Miele FN 22062 WS Handleiding

Miele Vriezer FN 22062 WS

Bekijk gratis de handleiding van Miele FN 22062 WS (60 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele FN 22062 WS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
Gebruiks- en montagehandleiding
Diepvriezer
Lees de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw toestelbeslist
plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw toestel.
nl-BEM.-Nr. 10 361 370

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Vriezer
Model: FN 22062 WS
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Gewicht: 55000 g
Breedte: 1250 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 600 mm
Snoerlengte: 2 m
Geluidsniveau: 43 dB
Jaarlijks energieverbruik: 186 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A++
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 149 l
Vriescapaciteit: 15 kg/24u
Materiaal behuizing: Roestvrijstaal
Bewaartijd bij stroomuitval: 24 uur
Aantal planken vriezer: 5
Aantal sterren: 4*
Temperatuur alarm: Ja
No Frost system: Ja
Plankmateriaal: Gehard glas
Deur open alarm: Ja
Klimaatklasse: SN-T
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz

Handleiding Miele FN 22062 WS – volledige tekst

Inhoud2Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 13Energie besparen. 14Beschrijving van het toestel. 16Bedieningspaneel. 16Accessoires. 18Bijgeleverde accessoires. 18Bij te bestellen accessoires. 18Isolatieplaat. 18Ingebruikneming van het toestel. 19Koeltoestel in- en uitschakelen. 20Bij langdurige afwezigheid. 20De juiste temperatuur. 21Temperatuur instellen. 21Temperatuurweergave. 22De functie "SuperFrost". 23Functie SuperFrost. 23SuperFrost inschakelen. 23SuperFrost uitschakelen. 23Temperatuur- en deuralarm. 24Temperatuuralarm. 24Deuralarm. 24Het voortijdig uitschakelen van de zoemer. 24Het wijzigen van instellingen. 25Instellingsmodus. 25Vergrendeling in-/uitschakelen. 26Invriezen en bewaren. 27Maximale vriescapaciteit. 27Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 27Diepvriesproducten bewaren.

Inhoud3Ontdooien. 33Reiniging en onderhoud. 34Aanwijzingen voor het reinigingsmiddel. 34Het koeltoestel voor de reiniging voorbereiden. 35Binnenkant en toebehoren reinigen. 35Front en zijkanten reinigen. 36Ventilatieopeningen reinigen. 36Deurdichting reinigen. 36De compressor en het metalen rooster aan de achterkant reinigen. 37Het in gebruik nemen van het koeltoestel na het reinigen. 37Nuttige tips. 38Geluiden en de oorzaken ervan. 43Service en garantie. 44Elektrische aansluiting. 45Aanwijzingen voor de plaatsing. 46Plaats van opstelling. 46Luchttoevoer en luchtafvoer. 47De meegeleverde afstandhouders monteren. 47Het toestel plaatsen. 48Koeltoestel inbouwen in een kastenrij. 49Afmetingen van het toestel. 50Draairichting van deur veranderen. 51De deurgreep verwijderen. 51Het verwijderen van de toesteldeur. 52De onderste lagersteun verplaatsen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid4Dit koeltoestel voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalin-gen. Een verkeerd gebruik kan nochtans tot lichamelijk letsel enmateriële schade leiden.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u het koeltoestel in gebruik neemt. Daarin vindt ubelangrijke instructies met betrekking tot de montage, de veilig-heid, het gebruik en het onderhoud.

Dit is in het belang van uwveiligheid en voorkomt schade aan het koeltoestel.Wanneer deze niet worden opgevolgd, kan Miele niet aansprakelijkworden gesteld voor schade die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding zodat u deze kuntdoorgeven aan een eventuele volgende bezitter!Juist gebruik Dit koeltoestel is uitsluitend bedoeld voor gebruik in het huishou-den en gelijkaardige omgevingen.Het is niet bestemd voor gebruik buiten. Gebruik het koeltoestel uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden:om levensmiddelen te koelen en te bewaren, om diepvriesproductente bewaren, om verse levensmiddelen in te vriezen en om ijsblokjeste maken.Elk ander gebruik is niet toegelaten.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid5 Het koeltoestel is niet geschikt voor het bewaren en koelen vangeneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten of anderegelijkaardige stoffen of producten die ten grondslag liggen aan derichtlijn betreffende medische hulpmiddelen. Door een verkeerd ge-bruik van het koeltoestel kunnen producten worden beschadigd ofbederven.

Bovendien is het koeltoestel ook niet geschikt voor ge-bruik in explosieve omgevingen.Miele is niet verantwoordelijk voor schade die werd veroorzaaktdoordat het toestel voor andere doeleinden werd gebruikt of ver-keerd werd bediend. Personen die door hun fysieke, zintuiglijke of geestelijke mogelijk-heden of hun onervarenheid of gebrek aan kennis niet in staat zijnhet koeltoestel veilig te bedienen, moeten bij de bediening in het oogworden gehouden.Deze personen mogen het koeltoestel enkel onder toezicht bedie-nen, wanneer hen is uitgelegd hoe ze het veilig kunnen gebruiken enwanneer ze begrijpen welke risico's eraan verbonden zijn.Kinderen in het huishouden Kinderen jonger dan acht jaar moeten uit de buurt van het koel-toestel worden gehouden, tenzij ze constant in het oog worden ge-houden. Kinderen vanaf acht jaar mogen het koeltoestel zonder toezichtgebruiken, maar alleen als ze weten hoe het werkt en wat voor ge-vaar zij lopen wanneer ze het fout bedienen.

Kinderen moeten deeventuele risico's van een foutieve bediening kunnen beseffen. Kinderen mogen het koeltoestel niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Houd kinderen die in de buurt van het koeltoestel komen in hetoog. Zorg ervoor dat ze nooit met het koeltoestel spelen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid6 Verstikkingsgevaar! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen inverpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken endaardoor verstikken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buitenhet bereik van kinderen.Technische veiligheid Het koelmiddelcircuit is op lekkage gecontroleerd. Het koeltoestelvoldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften en de relevanteEU-richtlijnen. Dit koeltoestel bevat het koelmiddel isobutaan (R600a), een na-tuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Hetbeschadigt de ozonlaag niet en verhoogt ook het broeikaseffect niet. Maar het gebruik van dit milieuvriendelijk koelmiddel heeft wel geleidtot meer lawaai als het koeltoestel aanstaat. Er kunnen afgezien vande geluiden van de compressor stromingsgeluiden in het hele koel-circuit optreden.

Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maarhebben geen invloed op de capaciteit van het koeltoestel.Let er bij het transport en bij de inbouw/plaatsing op dat geen onder-delen van het koelcircuit worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddelkan oogletsel veroorzaken!In geval van beschadiging:– vermijd open vuur of ontstekingsbronnen,– ontkoppel het koeltoestel van het elektriciteitsnet,– verlucht gedurende enkele minuten het vertrek waarin het koel-toestel staat en– neem contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele. Hoe meer koelmiddel er in een toestel voorhanden is, hoe groterhet vertrek moet zijn waar het koeltoestel wordt opgesteld. In te klei-ne vertrekken kan zich bij lekkage een brandbaar mengsel van gasen lucht vormen. De kamer moet per 8 g koelmiddel minstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel staat op het typeplaatje bin-nenin het toestel.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid7 Vergelijk voordat u het koeltoestel aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen zodat het koel-toestel niet beschadigd raakt.Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektri-cien. De elektrische veiligheid van het koeltoestel is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. Het koeltoestel kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alshet op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door eendoor Miele erkende vakman/vakvrouw worden vervangen om gevaarvoor de gebruiker te voorkomen. Meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren bieden niet vol-doende veiligheid (brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aanslui-ten van het koeltoestel op het elektriciteitsnet. Wanneer er vocht op spanningvoerende delen of de elektriciteits-kabel komt, kan dat kortsluiting veroorzaken. Gebruik het koeltoesteldaarom niet in ruimtes waar met water wordt gespetterd (bijv. gara-ge, waskeuken etc.). Dit koeltoestel mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.

op eenschip) worden gebruikt. Beschadigingen aan het koeltoestel kunnen uw veiligheid in ge-vaar brengen. Controleer het toestel op zichtbare beschadigingen.Een beschadigd koeltoestel mag niet in gebruik worden genomen. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet hetkoeltoestel van het elektriciteitsnet zijn afgekoppeld. Het koeltoestelis van het elektriciteitsnet afgekoppeld als:

Opmerkingen omtrent uw veiligheid8– de zekeringen van de elektrische installatie zijn uitgeschakeld of– de schroefzekering van de elektrische aansluiting er geheel is uit-gedraaid of– de stekker uit het stopcontact is getrokken. Trek bij elektriciteits-kabels met stekker niet aan de elektriciteitskabel, maar bij destekker om de verbinding met het elektriciteitsnet te verbreken. Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kan de gebruiker ernstig gevaar lopen.Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakman / vakvrouw worden uit-gevoerd. Garantieclaims komen te vervallen als het koeltoestel niet doorMiele technici wordt gerepareerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid9Efficiënt gebruik Het koeltoestel is voor een bepaalde klimaatklasse (kamertempe-ratuur) geconstrueerd waarvan de grenzen niet mogen worden over-schreden.De klimaatklasse staat aangegeven op het typeplaatje aande binnenkant van uw koeltoestel. Een te lage kamertemperatuurheeft tot gevolg dat de compressor voor langere tijd afslaat, zodathet toestel de vereiste temperatuur niet kan aanhouden. Sluit de ventilatiegleuven niet af om te voorkomen dat de luchtge-leiding niet goed functioneert,het stroomverbruik stijgt en onderdelenbeschadigd raken. Indien u vet- of oliehoudende levensmiddelen in het koeltoestel ofde deur van het toestel bewaart, voorkom dan dat evt.

