Miele G 1220 SCU Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele G 1220 SCU (110 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele G 1220 SCU of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Vaatwasser |
| Model: | G 1220 SCU |
Handleiding Miele G 1220 SCU – volledige tekst
Beschrijving van het apparaat. 5Het apparaat in één oogopslag. 5Bedieningspaneel. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 11Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal. 11Het afdanken van het apparaat. 11Economisch afwassen. 11Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt. 12Het openen van de deur. 12Het sluiten van de deur. 12Kinderbeveiliging. 12Waterontharder. 13Het programmeren van de waterhardheid. 14Het opvragen van de waterhardheid. 15Voor het eerste gebruik hebt u nodig. 16Het doseren van regenereerzout. 16Controlelampje voor het zout. 17Naspoelmiddel. 18Het doseren van naspoelmiddel. 18Controlelampje voor het naspoelmiddel. 19Het instellen van de hoeveelheid te doseren naspoelmiddel. 20Het inruimen van serviesgoed en bestek. 21Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat. 22Bovenrek. 23Kopjesrek.
23Steunbeugel (afhankelijk van het model). 23Het verstellen van het bovenrek. 24Onderrek. 25Inzetrek met spijlen. 25Uitneembaar. 26Fleshouder (afhankelijk van het model). 26Bestek. 27Besteklade (afhankelijk van het model). 27Bestekkorf (afhankelijk van het model). 28Inhoud2.
Bediening. 29Reinigingsmiddelen. 29Het doseren van reinigingsmiddel. 30Het inschakelen van de afwasautomaat. 31Het kiezen van een programma. 31Het starten van het programma. 31Tijdsaanduiding. 32Weergave programmaverloop. 32Einde van het programma. 32Het uitschakelen van de afwasautomaat. 32Het uitruimen van de afwasautomaat. 33Het onderbreken van het programma. 33Wisseling van programma. 33Extra functies. 34Tabfunctie (Reinigingsmiddelfunctie). 34Voorprogrammering. 35Fabrieksinstellingen. 37Aanpassing Automatic - programma. 38Reiniging en onderhoud. 39Het reinigen van de spoelruimte. 39Het reinigen van de deurdichting en de deur. 39Het reinigen van het front van de afwasautomaat. 39Het reinigen van het bedieningspaneel. 40Het reinigen van de zeven in de spoelruimte. 41Het reinigen van de sproeiarmen. 43Nuttige tips. 44Technische storingen. 44Storingen in de watertoevoer/waterafvoer.
Het apparaat in één oogopslagaBovenste sproeiarm(niet zichtbaar)bBesteklade(afhankelijk van het model)cBovenrekdMiddelste sproeiarmeLuchttoevoer voor het drogen(afhankelijk van het model)fOnderste sproeiarmgZeefcombinatiehTypeplaatjeiKinderbeveiliging in de deurgreep(niet zichtbaar)jReservoir voor naspoelmiddelkTweevaksdoseerbakje voor reini-gingsmiddellReservoir voor regenereerzoutBeschrijving van het apparaat5
BedieningspaneelaProgramma's met controlelampjesbTijdsaanduidingcTabaanduiding(voor gebruikt reinigingsmiddel)dControlelampjes voor het program-maverloopes- toets (Aan/Uit - toets)fControlelampjes voorwatertoevoer en waterafvoer,naspoelmiddel en zoutgStart/Stop - toets met controlelampjehVoorprogrammeringstoetsmet controlelampjeiTabtoets (voor het instellenvan gebruikt reinigingsmiddel)jProgrammatoetsIn deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen afwasautomaat be-schreven.Deze modellen worden in de gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid:G 1220 etc. = G 1XXXG 2220 etc. = G 2XXXDe aanduidingen G 1XXX en G 2XXX hebben altijd betrekking op het type-plaatje.Het typeplaatje bevindt zich aan de rechter zijkant van de deur.Beschrijving van het apparaat6
Deze afwasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat in gebruik neemt. Dat isveiliger voor uzelf en u voorkomtdaarmee schade aan uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzingzorgvuldig. Efficiënt gebruikDeze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk gebruik. Gebruik deze afwasautomaat uit-sluitend voor het afwassen vanhuishoudservies. Het gebruik voor andere doeleinden enhet aanbrengen van veranderingen aanhet apparaat is ontoelaatbaar en kan ge-vaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aan-sprakelijk worden gesteld voor schadedie is ontstaan door gebruik voor anderedoeleinden dan hier aangegeven of dooreen foutieve bediening.
Bij de leveringControleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geengeval in gebruik. Een afwasautomaatdie beschadigd is kan uw veiligheid ingevaar brengen. Zorg ervoor dat de verpakking kanworden hergebruikt. TransportLet wanneer u de afwasautomaatwilt transporteren, bijv. bij een ver-huizing, op het volgende:–Ruim de afwasautomaat uit. –Maak alle losse onderdelen vast, bijv. slangen, kabels, bestekkorf en on-derrek. –Transporteer de afwasautomaatrechtop. Bij plaatsing en installatieNeem bij plaatsing en aansluitingvan de afwasautomaat de montage-instructies in het montageschema in acht. De afwasautomaat mag alleen viaeen 2-polige stekker met randaar-de op het elektriciteitsnet worden aan-gesloten. De stekker mag niet wordenafgeknipt en vast aangesloten.
U moet na plaatsing van de automaatzonder problemen bij het stopcontactkunnen komen. Wanneer zich in de buurt van deafwasautomaat een elektrisch ap-paraat bevindt, let er dan op dat destekker van dit apparaat niet schuilgaatachter de afwasautomaat.
Daar de inbouwkast niet altijd diep ge-noeg is kan er druk op de stekker ont-staan, wat het risico op oververhitting endaarmee op brand verhoogt. Voor de stabiliteit van de afwas-automaat is het noodzakelijk datonder of in te bouwen afwasautomatenuitsluitend worden geplaatst onder eendoorlopend werkblad dat is vastge-schroefd aan de kasten die ernaaststaan. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.
De afwasautomaat mag niet ondereen kookplaat worden geïnstal-leerd. Een kookplaat straalt voor eendeel hoge temperaturen af waardoor deafwasautomaat beschadigd zou kun-nen raken. Om dezelfde reden mag de afwasauto-maat niet direct naast warmteproduce-rende apparaten worden geplaatst dieniet standaard tot de keukenuitrustingbehoren. Wilt u van een vrijstaande afwas-automaat een onderbouwafwas-automaat maken, vervang het sokkel-paneel dan door een sokkelpaneel dathoort bij onderbouwafwasautomaten. Gebruik daarvoor de daarbij horendeombouwset. Doet u dat niet, loopt u het risico zichaan uitstekende metalen onderdelen teverwonden. De afwasautomaat mag pas dan ophet elektriciteitsnet worden aangeslo-ten, nadat hij is geplaatst en geïnstalleerd. Controleer of de elektrische waardenvan uw huisinstallatie (spanning, fre-quentie en zekering) overeenkomen metde gegevens op het typeplaatje.
De elektrische veiligheid van dezeafwasautomaat is alleen dan ge-waarborgd als hij wordt aangesloten opeen aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsvoorschriften isgeïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of bescha-digde aarddraad (bijv. een elektrischeschok). Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een bootof in een camper) moet worden ge-plaatst, mag het uitsluitend door eenvakman / vakvrouw worden ingebouwden aangesloten. Hierbij moet aan allevoorwaarden voor een veilig gebruikworden voldaan. Een afwasautomaat die bescha-digd is kan uw veiligheid in gevaarbrengen.
Stel het apparaat meteen bui-ten werking wanneer het beschadigd isen neem contact op met uw leverancierof met de afdeling Klantcontacten vanMiele Nederland B. V. De kunststof behuizing van de Wa-terproofventielen bevat een elek-trisch onderdeel. Dompel de behuizingniet in vloeistof. In de watertoevoerslang bevindenzich spanningsvoerende delen.
Knip de slang daarom niet door, ook alis hij te lang. Gebruik geen verlengsnoer. Dit inverband met gevaar voor overver-hitting en daarmee voor brand. In het dagelijks gebruikGebruik geen oplosmiddelen in despoelruimte. Dit in verband met explosiegevaar. Adem geen poedervormige reini-gingsmiddelen in. Slik geen reini-gingsmiddelen in. Reinigingsmiddelenkunnen brandwonden in neus, mond enkeel veroorzaken. Ga direct naar dedokter wanneer u reinigingsmiddelenhebt ingeademd of ingeslikt. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.
Laat de deur van de automaat nietonnodig openstaan. U zou zich daaraan kunnen stoten. Wanneer de deur van de afwas-automaat open staat, ga daar danniet op zitten of staan. Doet u dat wel, dan kan het apparaatkantelen. Daarbij kunt u letsel oplopenof kan het apparaat beschadigd raken. Gebruik uitsluitend reinigingsmid-delen voor huishoudafwasautoma-ten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voorde handafwas. Gebruik uitsluitend naspoelmiddelenvoor huishoudafwasautomaten. Heeft u een afwasautomaat meteen bestekkorf, kunt u het bestekhet beste in de bestekkorf plaatsen metde grepen beneden en met de scherpekant boven. Dan wordt het bestek mak-kelijker schoon en droog. Wanneer u daardoor echter kans looptom zich aan de scherpe kant van demessen en de punten van de vorken teverwonden, dan kunt u het bestek hetbeste met de grepen boven en met descherpe kant beneden plaatsen.
Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of an-dere zuivere ingedampte zouten. Gebruik in geen geval andere soortenzout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms nietin water op te lossen deeltjes die eennadelig effect kunnen hebben op dewerking van de ontharder. Reinig geen kunststof vaatwerk inde afwasautomaat dat niet hittebe-stendig is zoals wegwerpbakjes ofwegwerpbestek. Dit soort vaatwerk kan door de hogetemperaturen vervormen. Wanneer u de extra functie "Voor-programmering" gebruikt (afhanke-lijk van het model), moet u ervoor zor-gen dat het doseerbakje voor het reini-gingsmiddel droog is. Reinigingsmiddel gaat in een vochtigdoseerbakje klonteren en wordt mis-schien niet volledig weggespoeld. Wanneer er kinderen in huiszijnZorg ervoor dat kleine kinderenniet met de afwasautomaat spelenof de automaat bedienen.
Wanneer zij dit doen bestaat het gevaardat ze zich in het apparaat opsluiten. Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen. Reinigingsmiddelenkunnen brandwonden in mond en keelveroorzaken of tot verstikking leiden.
Ter voorkoming van materiëleschadeDoseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in hetreservoir voor naspoelmiddel, want dangaat het reservoir kapot. Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in hetreservoir voor het regenereerzout, wantdan gaat de ontharder kapot. Gebruik geen reinigingsmiddelendie voor bedrijfsafwasautomaten ofindustriereinigers bestemd zijn. Doet u dat wel kan er materiële schadeontstaan en kunnen er hevige chemi-sche reacties optreden (bijv. een knal-gasreactie). Het Miele-Waterproofsysteem biedteen betrouwbare bescherming te-gen waterschade, maar wel op de vol-gende voorwaarden:– Het apparaat moet volgens de voor-schriften geïnstalleerd zijn. –Wanneer er duidelijk sprake is vanschade moet het apparaat wordengerepareerd, resp. moeten onderde-len worden vervangen. –De kraan moet bij langere afwezig-heid (bijv. vakantie) worden dichtge-draaid.
–Het Waterproofsysteem functioneertook wanneer de afwasautomaat isuitgeschakeld. De automaat moetdan wel op het elektriciteitsnet zijnaangesloten. Bij reparaties en onderhoudReparaties mogen uitsluitend doorvakmensen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kan degebruiker grote risico's lopen. Bij onderhoudswerkzaamhedendient u altijd de spanning van hetapparaat te halen. Schakel daartoe de automaat uit en trekdaarna de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van deelektrische huisinstallatie uit. Een beschadigde aansluitkabel magalleen door een aansluitkabel vanhetzelfde type worden vervangen. Dezeis verkrijgbaar bij de afdeling Onderdelenvan Miele Nederland B. V. Om veiligheidsredenen mag de kabelalleen door een erkend vakman / vak-vrouw of door een technicus van MieleNederland B. V. worden vervangen.
Om te voorkomen dat kinderen zich in hetapparaat opsluiten moet u de sluithaakvan het deurslot (1 torxschroef) verwijde-ren. Zorg ervoor dat de afwasautomaat opmilieuvriendelijke wijze kan worden afge-dankt. Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10.
Het wegdoen van het verpak-kingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt. Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen. De vakhan-delaar neemt de verpakking terug. Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio-neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be-handeling kunnen deze stoffen schade-lijk zijn voor de gezondheid en het mili-eu. Verwijder het afgedankte apparaatdan ook nooit met het gewone afval.
Lever het apparaat in bij een gemeen-telijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur. Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen. Hierover vindt u meerinformatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen". Economisch afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterstwater- en energiebesparend. U kunt nog spaarzamer te werk gaan,indien u de volgende adviezen opvolgt:^Het is mogelijk om de afwasautomaatop warm water aan te sluiten. Bijzonder geschikt is een warmwater-aansluiting bij een energetischgunstige warmwaterbereiding, bijv. zonne-energie met circulatieleiding. Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om uwapparaat op koud water aan tesluiten. ^Benut de volledige beladingscapaci-teit van de rekken zonder de afwas-automaat te overladen.
^Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de mate vanvervuiling. ^Gebruik het programma "EnergieSpaar". ^Houdt u aan de doseeradviezen opde verpakking van het afwasmiddel. ^Wanneer u poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel gebruikt en derekken maar half beladen zijn, kunt ude hoeveelheid reinigingsmiddel met1/3reduceren.
Het openen van de deur^Pak de deur bij de deurgreep endruk het deurslot naar boven.Wanneer de deur wordt geopend terwijlde afwasautomaat in gebruik is, wordenalle functies automatisch onderbroken.Het sluiten van de deur^Schuif de rekken naar binnen.^Sluit de deur totdat deze vastklikt.KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging kunt u voor-komen dat kinderen de deur van dewasautomaat opendoen.^Schuif het schuifje onder de deur-greep naar rechts om de deur te ver-grendelen.^Schuif het schuifje naar links om dedeur te ontgrendelen.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt12
WaterontharderOm goede reinigingsresultaten te berei-ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig.Bij hard water ontstaat er witte kalkaan-slag op het vaatwerk en op de wandenvan de spoelruimte.Water met een waterhardheid van4 °dH (0,7 mmol/l) moet daarom wor-den onthard. Daar wordt in de inge-bouwde waterontharder automatischvoor gezorgd.Bedenk:– De waterontharder heeft daarvoorwel regenereerzout nodig.Doseer dit zout ook wanneer u"3 in 1" - reinigingsmiddelen gebruikt.Zo krijgt u het beste reinigingsresul-taat.– De afwasautomaat moet precies wor-den geprogrammeerd naar de hard-heid van uw water.^Informeer bij het plaatselijke waterlei-dingbedrijf wat voor hardheidsgraaduw water precies heeft.Programmeer bij een variërende water-hardheid (bijv.
37 - 50 °dH) altijd dehoogste waarde (in dit voorbeeld50 °dH).Bij een eventuele reparatie is het voorde monteur makkelijk om de hardheidvan uw water te weten.^Noteer daarom de hardheid van uwwater:°dHVanuit de fabriek is een waterhard-heid van 15 °dH (2,7 mmol/l) gepro-grammeerd.Wanneer deze waterhardheid overeen-komt met de hardheid van uw eigenwater, hoeft u dit hoofdstuk niet verderte lezen.Wanneer uw water echter een anderehardheid heeft, moet u deze via detoetsen van uw bedieningspaneel pro-grammeren.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt13
Het programmeren van de waterhard-heidBij het programmeren gaan iedere keernadat u op een toets hebt gedrukt weerandere controlelampjes knipperen enbranden.Voor de programmering zijn echter al-leen die controlelampjes van belangdie in de volgende stappen worden ge-noemd.U kunt het programmeren altijd zon-der problemen afbreken en van vorenaf aan beginnen, wanneer u de af-wasautomaat met de s- toets uit-schakelt.^Schakel de afwasautomaat met des- toets uit.^Druk op de Start/Stop - toets, blijferop drukken en schakel tegelijk deafwasautomaat met de s- toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde Start/Stop - toets drukken totdathet controlelampje "Start/Stop" gaatbranden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.^Druk 2x op de voorprogrammerings-toets.Het controlelampje van de voorpro-grammeringstoets knippert 2x kort ach-ter elkaar.In de tijdsaanduiding knipperen "p" en"1 5" afwisselend.Dat betekent dat er vanuit de fabriekeen waterhardheid van 15 °dH is inge-steld.De ingestelde waterhardheid is te zienaan de cijfers die achter de "p" in detijdsaanduiding aan het knipperen zijn.Zie tabel.^Kies met de Start/Stop - toets dewaarde die hoort bij de hardheid vanuw water.Bij iedere druk op de toets krijgt meneen hogere waterhardheid.Na de hoogste waterhardheid beginthet tellen weer van voren af aan.^Schakel de afwasautomaat met des- toets uit.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt14
Voor het eerste gebruik hebt unodig–ca. 2 l water;–ca. 2 kg regenereerzout;–reinigingsmiddel voor huishoudaf-wasautomaten;–naspoelmiddel voor huishoudafwas-automaten.Iedere afwasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Als gevolg van deze tests blijft er wa-ter in het apparaat achter. Dit bete-kent niet dat het apparaat eerderdoor een andere consument is ge-bruikt.Het doseren van regenereer-zoutDoseer dit zout ook wanneer u"3 in 1" - reinigingsmiddelen ge-bruikt. Zo krijgt u het beste reini-gingsresultaat.Wanneer u de "3 in 1" - functie in-schakelt, is er 2/3of 3/4minder zoutnodig.Als de hardheid van uw water steedsonder de 4 °dH (= 0,7 mmol/l) ligt,hoeft u geen zout te doseren. Umoet dan echter wel de afwasauto-maat programmeren naar de hard-heid van uw water.Wanneer u het zoutreservoir voor deeerste keer met regenereerzout wiltvullen, vul het dan eerst met ca. 2 lwater.
Zo kan het zout oplossen.Nadat u de afwasautomaat in ge-bruik hebt genomen zit er altijd ge-noeg water in het reservoir.,Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in het re-servoir voor het regenereerzout,want dan gaat de ontharder kapot.,Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout of an-dere zuivere ingedampte zouten.Gebruik in geen geval andere soor-ten zout, bijv. keukenzout of strooi-zout. Deze soorten zout bevattensoms niet in water op te lossen deel-tjes die een nadelig effect kunnenhebben op de werking van de ont-harder.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt16
^Haal het onderrek uit de spoelruimteen draai de dop van het zoutreservoiropen.Iedere keer wanneer u de dop vanhet zoutreservoir opendraait loopt erwater of zout over de rand van hetreservoir.Draai de dop er daarom alleen maaraf om zout bij te vullen.^Vul het zoutreservoir voordat u hetapparaat voor de eerste keer ge-bruikt met ca. 2 l water.^Plaats een trechter in de opening vanhet zoutreservoir en doseer dan zo-veel zout in het zoutreservoir totdathet vol is.In het zoutreservoir kan afhankelijkvan het soort zout max.
2 kg.^Verwijder de zoutresten die zich rondhet zoutreservoir bevinden en schroefde dop weer stevig op het zoutreser-voir.^Start direct daarna het programma"Snel" zonder vaatwerk, zodat eventu-eel gemorste zoutresten kunnen wor-den verdund en daarna weggepompt.Controlelampje voor het zout^Vul na afloop van een programmazout bij wanneer het controlelampje"Zout" brandt.Het is mogelijk dat het controlelampjenog korte tijd blijft branden, nadat uzout hebt bijgevuld.Het lampje gaat uit, zodra zich eenzoutconcentratie heeft gevormd diehoog genoeg is.,Start direct na het doseren vanregenereerzout het programma"Snel" zonder vaatwerk, zodat even-tueel gemorste zoutresten kunnenworden verdund en daarna wegge-pompt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt17
NaspoelmiddelNaspoelmiddel is nodig om ervoor tezorgen dat het water tijdens het drogenals een film van het vaatwerk afloopt enhet vaatwerk na het spoelen droogtzonder dat het vlekken gaat vertonen.Het naspoelmiddel wordt in het reser-voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe-veelheid automatisch toegevoegd.,Doseer alleen naspoelmiddelvoor huishoudafwasautomaten in hetnaspoelmiddelreservoir.Doseer in geen geval reinigingsmid-delen voor afwasautomaten of reini-gingsmiddelen voor de handafwasin het naspoelmiddelreservoir, wantdan gaat het reservoir kapot.Gebruikt u uitsluitend "2 in 1"- of"3 in 1" - reinigingsmiddelen, danhoeft u geen naspoelmiddel te dose-ren.Het doseren van naspoelmid-del^Open het klepje van het naspoelmid-delreservoir door op het knopje tedrukken in de richting van de pijl.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt18
^Doseer zoveel naspoelmiddel totdathet in het zeefje in de vulopeningzichtbaar is.In het naspoelmiddelreservoir kan ca.110 ml.^Sluit het klepje en wel zo dat het dui-delijk vastklikt.Is het klepje niet goed gesloten dankan er tijdens het spoelen water in hetnaspoelmiddelreservoir lopen.^Veeg eventueel gemorst naspoelmid-del goed weg om bij de volgende af-wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje voor het na-spoelmiddelWanneer het controlelampje "Naspoel-middel" in het bedieningspaneel gaatbranden zit er nog een reserve in voor2 - 3 afwasbeurten.^Vul op tijd naspoelmiddel bij.Is de extra functie "2 in 1" of "3 in 1"gekozen, dan gaat het controlelamp-je voor het naspoelmiddel nietbranden.Zie hoofdstuk: "Bediening", para-graaf: "Tabfunctie".Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt19
Het instellen van de hoeveel-heid te doseren naspoelmiddelVoor een optimaal reinigingsresultaatkunt u de hoeveelheid te doseren na-spoelmiddel aanpassen.Het te doseren naspoelmiddel is instel-baar in hoeveelheden van ca. 0-6 ml.Vanuit de fabriek is een hoeveelheidvan ca.
3 ml naspoelmiddel ingesteld.Deze hoeveelheid wordt geadviseerd.Vertoont het vaatwerk vlekken:^Stel een grotere hoeveelheid in.Vertoont het vaatwerk strepen of sluiers:^Stel een kleinere hoeveelheid in.^Schakel de afwasautomaat met des- toets uit.^Druk op de Start/Stop - toets, blijferop drukken en schakel tegelijk deafwasautomaat met de s- toets in.Blijf daarbij minstens 4 seconden opde Start/Stop - toets drukken totdathet controlelampje "Start/Stop" gaatbranden.Is dat niet het geval, begin dan nogeens van voren af aan.^Druk 3x op de voorprogrammerings-toets.Het controlelampje van de voorpro-grammeringstoets knippert 3x kort ach-ter elkaar.In de tijdsaanduiding knipperen "p" en"3" afwisselend.Dat betekent dat er vanuit de fabriekeen hoeveelheid naspoelmiddel van3 ml is ingesteld.De ingestelde hoeveelheid naspoelmid-del is te zien aan de cijfers die achterde "p" in de tijdsaanduiding aan hetknipperen zijn.^Kies met de Start/Stop - toets dewaarde die hoort bij de hoeveelheidte doseren naspoelmiddel.Bij iedere druk op de toets krijgt meneen grotere hoeveelheid.De geprogrammeerde hoeveelheid tedoseren naspoelmiddel is direct opge-slagen.^Schakel de afwasautomaat met des- toets uit.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt20
Waar u bij het inruimen vanserviesgoed en bestek opmoet letten^Verwijder de ergste etensresten vanhet vaatwerk.Het is niet nodig om het vaatwerk vante voren onder stromend water af tespoelen!,Was vaatwerk met as, zand,was, smeervet of verf niet in de af-wasautomaat. As wordt niet opge-lost, maar in de spoelruimte ver-deeld.
Door was, smeervet en verfraakt de afwasautomaat bescha-digd.U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen.Neem daar echter de volgende tips bijin acht.^Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt.^Plaats het serviesgoed om het goedschoon te krijgen zo in de rekken, dathet water er aan alle kanten bij kan.^Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat.^Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en kommen met de openin-gen naar beneden in de rekken.^Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan. Het water kan er dan beter bij.^Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo-dat het water eraf kan lopen.^Let erop dat de sproeiarmen nietdoor te hoog of door de rekkenheenstekend vaatwerk worden ge-blokkeerd.
U kunt dit controlerendoor de sproeiarmen een keer metde hand rond te draaien.^Let erop dat kleine stukken servies-goed niet door de spijlen van de rek-ken vallen.Leg dit soort servies zoals deksel-tjes daarom in de besteklade of debestekkorf.Levensmiddelen zoals wortels, to-maten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten.Door deze stoffen kunnen kunststofvaatwerk en kunststof onderdelenervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de au-tomaat terechtkomen.Deze verkleuring heeft echter geeninvloed op de stabiliteit van kunst-stof vaatwerk.Het inruimen van serviesgoed en bestek21
Serviesgoed en bestek die nietgeschikt zijn voor de afwas-automaat–Serviesgoed en bestek die óf hele-maal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk. Bovendien houdt de lijm niet in de af-wasautomaat. Het gevolg daarvan isdat houten grepen los kunnen raken. –Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn niet be-stand tegen de afwasautomaat. –Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormen. – Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden. – Kleurdecoraties op het glazuur kun-nen na vele afwasbeurten verbleken. – Teer glaswerk en kristallen voor-werpen kunnen na een tijd dof wor-den. Wij raden u aan:–Koop serviesgoed van materiaal datgeschikt is om in een afwasautomaatte worden afgewassen en bestek metde aanduiding: "Geschikt voor deafwasmachine".
–Wanneer u teer glaswerk per se in deafwasautomaat wilt afwassen doe datdan uitsluitend bij lage temperaturen. Zie programma-overzicht. De kans dat het glaswerk dof wordtis dan kleiner. –Blijf bijzonder waardevolle glazenmet de hand afwassen. Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogrammanog vochtig zijn doordat het water erniet als een film afloopt. Het zilver moetdan met een doek worden afgedroogd. Daarentegen is zilver dat in zilverpoetsis ondergedompeld in de regel weldroog. Het zilver kan echter beslaan. Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelen diezwavel bevatten, bijv. eigeel, uien,mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis,pekelsaus van vis en marinades.
,Aluminium serviesgoed zoalsvetfilters mag niet worden afgewas-sen met bijtende alkalische reini-gingsmiddelen die in bedrijfsafwas-automaten of industriereinigers wor-den gebruikt. Gebeurt dat wel dan kan er materië-le schade ontstaan. In het ergste ge-val bestaat het gevaar dat er hevigechemische reacties optreden die toteen explosie kunnen leiden (bijv. een knalgasreactie).
Bovenrek,Gebruik de afwasautomaat omveiligheidsredenen niet zonderboven- en onderrek.^Plaats in het bovenrek klein, licht enteer serviesgoed zoals glazen, kop-jes, schoteltjes en dessertschaaltjes.U kunt er ook een plat pannetje inplaatsen.^Leg erg lang bestek zoals soeple-pels, pollepels en lange messendwars aan de voorkant van het bo-venrek.Kopjesrek^Klap het kopjesrek om hoog serviesgoed te kunnen inruimen.Steunbeugel (afhankelijk van hetmodel)Wanneer u glazen tegen de steun-beugel aanzet, staan ze steviger.^Klap de steunbeugel omhoog en zetde glazen ertegenaan.De beugel kunt u omklappen naar hetmidden van het rek. Dat maakt het in-ruimen en uitruimen van serviesgoedmakkelijker.Het inruimen van serviesgoed en bestek23
Het verstellen van het bovenrekOm in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies-goed kunt u het bovenrek in hoogteverstellen. U kunt kiezen tussen 3 stan-den met een verschil van telkens ca.2 cm.U kunt het bovenrek ook schuin plaat-sen, nl. met één kant hoog en met éénkant laag.Let er echter op dat u het rek zonderproblemen in de spoelruimte kan schui-ven.^Trek het bovenrek naar buiten.^Trek de hendels aan de zijkanten vanhet bovenrek naar boven.^Zet het bovenrek in de gewenste po-sitie.^Laat de hendels weer vastklikken.Afhankelijk van de stand van het bo-venrek kunt u bijv.
Onderrek^Plaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platteschotels, pannen en schalen.U kunt ook schoteltjes, ontbijt- endessertbordjes in het onderrek zet-ten.Afwasautomaat met bestekladeAfwasautomaat met bestekkorfInzetrek met spijlenIn het inzetrek met spijlen kunt u scho-teltjes, borden en platte schotels plaat-sen.De twee rijen spijlen van dit rek kunt uomklappen om meer ruimte te krijgenvoor grote stukken serviesgoed, bijv.potten, pannen en schalen.^Druk de gele hendels naar benedenazodat de rijen spijlen omklappenb.Het inruimen van serviesgoed en bestek25
UitneembaarU kunt het inzetrek met spijlen uit hetapparaat halen om meer ruimte te krij-gen voor groter serviesgoed, bijv. eenplatte pan, of om een ander inzetrek teplaatsen.Het verwijderen van het inzetrek a^Trek het inzetrek aan de handgreepnaar boven.Het plaatsen van het inzetrek b^Schuif de twee haakjes die aan deonderkant van het inzetrek zitten on-der de dwarsspijl van het onderrek.^Druk het inzetrek aan de handgreepnaar beneden totdat u weerstandvoelt.Fleshouder (afhankelijk van het model)Op de fleshouder kunt u smal servies-goed plaatsen zoals een melk- of baby-fles.^Zet de fleshouder alleen in het onder-rek zoals op het plaatje afgebeeld.Is de houder ergens anders geplaatst,dan kan het water niet in de binnenkantvan de fles komen en de fles wordt zoniet goed schoon.Het inruimen van serviesgoed en bestek26
BestekBesteklade (afhankelijk van het model)^Plaats het bestek in de bestekladezoals op het plaatje.Wanneer u messen, vorken en lepelsals aparte groepen in de bestekladelegt, kunt u ze er na het afwasprogram-ma makkelijker uithalen en opbergen.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen en de lepelbladentussen de getande kammen, zodat ookde laatste waterdruppel er zonder pro-blemen af kan lopen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Het inzetstuk van de besteklade is uit-neembaar.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan-de kammen.Het inruimen van serviesgoed en bestek27
Bestekkorf (afhankelijk van het model)^Wilt u het bestek snel schoon endroog hebben, plaats het dan zo inde bestekkorf dat de grepen bene-den en de snijkanten van de messenen de tanden van de vorken bovenzitten.Wanneer u daardoor echter kansloopt om zich daaraan te verwonden,dan kunt u het bestek beter zo plaat-sen dat de grepen boven en descherpe kanten beneden zitten.^Plaats kleine lepels in de speciale le-pelsegmenten aan weerszijden vande bestekkorf.Speciale bestekhouder voor de be-stekkorfIn de bijgevoegde bestekhouder kunt usterk vervuilde lepels plaatsen.De lepels liggen niet op elkaar maarworden in deze houder naast elkaar op-gehangen. Daardoor kan het water erbeter bij.^Plaats de bestekhouder als dat nodigis op de bestekkorf.^Plaats de lepels in de bestekhoudermet de grepen beneden.Verdeel het bestek gelijkmatig overde houder.Het inruimen van serviesgoed en bestek28
Reinigingsmiddelen,Gebruik uitsluitend reinigings-middelen voor huishoudafwasauto-maten.^U kunt tabletten of poedervormige ofvloeibare reinigingsmiddelen ge-bruiken.Neem bij het doseren daarvan deaanwijzingen in acht die op de ver-pakking staan.^Doseer het reinigingsmiddel in de rei-nigingsmiddelvakjes.^Gebruik bij het programma "Snel"geen tabletten.De tabletten lossen bij dit programmaniet helemaal op.Wanneer u minder reinigingsmiddelgebruikt dan is geadviseerd, is hetmogelijk dat het vaatwerk niet goedschoon wordt.,Adem geen poedervormig reini-gingsmiddel in! Slik geen reinigings-middel in!Reinigingsmiddelen kunnen brand-wonden in neus, mond en keel ver-oorzaken.
Ga direct naar de dokterwanneer u een reinigingsmiddelhebt ingeademd of ingeslikt.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.Laat kinderen daarom niet bij de af-wasautomaat komen als deze geo-pend is. Er zouden nog resten reini-gingsmiddel in de afwasautomaataanwezig kunnen zijn.Bovendien kunt u het reinigingsmid-del beter pas dán toevoegen vlakvoordat u het programma start.Vergrendel de deur bovendien metde kinderbeveiliging, wanneer uwautomaat daarover beschikt.Bediening29
Het doseren van reinigings-middel^Open het klepje van het reinigings-middeldoseerbakje door het knopjeopzij te drukken.Na afloop van een afwasprogramma ishet klepje van het reinigingsmiddelbak-je altijd geopend.^Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.^Sluit ook het pak reinigingsmiddel omte voorkomen dat het middel aan rei-nigingskracht verliest.DoseerhulpIn vakje I kan maximaal 10 ml enin vakje II kan maximaal 50 ml reini-gingsmiddel.In vakje II zijn markeringen aange-bracht om het doseren makkelijker temaken: 20, 30. Wanneer de deur 90°geopend is geven deze streepjes in mlaan hoeveel reinigingsmiddel er onge-veer in zit.Bediening30
Het inschakelen van de afwas-automaat^Controleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge-blokkeerd.^Sluit de deur van de afwasautomaat.^Draai de waterkraan open indiendeze nog gesloten is.^Druk op de s- toets.Het controlelampje "Start/Stop" gaatknipperen en het controlelampje vanhet laatst ingestelde programma gaatbranden.Het kiezen van een programmaLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort vaat-werk en de mate waarin dat is vervuild.In het hoofdstuk: "Programma-over-zicht" zijn de programma's beschrevenen de toepassingen ervan.Het starten van het programma^Kies met de programmatoets het ge-wenste programma.Het controlelampje van het gekozenprogramma gaat branden.De tijdsaanduiding geeft in uren en mi-nuten aan hoelang dit programma gaatduren.U kunt nu een extra functie kiezen.Zie paragraaf: "Extra functies".^Druk op de Start/Stop - toets.Het programma start.De controlelampjes "Start/Stop" en"Spoelen" en het controlelampje van hetgekozen programma branden.Is de extra functie "2 in 1" of "3 in 1" ge-kozen, dan brandt tevens het daarbij-behorende controlelampje.Wanneer u beslist een programmamoet afbreken, doe dat dan alleen inde eerste minuten.Doet u dat later, dan is het mogelijkdat belangrijke programmafases(bijv.
TijdsaanduidingVoordat er een programma start geeftde tijdsaanduiding in uren en minutende tijd aan die het gekozen programmagaat duren, de zgn. resttijd.Deze tijd wordt tijdens het afwaspro-gramma in de tijdsaanduiding afgeteld.Het is mogelijk dat de tijdsaanduidingvoor één en hetzelfde programma deene keer een andere tijd aangeeft dande andere keer. Dat is o.a.
afhankelijkvan de temperatuur van het instro-mende water, de hoeveelheid vaatwerken de mate waarin dit is vervuild.Wanneer u een programma voor heteerst kiest, wordt er een tijd aangege-ven die overeenkomt met een gemid-delde programmaduur met koud water.De tijden in het programma-overzichtzijn de tijden die de programma's durenwanneer de belading en de tempera-tuur voldoen aan de norm.Iedere keer dat er een programmaloopt wordt de programmaduur door deelektronica berekend op grond van detemperatuur van het instromende wateren de hoeveelheid vaatwerk.Weergave programmaverloopNa de start van het programma gevende controlelampjes voor het program-maverloop telkens aan, welke fase inhet programmaverloop is bereikt.Einde van het programmaWanneer de tijdsaanduiding "0" aan-geeft en in het programmaverloop hetcontrolelampje "Einde" brandt, is hetprogramma beëindigd.U kunt de afwasautomaat nu openen enhet vaatwerk eruit halen.,Om beschadigingen aan kwets-bare werkbladen door waterdamp tevoorkomen kunt u de deur na afloopvan een programma het beste óf he-lemaal opendoen óf gesloten hou-den totdat u het vaatwerk uit de au-tomaat haalt.
Laat de deur in iedergeval niet op een kier staan.Het uitschakelen van de afwas-automaat^Druk na afloop van het programmaop de s- toets.De afwasautomaat verbruikt stroomzolang u hem niet met behulp vande s- toets hebt uitgeschakeld.Draai veiligheidshalve de kraan dicht,wanneer de afwasautomaat langere tijdniet wordt gebruikt, bij voorbeeld in devakantietijd.Bediening32
Het uitruimen van de afwasau-tomaat^Heet serviesgoed breekt snel!Laat het serviesgoed daarom na hetuitschakelen van de automaat zolang in de afwasautomaat afkoelen,totdat u het goed kunt vastpakken.^Wanneer u de deur na het uitschake-len van de automaat helemaal opent,koelt het vaatwerk sneller af.^Ruim eerst het onderrek, dan het bo-venrek en tenslotte de besteklade uit,wanneer deze aanwezig is.Zo voorkomt u dat er druppels vanhet bovenrek of van de bestekladeop het vaatwerk in het onderrek val-len.Het onderbreken van het pro-grammaHet programma wordt onderbroken, zo-dra u de deur opendoet.Wanneer u de deur weer dichtdoet,gaat het programma na een paar se-conden daar verder, waar het is onder-broken.,Wanneer het water in de afwas-automaat heet is, loopt u het risicoom zich te verbranden.Wanneer u de deur beslist moetopenen, doe dat dan zeer voorzich-tig.Laat de deur voordat u die weer sluitca.
20 seconden op een kier staan,zodat de temperatuur zich in despoelruimte kan verdelen.Druk de deur daarna stevig dicht,totdat hij vastklikt.Wisseling van programmaIs het klepje van het reinigingsmid-deldoseerbakje al geopend, wisseldan niet meer van programma.Wanneer een programma al is gestart,kunt u als volgt van programma wisse-len.^Druk minstens één seconde lang opde Start/Stop - toets.Het programma wordt afgebroken.^Kies het gewenste programma enstart het.Bediening33
Extra functiesTabfunctie (Reinigingsmiddelfunctie)Wanneer u een "2 in 1" - of "3 in 1" - rei-nigingsmiddel gebruikt, kunt u dat inuw afwasautomaat instellen.Dat doet u door met de tabtoets de"2 in 1" - of "3 in 1" - functie te kiezen.Het programmaverloop wordt dan aanhet gekozen reinigingsmiddelsoort aan-gepast en het reinigingsresultaat wordtnog beter.
Het programma kan dan welduidelijk langer duren."2 in 1":De "2 in 1" - functie stelt u in wanneer u"2 in 1" - reinigingsmiddelen gebruikt.Dat zijn reinigingsmiddelen die een na-spoelmiddel bevatten.Het programmaverloop wordt daaraanaangepast.Er wordt geen naspoelmiddel gedo-seerd en het controlelampje voor hetnaspoelmiddel wordt gedeactiveerd."3 in 1":De "3 in 1" - functie stelt u in wanneer u"3 in 1" - reinigingsmiddelen gebruikt.Dat zijn reinigingsmiddelen die een na-spoelmiddel en een zoutvervanger be-vatten.Het programmaverloop wordt daaraanaangepast.Er wordt geen naspoelmiddel gedo-seerd en het controlelampje voor hetnaspoelmiddel wordt gedeactiveerd.Bovendien heeft de waterontharder 2/3of 3/4minder zout nodig dan anders.Kies de "3 in 1" - functie niet wanneer:–u "2 in 1" - reinigingsmiddelen (reini-gingsmiddelen met naspoelmiddel)gebruikt;–de waterhardheid boven de 21 °dHligt.Neem de aanwijzingen van de reini-gingsmiddelenfabrikant in acht.De reinigings- en droogresultatenvan deze reinigingsmiddelen zijnzeer verschillend.^Schakel de afwasautomaat met des- toets in.Het controlelampje "Start/Stop" begintte knipperen.^Druk zo vaak op de tabtoets totdathet controlelampje gaat branden vanhet soort reinigingsmiddel dat u ge-bruikt: "2 in 1" of "3 in 1".Wanneer geen van beide controlelamp-jes brandt, is de afwasautomaat afge-stemd op het gebruik van een normaalreinigingsmiddel.De functie blijft ingeschakeld totdat ude functie weer uitschakelt.^U kunt nu een programma starten ofde afwasautomaat met de s- toetsuitschakelen.Bediening34
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele G 1220 SCU stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vaatwasser Miele
Handleiding Vaatwasser
Nieuwste handleidingen voor Vaatwasser