Megger MFT1800 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Megger MFT1800 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Megger MFT1800 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Megger |
| Categorie: | Meetapparatuur |
| Model: | MFT1800 |
Handleiding Megger MFT1800 – volledige tekst
2Inhoud Veiligheidswaarschuwingen. 31. Inleiding. 42. Overzicht. 4 2. 1 Bedienigspaneel. 4 2. 2 Elektrisch en elektronisch afval. 6 2. 3 Vervangen van batterijen en zekeringen. 63. Bediening. 7 3. 1 Algemene bediening - alle modellen. 7 3. 2 Functies van de modusknop. 7 3. 3 Testen blokkeren. 74. Spanning, frequentie, stroom en temperatuur meten. 8 4. 1 Een spanningsmeting uitvoeren. 85. Continuiteit-/weerstandsmeting. 9 5. 1 Testsnoerweerstand op nul stellen (tot 9,99 ohm). 9 5. 2 Een continuiteitsmeting uitvoeren. 9 5. 3 Resultaten opslaan/downloaden (alleen de MFT1835). 9 5. 4 Continuiteitszoemer AAN/UIT. 9 5. 5 Geschakelde meetprobe (SP5). 9 5. 6 Alarmwaarde. 10 5. 7 Meetmethoden en foutmetingen. 106. Isolatieweerstand. 10 6. 1 Een isolatiemeting uitvoeren. 10 6. 2 Isolatietest vergrendelen. 10 6. 3 Meetmethoden en foutmetingen. 107. Impedantietest. 10 7. 1 Testen van lusimpedanite.
23 9. 4 Een meting uitvoeren - weerstandsmeting over drie aansluitingen. 24 9. 5 Een meting uitvoeren - weerstandsmeting over drie aansluitingen met ART (MFT1825, MFT1835). 24 9. 6 Penloze meting met twee klemmen - alleen MFT1835. 2510. Instelopties. 26Bijlage A - Testresultaten verzenden, opslaan, verwijderen en terughalen. 26Testresultaten opslaan in het interne geheugen. 27Testresultaten uit het interne geheugen verwijderen. 27Testresultaten bekijken. 27Opgeslagen testresultaten verzenden via Bluetooth. 27Bijlage B - Gegevens downloaden met Bluetooth®. 28Bijlage C - Definities van installatiecategorieën. 29Bijlage D - Veilige werkmethoden. 30Bijlage E - Reiniging en onderhoud. 30Bijlage F - Aardverspreidingsweerstandstests - Basisprincipes. 30Algemene specificaties. 32Reparatie en garantie. 35.
3 G VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGENDe volgende veiligheidswaarschuwingen en voorzorgsmaatregelen moeten gelezen worden en begrepen zijn voordat het instrument gebruikt wordt. Ze moeten in acht worden genomen tijdens het gebruikn Het geteste circuit moet uitgeschakeld, stroomloos en geïsoleerd zijn voordat de testaansluitingen worden gemaakt bij het uitvoeren van isolatie- en continuïteittest. n De continuïteit van beveiligingsgeleiders en geaarde potentiaalvereffening van nieuwe of gewijzigde installaties moeten worden gecontroleerd voordat een impedantietest, een ALS-test of aardingstest wordt uitgevoerd.
n Raak de ongeisoleerde delen van het circuit niet aan tijdens het testen omdat er gevaarlijke spanningen kunnen ontstaan vanwege een mogelijk defect in een installatie n Raak nooit de aardingspennen, testkabels en hun aansluitpunten aan (inclusief aansluitingen op het geteste aardingssysteem) wanneer zich een aardfout kan voordoen, tenzij geschikte voorzorgsmaatregelen zijn genomen. n De waarschuwing voor onder stroom staande circuits en automatische ontlading zijn aanvullende veiligheidsfuncties en mogen niet worden beschouwd als vervanging voor normale, veilige werkmethoden. n Verander nooit de stand van de draaiknop terwijl een test wordt uitgevoerd. n Gebruik het instrument nooit als instrument zichtbare schade vertoont of langere tijd onder ongunstige omstandigheden opgeborgen is geweest en sluit het nooit aan op een installatie.
n Gebruik het instrument niet en sluit het nooit aan op installatie wanneer het batterijvak of de behuizing open is of enig deel van de behuizing (inclusief het toetsenbord, de selectieschakelaar, het display etc. ) ontbreekt. n Koppel het instrument altijd los van de installatie wanneer de batterijen worden opgeladen of de zekering wordt vervangen. n Vervang nooit de oplaadbare batterijen in de MFT1835 door niet-oplaadbare “droge” batterijen om vervolgens te proberen deze op te laden. Dit kan leiden tot explosie of brand.
n Gebruik de met de MFT1835 meegeleverde laadapparatuur nooit in vochtige of natte omgevingen of buiten. Voor het laden moeten alle testsnoeren van het instrument worden verwijderd. n Na isolatietests moeten capacitieve circuits worden ontladen voordat de testkabels worden losgehaald. De isolatietest mag alleen worden vergrendeld wanneer er geen risico bestaat dat het circuit een capacitieve lading heeft. n Het instrument mag niet worden gebruikt wanneer er onderdeel ervan beschadigd is. n Testkabels, testpennen en krokodilklemmen moeten schoon zijn, in goede staat verkeren en mogen geen gebroken of beschadigde isolatie hebben. n Alle met het instrument meegeleverde testkabels zijn onderdeel van het meetcircuit van het instrument. Ze mogen op geen enkele manier worden aangepast of gewijzigd of worden gebruikt in combinatie met een ander instrument of apparaat.
n Een van de voedingskabel losgekomen stekker MOET worden vernietigd, aangezien een stekker met blootliggende geleiders in een stroomvoerend stopcontact gevaar oplevert. n Blijf tijdens het testen met de handen achter de beschermers van pennen/klemmen. n De Britse veiligheidsautoriteiten bevelen het gebruik van gezekerde testkabels aan voor het meten van de spanning op hoogspanningssystemen. n Vervangende zekeringen moeten van het juiste type zijn en de juiste waarde hebben. n Het niet gebruiken van een zekering met de juiste waarde zal bij overbelasting leiden tot schade aan het instrument. n Bij situaties waarin stroomvoerende aardverbindingen kunnen worden aangetroffen zijn speciale voorzorgsmaatregelen vereist: gebruik isolatieschakelaars en zekeringen (niet meegeleverd met het instrument).
n Alle betrokken personen moeten bekend zijn met de isolatie- en veiligheidsprocedures voor het betreffende systeem. Ze moeten erop worden gewezen dat de aardelektrode, testpennen, testkabels of hun aansluitpunten niet mogen worden aangeraakt wanneer er sprake kan zijn van stroomvoerende aardverbindingen. Aanbevolen wordt om rubberen handschoenen en schoenen met rubberen zolen te dragen en om op een rubberen mat te staan. n De geteste aardelektrode moet voordat het testen begint worden losgekoppeld van het circuit zodat er juist getest kan worden. Als dit niet mogelijk is, kan de ART-methode (Attached Rod Technique) worden gebruikt om de weerstand van de aardelektrode te meten. n Het instrument moet op het geteste systeem worden aangesloten via zekeringen met voldoende capaciteit voor de maximale foutspanningen en -stromen die in de installatie kunnen optreden.
OPMERKING: HET INSTRUMENT MAG UITSLUITEND WORDEN GEBRUIKT DOOR DAARVOOR OPGELEIDEEN VAKKUNDIGE PERSONENGebruikers van deze apparatuur en/of hun werkgevers worden erop gewezen dat ze, in overeenstemming met de gezondheidsen veiligheidsregels, geschikte risicobeoordelingen moeten uitvoeren bij alle werkzaamheden aan elektrische systemen, zodat mogelijke bronnen van gevaar en letsel zoals onverwachte kortsluitingen worden geïdentificeerd. Wanneer uit de beoordelingen blijkt dat er aanzienlijke risico’s zijn, moeten gezekerde testkabels worden gebruikt in overeenstemming met HSE-richtlijn GS38, “Elektrische testapparatuur voor gebruik door elektriciens”.
4Dit instrument heeft een interne beveiliging tegen elektrische schade bij gebruik voor het testen van elektrische laagspannings-apparatuur zoals omschreven in deze gebruikershandleiding. Bij gebruik op andere wijze dan omschreven in deze gebruikershand-lei-ding kunnen de beveiligingsfuncties onklaar raken met mogelijke risico’s voor de gebruiker en het instrument tot gevolg.Op het instrument worden de volgende symbolen gebruikt: G Gevaar: Lees de bijbehorende opmerkingen Maximaal 300 VAC CAT IV naar aarde Maximale nominale netspanning van 600 V Instrument beveiligd met 2 x F2A 600 V 50 kA zekeringen c Apparatuur voldoet aan huidige EU- richtlijnen Dit apparaat dient te worden ingeleverd bij klein chemisch afval De apparatuur voldoet aan de “C vereisten 12 VDC laadaansluiting 1. Inleiding Gefeliciteerd met uw aankoop van een originele Megger-multifunctionele.
MFT1800-serie is een compact instrument dat beschikt over alle functies die een elektricien nodig heeft voor het testen van huishoudelijke, zakelijke en industriële elektrische installaties. De MFT1800 serie is ontworpen om te voldoen aan Britse, Europese en internationale regels en standaards inzake elektrische bedrading en kunnen worden gebruikt op alle een- en driefasesystemen met een nominale spanning tot 300 VAC RMS naar aarde (massa).2. Overzicht2.1 BedieningspaneelZero knopModeDisplayLinkerdraalschakelaarRechterdraalschakelaarZero knopSetup selectieHold knopSetup selectiePotentiaalaanraakpuntDisplay verlichtingHold knopSetup selectieMeting opsiaan
52.1.1 DisplaySymbool Betekenis Symbool BetekenisTestfunctie vergrendeld of een indicatie dat een wijziging in de instellingen is opgeslagenGWaarschuwingsdriehoek - verwijzing naar deze gebruiker-shandleidingIndicatie nulinstelling meets-noerenZekering defectFase en nul verwisseld Batterij-indicatorAanduiding aanraakspanning>100 VGeeft aan dat de aardruis-spanning hoger is dan de meet-capaciteit van het instrument (testen wordt geblokkeerd)Zoemer ingeschakeldRp (Rs)Weerstand potentiaalpen (P electrode) overschrijdt de speci-ficaties.ALS-test in modus AUTORc (RH)Weerstand stroompen (C electrode) overschrijdt de speci-ficaties.Type AC ALS geselecteerdV Aardruisspanning voldoet aan de specificaties van de weerstandsmetingType A ALS geselecteerdV Aardruisspanning voldoet niet aan de specificaties van de weerstandsmetingType S ALS (type AC) geselecteerdV VCLAMP FoutType S ALS (type A) geselecteerdI ICLAMP FoutType B ALS geselecteerd Geschikt voor BluetoothSnelle of volledige oplopende foutstroom test geselecteerdTInstrument is te warm, laat het afkoelenInstrument voert een test uitRuis gedetecteerd in aardcircuitMeting van referentiecircuitCircuitmeting met automa-tische aftrek van Zref-waardeZMAXMeting van circuitimpendantie
6Displaysymbolen 2. 2 Elektrisch en elektronisch afvalWEEEDe op Megger-producten geeft aan dat het product aan het einde van zijn levensduur als chemisch afval moet worden verwijderd. Megger is in het Verenigd Koninkrijk geregistreerd als een producent van elektrische en elektronische apparatuur. Het registratie-num-mer is WEE/HE0146QT2. 3 Vervangen van batterijen en zekeringen Type batterijen: 6 x 1,5 V alkaline LR6 (AA) of NiMH HR6 oplaadbaar Type zekeringen: 2 x 2A (F) HBC 50 kA 600 VDe toestand van de batterijen wordt aangeduid door de volgende symbolen:Bij gebruik van NiMH oplaadbare batterijen kan de batterij-indicator daarvoor worden ingesteld. Zie hoofdstuk 10 INSTELOPTIES voor het wisselen tussen oplaadbare en alkalinebatterijen.
Bij de instelling voor NiMH-batterijen geeft de batterij-indicator NiMH weer onder het batterijstatussymbool, zoals hieronder weergegeven: (functie is beschikbaar op alle modellen). Om de batterijen of zekeringen te vervangen:Schakel het instrument uit. Koppel het instrument los van de elektrisch installatie. Verwijder het batterijdeksel uit de behuizing. Batterijen vervangen:a) Verwijder de oude batterijen en plaats nieuwe exemplaren. Let daarbij op de juiste polariteit zoals aangegeven op de batterijhouder. c) Plaats het batterijdeksel terug. Een onjuiste batterijpolariteit kan leiden tot lekken van elektrolyt, met schade aan het instrument tot gevolg. Zekeringen vervangena) Verwijder de zekeringen om de beurt en controleer of ze defect zijn. De defecte zekering moet worden vervangen door een 2 A (F) HBC 50 kA 600 V zekering.
Oplaadbare batterijen en batterijen opladenDe MFT1835 worden geleverd met oplaadbare NiMH-batterijen. Deze batterijen kunnen in het instrument worden opgeladen met be-hulp van de meegeleverde Megger-oplader. Om de batterijen op te laden:Controleer of de geplaatste batterijen van het oplaadbare NiMH-type zijn.
Sluit de 12 VDC stekker van de lader aan op de bus aan de voorzijde van het instrument met de aanduiding Waarschuwing: Tijdens het opladen van de batterijen mag niets aangesloten zijn op de instrumentaansluitingen en moet het instru-ment zijn uitgeschakeld. Waarschuwing: Probeer niet om niet-oplaadbare batterijen op te laden in de MFT1835. Dit kan resulteren in schade aan het instrument en persoonlijk letsel. Zorg bij het opladen van de batterijen in het instrument dat de omgevingstemperatuur tussen 4 ºC en 40 ºC ligt. Opmerking: De op Megger-producten geeft aan dat het product aan het einde van zijn levensduur niet als huisvuil mag worden verwijderd. Opgebruikte NiMH- en alkalinebatterijen zijn geklassificeerd als draagbare accu’s en moeten worden verwijderd volgens de lokale regel-geving.
7Megger is in het Verenigd Koninkrijk geregistreerd als een producent van batterijen. Het registratienummer is BPRN001423. Bediening3. 1 Algemene bediening - alle modellen3. 1. 1 InschakelenZet het meetinstrument aan in een gewenste stand. Het instrument voert interne zelftests uit en geeft vervolgens een testscherm weer, afhankelijk van de stand van de functieknoppen. 3. 1. 2 Uitschakelen Draai de linkerdraaiknop in de stand OFF. Het instrument schakelt zichzelf uit na 20 minuten* inactiviteit. Druk op een knop of draai aan een van de draaiknoppen om het instru-ment weer in te schakelen. * 2-minutenoptie in SETUP, zie hoofdstuk 10. 3. 1. 3 AchtergrondverlichtingDruk op de achtergrondverlichtingsknop. De achtergrondverlichting brandt gedurende 20 seconden. 3. 1. 4 TestknoppenDe testknoppen zijn links en rechts hetzelfde.
De knoppen hebben dezelfde functie, behalve wanneer dewordt weergegeven; in dat geval zijn de knoppen rechts een bladerfunctie. 3. 1. 4 Testknop vergrendelen Druk om de testknop te vergrendelen op een van de RODE testvergrendelingsknoppen met het symbool terwijl u de testknop inge-drukt houdt. Alswordt weergegeven, bieden de knoppen rechts een bladerfunctie. 3. 2 Functies van de modusknop De functie van de modusknop is afhankelijk van de geselecteerde testfunctie: Geselecteerde test Functie Opties Opmerkingen V/ºC Volts (mV model afhankelijk) Temperatuur vereist het gebruik Temperatuur van een passende meetsonde Continuïteit Zoemerfunctie Zoemer ANN Zoemt bij 1MΩ RSIO INSCHAKELEN/ Zoemer UIT Kan worden gewijzigd UITSCHAKELEN in SETUP. Zie hoofdstuk 10.
83. 3 Testen blokkerenElke testmodus heeft voorwaarden waarbij het testen wordt geblokkeerd, zoals hieronder aangegeven. 3. 3. 1 IsolatieweerstandDetectie van een circuitspanning boven 50 V (bij 25 V verschijnt een waarschuwing). 3. 3. 2 Continuïteit Detectie van een circuitspanning boven de door het instrument gebruikte spanning resulteert in testblokkering. 3. 3. 3 CircuitimpedantieAanraakspanning is hoger dan 50 V (of 25 V, afhankelijk van de instrumentconfiguratie)Voedingsspanning boven of onder het limitVoedingsfrequentie buiten de specificaties3. 3. 4 ALS-testsDe gedetecteerde of voorspelde aanraakspanning is hoger dan 50 V (of 25 V, afhankelijk van de instrumentconfiguratie)Voedingsspanning boven of onder het limitVoedingsfrequentie buiten de specificaties3. 3.
5 AardverspreidingstestsExterne spanning van meer dan 25 V aanwezigKabels niet aangesloten volgens de testvereistenPotentiaalelectrode niet binnen bereik (Rp)Stroomelectrode niet binnen bereik (Rc)Andere omstandigheden waarbij het testen wordt geblokkeerd zijn o. a. :3. 3. 6 Batterijen ontladenAls de batterijen zijn ontladen worden alle tests geblokkeerd, zie paragraaf 2. 3. 4. Spanning, frequentie, stroom en temperatuur meten 4. 1 Een spanningsmeting uitvoeren. 1 Zet de linkerdraaiknop op volt (De stand van de rechterdraaiknop is niet van belang). 2 Gebruik twee testsnoeren en verbind ze met de aansluitbussen L1 en L2 OF bij gebruik van shuko-meetsnoer SAI10: a. Voor metingen van spanning tussen fase en nul: sluit de rode connector aan op aansluiting L1 en de blauwe connector op aansluiting L2 b.
Bij modellen met een specifiek mV-bereik wordt de mV-modus geselecteerd met behulp van de modustoets . 4. 2 Frequentiemeting uitvoeren. 1 Wordt automatisch weergegeven bij aansluiting op een netspanning zoals beschreven in paragraaf 4. 14. 3 Faserotatie (niet bij de MFT1815)De weergave van faserotatie gebeurt automatisch wanneer alle drie testkabels zijn aangesloten op de 3-fasevoeding zoals hieronder aangegeven:. 1 Zet de linkerdraaiknop op volt (De stand van de rechter draaiknop is niet van belang). 2 Gebruik de drie losse testsnoeren en verbind L1 met Fase 1, L2 met Fase 2 en L3 met Fase 3. De MFT geeft L1 L2 L3 of L1 L3 L2 weer, afhankelijk van de richting van de faserotatie. 4. 4 Lekstroommeting Voor lekstroommeting wordt de optionele stroomklem (ICLAMP) gebruikt. 1 Zet bij de MFT1825 en MFT1835 de linkerdraaiknop op en de rechterdraaiknop op . 2 Sluit de klem aan op de aarde.
94. 5 Temperatuurmeting (niet bij MFT1815). 1 Sluit de thermokoppelomvormer aan op aansluitingen L1 (+ve) en L2 (-ve). 2 Druk op de modusknop m ºC te selecteren. (Door op de modusknop te drukken kan V, mV of ºC geselecteerd worden). 4. 6 Geschakelde meetprobeIn de V/mV/ºC-modus kunnen alle metingen behalve de temperatuurmeting worden uitgevoerd met de externe schakelaarpen. De tests verlopen automatisch, de testknop hoeft niet te worden ingedrukt. 1 Sluit de schakelaarpen aan op de schakelaarpenbus. De pen vervangt de standaard RODE testkabel en kan nu worden gebruikt als normale testpen. 5. Continuiteit-/weerstandsmetingBELANGRIJKBij de continuïteitstest geldt een automatisch bereik van 0,01 Ω tot 99,9 kΩ. Circuits tot 2 Ω worden getest op >200 mA. De continuïteitstest verloopt automatisch. De test begint zodra de kabels op een circuit zijn aangesloten.
De testknop kan ALLEEN gebruikt om de meetsnoeren te nullen. Waarschuwing: Zorg voordat u een continuïteitstest uitvoert dat de geteste circuits spanningloos is. SETUP biedt de volgende configuratieopties:n Positieve teststroomn Polariteit teststroomMet de Polariteit teststroom kan het circuit automatisch in beide richtingen worden getest, waarbij de hoogste gemeten waarde wordt weergegeven. Zie hoofdstuk 10 INSTELOPTIES. 5. 1 Testsnoerweerstand op nul stellen (tot 9,99 ohm) Voordat een continuïteitstest wordt uitgevoerd, moet de testsnoerweerstand worden genult zodat er geen extra weerstand aan het gemeten circuit wordt toegevoegd. Het op nul stellen hoeft niet voor elke test te worden herhaald. Periodiek moet worden gecontroleerd of er geen veranderingen zijn opgetreden of als er andere meetsnoeren gebruikt worden.
De waarde van de “nul weerstand” wordt ook bewaard wanneer de tester wordt uitgeschakeld. Houd de testpennen of -klemmen tegen elkaar om ze kort te sluiten en druk op de knop TEST. Het nulsymbool wordt weergegeven om aan te geven dat de kabels zijn genuld.
De nulwaarde wordt opgeslagen totdat opnieuw op de knop TEST wordt gedrukt. Om de nulwaarde te annuleren laat de testkabels los van elkaar en druk op de knop 5. 2 Een continuïteitsmeting uitvoeren. 1 Zet de linkerdraaiknop op het bereik . (De rechterdraaiknop mag niet in de stand staan. ). 2 Sluit twee testsnoeren aan op de aansluitingen L1 (+ve) en L2 (-ve) op het instrument. Er wordt nu automatisch een continuïteitsmeting uitgevoerd. OPMERKING: De metingen worden geblokkeerd wanneer: Een weerstand van > 99,9 kΩ aanwezig is Circuitspanningen van meer dan 4 V worden gedetecteerd. 5. 3 Resultaten opslaan/downloaden (alleen de MFT1835)Zie voor uitgebreide informatie bijlage B. Zodra het display een waarde weergeeft, wordt deze automatisch bewaard in het tijdelijke geheugen. Als de waarde niet wordt opge-slagen, wordt deze overschreven door de volgende meting.
Zie bijlage B voor het opslaan van dit resultaat of om het naar een met PowerSuite compatibel apparaat te sturen. 5. 4 Continuïteitstest zoemer AAN/UITDruk in het doorverbindingsbereik op de modusknop . Hiermee wisselt u tussen zoemer AAN en UIT. = Zoemer AAN Geen symbool = Zoemer UIT5. 5 Geschakelde meetprobe (SP5)In de modus DOORVERBINDING/WEERSTAND kunnen alle metingen worden uitgevoerd met de externe geschakelde meetprobe (SP5).
10De tests verlopen automatisch, de testknop hoeft niet te worden ingedrukt. 1 Sluit de geschakelde meetprobe aan op de L1 (+ve). De geschakelde meetprobe vervangt de standaard RODE. Voer de test uit zoals beschreven in paragraaf 5. 2 hierboven. 5. 6 AlarmwaardeAls de gemeten waarde onder de alarmwaarde ligt, gaat de zoemer af. De weerstand waarbij de zoemer stopt kan worden aangepast aan de specifieke testvereisten. Zie hoofdstuk 10 INSTELOPTIES in deze handleiding. Selecteerbare grenzen van 0,5 Ω, 1 Ω, 2 Ω, 5 Ω, 10 Ω, 20 Ω, 50 Ω, 100 Ω (afhankelijk van model) zijn beschikbaar. Deze instelling blijft bewaard, zelfs wanneer het instrument wordt uitgeschakeld. 5. 7 Meetmethoden en foutmetingenMeetmethodeVoor deze meting moet de kabelset met twee draden worden gebruikt.
Voor het meten van een weerstand van minder dan 2 Ω wordt een nominale gelijkstroomspanning van 4,4 V met een stroomlimiet van >200 mA gebruikt. Mogelijke foutmetingenDe meetresultaten kunnen worden beïnvloed door het volgende:n De aanwezigheid van parallel aangesloten circuitsn De aanwezigheid van wisselstroomspanningen in het gemeten circuitn Een slechte aansluiting op het geteste circuitn Onjuist op nul gestelde testkabelsn Gebruik van gezekerde kabels6. Isolatieweerstand BELANGRIJK:De isolatietest wordt beveiligd door een waarschuwing voor onder spanning staande circuits. Het testen wordt geblokkeerd bij detectie van een spanning van meer dan 50 V. Dit geldt ongeacht of de isolatietest op AAN is vergrendeld. 6. 1 Een isolatiemeting uitvoeren. 1 Zet de linkerdraaiknop op de vereiste spanning voor de isolatietest:.
2 Sluit twee testsnoeren aan op de aansluitingen L1 (+ve ) en L2 (-ve) op het instrument. 3 Druk om de test te starten op een van de knoppen TEST op het instrument en houd deze ingedrukt. Laat de testknop los zodra de weergeven waarde stabiel is. Het circuit wordt nu veilig ontladen.
Opmerking: Wanneer het 1000 V-bereik wordt gekozen en de testknop wordt ingedrukt, wordt een waarschuwing voor 1000 V weergegeven. 6. 2 Isolatietest vergrendelenHoud om een isolatietest te vergrendelen een van de twee knoppen TEST ingedrukt, en houd dan een van de RODE vergrendeling-sknoppen ingedrukt. Waarschuwing: In de vergrendelde toestand is de testspanning doorlopend aanwezig op de testpennen of krokodilklemmen. Druk om de vergrendeling van de isolatietest op te heffen op de knop TEST. Waarschuwing: Automatische ontlading - De automatische ontladingsfunctie zorgt dat het circuit automatisch en veilig wordtontladen na voltooiing van een isolatietest. Waarschuwing voor stroomvoerende circuits - Is actief bij aansluiting op onder spanning staande circuits >25 V. Het testen is nog toegestaan.
Testen geblokkeerd - Het testen wordt geblokkeerd bij onder spanning staande circuits met meer dan 50 V. 6. 3 Meetmethoden en foutmetingenMeetmethodeDe geselecteerde testspanning (stroom beperkt tot minder dan 2 mA DC) wordt uitgeoefend op het geteste circuit en de weerstand wordt berekend op basis van de metingen van de resulterende spanning en stroom. Bij capacitieve circuits kan het enige tijd duren voordat deze geladen zijn. Dit wordt weergegeven als een toenemende spanning waarbij het langer duurt om het maximum te bereiken dan normaal. De afleeswaarde is stabiel met een circuitcapacitantie van minder dan 5 µF. 7. Testen van lusimpedantieBELANGRIJK.
11Deze meting vereist dat beide keuzeknoppen in de modus voor het testen van lussen (GROEN BEREIK) ingesteld worden op de MFT1825 en 1835 of dat alleen de linkerknop ingesteld wordt op de 1815. Dit is een test op een circuit waar stroom op staat. Alle voorzorgsmaatregelen die relevant zijn voor werken op circuits die onder stroom staan, dienen te werken om de veiligheid van de gebruiker en ander personeel te verzekeren. Overzicht van de test op LUSIMPEDANTIEEen test op lusimpedantie is de meting van de impedantie van een circuit, terwijl het circuit nog onder elektrische stroom staat. In tegenstelling tot een continuïteitstest wordt bij een test op lusimpedantie een lading op het circuit toegepast en wordt de verandering in het circuitvoltage gemeten waarmee de “weerstand” van de lus wordt berekend.
Bij circuits die beschermd worden door een RCD moet de lading die tussen fase en aarde wordt aangesloten klein genoeg zijn om de RCD niet uit te schakelen. Als gevolg hiervan moeten er vele tests uitgevoerd worden om de impedantie van de lus van het circuit vast te stellen. Deze worden automatisch uitgevoerd en het eindresultaat wordt weergegeven. Meetsnoer met nullezing:Bij de MFT hoeft de weerstand van de meetsnoeren voor deze test niet op nul gezet te worden. Deze in het metingcircuit zijn al gekali-breerd op 0,07 Ω. Wanneer gezekerde meetsnoeren of meetsnoeren van derden gebruikt, kan de weerstand van deze snoeren anders zijn. In dit geval kunnen ze gemeten worden met behulp van de continuïteitstest en kan de weerstand gecompenseerd worden onder SETUP-opties. Zie sectie 10. Circuitaansluiting:De MFT is ontworpen om het L-PE en de L-N (en L-L) deel van het circuit te testen.
Door het L-PE bereik op de MFT te selecteren wordt het onder stroom naar aarde-circuit testen inschakeld, zoals hieronder wordt getoond:7. 1 Selectie bereik en meetsnoeren7. 1.
1 Fase naar aarde L-E circuits:De knop van het hoofdbereik en de meetsnoeren dienen zoals hieronder te worden aangesloten:L-PE geselecteerd Test uitgevoerd De knop aan de rechterkant moet ingesteld zijn op één van de vormen van bereik “RCD” of “Re”. Het aansluiten van het derde (blauwe) snoer maakt de drie inch draadlustest 3Lo mogelijk, zoals u hieronder ziet en maakt “detectie van omgekeerde polariteit” mogelijk. Testopties in de modus L-PE:In de modus L-PE biedt de MFT1800-serie drie soorten lustesten:3Lo – Een impedantietest van de lus met lage spanning met drie draden. Deze test vereist alle drie aansluitingen. Waar te gebruiken:Voor het uitvoeren van L-E metingen op circuits waar alle drie geleiders beschikbaar zijn EN het fase – aarde circuit beschermd wordt door RCD. VEREIST DAT ALLE DRIE MEETSNOEREN AANGESLOTEN ZIJN2Hi – Een test met hoge spanning met twee draden.
Een snelle test van 3-4 seconden met behulp van hoge teststromen. Waar te gebruiken:Op ALLE circuits behalve fase - aarde metingen op circuits die door RCD beschermd worden. 2Lo – Een test van een lus met lage spanning met twee draden voor L-E metingen, waarbij de derde geleider niet beschikbaar is. Waar te gebruiken:Op circuits die door RCD beschermd worden waarbij toegang tot alle drie geleiders niet mogelijk is.
12Opmerking: 2Lo is niet beschikbaar indien alle drie snoeren aangesloten zijn aangezien de 3Lo de geprefereerde meetmodus is.De testmodus selecteren:Om over te schakelen tussen de modi voor lustesten drukt u op de functie knop, zoals u hieronder ziet. De testmodus wordt zoals hieronder weergegeven: Standaard modus Eerstekeer drukken Tweede keer drukken Opmerking: RCD’s kunnen nog steeds uitgeschakeld worden wanneer ze een “niet-uitschakelen” lus-test uitvoeren indien er een bestaand hoog niveau van kortsluiting naar de aardegeleider stroomt of de RCD niet binnen de specificatie werkt.7.1.2 L-N of L-L circuits:L-N (of L-L) geselecteerd Test uitgevoerd Testopties in L-N (L-L) modusIn de modus L-N (L-L) biedt de MFT1800-serie drie soorten lustesten:2Hi – Een test met hoge spanning met twee draden.
13De MFT gebruikt automatisch de fase- en aardeklemmen. .2 Druk op de functietoets om de modus “2Hi” te selecteren. De RCD zal niet uitgeschakeld worden en daarom is het niet nodig de modi 3Lo en 2Lo te gebruiken. .3 Sluit meetsnoeren, zoals hieronder aan, met het rode testsnoer aangesloten op de rode (L1) klem op de MFT en het groene testsnoer aangesloten op de groene (L2) klem. .4 Druk op TEST om het testproces te starten. U kunt dit onder SETUP automatiseren zodat de test start wanneer contact gemaakt wordt met het circuit. Zie sectie 10 - Setup. .5 Wanneer de test voltooid is, zal de display de lusweerstand tonen op de grote segmenten van de display en de kortsluiting op de kleine segmenten van de display.Waarschuwing omgekeerde polariteit:Het derde meetsnoer kan aangesloten worden op neutraal (L3), maar wordt niet gebruikt bij de meting van ‘2Hi’ fase aarde.
Wanneer het derde snoer aangesloten is, zal de MFT, indien aanwezig, een faseneutrale omgekeerde aansluiting tonen.Er zal een waarschuwing worden weergegeven indien er storingen zijn in het circuit dat getest wordt tijdens het testproces. De display zal het symbool tonen. De aflezing van de impedantie van de lus kan vertekend worden door de interferentie van het circuit. Herhaal de test. 7.2.2 Zs- en Zdb-lusmetingen zonder een RCD – bijvoorbeeld Zs, Zdb, etc. .1 Stel de LINKER draaibereikknop in op het bereik .
14 .2 Druk op de functietoets om de modus “2Hi” te selecteren. .3 Sluit meetsnoeren, zoals hieronder aan, met het rode meetsnoer aangesloten op de rode (L1) klem op de MFT en het groene testsnoer aangesloten op de groene (L2) klem.Het blauwe (L3) meetsnoer kan aangesloten worden om waarschuwingen over “omgekeerde polariteit” in te schakelen. .4 Druk op ‘TEST’ om het testproces te starten. U kunt dit onder SETUP automatiseren, zodat de test start wanneer er contact gemaakt wordt met het circuit. Zie sectie 10 - Setup. .5 Wanneer de test voltooid is, zal de display de lusweerstand tonen op de grote segmenten van de display en de kortsluiting op de kleine segmenten van de display. 7.2.3 Metingen aardelus met een RCD in circuitLustesten L-N via een RCD met behulp van de testmodus 2Hi zal deze niet uitschakelen.
Het testen van fase naar aarde vereist echter een test die minder stroom heeft en het uitschakelen van de RCD voorkomt. Het is onmogelijk te garanderen dat een RCD niet uitgeschakeld zal worden. Indien er een risico bestaat dat hoort bij het uitschakelen van RCD, dan dienen er alternatieve methoden gebruikt te worden om het circuit te testen.
15Met behulp van drie draadsmeting – 3Lo .1 Stel de LINKER draaibereikknop in op het bereik . .2 Druk op de functietoets om de modus “3Lo” te selecteren. .3 Sluit meetsnoeren, zoals hieronder aan, met het rode meetsnoer aangesloten op de rode (L1) klem op de MFT, het groene testsnoer aangesloten op de groene (L2) klem en het blauwe meetsnoer op de blauwe (L3) klem. .4 Druk op ‘TEST’ om het testproces te starten. U kunt dit onder SETUP automatiseren, zodat de test start, wanneer er contact gemaakt wordt met het circuit. Zie sectie 10. .5 Wanneer de test voltooid is, zal de display de lusweerstand tonen op de grote segmenten van de display en de kortsluiting op de kleine segmenten van de display.Met behulp van tweedraads meting – 2Lo .1 Stel de LINKER draaibereikknop in op het bereik .
16 .2 Druk op de functietoets om de modus “2Lo” te selecteren. .3 Sluit meetsnoeren, zoals hieronder aan, met het rode meetsnoer aangesloten op de rode (L1) rode klem op de MFT, het groene testsnoer aangesloten op de groene (L2) klem. .4 Druk op TEST om het testproces te starten. .5 Wanneer de test voltooid is, zal de display de lusweerstand tonen op de grote segmenten van de display en de kortsluiting op de kleine segmenten van de display.7.3 Testen fase naar neutraal (of fase naar fase) Opmerking: Alleen de modus “2Hi” is in dit bereik beschikbaar. .1 Stel de LINKER draaibereikknop in op het bereik . .2 Sluit de meetsnoeren, zoals hieronder aan op het circuit, met het rode meetsnoer aangesloten op de rode (L1) klem op de MFT en het blauwe testsnoer aangesloten op de blauwe (L3) klem.
17 4. Druk de TEST-knop in en laat deze weer los om de test te starten. 5. Wanneer de test voltooid is, zal de display de lusweerstand tonen op de grote segmenten van de display en de kortsluiting op de kleine segmenten van de display.7.4 Berekening verwachte foutstroom en kortsluitstroom (PFC & PSCC)De verwachte foutstroom en kortsluitstroom van een circuit worden automatisch berekend, wanneer een lus-impedantietest uitgevoerd wordt.
De berekening gebruikt een nominaal circuitvoltage, niet het werkelijke circuitvoltage, en wordt weergegeven boven de meting van de lus-impedantie, zoals u hieronder ziet: De foutstroom wordt berekend met de uitdrukking:- PSCC of PFC = (nominaal voedingsvoltage in Volt/lusweerstand in OhmVoorbeeld PSCC of PFC = 230 V / 0,13 Ω = 1769 VA (weergegeven op de MFT als 1.77 kA)Het nominale voedingsvoltage dat gebruikt wordt in de berekening, wordt automatisch geselecteerd, afhankelijk van het werkelijk circuitvoltage. Het instrument gebruikt de volgende voltagewaarden:-Werkelijk gemeten voltage Nominaal voltage> 75 V 55 V>= 75 V en = 150 V en =300 V 400 V
187. 5 Meetmethoden en foutbronnen MeetmethodeTijdens een lustest meet het instrument het verschil tussen het ongeladen en geladen voedingsvoltage. Met dit verschil is het mogelijk om de lusweerstand te berekenen. De teststroom zal verschillen van 15 mA tot 5 A, afhankelijk van het voedingsvoltage en de lusweerstandswaarde. De voltageverlaging van een lading van 15 mA is uitzonderlijk klein en daarom voert het instrument veel metin-gen automatisch uit. Het duurt lang om de test te voltooien, gewoonlijk 20 seconden. Mogelijke foutbronnenDe aflezing hangt af van de stabiliteit van het voedingsvoltage tijdens de test. Daarom zou ruis, harmonisch of transiënt, die veroorzaakt wordt door andere apparatuur tijdens de test, een fout in de aflezing kunnen veroorzaken. Het instrument zal bepaalde ruisbronnen detecteren en de gebruiker waarschuwen.
Het wordt aanbevolen meer dan één test uit te voeren op het circuit om er zo voor te zorgen dat de gemeten waarde herhaald kan worden, vooral een 3Lo-meting uitgevoerd wordt. Capacitieve ladingen langs het fase-aardecircuit kunnen de nauwkeurigheid van de niet-uitschakelende lustest beïnvloeden. Daarom dient de P-E (niet-uitschakelen) lustest niet gebruikt te worden op de P-N circuits. Het aantal fouten kan verminderd worden door:-• De set snoeren met twee draden te gebruiken met pinnen en voor een goede aansluiting te zorgen naar schone geleiders. • Verscheidene tests uit te voeren en het gemiddelde te nemen. • Ervoor te zorgen dat mogelijke bronnen van ruis in de installatie geïsoleerd zijn (uitgeschakeld), bijvoorbeeld: automatisch ingeschakelde ladingen of motorcontrollers8.
Aardlekschakelaars (ALS’s) testenMet de MFT1700- en MFT1800-serie kunnen de volgende ALS-tests worden uitgevoerd:1/2I Niet uitschakeltijd test met de helft van de nominale ALS-aanspreekstroom gedurende 2 seconden, waarbij de ALS niet mag worden aangesproken. I Uitschakeltijd test met de nominale ALS-aanspreekstroom.
De uitschakeltijd wordt weergegeven2xI Uitschakeltijd test met 2x de nominale ALS-aanspreekstroom (alleen beschikbaar op de MFT1825 en MFT1835)5I Uitschakeltest met 5x de nominale ALS-aanspreekstroom. De uitsschakeltijd wordt weergegeven in milliseconden. 0 or 180° Sommige ALS’s zijn gevoelig voor de polariteit van de voeding, m. a. w. of de teststroom wordt uitgeoefend met het directe stijgen of dalen. Tests moeten daarom worden uitgevoerd met de polariteit 0° en 180°, waarbij de maximum tijd wordt vastgelegd. Ramptest Wordt gebruikt om de oplopende foutstroom van een ALS te controleren. Snelle ramptest Dit betreft een kortere test met minder stroomstappen dan de standaard ramptest. Hierdoor zijn aanzienlijk meer tests binnen een gegeven tijdsperiode mogelijk.
Met de MFT1800-serie kunnen de volgende typen ALS’s worden getest:AS, A, S en programmeerbaar (normaal gesproken een type A ALS met variabele uitschakeltijd)Met de MFT1825 en MFT1835 kunnen ook type B ALS’s worden getest. ALS-type AC A S BBeschrijvingWerkt alleen bij AC- aardlek-stromen Werkt bij AC-en gepulseerde DC-aardlekstromenSelectieve ALWerkt bij type AC met tijdvertraging of type A met tijdvertraging. Werkt bij AC-, gepulseerde DC- en vlakke DC-aardlek-stromen. Gebruiktesymbool OokToepassingAlgemene beveiliging van sinusoïdale AC-voedingen. Beveiligt tegen AC en gepulseerd DC (gelijkgericht AC). Voor gebruik voorbij een standaard AC-ALS om ALS-conflicten te voorkomen. d. w. z. Maakt voorrangsactivering van lokale ALS mogelijk. TIP: Onthoud “S” voor “trage activering”. Speciale toepassingen waar-bij beveiliging van DC- en AC-aardfouten kan worden aangetroffen.
198. 1 Een als-meting uitvoerenOPMERKINGEN:n Houd om 0º of 180º te selecteren de modusknop ingedrukt met het instrument in de ALS-testmodusn (N. B. Type B is alleen beschikbaar op de MFT1825 en MFT1835)n 10 mA en 30 mA ALS’s moeten worden getest op ½ x I, 1 x I en 5 x In Alle andere ALS’s hoeven alleen te worden getest op 1 x In I = nominale uitschakelstroom van de ALS n 2 x I alleen beschikbaar op de MFT1825 en MFT1835. 8. 2 Type ALS selecterenSelecteer met de rechterknop (rechterdraaiknop) de nominale uitschakelstroom van de ALS. Deze wordt aangegeven op de ALS (10 mA, 30 mA, 100 mA etc. )Selecteer het type ALS, ofwel AC, A, S of B door de modusknop in te drukken en gedurende 2 seconden VAST TE HOUDEN in de ALS-testmodus. Herhaal dit totdat het juiste type ALS wordt weergegeven. Zie de bovenstaande tabel voor de symbolen en be-schrijvingen.
Opmerking: Testen van type B ALS’s kan alleen met de MFT1825 en MFT1835. 8. 3 ½ x I nominale aanspreekstroom ALS (niet-aanspreektest). 1 Zet de LINKER draaiknop op het ALS-testbereik . 2 Zet de RECHTER draaiknop op de nominale aanspreekstroom van de geteste ALS = 30 mA etc. Zorg dat het display 0º weergeeft (zie hieronder):. 3 Verbind de faseaansluiting (L1) en aardeaansluiting (L2) van het instrument met de fase- en aardeaansluiting van de ALS (of de fase- en aardeaansluiting van het door de ALS beveiligde circuit). Gebruik de afzonderlijke kabels of shuko-meetsnoer . 4 Druk op de knop TEST. Het display moet een van de volgende weergeven:>1999ms = ALS heeft ½ x I (niet-uitschakeltest) test goedgekeur ”trp” = ALS aangesproken, ALS niet goedgekeurd. 5 Druk op de modusknop om 180º te selecteren. 6 Herhaal de bovenstaande test. De ALS mag bij geen van beide tests worden geactiveerd.
8. 4 1 x I nominale aanspreekstroom ALS (aanspreektest van een 30 mA ALS). 1 Zet de LINKER bereikdraaiknop op het ALS-testbereik . 2 Sluit het instrument aan zoals beschreven in paragraaf 8. 3 hierboven.
20. 5 Druk op de modusknop om 180º te selecteren. 6 Herhaal de bovenstaande test. Noteer de hoogste waarde van de twee. 8. 5 2 x I nominale aanspreekstroom ALS (aanspreektest van 30 mA ALS) – ALLEEN MFT1825 en MFT1835. 1 Herhaal de in paragraaf 8. 4 beschreven testprocedure maar met de LINKER draaiknop in het ALS-testbereik . 2 Druk op de modusknop mom 0º te selecteren. 3 Druk op de knop TEST. Het display moet een van de volgende weergeven:. ms* = ALS aangesproken>150ms = ALS NIET GOEDGEKEURD (niet aangesproken)* Elke waarde onder 150 ms geeft aan dat een ALS snel genoeg is aangesproken. 4 Druk op de modusknop om 180º te selecteren. 5 Herhaal de bovenstaande test. Noteer de hoogste waarde van de twee. 8. 6 5 x I nominale aanspreekstroom ALS (aanspreektest van 30 mA ALS) Herhaal de in paragraaf 8. 5 beschreven testprocedure maar met de LINKER draaiknop op het ALS-testbereik .
1 Druk op de modusknop om 0º te selecteren. 2 Druk op de knop TEST. Het display moet een van de volgende weergeven:. ms* = ALS aangesproken>40ms = ALS NIET GOEDGEKEURD (niet aangesproken)* Elke waarde onder 40 ms geeft aan dat een ALS snel genoeg is aangesproken. 3 Druk op de modusknop om 180º te selecteren. 4 Herhaal de bovenstaande test. Noteer de hoogste waarde van de twee. 8. 7 Ramptest (oplopende foutstroom)Met de ramptest wordt getest of de ALS wordt aangesproken tussen 1/2I en 1xI van de nominale aanspreekstroom. De duur van elke rampstap is korter dan de 300 ms die vereist zijn volgens EN 61557, waardoor deze test niet kan worden gebruikt wanneer overeen-stemming met EN61557 is vereist. Een meting uitvoeren. 1 Selecteer de toepasselijke nominale aanspreekstroom van de ALS met de rechter bereikdraaiknop = 30mA etc.
2 Selecteer de ramptest met de linker bereikdraaiknop en druk op de knop TEST. De ALS moet worden aangesproken en in het display moet de aanspreekstroom weergegeven in mA. Als de ALS niet wordt aangesproken, wordt >***mA weergegeven. 8.
8 Snelle ramptest (oplopende foutstroom (alleen MFT1800-serie)De snelle ramptest kan worden geselecteerd in Setup (zie hoofdstuk 10). Met de snelle ramptest wordt getest of de ALS wordt geactiveerd tussen 1/2I en 1xI van de nominale aanspreekstroom. Hierdoor kan sneller worden getest en kunnen hogere teststromen herhaaldelijk worden gebruikt zonder dat het instrument oververhit raakt. De duur van elke rampstap is korter dan de 300 ms die vereist zijn volgens EN 61557, waardoor deze test niet kan worden gebruikt wanneer overeenstemming met EN61557 is vereist. Het testen verloopt net zoals bij de normale ramptest. 8. 9 Type A (DC-gevoelige) ALS testen Type A ALS’s zijn gevoelig voor gepulseerde DC- en AC-foutstromen, en worden getest door middel van een gepulseerde golfvorm. De RMS-stroom is √2 x de nominale aanspreekstroom van de ALS.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Megger MFT1800 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Meetapparatuur Megger
Handleiding Meetapparatuur
Nieuwste handleidingen voor Meetapparatuur