Mercedes-Benz C-Wagon (2005) Handleiding


Pagina's 204 Engels Auto

Bekijk de handleiding van Mercedes-Benz C-Wagon (2005) gratis online of download de PDF. 17 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Operator’s Manual
C-Class Wagon

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Mercedes-Benz
Categorie: Auto
Model: C-Wagon (2005)

Handleiding Mercedes-Benz C-Wagon (2005) – volledige tekst

1In de tekst v an de handleiding worden enk ele hoofdstukk en, die gegev ens v an bijzonder belang bev atten met betrekking tot de v eiligheid of de werking, gek enmerkt door diverse symbolen die de volgende betek enis hebben: OPMERKING BELANGRIJK verstrekt ade e gege e f a de e eleaa ll g phe gee daa eom te voorkomen dat de motor beschaof dat er schade veroorz aakt wor Het symbool wijst op een gev aar. Het niet nalev en v an de waarschuwing leidt tot mogelijk e letsels voor uzelf of derden en/of tot schade. 1. 2 REFERENTIES 1. 2. 1 Afbeeldingenzijn genummerd: 1, 2, 3, enzovoort. De componenten aangegev en in de afbeeldingen zijn gemarkeer d met de letters A, B, C , enz ov oort. Een ref erentie naar het component C in afbeelding 2 wordt aangege v en met het opschrift: “Zie afb. 2. C” of ge woon “(Afb. 2. C)”. De afbeeldingen zijn indicatief.

De eectieve onderdelen kunnen afwijk en ten opzichte van de af gebeelde onderdelen. 1. 2. 2 TitelsDe handleiding is in hoofdstukk en en paragraf en onderverdeeld. De titel van de paragraaf “2. 1 V oorbereiding” is een subtitel van “2. Veiligheidsnormen”. De ref erenties naar titels of paragr afen zijn aangegev en met de afk orting hfdst. of par. en het betreende nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2. 1”. 2. VEILIGHEIDSNORMEN 2. 1 VOORBEREIDING Lees dez e instructies aandachtigvooraleer de machine te gebruik en. Zorg dat u v ertrouwd bent met de commando's en met een geschikt gebruik van de machine. AAND A CHT. : LEEV OORALEER DE Mhandleiding om die laterNLINDICE 1. ALGEMENE INFORMA TIE 1. 2. VEILIGHEIDSNORMEN. 1 3. DE MACHINE KENNEN3. 3. 1 Beschrijving van de machine en beoogd gebruik. 3 3. 2 Veiligheidssignaleringen. 4 3. 3 Identicatie-etiket. 4 3. 4 Onderdelen v an de motor. 4 3.

Gedragsregels• Vooraleer reparaties, reinigingen, inspecties moto r uit zet te n en d e kab el ba n de b oug ie los ma ken (tenz ij in d e ins tr uct ie s expl ic iet andere aanwijzingen worden gegeven). • De d el en van d e moto r nie t aa nra ken, omd at di e ti jde ns he t geb ru ik er g he et worden. Gevaar voor brandwonden. Gebruiksbeperkingen• De m ach in e nie t geb ru iken a ls de beschermingen onvoldoende zijn of als de veiligheidsvoorzieningen niet correct geplaatst zijn. • De a anwe zig e veil igh ei ds syste men nie t uit sc hake len o f er mee k no eie n. • De a fste lli ng en van d e moto r ni et wij zig en, e n de mo tor ni et op e en te h oog toe ren tal b ren ge n. Ind ie n de mot or op een t e hoo g toe ren ta l dra ai t, ne emt h et ri sic o voo r lic ha mel ijke l ets el s toe. • Ge en s tar t v lo ei stoe n of an der e, analoge producten gebruiken.

• L aat d e mac hi ne ni et zi jwa ar ts over hel len zo dat e r br and stof u it de dop va n de t ank v an de m otor l oop t. • L aat d e mot or ni et zon der b oug ie d raa ie n 2. 4 ONDERHOUD, OPSLAEN TRANSPORTEen goed onderhoud uitvoeren en de machine correct opslaan komtde veiligheid van de machine ten goede. moeten worden ver vangen en mogen nooit gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet-originele en/of niet correct gemonteerde reserveonderdelen brengt de veiligheid van de machine in gevaar. Dit kan ongevallen en lichamelijke letsels veroorzaken en ontheft de constructeur van elke verplichting of verantwoordelijkheid. Onderhoud• In die n de t ank m oet wo rd en lee gg em aak t , mo et u di t in op enl uc ht doe n wan nee r de m otor i s afge koel d.

3brandstof met vrije vlammen, vonken of warmtebronnen in contact kunnen komen. Transport• Vervoer de machine met lege tank. 2. 5 ACCU / ACCULADER ( INDIEN V OORZIEN)BELANGRIJK De hierna volgende veiligheidsnormen v ervolledigen de veiligheids voorschriften die aangege ven zijn in de specieke handleiding van de accu en van de acculader die samen met de machine afgele verd w orden. • Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant geleverde acculaders. Een niet geschikte acculader kan leiden van de corrosieve vloeistof van de accu. • Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand. • Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes , muntstu kken, sleutels , spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken.

Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden. • Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakten zoals papier , stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken. • Tijdens het vervoer van de accu’ s, moet men er op letten dat de contacten onderling niet in contact komen, en dat er geen metalen houders gebruikt worden voor het vervoer. De milieubescherming moet een belangrijk, prioritair aspect zijn tijdens het gebruik van de machine, ten v oordele van de sociale samenleving en v an het milieu w aarin we le ven. V ermijd om een storend element te zijn ten ov erstaan van de bur en. Gebruik de machine enkel op r edelijke ur en (niet 's ochtends vroeg of 's a vonds laat w anneer dit andere personen zou kunnen stor en).

V olg nauwgezet de plaatselijk e normen voor het verwerk en v an de verpakking, v ersleten delen of eender welk element met een sterk e invloed op het milieu; Deze afv alstoen mogen niet zomaar wor den weggegooid, maar moeten gescheiden worden en naar de v oorziene inzamelcentra w orden gebracht, die zullen instaan voor de recy clage v an deze materialen. V olg nauwkeurig de lok ale normen op voor de afdanking v an het afval Gooi elektrische appelektrisch en elektrotoepassing ervan ovnationale wetge vinelektrische apparatuur avoor recy clagedoeleinapparatuur afgedankt win de ondergrond, kunnede waterlaag ber eiken eterecht k omen, met nadgezondheid en w elzijnde afdanking v an dit proinstantie die bev oegd ishet huishoudelijk afval oAan het einde van hun le v ensduur , moet men de accu's met de nodige zorg v oor het milieu afdank en.

De accu bev at materialen die ge vaarlijk zijn v oor U en voor de omge ving. Ze moet verwijderd wor den en gescheiden ingezameld wor den nalithium-ion-accu's aanvDe gescheiden inzamproducten en verpakrecycling en her gebmaterialen toe. Hegerecycled materiaavan het milieu te v oovermindert de vraag naa 2. 7 EMISSIESHet verbrandingspgiftige stoen zoals k oostikstofo xiden en kooDe controle ov er deze stze kunnen reager en op fdus op de directe bK oolmonoxide r eageeop blootstelling aan het zdesondanks als giftig woOnze machines zijn uitgemissiebeperkingssystbov engenoemde stoe 3. DE MA CHINE KENNEN 3. 1 BESCHRIJVING VEN BEOOGD GEBRUIK Deze machine is een eDe motor is een toestel wnormale werking en le vfactoren w orden bepaaexterne f actoren, ande.

aan de hand waarvan een bewuster gebruik van uw machine kan worden gemaakt. Ieder ander gebruik dat afwijkt van bovenstaande toepassingen, kan gevaarlijk zijn en schade voor personen en/of voorwerpen veroorzaken. BELANGRIJK Wanneer de machine oneigenlijk wordt gebruikt, vervalt de garantie en wijst de constructeur alle verantwoordelijkheid af; alle onkosten voor eigen schade of letsels of aan derden worden bijgevolg op de gebruiker verhaald. 3. 1. 1 T ype gebruikerdoor consumenten, dit betekent door niet-professionele bedieners. Het is bestemd voor “hobby-gebruik”. 3. 2 VEILIGHEIDSSIGNALERINGENOp de machine staan verschillende symbolen. Deze dienen om de bediener te herinneren aan de gedragsregels die gevolgd moeten worden, om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:Lebaar. 2 mitankeLedoo rword Lkoolmin gesGevaaafstavlakk 3.

3 IDENTIFICA TIE- ETIKETSchrijf het serienummer (S/n) van uw machine op in de voorziene ruimte van het etiket dat u op de achterkant van de omslag vindt. 3. 4 ONDERDELEN VAN DE MOTORDe machine bestaat uit de volgende belangrijkste onderdelen (afb. 1 ). A. Olievuldop met peilstok B. CarburatorF. G 3Devea) –Al s bij l age te mper atuu r gewer k t word t, ku nne n er zic h moe ilij khe den bij e en kou de st ar t voor doen. –Al s bij e rg ho ge tem pera tuur g ewerk t , word t kun nen e r zich m oei lijk hed en bi j een w arme s tar t vo ordo en ver oor za ak t doo r de ver damp ing va n de br ands tof in het b akj e van de c arbu rato r of in de p omp. –In i ede r geval m oet he t soor t oli e aan gep ast wo rden a an de gebruikstemperatuur. b) –He t ma xima le ver mog en van e en verbrandingsmotor neemt progressief af na arm ate de h oog te boven de ze espi ege l grote r word t.

5kwaliteit van minstens SF-SG. • Kies de SAE-viscositeitsgraad op basis van de tabel met technische gegevens. • Het gebruik van multigraad olie kan een dan vaker gecontroleerd worden. • Meng geen oliesoorten van verschillende merken of met verschillende kenmerken. • Het gebruik van SAE 30 olie bij temperaturen onder +5°C kan schade de smering niet voldoende is. 3. 8 LUCHTFIL TERDe eciëntie van de luchtlter is bepalend om te vermijden dat er zich restjes en stofdeeltjes door de motor worden aangezogen, waardoor de prestaties en de levensduur afnemen. • Zorg er voor dat het lterelement vrij van restjes blijft en altijd per fect eciënt is (par. 5. 6). • Indien nodig moet u het lterelement vervangen door een origineel reserveonderdeel Niet-compatibele lterelementen kunnen de eciëntie en de levensduur van de motor aantasten.

• Star t de motor nooit wanneer het lterelement niet correct gemonteerd is. 3. 9 BOUGIEDe bougies voor verbrandingsmotoren zijn niet allemaal gelijk. • Gebruik alleen bougies van het aangegeven type, voorzien van de juiste thermische gradatie. • Let op de lengte van het draadje; een te lang draadje kan de motor onherstelbaar beschadigen. • Controleer de reinheid en de correcte afstand tussen de elektroden (par. 5. 7) 4. GEBRUIKS VOORSCHRIFTEN 4. 1 VÓÓR IEDER GEBRUIKHet beste is om telkens een aantal controles te verrichten voordat de motor wordt gebruikt, om een goede werking te garanderen. 4. 1. 1 Controle van het oliepeil 1. Zet de machine horizontaal. 2. Reinig de zone rond de vuldop. 3. Schroef de dop (afb. 2. A) los, reinig het uiteinde van de peilstok (afb. 2.

Neem de dop met de peilstok opnieuw weg en controleer of het oliepeil tussen de twee streepjes «MIN» en «MAX» staat. 5. Indien nodig bijvullen met olie van dezelfde soort tot aan het «MAX»-niveau, let erop dat u geen olie naast de vuldop morst 6. Schroef de dop (afb. 2. A) weer volledig vast en verwijder elk spoor van eventueel gemorste olie. OPMERKING V ul geleidelijk bij door kleine hoeveelheden olie toe te voegen en controleer telkens het bereikte niveau. Niet bijvullen tot over het «MAX»-niveau Een te hoog peil kan volgende problemen veroorzaken:• rook bij de uitlaat;• verzuipen van de bougie of van de luchtlter , waardoor de motor moeilijk start. OPMERKING Houdt u aan de aanwijzingen in de tabel met technische gegevens voor de te gebruiken soort olie. 4. 1. 2 Controle van de luchtlterDe eciëntie van de conditie voor de correctde motor niet indien hetis of niet voldoende doo1.

Reinig de zone rode lter. 2. Verwijder het deksel (afb. 4. A) door de lipjes (afb. 4. B) los te haken; 3. Controleer de staat van het lterelement (afb. 4. C o 4. C. 1), dat intact, rein en in perfect wer-kende staat moet zijn; verricht er anders onder-houd aan of vervang het (zie 5. 6). 4. Monteer de afdekking (afb. 4. A) opnieuw. 4. 1. 3 Brandstof bijvullenDe handelingen om brandstof bij te vullen staan beschreven in de handleiding van de machine en worden hier enkel vermeld. Om brandstof bij te vullen: 1. Draai de brandstofdop (afb. 3. A) los, en verwijder hem. 2. Plaats de trechter in de opening. (afb. 3. B) 3. V ul met brandstof en neem daarna de trechter weg (afb. 3. B) 4. Op het einde van het bijvullen moet u de dop van de brandstof (afb. 3. A) goed aanschroeven en eventuele gemorste vloeistof wegnemen.

van de bougie geen sporen van vuil zijn. 4. 1. 5 Controle van de staat van de ladZie paragraaf 5. 3. 2 4. 2 STAR T VAN D E MOTO RHet opstarten van de motor moet plaatsvinden volgens de werkwijzen aangegeven in de handleiding van de machine; zorg er altijd voor om alle inrichtingen (indien voorzien) los te koppelen die de machine kunnen doen vooruitgaan of de motor kunnen doen stoppen. BELANGRIJK Niet werken op hellingen van meer dan 20°, om de correcte werking van de motor niet te beïnvloeden BELANGRIJK Voor de modellen met start via accu moet gecontroleerd worden dat de accu correct in de specieke zitting is geplaatst (par. 5. 3. 3) 4. 3 DE M OTOR OP H ET EI NDE VAN DE 1. Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de handleiding van de machine. 2. Wanneer de motor is afgekoeld, ontkoppelt u het kapje (afb. 5. A) van de bougie en neemt u de contactsleutel (indien voorzien) weg. 3.

Verwijder resten van de motor en in het bijzonder van de zone van de uitlaatdemper, om brandgevaar te vermijden. 4. 4 REINIGING EN OPSLAG• Ge bru ik ge en water str ale n of hog edr ukr ein iger s om d e buite nka nt van de m otor s cho on te ma ken. • Ge bru ik bi j voor keur ee n per slu chtp isto ol (max. 6 bar) ma ar ver mij d dat er resten en stof binnendringen. • St al de m ach ine (met de m otor) op e en droge, voldoende geventileerde plaats beschermd tegen weersomstandigheden. 4. 5 LANGDURIGE INACTIVITEITIndien u voorziet dat de motor langer dan 30 dagen niet gebruikt zal worden (bijvoorbeeld op het einde van het seizoen), moet u enkele voorzorgen nemen zodat de motor daarna zonder problemen opnieuw in dienst kan worden gesteld.

• Ver wijd er de b ougi e en gi et cir ca 3 cl z uiver e moto roli e in he t gat van d e bou gie; ter wi jl u het g at met e en vod d icht hou dt, la at u de st ar tmot or kor t st ar ten zod at de mot or enke le toe ren dr aai t en de o lie over h et inte rne opp er vl ak van d e cili nde r wordt ve rde eld. Mon teer te n slot te de b oug ie op nieu w, zond er het k apj e van de ka bel te m onte ren. 5. ONDERHOUD Elke poging om aan het emissiebeperkingssysteem te knoeien kan het emissieniveau tot boven de wettelijke limiet verhogen. Hieronder wordt verstaan het verwijderen of wijzigen van onderdelen zoals het inlaatsysteem, het brandstofsysteem en het uitlaatsysteem. 5. 1 ALGEMEEN De veiligheidsnormen die u tijdens de onderhoudswerkzaamheden moet volgen, staan beschreven in par. 2. 4.

Alle controles en onderhoudsinterventies moeten uitgevoerd worden terwijl de machine stilligt en de motor uit staat. Ontkoppel de bougie en lees de betreende instructies vooraleer een interventie voor reiniging of onderhoud aan te vatten. Trek geschikte kledij, handschoenen en een veiligheidsbril aan vooraleer onderhoudsinterventies uit te voeren. • De f requ ent ies en d e aar d van de inte r venti es zi jn sam eng evat in de “ Tabe l met onderhoudswerkzaamheden”. • He t gebr uik va n niet- or igi nel e reserveonderdelen en accessoires kan ne gati eve gevol gen h ebb en voor d e werk ing en de ve ili ghei d van de m ach ine. De constructeur wijst alle verantwoordelijkheid af in g eval van s cha de of let sel s vero or zaa kt d oor d eze pro duc ten. • De oorspronkelijke reser veonderdelen word en ge lever d doo r bevoe gde as sis tenti ece ntr a en doo r erke nde ver kope rs.

BELANGRIJK Aonderhoud en afstelling die niet in deze handleiding staan beschreven, moeten door uw verkoper of door een gespecialiseerd centrum worden uitgevoerd. 5.

7 OPMERKING Bij gebruik van de machine op zeer stoge ondergronden moeten de lters vaker worden schoongemaakt / vervangen. HandelingNa de eerste 5 werkurenIedere 5 werkurenof na ieder gebruikIedere 50 werkuren of op het einde van het seizoenIedere 100 werkurenControle van het oliepeil (par. 4. 1. 1) - - -√Verversing van de olie1 (par. 5. 4) √ √- -Reiniging van de geluiddemper en van de motor (par. 5. 5) - - -√Controle en reiniging van de lucht2(par. 5. 6) - - -√Vervanging van de luchtlter (par. 5. 6)3 ---√Controle van de bougie (par. 5. 7) - - -√ Bougie vervangen (par. 5. 7) √- - -Vervang de olie iedere 25 uur als de motor volledig belast of bij hoge temperaturen werkt. Maak de luchtlter vaker schoon als de machine in stoge zones werkt. Enkel voor het patroonlterelement. 5. 3 ACCU (INDIEN VOORZIEN)Het is fundamenteel om de accu zorgvuldig te onderhouden voor een duurzaam bestaan.

De accu van uw machine dient steeds te worden opgeladen:• bij het eerste gebruik na de aankoop van de machine;• alvorens elke langdurige periode van inactiviteit (meer dan 30 dagen) (par. 4. 5);• vóór de machine na een lange periode van stilstand opnieuw in gebruik te nemen. BELANGRIJK In geval van langdurig niet-gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen. Als deze procedures niet in acht worden genomen of als de accu niet wordt opgeladen, kan er zich onherstelbare schade voordoen aan de elementen van de accu. Een lege accu moet zo snel mogelijk opgeladen te worden. BELANGRIJK Het opladen mag enkel met de bijgeleverde acculader uitgevoerd worden (afb. 7. C). Andere oplaadsystemen kunnen de accu op een onherstelbare manier beschadigen. 5. 3.

C) aan een stopcontact, met een spanning die overeenstemt met wat aangegeven is op het plaatje van de acculader. • Zodra de accu is aangesloten, zal de controlelamp oplicht die aanduid dat de accu wordt opgeladen (afb. 7. F): als het licht rood is wordt opgeladen, als het groen wordt is de accu helemaal opgeladen. OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden zonder risico op beschadiging. 5. 3. 2 Controle van de staat van de lading van de accuDe accu is voorzien van een systeem waarmee de staat van de accu kan gecontroleerd worden (afb. 7. D). Druk op de knop (afb. 7.

E) zodat de lichten worden geactiveerd die de restlading van de accu aanduiden:• drie groene lichten en een rood licht: 100% tot 78% lading• twee groene lichten en een rood licht: 77% tot 55% lading• een groen lichten en een rood licht: 54% tot 33% lading• een rood licht: minder dan 32% restlading, laad zo snel mogelijk op. 5. 3. 3 Hermontage van de accu op de machineNa volledig opladen: 1. koppel de accu los van de acculader 2. ontkoppel de acculader (afb. 7. C) van het elektrisch netwerk; 3. plaats de accu (afb. 1. G) in de zitting en duw ze helemaal naar onder (afb. 6. B) tot een.

Houdt u aan de aanwsche gegevens voor de BELANGRIJK Laat de olie af terwijl de motor nog warm is, maar let erop de hete onderdelen van de motor of de afgelaten olie niet aan te raken.Wat het te aanwijzingen in het rel BELANGRIJK Laat de olie af terwijl de motor nog warm is, maar let erop de hete onderdelen van de motor of de afgelaten olie niet aan te raken.a) Zet de grasmaaier ob) Controleerc) Reinig de zd) Schroef de dop los e) Voorzie eenf) Leg de grg) Zet de mach) Controleerj) Doe de dopeventueel gemorste o 5.5 REINIGING VAN DE GELUIDDEEN VAN DE MO TORDe geluiddemper mowijl de motor koud is.

a) Verwijder b) Reinig dec) Ga met een 5.6 ONDERHOUD V AN DE LUCHTFIL TERHet lterelement moworden en moetbeschadigd.a) Reinig de4.B) los te hakec) Vd) Seen vod om te ve) Vals hieronder atypes.f) Mvan stof, afvniet in het aang) Pzitting en sluit h• FilterelemeHet lterelemzijn scheuren in BELANGRIJK Gebruik geen perslucht voor de reiniging v an het lterelement.– W as het lterelemewater en een reinigingsproduct en droog af met een schone doek.– Doordrenk het lterelement met 2 eetlepeschone moorolie en knijp hem enkele keren uit om de olie gelijkmatig te verdelen. – V erwijder evenolie met een schone doek.Bij vervanginlter geolied• Patroonlte– Ben afvalmater 5.7 CONTROLE EN ONDERHOV AN DE BO 1. Demonteer de bougie (afb. 10.A) met een stiftsl 2. Reinig de elektroden (afb .een metalen bokoolstofaansla 3. Controleer de correcte afstand tussen de elekmet een diktem 4.

Monteer de bougie (afb. 10.A) opnzet stevig vastV ervang de bougie als de elektroden verzijn of als de keramiek kapot of gebarsten is. Brandgevaar! Dniet controleren als de bougie niet in zijn zitting aangeschroefd is. BELANGRIJK Gebruik uitsluitend bougies van het aangege ven type (zie T abel met technische gegevens).

9 Geen brandstof ConOude brandstof en beMaak de tank leeg en giet verse brandstof erinOnjuiste startproceV oer het opstarten correct uit (par. 5.2 en par. 5.3)Bougie losgekoppeldControleer of het kapje goed op de bougie is vastgezet (par. 5.1.4)Bougie nat of elektrodbougie vuil of op onControleren (par. 6.6)Verstopte luchtlteOlie niet geschikt vooVerdamping van dein de carburator (vapowegens te hoge tempWacht enkele minuten en probeer daarna om opnieuw te starten (par. 5.3)Verbrandingsproble Accu leeg Laad de acAccu niet correct ge2. Onregelmatige werking.Elektrodes van de bouof niet op de juiste Controleren (par. 6.6)Kapje van de bougiegoed aangebrachtControleer of het kapje stabiel is aangebracht (par. 5.1.4)Verstopte luchtlteVerbrandingsprobleNeem contact op met een erkend servicecentrum 3.

Vermogenverlies tijdens het werken Verstopte luchtlteVerbrandingsprobleNeem contact op met een erkend servicecentrumIndien de problemen niet verdwijnen na het toepassen van de beschreven oplossingen, moet u met uw verkoper contact opnemen..

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Mercedes-Benz C-Wagon (2005) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden