Miele G 4263 SCVi Handleiding

Miele Vaatwasser G 4263 SCVi

Bekijk gratis de handleiding van Miele G 4263 SCVi (88 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 152 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Miele G 4263 SCVi of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Gebruiksaanwijzing
Afwasautomaat
Lees de gebruibeslist ks- en montage-handleiding voordat u uw appa‐
raat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 09 939 570HG03

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Vaatwasser
Model: G 4263 SCVi
Apparaatplaatsing: Volledig ingebouwd
Soort bediening: Knoppen
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 46500 g
Breedte: 598 mm
Diepte: 570 mm
Hoogte: 805 mm
Netbelasting: 2200 W
Aantal couverts: 14 couverts
Deurkleur: Niet van toepassing
Snoerlengte: 1.7 m
Uitgestelde start timer: Ja
Startvertraging: 24 uur
Droogklasse: A
Duur cyclus: 172 min
Geluidsniveau: 46 dB
Jaarlijks energieverbruik: 299 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Installatie compartiment breedte: 600 mm
Installatie compartiment diepte: 570 mm
Waterconsumptie per cyclus: 13.5 l
Stroom: 10 A
Installatie compartiment hoogte (min): 805 mm
Aantal wasprogramma's: 5
Diepte wanneer de deur open is: 1165 mm
Kleur bedieningspaneel: Roestvrijstaal
Afwasprogramma's: Auto,Eco,Normal
Energieverbruik per cyclus: 1.05 kWu
Jaarlijks waterverbruik: 3780 l
Lengte afvoerslang: 1.5 m
Lengte watertoevoerslang: 1.5 m
Installatie compartiment hoogte (max): 870 mm
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz

Handleiding Miele G 4263 SCVi – volledige tekst

Inhoud3 Algemeen. 6Het apparaat in één oogopslag. 6Bedieningspaneel. 7Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 8Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 18Het verpakkingsmateriaal. 18Het afdanken van een apparaat. 18Zuinig afwassen. 19Ingebruikneming van het apparaat. 20Deur openen. 20Deur sluiten. 20Waterontharder. 21Waterhardheid opvragen en instellen. 22Voor het eerste gebruik hebt u nodig:. 24Regenereerzout. 24Regenereerzout doseren. 25Regenereerzout bijvullen.  26Naspoelmiddel. 27Naspoelmiddel doseren. 27Controlelampje voor het naspoelmiddel.  28Te doseren hoeveelheid naspoelmiddel instellen. 29Serviesgoed en bestek inruimen. 30Waar u op moet letten. 30Bovenrek. 32Verstellen bovenrek. 33Onderrek. 34Bestek. 35Besteklade. 35Bestekkorf (afhankelijk van het model). 36Voorbeelden voor de indeling. 37Afwasautomaat met besteklade. 37Afwasautomaat met bestekkorf. 39Bediening.

Algemeen6Het apparaat in één oogopslagaBovenste sproeiarm (niet zichtbaar) bBesteklade (afhankelijk van het mo‐del) cBovenrek dMiddelste sproeiarm eLuchttoevoer voor het drogen (afhan‐kelijk van het model) fOnderste sproeiarm gZeefcombinatie hTypeplaatje iReservoir voor naspoelmiddel jTweevaksdoseerbakje voor reini‐gingsmiddel kReservoir voor regenereerzout

Algemeen7BedieningspaneelaControlelampjes storingen en bijvul‐len / = T oevoer/Afvoer = Naspoelmiddel = Zout bTijdweergave c- t oets (Voorprogrammering) metcontrolelampje dTurbo - t oets met controlelampje eProgrammakeuzeAuto = Automatic = SpeciaalECO = ECO 50 °C = Lich t vervuild 50 °C 75 °C = Intensief 75 °C fProgrammakeuzetoets  g- t oets (Aan/Uit) In deze gebruiksaanwijzing worden afwasautomaten beschreven die in hoogtekunnen verschillen.Deze modellen worden in de gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid:Normaal = Afwasautomaten met een hoogte van 80,5 cm (inbouwapparaat)resp. een hoogte van 84,5 cm (vrijstaand apparaat)XXL = Afwasautomaten met een hoogte van 84,5 cm (inbouwapparaat)

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8Deze afwasautomaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalin‐gen. Ondeskundig gebruik kan echter persoonlijk letsel en schadeaan het apparaat veroorzaken.Lees de montagehandleiding en de gebruiksaanwijzing aandach‐tig door voordat u de afwasautomaat in gebruik neemt. Dat is vei‐liger voor uzelf en u voorkomt schade aan het apparaat.Bewaar de montagehandleiding en de gebruiksaanwijzing en geefdeze door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voorschade die daarvan het gevolg is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9Efficiënt gebruik Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens‐huis. Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor het afwassenvan huishoudservies. Het gebruik voor andere doeleinden is ontoe‐laatbaar en kan gevaarlijk zijn. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteld‐heid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het apparaat nietin staat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door eenverantwoordelijk persoon.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Kinderen Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de af‐wasautomaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de afwasautomaat alleen danzonder toezicht gebruiken, als ze daar uitleg over hebben gehad. Zemoeten inzien wat voor gevaar zij lopen wanneer ze het apparaatniet goed bedienen. Kinderen mogen de afwasautomaat niet zonder toezicht reinigenof onderhouden. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van deafwasautomaat bevinden. Laat ze nooit met het apparaat spelen omte voorkomen dat ze zich daarin opsluiten. Als de automatische deuropening (afhankelijk van het model) ge‐activeerd is, mogen kleine kinderen zich niet bij de deur van de af‐wasautomaat bevinden.

In het onwaarschijnlijke geval van een sto‐ring, bestaat kans op letsel. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten het bereik vankinderen in verband met verstikkingsgevaar. Zorg ervoor dat kinderen niet met reinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in monden keel veroorzaken of tot verstikking leiden. Laat kinderen niet bijde afwasautomaat komen als deze geopend is. Er zouden nog res‐ten reinigingsmiddelen in de automaat aanwezig kunnen zijn. Ga di‐rect naar de dokter wanneer uw kind reinigingsmiddel binnengekre‐gen heeft.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Technische veiligheid Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen al‐leen door een door Miele geautoriseerde vakman / vakvrouw wordenuitgevoerd. Door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden kan degebruiker risico's lopen. Installatie-, onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden mogen alleen door een door Miele geautoriseerde vak‐man / vakvrouw worden uitgevoerd. Door ondeskundig uitgevoerdewerkzaamheden kan de gebruiker risico's lopen. Controleer vóórdat de afwasautomaat wordt geplaatst, of hijzichtbaar beschadigd is. Is dat het geval, neem hem dan in geen ge‐val in gebruik. Een beschadigde afwasautomaat kan uw veiligheid ingevaar brengen. De elektrische veiligheid van dit apparaat is alleen dan gewaar‐borgd als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol‐gens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.

Laat dehuisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade dieis ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv.een elektrische schok). De betrouwbare en veilige werking van de afwasautomaat is uit‐sluitend gegarandeerd, wanneer de afwasautomaat op het openbareelektriciteitsnet is aangesloten. De afwasautomaat mag alleen via een 3-polige stekker met rand‐aarde op het elektriciteitsnet worden aangesloten. De stekker magniet worden afgeknipt en niet vast aangesloten. U moet na plaatsingvan het apparaat zonder problemen bij het stopcontact kunnen ko‐men, zodat u er ieder moment de stekker uit kunt trekken. Wanneer zich in de buurt van de afwasautomaat een elektrischapparaat bevindt, let er dan op dat de stekker van dit apparaat nietschuilgaat achter de afwasautomaat.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 De afwasautomaat mag niet onder een kookplaat worden geïn‐stalleerd. Een kookplaat straalt voor een deel hoge temperaturen afdie de automaat kunnen beschadigen. Om dezelfde reden mag deafwasautomaat niet direct naast hitteproducerende apparaten wor‐den geplaatst die niet standaard tot de keukenuitrusting behoren,zoals kachels. Vergelijk vóórdat u het apparaat aansluit de aansluitgegevens (ze‐kering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen.

Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. Dit apparaat mag pas dan op het elektriciteitsnet worden aange‐sloten, nadat het is geplaatst en gemonteerd (inclusief deurveerin‐stelling). De afwasautomaat mag uitsluitend worden gebruikt, als het deur‐mechanisme goed functioneert, omdat anders als de automatischedeuropening (afhankelijk van het model) geactiveerd is een gevaarkan ontstaan.Een goed functionerend deurmechanisme voldoet aan de volgendevoorwaarden:– De deurveren moeten aan beide kanten gelijkmatig worden inge‐steld. Wanneer u de deur half, d.w.z.

in een hoek van 45°, open‐doet en daarna loslaat moet de deur in die positie blijven staan enniet zomaar naar beneden klappen.– De deurvergrendelingsrail schuift na de droogfase bij het openenvan de deur weer automatisch in. Deze afwasautomaat mag niet op het elektriciteitsnet wordenaangesloten via meervoudige stopcontacten of via verlengsnoerendie daarvoor niet geschikt zijn. Dit in verband met gevaar voor over‐verhitting. Deze afwasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zo‐als een boot) worden gebruikt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13 Plaats uw afwasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Sluit om schade aan het apparaat te voorkomen de afwasauto‐maat alleen op een volledig ontlucht leidingnet aan. Dompel de kunststof ommanteling van de wateraansluiting niet invloeistof, want deze bevat een elektrisch ventiel. In de watertoevoerslang bevinden zich spanningvoerende delen.De slang mag daarom niet worden ingekort. Het ingebouwde Waterproof-systeem biedt optimale beschermingtegen waterschade als aan de volgende voorwaarden is voldaan:– De automaat moet volgens de voorschriften zijn geïnstalleerd.– Wanneer er duidelijk sprake is van schade moet het apparaatworden gerepareerd, resp.

moeten onderdelen worden vervan‐gen.– De kraan moet bij langdurige afwezigheid (bijvoorbeeld tijdens va‐kanties) worden dichtgedraaid.Het Waterproof-systeem functioneert ook wanneer de afwasauto‐maat is uitgeschakeld. Het apparaat moet dan wel op het elektrici‐teitsnet zijn aangesloten. De waterdruk (druk op de wateraansluiting) moet tussen 50 en1000 kPa (0,5 en 10 bar) liggen. Een beschadigde afwasautomaat kan uw veiligheid in gevaarbrengen. Stel het apparaat meteen buiten werking wanneer het be‐schadigd is en neem contact op met uw leverancier of met de afde‐ling Klantcontacten van Miele Nederland. De garantie vervalt als de afwasautomaat niet door een doorMiele geautoriseerde vakman / vakvrouw wordt gerepareerd.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14 Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van deze Miele onderdelen kunnen wij ga‐randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mag ergeen elektrische spanning op de afwasautomaat staan. Schakeldaarvoor het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. Een beschadigde aansluitkabel mag alleen door een aansluitkabelvan hetzelfde type worden vervangen. Deze is verkrijgbaar bij de af‐deling Onderdelen van Miele Nederland B.V. Om veiligheidsredenenmag de kabel alleen door een door Miele geautoriseerde vakman /vakvrouw of door een technicus van Miele Nederland B.V.

wordenvervangen.Correcte plaatsing Neem bij plaatsing en aansluiting van de afwasautomaat de in‐structies in de montagehandeiding in acht. De afwasautomaat heeft een aantal metalen onderdelenwaaraan u zich kunt snijden of anderszins verwonden. Weesdaarom vóór en tijdens het monteren van het apparaat heelvoorzichtig. Draag handschoenen ter bescherming. De afwasautomaat moet waterpas worden geplaatst. Onder of in te bouwen afwasautomaten mogen omwille van destabiliteit uitsluitend worden geplaatst onder een doorlopend werk‐blad dat is vastgeschroefd aan de kasten die ernaast staan. Wanneer u een vrijstaande afwasautomaat wilt onderbouwen, ver‐wijder dan de vrijstaande sokkel en vervang deze door een sokkel‐paneel voor een onderbouwafwasautomaat. Dit paneel zit in dedaarvoor bestemde onderbouwset. Zonder dit paneel loopt u dekans om zich aan uitstekende metalen delen te bezeren.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen15 De deurveren moeten aan beide kanten gelijkmatig worden inge‐steld. Wanneer u de deur half, d.w.z. in een hoek van 45°, opendoeten daarna loslaat moet de deur in die positie blijven staan en niet zo‐maar naar beneden klappen.De afwasautomaat mag alleen in gebruik worden genomen wanneerde deurveren op de juiste wijze zijn ingesteld.Veilig gebruik Gebruik geen oplosmiddelen in de spoelruimte in verband met ex‐plosiegevaar. Adem geen poedervormige reinigingsmiddelen in! Slik geen reini‐gingsmiddelen in! Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in neus,mond en keel veroorzaken.

Ga direct naar de dokter wanneer u reini‐gingsmiddelen heeft ingeademd of ingeslikt. Laat de deur van de afwasautomaat niet onnodig openstaan omte voorkomen dat u zich daaraan stoot of erover struikelt. Wanneer de deur van de afwasautomaat open staat, ga daar danniet op zitten of staan om te voorkomen dat het apparaat gaat kan‐telen, dat u daarbij letsel oploopt en/of het apparaat beschadigdraakt. Het serviesgoed kan na afloop van een programma zeer heet zijn!Laat het serviesgoed daarom na het uitschakelen van de automaatzo lang in de afwasautomaat afkoelen, totdat u het goed kunt vast‐pakken. Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen en naspoelmiddelen voorhuishoudafwasautomaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor dehandafwas! Gebruik geen reinigingsmiddelen die voor bedrijfsafwasautomatenof industriereinigers bestemd zijn om materiële schade en hevigechemische reacties, bijv.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen16 Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het re‐servoir voor naspoelmiddel om te voorkomen dat het reservoir kapotgaat. Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het re‐servoir voor regenereerzout om te voorkomen dat de ontharder ka‐pot gaat. Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout ofandere zuivere ingedampte zouten. Gebruik in geen geval anderesoorten zout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout be‐vatten soms niet in water op te lossen deeltjes die een nadelig effectkunnen hebben op de werking van de ontharder. Heeft u een afwasautomaat met een bestekkorf, kunt u het bestekhet beste in de bestekkorf plaatsen met de grepen beneden en metde scherpe kant boven. Dan wordt het bestek gemakkelijker schoonen droog.

Loopt u daardoor echter de kans om zich aan de scherpekant van de messen en de punten van de vorken te bezeren, dankunt u het bestek het beste met de grepen boven en met de scherpekant beneden plaatsen. Reinig geen kunststof vaatwerk in de afwasautomaat dat niet hit‐tebestendig is zoals wegwerpbakjes of wegwerpbestek. Dit soortvaatwerk kan door de hoge temperaturen vervormen. Zorg er bij gebruik van de optie "FlexiTimer / Voorprogrammering"(afhankelijk van het model) voor, dat het doseerbakje voor het reini‐gingsmiddel droog is. Reinigingsmiddel gaat in een vochtig doseer‐bakje klonteren en wordt misschien niet volledig weggespoeld. Informatie over de beladingscapaciteit van de afwasautomaat ziehoofdstuk: "Technische gegevens".

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen17Accessoires Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga‐rantie-aanspraken vervallen.Afdanken afwasautomaat Voorkom dat kinderen zich in het apparaat opsluiten door de sluit‐haak van het deurslot te verwijderen en zo het deurslot onbruikbaarte maken.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu18Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak‐kingsmateriaal is uitgekozen omdat dithet milieu relatief weinig belast en kanworden hergebruikt.Het gaat om het volgende materiaal:Buitenverpakking:– Golfkarton van 100 % recyclingmate‐riaal, Alternatief: wikkelstretchfolie van po‐lyethyleen (PE)– Kunststof transportriemen van poly‐propyleen (PP)Binnenverpakking:– Expandeerbaar polystyrol (EPS) zon‐der chloor- of fluortoevoegingen– Bodem, dekselframe en steunlijstenvan onbehandeld natuurhout afkom‐stig uit beschermde bossen– Beschermfolie van polyethyleen (PE)Hergebruik van het verpakkingsmateri‐aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen.

De vakhan‐delaar neemt de verpakking terug ofwijst u de dichtst bijgelegen plaats waaru de verpakking kwijt kunt.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten meestal nog waarde‐volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge‐weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren. Wanneer u uw ou‐de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu. Doe uw oude apparaat daar‐om nooit bij het gewone huisafval.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek‐tronische apparatuur.

Vraag uw hande‐laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge‐slagen.Alle kunststof onderdelen van het appa‐raat zijn met internationale tekens ge‐markeerd. Daardoor is het bij het afdan‐ken van het apparaat mogelijk om deverschillende soorten kunststof ge‐scheiden te verwerken en te recyclen.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu19Zuinig afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterst wa‐ter- en energiebesparend.U kunt nog zuiniger te werk gaan, in‐dien u de volgende adviezen opvolgt:– Maak gebruik van de volledige bela‐dingscapaciteit van de rekken zonderde afwasautomaat te overladen.– Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort serviesgoed en de matevan verontreiniging.– Kies het programma ECO (indienaanwezig) als u energiebesparendwilt reinigen. De water- en energiebe‐sparing is voor normaal verontreinigdserviesgoed bij dit programma hetgrootst.– Volg de doseeradviezen op die op deverpakking van het afwasmiddelstaan.– Bij gebruik van poedervormige ofvloeibare reinigingsmiddelen kunt ude dosering met 1/3 verminderen,wanneer de rekken maar half beladenzijn.– Het is mogelijk om de afwasautomaatop warm water aan te sluiten.

Bijzon‐der geschikt is een warmwateraan‐sluiting bij een energetisch gunstigewarmwaterbereiding, bijv. zonne-energie met circulatieleiding.Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om uwapparaat op koud water aan te slui‐ten.Zie voor zuinig afwassen ookwww.miele.nl.

Ingebruikneming van het apparaat20Deur openenTrek de deur aan de handgreep open.Wanneer de deur wordt geopend terwijler een programma loopt, worden allereinigingsfuncties automatisch onder‐broken.Wanneer het water in de afwas‐automaat heet is, loopt u het risicoom zich te verbranden.Moet u de deur beslist openen terwijler een programma loopt, doe datdan heel voorzichtig.Deur sluitenSchuif de rekken naar binnen.Sluit de deur totdat deze vastklikt.Pas op!Kom niet met uw handen in het ge‐deelte waar de deur sluit.

Ingebruikneming van het apparaat21WaterontharderOm goede reinigingsresultaten te berei‐ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig. Bij hard water ontstaat er witte kalkaan‐slag op het serviesgoed en op de wan‐den van de spoelruimte. Water vanafeen waterhardheid van 4°dH (0,7mmol/l) moet daarom worden onthard.Daar wordt in de ingebouwde wateront‐harder automatisch voor gezorgd. Dewaterontharder is geschikt voor eenwaterhardheid tot 70°dH (12,6 mmol/l).– De waterontharder heeft daarvoorwel regenereerzout nodig. Echter: bij gebruik van combi-tabshoeft u al naar gelang de waterhard‐heid (< 21°dH) geen regenereerzoutte doseren.

Zie hoofdstuk: "Bedie‐ning", paragraaf: "Reinigingsmidde‐len".– De afwasautomaat moet precies wor‐den geprogrammeerd naar de hard‐heid van uw water.– Het plaatselijke waterleidingbedrijfkan u vertellen welke hardheidsgraaduw water heeft.– Programmeer bij een variërende wa‐terhardheid (bijv. 10 - 15 °dH) altijdde hoogste waarde (in dit voorbeeld15°dH).Bij werkzaamheden aan het apparaat ishet voor de monteur handig de hard‐heidsgraad van uw water te kennen.Noteer daarom de hardheid van uw wa‐ter:____________°dHVanuit de fabriek is een waterhardheidvan 15°dH (2,7 mmol/l) geprogram‐meerd.Als deze waterhardheid overeenkomtmet de hardheid van uw eigen water,kunt u de rest van dit hoofdstuk over‐slaan.Wanneer uw water echter een anderehardheid heeft, moet u uw wateronthar‐der daarop instellen.

Ingebruikneming van het apparaat22Waterhardheid opvragen en instellenIs de afwasautomaat nog ingescha‐keld, schakel deze dan met de -toets uit.Druk op de - toets, houd deze in‐gedrukt en schakel de af‐tegelijkwasautomaat met de - toets in.Houd de - toets minstens vier se‐conden ingedrukt, totdat het contro‐lelampje van het programma rechtsonder gaat branden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.Druk twee keer op de Turbo - toets.Het controlelampje van de Turbo - toetsknippert twee keer kort achter elkaar.De ingestelde hoeveelheid is te zien aanhet cijfer dat achter de in de displayaan het knipperen is. Zie tabel.In de display knipperen    afwisse‐lend.Dat betekent dat er vanuit de fabriekeen waterhardheid van 15°dH is inge‐steld.Kies met de - toets de hardheidvan uw water.Bij iedere druk op de toets krijgt ueen hogere waterhardheid.

Ingebruikneming van het apparaat24Voor het eerste gebruik hebt unodig:– ca. 2 l water,– ca. 2 kg regenereerzout,– reinigingsmiddel voor huishoudaf‐wasautomaten,– naspoelmiddel voor huishoudafwas‐automaten.Iedere afwasautomaat wordt in de fa‐briek op zijn werking getest. Als ge‐volg van deze tests blijft er water inhet apparaat achter. Dit betekent nietdat het apparaat eerder door een an‐dere consument is gebruikt.RegenereerzoutOm goede reinigingsresultaten te berei‐ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig. Bij hard waterontstaat er witte kalkaanslag op hetvaatwerk en op de wanden van despoelruimte. Water met een waterhardheid van 4°dH(0,7 mmol/l) moet daarom worden ont‐hard. Daar wordt in de ingebouwde wa‐terontharder automatisch voor gezorgd.De waterontharder is geschikt voor eenwaterhardheid tot 70°dH (12,6 mmol/l).De waterontharder heeft daarvoor welregenereerzout nodig.

Echter: bij gebruik van combi-tabshoeft u al naar gelang de waterhardheid(< 21°dH) geen regenereerzout te dose‐ren. Zie hoofdstuk: "Bediening", para‐graaf: "Reinigingsmiddelen".Als de hardheid van uw water steedsonder de 5°dH (= 0,9 mmol/l) ligt,hoeft u tgeen zout e doseren. De bij‐vulcontrole wordt automatisch uitge‐schakeld.Reinigingsmiddel beschadigt deontharder.Doseer geen poedervormig of vloei‐baar reinigingsmiddel in het reservoirvoor regenereerzout.Gebruik uitsluitend speciaal grof‐korrelig regenereerzout of anderezuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval keukenzout ofstrooizout. Deze zoutsoorten bevat‐ten soms niet oplosbare deeltjes dieeen nadelig effect kunnen hebben opde werking van de ontharder.

Ingebruikneming van het apparaat25Regenereerzout doserenBelangrijk! Wanneer u het zoutreser‐voir voor de eerste keer wilt vullen,vul het dan eerst met ca. 2 l water.Zo kan het zout oplossen.Nadat u de afwasautomaat in ge‐bruik hebt genomen, zit er altijd ge‐noeg water in het reservoir.Haal het onderrek uit de spoelruimteen draai de dop van het zoutreservoiropen.Iedere keer wanneer u de dop vanhet zoutreservoir opendraait loopt erwater of zout over de rand van hetreservoir.Draai de dop er daarom alleen maaraf om zout bij te vullen.Vul het zoutreservoir voordat u hetapparaat voor de eerste keer gebruiktmet ca. 2 l water.Plaats een trechter in de opening vanhet zoutreservoir en doseer dan zo‐veel zout in het zoutreservoir totdathet vol is. Het zoutreservoir kan af‐hankelijk van het soort zout max.

2kg bevatten.Verwijder de zoutresten die zich rondhet zoutreservoir bevinden en schroefde dop weer stevig op het reservoir.Start direct na het doseren van rege‐nereerzout het programma Speciaal met de optie Turbo zonder servies‐goed, zodat eventueel gemorstezoutresten kunnen worden verdunden daarna weggepompt.

Ingebruikneming van het apparaat26Regenereerzout bijvullen Vul na afloop van een programmazout bij, wanneer het controlelampjeZout brandt.Voorkom corrosie! Start direct na het doseren van rege‐nereerzout het programma Speci‐aal  met de optie Turbo zonder ser‐viesgoed, zodat eventueel gemorstezoutresten kunnen worden verdunden daarna weggepompt.Wanneer er zich nog geen zoutconcen‐tratie heeft gevormd die hoog genoegis, kan bovenstaand controlelampje nogkorte tijd blijven branden. Het lampjegaat uit, zodra de zoutconcentratiehoog genoeg is.De bijvulcontrole wordt automatisch uit‐geschakeld, als er een waterhardheidonder de 5°dH (= 0,9 mmol/l) is gepro‐grammeerd.Wanneer u alleen maar combi-tabsgebruikt, kunt u de bijvulcontrole voornaspoelmiddel en zout tegelijk uit‐schakelen.

Ingebruikneming van het apparaat27NaspoelmiddelNaspoelmiddel zorgt ervoor dat het wa‐ter tijdens het drogen als een film vanhet spoelgoed afloopt waardoor hetsneller droogt.Het naspoelmiddel wordt in het reser‐voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe‐veelheid automatisch toegevoegd.Doseer alleen naspoelmiddelvoor huishoudafwasautomaten in hetnaspoelmiddelreservoir; in geen ge‐val reinigingsmiddelen voor afwasau‐tomaten of voor de handafwas. Ditom te voorkomen dat het reservoirkapotgaat.Als alternatief kunt u ook– huishoudazijn met een zuurgehaltevan 5%of– vloeibaar citroenzuur (10%-oplos‐sing)gebruiken. Het serviesgoed zal echterminder goed drogen en eerder vlekkenvertonen, dan wanneer u naspoelmid‐del gebruikt.Gebruik nooit azijn met een ho‐ger zuurgehalte (bijv.

azijnessencemet een gehalte van 25%).Dat zou schade aan de afwasauto‐maat kunnen veroorzaken.Gebruikt u uitsluitend combi-tabs,dan hoeft u geen naspoelmiddel tedoseren.Naspoelmiddel doserenOpen het klepje van het naspoelmid‐delreservoir door op het knopje tedrukken in de richting van de pijl.

Ingebruikneming van het apparaat28Doseer zoveel naspoelmiddel totdathet in de vulopening zichtbaar is.Het naspoelmiddelreservoir kan ca.110 ml bevatten.Sluit het klepje en wel zo dat het dui‐delijk vastklikt. Dit om te voorkomendat er tijdens het spoelproces waterin het naspoelmiddelreservoir loopt.Veeg eventueel gemorst naspoelmid‐del goed weg om bij de volgende af‐wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje voor het naspoelmid‐del Wanneer het controlelampje Naspoel‐middel  gaat branden zit er nog eenreserve in voor 2 - 3 afwasbeurten.Vul op tijd naspoelmiddel bij.Wanneer u alleen maar combi-tabsgebruikt, kunt u de bijvulcontrole voornaspoelmiddel en zout tegelijk uit‐schakelen.

Ingebruikneming van het apparaat29Te doseren hoeveelheid naspoelmid‐del instellenVoor een optimaal spoelresultaat kunt ude dosering van het naspoelmiddelaanpassen.De dosering van het naspoelmiddel isinstelbaar in hoeveelheden van 0-6 ml.Vanuit de fabriek is een hoeveelheidvan 3 ml ingesteld.

Deze hoeveelheidwordt geadviseerd.De gedoseerde hoeveelheid naspoel‐middel kan door de automatische aan‐passing in het programma Auto (indienaanwezig) groter uitvallen dan de inge‐stelde dosering.Vertoont het serviesgoed vlekken:Stel een grotere hoeveelheid in.Vertoont het serviesgoed strepen ofsluiers:Stel een kleinere hoeveelheid in.Is de afwasautomaat nog ingescha‐keld, schakel deze dan met de -toets uit.Druk op de - toets, houd deze in‐gedrukt en schakel de af‐tegelijkwasautomaat met de - toets in.Houd de - toets minstens vier se‐conden ingedrukt, totdat het contro‐lelampje van het programma rechtsonder gaat branden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.Druk drie keer op de Turbo - toets.Het controlelampje van de Turbo - toetsknippert drie keer kort achter elkaar.De ingestelde waarde is te zien aan hetcijfer dat achter de in de display aanhet knipperen is.In de display knipperen   afwisselend.

Serviesgoed en bestek inruimen30Waar u op moet lettenVerwijder grove etensresten van hetspoelgoed.Het is niet nodig om de vaat van te vo‐ren onder stromend water af te spoelen!Was vaatwerk met as, zand,was, smeervet of verf niet in de af‐wasautomaat om schade aan hetapparaat te voorkomen.U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen. Neemdaarbij echter de volgende tips in acht.– Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt.– Plaats het serviesgoed zo in de rek‐ken, dat het water er aan alle kantenbij kan. Alleen dan kan het servies‐goed goed schoon worden– Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat.– Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en pannen met de openingennaar beneden in de rekken.– Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan.

Het water kan er dan beter bij.– Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo‐dat het water eraf kan lopen.– Let erop dat de sproeiarmen nietworden geblokkeerd door vaatwerkdat door de rekken heen steekt. Ukunt dit controleren door de sproeiar‐men een keer met de hand rond tedraaien.– Zorg ervoor dat kleine stukken ser‐viesgoed niet door de spijlen van derekken vallen. Leg dit soort servies, zoals deksel‐tjes, daarom in de besteklade of debestekkorf, afhankelijk van het mo‐del.Levensmiddelen zoals wortels, toma‐ten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten. Wanneer dezekleurstoffen in de afwasautomaat te‐rechtkomen, kunnen kunststof vaat‐werk en kunststof onderdelen ervanvan kleur veranderen. Deze verkleu‐ring heeft echter geen invloed op destabiliteit van het kunststof.Ook door zilveren bestek kan kunst‐stof verkleuren.

Serviesgoed en bestek inruimen31Serviesgoed en bestek die niet ge‐schikt zijn voor de afwasautomaat– Serviesgoed en bestek die óf hele‐maal óf voor een deel uit hout be‐staan drogen uit en worden lelijk. Bo‐vendien houdt de lijm niet in de af‐wasautomaat. Het gevolg daarvan isdat houten grepen los kunnen raken. – Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn nietbestand tegen de afwasautomaat. – Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormd raken. – Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden. – Kleurdecoraties op het glazuur kun‐nen na vele afwasbeurten verbleken. – Teer glaswerk en kristallen voor‐werpen kunnen na een tijd dof wor‐den. Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogrammanog vochtig zijn doordat het water erniet als een film afloopt.

Het zilver moetdan met een doek worden gedroogd. Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelen diezwavel bevatten, bijv. eigeel, uien, may‐onaise, mosterd, peulvruchten, vis, pe‐kelsaus van vis en marinades. Gebruik voor het reinigen vanaluminium delen zoals vetfilters vanafzuigkappen geen sterk bijtende, al‐kalische reinigingsmiddelen die inbedrijfsafwasautomaten of voor in‐dustriereinigers worden gebruikt. Het materiaal kan hierdoor wordenaangetast. In extreme gevallen kaner een hevige chemische reactie op‐treden (bijvoorbeeld een gasexplo‐sie). Tip: Koop serviesgoed en bestek vanmateriaal dat geschikt is om in een af‐wasautomaat te worden afgewassen enmet de aanduiding: "Geschikt voor deafwasmachine". Behoedzame reiniging van glazen– Glazen kunnen dof worden, wanneerze vaak in de afwasautomaat zijn ge‐reinigd.

Gebruik voor teer glaswerkeen programma met een lage tempe‐ratuur. Zie hoofdstuk: Programma-overzicht". Of gebruik daarvoor eenprogramma met GlassCare, als uwapparaat daarover beschikt.

– Koop glazen die geschikt zijn om ineen afwasautomaat te worden afge‐wassen en met de aanduiding: "Ge‐schikt voor de afwasmachine". – Gebruik reinigingsmiddelen met glas‐beschermende stoffen, bijv. de tabsuit de Miele CareCollection. – Meer tips m. b. t. het thema "Behoed‐zame reiniging van glazen" vindt u opinternet onder: "www. mieleglassca‐re. com".

Serviesgoed en bestek inruimen32BovenrekVoor het inruimen van serviesgoed enbestek zie ook de voorbeelden in hetgelijknamige hoofdstuk.Gebruik de afwasautomaat omveiligheidsredenen niet zonder bo‐ven- en onderrek. Dat geldt niet voorhet programma , in‐Zonder bovenrekdien aanwezig.Plaats in het bovenrek klein, licht enkwetsbaar serviesgoed zoals glazen,kopjes, schoteltjes en dessertschaalt‐jes. U kunt er ook een plat pannetje inplaatsen.Leg erg lang bestek zoals soeplepels,pollepels en lange messen dwars aande voorkant van het bovenrek.KopjesrekWilt u hoog serviesgoed inruimen,klap het kopjesrek dan omhoog.U kunt glazen tegen het kopjesrek aan‐zetten. Dan staan ze steviger.Klap het kopjesrek omlaag en zet deglazen ertegenaan.

Serviesgoed en bestek inruimen33Verstellen bovenrekOm in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies‐goed kunt u het bovenrek in hoogteverstellen. U kunt kiezen tussen 3 stan‐den met een verschil van telkens ca. 2cm.Wanneer water in holle gedeelten blijftliggen, kunt u het bovenrek beterschuin plaatsen, nl. met één kant hoogen met één kant laag. Het waterstroomt dan gemakkelijker weg. Zorg erechter voor, dat u het rek zonder pro‐blemen in de spoelruimte kunt schui‐ven.Trek het bovenrek naar buiten.Om het bovenrek naar boven te ver‐stellen, moet u:het rek naar boven trekken, totdat hetvastklikt.Om het bovenrek naar beneden teverstellen, moet u:de hendels aan de zijkanten van hetbovenrek naar boven trekken,het bovenrek in de gewenste positiezetten en de hendels weer vast latenklikken.Afhankelijk van de stand van het bo‐venrek kunt u bijv.

borden met de vol‐gende doorsneden in de rekken plaat‐sen.Afwasautomaat met bestekkorf(Voor model zie typeplaatje)Standboven‐rekBord- in cmBovenrek Onder‐rekNor‐maalXXLBoven 20 24 31 (35*)Midden 22 26 29Onder 24 28 27Afwasautomaat met besteklade(Voor model zie typeplaatje)Standboven‐rekBord- in cmBovenrek Onder‐rekNor‐maalXXLBoven 15 19 31 (35*)Midden 17 21 29Onder 19 23 27U kunt er ook borden met een doorsnedevan 35 cm in plaatsen, als u ze iets schuinzet. Zie: "Onderrek".

Serviesgoed en bestek inruimen34OnderrekVoor het inruimen van serviesgoed enbestek zie ook de voorbeelden in hetgelijknamige hoofdstuk.Plaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platteschotels, pannen en schalen.U kunt ook glazen, kopjes, schotel‐tjes, ontbijt- en dessertbordjes in hetonderrek zetten.Zet grote borden in het midden vanhet onderrek.U kunt er ook borden met een doorsne‐de van 35 cm in plaatsen, als u ze ietsschuin zet.Multi-Comfort-rekIn het achterste gedeelte van het onder‐rek bevindt zich het MultiComfort-rek.Daarin kunt u glazen, kopjes, borden enpannen plaatsen.Omklapbare spijlenIn de spijlen aan de voorkant kunt uschoteltjes, borden, soepborden, platteschotels en schalen plaatsen.U kunt de spijlen omklappen om meerruimte te krijgen voor grote stukken ser‐viesgoed, bijv.

Serviesgoed en bestek inruimen35BestekBestekladeVoor het inruimen van serviesgoed enbestek zie ook de voorbeelden in hetgelijknamige hoofdstuk.Plaats het bestek in de bestekladezoals op het plaatje.Wanneer u messen, vorken en lepelsals aparte groepen in de bestekladelegt, kunt u ze er na het afwasprogram‐ma makkelijker uithalen en opbergen.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen en de lepelbladentussen de getande kammen, zodat ookde laatste waterdruppel er zonder pro‐blemen af kan lopen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog serviesgoed (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Wanneer de lepels niet met de gre‐pen tussen de opstaande kammenpassen, leg ze dan met de grepen opde getande kammen.

Serviesgoed en bestek inruimen36Bestekkorf (afhankelijk van het model)U kunt de bestekkorf in het onderrekplaatsen en wel op een willekeurigeplek op de rijen spijlen aan de voorkant.Wilt u het bestek snel schoon endroog hebben, plaats het dan zo inde bestekkorf dat de grepen benedenen de snijkanten van de messen ende tanden van de vorken boven zit‐ten. Wanneer u daardoor echter kansloopt om zich daaraan te bezeren,dan kunt u het bestek beter zo plaat‐sen dat de grepen boven en descherpe kanten beneden zitten.Plaats kleine lepels in de speciale le‐pelsegmenten aan 3 zijkanten van debestekkorf.Speciale bestekhouder voor de be‐stekkorfIn de bijgevoegde bestekhouder kunt ulepels plaatsen die erg vuil zijn. De le‐pels liggen niet op elkaar maar wordenin deze houder naast elkaar opgehan‐gen.

Bediening41ReinigingsmiddelenGebruik uitsluitend reinigings‐middelen voor huishoudafwasauto‐maten.Soorten reinigingsmiddelModerne reinigingsmiddelen bevattenvele werkstoffen. De belangrijkste zijn:– Fosfaat. Dit onthardt het water envoorkomt daarmee kalkaanslag.– Alkalische stoffen. Deze zijn nodigvoor het weken van aangekoekt vuil.– Enzymen. Deze verminderen het zet‐meel en lossen eiwit op.– Bleekmiddel op zuurstofbasis.

Ditverwijdert kleurige vlekken zoalsthee-, koffie- en ketchupvlekken.Het zijn voornamelijk fosfaathoudende,mild alkalische reinigingsmiddelen metenzymen en zuurstofbleekmiddel dieworden aangeboden; zelden fosfaatvrijeproducten.Verschillende vormen reinigingsmidde‐len– Poedervormige en gelvormige reini‐gingsmiddelen - Deze kunnen gevari‐eerd worden gedoseerd, afhankelijkvan de belading en de vuilgraad vanhet vaatwerk.– Tabs - Deze bevatten een hoeveel‐heid reinigingsmiddel die voor demeeste toepassingen voldoende is.Gewone reinigingsmiddelen en combi-tabs -Naast de gewone reinigingsmiddelenzijn er ook producten met verschillendeextra functies, te weten de combi-tabs.Zie hoofdstuk: "Programma-opties",paragraaf: "DocControl", indien aanwe‐zig. Er zijn combi-tabs die behalve eenreinigingsfunctie ook een naspoel- enwaterontharderfunctie hebben. Dezevindt u in de handel onder de naam "3in 1".

Bediening42Doseringstips reinigingsmiddelNeem bij het doseren de aanwij‐zingen op de verpakking in acht.Wanneer er niet iets anders op deverpakking staat, doseer dan één tabof - afhankelijk van de vuilgraad - 20tot 30 ml in vakje II. Is het vaatwerksterk verontreinigd, doseer dan ooknog eens een geringe hoeveelheidreinigingsmiddel in vakje I. Zie hoofd‐stuk: "Programma-overzicht".Gebruik bij het programma "Snel" (in‐dien aanwezig) geen tabletten. De ta‐bletten lossen bij dit programma niethelemaal op.Doseert u minder reinigingsmiddeldan is geadviseerd, dan is het moge‐lijk dat het vaatwerk niet goedschoon wordt.Reinigingsmiddelen kunnenbrandwonden in neus, mond en keelveroorzaken.Adem daarom geen poedervormigreinigingsmiddel in en slik geen reini‐gingsmiddel in!

Ga direct naar dedokter wanneer dat wel is gebeurd.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanraking kun‐nen komen. Laat kinderen daaromniet bij de afwasautomaat komenwanneer deze geopend is. Er zoudennog resten reinigingsmiddel in de af‐wasautomaat aanwezig kunnen zijn.Verder kunt u het reinigingsmiddelbeter pas dán toevoegen vlak voor‐dat u het programma start. Vergren‐del de deur bovendien met de kin‐derbeveiliging, wanneer uw auto‐maat daarover beschikt.

Bediening43Reinigingsmiddel doserenOpen het klepje door op het knopjete drukken.Na afloop van een afwasprogramma ishet reinigingsmiddelbakje altijd ge‐opend.Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do‐seerbakje.Sluit ook het pak reinigingsmiddel omte voorkomen dat het middel aan rei‐nigingskracht verliest.DoseerhulpIn vakje I past maximaal 10 ml, in vakje II maximaal 50 ml reinigings‐middel.In vakje II zijn markeringen aangebrachtom het doseren gemakkelijker te ma‐ken: 20, 30. Bij een horizontaal geopen‐de deur geven deze streepjes aan hoe‐veel reinigingsmiddel in ml er ongeveerin zit.

Bediening44InschakelenDraai de kraan open als deze nogdicht is.Open de deur.Controleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge‐blokkeerd.Schakel de afwasautomaat met de - toets in.Het controlelampje van het laatst geko‐zen programma gaat branden.Wanneer u in plaats van het program‐ma ECO opnieuw het laatst ingesteldeprogramma wilt kiezen, schakel dande programma-optie "Memory" in. Ziehoofdstuk: "Programma-opties", para‐graaf: "Memory".Programma kiezenLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort servies‐goed en de mate waarin het is veront‐reinigd.In het hoofdstuk: "Programma-over‐zicht" zijn de programma's beschrevenen de toepassingen ervan.Kies met de - toets het gewensteprogramma.Het controlelampje van het gekozenprogramma gaat branden.De display geeft in uren en minuten aanhoelang dit programma gaat duren.U kunt nu een programma-optie kie‐zen.

Bediening45Programma startenStart het programma door de deur tesluiten.Het programma start.Wilt u beslist een programma afbre‐ken, doe dat dan alleen in de eersteminuten om te voorkomen dat be‐langrijke programmafases (bijv. hetregenereren) worden overgeslagen.TijdweergaveVoordat er een programma start geeftde display in uren en minuten de tijdaan die het gekozen programma gaatduren, de zgn. resttijd. Deze tijd wordttijdens het afwasprogramma in de dis‐play afgeteld.Het is mogelijk dat de display voor éénen hetzelfde programma de ene keereen andere tijd aangeeft dan de anderekeer. Dat is o.a.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele G 4263 SCVi stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden