Miele CS 1212-1-I Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele CS 1212-1-I (60 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele CS 1212-1-I of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | CS 1212-1-I |
Handleiding Miele CS 1212-1-I – volledige tekst
Displayß= Geen pan of verkeerde panA= AankookautomaatI= Booster III = Booster II (indien van toepassing)L= Vergrendeling (zie het hoofdstuk "Beveiligingen")KookzonesKookzone CS 1212-1Minimale tot maximale Cin cm*Vermogen in Watt bij 230 V**Voor 10 - 16 normaal:met booster:14002200Achter 16 - 23 normaal:met booster I:met booster II:230030003700Totaal: 3700CS 1221-1Minimale tot maximale Cin cm*Vermogen in Watt bij 230 V**18 - 28 normaal:met booster I:met booster II:260030003700* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia-meter gebruiken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het mate-riaal van de gebruikte pannen.Algemeen7
Kookzone CS 1222Minimale tot maximale Cin cm*Vermogen in Watt bij 230 V**Voor 10 - 16 normaal:met booster:14002200Achter 14 - 20 /20x30normaal:met booster I:met booster II:normaal:met booster I:met booster II:185025003000230030003700Totaal: 3700* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia-meter gebruiken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het mate-riaal van de gebruikte pannen.Algemeen8
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheids-voorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijkletsel of beschadiging van het apparaat tot gevolghebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleidingaandachtig door, voordat u het apparaat in gebruikneemt. In de handleiding vindt u belangrijke instruc-ties met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik enonderhoud.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geefdeze door aan een eventuele volgende eigenaar!Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulierhuishoudelijk gebruik (of daarmee vergelijkbaar).~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het berei-den en warmhouden van voedingsmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan enkan gevaarlijk zijn.
Miele kan niet aansprakelijk wordengesteld voor schade die wordt veroorzaakt door ge-bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven ofdoor foutieve bediening.~Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
~Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door per-sonen die in staat zijn het apparaat veilig te bedienenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van degebruiksaanwijzing!Kinderen~Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderenhet apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen.~Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in debuurt van het apparaat bevinden. Laat kinderen nooitmet het apparaat spelen.~Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij uvoortdurend toezicht houdt.~Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleenzonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het ap-paraat veilig moeten bedienen. De kinderen moetenzich bewust zijn van de gevaren van een foutieve be-diening.~Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijftdat ook nog enige tijd nadat het is uitgeschakeld.
~Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interes-sant zijn in kastjes boven of achter het apparaat. Dekinderen klimmen anders misschien op het apparaaten kunnen zich er dan aan branden.~Kinderen kunnen ook verbrandingen oplopen als zijpannen van het apparaat trekken. Draai de grependaarom zo dat ze zich boven het werkblad bevinden.Bij de vakhandelaar is een speciaal rek verkrijgbaardat ervoor zorgt dat kinderen niet meer bij het apparaatkunnen komen.~Verpakkingsmateriaal (zoals folies en piepschuim)kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar!Bewaar het verpakkingsmateriaal dan ook buiten hetbereik van kinderen en zorg dat het zo snel mogelijkwordt afgevoerd.Technische veiligheid~Controleer het apparaat voor de inbouw op zichtbareschade. Neem een beschadigd apparaat nooit in ge-bruik.
~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitslui-tend gegarandeerd, als het wordt aangesloten op eenaardingssysteem dat volgens de geldende veiligheids-bepalingen is geïnstalleerd. Het is zeer belangrijk datwordt nagegaan of aan deze fundamentele veiligheids-voorwaarde is voldaan. Laat bij twijfel de huisinstallatiedoor een vakman inspecteren. Miele kan niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schade die wordt veroor-zaakt door een ontbrekende of beschadigde aard-draad (bijvoorbeeld een elektrische schok).~Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluit-gegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatjete vergelijken met de waarden van het elektriciteitsnet.Deze gegevens moeten beslist overeenkomen om be-schadiging van het apparaat te voorkomen.
Raadpleegbij twijfel een elektricien.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd,zodat de veiligheid gewaarborgd is.~Open in geen geval de ommanteling van het appa-raat.Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onderspanning staan of wanneer elektrische of mechanischeonderdelen worden veranderd, levert dit gevaar opvoor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat hetapparaat niet meer goed functioneert.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12
~Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaam-heden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die doorMiele zijn geautoriseerd. Ondeskundig uitgevoerdewerkzaamheden leveren grote risico's op voor de ge-bruiker. Miele kan hiervoor niet aansprakelijk wordengesteld.~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaam-heden dient het apparaat spanningsvrij te worden ge-maakt. Het apparaat is alleen dan spanningsvrij als aanéén van de volgende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uit-geschakeld.– als de zekering van de huisinstallatie er geheel is uit-gedraaid.– als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trekdaarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.~Als dit apparaat binnen de garantieperiode defectraakt, mag het alleen door Miele worden gerepareerd,anders vervalt de garantie.~Defecte onderdelen mogen alleen door origineleMiele-onderdelen worden vervangen. Alleen van dieonderdelen kan Miele garanderen dat zij aan de veilig-heidseisen voldoen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13
~Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze dooreen speciale kabel van het type H 05 VV-F(PVC-isolatie) worden vervangen. Een dergelijke kabelis verkrijgbaar bij Miele. De kabel mag alleen door eenvakman worden vervangen.~De kookplaat mag niet worden gebruikt met een ex-terne schakelklok of een systeem dat op afstand werkt.~Het apparaat mag niet via een stekkerdoos of ver-lengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.Hiermee kan een veilig gebruik van het apparaat nietworden gewaarborgd. Er kan bijvoorbeeld oververhit-ting ontstaan.~Neem de kookplaat niet in gebruik bij een defect ofbij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat c.q. schakel het apparaat meteen uit. Maak dekookplaat spanningsvrij. U kunt anders een elektrischeschok krijgen!~Als de stekker wordt verwijderd, mag dit apparaatuitsluitend door een vakman worden ingebouwd enaangesloten.
Deze is precies op de hoogte van de lan-delijke voorschriften en van de voorschriften van hetgemeentelijke energiebedrijf en houdt zich daar striktaan. Wanneer er bij het inbouwen en aansluiten van hetapparaat fouten worden gemaakt, kan Miele niet aan-sprakelijk worden gesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14
Veilig gebruik~Alleen voor personen met een pacemaker:Houdt u er rekening mee dat in de directe omgevingvan het ingeschakelde apparaat een elektromagne-tisch veld ontstaat. Het is niet waarschijnlijk dat dit veldde werking van de pacemaker nadelig beïnvloedt.Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van depacemaker of met uw arts.~Houd magnetiseerbare voorwerpen, zoals credit-cards, diskettes en rekenmachines, uit de buurt vanhet ingeschakelde apparaat, anders kan de werkingvan deze voorwerpen worden beïnvloed.~Wanneer u het apparaat gebruikt, wordt het zeerheet. Ook na het uitschakelen, blijft het dat nog enigetijd. De restwarmte-indicator geeft aan of het apparaatnog heet is.~Houd toezicht op de kookplaat als u het apparaatgebruikt!Door drooggekookte pannen kan de keramische plaatbeschadigd raken.
~Mocht het vet of de olie vlam vatten, gebruik dannooit water voor het blussen! Doof de vlammen meteen geschikte deksel, een vochtige doek of iets derge-lijks.~Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappenals u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten ofpannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat zede warmte dan beter geleiden. U kunt zich branden!~Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlam-men kan de afzuigkap in brand vliegen.~Gebruik het apparaat niet als werkblad. Leg er geenmessen, vorken, lepels of andere metalen voorwerpenop.
Als het apparaat ingeschakeld is, onbedoeld wordtingeschakeld of bij restwarmte kunnen metalen voor-werpen heet worden (verbrandingsgevaar).Andere voorwerpen kunnen - afhankelijk van het mate-riaal - smelten of vlam vatten.Vochtige pandeksels kunnen zich vastzuigen.Schakel de kookzones na gebruik uit!~Bij inbouw van meerdere apparaten:Plaats geen hete pannen in de buurt van de verbin-dingsstrip (het profiel tussen twee apparaten). Hetdichtingsprofiel van de verbindingsstrip kan hierdoorbeschadigd raken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen16
~Dek het apparaat nooit af met een afdekplaat, eendoek, folie of iets dergelijks. Als het apparaat per onge-luk wordt ingeschakeld of nog heet is, kan het betref-fende materiaal vlam vatten, barsten of smelten.~Gebruik geen serviesgoed van kunststof of alumini-umfolie, want dat smelt bij hoge temperaturen. Brand-gevaar!~Verwarm geen dichte blikken en dergelijke op dekookzones. Er ontstaat anders overdruk waardoor deblikken uiteenspatten en u zich kunt verwonden.~Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Eenruwe bodem kan krassen op de keramische plaat ver-oorzaken.~Verhit kookgerei nooit leeg, tenzij de fabrikant vanhet kookgerei een dergelijk gebruik uitdrukkelijktoestaat. Vanwege de snelle reactietijd van inductiekan de temperatuur in de panbodem in zeer korte tijdde zelfontbrandingstemperatuur van olie en vet berei-ken.~Houd de kookplaat schoon.
~Laat geen voorwerpen op de keramische plaat val-len. Zelfs een licht voorwerp, zoals een zoutvaatje, kanscheuren of barsten veroorzaken als het verkeerd te-rechtkomt.~Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof ofaluminiumfolie op een hete kookzone terecht, vermengde suikerhoudende stoffen dan onmiddellijk met water.Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder deresten met een schraper, zolang de plaat nog heet is.Als de stoffen afkoelen kan de keramische plaat be-schadigd raken. Let op dat u uw handen niet brandt.Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.~Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld eenmixer) in de buurt van het apparaat gebruikt, mag deaansluitkabel niet in aanraking komen met het hete ap-paraat. De isolatie van de kabel kan beschadigd raken,waardoor u een elektrische schok kunt krijgen.~Het apparaat is voorzien van een ventilator.
Als zichonder het ingebouwde apparaat een lade bevindt,moet de afstand tussen de inhoud van de lade en deonderkant van het apparaat voldoende zijn om de ven-tilatie te waarborgen. Bewaar geen spitse en kleinevoorwerpen of papier in de lade. Deze voorwerpenkunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing te-rechtkomen of aangezogen worden. De ventilator kandan beschadigd raken of de koeling kan worden beïn-vloed.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen18
~Wanneer zich onder het apparaat een schuiflade be-vindt, zonder tussenbodem, mogen daarin geen lichtontvlambare stoffen of brandbare voorwerpen zoalsspuitbussen worden bewaard. Een eventuele bestek-bak moet van hittebestendig materiaal zijn.~Metalen voorwerpen die in een lade onder de kook-plaat worden bewaard, kunnen heet worden als u hetapparaat lang en intensief gebruikt.~Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoende wordenverhit.
Eventuele bacteriën in het eten worden alleengedood, wanneer de temperatuur hoog genoeg is(> 70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden(> 10 min.).~Plaats op een kookzone nooit twee pannen tegelijk.~Als het apparaat achter een meubeldeur is inge-bouwd, mag u het apparaat alleen gebruiken als dedeur geopend is.Sluit de meubeldeur pas als het apparaat uitgescha-keld is en de restwarmte-indicatoren gedoofd zijn.~Schakel de kookplaat niet in als deze boven eenpyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is,omdat de oververhittingsbeveiliging van de kookplaatzou kunnen reageren (zie de betreffende rubriek).Veiligheidsinstructies en waarschuwingen19
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu21
Bij het apparaat wordt een tweede ty-peplaatje geleverd. Plak dit typeplaatjeop de aangegeven plaats achter in uwgebruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezigebeschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat met een vochtigedoek en wis het daarna weer droog.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.IngebruiknemingAls u het apparaat voor het eerst aan-sluit en na een stroomstoring lichtengedurende ca. 1 seconde alle controle-lampjes op. Zodra deze lampjes ge-doofd zijn, kunt u het apparaat in ge-bruik nemen.Als u het apparaat voor het eerst in ge-bruik neemt, komen er geurtjes eneventueel damp vrij. Bij elk volgend ge-bruik komen er minder geurtjes vrij.
Uit-eindelijk zult u niets meer ruiken.Wanneer er geurtjes en damp vrijko-men, betekent dat niet dat het apparaatverkeerd is aangesloten of defect is. Degeurtjes en de damp zijn niet schadelijkvoor de gezondheid.Houdt u er rekening mee dat de op-warmtijd bij inductiekookplaten veelkorter is dan bij gewone kookplaten.Vóór het eerste gebruik22
PrincipeOnder elke kookzone bevindt zich eeninductiespoel. Als u een kookzone in-schakelt, genereert deze spoel eenmagneetveld waardoor de bodem vande pan heet wordt. De kookzone zelfwordt alleen indirect verwarmd door destralingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleenop pannen met een magnetiseerbarebodem (zie de rubriek "De juiste pan-nen"). Andere pannen worden niet heet.Bij inductie wordt automatisch rekeninggehouden met de grootte van de ge-bruikte pan.
Het inductiesysteem werktalleen op het gedeelte dat door de pan-bodem wordt bedekt.De kookzone functioneert niet,– als u deze zonder pan of met eenongeschikte pan (met niet magneti-seerbare bodem) inschakelt.– als de bodemdiameter van de pan teklein is.–als u de pan van een ingeschakeldekookzone haalt.In dat geval knippert in het display hetsymbool ß.Als u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, verdwijnt hetsymbool ßen kunt u gewoon doorgaan.Als u geen pan of een ongeschikte panplaatst, wordt de kookzone na 3 minu-ten automatisch uitgeschakeld. In hetdisplay knipperen dan afwisselend een0en een C.Om de kookzone weer in gebruik tekunnen nemen, moet u de bedienings-knop eerst op "0" zetten.Gebruik het apparaat niet als werk-blad voor messen, vorken, lepels ofandere metalen voorwerpen.
Als hetapparaat ingeschakeld is, onbe-doeld wordt ingeschakeld of als ersprake is van restwarmte kunnendergelijke voorwerpen heet worden(verbrandingsgevaar).Schakel de kookzones na gebruikuit. Het is niet voldoende om alleenmaar de pan van de kookzone te ha-len!Inductie23
GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in het kookgerei allerlei ge-luiden ontstaan. De geluiden zijn afhan-kelijk van het materiaal en de construc-tie van de bodem van het kookgerei.–Op een hoge vermogensstand kanhet apparaat een bromgeluid veroor-zaken.
Dit geluid neemt af of ver-dwijnt, wanneer een lagere vermo-gensstand wordt ingesteld.–Bij pannen met een bodem die uitverschillende materialen bestaat (bij-voorbeeld een sandwichbodem) kaneen knetterend geluid optreden.– Er kan een fluitend geluid ontstaanals twee kookzones in gebruik zijn.Als de gebruikte pannen een bodemhebben die uit verschillende materia-len bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem) en een van de ver-bonden kookzones met boosterwordt gebruikt.–Vooral bij lage vermogensstandenkunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.Om de levensduur van de elektronicate vergroten, is het apparaat voorzienvan een ventilator. Als u het apparaatintensief gebruikt, wordt de ventilatoringeschakeld en hoort u een zoemendgeluid. Ook nadat u het apparaat heeftuitgeschakeld, kan de ventilator nogdoorlopen.Inductie24
De juiste pannenLet op!Geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem–geëmailleerd staal–gietijzerNiet geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem– aluminium of koper– glas/keramiek, aardewerkAls u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, kunt u een mag-neet tegen de panbodem houden. Blijftde magneet hangen, dan is de pan ge-schikt.Houdt u er rekening mee dat de eigen-schappen van de panbodem het berei-dingsresultaat beïnvloeden.Om optimaal gebruik te maken van eenkookzone moet u het formaat van depan zo kiezen dat de pan tussen debinnenste en de buitenste markeringvan de kookzone past. Als de pankleiner is dan de binnenste markering,kan het voorkomen dat de inductie-spoel niet reageert.
In- en uitschakelenOm een kookzone in te schakelen,draait u de betreffende knop naarrechts aop de gewenste vermogens-stand. Om de kookzone uit te schake-len, draait u de knop naar links bop"0".De knop mag niet rechtsom (over BIof BI/II heen) op "0" worden gezet.Na het inschakelen van een kookzonelicht het controlelampje voor "Aan" open na enige tijd ook de restwarmte-indicator.Na het uitschakelen van alle kookzonesdooft het controlelampje voor "Aan".Restwarmte-indicatorDe restwarmte-indicator dooft pas als ude kookplaat zonder gevaar kunt aan-raken.Raak de kookplaat niet aan zolangde restwarmte-indicator brandt. Legof zet er ook geen hittegevoeligevoorwerpen op, anders bestaat hetrisico dat u zich brandt of dat voor-werpen vlam vatten!Bediening26
Tabel vermogensstandenBereiding Vermogens-stand*Warmhouden (Boter smeltenGelatine oplossen1-2Rijstepap, havermoutpap maken 2Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellenGroente ontdooien (in een blok)Graan wellen3Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancherenDeegwaren wellen4Groente, vis stovenDiepvriesproducten ontdooien en verwarmen5Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsausof sauce hollandaiseEieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet)6Vis, schnitzel en braadworst behoedzaam bakken (zonder over-verhitting van het vet)Poffertjes, pannenkoeken, etc.
bakken7Aanbraden van stoofgerechten 8Grote hoeveelheden water kokenAankoken9* De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen.Het vermogen van de inductiespoel varieert afhankelijk van de grootte en hetmateriaal van de panbodem. Het is dan ook mogelijk dat bij uw pannen de ver-mogensstanden een geringe afwijking vertonen. Bepaal in de dagelijksepraktijk welke instellingen het beste bij uw pannen passen.Bediening27
AankookautomaatDoorkookstand Aankooktijd inminuten enseconden (ca.)1 0:152 0:153 0:254 0:505 2:006 5:507 2:508 2:509-Als de aankookautomaat geactiveerdis, wordt de betreffende kookzone eenbepaalde tijd op het hoogste vermogeningeschakeld. Daarna wordt naar dedoorkookstand teruggeschakeld. Deaankooktijd hangt af van de ingesteldedoorkookstand (zie tabel).Bij een hoge doorkookstand is de aan-kooktijd relatief kort, omdat bij dezevermogensstanden meestal leeg ser-viesgoed voor het aanbraden wordtverhit.Wordt tijdens de aankooktijd de panvan de kookzone gehaald, dan wordtde aankookautomaat uitgeschakeld. Defunctie wordt weer geactiveerd als u depan binnen 3 minuten terugzet.Aankookautomaat activeren^Draai de knop naar links tot aan deaanslag.
Houd de knop in deze posi-tie totdat in het display Averschijnt.Als u de knop te lang in die positiehoudt, verschijnt in het display Lenwordt de vergrendeling geactiveerd(zie de rubriek "Vergrendeling").^Draai de knop daarna naar rechts opde gewenste doorkookstand.Als u niet binnen 5 seconden een door-kookstand kiest, wordt de aankookauto-maat niet ingeschakeld.Binnen ca. 10 seconden na het inscha-kelen van de aankookautomaat kunt ude doorkookstand nog veranderen. Alsu de doorkookstand daarna nog wijzigt,wordt de aankookautomaat uitgescha-keld.Gedurende de aankooktijd verschijnt inhet display een A.Bediening28
BoosterfunctieDe kookzones hebben een enkelebooster (I) of een TwinBooster (I/II), ziehet hoofdstuk "Algemeen".Met de boosterfunctie wordt een extrahoog vermogen geleverd, waarmee ubijvoorbeeld snel grote hoeveelhedenwater kunt verhitten. Met booster I en IIwerken de kookzones gedurende 10minuten met een verhoogd vermogen.De boosterfunctie kan niet tegelijk voortwee kookzones worden gebruikt.Na afloop van de boostertijd wordt au-tomatisch naar vermogensstand 9 te-ruggeschakeld.Wordt tijdens de boostertijd de pan vande kookzone gehaald, dan wordt deboosterfunctie uitgeschakeld.
De func-tie wordt weer geactiveerd als u de panbinnen 3 minuten terugzet.Om het vermogen voor de booster tekunnen leveren, moet het systeem ge-durende de boostertijd aan een anderekookzone een deel van het vermogenonttrekken.Het inschakelen van de boos-ter/TwinBooster (op stand 1) leidt er bijde verbonden kookzone toe dat:–de aankookautomaat wordt uitge-schakeld als deze ingeschakeld was.–de vermogensstand van de verbon-den kookzone wordt verlaagd alsvoor die kookzone vermogensstand9 was ingesteld. De verlaagde ver-mogensstand en een Cknipperen af-wisselend in het display.Het inschakelen van de TwinBooster opstand 2 leidt er bij de verbonden kook-zone toe dat die kookzone wordt uitge-schakeld.In het display knipperen afwisselend 0en C.Bediening29
Booster I inschakelen^Draai de knop door vermogensstand9 heen op BI dan wel BI/II en zet deknop terug op 9.In het display van de kookzone ver-schijnt I, in het kleine display B.Booster II inschakelen^Draai de knop door vermogensstand9 heen op BI/II en zet de knop terugop 9.In het display van de kookzone ver-schijnt I, in het kleine display B.^Draai de knop opnieuw door vermo-gensstand 9 heen op BI/II en zet deknop terug op 9.In het display van de kookzone ver-schijnt II.Booster uitschakelenU kunt de booster eerder uitschakelen.^Draai de knop zo vaak door vermo-gensstand 9 heen op BI dan wel BI/IIen terug op 9, totdat het symbool Ic.q. II in het display dooft, of kies eenlagere vermogensstand.Bediening30
WarmhoudenAlle kookzones hebben eenwarmhoudstand.Als u de warmhoudstand instelt, wordtde kookzone na maximaal 2 uur uitge-schakeld.De warmhoudstand is voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding (dus als deze nogwarm zijn). De warmhoudstand isniet bedoeld voor het opwarmen vanreeds afgekoelde gerechten!TipsHoud gerechten alleen in de pan warm.Dek de pan met een deksel af.U hoeft de gerechten tijdens het warm-houden niet te roeren.De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd dan ook zo kort mogelijk.Bediening31
–Kook bij voorkeur met een deksel opde pan. Op die manier voorkomt udat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel–Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine panis minder energie nodig dan vooreen grote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Met een snelkookpan kunt u de be-reidingstijd aanzienlijk verkorten.Tips om energie te besparen32
Vergrendeling apparaatDe kookplaat heeft een vergrendelingdie voorkomt dat de kookzones onbe-doeld worden ingeschakeld.U kunt de vergrendeling alleen active-ren als alle kookzones uitgeschakeldzijn.De vergrendeling wordt met de rechterknop geactiveerd en gedeactiveerd.Activeren^Draai de knop naar links tot aan deaanslag en houd de knop vast totdatin het display een Lverschijnt.Wordt de knop daarna bediend, danverschijnt gedurende 3 seconden op-nieuw een Lin het display.Deactiveren^Draai de knop naar links tot aan deaanslag en houd de knop vast totdatde Luit het display verdwijnt en erkort een 0verschijnt.VeiligheidsuitschakelingHet apparaat is voorzien van een bevei-liging die de kookplaat automatisch uit-schakelt als u vergeet deze uit te zet-ten.Is een kookzone langdurig ingescha-keld geweest (zie tabel), zonder dat devermogensstand is gewijzigd, danwordt de kookzone automatisch uitge-schakeld.In het betreffende display knipperen af-wisselend een Cen een 0.Om de kookzone weer in gebruik tekunnen nemen, moet de knop eerst op"0" worden gezet.Het kleine display en de weergave inhet display van de kookzone doven.Vermogens-standMaximale bedrijfsduurin uren1102535445362728291Beveiligingen33
OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en dekoellichamen van de elektronica zijnvoorzien van een oververhittingsbeveili-ging.Voordat de inductiespoelen of dekoellichamen oververhit raken, leidt deoververhittingsbeveiliging bij de betref-fende kookzone of bij de hele kookplaattot een van de volgende reacties:–Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.–De ingestelde vermogensstandwordt verlaagd.– Gaat het om een inductiespoel, danwordt de betreffende kookzone uit-geschakeld en verschijnt in het dis-play een H.Kort daarna worden mogelijk nogmeer kookzones uitgeschakeld.^Zet de knop van de betreffendekookzone(s) op "0".Pas als de Hgedoofd is, kunt u dekookzone weer gewoon in gebruik ne-men.Als u de knop niet op "0" zet, knipperenin het display afwisselend een Cen een0.
Om de kookzone weer in gebruik tekunnen nemen, moet u de knop eerstop "0" zetten.–Gaat het om het koellichaam, danwordt het vermogen van de kookzo-nes verlaagd.Zodra het koellichaam voldoende is af-gekoeld, werken de kookzones weermet de oorspronkelijk ingestelde ver-mogensstand.–Stijgt de temperatuur na het verlagenvan het vermogen verder, dan wor-den de betreffende kookzones uitge-schakeld.Kort daarna worden mogelijk nogmeer kookzones uitgeschakeld.In het display knipperen afwisselendeen Cen een 0.^Zet de knop van de betreffendekookzone(s) op "0".Zodra de kookzones voldoende zijn af-gekoeld, kunt u deze gewoon weer ingebruik nemen.De oververhittingsbeveiliging reageertals– leeg kookgerei wordt verhit.– vet of olie op een hoge vermogens-stand wordt verhit.– de onderkant van het apparaat nietvoldoende wordt geventileerd.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak isweggenomen, neem dan contact opmet Miele.Beveiligingen34
,Gebruik voor het reinigen vanhet apparaat nooit een stoomreini-ger. Stoom kan in aanraking komenmet delen die onder spanning staanen zo kortsluiting veroorzaken.Reinig het hele apparaat na elk ge-bruik. Laat het apparaat eerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke vochtige rei-niging droog.
U voorkomt zo kalkafzet-ting.Om beschadigingen aan de opper-vlakken te voorkomen, mogen de vol-gende middelen niet worden ge-bruikt:–afwasmiddelen.–soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmidde-len.–kalkoplossende reinigingsmiddelen.–vlekken- en roestverwijderaars.–schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen.– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten.– grill- en ovensprays.– glasreinigers.– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) en ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten.–vlekkensponsjes.–puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de lijsten het werkblad niet beschadigd ra-ken).Reiniging en onderhoud35
Keramische plaatGebruik voor het reinigen geen af-wasmiddel. Met afwasmiddel wordenniet alle verontreinigingen verwijderd. Er ontstaat dan een onzichtbaar laag-je dat tot verkleuring van de kera-mische plaat leidt. Die verkleuringkan niet meer worden verwijderd. Reinig de kookplaat regelmatig meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramische platen. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper. Reinig de kookplaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramischeplaten en roestvrij staal (zie ook "Bij tebestellen accessoires") of met een an-der geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen. Gebruik hierbij keu-kenpapier of een schone doek. Gebruikhet reinigingsmiddel niet op een hetekookplaat, omdat daardoor vlekkenkunnen ontstaan. Houdt u zich aan deaanwijzingen van de fabrikant van hetreinigingsmiddel.
Wis de kookplaat ten slotte met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog. Verwijder alle reinigingsmiddel-resten. De resten kunnen anders in-branden en de keramische plaat aan-tasten. Vlekken van kalkresten, water en alu-minium kunt u met het reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal verwijderen. Komt suiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water. Schakel vervolgens de kook-zone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt. Reinig de plaat verder als deze is afge-koeld. Ga daarbij te werk zoals in hetvoorgaande is beschreven. Roestvrij staalVoor de roestvrijstalen oppervlakkenkunt u het reinigingsmiddel voor kera-mische kookplaten en roestvrij staal ge-bruiken (zie "Bij te bestellen accessoi-res").
Verdeel een kleine hoeveelheid van hetmiddel met een zachte doek over hetgehele oppervlak. Gebruik op delen met een opdrukgeen reinigingsmiddel voor roestvrijstaal. Dergelijke middelen kunnende opdruk beschadigen. Reinig debetreffende delen uitsluitend meteen sponsdoekje, afwasmiddel enwarm water. Reiniging en onderhoud36.
in het display afwisselend een Ceneen 0knipperen?De kookzone is uitgeschakeld, omdat–bij de verbonden kookzone deTwinBooster op stand II is ingescha-keld (zie "Boosterfunctie").–op de kookzone geen pan of een on-geschikte pan staat.– de oververhittingsbeveiliging geacti-veerd is (zie de rubriek "Oververhit-tingsbeveiliging").... na het inschakelen van de kookzo-ne gedurende enkele seconden hetsymbool "d" verschijnt en de kookzo-ne niet heet wordt?De demo-functie is geactiveerd.Om de demo-functie te deactiveren,moet u de rechter knop 2x kort naarlinks draaien (
een of meerdere kookzones auto-matisch worden uitgeschakeld?De veiligheidsuitschakeling of de over-verhittingsbeveiliging is geactiveerd(zie de rubrieken"Veiligheidsuitschakeling" en "Overver-hittingsbeveiliging").... de boosterfunctie te vroeg wordtuitgeschakeld?De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... de kookzone op de ingestelde ver-mogensstand niet werkt zoals u ge-wend bent?De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... de inhoud van een pan niet of nau-welijks begint te koken, hoewel u deaankookautomaat heeft ingescha-keld?De oorzaak kan zijn dat–grote hoeveelheden worden verhit.–de pan de warmte niet goed geleidt.Kies de volgende keer een hogeredoorkookstand of stel eerst de hoogstevermogensstand in en schakel daarnahandmatig terug naar een lagere stand....
de ventilator na het uitschakelendoorwerkt?Dit is geen storing! De ventilator draaitdoor totdat het apparaat is afgekoelden wordt dan automatisch uitgescha-keld.Nuttige tips38
Speciaal voor uw apparatuur biedt Miele een uitgebreid as-sortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudig via de Miele-webshopbestellen:De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Reinigingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal 250 mlVoor het verwijderen van verontreinigingen, kalk- en alumini-umvlekkenOnderhoudsmiddel voor roestvrij staal 250 mlVoor het eenvoudig verwijderen van waterstrepen, vlekken envingerafdrukken.Het oppervlak blijft langer schoonUniverseel microvezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires39
Om te voorkomen dat het apparaatbeschadigd raakt, moet het pas nade montage van de bovenkastjes ende afzuigkap worden ingebouwd.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loslaten of vervormen.
Ook dewandafdichtstrip moet hittebestendigzijn.~Dit apparaat mag niet op eenniet-stationaire locatie (zoals een boot)worden gebruikt.~De aansluitkabel van het apparaatmag na het inbouwen niet wordenblootgesteld aan mechanische belas-tingen, bijvoorbeeld van een schuifla-de.~Het apparaat mag niet worden inge-bouwd boven afwasautomaten, was- endroogapparaten, alsmede koel- envriesapparatuur.~Inbouw boven een Miele-oven is al-leen mogelijk bij een werkblad dat mini-maal 40 mm dik is.~De op de volgende bladzijden aan-gegeven veiligheidsafstanden dienennauwkeurig te worden aangehouden.Alle maten zijn in mm aangegeven.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen40
Veiligheidsafstand boven het appa-raatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die doorde fabrikant is aangegeven.Is de betreffende informatie niet be-schikbaar (bijvoorbeeld bij een keuken-plank), dan moet de afstand bij lichtontvlambare materialen ten minste760 mm bedragen.Kies de grootste afstand als in de ge-bruiksaanwijzing of montagehandlei-ding van verschillende apparaten (bij-voorbeeld een wokbrander of een elek-trische kookplaat) verschillende veilig-heidsafstanden worden genoemd voorplaatsing onder een afzuigkap.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen41
Veiligheidsafstanden zijkantDit apparaat mag slechts aan één zij-kant en aan de achterkant aansluitenop meubels of wanden die hoger zijndan het apparaat zelf (zie de afbeel-dingen).Houd een veiligheidsafstand aan vanminimaal 50 mm tussen de uitsparingin het werkblad en de achterwand.Tussen de uitsparing in het werkbladen de meubels eromheen, bijvoorbeeldeen hoge kast rechts of links, dient deveiligheidsafstand ain acht te wordengenomen. Deze veiligheidsafstand is:40 mm bij CS 1212 / CS 1212-1CS 1221 / CS 1221-1CS 1234 / CS 1234-1CS 1223CS 122250 mm bij CS 1112CS 1122CS 1134CS 1326CS 1327CS 1411100 mm bij CS 1012 / CS 1012-1150 mm bij CS 1421CS 1312CS 1322200 mm bij CS 1034 / CS 1034-1250 mm bij CS 1011CS 1021aan te bevelen!toegestaan maar niet aan te bevelen!niet toegestaan!Veiligheidsinstructies voor het inbouwen42
Minimale afstand onderkantOm de ventilatie van het apparaat tekunnen waarborgen, moet onder hetapparaat een minimale afstand wordenaangehouden ten opzichte van eenoven, tussenbodem of lade.De minimale afstand vanaf de onder-kant van de kookplaat tot de–bovenkant van een oven moet15 mm zijn.–bovenkant van een tussenbodemmoet 15 mm zijn.– bodem van een lade moet 75 mmzijn.TussenbodemEen tussenbodem onder de kookplaatis niet noodzakelijk, maar wel toege-staan.Voor de aansluitkabel moet aan de ach-terkant een spleet van 10 mm wordenaangehouden.Voor een betere ventilatie van de kook-plaat adviseren wij een spleet van20 mm.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen43
Veiligheidsafstand bij een beklede nisAls er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uit-sparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden.
Bij te hogetemperaturen kunnen materialen beschadigd raken.Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.Is de bekleding van niet brandbaar materiaal (zoals metaal, natuursteen en kera-mische tegels), dan moet de afstand etussen de uitsparing in het werkblad ende nisbekleding minimaal 50 mm min de dikte van de bekleding zijn.Als de nisbekleding bijvoorbeeld 15 mm dik is, moet de minimale afstand50 mm - 15 mm = 35 mm zijn.aWandbNisbekledingmaat x = dikte van de nisbekledingcWerkbladdUitsparing in het werkbladeMinimale afstandbij brandbare materialen 50 mmbij niet brandbare materialen 50 mm - maat xVeiligheidsinstructies voor het inbouwen44
^Maak de uitsparing in het werkbladvoor een of meer apparaten volgensde maatschets. Neem de minimaleafstand tot de achterwand in acht entot een eventueel aanwezige zijwand(rechts of links). Zie ook het hoofd-stuk "Veiligheidsinstructies voor hetinbouwen".^De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast. Degebruikte materialen moeten hittebe-stendig zijn.De producten mogen niet op hetwerkblad terechtkomen.Wordt bij het inbouwen geconsta-teerd dat de randafdichting bij dehoeken niet goed op het werkbladaansluit, dan kan de hoekradius(ßR4) voorzichtig met een decou-peerzaag worden nabewerkt.Voorbereiding werkblad47
Als meer dan een apparaat wordt ingebouwd, moet tussen de afzonderlijke appa-raten steeds een verbindingsstrip bworden gemonteerd.Zie "Klemveren en verbindingsstrips bevestigen".Uitsparing bij- twee apparatenBij inbouw van twee apparaten bestaatde breedte D uit de som van de afme-tingen A en C.Uitsparing bij- drie apparatenBij inbouw van drie apparaten bestaatde breedte D uit de som van de afme-tingen A, B en C.A = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmB = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm)C = breedte apparaat (288 mm of 380 mm of 576 mm) min8mmD = breedte werkbladuitsparingBij inbouw van meer dan drie appa-raten moet voor elk volgend appa-raat naast de afmetingen A, B en Cde breedte van het betreffende ap-paraat worden opgeteld (breedte B,te weten 288 mm of 380 mm of576 mm).Meerdere apparaten inbouwen48
aKlemverenbVerbindingsstripscRuimte tussen verbindingsstrip en werkbladdAfdekkingDe afbeelding toont het bevestigen van de klemveren aen de verbindingsstripsbbij plaatsing van 3 apparaten.Voor elk volgend apparaat is een extra verbindingsstrip nodig. De positie van deextra strip is afhankelijk van de breedte van het apparaat B(288 mm / 380 mm /576 mm).Meerdere apparaten inbouwen50
^Leid de aansluitkabel van het appa-raat door de uitsparing naar bene-den.^Leg het apparaat in de uitsparing.Eerst de voorkant!^Druk het apparaat met beide handengelijkmatig naar beneden totdat hetduidelijk vastklikt. De dichting van hetapparaat moet goed op het werkbladaansluiten. Alleen zo kan een cor-recte afdichting worden gegaran-deerd. Gebruik geen voegenkit ofiets dergelijks.^Schuif het ingebouwde apparaat op-zij, totdat u de gaten in de verbin-dingsstrip kunt zien.^Klik de afdekking din de gaten vande verbindingsstrip b.^Leg het volgende apparaat in de uit-sparing. Eerst de voorkant!^Sluit het betreffende apparaat op hetelektriciteitsnet aan (zie "Elektrischeaansluiting").^Controleer of het apparaat goedfunctioneert.Voor het uitnemen van het apparaatmoet speciaal gereedschap wordengebruikt.U kunt het apparaat ook van onderenuit de uitsparing drukken.
Dichting tussen apparaat en werk-bladDe dichting onder de rand van het ap-paraat is toereikend als afdichting tus-sen apparaat en werkblad.Gebruik voor het afdichten nooit kit(bijvoorbeeld siliconenkit).Als het apparaat moet worden ver-wijderd, zouden het apparaat en hetwerkblad beschadigd kunnen raken.Werkblad met tegelsDe voegen aen het gearceerde ge-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de lijst gelijkmatig aan-sluit en de dichting onder de rand vanhet apparaat voldoende afdicht.Algemene inbouwaanwijzing54
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele CS 1212-1-I stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Miele
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat