Miele Classic WDA101 W Handleiding

Miele Wasmachine Classic WDA101 W

Bekijk gratis de handleiding van Miele Classic WDA101 W (72 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 141 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele Classic WDA101 W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
Gebruiksaanwijzing
Wasautomaat
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, in-beslist
stalleert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 10 213 730

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: Classic WDA101 W

Handleiding Miele Classic WDA101 W – volledige tekst

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu2Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen omdat dithet milieu relatief weinig belast en kanworden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge-weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren.

Wanneer u uw ou-de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge-slagen.

Inhoud3 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6 Bediening van de wasautomaat. 13 Bedieningspaneel. 13 Display. 14 Programmeerfuncties. 14 Ingebruikneming van het apparaat. 15 Eerste wasprogramma starten. 15 Tips om energie en water te besparen. 16 1. Het wasgoed onder de loep. 17 2. Programma kiezen. 18 3. Trommel vullen. 19 Deur openen. 19 4. Programma-instellingen kiezen. 20 Extra functies kiezen. 20 5. Wasmiddel doseren. 21 6. Programma starten - Einde van het programma. 22 Extra functies. 23 Kort. 23 Voorwas. 23 Inweken. 23 Extra water. 23 Centrifugeren. 24 Programma-overzicht. 25 Programmaverloop. 28 Textielbehandelingssymbolen. 30.

Inhoud4 Programmaverloop wijzigen. 31 Afbreken. 31 Trommel leeghalen na afbreken programma. 31 Onderbreken. 31 Wijzigen. 31 Programma. 31 Temperatuur. 31 Centrifugetoerental. 31 Extra functies. 31 Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen. 32 Wasmiddelen. 33 Het juiste wasmiddel. 33 Vuilgraad. 33 Doseerhulp. 33 Wateronthardingsmiddel. 33 Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 33 Aanbevelingen voor Miele wasmiddelen. 34 Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010. 35 Apart spoelen met wasverzachter, appreteermiddel of stijfsel. 36 Reiniging en onderhoud. 37 Trommel reinigen. 37 Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 37 Wasmiddellade reinigen. 37 Watertoevoerzeefje reinigen. 39 Wat moet u doen, wanneer. 40 Hulp bij problemen. 40 Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 40 Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding.

41Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een service- of storingsmelding. 42 Algemene problemen met de wasautomaat. 43 Een tegenvallend wasresultaat. 44 De deur kan niet open. 45 Deur openen bij verstopte afvoer en/of stroomstoring. 46 Water opvangen. 46 Deur openen. 47.

Inhoud5 Afdeling Klantcontacten. 48 Reparaties. 48 Garantietermijn en garantievoorwaarden. 48 Na te bestellen accessoires. 48 Plaatsen en aansluiten. 49 Voorkant. 49 Achterkant. 50 Plaats van opstelling. 51 Transportbeveiliging verwijderen. 51 Transportbeveiliging monteren. 53 Wasautomaat stellen. 54 Stelvoeten naar buiten draaien en vastzetten. 54 Was-droogzuil. 55 Onder een werkblad plaatsen. 55Let op het volgende:. 55 Het waterbeveiligingssysteem. 56 Watertoevoer. 57 Waterafvoer. 58 Elektrische aansluiting. 59 Technische gegevens. 60 Verbruiksgegevens. 61 Instructie voor vergelijkende onderzoeken:. 61 Programmeerfuncties. 62 Systeem extra water. 62 Behoedzaam wassen. 63 Afkoeling van het waswater. 64 Memory. 65 Inweektijd. 66 Na te bestellen accessoires. 67 Wasmiddelen. 67 Speciale wasmiddelen. 67 Textielonderhoudsmiddelen. 68.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Ondeskundig gebruik echter kan persoonlijk letsel en schade aanhet apparaat veroorzaken.Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordatu uw apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke in-structies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schadeaan het apparaat.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een even-tuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen vantextiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen. Gebruikvoor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge-bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-automaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe-ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasautomaat, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen. Wanneer u met hoge temperaturen wast, bedenk dan dat het glasvan de deur heet wordt.Zorg ervoor dat kinderen het glas tijdens een wasprogramma nietaanraken.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: "Plaatsen en aansluiten"en "Technische gegevens". Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.

Een beschadigde wasautomaat mag niet worden ge-plaatst en niet in gebruik worden genomen. Vergelijk vóórdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 De wasautomaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren,als hij op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd. Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasautomaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver-band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasautomaat te halen. Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman / vakvrouw worden vervangen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan éénvan de volgende voorwaarden is voldaan: – als de stekker uit de contactdoos is getrokken of – als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of – als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op dewatervoorziening worden aangesloten. Oude slangen mogen nietworden gebruikt. Controleer de slangen regelmatig.

U kunt de slan-gen dan tijdig vervangen en waterschade voorkomen. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdruk-kelijk door Miele zijn toegestaan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:"Plaatsen en aansluiten", paragraaf: "Transportbeveiliging verwijde-ren". Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bijhet centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aande meubels / apparaten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.

tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar-om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstro-mende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigdeonderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver-oorzaken.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 De maximale beladingscapaciteit bedraagt 7 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: "Programma-overzicht". Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijkcitroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is ver-krijgbaar op internet onder www.miele-shop.nl, bij uw Miele-vakhan-delaar of bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland.

Volg deadviezen voor het gebruik van ontkalkingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen. Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasautomaat gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaat wor-den gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met een arts. Personen die een gevoeli-ge of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibaar wasmiddelmaar beter niet aanraken.Accessoires Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of inge-bouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, dan kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro-ductaansprakelijkheid. Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld.

Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droogautomaat en Miele-wasautomaat past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Leter dan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.

Bediening van de wasautomaat13BedieningspaneelaDisplayMeer informatie op de volgendebladzijde.bStart - toetsWasprogramma startencToetsen voor de extra functiesExtra functies in- of uitschakelenMet de bovenste toets kunt u Kort,Voorwas Inweken of kiezen. Met deonderste toets kunt u "Extra water"kiezen.Wanneer u een extra functie in-, resp.uitschakelt gaat het daarbij behoren-de controlelampje branden, resp.gaat het uit.dToets voor het centrifugeren metweergave toerentalCentrifugetoerental, spoelstop of"Zonder centrifugeren" kiezeneProgrammakeuzeschakelaarBasiswasprogramma en daarbij be-horende temperatuur instellen. Deprogrammakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.fControlelampjes voor het pro-grammaverloopWeergave bereikte fase in het pro-grammaverloopgService-/Storingslampjes – Zie hoofdstuk: "Nuttige tips".

– Het storingslampje dat met PC isaangeduid heeft nog een functie.Via dit lampje kunnen onze techni-ci de programma's controleren,updaten en in het geheugen vande automaat opslaan.h - toetsWasautomaat in- en uitschakelenDe wasautomaat gaat in het kadervan de energiebesparing 15 minutenna afloop van het programma / dekreukbeveiliging automatisch uit. Hetapparaat gaat ook uit wanneer u hetin de 15 minuten na het inschakelenniet bedient.iDeur - toetsDeur openen

Bediening van de wasautomaat14DisplayIn het display verschijnt: – de programmaduur (resttijd) – de programmeerfunctiesProgrammeerfunctiesU kunt een aantal varianten instellen omhet wasprogramma nog beter af testemmen op het soort wasgoed en demanier waarop u dit wilt wassen. De va-rianten zijn daarbij in het display te zien.

Ingebruikneming van het apparaat15 Controleer voordat u uw wasau-tomaat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten. Zie hoofd-stuk: "Plaatsen en aansluiten".Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest. Het ismogelijk dat er als gevolg van dezetests wat water in de trommel achter-blijft.Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt, dankan er overmatige schuimvorming op-treden.Met het draaien van een wasprogram-ma zonder wasgoed en zonder was-middel activeert u tegelijkertijd het ko-gelventiel. Het kogelventiel zorgt ervoordat vanaf de eerste wasbeurt steeds alhet wasmiddel wordt gebruikt.Eerste wasprogramma starten Draai de kraan open.

Tips om energie en water te besparen16Energie- en waterverbruik – Maak bij ieder programma dat u kiestgebruik van de maximale beladings-capaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst. – Bij een geringe belading verbruikt hetapparaat dankzij de beladingsauto-maat minder water en energie. – Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden was-goed. – Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om met lagere temperaturente wassen, bijv. met . Maak ge-20°Cbruik van deze mogelijkheid. – Gebruik de extra functie inInwekenplaats van de extra functie .VoorwasBij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt. – Voor de hygiëne in de wasautomaatadviseren wij u om zo nu en dan eenprogramma met een temperatuur vanminstens 60°C te starten.

Met hetservicelampje herinnertHygiëne Infode wasautomaat u daaraan.Gebruik van wasmiddelen – Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven. – Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. – Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca.

1/3 min-der wasmiddel.Juiste keuze van de extra functies(Kort, Inweken, Voorwas)Kies voor: – licht verontreinigd wasgoed zonderzichtbare vlekken een wasprogram-ma met de extra functie ;Kort – normaal tot sterk verontreinigd was-goed met zichtbare vlekken een was-programma zonder extra functie; – zeer sterk verontreinigd wasgoed eenwasprogramma met de extra functieInweken; – wasgoed waar veel stof of zand in ziteen wasprogramma met de extrafunctie Voorwas.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.

1. Het wasgoed onder de loep17 Maak de zakken leeg. Voorwerpen zoals spijkers, mun-ten en paperclips kunnen wasgoeden onderdelen beschadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onder-houdsetiket, dat zich in de kraag of inde zijnaad bevindt.Tip: Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vlekken als dat mogelijk iszodra ze ontstaan zijn. Neem de vlek-ken met een tissue af en wrijf ze erniet in.Tip: Tips voor het verwijderen vanthee-, koffie-, ei- en bloedvlekken kuntu vinden in de vlekkenwijzer opwww.miele.nl. Oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen (bijv.

wasbenzine)kunnen kunststof onderdelen be-schadigen.Wanneer u het wasgoed van tevorenmet een oplosmiddelhoudend reini-gingsmiddel, bijv. wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt. Chemische (oplosmiddelhouden-de) reinigingsmiddelen kunnen zwareschade aan de wasautomaat veroor-zaken.Gebruik nooit dergelijke reinigings-middelen in de wasautomaat!Algemene tips – Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek. – Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver-wijder ze. – Sluit ritsen, haakjes en oogjes. – Knoop bed- en kussenovertrekkendicht zodat er geen ander textiel interecht kan komen.Was geen textiel dat volgens het onder-houdsetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen (Symbool: ).

2. Programma kiezen18Wasautomaat inschakelen Druk op de - toets.Programmakeuze Draai de programmakeuzeschakelaarop het gewenste programma.Het display geeft de vermoedelijke pro-grammaduur aan.Tijdens de eerste 10 minuten berekentde wasautomaat hoelang het duurtvoordat het wasgoed het water heeftopgenomen en berekent op grond hier-van de belading. Het is mogelijk dat hetprogramma daardoor langer of kortergaat duren.

3. Trommel vullen19Deur openen Open de deur met de - toets.Deur Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg stukken wasgoed van verschillen-de grootte in de trommel. Daardoorwordt een beter wasresultaat bereikten kan het wasgoed zich tijdens hetcentrifugeren beter verdelen.Houdt u zich aan de maximale bela-dingscapaciteit van de verschillendewasprogramma's.Bij een maximale belading is het ener-gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings-capaciteit overschreden, vallen de was-resultaten tegen en gaat het wasgoedsneller kreuken.Deur sluitenLet erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Sluit de deur met een lichte klap.

4. Programma-instellingen kiezen20Extra functies kiezenMet de bovenste toets kunt u de extrafunctie , Inweken Voorwas Kort of in-schakelen (in die volgorde) of geenfunctie inschakelen.Met de onderste toets kunt u de extrafunctie inschakelen.Extra water Schakel de gewenste extra functie in.Tip: Niet alle extra functies kunnen bijalle wasprogramma's worden gekozen.Drukt u op een toets voor een extrafunctie en gaat het daarbij behorendelampje niet branden, dan is deze extrafunctie voor het gekozen programmaniet van toepassing.Centrifugetoerental instellenU kunt een eerder ingesteld toerentalvan een wasprogramma wijzigen. Druk zo vaak op de centrifugeertoets,totdat het controlelampje van het ge-wenste toerental gaat branden.

5. Wasmiddel doseren21Het is belangrijk om niet te weinig enniet te veel wasmiddel te doseren.. . . Te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat – het wasgoed niet schoon en na ver-loop van tijd grauw en hard wordt; – er zich vetbolletjes in het wasgoedvormen; – er zich kalk op de verwarmingsele-menten vormt.. . . Te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat – er zich te veel schuim vormt, de was-werking daardoor gering is en de rei-nigings-, spoel- en centrifugeerresul-taten niet optimaal zijn; – er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt; – het milieu extra wordt belast. Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer het wasmiddel in de vakjes. Wasmiddel voor de voorwas.

6. Programma starten - Einde van het programma22Programma starten Druk op de - toets, die al aanStarthet knipperen is.Einde van het programmaWanneer in het programmaverloop hetcontrolelampje Kreukbeveiliging/Eindebrandt en in het display verschijnt, is0het programma afgelopen.15 minuten na afloop van de kreukbe-veiliging wordt de wasautomaat auto-matisch uitgeschakeld. U kunt dewasautomaat weer inschakelen doorop de - toets te drukken. Open de deur met de - toets.Deur Haal het wasgoed uit de trommel.Controleer of de trommel leeg is.Achtergebleven stukken wasgoedkunnen bij de volgende wasbeurtkrimpen of afgeven. Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.

Extra functies23Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon-der zichtbare vlekken.De wastijd wordt verkort.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.InwekenVoor sterk verontreinigd wasgoed meteiwithoudende vlekken. – U kunt een inweektijd instellen van 2uur, anderhalf uur, 1 uur en 30 minu-ten. – Vanuit de fabriek is 2 uur ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: "Programmeerfuncties", pa-ragraaf: "Inweektijd".Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.Er zijn verschillende varianten mogelijk.Op de toets kunt u de ge-Extra waterwenste variant instellen.

Voor het wij-zigen van de variant zie hoofdstuk:"Programmeerfuncties", paragraaf "Ex-tra water".Welke extra functies bij welkewasprogramma’s?Van de extra functies Kort Voorwas, enInweken kunt u er altijd maar één kie-zen.KortVoorwasInwekenExtra water Katoen XXXX Kreukherstellend XXXX Automatic extra ––––Donker wasgoed /Jeans X X X –Express 20 X1) – – X Overhemden XXXX Wol –––– Fijne was X X X –Pompen/Centrifugeren ––––Extra spoelen/Stijven – – – X X = Kan worden ingeschakeld – = Kan niet worden ingeschakeld1) = Kan worden uitgeschakeld

Centrifugeren24Maximaal centrifugetoerental Programma Omw/min Katoen 1400 Kreukherstellend 1200 Automatic extra 1200 Donker wasgoed / Jeans 1200 Express 20 1400 Overhemden 600 Wol 1200 Fijne was 600 Pompen/Centrifugeren 1400 Extra spoelen / Stijven 1400Het maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen. U kunt een lager toerental in-stellen.Tip: Bij programma's met een maximaalcentrifugetoerental dat niet op het be-dieningspaneel staat, brandt altijd hetlampje van het toerental dat daarbovenzit.

Er wordt echter wel gecentrifugeerdmet het in bovenstaande lijst aangege-ven toerental.Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus-sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd. In het pro-gramma Katoen wordt bij een toerentalvan lager dan 700omw/min een spoel-gang ingelast.Spoelstop kiezen Druk op de toets voor het centrifuge-ren totdat het controlelampje (Spoelstop) brandt. Het wasgoed blijftna de laatste spoelgang in het waterliggen. Daardoor kreukt het wasgoedminder wanneer u het niet direct uitde trommel haalt. – Toch eindcentrifugeren:Kies met de toets voor het centrifu-geren het gewenste toerental. De au-tomaat begint met centrifugeren. – Druk op de - toets.

Het waterDeurwordt afgepompt. Druk opnieuw opde - toets. De deur gaat open.DeurHet centrifugeren tussen despoelgangen en het eindcentri-fugeren overslaan Druk zo vaak op de toets voor hetcentrifugeren totdat het controle-lampje brandt.Na de laatste spoelgang wordt het wa-ter afgepompt en de kreukbeveiligingingeschakeld. In enkele programma'swordt een spoelgang ingelast.

Programma-overzicht25 Katoen 90°C tot 30°C Maximaal 7,0 kgTextiel-soortWasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed,tafellakens en servetten Let op Kies voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moetvoldoen een temperatuur van 90°C. Katoen Maximaal 7,0 kg /Textiel-soortNormaal verontreinigd wasgoed van katoen of linnen Let op – Deze instellingen zijn vanuit energie- en wateroogpunt voor hetwassen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst.

– Bij is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C; het was-resultaat is gelijk aan dat van het programma "Katoen 60°C".Instructies voor testbureaus:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens voorschrift1061/2010 Kreukherstellend 60°C tot 20°C Maximaal 3,5 kgTextiel-soortWasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel-lend gemaakt katoen Let op Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental. Automatic extra 40°C Maximaal 5,0 kgTextiel-soortWasgoed dat naar kleur is gesorteerd en een combinatie is van was-goed dat anders met het programma en met het programmaKatoenKreukherstellend wordt gewassen. Let op Beide soorten wasgoed worden zo behoedzaam mogelijk behandelden zo goed mogelijk gereinigd. Dit is mogelijk doordat wasparame-ters zoals waterstand, wasritme en centrifugeprofiel automatischworden aangepast.

Programma-overzicht26Donker wasgoed /Jeans 40°C Maximaal 3,0 kgTextiel-soortZwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels ofjeansstof Let op – Was dit wasgoed binnenstebuiten. – Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paar keerworden gewassen. Was lichte en donkere jeansstoffen daaromapart. Express 20 40°C Maximaal 3,5 kgTextiel-soortKatoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is. Let op De extra functie Kort is automatisch ingesteld. Overhemden 40°C Maximaal 2,0 kg Let op – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is. – Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programma Fijnewas. Wol 30°C en koud Maximaal 2,0 kg Textiel-soortWasgoed van wol en wasgoed waar o.a. wol in zit Let op Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.

Fijne was 40°C tot koud Maximaal 2,0 kgTextiel-soortWasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en kunstzijdeVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan worden ge-wassen Let op – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een programmamet voorwas moeten worden gewassen. – Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet.

Programma-overzicht27 Pompen/Centrifugeren – Let op – Alleen pompen: Kies . – Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in. Extra spoelen / Stijven Maximaal 7,0 kgTextiel-soort – Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden gespoeld – Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-steven Let op – Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. – Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn. – Het spoelresultaat met twee spoelgangen kunt u nog verder ver-beteren door de extra functie in te schakelen. Via deExtra waterprogrammeerfunctie "Systeem extra water" moet de variant of zijn ingesteld.

Programmaverloop29 = Lage waterstand = Middelste waterstand = Hoge waterstand = Intensief ritme = Normaal ritme = Behoedzaam ritme = Sensitief ritme = Schommelritme = Handwasritme = Wordt uitgevoerd – = Wordt niet uitgevoerdDe automaat beschikt over een volledigelektronische besturing met beladings-automaat. Tijdens een wasprogrammazuigt het wasgoed water op. Om hoe-veel water het gaat hangt af van dehoeveelheid wasgoed en het soort tex-tiel. Hoe groter het absorptievermogenvan het wasgoed is, des te meer waterer moet worden bijgepompt.

De elektro-nica van de automaat kan de hoeveel-heid water meten die het wasgoed op-neemt en die moet worden bijgepompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma's dus ver-schillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.Nadere bijzonderheden overhet programmaverloop:Kreukbeveiliging: De trommel draait nog 30 minuten naafloop van het programma om kreuk-vorming te voorkomen.Uitzondering: In het programma Wol iser geen kreukbeveiliging.De wasautomaat kan altijd worden ge-opend.1) Wordt er een temperatuur gekozenvan 60°C en hoger, dan worden er 2spoelgangen uitgevoerd. Wordt er eentemperatuur gekozen van beneden de60°C, dan worden er 3 spoelgangenuitgevoerd.2) Een 3e, resp.

4e spoelgang wordt uit-gevoerd wanneer: – er teveel schuim in de trommel zit; – er een lager eindcentrifugetoerental isingesteld dan 700 omw/min; – is ingesteld.3) Een 3e spoelgang wordt uitgevoerdwanneer: – is ingesteld.

Textielbehandelingssymbolen30WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan. Normaal programma Mild programma Zeer mild programma Handwas Niet wassenVoorbeelden voor de programmakeu-ze Programma Symbolen in hetonderhoudsetiket Katoen Kreukherstel-lend Automatic extra  Express 20  Wol  Fijne was DrogenDe punten geven de globale tempera-tuur aan. Op een normale temperatuur Op een lagere temperatuur Niet drogen in de automaatStrijken & mangelenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan. Ca. 200°C Ca. 150°C Ca. 110°CStrijken met stoom kan het was-goed onherstelbaar bescha-digen. Niet strijken/mangelenChemisch reinigen Reiniging met chemische oplos-middelen.

Programmaverloop wijzigen31AfbrekenU kunt een wasprogramma ieder mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start. Draai de programmaschakelaar opstand .EindeHet water wordt afgepompt. Zodra inhet programmaverloop het controle-lampje brandtKreukbeveiliging/Eindeen in het display verschijnt, is het pro-gramma afgebroken.Na het afbreken van het programmaeen nieuw programma kiezen Schakel de wasautomaat daartoe metde - toets uit en weer in. Controleer of er nog wasmiddel in dewasmiddellade zit. Is dat niet het ge-val, doseer dan voldoende wasmid-del. Draai de programmakeuzeschakelaarop het gewenste programma en starthet met de - toets.StartTrommel leeghalen na afbreken pro-gramma Draai de programmakeuzeschakelaarop .Pompen / CentrifugerenTip: Let op het ingestelde toerental. Druk op de - toets.StartDe wasautomaat pompt het waswateraf.

Open de deur met de - toets.DeurOnderbreken Schakel de wasautomaat met de - toets uit. Schakel de wasautomaat met de - toets weer in.WijzigenProgrammaWanneer een programma eenmaal isgestart, kunt u geen ander programmameer kiezen zonder het lopende pro-gramma af te breken.TemperatuurDe temperatuur kunt u tot 6 minuten nade programmastart wijzigen.CentrifugetoerentalHet centrifugetoerental kunt u tot vlakvoor het eindcentrifugeren wijzigen.Extra functiesDe extra functie kunt u tot 6Extra waterminuten na de programmastart in- ofuitschakelen.

Programmaverloop wijzigen32Trommel bijvullen of wasgoedvoortijdig verwijderen Druk op de - toets, zodat deDeurdeur openspringt. Leg wasgoed in de trommel of haal erwasgoed uit. Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.Let op het volgende:Nadat de wasautomaat een programmaeenmaal heeft gestart, kan hij in dehoeveelheid wasgoed geen wijzigingenmeer vaststellen.Daarom gaat de wasautomaat, ook na-dat u nog wasgoed in de trommel heeftgelegd of uit de trommel heeft gehaald,altijd van de maximale beladingshoe-veelheid uit.De resttijd kan langer zijn dan aangege-ven.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wanneer: – de temperatuur van het waswater bo-ven de komt;55°C – het waterniveau te hoog is; – de programmafase "Centrifugeren" isbereikt.

Wasmiddelen33Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasautoma-ten. Tips voor het gebruik en voor dedosering van de wasmiddelen kunt uvinden op de wasmiddelverpakking.De dosering is afhankelijk van: – de mate waarin het wasgoed is ver-ontreinigd; – de hoeveelheid wasgoed; – de waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.Vuilgraad – Licht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris. – Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.

– Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.WaterhardheidHardheids-graadTotale hard-heid in mmol/lDuitse hard-heid °dH Zacht (I) 0 – 1,5 0 – 8,4 Gemiddeld (II) 1,5 – 2,5 8,4 – 14 Hard (III) > 2,5 > 14DoseerhulpGebruik voor het doseren van het was-middel de attributen die door de was-middelfabrikant als hulp bij het doserenzijn geleverd, bijv. doseerbolletjes. Ge-bruik die vooral bij vloeibare wasmidde-len.NavulpakkenKoop zoveel mogelijk navulpakken omhet afval te reduceren.WateronthardingsmiddelHeeft het water een hardheidsgraad vanII of III, dan kunt u een wateronthar-dingsmiddel gebruiken om wasmiddelte besparen. De juiste dosering vindt uop de verpakking.

Doseer eerst hetwasmiddel en dan pas het onthardings-middel.Het wasmiddel kunt u dan doseren zo-als bij water met een hardheidsgraadvan I.Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachtersMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Synthetische stijfselsMet synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.StijfselsMet gewone stijfsels wordt uw wasgoedstevig.

Wasmiddelen36Na afloop van het waspro-gramma wasverzachter of stijf-sel doseren Doseer één van bovenstaande pro-ducten in vakje . Doseer niet ho-ger dan de pijl.De middelen worden automatisch methet laatste spoelwater in de trommelgespoeld. Aan het eind van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.Wanneer u verschillende keren stijf-sel heeft gebruikt, reinig dan de was-middellade. Reinig de zuighevel extragoed.Apart spoelen met wasver-zachter, appreteermiddel ofstijfselStijfsel moet zijn voorbereid zoals be-schreven op de verpakking. Doseer wasverzachter in het vakje . Doseer vloeibaar stijfsel/appreteer-middel in vakje en poedervormigof half-vloeibaar stijfsel/appreteer-middel in vakje . Kies het programma Extra spoelen/Stijven. Wijzig het centrifugeertoerental indiennodig.

Druk op de -toets.StartKleuren en ontkleuren Gebruik ontkleuringsmid-geendel in de wasautomaat om corrosiete voorkomen.Het gebruik van textielverf in de wasau-tomaat is uitsluitend toegestaan voorhuishoudelijke doeleinden. Het zout daterin zit kan het roestvrij staal aantasten.Neem de aanwijzingen van de textiel-verffabrikant precies in acht.

Reiniging en onderhoud37Trommel reinigenWanneer er met lage temperaturen en /of een vloeibaar wasmiddel wordt ge-wassen, bestaat het gevaar dat er in dewasautomaat ziektekiemen en geurtjesontstaan. Draai om dit te voorkomeneen wasprogramma op minstens 60°Cmet een universeel, poedervormig was-middel. Doe dit eenmaal in de maand ofiedere keer wanneer het servicelampjeHygiëne Info gaat branden.Ommanteling en bedieningspa-neel reinigen Haal vóórdat u de wasautomaateen reinigings- of onderhoudsbeurtgeeft de spanning van het apparaat. Spuit de wasautomaat in geengeval met een waterspuit schoon. Reinig ommanteling en paneel meteen vochtige doek en een mild reini-gingsmiddel of sopje en droog beideonderdelen daarna met een zachtedoek. Neem de trommel af met een middelvoor roestvrij staal. Gebruik geen oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen, schuur-middelen, glas- of allesreinigers.

Reiniging en onderhoud38Zuighevel reinigen 1. Trek de zuighevel uit vakje enreinig de hevel onder de warmekraan. Reinig ook het buisje waar dezuighevel overheen wordt gestoken. 2. Zet de zuighevel weer terug.Wanneer u verschillende keren vloei-baar stijfsel hebt gebruikt, reinig dezuighevel dan extra goed. Vloeibarestijfsels klonteren snel.Wasmiddelladekast reinigen Reinig ook het gedeelte waar de was-middellade zit. Verwijder de wasmid-delresten en kalkaanslag en gebruikdaarvoor een flessenborstel.

Reiniging en onderhoud39Watertoevoerzeefje reinigenDe wasautomaat heeft twee zeefjes terbescherming van de watertoevoerklep.Deze zeefjes moet u ongeveer 1 keerper halfjaar controleren. Wanneer dewatertoevoer vaak wordt onderbrokenmoet u vaker controleren.Zeefje in de toevoerslang reinigen Draai de kraan dicht. Schroef de toevoerslang van dekraan. Trek het rubberen dichtingsringetje 1uit de groef. Pak het kunststof zeefje met een2punttang aan de opstaande rand inhet midden vast en trek het er uit. Reinig het zeefje. Plaats alles in omgekeerde volgordeterug.Zeefje in het koppelstuk van de wa-tertoevoerklep reinigen Schroef de geribbelde kunststof moervoorzichtig met een tang van het kop-pelstuk af. Pak het zeefje met een punttang aande opstaande rand in het midden vasten trek het er uit. Reinig het zeefje.

Wat moet u doen, wanneer . . .40Hulp bij problemenDe meeste problemen waar u in het dagelijks gebruik mee te maken zou kunnenkrijgen kunt u zelf oplossen. In al die gevallen hoeft u de afdeling Klantcontactenniet in te schakelen en kunt u tijd en kosten besparen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en teverhelpen. Bedenk echter het volgende: Reparaties mogen uitsluitend door erkende vakmensen worden uitgevoerd.Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor degebruiker.Het lukt niet om een wasprogramma te starten Probleem Oorzaak en oplossingIn het programmaver-loop brandt het contro-lelampje Kreukbeveili-ging/Einde niet of deStart - toets knippertniet.Er staat geen stroom op het apparaat. Controleer of de stekker goed in het stopcontactzit. Controleer of de zekering in orde is.

Wat moet u doen, wanneer . . .41Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding Probleem Oorzaak en oplossingHet storingslampje Wa-terafvoer knippert en inhet display verschijnteen storingsnummer.De waterafvoer is geblokkeerd. Reinig pluizenfilter en filterhuis zoals beschreven inparagraaf: "Deur openen bij verstopte afvoer en/ofstroomuitval".De waterafvoerslang ligt te hoog. Bedenk dat de maximale opvoerhoogte 1 m is.Het storingslampje"Watertoevoer" knip-pert en in het displayverschijnt een storings-nummer.De watertoevoer is geblokkeerd. Draai de kraan open.Het zeefje in de watertoevoerslang is verstopt. Reinig het zeefje.De storingslampjes"Watertoevoer" en "Wa-terafvoer" knipperen enin het display verschijnteen storingsnummer.Het waterbeveiligingssysteem heeft gereageerd. Draai de waterkraan dicht.

Schakel de afdeling Klantcontacten van Miele Ne-derland in.In het programmaver-loop knipperen de con-trolelampjes "Inweken/Voorwassen" of "Spoe-len" en in het displayverschijnt een storings-nummer.Er is sprake van een defect. Start het programma nog een keer. Verschijnt de-zelfde foutmelding, schakel dan de afdeling Klant-contacten in.Schakel om de foutmelding uit te schakelen de wasautomaat met de - toets uiten draai de programmakeuzeschakelaar op stand .Einde

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Comment programmer le démarrage du lave linge quelques heures plus tard ?

  Eva Franssen - 23 Januari 2026

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele Classic WDA101 W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden