Miele DA 5796 W Next Step Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele DA 5796 W Next Step (48 pagina’s), behorend tot de categorie Afzuigkap. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 81 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele DA 5796 W Next Step of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Afzuigkap |
| Model: | DA 5796 W Next Step |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Roestvrijstaal |
| Gewicht: | 22000 g |
| Breedte: | 893 mm |
| Diepte: | 520 mm |
| Hoogte: | 1110 mm |
| Netbelasting: | 100 W |
| Snoerlengte: | 1.5 m |
| Geluidsniveau: | 55 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | A+ |
| Jaarlijks energieverbruik: | 29.9 kWu |
| Soort: | Muurmontage |
| Motor vermogen: | - W |
| Uitlaat aansluiting diameter: | 150 mm |
| Illuminance: | 500 Lux |
| Maximale afzuigcapaciteit: | 620 m³/uur |
| Afzuigmethode: | Afvoerend/recirculerend |
| Fluid dynamic efficiency class: | A |
| Verlichtingefficiëntieklasse: | A |
| Vetfilterefficiëntieklasse: | A |
| Geluidsniveau (lage snelheid): | 40 dB |
| Aantal lampen: | 2 gloeilamp(en) |
| Type lamp: | LED |
| Soort vetfilter: | Koolstof |
| Hoogte (min): | 790 mm |
| Hoogte (max): | 1110 mm |
| Vermogen lamp: | 4.5 W |
| Geluidsniveau (hoge snelheid: | 55 dB |
| Maximum hercirculeringsvermogen: | 620 m³/uur |
| Aantal snelheden: | 3 |
| Geluidsniveau (hercirculatie modus): | 73 dB |
| Stroom: | 10 A |
| Intensieve stand: | Ja |
| Geluidsniveau (medium snelheid): | 48 dB |
| Geluidsniveau (intensieve snelheid): | - dB |
| Hoogte zonder schoorsteen: | 34 mm |
| Luchtstroom: | - m³/uur |
| Afstandsbediening inbegrepen: | Nee |
| Geluidsniveau (boost-modus): | 64 dB |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
Handleiding Miele DA 5796 W Next Step – volledige tekst
Inhoud3Afmetingen van het toestel. 34Afstand tussen kookplaat en dampkap (S). 35Montagetips. 36Afbeelding voor montage aan de muur. 36Luchtafvoerleiding. 37Anti-condensvoorziening. 38Geluidsdemper. 38Elektrische aansluiting. 40Con@ctivity 2. 0-functie activeren. 41De Con@ctivity 2. 0-stick installeren. 41Con@ctivity 2. 0-functie activeren. 41Functie bij de dampkap activeren. 41Functie aan het kookvlak activeren. 42Activering mislukt. 42Con@ctivity 2. 0 deactiveren. 42Technische Dienst van Miele en garantie. 43Positie van het typeplaatje. 43Technische gegevens. 44Verklaring van overeenstemming. 44.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid4Deze dampkap voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsvoor‐schriften. Door ondeskundig gebruik kunnen gebruikers echter let‐sel oplopen en kan er schade optreden aan het toestel.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtigdoor, voordat u de dampkap in gebruik neemt. Daarin vindt u be‐langrijke instructies met betrekking tot de montage, de veiligheid,het gebruik en het onderhoud. Dit is in het belang van uw veilig‐heid en voorkomt schade aan de dampkap.
Wanneer deze nietworden opgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteldvoor schade die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiks- en montageaanwijzing en geef ze door aanwie het toestel eventueel na u gebruikt.Juist gebruik Deze dampkap is bedoeld voor gebruik in het huishouden en ingelijkaardige omgevingen. Deze dampkap is niet bestemd voor gebruik buiten. Gebruik de dampkap uitsluitend in huishoudelijke context voor hetwegzuigen van kookdampen die ontstaan bij het bereiding van ge‐rechten.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteld‐heid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het apparaat nietin staat zijn de dampkap veilig te bedienen, mogen ze alleen ondertoezicht bedienen of wanneer ze worden geïnstrueerd door iemanddie het apparaat kent.Ze moeten het mogelijke gevaar van een verkeerde bediening kun‐nen herkennen en begrijpen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid5Kinderen in het huishouden Kinderen jonger dan acht jaar moeten uit de buurt van het toestelworden gehouden - tenzij ze constant in het oog worden gehouden. Kinderen vanaf acht jaar mogen de dampkap alleen maar ge‐bruiken wanneer hun de bediening ervan zo uitgelegd is dat ze dedampkap veilig kunnen bedienen. Kinderen moeten de eventuele ri‐sico's van een foutieve bediening kunnen beseffen. Kinderen mogen de dampkap niet zonder toezicht reinigen of on‐derhouden. Let op kinderen die in de buurt van de dampkap komen. Zorg er‐voor dat ze nooit met het apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen inverpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken endaardoor verstikken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buitenhet bereik van kinderen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid6Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installaties, onderhoudswerken ofherstellingen kunnen er niet te onderschatten risico's ontstaan voorde gebruiker. Installatie-, onderhouds- of herstellingswerken mogenalleen door vakmensen worden uitgevoerd die door Miele erkendzijn. Controleer voordat de dampkap wordt geplaatst, of ze zichtbaarbeschadigd is. Een beschadigd apparaat mag niet worden geplaatsten niet in gebruik worden genomen. De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran‐deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol‐gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd.
Laat de elektrischeinstallatie bij twijfel door een elektricien inspecteren. De dampkap kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als zijop het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjevan de dampkap moeten absoluut overeenstemmen met deze vanhet elektriciteitsnet. Zo voorkomt u schade aan de dampkap. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elek‐tricien. Deze dampkap mag niet op het elektriciteitsnet worden aangeslo‐ten via meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren die daarvoorniet geschikt zijn. Dit in verband met gevaar voor oververhitting. Bij dampkappen met een externe ventilator (type ...EXT) sluit ubeide elementen via de verbindingsleiding op elkaar aan. Deze toestellen mag u enkel verbinden met een externe ventilatorvan Miele.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid7 Gebruik uw dampkap enkel in geïnstalleerde toestand. Enkel danis een veilige werking gewaarborgd. Deze dampkap mag niet op niet-vaste plaatsen (bijv. op eenschip) worden gebruikt. Raak geen onderdelen aan die onder spanning staan. Veranderniets aan de elektrische en mechanische opbouw van het toestel.Open de ommanteling van de dampkap slechts zo ver als in het ka‐der van de montage en de reiniging is toegestaan. Open in geen ge‐val overige delen van de ommanteling.Worden deze instructies niet opgevolgd, dan kunnen gebruikers eenelektrische schok krijgen en is het mogelijk dat het toestel niet meergoed functioneert. Het recht op garantie vervalt wanneer de dampkap door een tech‐nische dienst wordt hersteld die niet door Miele is erkend. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele onderdelen kunnen wij ga‐randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door een er‐kend vakman/vakvrouw worden vervangen. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mag ergeen elektrische spanning op de dampkap staan. Dat is het gevalals aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:– de zekeringen van de elektrische installatie zijn uitgeschakeld of– de schroefzekeringen van de elektrische aansluiting zijn er geheeluitgedraaid of– de stekker (indien aanwezig) is uit de contactdoos getrokken. Trekdaarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid8De dampkap gelijktijdig gebruiken met verwarmingstoestellen die lucht uithet vertrek nodig hebben Risico op vergiftiging door uitlaatgassenWees voorzichtig als u de dampkap tegelijk gebruikt met verwar‐mingstoestellen die lucht uit hetzelfde vertrek nodig hebben.Voorbeelden zijn verwarmingstoestellen op gas, stookolie, hout ofsteenkool, doorstroomverwarmers, boilers, gaskookvlakken en -ovens. Zo ontstaat er een gevaarlijke situatie.De dampkap onttrekt namelijk zuurstof aan deze ruimte en aan dekamers ernaast. Dat geldt voor dampkappen- met luchtafvoer- met een externe ventilator- met een buiten het vertrek geplaatste luchtcirculatiebox.Zonder voldoende luchttoevoer ontstaat er onderdruk. Het vuurkrijgt daardoor te weinig verbrandingslucht. En de verbranding zaldaar nadeel van ondervinden.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid9U vermijdt risico's als er bij gelijktijdig gebruik van de dampkap envan een verwarmingstoestel waarvoor lucht uit hetzelfde vertrek isvereist een onderdruk wordt bereikt van maximaal 4 Pa (0,04mbar). Hierdoor verhindert u namelijk dat er uitlaatgassen uit hetverwarmingstoestel worden teruggezogen.U kunt daarvoor zorgen door lucht voor de verbranding aan tevoeren via niet afsluitbare openingen, bijv. in deuren en vensters.Let erop dat de diameter van de luchttoevoeropening voldoendegroot is. Luchttoevoer- en afvoerkastjes alleen waarborgen ge‐woonlijk nog geen afdoende luchttoevoer.Bij de beoordeling moet u steeds rekening houden met de globaleventilatietoestand van de woning.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid10Efficiënt gebruik Door open vuur bestaat brandgevaar! Werk met het oog op het risico op brand nooit met open vuur onderde dampkap: zo is flamberen en grilleren met open vuur verboden.Een dampkap die in gebruik is trekt de vlammen in het vetfilter/devetfilters aan, waardoor het daarin verzamelde vet vlam kan vatten. Sterke hitte-ontwikkeling op een gaskookplaat kan de dampkapbeschadigen.– Let er bij gebruik van de dampkap boven een gaskookplaat ofgasfornuis op, dat er altijd een pan staat op de gaspit die in ge‐bruik is.
Draai de gaspit ook uit, wanneer u de pan even van hetgas neemt.– Kies pannen die niet groter of kleiner zijn dan de kookzone.– Regel de stand van het gas zo dat er geen gas langs de pan om‐hoog komt.– Zorg ervoor dat u een pan nooit overmatig verhit, zoals bij hetwokken snel gebeurt. Dit om een ophoping van condenswater en corrosie aan het ap‐paraat te voorkomen.Schakel de dampkap altijd in zodra u één van de kookvlaken in ge‐bruik neemt. Door oververhitting kunnen olie en vet in brand geraken en dedampkap vlam doen vatten.Als u met olie of vet kookt, dient u uw kookpan of friteuse voortdu‐rend in het oog te houden. Dat geldt ook voor elektrische grillappa‐raten.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid11 Gebruik de dampkap nooit zonder vetfilters om te voorkomen datzich vuil en vet in de dampkap afzetten,waardoor deze op den duur niet meer goed zal functioneren. Hou ermee rekening dat de dampkap bij het koken door de opstij‐gende hitte erg warm kan worden.
Raak de ommanteling en de vetfilters pas aan wanneer de dampkapis afgekoeld.Deskundige montage Controleer of het gebruik van een dampkap boven uw kooktoestelvolgens de fabrikant van deze apparatuur toegestaan is. Boven ovens of fornuizen die met vaste brandstof worden ver‐warmd, mag u geen dampkap monteren. Tussen de dampkap en de plek waar gekookt, gebakken, gebra‐den, gegrilleerd of gefrituurd wordt moet een minimumafstand wor‐den aangehouden.Houd die afstanden aan die in het hoofdstuk "Montage" worden ge‐noemd, tenzij de fabrikant van het kooktoestel een grotere afstandaangeeft.Worden er onder de dampkap verschillende soorten kookapparatuurgebruikt waarvoor verschillende afstanden gelden, dan moet degrootste afstand worden aangehouden. Neem voor het monteren van de dampkap de aanwijzingen in hethoofdstuk "Montage" in acht. Gebruik voor de luchtafvoerleiding enkel buizen of slangen vanonbrandbaar materiaal.
Die zijn bij uw Miele-handelaar of via deTechnische Dienst van Miele verkrijgbaar. De lucht mag niet worden afgevoerd via een afvoerschoorsteendie wordt gebruikt voor de afvoer van rook of gas, noch via eenschacht die wordt gebruikt voor de ontluchting van ruimten waarinwordt gestookt.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid12 Als de luchtafvoer naar een niet meer gebruikte afvoerschoor‐steen moet worden geleid, hou dan rekening met de plaatselijk gel‐dige voorschriften.Reiniging en onderhoud Er kan brand ontstaan als het toestel niet volgens de aanwijzingenin deze gebruiksaanwijzing wordt gereinigd. De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de dampkap nooit een stoomreiniger.Accessoires Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga‐rantieaanspraken vervallen. Worden er andere onderdelen gemon‐teerd of ingebouwd, dan vervalt het recht op waarborg en/of pro‐ductaansprakelijkheid.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd milieuvriende‐lijk en recycleerbaar verpakkingsmateri‐aal gekozen.Door hergebruik van verpakkingsmate‐riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio‐neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be‐handeling kunnen deze stoffen schade‐lijk zijn voor de gezondheid en het mili‐eu. Verwijder het afgedankte apparaatdan ook nooit met het gewone afval.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald.
Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Zorg er ook voor dat het toestel intus‐sen kinderveilig wordt bewaard voor uhet laat wegbrengen.
Hoe werkt uw toestel?14De dampkap kan op de volgende ma‐nieren worden gebruikt:Werking met luchtafvoerDe aangezogen lucht wordt door devetfilters gereinigd en naar buiten afge‐voerd.TerugslagklepDeze dampkap werkt met een terug‐slagklep.Wanneer het toestel is uitgeschakeld,kan er lucht stromen tussen het vertreken daarbuiten. Met een terugslagklepkan dat worden voorkomen. De klepgaat dicht, wanneer het toestel wordtuitgeschakeld.Nadat het toestel is ingeschakeld gaatde terugslagklep open, zodat de kook‐luchtjes ongehinderd naar buiten kun‐nen worden afgevoerd.Bij uw dampkap is een terugslagklepgevoegd voor het geval uw luchtafvoer‐systeem daar niet over beschikt.
Dezeklep wordt in de uitblaastuit van de mo‐toreenheid geplaatst.Werking met luchtcirculatie(enkel met ombouwset en reukfilter alsmits toeslag verkrijgbaar toebehoren;zie "Technische gegevens")De aangezogen lucht wordt door devetfilters en bovendien door een reukfil‐ter gereinigd en wordt daarna weer inde keuken geleid.Werking met een externe venti‐lator(Dampkappen uit de reeks ...EXT)Bij dampkappen die geschikt zijn om tewerken met een externe ventilator,wordt de Miele afzuigventilator in eenvertrek naar uw keuze gemonteerd. Deexterne ventilator wordt door een be‐sturingsleiding met de dampkap ver‐bonden. U kan hem via Con@ctivity 2.0of via het bedieningspaneeltje van dedampkap bedienen.
Hiermee is het moge‐lijk om de besturing van de dampkap afte stemmen op de werking van eenelektrisch Miele-kookvlak.Om beide toestellen met elkaar te kun‐nen laten communiceren, moet de des‐betreffende Con@ctivity 2.0-stick aangesloten zijn op het kookvlak.Ga in de montageaanwijzing van deCon@ctivity 2.0-stick na, of aansluitingop uw kookvlak mogelijk is.Om de Con@ctivity 2.0-functie te kun‐nen gebruiken, moet een radioverbin‐ding tussen het kookvlak en de damp‐kap tot stand worden gebracht (zie"Con@ctivity 2.0-functie activeren").Het kookvlak brengt de informatie overde ingeschakelde kookzones en de in‐gestelde vermogensstanden via een ra‐dioverbinding over naar de dampkap.– Wanneer u een kookvlak inschakelt,worden de kookvlakverlichting en, nakorte tijd, de ventilator van de damp‐kap automatisch ingeschakeld.– Terwijl u kookt, kiest de dampkap au‐tomatisch de geschikte ventilatie‐stand.
Bediening (automatische werking)18Wanneer Con@ctivity 2.0 geactiveerdis, werkt de dampkap altijd in de auto‐matische functie (zie "Con@ctivity 2.0-functie activeren").Voor het manueel bedienen van dedampkap zie paragraaf "Koken zonderCon@ctivity 2.0-functie".Koken met de Con@ctivity 2.0-functie (automatische werking) Schakel op het kookvlak een kookzo‐ne in en stel deze in op een bepaaldevermogensstand.De verlichting van de dampkap gaataan.Na enkele seconden wordt ook de ven‐tilator ingeschakeld.
Deze staat eerstheel even op stand 2 en wordt vervol‐gens op stand 1 gezet.Terwijl u kookt, kiest de dampkap auto‐matisch de geschikte ventilatiestand.Dit is gebaseerd op het totale vermo‐gen dat op dat moment voor het kook‐vlak is ingeschakeld, te weten het aan‐tal ingeschakelde kookplaten en de in‐geschakelde kookstanden. Wanneer u een hogere vermogens‐stand instelt op het kookvlak of meerkookzones inschakelt, wordt dedampkap automatisch op een hogereventilatiestand gezet. Stelt u een lagere vermogensstand inop het kookvlak of schakelt u kook‐zones uit, dan wordt de ventilatie‐stand van de ventilator automatischaangepast.Voorbeelden voor de ventilatiestanden 1 tot4ReactietijdDe dampkap reageert met vertraging.Een wijziging in de vermogensstandvan het kookvlak hoeft namelijk nietmeteen tot meer of minder dampont‐wikkeling te leiden.De vertraging is ook toe te schrijvenaan het feit dat het kookvlak de infor‐matie met tussenpozen naar de damp‐kap verzendt.De reactie van de dampkap volgt naenkele seconden of enkele minuten.
Bediening (automatische werking)19Braadproces Wanneer u, bijv. voor het verhittenvan een pan, een kookvlak op dehoogste stand inschakelt en na ca.60 tot 90 seconden* op een lagerestand zet, gaat de dampkap ervan uitdat u aan het braden bent (*60 se‐conden tot 5 minuten bij een High‐light-kookvlak).De dampkap gaat aan. Nadat het kook‐vlak op een lagere stand is gezet, wordtde dampkap naar stand 3 teruggescha‐keld en blijft ca.
5 minuten op dezestand staan.Daarna wordt het ventilatiestanden vande dampkap weer door de Con@ctivity-functie gestuurd. Indien gewenst kunt u de ventilatorhandmatig eerder op een andere ven‐tilatiestand zetten.Uitschakelen Schakel alle kookzones uit.De afzuiging van de dampkap wordt inde minuten daarna stap voor stap opeen lagere stand gezet en tenslotte he‐lemaal uitgeschakeld.In die tijd wordt de keukenlucht gezui‐verd van eventueel nog aanwezigedampen en geurtjes.– Van de intensiefstand wordt de afzui‐ging direct teruggeschakeld naarstand 3.– Van stand 3 wordt de afzuiging naca. 1 minuut teruggeschakeld naarstand 2.– Van stand 2 wordt de afzuiging na 2minuten teruggeschakeld naar stand1.– Van stand 1 wordt het afzuigvermo‐gen na 2 minuten uitgeschakeld.– Na nog eens 30 seconden wordt dekookplaatverlichting uitgeschakeld.We zijn klaar met koken.
Bediening (automatische werking)20De automatische functie tijde‐lijk uitschakelenU kunt de automatische functie tijdenshet koken tijdelijk uitschakelen, en welals volgt: Kies manueel een andere ventilatie‐stand, of schakel de dampkap manueel uit, of schakel de uitlooptijdfunctie vande dampkap in. De afzuiging gaat nade gekozen uitlooptijd uit. De verlich‐ting blijft ingeschakeld.De functies van de dampkap kunnen numanueel worden bediend. Zie paragraaf"Koken zonder Con@ctivity 2.0-func‐tie".Terugkeer naar de automa‐tische functieU kunt weer terug naar de automa‐tische functie en wel als volgt. Kies manueel een ventilatiestand enwacht ca.
5 minuten voordat u dedampkap weer gaat bedienen, of kies manueel een ventilatiestand dieovereenkomt met de automatischevermogensstand, of zorg ervoor dat de ventilator van dedampkap en het kookvlak minstens30 seconden uitgeschakeld zijn ge‐weest.De eerstvolgende keer dat u hetkookvlak weer inschakelt, start dezeweer in de automatische functie. Wilt u de dampkap tijdens het kokengeheel manueel bedienen, schakel deventilator van de dampkap dan invoordat u het kookvlak inschakelt.Indien de dampkap en het kookvlakna het kookproces minstens 30 se‐conden uitgeschakeld zijn geweest,start het kookvlak de eerstvolgendekeer dat u deze inschakelt weer in deautomatische functie.
Symbool en de 2 van het afzuigvermogengaan branden.Een vermogensstand kiezenVoor normaal gebruik kunt u kiezen tus‐sen de vermogensstanden 1 tot en met3.Schakel bij het begin van een braadpro‐ces of bij een kookproces met zeersterke geurontwikkeling even de inten‐sieve stand IS in. Stel met de toets een lagere enmet de toets een hogere vermo‐gensstand in.Intensieve stand op een lagere standzettenIs het Powermanagement System vantevoren ingeschakeld, wordt het afzuig‐vermogen na 5 minuten automatisch te‐ruggeschakeld naar stand 3.Luchtafzuiging achterafHet is aan te bevelen om de afzuigingnog enkele minuten te laten werken.Dan wordt de keukenlucht gezuiverdvan eventueel nog aanwezige dampenen geurtjes.De afzuiging wordt na de gekozen tijdautomatisch uitgeschakeld. Druk na het koken, terwijl de ventila‐tor ingeschakeld is, op de nawerk‐toets 5 15– 1 x drukken: de ventilator wordt na 5minuten uitgeschakeld (5 brandt).– 2 x drukken: de ventilator wordt na15 minuten uitgeschakeld (15brandt).– Wanneer u opnieuw op de nawerk‐toets 5 15 drukt, blijft de ventilatoringeschakeld (5 15 gaat uit).De ventilator uitschakelen Schakel de ventilator uit met de toetsaan/uit .Het symbool gaat uit.
Bediening (handmatige werking)22Kookplaatverlichting in- en uit‐schakelenDe kookplaatverlichting kunt u onafhan‐kelijk van de afzuiging in- en uitscha‐kelen. Druk op toets van de kookplaat‐verlichting.Wanneer de verlichting ingeschakeld is,brandt het symbool .PowermanagementDe dampkap beschikt over een Power‐management, waarmee energie kanworden bespaard.
Het systeem zorgtervoor dat het afzuigvermogen automa‐tisch op een lagere stand wordt gezeten de verlichting wordt uitgeschakeld.– Als de intensiefstand ingesteld is,wordt de afzuiging na 5 minuten au‐tomatisch naar stand 3 teruggescha‐keld.– Als stand 3, 2 of 1 ingesteld is, wordthet afzuigvermogen na 2 uur automa‐tisch één stand lager gezet en daarnaper 30 minuten uitgeschakeld.– Als de kookvlakverlichting ingescha‐keld is, wordt deze na 12 uur auto‐matisch uitgeschakeld.Powermanagement uit-/inschakelenU kunt het Powermanagement deacti‐veren.Bedenk wel dat dit tot een stijging inhet energieverbruik kan leiden. Schakel de afzuiging en de verlich‐ting uit. Druk ca.
10 seconden op toets 515van de uitlooptijd, totdat stand 1 vanhet afzuigvermogen gaat branden. Druk achter elkaar op– de toets van de verlichting,– de "" toets en weer op– toets van de verlichting.Als het Powermanagement ingescha‐keld is, branden de standen 1 en IScontinu.Is het uitgeschakeld, dan knipperen destanden 1 en IS. Druk op de "" toets om het Power‐management uit te schakelen.De standen 1 en IS knipperen. Druk op de "" toets om het Power‐management in te schakelen.De standen 1 en IS branden continu. Druk op toets 5 15 van de uitloop‐tijd om de procedure te bevestigen.Alle controlelampjes gaan uit.Bevestigt u de procedure niet binnen 4minuten na het instellen, dan neemt hettoestel automatisch de oude instellingover.
Bediening (automatische en handmatige werking)23BedrijfsurentellerDe tijd dat de dampkap werkt wordt inhet geheugen van het toestel opgesla‐gen.De bedrijfsurentellers melden door mid‐del van het oplichten van het vetfilter‐symbool of het symbool voor de ac‐tievekoolstoffilter wanneer de filtersmoeten worden gereinigd of vervangen.Informatie over het reinigen en vervan‐gen van de filters en over hoe u de be‐drijfsurentellers terug in hun beginstandkunt zetten vindt u in het hoofdstuk"Reiniging en onderhoud".De bedrijfsurenteller voor de vetfil‐ters wijzigenHet maximale aantal bedrijfsuren kunt uaan uw kookgewoontes aanpassen.In de fabriek is een reinigingsintervalvan 30 uur ingesteld.– Stel een korter reinigingsinterval van20 uur in als u dikwijls braadt of vaakde friteuse gebruikt.– Als u slechts af en toe kookt, kiest uhet best een kort reinigingsinterval.Zo voorkomt u dat het verzameldevet hard wordt.
Bediening (automatische en handmatige werking)24Bedrijfsurenteller voor de actieve‐koolstoffilter activeren/wijzigenMonteer de actievekoolstoffilter als uhet toestel met luchtcirculatie laat wer‐ken. De urenteller is voor de actievekoolstof‐filter vanuit de fabriek niet geactiveerd. U stelt het aantal uren, na afloop waar‐van de actievekoolstoffilter moet wor‐den vervangen, zelf in. Schakel de ventilator uit met de toetsaan/uit . Druk tegelijk op het symbool "" enop de bedrijfsurentoets . Het symbool voor de actievekoolstoffil‐ter en een controlelampje op de ven‐tilatiestandindicator knipperen. De controlelampjes 1 tot IS geven deingestelde bedrijfsduur aan:Controlelampje 1. 120 uurControlelampje 2. 180 uurControlelampje 3. 240 uurControlelampje IS.
gedeactiveerd Druk op het symbool "" om eenkortere bedrijfsduur in te stellen of ophet symbool "" om een langere be‐drijfsduur in te stellen. Bevestig uw keuze met de bedrijfs‐urentoets . Nu gaan alle controlelampjes uit. Als u niet binnen de 4 minuten beves‐tigt, blijft de oude instelling behouden. De bedrijfsurenteller opvragenVoor de ingestelde tijd verstreken is,kunt u aflezen hoeveel procent van debedrijfsduur reeds verlopen is. Schakel de ventilator in met de toetsaan/uit. Druk op de bedrijfsurentoets – 1 keer voor de vetfilters. Het vetfilter‐symbool brandt. – 2 keer voor de actievekoolstoffilter. Het symbool voor de actievekoolstof‐filter brandt. Op de ventilatiestandindicator knippe‐ren een of meer controlelampjes tege‐lijk. Het aantal knipperende controlelampjesstemt overeen met het percentage ver‐streken bedrijfsuren. Controlelampje 1.
25 %Controlelampjes 1 en 2. 50 %Controlelampjes 1 tot 3. 75 %Controlelampjes 1 tot IS. 100 %Bij het uitschakelen van de dampkapof na een stroomonderbreking blijvende afgelopen bedrijfsuren in het ge‐heugen van het toestel opgeslagen.
Tips om energie te besparen25Deze dampkap werkt zeer efficiënt enenergiebesparend. Volgende maatre‐gelen ondersteunen u bij het spaarza‐me gebruik:– Zorg bij het koken voor een goedeventilatie van de keuken. Stroomt bijluchtafvoer niet voldoende lucht, danwerkt de dampkap niet efficiënt enzijn er verhoogde werkingsgeluiden.– Kook op een zo laag mogelijke kook‐stand. Weinig kookdampen beteke‐nen een lage vermogensstand aan dedampkap en hierdoor ook minderstroomverbruik.– Gebruik de Con@ctivity-functie. Dedampkap wordt automatisch in- enuitgeschakeld. U kiest de optimalevermogensstand voor de kooksitua‐tie en zorgt hiermee voor een laagstroomverbruik.– Als u de dampkap handmatig be‐dient, let dan op het volgende:– Controleer op de dampkap de ge‐kozen vermogensstand. Meestal iseen lage vermogensstand vol‐doende.
Gebruik de intensiefstandalleen als het noodzakelijk is.– Schakel bij sterke kookdampen alvroeg op een hoge stand. Dat isefficiënter dan de kookdampennadien proberen op te vangen.– Let erop dat u de dampkap na hetkoken weer uitschakelt. Moet na het koken de keukenluchtnog worden gereinigd van reste‐rende wasem en geuren, gebruikdan de naloopfunctie. De afzuigingwordt na de gekozen nalooptijdautomatisch uitgeschakeld.– Maak de filters geregeld schoon ofvervang ze. Door erg vette filterswordt het vermogen verlaagd en debestaat er brandgevaar. Voorts be‐staat dan een risico voor het hygiëne.
Reiniging en onderhoud26BehuizingAlgemeenHet oppervlak en de bedieningsele‐menten zijn krasgevoelig.Neem daarom de volgende reini‐gingstips in acht. Reinig oppervlak en bedieningsele‐menten alleen met een doek, wat rei‐nigingsmiddel en wat warm water.Let erop dat er geen water in dedampkap komt.Reinig vooral het gedeelte met debedieningselementen alleen met eeniets vochtige doek. Wrijf alles daarna met een zachtedoek droog.Gebruik geen:– zuur-, soda-, chloride- of oplosmid‐delhoudende reinigingsmiddelen,– schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder en ook geen schuur‐sponsjes of sponsjes waar nog res‐ten van schuurmiddelen in zitten.Roestvrijstalen oppervlakken(Deze paragraaf geldt niet voor de be‐dieningstoetsen!) Neem de algemene regels in acht engebruik daarnaast een niet-schurendreinigingsmiddel dat speciaal ge‐schikt is voor roestvrij staal. Gebruik ook een middel voor het on‐derhoud van roestvrij staal en brengdit middel met een zachte doek ge‐lijkmatig en in kleine dosering aan.Dit middel is verkrijgbaar bij de afde‐ling Wisselstukken van Miele België.Opmerkingen omtrent toestellen meteen gekleurde/gelakte behuizing(speciale uitvoering) Neem bij de schoonmaak ook de al‐gemene opmerkingen in deze rubriekin acht.Bij het schoonmaken is het onvermij‐delijk dat er zeer kleine krassen op hetoppervlak ontstaan.
Reiniging en onderhoud27BedieningselementenDe bedieningselementen kunnenverkleurenwanneer er vuil op blijft zitten.Verwijder vuil daarom direct. Neem de algemene regels in acht.Gebruik geen reinigingsmiddel voorroestvrij staal.Opmerkingen over de glasplaten Om oppervlakken in glas schoon temaken volgt u de algemene tips engebruikt u een schoonmaakmiddelvoor glas dat u in de winkel kuntkopen.VetfiltersDe vetfilters in het toestel nemen devaste bestanddelen van de kook‐dampen op (vet, stof e.d.). Ze verhin‐deren daardoor dat het toestel vuilwordt. Er zijn opnieuw te gebruiken me‐talen vetfilters ingebouwd. Oververzadigde vetfilters leverengevaar op voor brand.ReinigingsintervalHet is aan te raden om de vetfilters omde 3-4 weken te reinigen. Het verza‐melde vet wordt na langere tijd hard.
Devetfilters kunnen dan minder vlot wor‐den schoongemaakt.De urenteller geeft aan, wanneer devetfilters moeten worden gereinigd. Vet‐filter-symbool gaat dan branden. Pas de reinigingsfrequentie aan uwkookgewoonten aan. Zie hoofdstuk:"Bediening".De vetfilter uitnemenEen vetfilter kan makkelijk uit uwhanden glippen.Daarbij kan het vetfilter en het kook‐vlak beschadigd raken.Houd vetfilters bij het verwijderen,reinigen en terugplaatsen daaromgoed vast.
Reiniging en onderhoud28 Open de vergrendeling van de vetfil‐ter, zwenk de vetfilter ca.45° omlaag,haak hem achteraan los en neemhem uit.De vetfilters met de hand reinigen Reinig de vetfilters in warm water meteen afwasborstel en een zacht hand‐afwasmiddel. Gebruik het handaf‐wasmiddel niet geconcentreerd.Ongeschikte reinigingsmiddelenVetfilters kunnen beschadigd rakendoor reinigingsmiddelen die daarvoorniet geschikt zijn.De volgende reinigingsmiddelen mogenniet worden gebruikt:– kalkoplossende reinigingsmiddelen– schuurpoeder of schuurcrème– agressieve allesreinigers en veto‐plossprays– ovensprayVetfilters reinigen in de afwasmachi‐ne Plaats de vetfilters loodrecht in hetonderrek of horizontaal met de vettekant naar beneden.
Let er daarbij opdat de sproeiarm vrij kan bewegen. Gebruik een huishoudelijk reinigings‐middel voor de afwasmachine. Kies een programma met een tempe‐ratuur tussen 50 °C en 65 °C.Reinigt u de vetfilters in de afwasauto‐maat, dan kan het inwendige filterop‐pervlak naar gelang van het gebruikteafwasmiddel op de duur verkleuren.Dit schaadt de werking van de vetfil‐ters echter niet.Na het reinigen Leg de vetfilters na het schoonmakennog op een vochtopnemend voor‐werp te drogen. Wanneer de vetfilters uitgenomenzijn, kan u de bereikbare onderdelenvan de behuizing van vet ontdoen.Op die manier voorkomt u brandge‐vaar. Let er bij het monteren van de vetfil‐ters op dat de vergrendeling naar hetkookvlak toe wijst.
Reiniging en onderhoud29 Als er eens een vetfilter verkeerd zit,ontgrendel die dan langs de uitspa‐ringen met behulp van een kleineschroevendraaier.Bedrijfsurenteller voor de vetfiltersterug in zijn beginstand zettenNa de reiniging moet de urenteller wor‐den teruggezet. Druk, terwijl de ventilator is ingescha‐keld, ca. 3 seconden op de bedrijfs‐urentoets , totdat alleen nog de1 knippert.Het vetfiltersymbool gaat uit.Reinigt u de vetfilters voordat de be‐drijfsuren afgelopen zijn: Druk ca.6 seconden op de bedrijfs‐urentoets , totdat alleen nog de1 knippert.ActievekoolstoffilterBij werking met luchtcirculatie dient uniet enkel de vetfilter maar ook een ac‐tievekoolstoffilter te monteren. Dezehoudt de reukstoffen die tijdens het ko‐ken opduiken, tegen.
Ze worden in de luifel boven de vetfiltergeplaatst.Deze actievekoolstoffilter is bij uw Mie‐le-handelaar of bij de Technische Dienstvan Miele verkrijgbaar. Het type en deaanduiding vindt u in het hoofdstuk"Technische gegevens".Actievekoolstoffilter monteren/vervangen Om de actievekoolstoffilter te monte‐ren of te vervangen, moet u eerst devetfilters uitnemen zoals tevoren be‐schreven. Neem de actievekoolstoffilter uit deverpakking. Druk de actievekoolstoffilter in delijst. Zet de vetfilters weer op hun plaats. Activeer de urenteller wanneer u voorhet eerst een actievekoolstoffilterplaatst. Zie hoofdstuk "Bediening".
Reiniging en onderhoud30Vervangingsfrequentie Vervang de actievekoolstoffilter altijdzodra de kookgeurtjes niet meer vol‐doende worden opgenomen.Vervang het filter in ieder geval 2 xper jaar.De urenteller geeft aan, wanneer hetactievekoolfilter moet worden vervan‐gen. Het actievekoolfilter-symbool gaat dan branden. Activeer daarvoor de urenteller. Ziehoofdstuk: "Bediening".Bedrijfsurenteller voor de actieve‐koolstoffilterNa de vervanging moet de urentellerworden teruggezet. Controleer of de afzuiging aan is endruk dan 2 x ca. 3 seconden lang opde toets, totdat alleen stand 1knippert. Het symbool voor de actie‐vekoolstoffilter gaat uit.Als u de actievekoolstoffilter vervangtvoordat de bedrijfsuren verstreken zijn,gaat u als volgt te werk: Druk 2 keer op de bedrijfsurentoets en hou deze ca.
Montage31Voor de montage Neem voordat u met monterenbegint de informatie in dit hoofdstuken in het hoofdstuk "Opmerkingenomtrent uw veiligheid" in acht.Beschermfolie verwijderenTer bescherming tegen transportschadezijn bepaalde onderdelen van de behui‐zing voorzien van een beschermfolie. Verwijder de beschermfolie van debehuizing voor u het toestel mon‐teert. U kan de folie er gewoon zon‐der hulpmiddel aftrekken.MontageschemaDe montage vindt u op de bijgeleverdemontageschema beschreven.DemontageWanneer het toestel moet worden ge‐demonteerd, neem dan dezelfde stap‐pen als op het montageblad beschre‐ven, maar dan in omgekeerde volgorde.Om de bevestigingskolom eraf te halenkunt u bijgevoegde spatel gebruiken. Draai de beide bevestigingsschroe‐ven van de kolom los. Schuif de spatel tussen de kolom enhet opvulstuk. Druk de kolom uit de vergrendeling.
Montage33a3 stuks montagebeschermingvoor het opvulstuk bij de montagevan de bevestigingskolom b1 luchtafvoertuitvoor een luchtafvoerleiding 150mm. c1 reduceerstukvoor een luchtafvoerleiding 125mm. d1 terugslagklepte plaatsen in de uitblaastuit van demotoreenheid (niet bij luchtcircula‐tie). Afhankelijk van de uitvoering isde terugslagklep reeds gemonteerd. eMontageplatenvoor het bevestigen van de damp‐kap aan de muur. fOmbouwset voor luchtcirculatiemet luchtombuiger, aluminium slangen slangklemmen (niet bijgevoegd,maar na te bestellen; zie hoofdstuk:"Technische gegevens"). 8 schroeven 5 x 60 mm en 8 pluggen 8 x 50 mmvoor het bevestigen van de montage‐platen aan de muur.
De schroeven en pluggen zijn ge‐schikt voor een massieve muurcon‐structie.Gebruik voor andere muurconstruc‐ties bevestigingsmateriaal dat daarbijpast.Let er op dat de muur stevig genoegis voor de dampkap.2 borgmoeren M 6voor het bevestigen van het wasem‐scherm. 2 schroeven 3,9 x 7,5 mmvoor het bevestigen van de kolom. 1 spatelvoor het demonteren van de kolom. Montage Installation Montaje Montaggio Montering Montagem AsennusMontageschema
Montage35aBij luchtafvoer bLuchtcirculatie cLuchtuitlaat bij circulatie naar boven gemonteerd dePlaats van montage (bij luchtcirculatie alleen d). Gedeelte van de muur ofhet plafond voor het luchtafvoergat, voor de montage van het stopcontacten - alleen bij apparaten van het type ...EXT - voor het gat van de verbin‐dingskabel naar de externe ventilator. Bij werking met luchtcirculatie hoeft uenkel een stopcontact te monteren. De diameter van de luchtafvoeraansluiting bedraagt 150 mm, met verloopmof 125 mm. Afstand tussen kookplaat en dampkap (S)Tussen de onderkant van de dampkap en de plek waar gekookt, gebakken, ge‐braden, gegrilleerd of gefrituurd wordt, moet een minimumafstand worden aan‐gehouden.
Deze kunt u hieronder vinden.Geeft de fabrikant echter een grotere afstand aan, houd dan deze aan.Neem ook de veiligheidsinstructies en waarschuwingen in het gelijknamigehoofdstuk in acht.Kooktoestel Minimumafstand SElektrische kookplaat 450 mmGrill en friteuse (elektrisch) 650 mmEen gaskookplaat met verschillende branders met een totale capaciteit van ≤ 12,6 kW, waarbij geen brander een capaciteit van > 4,5 kW heeft.650 mmEen gaskookplaat met verschillende branders met een totale capaciteit van >12,6 kW en > 21,6 kW, waarbij geen brander een capaciteit van ≤ 4,8 kW heeft.760 mmEen gaskookplaat met verschillende branders met een totale capaciteit van >21,6 kW, of met bij één brander een capaciteit van > 4,8 kW.niet mogelijkEen losse gaskookplaat met een capaciteit van ≤ 6 kW 650 mmEen losse gaskookplaat met een capaciteit van > 6 kW en≤ 8,1 kW760 mmEen losse gaskookplaat met een capaciteit van > 8,1 kW niet mogelijk
Montage36Montagetips– Het is aan te raden onder de damp‐kap, zelfs boven elektrische kook‐vlakken, een afstand van minimum650 mm in acht te nemen. Zo werkt uvlotter onder de dampkap.– Hou bij de keuze van de montage‐hoogte rekening met uw lichaams‐lengte. U moet vlot aan het kookvlakkunnen werken en de dampkap per‐fect kunnen bedienen.– Houd er rekening mee dat hoe groterafstand tussen de dampkap en hetkookvlak is, hoe minder gemakkelijkde kookdampen opgenomen worden.– Om ervoor te zorgen dat de kook‐dampen optimaal worden opgeno‐men, moet u erop letten dat dedampkap het kookvlak overdekt.Centreer de dampkap daarom bovenhet kookvlak en niet zijdelings ver‐schoven.– Zorg ervoor dat het kookvlak nietgroter is dan de dampkap, liefst klei‐ner.– De plaats waar de dampkap komt tehangen moet makkelijk toegankelijkzijn.
In geval van een storing moeteen technicus makkelijk bij de damp‐kap kunnen komen en deze ongehin‐derd kunnen demonteren. Let bij hetmonteren van de dampkap dus ookop de plaatsing van kasten, planken,plafond- of decorelementen in deomgeving van de dampkap.Afbeelding voor montage aande muur Raadpleeg voor het aanbrengen vanboorgaten onderstaande montage‐schema. Voor het geval eerst een achterwandwordt aangebracht die al over boor‐gaten beschikt, zijn hier de afstandentussen de boorgaten aangegeven(schroeven 5 mm).*De maat voor de middelste wand‐steunplaat is variabel. Die is afhankelijkvan de opening van de luchtafvoer ende positie van het stopcontact. Ze moetzo diep mogelijk worden gemonteerd.
Luchtafvoerleiding37 Gelijktijdig gebruik van de damp‐kap en een toestel dat lucht in die‐zelfde ruimte verbruikt kan gevaarlijkzijn. Er kunnen giftige gassen vrijko‐men. Neem beslist de veiligheidsinstruc‐ties en waarschuwingen in het gelijk‐namige hoofdstuk in acht. Laat in ieder geval door de plaatse‐lijke schoorsteenveger controleren ofeen veilig gebruik van de luchtafvoergewaarborgd is. Voor de luchtafvoer mogen alleengladde buizen of flexibele slangenvan niet-brandbaar materiaal wordengebruikt. Wanneer het toestel op een externeafzuiginstallatie is aangesloten, mo‐gen er alleen vormstabiele buizen enslangen worden gebruikt. Door deexterne afzuiginstallatie kan namelijkeen onderdruk ontstaan, waardoor deluchtafvoerbuizen vervormd kunnenraken. Voor een zo groot mogelijk afzuigver‐mogen en een zo laag mogelijk ge‐luidsniveau moeten de volgende pun‐ten in acht worden genomen.
– De luchtafvoer moet een doorsnedehebben die niet minder is dan 150mm. – Wanneer er platte luchtafvoerkanalenworden gebruikt, mag de doorsnedeniet kleiner zijn dan de doorsnedevan de luchtafvoertuit. – De luchtafvoer moet zo kort en rechtmogelijk zijn. – Alleen bochten met een grote straalzijn toegestaan. – Er mogen geen knikken in de luchtaf‐voer komen en de luchtafvoer magniet in elkaar worden gedrukt. – De verbindingspunten mogen nietlekken. Iedere barrière in de luchtstromingvermindert de afzuigcapaciteit enverhoogt het geluidsniveau. Wordt de lucht gewoon naar buitenafgevoerd, dan kan het beste eendakdoorvoering of een telescopischemuurkast worden geïnstalleerd. Dezekunt u nabestellen. Moet de lucht door een schoorsteenworden afgevoerd, dan moet de in‐voerbuis verticaal worden gebogen.
Wanneer de luchtafvoer horizontaalwordt aangelegd, moet het vervalminstens 1 cm per meter bedragen. Daarmee wordt voorkomen dat ercondenswater in de dampkap loopt. Wanneer de luchtafvoer door koeleruimten, zolders e. d.
Luchtafvoerleiding38Anti-condensvoorzieningDaarnaast is het aan te bevelen om eenanti-condensvoorziening te installerendie het condenswater, dat ondanks deisolatie van de luchtafvoer vrijkomt, op‐neemt en verdampt.Dit accessoire is verkrijgbaar voorluchtafvoerbuizen met een doorsnedevan 125 mm of 150 mm. Plaats de anti-condensvoorzieningloodrecht en zo dicht mogelijk bovende luchtafvoertuit van de dampkap.De pijl op de ommanteling geeft deblaasrichting aan.Bij afzuigkappen die bestemd zijn omop een externe ventilator (typereeks …EXT) aangesloten te worden, is de con‐denswaterstop in het toestel inge‐bouwd.GeluidsdemperIn de luchtafvoerleiding kan een ge‐luidsdemper worden gemonteerd (mitstoeslag verkrijgbaar).
Luchtafvoerleiding39Werking met luchtcirculatieDe geluidsdemper wordt gemonteerdtussen de uitblaastuit en het bochtstuk. De inbouwruimte moet van geval totgeval worden gecontroleerd.Luchtafvoer met een externe ventila‐torOm ventilatorgeluiden in de keuken teminimaliseren, moet de geluidsdemperindien mogelijk voor de externe ventila‐tor worden gemonteerd , bij een lan‐ge luchtafvoerleiding bij de luchtafvoer‐tuit van de dampkap . Als een ex‐terne ventilator in het huis is geïnstal‐leerd, kunt u de ventilatorgeluiden naarbuiten toe verminderen door een ge‐luidsdemper na de externe ventilator te monteren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele DA 5796 W Next Step stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Afzuigkap Miele
Handleiding Afzuigkap
Nieuwste handleidingen voor Afzuigkap