uitlopend vetof olie in aanraking komt met kunststof delen van het koeltoestel.Hierdoor kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan waar-door de kunststof knapt of scheurt. Bewaar geen stoffen in het koeltoestel die drijfgassen of andereverstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambareproducten tot explosie brengen. Gebruik geen elektrische toestellen in dit koeltoestel, bijv. voor hetmaken van ijs. Dit om vonken en een explosie te voorkomen. Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuur-houdende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen. Indat geval kunnen de blikjes en flessen uit elkaar springen, kunt u let-sel oplopen en kan het toestel beschadigd raken. Haal flessen die u in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koe-len er na maximaal één uur weer uit.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid10 Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadatu ze uit de diepvrieszone heeft gehaald om letsel aan lippen en tongte voorkomen. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Gebruik deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat zeanders aan voedingswaarde verliezen en bederven. Als ontdooide le-vensmiddelen worden gekookt of gebraden kunnen ze wel opnieuwworden ingevroren. Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt uhet risico om voedselvergiftiging op te lopen.De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwali-teit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden be-waard. Neem de bewaartips en de uiterste houdbaarheidsdatum vande levensmiddelenfabrikanten in acht. Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga-rantieaanspraken vervallen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid11Reiniging en onderhoud Behandel de deurdichting niet met olie of vet om te voorkomendat deze in de loop van de tijd poreus wordt. Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het toestel nooit eenstoomreiniger, aangezien stoom in aanraking kan komen met span-ningvoerende delen van het koeltoestel en zo kortsluiting veroorza-ken. Scherpe of kantige voorwerpen kunnen de verdamper bescha-digen en functioneert het toestel niet meer correct.

Gebruik geenvoorwerpen met scherpe punt of rand.– rijp- en ijslagen te verwijderen,– en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen loste wrikken. Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmings-toestellen of kaarsen in het toestel om te voorkomen dat het kunst-stof beschadigd raakt. Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vormen, oplosmiddelen of drijfgas-sen bevatten die het kunststof beschadigen of schadelijk zijn voor degezondheid.Transport Het toestel moet altijd rechtop en in de transportverpakking wor-den vervoerd. Het koeltoestel is erg zwaar. Vraag daarom iemand u te helpenmet het vervoeren ervan. U zou zich kunnen verwonden en er zouschade kunnen ontstaan.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid12Wat te doen wanneer u het toestel afdankt Maak het slot onbruikbaar om te voorkomen dat kinderen in hetkoeltoestel ingeslotenkunnen raken en in levensgevaar komen. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. Beschadiggeen delen van het koelsysteem, bijv. door– koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken,– buisleidingen om te buigen,– beschermende lagen af te krabben.Symbool op de compressor (afhankelijk van het model)Deze waarschuwing is alleen voor de recycling van belang. Bij normaal gebruikbestaat er geen gevaar! Het is levensgevaarlijk, de olie in de compressor in te slikken of inte ademen.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het koude-toestel tegen transportschade. Het ver-pakkingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingover het algemeen terug.Het afdanken van het oudetoestelOude elektrische en elektronische toe-stellen bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge-weest om de toestellen goed en veilig telaten functioneren.

Wanneer u uw oudetoestel bij het gewone afval doet of erop een andere manier niet goed meeomgaat, kunnen deze stoffen schadelijkzijn voor de gezondheid en het milieu.Doe uw oude toestel daarom nooit bijhet gewone huisafval.Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektro-nische oude toestellen.Let erop dat de buisleidingen van uwkoeltoestel niet worden beschadigd,totdat het op vakkundige en milieu-vriendelijke wijze wordt verschroot.Alleen dan kunt u er zeker van zijn datde koelmiddelen in het koelsysteem ende olie in de compressor niet in het mili-eu terechtkomen.Het oude toestel moet tot die tijd buitenhet bereik van kinderen worden opge-slagen. Zie voor meer informatie hier-over het hoofdstuk: "Veiligheidsinstruc-ties en waarschuwingen" van de ge-bruiksaanwijzing.

Energie besparen14Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing en on-derhoudPlaats het toestel in een ge-ventileerde ruimte.In gesloten, niet geventileer-de ruimtes.Stel het toestel niet blootaan zonnestralen.Direct blootgesteld aan zon-nestralen.Plaats het toestel niet naasteen warmtebron.Naast een warmtebron (ver-warming, fornuis).Bij een ideale omgevings-temperatuur van ca. 20 °C.Bij een hoge omgevingstem-peratuur.Dek ventilatieroosters niet afen maak ze regelmatig stof-vrij.Met ventilatieroosters diezijn afgedekt of vol zittenmet stof.Compressor en metalenrooster (warmtewisselaar)aan de achterwand van hettoestel worden minstens 1xper jaar stofvrij gemaakt.Compressor en metalenrooster (warmtewisselaar)aan de achterwand van hettoestel zitten vol met stof.Temperatuur-instellingDiepvrieszone: -18°C Bij lage temperatuurinstel-ling: hoe lager de tempera-tuur in de koel-, resp.

Energie besparen15Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikGebruik Plaats de plateaus, laden envakken zoals bij levering.Open de deur alleen indiennodig en zo kort mogelijk.Leg levensmiddelen bij hetinruimen meteen op degoede plek.Deur vaak en lang openenbetekent koudeverlies en in-stroom van warme lucht inhet toestel. Het toestel heefttijd nodig om daartegenop tekoelen en de compressormoet langer werken.Neem bij het boodschappendoen een koeltas mee en legde levensmiddelen zo snelmogelijk in het toestel.Plaats levensmiddelen die uuit het toestel neemt zo snelmogelijk weer terug, voordatze warm worden. Laat war-me gerechten en drankeneerst buiten het toestel af-koelen.Zijn levensmiddelen nogwarm wanneer ze in hetkoeltoestel worden gelegd,ontstaat er warme lucht inhet koeltoestel.

Het toestelheeft tijd nodig om daarte-genop te koelen en de com-pressor moet langer werken.Leg de levensmiddelen al-leen afgedekt of verpakt inhet toestel.Wanneer vloeibare stoffen inde koelzone condenseren,neemt de koelcapaciteit af.Zorg ervoor dat vakken enladen niet te zwaar wordenbeladen, zodat de lucht kancirculeren.Als de luchtcirculatie af-neemt, wordt de koelcapaci-teit minder.

Beschrijving van het toestel16BedieningspaneelaAan-/uit-toetsbSuperFrost - toetscDisplayAls het toestel een tijdje niet bediendwordt, wisselt de lichtsterkte van hetdisplay automatisch naar de inge-stelde sterkte. Zodra er een toetsaangeraakt wordt, brandt het displayop maximale sterkte.dVergrendelingssymbooleMenusymbool(Instelmodus:Lichtsterkte van het display wijzigen,vergrendeling in-/uitschakelen)fAlarm - symboolgTemperatuurweergavehTemperatuurtoetsiToets voor het uitschakelen van dezoemerjSuperFrost - symboolkSymbool lichtsterkte display

Beschrijving van het toestel17Schematische afbeeldingaBedieningspaneel met displaybNoFrost modulecBovenste diepvrieslade te gebruikenals diepvriesplateaudDiepvriesladen (aantal afhankelijkvan het model)De grepen bovenaan en de wieltjes on-deraan aan de achterkant van het appa-raat maken de opstelling van het appa-raat gemakkelijk.

Accessoires18Bijgeleverde accessoiresBakje voor ijsblokjesBij te bestellen accessoiresHet Miele-assortiment omvat tal vanhandige accessoires, alsmede reini-gings- en onderhoudsmiddelen die spe-ciaal op uw koeltoestel zijn afgestemd.Bij te bestellen accessoires kunt u bijMiele (zie achterin deze gebruiksaan-wijzing), in de webshop van Miele ofbij de Miele-vakhandelaar verkrijgen.IsolatieplaatVoor het toestel is een isolatieplaat be-schikbaar, waarmee u de diepvriesla-den die u niet gebruikt, kunt "uitscha-kelen, oftewel kunt isoleren. Daarmeekunt u energie besparen. Gebruik dezeisolatieplaat wanneer u maar weinig le-vensmiddelen hoeft in te vriezen.Universeel microvezeldoekjeHet microvezeldoekje is handig bij hetverwijderen van vingerafdrukken en an-der licht vuil op roestvrijstalen fronten,panelen, ramen, meubels enz.

Ingebruikneming van het toestel19Voor het eerste gebruikVerpakkingsmateriaalVerwijder al het verpakkingsmateriaaluit de binnenruimte.BeschermfolieAls beveiliging tijdens het transport ishet koeltoestel voorzien van een be-schermfolie.Trek de beschermfolie pas weg nadatu het koeltoestel op zijn plaats hebtopgesteld.Reiniging en onderhoudVolg daarvoor beslist de betreffendeinstructies in het hoofdstuk: "Reinigingen onderhoud".Reinig de binnenkant van het toestelen de toebehoren.

Koeltoestel in- en uitschakelen20Koeltoestel inschakelenVoordat u voor de eerste keer levens-middelen in het toestel legt, kunt u hettoestel het beste een ca. 2 uur latenvoorkoelen. Leg de levensmiddelen pas in de diep-vrieszone wanneer de temperatuur indeze zone laag genoeg is (minstens-18 °C).Druk op de toets .Het toestel begint te koelen en de tem-peratuurweergave geeft de gewenstetemperatuur aan.

Gelijktijdig beginnende temperatuurweergave en het alarm-symbool te knipperen, totdat de ge-wenste temperatuur is bereikt.Koeltoestel uitschakelenDruk op de Aan-/Uit-toets totdat hetdisplay uit gaat.Is dat niet mogelijk,dan is de vergrendeling ingeschakeld(zie hoofdstuk: "Het wijzigen van in-stellingen", paragraaf: "Het uitscha-kelen van de vergrendeling").De koeling is uitgeschakeld.Bij langdurige afwezigheidAls het toestel bij langdurige af-wezigheid wordt uitgeschakeld, maarniet gereinigd, bestaat er gevaar voorschimmelvorming als de deur vanhet toestel gesloten blijft.Reinig het toestel.Wanneer u het toestel langere tijd nietmeer gebruikt, doe dan het volgende:schakel het koeltoestel uit,trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit,Reinig het toestel.laat de deur open staan om het toe-stel te luchten en te voorkomen dat ergeurtjes ontstaan.

De juiste temperatuur21Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven de le-vensmiddelen erg snel. De temperatuurbeïnvloedt de snelheid waarmee de mi-cro-organismen groeien. Hoe lager detemperatuur, des te langzamer de mi-cro-organismen groeien en des te lan-ger het duurt voordat de levensmid-delen bederven. Wanneer u voor hetbewaren van levensmiddelen de juistetemperatuur instelt kunt u daarmee be-derf voorkomen of vertragen. Om verse levensmiddelen in te vriezenen om levensmiddelen over een langetijd te bewaren is een temperatuur no-dig van. Bij deze temperatuur is-18 °Cde groei van micro-organismen vrijweluitgesloten. Zodra de temperatuur stijgttot boven -10 °C, begint de ontbindingdoor micro-organismen en zijn de le-vensmiddelen minder lang houdbaar.

Daarom mogen geheel of gedeeltelijkontdooide levensmiddelen pas opnieuwworden ingevroren nadat ze eerst zijnverwerkt (koken of braden). De meestemicro-organismen worden door de ho-ge temperaturen vernietigd. De temperatuur in het toestel stijgt als– u vaak en gedurende lange tijd dedeur van het toestel opent,– er meer levensmiddelen in het toestelworden opgeslagen;– de temperatuur van de levensmid-delen hoger is, wanneer ze wordenopgeslagen,– de omgevingstemperatuur hoger is. Het koeltoestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbereikwaar de kamertemperatuur niet bo-ven of onder mag liggen. Temperatuur instellenDruk zo vaak op de temperatuurtoets,totdat de gewenste temperatuur in detemperatuuraanduiding verschijnt. Wanneer u voor het eerst op de toetsdrukt, knippert die temperatuurwaardedie het laatst is ingesteld.

tussen de -15 en -18 °C)kan een iets lagere temperatuur wor-den ingesteld:Druk zo vaak op de temperatuurtoets,totdat in de temperatuuraanduiding-15 °C verschijnt. Druk nog eens ca. 5 seconden langop de temperatuurtoets om een lage-re temperatuur in te stellen. De lagere temperatuur wordt overgeno-men, maar dat is in de temperatuuraan-duiding niet zichtbaar.

De juiste temperatuur22TemperatuurweergaveDe temperatuuraanduiding op het be-dieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.De temperatuur is instelbaar van -15 °Ctot en met -32 °C.De temperatuuraanduiding knippert:– De temperatuur ligt niet in het moge-lijke temperatuurbereik, bijv. als hetapparaat net ingeschakeld is.– een andere temperatuur wordt inge-steld,– De temperatuur in het apparaat is eenpaar graden gestegen, wat wijst opeen koudeverlies.Dit koudeverlies is geen probleem wan-neer dit is ontstaan doordat u:– de deur van het toestel een keer vrijlang geopend houdt, bijv. om eengrote hoeveelheid diepvriesproductenin het apparaat te leggen of eruit tehalen,– verse levensmiddelen invriest.Zodra de temperatuur tot ca.

-10 °C isgedaald, brandt de temperatuuraandui-ding weer constant.Is de temperatuur in de diep-vrieszone vrij lange tijd hoger dan-18 °C, controleer dan of de diep-vriesproducten geheel of gedeeltelijkzijn ontdooid.Is dat het geval, gebruik deze levens-middelen dan zo snel mogelijk ofkook of braad ze, alvorens ze op-nieuw in te vriezen!

De functie "SuperFrost"23U kunt de functie Superfrost inscha-kelen.Functie SuperFrostOm verse levensmiddelen optimaal in tevriezen kunt u de functie SuperFrost hetbeste voor het invriezen van verse le-vensmiddelen inschakelen. Zo wordende levensmiddelen snel tot in de kerningevroren en blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Uitzonderingen:– Als u reeds ingevroren levensmid-delen in het toestel plaatst.– Wanneer u dagelijks slechts max.2kg verse levensmiddelen invriest.Schakel SuperFrost 6uur voordat u dein te vriezen levensmiddelen in hettoestel legt, in. Wilt u gebruik maken van de maximalevriescapaciteit, schakel de SuperFrostdan in.24uur van te vorenZodra u SuperFrost hebt ingeschakeld,werkt het koeltoestel met maximalekoelcapaciteit en de temperatuur in hettoestel daalt.SuperFrost wordt automatisch na ca.65uur uitgeschakeld.

Hoe lang hetduurt is afhankelijk van de hoeveelheidverse levensmiddelen die in de vries-kast is gelegd.Tip: Om energie te sparen, kunt u Su-perFrost zelf uitschakelen zodra er eenconstante temperatuur van de diep-vrieszone van minstens -18°C bereiktis. Controleer de temperatuur in dediepvrieszone.Na het uitschakelen van de SuperFrost-functie werkt het koeltoestel weer metnormaal vermogen.SuperFrost inschakelenDruk op de toets Superfrost .Symbool Superfrost licht op.De temperatuur in het toestel daalt ende koelcapaciteit is nu maximaal.SuperFrost uitschakelenDruk op de toets Superfrost .Symbool Superfrost dooft.De koelcapaciteit van het toestel isweer normaal.

Bovendien klinkter een zoemer.Of het toestel een temperatuur te hoogof te laag vindt, is afhankelijk van de in-gestelde temperatuur.Het akoestische en optische signaalwordt bijvoorbeeld gegeven als:– u het toestel inschakelt en de tempe-ratuur die op dat moment in een tem-peratuurzone heerst te veel verschiltvan de temperatuur die u heeft inge-steld,– u ingevroren levensmiddelen hersor-teert of uit het toestel haalt en erdaarbij te veel warme lucht binnen-stroomt,– u een vrij grote hoeveelheid levens-middelen invriest,– u verse levensmiddelen invriest dienog warm zijn,– de stroom is uitgevallen;– het koeltoestel defect is.Zodra de alarmtoestand beëindigd is,stopt het waarschuwingssignaal engaat het symbool voor het alarm uit.Is de temperatuur in de diep-vrieszone vrij lange tijd hoger dan-18 °C, controleer dan of de diep-vriesproducten geheel of gedeeltelijkzijn ontdooid.Is dat het geval, gebruik deze levens-middelen dan zo snel mogelijk ofkook of braad ze, alvorens ze op-nieuw in te vriezen!DeuralarmDe zoemer klinkt wanneer de toestel-deur langer dan ca.

60 seconden open-staat.Zodra de deur wordt dichtgedaan,houdt de zoemer op.Het voortijdig uitschakelen vande zoemerHindert de zoemer u, dan kunt u dezevoortijdig uitschakelen.Druk op de toets voor het uitscha-kelen van de zoemer .De zoemer houdt op.Bij een temperatuuralarm blijft alarm-symbool branden totdat de juistetemperatuur weer is bereikt.

Het wijzigen van instellingen25InstellingsmodusBepaalde instellingen van het apparaatkunt u in de instelmodus wijzigen.Lichtsterkte van het display wij-zigenVergrendeling in-/uitschakelen De instelmodus wordt in het displaymet het menusymbool aangegeven.Hierna kunt u lezen, hoe u in de instel-modus komt en hoe u de instellingenkunt wijzigen.Lichtsterkte van het display wijzi-genU kunt de lichtsterkte van het displayaan de omgeving aanpassen.Mogelijk zijn 5 standen. Stand 1 is stan-daard. Druk ca. 5 seconden op de Super-frost - toets .Menusymbool gaat branden. De in-stelmodus is nu geactiveerd.

Het wijzigen van instellingen26Vergrendeling in-/uitschakelenMet de vergrendeling kunt u voorkomendat het toestel per ongeluk wordt uitge-schakeld:– Het inschakelen van de vergrende-ling Druk ca. 5 seconden op de Super-frost - toets .Menusymbool gaat branden. De in-stelmodus is nu geactiveerd. Vergren-delingssymbool gaat knipperen. Druk nu kort op de Superfrost - toets om de vergrendelingsfunctie op teroepen.Vergrendelingssymbool gaat bran-den. De velden -15 °C en -21 °C in detemperatuuraanduiding gaan branden. Druk nu op de SuperFrost - toets om de vergrendelingsfunctie in teschakelen.Vergrendelingssymbool knippert. Develden -15 °C en -21 °C in de tempera-tuuraanduiding gaan uit.

Invriezen en bewaren27Maximale vriescapaciteitOm de levensmiddelen zo snel mogelijktot in de kern in te vriezen, mag demaximale vriescapaciteit niet wordenoverschreden. De maximale vriescapa-citeit binnen 24 uur staat op het type-plaatje "Vriescapaciteit. kg/24 uur". De maximale vriescapaciteit die ver-meld staat op het typeplaatje is geba-seerd op de norm DIN EN ISO 15502. Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uit ie-dere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaankrimpen. Wanneer de levensmiddelenontdooien komt slechts een deel vanhet vocht dat eerder vrijkwam in de cel-len terug.

Praktisch betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas diezich om de levensmiddelen vormt wan-neer deze ontdooien. Als levensmiddelen snel zijn doorgevro-ren, heeft de celvloeistof minder tijd omuit de cellen naar de tussenruimten telopen. De cellen krimpen veel minder. Tijdens het ontdooien kan de slechtsgeringe hoeveelheid vloeistof die naarde tussenruimten was gelopen, terug-keren naar de cellen, zodat het vocht-verlies zeer gering is. Er ontstaatslechts een kleine waterplas. Diepvriesproducten bewarenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al tijdens de aankoop inde winkel:– de verpakking op beschadigingen,– de houdbaarheidsdatum en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Als deze hoger is dan-18°C, dan zijn de diepvriespro-ducten niet zo lang houdbaar.

 Koop diepvriesproducten pas op alsu de andere boodschappen al heeftgedaan en transporteer ze in kranten-papier of in een koelzak.  Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het apparaat. Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Invriezen en bewaren28Zelf levensmiddelen invriezenVries uitsluitend verse levensmid-delen in perfecte staat in. Houd bij het invriezen rekening methet volgende– Volgende levensmiddelen zijn ge-schikt om in te vriezen:vers vlees, gevogelte, wild, vis,groenten, kruiden, onbewerkt fruit,zuivelproducten, bakproducten,voedselresten, eigeel, eiwit en talrijkekant-en-klaarproducten. – Volgende zaken zijn niet geschiktom in te vriezen:wijndruiven, bladsalade, radijsjes,rammenas, zure room, mayonaise,volledige eieren in de schaal, uien,hele onbewerkte appels en peren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren. Breng daartoe een panwater aan de kook, voeg het voedseldaar portiegewijs aan toe, laat hetdaar 2 - 3 minuten in liggen, haal heteruit, laat het snel in koud water af-koelen en laat het uitlekken.

– Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enhet kan aanmerkelijk langer wordenbewaard. – Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie om te voorkomen datstukken vlees aan elkaar vastvriezen. – Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente voor hetinvriezen niet. Kruid en zout reedsbereide gerechten voor het invriezenslechts licht. Sommige kruiden veran-deren de smaakintensiteit van de ge-rechten. – Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het koeltoestel afkoelenom te voorkomen dat reeds ingevro-ren levensmiddelen beginnen te ont-dooien en het energieverbruik stijgt. Verpakken Vries de levensmiddelen per portie in.

Invriezen en bewaren29Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum.Voor het inruimenAls u meer dan 2 kg verse levensmid-delen dient in te vriezen, dient u enigetijd vooraf de functie "Superfrost" inte schakelen (zie "Superfrost ge-bruiken").De levensmiddelen die al zijn ingevrorenkrijgen zo een koudereserve.Het inruimenDe maximale beladingscapaciteitis als volgt: - bovenste diepvrieslade = 15 kg- alle andere diepvriesladen = 25kg- glasplaat = 35kgLeg in te vriezen levensmiddelen niettegen reeds ingevroren levensmid-delen om te voorkomen dat delaatste gaan ontdooien.Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen levensmiddelen zijnverpakt droog is, zodat ze niet aan el-kaar of aan het toestel vastvriezen.- kleine hoeveelheidDeze kan het beste in de diepere onder-ste diepvriesladen worden gelegd.Leg de levensmiddelen over de helebreedte op de bodem van de diep-vriesladen, zodat ze zo snel mogelijktot in de kern worden ingevroren.- maximale hoeveelheid (zie typepla-tje)Zorg dat de ventilatiesleuven op deachterwand van de diepvrieszone al-tijd vrij blijven.Als ze afgedekt worden, neemt dekoelcapaciteit af en stijgt het ener-gieverbruik.Leg de diepvriesproducten zo op deglasplaat, dat de ventilatiesleuvenniet afgedekt worden.Als u de diepvriesladen verwijdert,moet de onderste lade altijd in hettoestel blijven zitten.Neem de onderste diepere diepvries-laden uit het toestel.Leg de levensmiddelen over de helebreedte op de onderste glasplaten,zodat ze zo snel mogelijk tot in dekern worden ingevroren.Zijn de levensmiddelen ingevroren,Leg ze dan in één van de diepvriesla-des en schuif deze weer in het toe-stel.

Invriezen en bewaren30Diepvriesproducten ontdooienU kunt diepvriesproducten ontdooien– in de microgolfoven,– in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien",– bij kamertemperatuur,– in de koelzone (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt),– in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Stukken vlees en vis zoals gehakt, kipen visfilet kunnen het beste worden ont-dooid als ze niet tegen andere levens-middelen aankomen. Het vrijgekomenvocht moet worden opgevangen enzorgvuldig worden verwijderd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal worden ontdooid.Groenten kunnen over het algemeen inbevroren toestand in het kokende waterworden gedaan of in heet vet wordengestoofd.

Door de veranderde celstruc-tuur is de bereidingstijd iets korter danbij verse groenten.Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Dranken snel koelenAls u flessen snel in de vrieszone wiltkoelen, dient u ze uiterlijk na één uurweer uit de vrieszone te halen. Anderskunnen ze ontploffen.De accessoires gebruikenHet bereiden van ijsblokjesVul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water. Zet het bakje opde bodem van een diepvrieslade.Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.Tip: Houd het bakje even onder stro-mend water, dan laten de ijsblokjes ge-makkelijk los.

Invriezen en bewaren31DiepvriesplateauU kunt de bovenste diepvrieslade alsdiepvriesplateau gebruiken.Op het diepvriesplateau kunt u bessen,kruiden, groente en dergelijke voorzich-tig invriezen.De in te vriezen levensmiddelen behou-den hun vorm en kunnen niet vastvrie-zen.Leg de in te vriezen producten op hetdiepvriesplateau.Laat de producten 10 tot 12 uur steviginvriezen. Hevel ze over in een diep-vrieszak of diepvriesbakje en leg ze inde diepvriesladen.Isolatieplaat(Afhankelijk van het model na te bestel-len)Voor het toestel is een isolatieplaat be-schikbaar, waarmee u de diepvriesla-den die u niet gebruikt kunt "uitscha-kelen", oftewel kunt isoleren. Daarmeekunt u energie besparen. Gebruik dezeisolatieplaat wanneer u maar weiniglevensmiddelen hoeft in te vriezen.Bewaar in de "geïsoleerde" ladengeen levensmiddelen.

Er kunnendaar namelijk grote temperatuur-schommelingen optreden, waardoorde levensmiddelen kunnen bederven.– Voor het invriezen heeft u minstens 3diepvriesladen inclusief diepvriespla-teau nodig. Desgewenst kunt u deoverige laden "uitschakelen" (isole-ren), maar niet minder dan de onder-ste 2 laden.– De laden die u wilt gebruiken, moetenzich altijd bovenin het toestel bevin-den.– De isolatieplaat moet onder de on-derste diepvrieslade die u wilt ge-bruiken worden geschoven.– Hoe minder laden u gebruikt, des teminder energie nodig is.

Door de iso-latieplaat te gebruiken kunt u flinkenergie besparen.Voorbeeld:Stel u heeft maar 3 laden inclusief hetdiepvriesplateau nodig om levensmid-delen te bewaren.Leg de levensmiddelen in de boven-ste 3 laden en zorg ervoor dat alle an-dere laden leeg zijn.Neem de vierde lade uit het toestel enzet deze ergens anders neer.Schuif nu de isolatieplaat onder dederde lade. De overige laden onderinworden nu "uitgeschakeld" (geïso-leerd).

Invriezen en bewaren32De binnenruimte indelenDe laden en glasplaten van de diep-vrieszone verwijderenWanneer u levensmiddelen in de ladenvan de diepvrieszone wilt leggen of eruitwilt halen of wanneer u de laden wiltschoonmaken, kunt u ze er het bestehelemaal uithalen.Zo kunt u ook de diepvrieszone grotermaken. Wanneer u een groot stuk vleeswilt invriezen, bijv. kalkoen of wildbraad,kunt u de glasplaten tussen de diep-vriesladen verwijderen.Trek de laden naar buiten totdat uweerstand voelt en til de laden van degeleiders.Til de glasplaat voorzichtig op, trekde plaat naar voren en neem haar uithet toestel.

Ontdooien33Het toestel is uitgerust met een "NoF-rost" - systeem waarmee het toestel au-tomatisch wordt ontdooid.Het geproduceerde vocht zet zich af opde verdamper, wordt regelmatig auto-matisch ontdooid en verdampt.Doordat de diepvrieszone automatischontdooit, blijft deze altijd ijsvrij. Door ditbijzondere systeem is er geen gevaardat de levensmiddelen beginnen te ont-dooien!

Reiniging en onderhoud34Zorg ervoor dat er geen water inde elektronische besturing of de ver-lichting.De stoom van een stoomreinigerkan in aanraking komen met delenvan het toestel die onder spanningstaan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor de reiniging geenstoomreiniger.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater te-rechtkomen.Het typeplaatje in de binnenruimte vanhet koeltoestel mag niet worden ver-wijderd.

De gegevens zijn nodig in hetgeval er een storing optreedt.Aanwijzingen voor het reini-gingsmiddelGebruik in de binnenruimte van hetkoeltoestel alleen reinigings- en on-derhoudsmiddelen die de levensmid-delen niet aantasten.Om beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, gebruikt u bij de rei-niging geen– zuur-, soda-, ammoniak- of chloride-houdende reinigingsmiddelen,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder, schuurmiddel, schuur-sponsjes,– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen,– reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal,– Reinigingsmiddelen voor vaatwas-sers,– ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde sponsjes en bor-stels, zoals bijv.

Reiniging en onderhoud35Het koeltoestel voor de reini-ging voorbereidenSchakel het koeltoestel uit.De temperatuurindicator in de displaygaat uit. De koeling is uitgeschakeld.Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.Haal de levensmiddelen uit het koel-toestel en bewaar ze op een koeleplaats.Haal alle diepvriesladen en glasplatenuit het toestel voor de reiniging.Haal alle overige onderdelen uit hettoestel die kunnen worden verwij-derd.Binnenkant en toebehoren rei-nigenReinig het toestel regelmatig.

Neemvuil direct af en laat het niet opdrogen.Reinig met eende binnenruimtensponsdoekje, lauwwarm water en watafwasmiddel.Neem deuren en zijwanden daarnamet helder water af en wrijf alles meteen doek droog.Laat de deur van het toestel nog evenopen staan, om het apparaat te luch-ten en geurtjes te voorkomen.De volgende onderdelen zijn niet vaat-wasmachinebestendig:– alle laden en deksels van laden (mo-delafhankelijk)– de isolatieplaat (afhankelijk van hetmodel als accessoire verkrijgbaar)Reinig de onderdelen die niet in deafwasautomaat mogen worden gerei-nigd met de hand.De volgende onderdelen zijn geschiktvoor de vaatwasser:De temperatuur van het gekozenprogramma van de afwasautomaatmag maximaal 55 °C bedragen!Kunststofonderdelen kunnen in devaaatwasser verkleuren door contactmet bepaalde natuurlijke kleurstof-fen, bijv. in wortels, tomaten en ket-chup.

Reiniging en onderhoud36Front en zijkanten reinigenAls verontreinigingen te lang inwer-ken, kunt u ze soms niet meer verwij-deren.De oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen.Verwijder vuil op het front en de zij-wanden het best onmiddellijk.Alle oppervlakken zijn gevoelig voorkrassen en kunnen verkleuren, wan-neer ze in contact komen met onge-schikte reinigingsmiddelen.Lees de informatie "Opmerkingenover reinigingsmiddel" aan het beginvan dit hoofdstuk.Reinig de oppervlakken met eenschone doek, lauwwarm water en rei-nigingsmiddel. U kunt ook eenschoon, vochtig microvezeldoekjezonder reinigingsmiddel gebruiken.Neem deuren en zijwanden daarnamet helder water af en wrijf alles meteen doek droog.Ventilatieopeningen reinigenStof op de ventilatieopeningen ver-hoogt het energieverbruik.Reinig het ventilatierooster met eenborsteltje of een stofzuiger (gebruikdaarvoor bijv.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele FN 22062 WS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden