Miele F 9552 I Handleiding

Miele Vrieskast F 9552 I

Bekijk gratis de handleiding van Miele F 9552 I (52 pagina’s), behorend tot de categorie Vrieskast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen. Heb je een vraag over Miele F 9552 I of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
Montage-engebruiksaanwijzing
Diepvrieskast
F9052i
F9252i
F9552i
Leesinelkgevaldege-
bruiksaanwijzingvooruhettoestelopstelt,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelf
uvermijdtschadeaanhettoestel.
M.-Nr.07924230
nl-BE

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Vrieskast
Model: F 9552 I
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Breedte: 557 mm
Diepte: 550 mm
Hoogte: 1397 mm
Geluidsniveau: 38 dB
Jaarlijks energieverbruik: 259 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Nettocapaciteit vriezer: 186 l
Vriescapaciteit: 16 kg/24u
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Geschikt voor paneelaanpassing: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 32 uur
Aantal planken vriezer: 6
Aantal sterren: 3*
Temperatuur alarm: Ja
Deur open alarm: Ja
Deurpaneel inbegrepen: Nee
AC-ingangsspanning: 230 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Type product: Vrieskast

Handleiding Miele F 9552 I – volledige tekst

Beschrijving van het toestel. 4Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu. 5Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 6Hoe kunt u energie besparen. 11Toestel in- en uitschakelen. 12Vergrendeling. 13Bij langdurige afwezigheid. 13De juiste temperatuur. 14Temperatuur instellen. 14Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur. 15Temperatuurindicator. 15Lichtsterkte van de temperatuurindicator. 15Waarschuwingssignaal. 17Temperatuuralarm. 17Deuralarm. 17Waarschuwingssysteem inschakelen. 17Waarschuwingssignaal vroegtijdig uitschakelen. 17Superfrost gebruiken. 18Functie Superfrost. 18Superfrost inschakelen. 18Superfrost uitschakelen. 18Invriezen en bewaren. 19Maximaal invriesvermogen. 19Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren. 19Diepvriesproducten bewaren. 19Zelf levensmiddelen invriezen. 20Tips voor het invriezen. 20Verpakken. 20Voor u levensmiddelen in het toestel legt.

Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd materiaal ge-kozen dat door het milieu wordt verdra-gen en opnieuw kan worden benut.Door de verpakking weer in kringloopte brengen, wordt er grondstof ge-spaard en verkleint de afvalberg. Geefdeze stoffen dus niet met het gewonevuilnis mee. Breng ze liever naar hetdichtstbijzijnde gemeentelijk container-park. Waar u dat vindt, komt u zeker bijuw gemeentebestuur aan de weet.Berging van uw oud toestelBij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.

Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met–de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg ervoor dat de buisleidingen vande compressor geen schade oplopenvoordat het toestel terdege wordtgeborgen. Zo vermijdt u dat er koelmid-del uit het koelcircuit of olie uit de com-pressor in het milieu terechtkomt.Zorg er ook voor dat het toestel kinder-veilig wordt bewaard voor u het laatwegbrengen.Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu5

Dit toestel voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsvoorschriften.Door ondeskundig gebruik kunnengebruikers echter letsel oplopen enkan er schade optreden aan het toe-stel.Voor u het toestel in gebruik neemt,moet u de gebruiksaanwijzing aan-dachtig lezen. U vindt er belangrijkeopmerkingen omtrent uw veiligheid,de installatie, het gebruik en het on-derhoud van uw toestel.

Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt scha-de aan het toestel.Bewaar de gebruiksaanwijzing engeef ze door aan wie het toesteleventueel na u gebruikt.Juistgebruik~Het toestel is uitsluitend bedoeldvoor gebruik in het huishouden engelijkaardige omgevingen zoals–in winkels, kantoren en gelijkaardigewerkomgevingen,–op boerderijen,–door klanten in hotels, motels,bed-and-breakfasts en anderetypische woonomgevingen.Gebruik het toestel uitsluitend in huis-houdelijke context voor het bewarenvan diepvriesproducten, het invriezenvan verse levensmiddelen en het ma-ken van ijsblokjes.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegelaten en kan gevaarlijk zijn.

De fa-brikant is niet aansprakelijk voor scha-de die werd veroorzaakt doordat hettoestel voor andere doeleinden werdgebruikt of verkeerd werd bediend.~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om het toestelveilig te bedienen, mogen dit toestel al-leen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Kinderen in het huishouden~Kinderen mogen het toestel alleenmaar gebruiken wanneer hun de bedie-ning ervan zo uitgelegd is dat ze hetveilig kunnen bedienen. Kinderen moe-ten de eventuele risico's van een foutie-ve bediening kunnen beseffen.~Hou kinderen die in de buurt van hettoestel komen in het oog. Laat kinderenniet met het toestel spelen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid6

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het toestel wordtgeplaatst, of het zichtbaar beschadigdis. Is dat het geval, neem het dan ingeen geval in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veilig-heid in gevaar brengen. ~Is de aansluitkabel beschadigd, laatdeze dan vervangen door een vakmanof vakvrouw die door Miele erkend is. Zo vermijdt u risico's voor wie het toe-stel gebruikt. ~Dit toestel bevat het koelmiddel iso-butaan (R600a), een natuurlijk gas dathet milieu weinig belast, maar welbrandbaar is. Het is niet schadelijk voorde ozonlaag en draagt niet bij tot hetbroeikaseffect. Het gebruik van dit mi-lieuvriendelijke koelmiddel veroorzaaktwel een lichte verhoging van hetwerkingsgeluid. Naastwerkingsgeluiden van de compressorkunnen er ook stromingsgeluiden te ho-ren zijn die afkomstig zijn van hetkoelcircuit.

Dat is jammer genoeg niette vermijden, maar heeft geen invloedop de prestaties van het toestel. Let er bij het transporteren en het op-stellen van het toestel op dat geen en-kel onderdeel van het koelcircuit be-schadigd raakt. Wegspattend koelmid-del kan tot oogletsels leiden. Bij beschadiging:- vermijd open vuur ofvonken,- trek de stekker uit het stopcontact,- verlucht het vertrek waarin hettoestel staat gedurende enkele minu-ten, en- neem contact op met de dienstHerstellingen aan huisvan Miele. ~Hoe meer koelmiddel er in een toe-stel zit, hoe groter de ruimte moet zijnwaarin het toestel wordt opgesteld. Bijeen eventueel lek kan er in een tekleine ruimte een brandbaar mengselvan gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveel-heid koelmiddel is aangegeven op hettypeplaatje in het toestel.

~Een veilige werking van het toestelis alleen dan gewaarborgd als het toe-stel overeenkomstig de gebruiksaanwij-zing gemonteerd en aangesloten werd. ~Voordat u het toestel aansluit, dientu eerst de aansluitgegevens (spanningen frequentie) op het typeplaatje metdie van het elektriciteitsnet te vergelij-ken.

Deze gegevens dienen absoluut over-een te stemmen. Anders treedt er scha-de op aan uw toestel. Vraag bij twijfelinlichtingen aan een elektricien. ~Gebruik uit veiligheidsoverwegingengeen verlengkabels ofstopcontactenblokken om het toestelaan te sluiten. Die bieden niet voldoen-de veiligheidsgaranties. Er bestaat on-der andere gevaar voor oververhitting. Opmerkingen omtrent uw veiligheid7.

~De elektrische veiligheid van hettoestel is alleen gewaarborgd als hetwordt aangesloten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd aardsys-teem. Het is heel belangrijk dat aandeze fundamentele veiligheidsvoor-waarde is voldaan. Laat de elektrischeinstallatie in uw woning bij twijfel dooreen elektricien controleren.De fabrikant kan niet aansprakelijk ge-steld worden voor schade die werd ver-oorzaakt doordat de aardleiding onder-broken was of gewoon ontbrak.

Er be-staat in dat geval onder andere gevaarvoor elektrische schokken.~Installatie-, onderhouds- enherstellingswerken mogen alleen wor-den uitgevoerd door vakmensen diedoor de fabrikant erkend zijn.Door ondeskundig uitgevoerdeinstallatie-, onderhouds- ofherstellingswerken kunnen er voor degebruiker aanzienlijke risico's ontstaanwaarvoor de fabrikant niet aansprakelijkkan worden gesteld.~Laat u het toestel tijdens de ga-rantieperiode herstellen, dan mag datenkel gebeuren door een technicus diedoor de fabrikant erkend is.

Anders iser bij schade achteraf geen aanspraakmeer op garantie.~Tijdens installatie-, onderhouds- enherstellingswerken moet het toestel vanhet elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.Het toestel is pas stroomloos indien aaneen van deze voorwaarden werd vol-daan:–De stekker van het toestel is uitge-trokken.Trek daarbij niet aan de kabel, welaan de stekker.–De desbetreffende zekering in dezekeringenkast is uitgeschakeld.~Laat defecte onderdelen enkelvervangen door origineleMiele-wisselstukken. Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan deeisen die Miele qua veiligheid stelt.~Als u het toestel niet op een vasteplaats installeert, laat dit karwei dan en-kel uitvoeren door vakmensen. Diemoeten ervoor zorgen dat u het toestelveilig kunt gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid8

Veilig gebruik~Raak bevroren levensmiddelen nietmet natte handen aan. Uw handen zou-den kunnen vastvriezen. U kunt zichverwonden. ~Steek nooit ijsblokjes en ijslolly's,met name waterijsjes, in de mond wan-neer u ze net uit de diepvraskast hebtgehaald. Door de zeer lage temperatuur van debevroren levensmiddelen kunnen uwlippen of tong vastvriezen. U kunt zichverwonden. ~Gedeeltelijk of volledig ontdooide le-vensmiddelen mogen niet opnieuw wor-den ingevroren. Verbruik deze levensmiddelen zo snelmogelijk, want de levensmiddelen ver-liezen hun voedingswaarde en beder-ven. Ontdooide levensmiddelen kunt uopnieuw invriezen nadat u ze hebt ge-kookt of gebraden. ~Als u levensmiddelen eet die te langbewaard werden, bestaat er gevaarvoor voedselvergiftiging.

De bewaarduur is afhankelijk van di-verse factoren, zoals de versheid enkwaliteit van de levensmiddelen en detemperatuur waarop ze worden be-waard. Hou rekening met debewaarinstructies en deverbruikstermijnen van de fabrikant vande levensmiddelen. ~Bewaar geen explosieve stoffen of-producten met brandbare drijfgassen(bijv. spuitbussen) in het toestel. Als dethermostaat wordt ingeschakeld, kun-nen er vonken ontstaan. Die kunnenontvlambare mengsels tot ontploffingbrengen. ~Gebruik geen elektrische toestellenin het toestel (bijv. om softijs te ma-ken). Er kunnen vonken ontstaan. Ont-ploffingsgevaar. ~Bewaar geen blikjes en flessen metkoolzuurhoudende dranken of metvloeistoffen die kunnen bevriezen in devrieszone. De blikjes of flessen kunnenuit elkaar springen. U kunt zich verwonden en er kan scha-de ontstaan.

~Als u flessen snel in dediepvrieskast wenst te koelen, moet uze uiterlijk na één uur weer uit het toe-stel halen. De flessen kunnen ontplof-fen. U kunt zich verwonden en er kanschade ontstaan. ~Gebruik geen voorwerpen met eenscherpe punt of rand om– rijm- en ijslagen te verwijderen,– vastgevroren bakjes voor ijsblokjesen levensmiddelen los te wrikken.

~Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereik vande kamertemperatuur) waarvan deonder- en bovengrens moeten wordengerespecteerd. De klimaatklasse is ver-meld op het typeplaatje aan de binnen-zijde van het toestel.Een te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat de compressor gedurendeeen lange tijd stilstaat, zodat het toestelde vereiste temperatuur niet kan aan-houden.~Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in het toe-stel om het te ontdooien.De kunststof zou beschadigd raken.~Gebruik geen ontdooisprays of -producten om ijs te verwijderen.Die kunnen immers explosieve gassenvormen en kunnen oplosmiddelen ofdrijfgassen bevatten die de kunststofaantasten.

Ook zijn ze mogelijk schade-lijk voor de gezondheid.~Dek de opening voor luchttoevoer inde sokkel en de opening voor luchtaf-voer boven in de ombouwkast niet af.Als deze openingen afgedekt zijn, kaner geen goede luchtcirculatie plaatsvin-den. Het stroomverbruik stijgt en scha-de aan onderdelen kan niet worden uit-gesloten.~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van het toestel in geen geval eenstoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met on-derdelen van het toestel die onderspanning staan en zo een kortsluitingveroorzaken.Uw toestel afdanken~Vernietig het knip- of vergrendelslotvan uw oude diepvrieskast als u die af-dankt.Op die manier voorkomt u dat spelendekinderen zich in het toestel opsluiten,wat levensgevaarlijk kan zijn.~Beschadig geen onderdelen van hetkoelcircuit, bijv.

In een gesloten, niet verluchte ruimte.Beschermd tegen rechtstreeksezonnestralen.Bij rechtstreekse zonnestralen.Niet naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Naast een warmtebron(verwarmingselement, fornuis).Bij een ideale kamertemperatuur vanongeveer 20 °C.Bij een hogere omgevingstempera-tuur.Dek de ventilatieopeningen niet af.Verwijder regelmatig het stof van deventilatieopeningen.TemperatuurinstellingThermostaat op basisvan "circa-getallen"(regeling in niveaus)Bij een gemiddelde instellingvan 2 tot 3.Bij een hoge instelling:Hoe lager de temperatuur in dezone, hoe hoger het energiever-bruik!TemperatuurinstellingThermostaat op basisvan graden(digitaal display)Bewaarzone van 8 tot 12 °CBij toestellen met een winterschake-ling moet u erop letten dat die scha-kelaar bij omgevingstemperaturenboven 16 °C of 18 °C uitgeschakeldis!Koelzone 4 tot 5 °CPerfectFresch-zone ongeveer 0 °CVrieszone -18 °CWijnbewaarzone van 10 tot 12 °CGebruik Laat de schuifladen, legplaten enrekken zoals ze waren toen het toe-stel werd geleverd.Open de deur altijd zo kort mogelijk.

De deur vaak en langdurig openen= koudeverliesSchik de levensmiddelen in het toe-stel.Als u lang moet zoeken, blijft dedeur lang openstaan.Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het toestel afkoelen.Warme gerechten doen de com-pressor langdurig werken (het toe-stel probeert te koelen).Plaats levensmiddelen goed verpaktof goed afgedekt in het toestel.Wanneer vloeistoffen in de koelzoneverdampen en condenseren, leidtdat tot verlies van het koelvermo-gen.Leg ingevroren producten in dekoelzone om ze te ontdooien.Doe de vakken niet te vol zodat delucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi de vrieszone bij een ijslaagvan 0,5 cm.Een ijslaag vermindert de over-dracht van de koude aan de in tevriezen levensmiddelen en doet hetenergieverbruik stijgen!Hoe kunt u energie besparen?11

Vóór het eerste gebruikLaat het toestel na het transportca. 1/2 tot 1 uur staan voor u hetaansluit. Dit is zeer belangrijk voorde latere werking!Reinigen^Reinig de binnenruimte en het toebe-horen. Gebruik daarvoor lauw water.Wrijf daarna alles droog met eendoek.Toestel inschakelen^ Druk op de aan-uittoets.Op de temperatuurindicator ziet ustreepjes en de vrieszone begint tekoelen.Om zeker te zijn dat de temperatuurlaag genoeg is, dient u het toestel en-kele uren te laten voorkoelen voordat uvoor het eerst levensmiddelen in hettoestel plaatst.KoudeaccuPlaats de koudeaccu bovenaan in deuitsparingen van het plafond van devrieszone. Ga hiertoe als volgt te werk:^Trek de bovenste vrieslade uit.^ Schuif de koudeaccu achteraan in endruk deze vervolgens vooraan naarboven toe om deze vast te klikken.Na ca.

VergrendelingMet de vergrendeling kunt u het toestelbeveiligen, zodat het niet ongewenstwordt uitgeschakeld.Vergrendeling in-/uitschakelen^Hou de toets voor "Superfrost" gedu-rende ca. 5 seconden ingedrukt.Het controlelampje van de toets voor"Superfrost" knippert en op de tempera-tuurindicator knippert;.^ Druk nogmaals op de toets voor "Su-perfrost".Op de temperatuurindicator ziet u;.^Door op de insteltoetsen voor detemperatuur te drukken, kunt u nukiezen tussen; 0 en ; 1:0: de vergrendeling is uitgeschakeld,1: de vergrendeling is ingeschakeld.^Druk op de toets voor "Superfrost" omde instelling op te slaan.Als de vergrendeling ingeschakeld is,brandt het controlelampje van de ver-grendelingX.^Druk op de aan-uittoets om deinstelmodus af te sluiten.Doet u dat niet, dan schakelt de elek-tronische besturing na ca.

2 minutenautomatisch over op de normalemodus.Bij langdurige afwezigheidAls u het toestel gedurende lange tijdniet gebruikt, gaat u als volgt te werk:^schakel het toestel uit,^trek de stekker uit of schakel de des-betreffende zekering in uwzekeringenkast uit.^ ontdooi en reinig het toestel en^ laat de toesteldeur op een kier staanom geurvorming te vermijden.Als het toestel bij langdurige afwe-zigheid wordt uitgeschakeld maarniet gereinigd, bestaat er gevaarvoor schimmelvorming als de deurgesloten blijft.Toestel in- en uitschakelen13

Bij het bewaren van levensmiddelen isde juiste temperatuurinstelling zeer be-langrijk. Levensmiddelen bederven snelten gevolge van micro-organismen, watdoor de juiste bewaartemperatuur kanworden verhinderd of vertraagd. Detemperatuur beïnvloedt degroeisnelheid van de micro-organis-men. Hoe lager de temperatuur, hoelangzamer dit proces verloopt. Om verse levensmiddelen in te vriezenen ze langdurig te bewaren, is een tem-peratuur van -18 °C vereist. Bij die tem-peratuur komt de groei van micro-orga-nismen in hoge mate tot stilstand. Zo-dra de temperatuur boven -10 °C stijgt,begint de ontbinding door de micro-or-ganismen; de levensmiddelen kunnenminder lang worden bewaard. Daarommogen geheel of gedeeltelijk ontdooidelevensmiddelen pas opnieuw ingevro-ren worden, nadat ze verwerkt werden(koken of braden). Door de hoge tem-peraturen worden de meeste micro-or-ganismen gedood.

De temperatuur in het toestel stijgt–als u vaak en gedurende lange tijdde toesteldeur opent,–hoe meer levensmiddelen er wordenbewaard,–als de verse levensmiddelen warmzijn,–als de omgevingstemperatuur vanhet toestel hoog is. Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereikvan de kamertemperatuur) waarvande onder- en bovengrensgerespecteerd moeten worden. Temperatuur instellenDe temperatuur in de vrieszone kunt uinstellen met de twee toetsen onder detemperatuurindicator. Door het indrukken van detoets + : stijgt de temperatuurtoets - : daalt de temperatuurTijdens het instellen wordt deinsteltemperatuur knipperend aangege-ven. Volgende wijzigingen zijn in de tempe-ratuurindicator merkbaar als u op detoetsen drukt:– Eén keer drukken: de laatst gekozentemperatuurwaarde wordt knippe-rend aangegeven.

Als u de temperatuur heeft gewijzigd,controleert u de temperatuurindicator naca. 6 uur als er weinig voedsel in hettoestel zit en na ca. 24 uur als het toe-stel volledig gevuld is. Pas dan is deeffectieve temperatuur ingesteld. Als detemperatuur na die tijd nog te hoog of telaag is, stelt u de temperatuur opnieuwin. Mogelijke instelwaarden voor detemperatuurDe temperatuur kan als volgt wordeningesteld: van -14 °C tot -28 °C. Het bereiken van de laagste tempera-tuur is afhankelijk van de opstelplaatsen van de omgevingstemperatuur. Bijeen hoge omgevingstemperatuur kande laagste temperatuur niet altijd wor-den bereikt. TemperatuurindicatorDe temperatuurindicator in het bedie-ningspaneel toont bij een normale wer-king de temperatuur van de warmsteplaats in de vrieszone.

Als de temperatuur in het toestel nietbinnen het mogelijke temperatuurbereik(onder 0 °C) ligt, branden in de tempe-ratuurindicator alleen streepjes. De temperatuurindicator knippert als–een andere temperatuur wordt inge-steld,–de temperatuur in het toestel metverschillende graden gestegen is,om koudeverlies aan te geven. Een kortstondig koudeverlies vormtgeen probleem als dit ontstaat omdat–de deur van het toestel één keer ge-durende lange tijd geopend blijft,bijv. om grote hoeveelheden levens-middelen in of uit het toestel te halen,–u verse levensmiddelen invriest. Als de temperatuur in de vrieszone ge-durende langere tijd warmer is dan-18 °C, gaat u na of de ingevroren le-vensmiddelen gedeeltelijk of volledigontdooid zijn. In dit geval dient u dezelevensmiddelen zo snel mogelijk te ver-bruiken.

Lichtsterkte van de temperatuur-indicatorDe lichtsterkte van de temperatuurindi-cator is bij levering van het toestel inge-steld op laag. Zodra de deur wordt ge-opend, een instelling wordt gewijzigd ofeen alarmtoestand heerst, brandt detemperatuurindicator gedurende ca. 1minuut met de maximumlichtsterkte.

^Druk enkele keren op een van detoetsen voor het instellen van de tem-peratuur, tot op de indicator^ wordtweergegeven.^Druk nogmaals op de Superfrost--toets.Op de indicator ziet u^.^Door op de toetsen voor het instellenvan de temperatuur te drukken, kuntu nu de lichtsterkte van de indicatorwijzigen. U kunt kiezen uit de stan-den 1 tot 5:1: minimale lichtsterkte,5: maximale lichtsterkte.^ Druk op de Superfrost-toets om deinstelling op te slaan.^Beëindig de instelmodus door op detoets aan/uit te drukken.Na ca. 2 minuten schakelt de elektro-nische besturing op de normale wer-king over.De juiste temperatuur16

Het toestel is voorzien van een waar-schuwingssysteem, zodat de tempera-tuur in de vrieszone niet ongemerkt kanstijgen en om energieverlies te ver-mijden als de deur open blijft staan.TemperatuuralarmStijgt de temperatuur te hoog, danklinkt er een waarschuwingssignaal ofknippert de temperatuurindicator. Deingestelde temperatuur bepaalt wan-neer het toestel een temperatuurbereikals te warm herkent.Het akoestische en optische signaalwordt gegeven– als bij het herschikken en uitnemenvan ingevroren levensmiddelen teveel warme kamerlucht binnen-stroomt;– als u een grote hoeveelheidlevensmiddelen vers invriest;– als er zich een lange stroomonder-breking heeft voorgedaan.DeuralarmAls de toesteldeur langer dan ca. 60seconden open blijft staan, weerklinkthet waarschuwingssignaal.WaarschuwingssysteeminschakelenHet waarschuwingssysteem is altijd au-tomatisch actief.

Het moet niet extraworden ingeschakeld.Waarschuwingssignaalvroegtijdig uitschakelenZodra het ingestelde temperatuurbereikin de vrieszone bereikt is, wordt hetwaarschuwingssignaal uitgeschakelden brandt de temperatuurindicator con-stant. Als het waarschuwingssignaal uechter stoort, kunt u het vroegtijdig uit-schakelen.^ Druk op de uitschakeltoets voor hetwaarschuwingssignaal.Het waarschuwingssignaal wordt uit-geschakeld. De temperatuurindicatorblijft knipperen tot de alarmtoestandbeëindigd is. Daarna brandt de tem-peratuurindicator constant. Hiermeeis het waarschuwingssysteem weergebruiksklaar.Waarschuwingssignaal17

Functie SuperfrostOm verse levensmiddelen optimaal inte vriezen, dient u eerst de functie Su-perfrost in te schakelen.Op die manier worden de levensmid-delen snel doorvroren en blijven devoedingswaarde, de vitamines, het ui-terlijk en de smaak behouden.Uitzonderingen:–Als u reeds ingevroren levensmid-delen in het toestel plaatst.–Als u dagelijks slechts maximaal 2 kglevensmiddelen plaatst.Superfrost inschakelenDe functie Superfrost dient u 6 uurvóór het plaatsen van de in te vriezenlevensmiddelen in te schakelen. Als uhet maximale invriesvermogen wenstte gebruiken, dient u 24 uur vooraf defunctie Superfrost in te schakelen!^Druk op de toets Superfrost, zodathet controlelampje brandt.De temperatuur in het toestel daalt,want het toestel werkt met het maximalekoelvermogen.Superfrost uitschakelenDe functie Superfrost wordt tenvroegste na ca.

30 uur en ten laatste na65 uur automatisch uitgeschakeld. Hetcontrolelampje gaat uit en het toestelwerkt weer met het normale koelvermo-gen.Om energie te sparen, kunt u de functieSuperfrost zelf uitschakelen zodra ereen constante temperatuur van min-stens -18 °C in de vrieszone bereikt is.Controleer de temperatuur in het toe-stel.^ Druk op de toets Superfrost, zodathet controlelampje uitgaat.De koeling van het toestel werkt weermet het normale vermogen.Superfrost gebruiken18

Maximaal invriesvermogenOm de levensmiddelen zo snel mogelijktot in de kern in te vriezen, mag hetmaximale invriesvermogen niet wordenoverschreden. Het maximale invriesver-mogen binnen 24 uur is vermeld op hettypeplaatje "Invriesvermogen. kg/24 u". Het maximale invriesvermogen dat ver-meld staat op het typeplaatje is geba-seerd op de norm DIN EN ISO 15502. Wat gebeurt er als verselevensmiddelen wordeningevroren. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk volledig worden doorvroren,zodat de voedingswaarde, devitamines, het uitzicht en de smaak be-houden blijven. Hoe langzamer de levensmiddelen wor-den doorvroren, hoe meer vloeistof eruit elke cel naar de tussenruimten loopt. De cellen krimpen. Tijdens het ontdooien kan slechts eendeel van de voordien vrijgekomen vloei-stof naar de cellen terugvloeien. In de praktijk betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen.

Dat kunt u zelf vaststellen: tijdens hetontdooien vormt er zich een grote wa-terplas rond het levensmiddel. Als het levensmiddel snel wordtdoorvroren, heeft de celvloeistof mindertijd om uit de cellen naar de tussen-ruimten te lopen. De cellen krimpenveel minder. Tijdens het ontdooien kan de kleinehoeveelheid vloeistof die naar de tus-senruimten was gelopen, terugkerennaar de cellen, zodat het vochtverlieszeer gering is. Er vormt zich slechtseen kleine waterplas. Diepvriesproducten bewarenAls u diepvriesproducten wenst te be-waren, controleert u tijdens de aankoopin de winkel–de verpakking op beschadigingen,–de houdbaarheidsdatum en–de temperatuur in de koelruimte vande winkeldiepvries. Als die tempera-tuur hoger is dan -18 °C, vermindertde houdbaarheid van de diepvries-producten.

^ Koop diepvriesproducten pas op heteinde van het winkelen, en transpor-teer ze in krantenpapier of in eenkoelzak. ^ Plaats de diepvriesproducten onmid-dellijk in het toestel. Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Zelf levensmiddelen invriezenVries uitsluitend verse levensmiddelenin perfecte staat in!Tips voor het invriezen–Onderstaande levensmiddelen kun-nen worden ingevroren:vers vlees, gevogelte, wild, vis,groenten, kruiden, onbewerkt fruit,zuivelproducten, bakkerijproducten,resten van gerechten, eigeel, eiwiten talrijke kant-en-klaargerechten.–De volgende levensmiddelen zijnniet geschikt om in te vriezen:druiven, sla, radijsjes, rammenas,zure room, mayonaise, eieren in hunschaal, uien, volledige onbewerkteappels en peren.– Om de kleur, de smaak, het aromaen de vitamine C te behouden, moetu groenten blancheren voor u ze in-vriest. Doe de groenten in porties ge-durende 2-3 minuten in kokend wa-ter. Neem de groenten daarna uit hetwater en koel ze snel in koud wateraf.

Laat de groenten uitdruppen.–Mager vlees is beter geschikt om inte vriezen dan vet vlees en kan veellanger worden bewaard.–Plaats telkens een folie uit kunststoftussen koteletten, steaks, schnitzelsenz. Zo vermijdt u dat ze tot één bloksamenvriezen.–Rauwe levensmiddelen en geblan-cheerde groenten mag u voor het in-vriezen niet kruiden en zouten. Berei-de levensmiddelen kruidt of zout umaar lichtjes.

De smaakintensiteitvan sommige kruiden veranderttijdens het invriezen.–Warme schotels of dranken laat ueerst buiten het toestel afkoelen, omte voorkomen dat reeds bevroren le-vensmiddelen gedeeltelijk ontdooienen dat het stroomverbruik stijgt.Verpakken^Vries de levensmiddelen per portiein.Geschikte verpakking- Kunststoffolie- Zakjes en buisfolie uit polyethyleen- Aluminiumfolie- DiepvriesdozenOngeschikte verpakking- Pakpapier- Perkamentpapier- Cellofaan- Vuilniszakjes- Gebruikte winkelzakjes^Druk de lucht goed uit de verpak-king.^Sluit de verpakking goed af met- elastiekjes- kunststofclips- touw of- koudebestendige kleefband.Zakjes en buisfolie uit polyethyleenkunt u ook met een folielasapparaatdichtlassen.^Noteer de inhoud en de invriesdatumop de verpakking.Invriezen en bewaren20

Voor u levensmiddelen in het toestellegt^Als u meer dan 2 kg verse levens-middelen dient in te vriezen, dient uenige tijd vooraf de functie "Super-frost" in te schakelen (zie "Superfrostgebruiken").De levensmiddelen die al in het toe-stel liggen, krijgen zo een koudere-serve.Levensmiddelen in het toestel leggenU kunt de levensmiddelen overal in devrieszone invriezen, bij voorkeur echterin de onderste vriesladen.Plaats grote hoeveelheden rechtstreeksop de glazen platen, omdat de levens-middelen daar zeer snel en dus dege-lijk worden ingevroren.

Daartoe neemt ude vriesladen uit.Elke vrieslade en elke glazen plaatkan met maximaal 25 kg worden be-last!^Plaats de levensmiddelen naast el-kaar op de bodem van de vriesladenof op de glazen platen van het toe-stel, zodat de levensmiddelen zo snelmogelijk tot in de kern worden inge-vroren.^Leg de levensmiddelen droog in hettoestel om te vermijden dat ze aan el-kaar of aan het toestel vastvriezen.In te vriezen levensmiddelen mogenniet in aanraking komen met reedsingevroren levensmiddelen. Anderszouden deze ontdooien.Grote levensmiddelen in hettoestel leggenAls u grote levensmiddelen zoals eengans of wild in het toestel wilt plaatsen,kunt u de glazen platen tussen devriesladen uitnemen.

Daartoe^de vriesladen uitnemen en de glazenplaat lichtjes optillen en langs vorenuittrekken!Indien nodig kunt u ook alle vriesladenen glazen platen uit het toestel nemenom de hele binnenruimte te gebruiken.vrieskalenderDe vrieskalender op de vrieslade geeftde gebruikelijke bewaartijd in maandenweer voor verschillende soorten levens-middelen, op voorwaarde dat ze vers inhet toestel worden ingevroren.Bij in de handel verkrijgbare diepvries-producten is de bewaarduur aangege-ven op de verpakking.2 - 3 maanden:Gebak, ijs, eenpansgerechten3 - 5 maanden:Vis, champignons, brood6 - 8 maanden:Varkensvlees, kalfsvlees, gevogelte10 - 12 maanden:Rundvlees, fruit, groentenInvriezen en bewaren21

Ingevroren levensmiddelenontdooienIngevroren levensmiddelen kunt u opverschillende manieren ontdooien:–in de microgolfoven,–in de gewone oven met de functie"Hetelucht" of "Ontdooien",–bij kamertemperatuur,–in de koelkast (de koude die de inge-vroren levensmiddelen afgeven,wordt gebruikt om te koelen),–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnenlicht ontdooid in een hete pan wordengelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur in deverpakking of in een afgedekte schotelworden ontdooid.Groenten kunnen over het algemeenbevroren in kokend water worden ge-daan of in heet vet worden gestoofd.Wegens de gewijzigde celstructuur isde bereidingstijd iets korter dan bij ver-se groenten.Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Pas nadat u de levensmiddelenhebt verwerkt (koken of braden),kunt u ze opnieuw invriezen.IJsblokjes maken^Vul het bakje voor ijsblokjes voor driekwart met water en plaats het op debodem van een vrieslade.^Gebruik een stomp voorwerp, bijv.een lepelsteel, om een vastgevrorenbakje voor ijsblokjes los te maken.^ De ijsblokjes komen gemakkelijk losuit het bakje als u het kort onder stro-mend water houdt.Drank snel koelenAls u flessen in de vrieszone plaatst omze snel te koelen, dient u de flessen ui-terlijk na één uur weer uit te nemen,anders zullen de flessen ontploffen!Invriezen en bewaren22

Vriestablet gebruikenOp het vriestablet kunt u bessen,kruiden, groenten en andere kleine le-vensmiddelen invriezen zonder dat zestuk gaan. De levensmiddelen blijvenhun vorm grotendeels behouden en deverschillende stukken vriezen niet aanelkaar vast.^ Plaats de in te vriezen levensmid-delen los op het vriestablet.^ Haak het vriestablet in een van debovenste vriesladen.Laat de levensmiddelen gedurende 10tot 12 uur grondig invriezen. Plaats delevensmiddelen dan in een diepvries-zakje of doos en leg ze zo in de vriesla-den.Koudeaccu gebruikenIn geval van een stroomonderbrekingvoorkomt de koudeaccu dat de tempe-ratuur in de vrieszone te snel stijgt.Bewaar de koudeaccu in het plafondvan de vrieszone. Na ca.

24 uur kan dekoudeaccu zijn maximaal koelvermo-gen leveren.Koudeaccu verwijderen^Trek de bovenste vrieslade uit.^Naam de koudeaccu aan beide zij-kanten vast en trek deze naar onde-ren toe uit.In geval van een stroomonderbrekinglegt u de koudeaccu rechtstreeks opde ingevroren levensmiddelen in de bo-venste lade, om een zo groot mogelijkebewaartijd te verzekeren.Als u verse levensmiddelen in het toe-stel wenst te plaatsen, gebruikt u dekoudeaccu als scheiding tussen dereeds ingevroren levensmiddelen en deverse levensmiddelen, zodat de reedsingevroren levensmiddelen niet ont-dooien.U kunt de koudeaccu ook gebruikenom voedsel of dranken gedurende kor-te tijd in een koelbox te koelen.Koudeaccu plaatsen^ Trek de bovenste vrieslade uit.^Schuif de koudeaccu achteraan in endruk deze vervolgens vooraan naarboven toe om deze vast te klikken.Invriezen en bewaren23

Bij normale werking zetten er zich naverloop van tijd rijp en ijs in de vrieszo-ne af. Daardoor vermindert dekoudeafgifte en stijgt het stroomver-bruik.U mag de rijp- of ijslagen nietwegschrapen. Hierdoor zou u im-mers het toestel kunnen bescha-digen.Het toestel functioneert dan nietmeer.Ontdooi het toestel regelmatig, maar ui-terlijk als er zich een ijslaag van ca. 0,5cm dik heeft gevormd. Doe dat bij voor-keur als het toestel weinig of geen be-vroren levensmiddelen bevat.Vóór het ontdooien^ Schakel ca. 1 dag vóór het ontdooiende functie Superfrost in. Daardoorkrijgen de reeds ingevroren levens-middelen een extra koudereserve enkunnen ze dus iets langer bij kamer-temperatuur worden bewaard.^Haal de ingevroren levensmiddelenuit het toestel en wikkel ze in meerde-re lagen krantenpapier of in een de-ken.

Bewaar ze op een koele plek tothet toestel opnieuw bedrijfsklaar is.^Neem alle vriesladen en glazenplaten uit het toestel.OntdooienOntdooien moet snel gebeuren. Hoelanger u de ingevroren levensmid-delen bij kamertemperatuur be-waart, des te korter wordt de houd-baarheid ervan.^Schakel het toestel uit en trek destekker uit het stopcontact.^Laat de deur van het toestel open.U kunt het ontdooien versnellen doortwee potten met heet (niet kokend) wa-ter op onderleggers in het toestel teplaatsen. In dit geval laat u de deurtijdens het ontdooien gesloten, zodatde warmte niet kan ontsnappen.^ Neem het dooiwater op met eenspons of een doek.Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in hettoestel om het te ontdooien. Dekunststof zou beschadigd raken.Gebruik geen ontdooisprays of-producten om ijs te verwijderen.

Na het ontdooien^Reinig het toestel en wrijf het droog.^Sluit de toesteldeur, steek de stekkerin het stopcontact en schakel het toe-stel in.^Schakel de functie Superfrost in, zo-dat het toestel snel koud wordt. Hetcontrolelampje gaat aan.^Schuif de glazen platen en de vries-laden met de bevroren waren in hettoestel zodra de temperatuur in hettoestel laag genoeg is.^ Schakel de functie Superfrost uit doorop de Superfrost-toets te drukken,zodra er een constante temperatuurvan minstens -18 °C in de vrieszoneis bereikt.Het controlelampje gaat uit.Ontdooien25

Zorg ervoor dat er geen water in deelektronische besturing of de ver-lichting komt.Gebruik geen stoomreiniger. Destoom kan terechtkomen op onder-delen van het toestel die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in het toestel magniet worden verwijderd. De informa-tie op dit plaatje is belangrijk in ge-val van een storing.Om schade aan de oppervlakken tevoorkomen, mogen de volgende mid-delen niet worden gebruikt om de op-pervlakken te reinigen:– reinigingsmiddelen die soda, ammo-niak, zuur of chloor bevatten,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– schurende reinigingsproducten, zo-als schuurpoeder, schuurmelk,poetsstenen,–reinigingsmiddelen met oplosmiddel,–reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal,–afwasmiddelen voor de afwasauto-maat,–ovensprays,–glasreinigers,–schurende harde sponsen en bor-stels (bijv.

schuursponsen),–speciale "wondersponsen",–scherpe metaalschrapers!Vóór het reinigen^Schakel het toestel uit.^Trek de stekker uit of schakel de be-treffende zekering in uwzekeringenkast uit.^Haal de ingevroren levensmiddelenuit het toestel en bewaar ze op eenkoele plaats.^Neem alle vriesladen en glazenplaten uit het toestel om ze te reini-gen.^Ontdooi de vrieszone.Binnenruimte, toebehorenDe binnenruimte en het toebehoren rei-nigt u het best met lauw water waarin ueen beetje handafwasmiddel doet. Rei-nig alle onderdelen met de hand, niet inde afwasautomaat.^ Ga na de reiniging met een doek diemet schoon water is vochtig gemaaktover de binnenruimte en het toebeho-ren. Wrijf vervolgens alles droog meteen doek. Laat de deur van het toe-stel korte tijd openstaan.Openingen voor luchttoevoeren -afvoer^Reinig de openingen voor luchttoe-voer en -afvoer regelmatig met eenborsteltje of stofzuiger.

DeurdichtingBehandel de deurdichting niet metolie of vet. Anders wordt ze na ver-loop van tijd poreus.Reinig de deurdichting regelmatig uit-sluitend met schoon water en droog zedaarna grondig met een doek.Na het reinigen^Sluit de toesteldeur.^Steek de stekker van het toestel weerin het stopcontact of schakel de des-betreffende zekering in uwzekeringenkast weer in, en schakelhet toestel weer in.^ Schakel de functie "Superfrost" in, zo-dat het toestel snel koud wordt.Het controlelampje gaat aan.^ Schuif de vriesladen met de ingevro-ren levensmiddelen in het toestel zo-dra de temperatuur laag genoeg is.^Schakel de functie "Superfrost" weeruit.Het controlelampje gaat uit.Reinigen27

Reparaties aan elektrische toestellenmag u enkel en alleen door een er-kend vakman laten uitvoeren. Doorondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen er niet te onderschattenrisico’s voor de gebruiker ontstaan.Wat gedaan als.... . . het toestel niet koelt?^Ga na of het toestel ingeschakeld is.De temperatuurindicator moet bran-den.^ Ga na of de stekker van het toestelgoed in het stopcontact zit.^ Controleer of de zekering op uw elek-trische installatie uitgeschakeld is.Als dit het geval is, doet u een be-roep op de Technische Dienst vanMiele....detoesteldeur niet verschillendekeren na elkaar kan worden geo-pend?Dit is geen storing. Door de zuigendewerking kunt u de deur pas na enigetijd zonder extra moeite openen....detemperatuur in het toestel tekoud is?^Stel een hogere temperatuur in.^De functie Superfrost is nog inge-schakeld.

Ze schakelt automatisch uitna 30 tot 65 uur....deinschakelfrequentie eninschakelduur van de compressortoenemen?^Ga na of de luchttoevoeropening on-deraan in de voet van de kast en deluchtafvoeropening bovenaan in deombouwkast afgesloten of verstoptzijn.^De toesteldeur werd vaak geopendof er werden grote hoeveelheden ver-se levensmiddelen ingevroren.^Ga na of de toesteldeur goed sluit.^Ga na of er zich een dikke rijplaag inde vrieszone heeft gevormd. Als dithet geval is, dient u toestel te ont-dooien....decompressor constant werkt?Om energie te besparen schakelt decompressor bij een geringkoudeverbruik op een laag toerentalover. Daardoor wordt de werkingstijdvan de compressor verlengd....delevensmiddelen vastgevrorenzijn?Maak de levensmiddelen los met eenstomp voorwerp, bijv.

een lepelsteel....devrieszone een dikke ijslaagvertoont?^Ga na of de deur van het toestelgoed sluit.^Ontdooi en reinig het toestel.Een dikke ijslaag vermindert het koel-vermogen, waardoor het stroomver-bruik stijgt.Wat gedaan als...?28

. . . het waarschuwingssignaal weer-klinkt en de temperatuurindicatorknippert?^Staat de toesteldeur reeds langerdan 60 seconden open?Als dit niet het geval is, is de vrieszoneafhankelijk van de ingestelde tempera-tuur te warm, omdat^de toesteldeur vaak werd geopend ofgrote hoeveelheden verse levensmid-delen werden ingevroren.^de ventilatieroosters afgedekt waren.^ er zich een lange stroomonderbre-king heeft voorgedaan.Als de storingen verholpen zijn, brandtde temperatuurindicator constant enwordt het waarschuwingssignaal uitge-schakeld....indetemperatuurindicator eenstreepje brandt/knippert?Controleer de temperatuurindicator ca.6 uur na het inschakelen van het toe-stel. Er wordt slechts een temperatuuraangegeven als de temperatuur in hettoestel binnen het weergeefbare bereikligt....opdetemperatuurindicator "F0"tot "F9" verschijnt?Er zit een storing in het toestel.

Doe eenberoep op de Technische Dienst vanMiele....opdetemperatuurindicator "nA"verschijnt?De temperatuur is de voorbije dagen ofuren wegens een stroomonderbrekingte hoog gestegen.^Druk op de uitschakeltoets voor hetwaarschuwingssignaal, zolang "nA"verlicht is.Op de temperatuurindicator wordt dehoogste temperatuur weergegevendie tijdens de stroomonderbreking inde vrieszone werd bereikt.Afhankelijk van de temperatuur con-troleert u of de levensmiddelen gedeel-telijk of volledig ontdooid zijn. Als dithet geval is, verwerkt u de levensmid-delen (koken of braden) voor u ze weerinvriest.De warmste temperatuur wordt gedu-rende ca. 1 minuut weergegeven. Daar-na verschijnt weer de effectieve tempe-ratuur in de vrieszone.Wanneer de stroomonderbreking voor-bij is, werkt het toestel met de laatst ge-kozen temperatuurinstelling verder.. . .

het Superfrost-controlelampjeniet brandt, maar de compressordraait?Het controlelampje is defect. Doe eenberoep op de Technische Dienst vanMiele....uhettoestel niet kunt uitscha-kelen?De vergrendeling is ingeschakeld.Wat gedaan als...?29

Wanneer het materiaal in uw toestel uitzet kan men gekraak ho-ren.Bedenk echter dat motor- en stromingsgeluiden in de koelingskringloop niet tevermijden zijn!Geluid waaraan u vlot kanverhelpenWaar komt het vandaan en wat kan u ertegendoen?Geklepper, gerammel, gerinkel Het toestel staat niet waterpas: Stel het toestel waterpas.Schroef de voetjes in of uit het toestel of leg iets onder het toe-stel.Het toestel raakt andere toestellen of meubels aan: Schuif hettoestel van de meubels of andere toestellen weg.Laden, korven of legplaten trillen of knellen: Controleer de uit-neembare onderdelen en zet ze eventueel opnieuw op hunplaats.Flessen of recipiënten raken elkaar: Schuif de flessen of reci-piënten wat uit elkaar.De snoerhouder hangt nog tegen de achterzijde van het toe-stel: Neem de snoerhouder weg.Waar bepaalde geluiden vandaan komen31

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele F 9552 I stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden