddel. 20Het doseren van naspoelmiddel. 20Controlelampje voor het naspoelmiddel. 21Het instellen van de dosering van het naspoelmiddel. 22Het inruimen van serviesgoed en bestek.
23Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat. 24Bovenrek. 25Kopjesrek. 25Het verstellen van het bovenrek. 26Onderrek. 27Omklapbare spijlen. 27Comfortinzetrek. 28Fleshouder (afhankelijk van het model). 29Bestek. 30Besteklade. 30Inhoud2.
Bediening. 31Reinigingsmiddelen. 31Het doseren van reinigingsmiddel. 32Het inschakelen van de afwasautomaat. 34Het kiezen van een programma. 34Het starten van het programma. 34Tijdsaanduiding. 35Standby. 35Einde van het programma. 36Het uitschakelen van de afwasautomaat. 36Het uitruimen van de afwasautomaat. 36Het onderbreken van het programma. 37Wisseling van programma. 37Extra functies. 38Onderrek Intensief / Turbo. 38DosControl. 39Voorprogrammering. 39Zoemer. 41Aanpassing Automatic - programma. 42Memory. 43Fabrieksinstellingen. 44Reiniging en onderhoud. 45Het reinigen van de spoelruimte. 45Het reinigen van de deurdichting en de deur. 45Het reinigen van de lichtgeleider. 45Het reinigen van het bedieningsveld en het front. 46Het reinigen van de zeefcombinatie in de spoelruimte. 47Het reinigen van de sproeiarmen. 49Nuttige tips. 50Technische storingen.
Het apparaat in één oogopslag! Bovenste sproeiarm(niet zichtbaar)" Besteklade(afhankelijk van het model)# Bovenrek$ Middelste sproeiarm% Luchttoevoer voor het drogen(afhankelijk van het model)& Onderste sproeiarm' Zeefcombinatie( Typeplaatje) Optische functiecontrole* Reservoir voor naspoelmiddel+ Tweevaksdoseerbakje voor reini-gingsmiddel, Reservoir voor regenereerzoutBeschrijving van het apparaat5
Deze afwasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepalin-gen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat in gebruik neemt. Dat isveiliger voor uzelf en u voorkomtdaarmee schade aan uw automaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan een eventuelevolgende eigenaar van het appa-raat. Efficiënt gebruik. Deze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk of daarmeevergelijkbaar gebruik. Deze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor gebruik binnenshuis. Deze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor het afwassen van huis-houdservies. Het gebruik voor andere doeleinden enhet aanbrengen van veranderingen aanhet apparaat is ontoelaatbaar en kangevaarlijk zijn.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door gebruik voor andere doel-einden dan hier aangegeven of dooreen foutieve bediening. Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan de afwasautomaat niet in staat zijnom het apparaat veilig te bedienen,mogen deze automaat alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of wor-den geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon. Wanneer er kinderen in huiszijn. Wanneer er kinderen in de buurt vande afwasautomaat zijn, houd ze dangoed in de gaten. Zorg ervoor dat zeniet met het apparaat gaan spelen. Wanneer zij dit doen bestaat het gevaardat ze zich in de automaat opsluiten. Kinderen mogen de afwasautomaatalleen dan zonder toezicht gebruiken,wanneer ze weten hoe het apparaatwerkt en wat voor gevaar zij lopen wan-neer ze de automaat fout bedienen.
Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanraking kun-nen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwon-den in mond en keel veroorzaken of totverstikking leiden. Laat kinderen niet bijde afwasautomaat komen als deze ge-opend is.
Technische veiligheid. Controleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaar be-schadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geengeval in gebruik. Een afwasautomaatdie beschadigd is kan uw veiligheid ingevaar brengen. De afwasautomaat mag alleen viaeen 3-polige stekker met randaarde ophet elektriciteitsnet worden aangeslo-ten. De stekker mag niet worden afgeknipten niet vast aangesloten. U moet na plaatsing van het apparaatzonder problemen bij het stopcontactkunnen komen, zodat u ieder momentde stekker uit de automaat kunt trek-ken. Wanneer zich in de buurt van de af-wasautomaat een elektrisch apparaatbevindt, let er dan op dat de stekkervan dit apparaat niet schuilgaat achterde afwasautomaat. Daar de inbouwkast niet altijd diep ge-noeg is kan er druk op de stekker ont-staan, wat het risico op oververhittingen daarmee op brand verhoogt.
De afwasautomaat mag niet ondereen kookplaat worden geïnstalleerd. Een kookplaat straalt voor een deelhoge temperaturen af waardoor de au-tomaat beschadigd zou kunnen raken. Om dezelfde reden mag de afwasauto-maat niet direct naast warmteproduce-rende apparaten worden geplaatst dieniet standaard tot de keukenuitrustingbehoren. Dit apparaat mag pas dan op hetelektriciteitsnet worden aangesloten,nadat het is geplaatst en gemonteerd(inclusief deurveerinstelling). Controleer of de elektrische waar-den van uw huisinstallatie (spanning,frequentie en zekering) overeenkomenmet de gegevens op het typeplaatje. De elektrische veiligheid van dit ap-paraat is alleen dan gewaarborgd alshet wordt aangesloten op een aar-dingssysteem dat volgens de geldendeveiligheidsvoorschriften is geïnstal-leerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw controleren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of bescha-digde aarddraad (bijv. een elektrischeschok).
Deze afwasautomaat mag niet ophet elektriciteitsnet worden aangeslotenvia meervoudige stopcontacten of viaverlengsnoeren die daarvoor niet ge-schikt zijn. Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaarvoor oververhitting. Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv. op een schip)worden gebruikt. Plaats uw afwasautomaat niet invorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.
De kunststof behuizing van de wa-teraansluiting bevat een elektrisch on-derdeel. Zorg ervoor dat de behuizingniet nat wordt. In de watertoevoerslang bevindenzich spanningsvoerende delen. De slang mag daarom niet wordendoorgeknipt. Het Miele-Waterproofsysteem biedteen betrouwbare bescherming tegenwaterschade, maar wel op de volgendevoorwaarden:–De afwasautomaat moet volgens devoorschriften geïnstalleerd zijn. – Wanneer er duidelijk sprake is vanschade moet het apparaat wordengerepareerd, resp. moeten onderde-len worden vervangen. – De kraan moet bij langere afwezig-heid (bijv. vakantie) worden dichtge-draaid. Het Waterproofsysteem functioneertook wanneer de afwasautomaat is uit-geschakeld. Het apparaat moet danwel op het elektriciteitsnet zijn aange-sloten. Een afwasautomaat die beschadigdis kan uw veiligheid in gevaar brengen.
Stel het apparaat meteen buiten wer-king wanneer het beschadigd is enneem contact op met uw leverancier ofmet de afdeling Klantcontacten vanMiele Nederland B. V. Reparaties aan de afwasautomaatmogen uitsluitend door vakmensenworden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de ge-bruiker opleveren, waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kun-nen wij garanderen, dat zij volledig vol-doen aan de veiligheidseisen die wijstellen aan onze apparaten en onder-delen daarvan. Bij onderhoudswerkzaamhedendient u altijd de spanning van de af-wasautomaat te halen. Schakel daartoe het apparaat uit entrek daarna de stekker uit het stopcon-tact of schakel de hoofdschakelaar vande elektrische huisinstallatie uit.
Een beschadigde aansluitkabel magalleen door een aansluitkabel van het-zelfde type worden vervangen. Deze isverkrijgbaar bij de afdeling Onderdelenvan Miele Nederland B. V.
Plaatsing. Neem bij plaatsing en aansluitingvan de afwasautomaat de instructies inhet montageschema in acht. De afwasautomaat moet waterpasworden geplaatst. Onder of in te bouwen afwasauto-maten mogen omwille van de stabiliteituitsluitend worden geplaatst onder eendoorlopend werkblad dat is vastge-schroefd aan de kasten die ernaaststaan. Wanneer u een vrijstaande afwas-automaat wilt onderbouwen, moet udaartoe de vrijstaande sokkel verwijde-ren en deze vervangen door een sok-kelpaneel voor een onderbouwafwas-automaat. Dit paneel zit in de daarvoorbestemde onderbouwset. Doet u dat niet, dan loopt u het gevaarzich aan uitstekende metalen delen tebezeren. De deurveren moeten aan beidekanten gelijkmatig worden ingesteld. Wanneer u de deur half, d. w. z. in eenhoek van 45°, opendoet en daarna los-laat moet de deur in die positie blijvenstaan en niet zomaar naar benedenklappen. Juist gebruik.
Gebruik geen oplosmiddelen in despoelruimte. Dit in verband met explosiegevaar. Adem geen poedervormige reini-gingsmiddelen in. Slik geen reinigings-middelen in. Reinigingsmiddelen kun-nen brandwonden in neus, mond enkeel veroorzaken. Ga direct naar de dokter wanneer u rei-nigingsmiddelen hebt ingeademd of in-geslikt. Laat de deur van de afwasautomaatniet onnodig openstaan. U zou zich daaraan kunnen stoten. Het vaatwerk kan na afloop van eenprogramma zeer heet zijn. Laat het daarom eerst zolang afkoelen,totdat u het aan kunt raken. Wanneer de deur van de afwasauto-maat open staat, ga daar dan niet opzitten of staan. Doet u dat wel, dan kan het apparaatkantelen. Daarbij kunt u letsel oplopenof kan het apparaat beschadigd raken. Gebruik uitsluitend reinigingsmidde-len en naspoelmiddelen voor huishoud-afwasautomaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voorde handafwas.
Doseer geen poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel in het reservoirvoor naspoelmiddel, want dan gaat hetreservoir kapot. Doseer geen poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel in het reservoirvoor het regenereerzout, want dan gaatde ontharder kapot. Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of anderezuivere ingedampte zouten. Gebruik in geen geval andere soortenzout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms nietin water op te lossen deeltjes die eennadelig effect kunnen hebben op dewerking van de ontharder. Heeft u een afwasautomaat met eenbestekkorf, kunt u het bestek het bestein de bestekkorf plaatsen met de gre-pen beneden en met de scherpe kantboven. Dan wordt het bestek makke-lijker schoon en droog.
Wanneer u daardoor echter kans looptom zich aan de scherpe kant van demessen en de punten van de vorken teverwonden, dan kunt u het bestek hetbeste met de grepen boven en met descherpe kant beneden plaatsen. Reinig geen kunststof vaatwerk inde afwasautomaat dat niet hittebesten-dig is zoals wegwerpbakjes of weg-werpbestek. Dit soort vaatwerk kan door de hogetemperaturen vervormen. Wanneer u de extra functie "Voor-programmering" gebruikt (afhankelijkvan het model), moet u ervoor zorgendat het doseerbakje voor het reinigings-middel droog is. Reinigingsmiddel gaat in een vochtigdoseerbakje klonteren en wordt mis-schien niet volledig weggespoeld. Gebruik van toebehoren. Alleen originele Miele-toebehorenmogen worden aan- of ingebouwd.
Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid. Bij het afdanken van de afwas-automaat. Voorkom dat kinderen zich in hetapparaat opsluiten door de sluithaakvan het deurslot te verwijderen en zohet deurslot onbruikbaar te maken.
Het wegdoen van het verpak-kingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Het gaat om het volgende materiaal:Buitenverpakking:–Golfkarton van 100 % recyclingmate-riaal,alternatief: wikkelstretchfolie van po-lyethyleen (PE)– Kunststof transportriemen van poly-propyleen (PP)Binnenverpakking:– Expandeerbaar polystyrol (EPS) zon-der chloor- of fluortoevoegingen– Bodem, dekselframe en steunlijstenvan onbehandeld natuurhout afkom-stig uit beschermde bossen–Beschermfolie van polyethyleen (PE)Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen.
De vakhan-delaar neemt de verpakking terug ofwijst u de dichtst bijgelegen plaatswaar u de verpakking kwijt kunt.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij het gemeentelijkeinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Vraag uw handelaar indien nodig ominlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Alle kunststof onderdelen van het appa-raat zijn met internationale tekens ge-markeerd.Daardoor is het bij het afdanken vanhet apparaat mogelijk om de verschil-lende soorten kunststof gescheiden teverwerken en te recyclen.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu12
Economisch afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterstwater- en energiebesparend.U kunt nog spaarzamer te werk gaan,indien u de volgende adviezen opvolgt:!Het is mogelijk om de afwasautomaatop warm water aan te sluiten.Bijzonder geschikt is een warmwater-aansluiting bij een energetischgunstige warmwaterbereiding, bijv.zonne-energie met circulatieleiding.Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om uwapparaat op koud water aan tesluiten.! Benut de volledige beladingscapaci-teit van de rekken zonder de afwas-automaat te overladen.! Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de mate vanvervuiling.!
Kies het programma "ECO".De water- en energiebesparing isvoor normaal vervuild vaatwerk bij ditprogramma het grootst.!Houdt u aan de doseeradviezen opde verpakking van het afwasmiddel.!Wanneer u poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel gebruikt en derekken maar half beladen zijn, kunt ude hoeveelheid reinigingsmiddel met1/3 reduceren.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu13
Het openen van de deur! Trek aan de deurgreep.Wanneer de deur wordt geopend terwijlde afwasautomaat in gebruik is, wordenalle functies automatisch onderbroken.Het sluiten van de deur!Schuif de rekken naar binnen.!Sluit de deur totdat deze vastklikt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt14
WaterontharderOm goede reinigingsresultaten te berei-ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig.Bij hard water ontstaat er witte kalkaan-slag op het vaatwerk en op de wandenvan de spoelruimte.Water met een waterhardheid van4 °dH (0,7 mmol/l) moet daarom wor-den onthard. Daar wordt in de inge-bouwde waterontharder automatischvoor gezorgd.De waterontharder is geschikt voor eenwaterhardheid tot 70 °dH (12,6 mmol/l).Neem de volgende aanwijzingen inacht.– De waterontharder heeft daarvoorwel regenereerzout nodig.Echter: bij gebruik van combi-tabshoeft u al naar gelang de waterhard-heid (!
21 °dH) geen regenereerzoutte doseren.Zie hoofdstuk: "Reinigingsmiddelen".–De afwasautomaat moet precies wor-den geprogrammeerd naar de hard-heid van uw water."Informeer bij het plaatselijke waterlei-dingbedrijf wat voor hardheidsgraaduw water precies heeft.Programmeer bij een variërende water-hardheid (bijv. 37 - 50 °dH) altijd dehoogste waarde (in dit voorbeeld50 °dH).Bij een eventuele reparatie is het voorde monteur makkelijk om de hardheidvan uw water te weten."Noteer daarom de hardheid van uwwater:°dHVanuit de fabriek is een waterhard-heid van 15 °dH (2,7 mmol/l) gepro-grammeerd.Wanneer deze waterhardheid overeen-komt met de hardheid van uw eigenwater, hoeft u dit hoofdstuk niet verderte lezen.Wanneer uw water echter een anderehardheid heeft, moet u deze via detoetsen van uw bedieningsveld pro-grammeren.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt15
Het controleren en programmerenvan de waterhardheidIs de afwasautomaat nog ingeschakeld,!schakel deze dan met de ! - toetsuit.!Druk op de programmatoets en blijferop drukken.!Schakel tegelijk de afwasautomaatmet de " - toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde programmatoets drukken, totdathet controlelampje van het program-ma rechts onder gaat branden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.!
Voor het eerste gebruik hebt unodig–ca. 1 l water;–ca. 1 kg regenereerzout;–reinigingsmiddel voor huishoudaf-wasautomaten;–naspoelmiddel voor huishoudafwas-automaten.Iedere afwasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Als gevolg van deze tests blijft er wa-ter in het apparaat achter. Dit bete-kent niet dat het apparaat eerderdoor een andere consument is ge-bruikt.Het doseren van regenereer-zoutAls de hardheid van uw water steedsonder de 4 °dH (= 0,7 mmol/l) ligt,hoeft u geen zout te doseren.U moet dan echter wel de afwas-automaat programmeren naar dehardheid van uw water.Wanneer u het zoutreservoir voor deeerste keer met regenereerzout wiltvullen, vul het dan eerst met ca. 1 lwater.
Zo kan het zout oplossen.Nadat u de afwasautomaat in ge-bruik hebt genomen zit er altijd ge-noeg water in het reservoir.!Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in het re-servoir voor het regenereerzout,want dan gaat de ontharder kapot.!Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of an-dere zuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval andere soor-ten zout, bijv. keukenzout of strooi-zout. Deze soorten zout bevattensoms niet in water op te lossen deel-tjes die een nadelig effect kunnenhebben op de werking van de ont-harder.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt17
!Haal het onderrek uit de spoelruimteen draai de dop van het zoutreservoiropen.Iedere keer wanneer u de dop vanhet zoutreservoir opendraait loopt erwater of zout over de rand van hetreservoir.Draai de dop er daarom alleen maaraf om zout bij te vullen.!Vul het zoutreservoir voordat u hetapparaat voor de eerste keer ge-bruikt met ca. 1 l water.!Plaats een trechter in de opening vanhet zoutreservoir en doseer dan zo-veel zout in het zoutreservoir totdathet vol is.In het zoutreservoir kan afhankelijkvan het soort zout max.
1 kg.!Verwijder de zoutresten die zich rondhet zoutreservoir bevinden enschroef de dop weer stevig op hetzoutreservoir.!Start direct daarna het programma"Snel" zonder vaatwerk en zonderTurbo – functie, zodat eventueel ge-morste zoutresten kunnen wordenverdund en daarna weggepompt.Controlelampje voor het zout!Vul na afloop van een programmazout bij wanneer het controlelampje"Zout" brandt.Het is mogelijk dat het controlelampjenog korte tijd blijft branden, nadat uzout hebt bijgevuld.Het lampje gaat uit, zodra zich eenzoutconcentratie heeft gevormd diehoog genoeg is.Bovengenoemd controlelampje gaatniet branden, wanneer er een water-hardheid onder de 4 °dH (= 0,7 mmol/l)is geprogrammeerd."Start direct na het doseren vanregenereerzout het programma"Snel" zonder vaatwerk en zonderTurbo - functie, zodat eventueel ge-morste zoutresten kunnen wordenverdund en daarna weggepompt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt18
Het uitschakelen van de controle-lampjes voor het bijvullen van zouten naspoelmiddelWanneer u alleen maar combi-tabs ge-bruikt kunt u de controlelampjes voorhet bijvullen van zout en naspoelmiddeltegelijk uitschakelen.!Schakel de afwasautomaat met de! - toets uit.!Druk op de programmatoets, blijferop drukken en schakel tegelijk deafwasautomaat met de " - toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde programmatoets drukken, totdathet controlelampje van het program-ma rechts onder gaat branden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.!
Druk 9x op de Onderrek Intensief /Turbo - toets.Het controlelampje van de Turbo - toetsknippert 9x kort achter elkaar.In de tijdsaanduiding knippert "p1" of"p0".Daarmee wordt aangegeven of de con-trolelampjes voor het bijvullen van zouten naspoelmiddel zijn in- of uitgescha-keld.–Wanneer "p1" knippert,dan zijn de controlelampjes voor hetbijvullen ingeschakeld.–Wanneer "p0" knippert,dan zijn de controlelampjes voor hetbijvullen uitgeschakeld.Wanneer u deze instelling weer wilt ver-anderen,! druk dan op de programmatoets.De instelling wordt direct opgeslagen.! Schakel de afwasautomaat met de! - toets uit.Wanneer u geen combi-tabs meergebruikt, denk er dan aan om zouten naspoelmiddel te doseren en decontrolelampjes voor het bijvullenvan zout en naspoelmiddel weer inte schakelen.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt19
NaspoelmiddelNaspoelmiddel is nodig om ervoor tezorgen dat het water tijdens het drogenals een film van het vaatwerk afloopt enhet vaatwerk na het spoelen droogtzonder dat het vlekken gaat vertonen.Het naspoelmiddel wordt in het reser-voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe-veelheid automatisch toegevoegd.!Doseer alleen naspoelmiddelvoor huishoudafwasautomaten in hetnaspoelmiddelreservoir.Doseer in geen geval reinigingsmid-delen voor afwasautomaten of reini-gingsmiddelen voor de handafwasin het naspoelmiddelreservoir, wantdan gaat het reservoir kapot.Gebruikt u uitsluitend combi-tabs,dan hoeft u geen naspoelmiddel tedoseren.Het doseren van naspoelmid-del" Open het klepje van het naspoelmid-delreservoir door op het knopje tedrukken in de richting van de pijl.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt20
Sluit het klepje en wel zo dat het dui-delijk vastklikt.Is het klepje niet goed gesloten dankan er tijdens het spoelen water in hetnaspoelmiddelreservoir lopen.!Veeg eventueel gemorst naspoelmid-del goed weg om bij de volgende af-wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje voor het na-spoelmiddelWanneer het controlelampje "Naspoel-middel" in het bedieningspaneel gaatbranden zit er nog een reserve in voor2 - 3 afwasbeurten.!Vul op tijd naspoelmiddel bij.Wanneer u alleen maar combi-tabsgebruikt kunt u de controlelampjesvoor het bijvullen van zout en na-spoelmiddel tegelijk uitschakelen.Zie paragraaf: "Het uitschakelen vande controlelampjes voor het bijvullenvan zout en naspoelmiddel".Wanneer u geen combi-tabs meergebruikt, denk er dan aan om zouten naspoelmiddel te doseren en decontrolelampjes voor het bijvullenvan zout en naspoelmiddel weer inte schakelen.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt21
Het instellen van de doseringvan het naspoelmiddelVoor een optimaal reinigingsresultaatkunt u de dosering aanpassen.De dosering van het naspoelmiddel isinstelbaar in hoeveelheden van ca.0-6 ml.Vanuit de fabriek is een hoeveelheidvan ca. 3 ml naspoelmiddel ingesteld.Deze hoeveelheid wordt geadviseerd.De gedoseerde hoeveelheid naspoel-middel kan door de automatische aan-passing in het programma "Automatic"groter uitvallen dan de ingestelde dose-ring.Vertoont het vaatwerk vlekken:! Stel een grotere hoeveelheid in.Vertoont het vaatwerk strepen of slui-ers:! Stel een kleinere hoeveelheid in.!Schakel de afwasautomaat met de!
- toets uit.!Druk op de programmatoets, blijferop drukken en schakel tegelijk deafwasautomaat met de " - toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde programmatoets drukken, totdathet controlelampje van het program-ma rechts onder gaat branden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.!Druk 3x op de Onderrek Intensief /Turbo - toets.Het controlelampje van de Turbo - toetsknippert 3x kort achter elkaar.In de tijdsaanduiding knipperen "p" en"3" afwisselend.Dat betekent dat er vanuit de fabriekeen hoeveelheid naspoelmiddel van3 ml is ingesteld.De ingestelde hoeveelheid is te zienaan het cijfer dat achter de "p" in detijdsaanduiding aan het knipperen is.!Kies met de programmatoets dewaarde die hoort bij de hoeveelheidte doseren naspoelmiddel.Bij iedere druk op de toets krijgt meneen grotere hoeveelheid.De geprogrammeerde hoeveelheid tedoseren naspoelmiddel is direct opge-slagen.!
Waar u bij het inruimen vanserviesgoed en bestek opmoet letten!Verwijder de ergste etensresten vanhet vaatwerk.Het is niet nodig om het vaatwerk vante voren onder stromend water af tespoelen!"Was vaatwerk met as, zand,was, smeervet of verf niet in de af-wasautomaat.Deze stoffen beschadigen de afwas-automaat.U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen.Neem daar echter de volgende tips bijin acht.! Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt.! Plaats het serviesgoed om het goedschoon te krijgen zo in de rekken, dathet water er aan alle kanten bij kan.!Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat.!Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en kommen met de openin-gen naar beneden in de rekken.!Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan.
Het water kan er dan beter bij.!Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo-dat het water eraf kan lopen.!Let erop dat de sproeiarmen nietdoor te hoog of door de rekkenheenstekend vaatwerk worden ge-blokkeerd. U kunt dit controlerendoor de sproeiarmen een keer metde hand rond te draaien.!Let erop dat kleine stukken servies-goed niet door de spijlen van de rek-ken vallen.Leg dit soort servies zoals deksel-tjes daarom in de besteklade of debestekkorf.Levensmiddelen zoals wortels, to-maten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten.Door deze stoffen kunnen kunststofvaatwerk en kunststof onderdelenervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de au-tomaat terechtkomen.Deze verkleuring heeft echter geeninvloed op de stabiliteit van kunst-stof vaatwerk.Het inruimen van serviesgoed en bestek23
Serviesgoed en bestek die nietgeschikt zijn voor de afwas-automaat–Serviesgoed en bestek die óf hele-maal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk.Bovendien houdt de lijm niet in de af-wasautomaat.
Het gevolg daarvan isdat houten grepen los kunnen raken.–Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn niet be-stand tegen de afwasautomaat.–Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormen.– Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden.– Kleurdecoraties op het glazuur kun-nen na vele afwasbeurten verbleken.– Teer glaswerk en kristallen voor-werpen kunnen na een tijd dof wor-den.Wij raden u aan:–Koop serviesgoed van materiaal datgeschikt is om in een afwasautomaatte worden afgewassen en bestek metde aanduiding: "Geschikt voor deafwasmachine".–Gebruik voor teer glaswerk program-ma's met lage temperaturen of, af-hankelijk van het model, program-ma's met !
Care.Zie hoofdstuk: "Programma-over-zicht".De kans dat het glaswerk dof wordtis dan kleiner.Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogrammanog vochtig zijn doordat het water erniet als een film afloopt. Het zilver moetdan met een doek worden afgedroogd.Daarentegen is zilver dat in zilverpoetsis ondergedompeld in de regel weldroog. Het zilver kan echter beslaan.Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelen diezwavel bevatten, bijv. eigeel, uien,mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis,pekelsaus van vis en marinades.!Aluminium serviesgoed zoalsvetfilters mag niet worden afgewas-sen met bijtende alkalische reini-gingsmiddelen die in bedrijfsafwas-automaten of industriereinigers wor-den gebruikt.Gebeurt dat wel dan kan er materië-le schade ontstaan.
Bovenrek!Gebruik de afwasautomaat omveiligheidsredenen niet zonderboven- en onderrek." Plaats in het bovenrek klein, licht enteer serviesgoed zoals glazen, kop-jes, schoteltjes en dessertschaaltjes.U kunt er ook een plat pannetje inplaatsen.Kopjesrek" Klap het kopjesrek om hoog serviesgoed te kunnen inruimen.Het inruimen van serviesgoed en bestek25
Het verstellen van het bovenrekOm in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies-goed kunt u het bovenrek in hoogteverstellen. U kunt kiezen tussen 3 stan-den met een verschil van telkens ca.2 cm.Wanneer water in holle gedeelten blijftliggen, kunt u het bovenrek beterschuin plaatsen, nl. met één kant hoogen met één kant laag. Het water stroomtdan gemakkelijker weg.Let er echter op dat u het rek zonder pro-blemen in de spoelruimte kan schuiven.! Trek het bovenrek naar buiten.Om het bovenrek naar boven te verstel-len, moet u:!het rek naar boven trekken, totdat hetvastklikt.Om het bovenrek naar beneden te ver-stellen, moet u:!de hendels aan de zijkanten van hetbovenrek naar boven trekken,!het bovenrek in de gewenste positiezetten!en de hendels weer vast laten klikken.Afhankelijk van de stand van het bo-venrek kunt u bijv.
Onderrek! Plaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platteschotels, pannen en schalen.U kunt ook schoteltjes, ontbijt- endessertbordjes in het onderrek zet-ten.Omklapbare spijlenDe spijlen aan de voorkant kunt u om-klappen om meer ruimte te krijgen voorgrote stukken serviesgoed, bijv. potten,pannen en schalen.! Druk de gele hendels naar beneden! zodat de rijen spijlen omklappen".Het inruimen van serviesgoed en bestek27
ComfortinzetrekIn het Comfortinzetrek kunt u glazen,kopjes, borden, schalen en pannenplaatsen.! Om hoog serviesgoed te kunnen in-ruimen kunt u het kopjesrek omhoog-klappen.! Hang glazen met een lange steel inde uitsparingen van het kopjesrek.Het verwijderen van het Comfort-inzetrek! Druk het inzetrek naar beneden ! entegelijk de vergrendeling naar binnen".Het plaatsen van het inzetrek! Plaats het inzetrek achter in het on-derrek.! Schuif de haakjes die aan de onder-kant van het inzetrek zitten onder dedwarsspijl van het onderrek.!Druk het inzetrek naar beneden tot-dat u weerstand voelt.Het inruimen van serviesgoed en bestek28
Fleshouder (afhankelijk van het model)Op de fleshouder kunt u smal servies-goed plaatsen zoals een melk- of baby-fles.! Zet de fleshouder alleen in het onder-rek zoals op het plaatje afgebeeld.Is de houder ergens anders geplaatst,dan kan het water niet in de binnenkantvan de fles komen en de fles wordt zoniet goed schoon.Het inruimen van serviesgoed en bestek29
BestekBesteklade! Plaats het bestek in de bestekladezoals op het plaatje.Wanneer u messen, vorken en lepelsals aparte groepen in de bestekladelegt, kunt u ze er na het afwasprogram-ma makkelijker uithalen en opbergen.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen en de lepelbladentussen de getande kammen, zodat ookde laatste waterdruppel er zonder pro-blemen af kan lopen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan-de kammen.Het inruimen van serviesgoed en bestek30
Reinigingsmiddelen!Gebruik uitsluitend reinigings-middelen voor huishoudafwasauto-maten.Verschillende werkstoffenModerne reinigingsmiddelen bevattenvele werkstoffen. De belangrijkste:–Fosfaat. Dit onthardt het water envoorkomt daarmee kalkaanslag.–Alkalische stoffen. Deze zijn nodigvoor het weken van aangekoekt vuil.– Enzymen. Deze verminderen zetmeelen lossen eiwit op.– Bleekmiddel op zuurstofbasis.
Ditverwijdert kleurige vlekken zoalsthee-, koffie- en ketchupvlekken.Het zijn voornamelijk fosfaathoudende,mild alkalische reinigingsmiddelen metenzymen en zuurstofbleekmiddel dieworden aangeboden; zelden fosfaat-vrije producten.Verschillende vormen reinigingsmid-delen–Poedervormige en gelvormige reini-gingsmiddelenDeze kunnen gevarieerd worden ge-doseerd, afhankelijk van de beladingen de vuilgraad van het vaatwerk.–TabsDeze bevatten een hoeveelheid reini-gingsmiddel die voor de meeste toe-passingen voldoende is.Gewone reinigingsmiddelen encombi-tabsNaast de gewone reinigingsmiddelenzijn er ook producten met verschillendeextra functies, te weten de combi-tabs.Zie hoofdstuk: "Extra functies", para-graaf: "DosControl", indien aanwezig.Er zijn combi-tabs die behalve eenreinigingsfunctie ook een naspoel- enwaterontharderfunctie hebben.Deze vindt u in de handel onder denaam "3 in 1".Verder zijn er combi-tabs die daarnaastook nog andere componenten hebbenzoals een glasbeschermend middel,een middel voor roestvrij staal of eenreinigingsversterkend middel.Deze vindt u in de handel onder denaam "5 in 1", "7 in 1", "All in 1" enz.Gebruik deze middelen alleen bij dedoor de fabrikant op de verpakking ge-adviseerde waterhardheid.De reinigings- en droogresultaten vandeze producten met extra functies zijnzeer verschillend.Optimale reinigings- en droogresulta-ten krijgt u wanneer u een gewoonreinigingsmiddel, regenereerzout eneen naspoelmiddel apart, maar wel incombinatie met elkaar doseert.Bediening31
Het doseren van reinigings-middel!Neem bij het doseren de aanwij-zingen op de verpakking in acht.!Wanneer er niet iets anders op deverpakking staat, doseer dan één tabof - afhankelijk van de vuilgraad - 20tot 30 ml in vakje II.Is het vaatwerk sterk vervuild, doseerdan ook nog eens een geringe hoe-veelheid reinigingsmiddel in vakje I.Zie hoofdstuk "Programma-overzicht".!Gebruik bij het programma "Snel"geen tabletten.De tabletten lossen bij dit programmaniet helemaal op.Wanneer u minder reinigingsmiddelgebruikt dan is geadviseerd, is hetmogelijk dat het vaatwerk niet goedschoon wordt."Adem geen poedervormig reini-gingsmiddel in! Slik geen reinigings-middel in!Reinigingsmiddelen kunnen brand-wonden in neus, mond en keel ver-oorzaken.
Ga direct naar de dokterwanneer u een reinigingsmiddelhebt ingeademd of ingeslikt.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.Laat kinderen daarom niet bij de af-wasautomaat komen als deze geo-pend is. Er zouden nog resten reini-gingsmiddel in de afwasautomaataanwezig kunnen zijn.Bovendien kunt u het reinigingsmid-del beter pas dán toevoegen vlakvoordat u het programma start.Vergrendel de deur bovendien metde kinderbeveiliging, wanneer uwautomaat daarover beschikt.Bediening32
!Open het reinigingsmiddeldoseer-bakje door op de toets te drukken.Na afloop van een afwasprogramma ishet reinigingsmiddelbakje altijd geo-pend.!Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.!Sluit ook het pak reinigingsmiddel omte voorkomen dat het middel aan rei-nigingskracht verliest.DoseerhulpIn vakje I kan maximaal 10 ml enin vakje II kan maximaal 50 ml reini-gingsmiddel.In vakje II zijn markeringen aange-bracht om het doseren makkelijker temaken: 20, 30. Wanneer de deur 90°geopend is geven deze streepjes in mlaan hoeveel reinigingsmiddel er onge-veer in zit.Bediening33
Het inschakelen van de afwas-automaat!Draai de waterkraan open indiendeze nog gesloten is.!Open de deur van de afwasauto-maat.!Controleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge-blokkeerd.!Schakel de afwasautomaat met de! - toets in.Het controlelampje van de !
- toets endat van het laatst ingestelde program-ma gaan branden.Het kiezen van een programmaLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort vaatwerken de mate waarin dat is vervuild.In het hoofdstuk "Programma-over-zicht" zijn de programma’s beschrevenen de toepassingen ervan.!Kies met de programmatoets het ge-wenste programma.Het controlelampje van het gekozenprogramma gaat branden.De tijdsaanduiding geeft in uren en mi-nuten aan hoelang dit programma gaatduren.U kunt nu een extra functie kiezen.Zie hoofdstuk: "Extra functies".Is er een extra functie gekozen, brandttevens het daarbij behorende controle-lampje.Het starten van het programma!Sluit de deur, waarna het programmastart.Ter bevestiging daarvan gaat de op-tische functiecontrole branden.Wanneer u beslist een programmamoet afbreken, doe dat dan alleen inde eerste minuten.Doet u dat later, dan is het mogelijkdat belangrijke programmafases(bijv.
TijdsaanduidingVoordat er een programma start geeftde tijdsaanduiding in uren en minutende tijd aan die het gekozen programmagaat duren, de zgn. resttijd.Deze tijd wordt tijdens het afwaspro-gramma in de tijdsaanduiding afgeteld.Het is mogelijk dat de tijdsaanduidingvoor één en hetzelfde programma deene keer een andere tijd aangeeft dande andere keer.Dat is o.a.
afhankelijk van de tempera-tuur van het instromende water, deregenereercyclus, het soort reinigings-middel, de hoeveelheid vaatwerk en demate waarin dit is vervuild.Wanneer u een programma voor heteerst kiest, wordt er een tijd aangege-ven die overeenkomt met een gemid-delde programmaduur met koud water.De tijden in het programma-overzichtzijn de tijden die de programma's du-ren wanneer de belading en de tempe-ratuur voldoen aan de norm.Iedere keer dat er een programmaloopt wordt de programmaduur door deelektronica berekend op grond van detemperatuur van het instromende wateren de hoeveelheid vaatwerk.StandbyEen paar minuten nadat u voor hetlaatst een toets hebt bediend / nadathet programma is afgelopen, gaat deafwasautomaat over op de standby-modus om energie te besparen.Dat houdt in dat het display en de con-trolelampjes uitgaan en alleen het con-trolelampje van de !
– toets langzaambegint te knipperen.Is de standby ingeschakeld en wilt udeze weer uitschakelen,!druk dan op een willekeurige toets(met uitzondering van de " - toets).Wanneer er een programma loopt,het controlelampje voor het bijvullenvan zout of naspoelmiddel brandt ofer sprake is van een storing, is destandby uitgeschakeld, d.w.z. hetpaneel blijft branden.Wanneer u alleen maar combi-tabsgebruikt, kunt u de controlelampjesvoor het bijvullen van zout of na-spoelmiddel uitschakelen.Dan wordt de standby wel ingescha-keld.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het appa-raat voor het eerst in gebruik neemt".Controlelampjes die een storingaangeven kunt u niet uitschakelen.Bediening35
Einde van het programmaAan het einde van een programma be-gint de optische functiecontrole lang-zaam te knipperen. De deur is nog ge-sloten.Nadat u de deur heeft geopend, ver-schijnt in de tijdsaanduiding een "0".Bij het programma "Snel" loopt dedroogventilator na afloop van hetprogramma nog een paar minutendoor.Daarna kunt u het vaatwerk uit het ap-paraat halen.U kunt nu het vaatwerk uit het apparaathalen.De optische functiecontrole gaat èènuur na afloop van een programma uit.!Om beschadigingen aan kwets-bare werkbladen door waterdamp tevoorkomen kunt u de deur na afloopvan een programma het beste óf he-lemaal opendoen óf gesloten hou-den totdat u het vaatwerk uit de au-tomaat haalt.Laat de deur in ieder geval niet opeen kier staan.Het uitschakelen van de afwas-automaat"Open de deur na afloop van het pro-gramma."Schakel de afwasautomaat met de!
- toets uit.De afwasautomaat verbruikt stroomzolang u hem niet met de ! - toetshebt uitgeschakeld.Draai veiligheidshalve de kraan dicht,wanneer de afwasautomaat langere tijdniet wordt gebruikt, bij voorbeeld in devakantietijd.Het uitruimen van de afwasau-tomaatHeet serviesgoed breekt snel!Laat het serviesgoed daarom na het uit-schakelen van de automaat zo lang inde afwasautomaat afkoelen, totdat uhet goed kunt vastpakken.Wanneer u de deur na het uitschakelenvan de automaat helemaal opent, koelthet vaatwerk sneller af."Ruim eerst het onderrek, dan het bo-venrek en ten slotte de bestekladeuit, als deze aanwezig is.Zo voorkomt u dat er druppels vanhet bovenrek of van de bestekladeop het vaatwerk in het onderrek val-len.Bediening36
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele G 4670 SCVi stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Afwasmachine Miele
Alle Miele Afwasmachine handleidingen