Medion MD 37763 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Medion MD 37763 (124 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Medion MD 37763 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Medion |
| Categorie: | Vaatwasser |
| Model: | MD 37763 |
Handleiding Medion MD 37763 – volledige tekst
DEFRNLESITEN43Inhoudsopgave1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing. 441. 1. Betekenis van de symbolen. 442. Gebruiksdoel. 443. Veiligheidsvoorschriften. 454. Inhoud van de levering. 465. Onderdelen van het apparaat. 466. Mogelijke indicatoren. 477. Installatie. 477. 1. Opstellen en waterpas zetten. 477. 2. Wateraansluiting. 487. 3. Water handmatig vullen. 487. 4. Waterafvoer aansluiten. 497. 5. Aansluiting op het elektriciteitsnet. 508. Apparaat voorbereiden. 508. 1. Deur sluiten. 508. 2. Zoutreservoir vullen. 508. 3. Zoutverbruik instellen. 508. 4. Informatie over vaatwasmiddelen. 518. 5. Vaatwasmiddel toevoegen. 518. 6. Inruimen van het serviesgoed en het bestek. 528. 7. Algemene informatie/aanwijzingen om energie te besparen. 529. Vaatwasser gebruiken. 549. 1. Apparaat inschakelen. 549. 2. Extra spoelen/Extra drogen. 559. 3. Een ander programma selecteren. 559. 4.
441. Informatie over deze gebruiksaanwijzingHartelijk dank dat u voor ons product hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat. Lees de veiligheidsvoorschriften en de volledige gebruiks-aanwijzing aandachtig door voordat u het apparaat in ge-bruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht. Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik. Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook altijd deze gebruiksaanwijzing mee, omdat deze een essentieel onderdeel is van het product. 1. 1. Betekenis van de symbolenAls een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de vol-gende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst be-schreven gevaar worden vermeden om de daar beschre-ven mogelijke gevolgen te voorkomen. GEVAAR. Waarschuwing voor acuut levensgevaarWAARSCHUWING.
Waarschuwing voor mogelijk levensge-vaar en/of ernstig blijvend letselVOORZICHTIG. Waarschuwing voor mogelijk minder ern-stig of licht letsel. LET OP. Neem de instructies in acht om materiële schade te voorkomen. Meer informatie over het gebruik van het apparaatNeem de instructies in de gebruiksaanwij-zing in acht. Waarschuwing voor gevaar door een elek-trische schokWaarschuwing voor gevaar door explosie-gevaarlijke stoffen. Symbool voor wisselstroomGebruik binnenshuisApparaten met dit symbool zijn uitslui-tend geschikt voor gebruik binnenshuis. 2. GebruiksdoelDit apparaat mag alleen worden gebruikt voor het reini-gen van serviesgoed en bestek. Gebruik alleen serviesgoed dat geschikt is voor de vaatwasser. Let bij de aankoop van serviesgoed op aanduidingen als 'vaatwasserbestendig' of 'geschikt voor de vaatwasser'.
Het apparaat is niet bedoeld voor commercieel en indus-trieel gebruik. Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan dat waarvoor het bestemd is, de aansprakelijkheid komt te vervallen: Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en gebruik het niet in combinatie met hulp- of aan-bouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd. Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedge-keurde reserveonderdelen en accessoires. Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheids-voorschriften. Iedere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan letsel of materiële schade tot gevolg hebben.
DEFRNLESITEN453. VeiligheidsvoorschriftenBELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN – LEES DEZE AANDACHTIG DOOR EN BE-WAAR ZE VOOR LATER GEBRUIK. WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Er bestaat gevaar voor letsel door verkeerd gebruik. Bewaar het apparaat en de accessoires buiten het bereik van kinderen. Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelij-ke beperkingen of gebrek aan kennis en/of ervaring, mits iemand toezicht op hen houdt of hen instructie heeft gegeven hoe ze het apparaat veilig kunnen gebrui-ken en ze hebben begrepen welke geva-ren het gebruik van het apparaat met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet wor-den uitgevoerd door kinderen zonder dat er iemand toezicht op hen houdt.
Houd toezicht op kinderen die zich in de buurt van de vaatwasser bevinden. Er be-staat onder andere het gevaar dat kinde-ren zichzelf in de vaatwasser opsluiten. Het apparaat werkt met hoge watertem-peraturen. Vanwege de hoge temperatu-ren en de waterdamp die ontstaat, mogen kinderen het apparaat alleen gebruiken onder toezicht van volwassenen. WAARSCHUWING. Gevaar voor een elektrische schok. Er bestaat gevaar voor een elektri-sche schok door stroomvoerende onderdelen. Sluit het apparaat alleen aan op een vol-gens de voorschriften geïnstalleerd en goed bereikbaar stopcontact. De lokale netspanning moet overeenkomen met de technische gegevens van het apparaat. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van ten minste 10 ampère. Het apparaat wordt in- en uitgeschakeld met de -schakelaar.
De stroomvoorzie-ning wordt pas onderbroken wanneer u de stekker uit het stopcontact trekt. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toe-gankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Trek altijd aan de stekker en nooit aan het netsnoer. Wikkel het netsnoer helemaal af.
Voorkom dat er knikken in het netsnoer komen en dat het snoer ergens klem zit. Let op dat het netsnoer niet in contact komt met hete voorwerpen of oppervlak-ken (bijvoorbeeld kookplaten). Gebruik geen verlengsnoeren. Gebruik het apparaat niet als het apparaat zelf of het netsnoer zichtbaar beschadigd is of het apparaat is gevallen. Neem bij transportschade onmiddellijk contact op met het Service Center. Breng in geen geval op eigen initiatief ver-anderingen aan het apparaat aan en pro-beer niet om een onderdeel van het appa-raat zelf te openen en/of te repareren. Als het netsnoer van het apparaat bescha-digd raakt, moet dit door de fabrikant, de klantenservice van de fabrikant of iemand met vergelijkbare kwalificaties worden vervangen om risico’s te voorkomen. Open nooit de behuizing en steek geen voorwerpen in de ventilatieopeningen.
Het apparaat mag niet worden onderge-dompeld in water of andere vloeistoffen of onder stromend water worden gehouden en mag niet in vochtige ruimtes worden ge-bruikt, omdat dit een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Trek in de volgende situaties de stekker van het apparaat uit het stopcontact: – voordat u het apparaat reinigt of onder-houdt; – vóór het monteren en demonteren van accessoires;.
46 – bij onweer; – wanneer het apparaat vochtig of nat is geworden; – er niemand in de buurt is die het appa-raat in het oog kan houden; – wanneer u het apparaat niet meer ge-bruikt. Raak het apparaat of het netsnoer nooit aan met vochtige of natte handen. Gebruik het apparaat alleen in een be-schermde, droge ruimte.4. Inhoud van de leveringGEVAAR!Verstikkingsgevaar!Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of inade-men van kleine onderdelen of folie. Bewaar al het gebruikte verpakkingsmateriaal (zakken, stukken polystyreen enz.) buiten het bereik van kinde-ren. Laat kinderen niet met het verpakkingsmateriaal spe-len. Haal het product uit de verpakking en verwijder al het verpakkingsmateriaal.
Controleer of de levering volledig en onbeschadigd is, en neem binnen 14 dagen na aankoop contact met ons op als dat niet het geval is.Het door u gekochte pakket moet het volgende bevatten:• Minivaatwasser• Serviesrek• Bestekmand• Watertoevoerslang met slangaansluiting• Waterafvoerslang• Maatbeker• Babyflessenhouder• Beknopte gebruiksaanwijzingNa de productie is het apparaat met water getest. Het is normaal wanneer er wat water in het apparaat achterblijft.5. Onderdelen van het apparaat12345768910111213Afb. 1 – Voorkant1. Greep2. Bedieningspaneel3. Bovenste sproeiarm (in de binnenruimte)4. Onderste sproeiarm5. Filter6. Serviesrek7. maatbeker8. Babyflessenhouder9. Korf10. Vaatwasmiddelbakje11. Zoutreservoir12. Watertankopening met deksel13. Standsokkel
Als het apparaat onjuist wordt aangesloten, bestaat er ge-vaar voor elektrische schokken en materiële schade. Stroom en water mogen uitsluitend worden aangeslo-ten door iemand die daarvoor is gekwalificeerd. LET OP. Mogelijke materiële schade. Als het apparaat verkeerd wordt geïnstalleerd of gebruikt, bestaat er gevaar voor materiële schade en waterschade. Plaats het apparaat niet in ruimtes waar gevaar voor bevriezing bestaat. Als de leidingen springen, kan er aanzienlijke schade ontstaan. Het apparaat moet worden opgesteld op een vlakke, stabiele ondergrond die het eigen gewicht van het apparaat plus het gewicht van het daarin aanwezige serviesgoed kan dragen. Het apparaat is bedoeld voor gebruik als vrijstaand ap-paraat. Installeer het niet in een inbouwmeubel. Gebruik het apparaat uitsluitend binnenshuis. Stel het apparaat niet bloot aan extreme omstandig-heden.
Chemische additieven in meubelcoatings kunnen het materiaal van de pootjes van het apparaat aantasten en vlekken op het meubeloppervlak veroorzaken. Plaats het apparaat eventueel op een hitte- en vocht-bestendige ondergrond. 7. 1. Opstellen en waterpas ze en Plaats het apparaat op een stabiele, vlakke ondergrond in de buurt van een afvoer en een wateraansluiting: – op een tafel of werkblad – in een open kast. Let bij het opstellen op de afmetingen van het appa-raat:Hoogte 435 mmBreedte 420 mmDiepte (deur gesloten) 435 mmDiepte (deur geopend) 750 mm.
48420435435750Afb. 4 – Afmetingen van het apparaat Steek de stekker van het apparaat (24) pas in een vol-gens de voorschriften geïnstalleerd en vrij toegankelijk stopcontact als de watertoevoer en de -afvoer in orde zijn (zie het volgende hoofdstuk). 7. 2. WateraansluitingLET OP. Schade aan het apparaat. Wanneer het apparaat onjuist wordt aangesloten, kan het beschadigd raken. De slang mag niet geknikt zijn en moet zorgvuldig worden aangesloten. Wanneer de waterleidingen nieuw zijn of langere tijd niet zijn gebruikt, laat dan het water enige tijd stromen tot gewaarborgd is dat het water helder en vrij van verontreinigingen is. Wanneer deze voorzorgsmaatre-gel niet wordt uitgevoerd, bestaat het gevaar dat de watertoevoer verstopt en het apparaat beschadigd raakt. Gebruik als het apparaat ter vervanging van een oud apparaat is bedoeld nooit oude slangensets voor de aansluiting.
Sluit het apparaat aan met de meegelever-de nieuwe slangensets. Sluit het apparaat aan op een drinkwaterleiding met een watertemperatuur van maximaal 60 °C. Gebruik uitsluitend de meegeleverde of in deze ge-bruiksaanwijzing als geschikt omschreven accessoires. Let erop bij het aansluiten op het drinkwater dat u het apparaat met een veiligheidsinrichting tegen verontreini-ging van het drinkwater door terugstroming (conform DIN EN 1717) aansluit. Wij adviseren de installatie, inclusief de water- en elektrische aansluitingen en ook de reparaties door gekwalificeerd vakpersoneel te laten uitvoeren. Wanneer de meegeleverde slang niet op uw waterkraan past, neem dan contact op met uw sanitairdealer, waar u een adapter kunt aanschaffen. Afb. 5 – Waterslang aansluiten Sluit de watertoevoerslang (25) op een koudwaterkraan met 3/4"-schroefdraad aan (zie Afb. ).
U kunt de toevoerslang aansluiten op een warmwater-kraan, mits de watertemperatuur niet hoger wordt dan 60°C. De spoelduur wordt hierdoor met ca. 15 minuten verminderd.
Draai de slangaansluiting handvast aan. De waterslang is geschikt voor een waterdruk van circa 10 bar. Wij adviseren u om de watertoevoer na gebruik dicht te draaien, vooral wanneer uw huisaansluiting niet is voor-zien van een drukregelaar. 7. 3. Water handmatig vullenVoordat u water toevoegt, drukt u op de toets om de vaatwasser in te schakelen. Afb. 6 – Met water vullenIn de plaats van de watertoevoer via een waterkraan te gebruiken, kunt u het apparaat ook handmatig met water vullen (zie Afb. ). Er moet water worden bijgevuld zodra het waarschu-wingslampje brandt. Er zijn geluidssignalen te horen. Vul de maatbeker (7) met schoon leidingwater. Verwijder het watertankdeksel (12). Vul de watertank met het water (min. /max. 5 liter). Let erop dat u het water langzaam en voorzichtig in de vu-lopening giet, om morsen te voorkomen. Plaats het watertankdeksel.
DEFRNLESITEN497. 4. Waterafvoer aansluitenAfb. 7 – Aansluiting waterafvoerSluit de waterafvoerslang met de aansluiting voor de wa-terafvoer (26) aan de achterkant van het apparaat aan en bevestig deze met een klem (zieAfb. 7). U kunt de afvoerslang op verschillende manieren aanslui-ten: – door de slang met een speciale aansluiting te ver-binden met de afvoerpijp; – de slang in een afvoerpijp steken; – of door de slang in een wastafel/reservoir te steken. 7. 4. 1. Slang aansluiten op de sifon van de gootsteenAφ40mmBAfb. 8 – Sifonaansluiting Sluit de afvoerslang aan op de sifon (voor wasma-chines) van de afvoerpijp onder de gootsteen (zie Afb. 8). Zorg voor voldoende verval van de wateraf-voerslang. Het apparaat moet minstens 4 cm boven de afvoer worden geplaatst.
Bij de aansluiting op een sifon hebt u afhankelijk van de uitvoering van de sifon een adapterstuk nodig voor het aansluiten van de afvoerslang. Deze is in de vakhandel verkrijgbaar. Afb. 9 – Slangverbinding beveiligen Maak het uiteinde van de slang zo vast dat hij niet kan wegglijden (zie Afb. 9). 7. 4. 2. Slang in een afvoerpijp stekenLET OP. Mogelijke materiële schade. Als er onbedoeld water uit het apparaat naar buiten komt, kan er materiële schade ontstaan. Zorg ervoor dat de afvoerslang in ieder geval op een hoogte van 60 cm in de afvoer komt te zitten, omdat anders de pomp minder goed werkt. Het uiteinde van de slang mag nooit in het water lig-gen. Let erop dat er geen knikken in de toevoer- en afvoer-slang komen en dat ze nergens klem zitten. U kunt de afvoerslang ook in een afvoerpijp steken.
Hang de slang zo in de afvoerpijp dat hij niet kan los-raken en dat het water ongehinderd direct naar bene-den loopt. De afvoerslang kan met maximaal 100 cm worden verlengd. Gebruik een verlengstuk met een binnendi-ameter die minimaal gelijk is aan de diameter van de oorspronkelijke slang en een passend koppelstuk.
50Afb. 11 – In een bak leiden Hang het uiteinde van de afvoerslang in een wastafel (zie Afb. 10) of een voldoende grote bak (zie Afb. 11). Zorg voor voldoende verval van de waterafvoerslang. Het apparaat moet minstens 4 cm boven de wastafel/het reservoir worden geplaatst. Gebruik bijvoorbeeld een bevestigingsbeugel of een slangdoorvoer met zuignap (niet meegeleverd) om de afvoerslang op te hangen, zodat deze stevig vastzit. 7. 5. Aansluiting op het elektriciteitsnet Na installatie van de wateraansluiting en de wateraf-voer steekt u de stekker (24) in een stopcontact. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losge-koppeld van het elektriciteitsnet. 8. Apparaat voorbereidenAfb. 12 – Deur openen Trek aan de greep (1) om de deur te openen. Klap de deur volledig open (zie Afb. 12).
Als de deur wordt geopend terwijl het apparaat aanstaat, wordt het afwasprogramma automatisch onderbroken. 8. 1. Deur sluiten Schuif het serviesrek (6) helemaal in het apparaat. Duw tegen de deur totdat u deze hoort vastklikken. 8. 2. Zoutreservoir vullenVaatwasserzout (regenereerzout) wordt gebruikt om wa-ter met een hardheid vanaf 1-2 ('gemiddeld') te ontharden. Gebruik altijd voldoende vaatwasserzout. LET OP. Mogelijke materiële schade. Bij gebruik van verkeerd zout kan het apparaat bescha-digd raken. Gebruik altijd vaatwasserzout/regenereerzout dat ge-schikt is voor vaatwassers. Normaal keukenzout is niet geschikt en kan het appa-raat beschadigen. Afb. 13 – Zout vullen Verwijder de servieskorf (6) en draai de dop van het zoutreservoir (11). Giet voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt ca. 1 l water in het zoutreservoir (zie Afb. 13).
Vul met een passend hulpmiddel, zoals bijv. een trechter, 130 g vaatwasserzout in de opening van het zoutreservoir (11). Het is normaal dat er water uit het zoutreservoir komt.
Draai na het vullen van het reservoir de dop vast door deze rechtsom te draaien (zie Afb. 13). Om schade aan het apparaat te vermijden, moet direct na het vullen met zout een snelprogramma worden gestart zonder vaat en vaatwasmiddel. (zie hoofdstuk “9. 6. Spoelprogramma kiezen” op blz. 55). Als het waarschuwingslampje voor zout gaat branden, moet het zoutreservoir (11) worden bijgevuld. Nadat het zoutverbruik conform “8. 3. Zoutverbruik instellen” op blz. 50 is ingesteld en het zoutreservoir (11) gevuld is, gaat het waarschuwingslampje voor zout uit. 8. 3. Zoutverbruik instellenOm goede wasresultaten te bereiken, heeft de vaatwasser kalkarm water nodig. Door het doseren van regenereer-zout wordt met behulp van de onthardingsinstallatie de benodigde waterhardheid bereikt.
Om de goede werking van de onthardingsinstallatie te behouden, wordt regel-matig een regeneratie uitgevoerd, die tijdens dit proces extra water- en energieverbruik veroorzaakt (zie tabel hierna). Stel afhankelijk van de lokale waterhardheid het beno-digde zoutverbruik in. Kijk in de onderstaande tabel welke instelling voor uw lokale waterhardheid nodig is.
DEFRNLESITEN51WaterhardheidZoutverbruikP indrukkenLampjeRegeneratie bij Xe programmaver-loop*dH(Duitse hard-heid)mmol/l(millimol per liter)0-5 0-0,94 1 x H1 –6-11 1,0-2,0 2 x H2 1012-17 2,1-3,0 3 x(fabrieksin-stelling)H3 518-22 3,1-4,0 4 x H4 323-34 4,1-6,0 5 x H5 235-55 6,1-9,8 6 x H6 1* Bij de uitvoering van de regeneratie tijdens een programma is bovendien 2l water nodig, is het energieverbruik 0,01kWh hoger en duurt het programma 4minuten langer. Sluit de deur van het apparaat. Druk op de toets (23) om het apparaat in te schake-len en instellingen vast te leggen. Druk binnen 60 seconden op de toets P (22) en houd deze ca. 5 ingedrukt. Druk vervolgens meerdere keren op de toets Pvolgens de tabel hierboven om het zoutverbruik in te stellen. Druk meerdere keren op de toets P (22) tot de vereiste waterhardheid (H1, H2, H3, H4, H5 of H6) is ingesteld.
Als er nog eens 5 seconden lang niet op een toets wordt gedrukt, is de instelling opgeslagen. 8. 4. Informatie over vaatwasmiddelen8. 4. 1. Soorten vaatwasmiddelenVaatwasmiddel zorgt ervoor dat vuil van serviesgoed en bestek wordt losgeweekt en wordt verwijderd. Gebruik alleen reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor de vaat-wasser. Er zijn drie soorten vaatwasmiddelen:• vaatwasmiddelen met fosfaat en chloor• vaatwasmiddelen met fosfaat en zonder chloor• vaatwasmiddelen zonder fosfaat en zonder chloorMeestal bevatten vaatwasmiddelen in poedervorm geen fosfaat. Fosfaat maakt water zachter, dus poeder dat geen fosfaat bevat, heeft deze werking niet. Vul daarom bij gebruik van een fosfaatvrij vaatwasmid-del het zoutreservoir met vaatwasserzout (zie hoofd-stuk “8. 2. Zoutreservoir vullen” op blz. 50).
Als een fosfaatvrij vaatwasmiddel wordt gebruikt, ver-hoogt u de dosis vaatwasmiddel om water vlekken op serviesgoed en glazen te voorkomen. Vaatwasmiddelen met chloor bleken het serviesgoed enigszins. Zonder chloor worden kleurvlekken en randen minder goed verwijderd.
Kies in dit geval voor een afwasprogramma met een hogere temperatuur. 8. 4. 2. Geconcentreerde vaatwasmiddelenAfhankelijk van de chemische samenstelling zijn er twee soorten:• conventionele, alkalische vaatwasmiddelen met bij-tende bestanddelen;• vaatwasmiddelen met een laag alkaligehalte en na-tuurlijke enzymen. Een 'normaal' afwasprogramma in combinatie met een geconcentreerd vaatwasmiddel vermindert de water-verontreiniging en is beter voor het serviesgoed. Deze afwasprogramma's zijn ontwikkeld om vuil optimaal te verwijderen en kunnen met een geconcentreerd vaat-wasmiddel hetzelfde resultaat bereiken als een 'intensief' programma. 8. 4. 3. Vaatwastable enDe verschillende bestanddelen van vaatwastabletten (bij-voorbeeld bij 3-in-1-tabletten, glansspoelmiddel en zout) lossen achter elkaar op.
Door de combinatie van verschil-lende bestanddelen is een apart glansspoelmiddel en/of zout niet meer nodig. Bij korte programma's is het mogelijk dat grotere vaatwas-tabletten niet helemaal oplossen. Let erop dat de tablet-ten geschikt zijn voor het gekozen afwasprogramma en neem de instructies van de fabrikant in acht. 8. 5. Vaatwasmiddel toevoegenGEVAAR. Gevaar voor brandwonden. Vaatwasmiddelen zijn chemische producten die scherpe en bijtende stoffen bevatten. Er bestaat gevaar voor letsel. Reinigingsmiddelen voor vaatwassers zijn sterk alkalisch. Het inslikken ervan is zeer gevaarlijk en kan brandwonden tot gevolg hebben. Vermijd contact met de ogen en de huid. Houd reinigingsmiddelen altijd buiten het bereik van kinderen. Houd kinderen uit de buurt van de geopende deur van het apparaat. Er kan zich reinigingsmiddel in het appa-raat bevinden.
Vul altijd pas direct vóór de start van het afwaspro-gramma het bakje voor vaatwasmiddel met vaatwas-middel. LET OP. Mogelijke materiële schade. Verkeerde reinigingsmiddelen kunnen het apparaat be-schadigen.
Gebruik uitsluitend afwasmiddel en glansspoelmiddel dat geschikt is voor het gebruik in vaatwassers. Ge-bruik geen zeep, wasmiddel of handwasmiddel. Vóór elk afwasprogramma moet er vaatwasmiddel in het apparaat worden gedaan. Gebruik nooit meer vaatwas-middel dan wordt aangegeven in de tabel in hoofdstuk “9. 6. Spoelprogramma kiezen” op blz. 55.
52Voor dit apparaat is er doorgaans minder vaatwasmiddel nodig dan voor een traditionele vaatwasser. Een eetlepel vaatwasmiddel is meestal voldoende om een volledige lading serviesgoed af te wassen. Afhankelijk van hoe vuil het serviesgoed is, kan er ook meer vaatwasmiddel nodig zijn. Doe het vaatwasmiddel altijd pas in het apparaat vlak voordat u het aanzet, zodat het poeder niet vochtig wordt en later goed oplost. Open de deur van het apparaat. Afb. 14 – Vaatwasmiddel toevoegen Doe vaatwaspoeder of een vaatwastablet in het met het symbool gemarkeerde doseervak (10). Voor de beste reinigingsresultaten wordt het gebruik van vaatwastabletten met glansspoelmiddel aanbevolen. 8. 6. Inruimen van het serviesgoed en het bestekWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Er bestaat gevaar voor letsel door scherpe voorwerpen.
Messen en andere gebruiksvoorwerpen met een scherpe punt moeten met de punt horizontaal in het mandje worden geplaatst. LET OP. Mogelijke materiële schade. Verkeerde belading kan schade toebrengen aan het ser-viesgoed. Gebruik alleen serviesgoed dat geschikt is voor de vaatwasser. Let bij de aankoop van serviesgoed op aanduidingen als 'vaatwasserbestendig' of 'geschikt voor de vaatwasser'. Zorg ervoor dat serviesgoed van kunststof tijdens het gebruik niet met het verwarmingselement in aanra-king komt. Het apparaat is ontworpen voor een servies voor 2 per-sonen (ø 24 cm). Plaats niet te veel serviesgoed in het apparaat. 8. 7. Algemene informatie/aanwijzingen om energie te besparen Gebruik alleen serviesgoed en bestek dat geschikt is voor de vaatwasser. Let bij de aankoop van servies-goed op aanduidingen als 'vaatwasserbestendig' of 'geschikt voor de vaatwasser'.
Gebruik een mild vaatwasmiddel dat ook geschikt is voor gevoelig serviesgoed. Verwijder grotere etensresten van het serviesgoed en week ingedroogde etensresten (bijvoorbeeld op-gedroogd ijs of spinazie) in.
Het is niet nodig om het serviesgoed voor het afwassen onder stromend water af te spoelen. Het vooraf afspoelen van servies leidt tot een hoger water- en energieverbruik en wordt afgera-den. Afb. 15 – Voedselresten verwijderen Om beschadigingen van glas of bestek te voorkomen, kunt u dit het beste niet direct na afloop van het af-wasprogramma uit de vaatwasser halen. Laat het ser-viesgoed eerst wat afkoelen. Plaats holle voorwerpen zoals kopjes, glazen, pannen enzovoort met de opening naar beneden, zodat er geen water in kan blijven staan. Serviesgoed mag niet in elkaar of over ander servies-goed heen worden geplaatst. Zet groot serviesgoed in het serviesrek (6). Door de vaatwasser volledig te vullen bespaart u ener-gie en water. Voor een optimaal resultaat moet u de vaatwasser niet te vol doen.
Voor het wassen van servies en bestek in een vaatwas-ser is in de gebruiksfase over het algemeen minder energie en water nodig dan voor het afwassen met de hand. Dit geldt onder voorwaarde dat de vaatwasser wordt gebruikt volgens de gebruiksaanwijzing. Selecteer een programma dat past bij het soort ser-viesgoed en bij de vervuilingsgraad ervan. Gebruik minder vaatwasmiddel als de servies- en be-stekkorven maar half vol zijn. 8. 7. 1. Ongeschikt of onder voorwaarden geschikt serviesgoedOngeschikt serviesgoed• serviesgoed met elementen van hout, hoorn of parel-moer• niet-hittebestendige kunststof voorwerpen• gelijmd serviesgoed• tinnen serviesgoed• kristalglas• niet-roestvrijstalen voorwerpen.
DEFRNLESITEN53Onder voorwaarden geschikt serviesgoed• Bepaalde glassoorten kunnen na vaak afwassen in de vaatwasser dof worden• Zilveren en aluminium onderdelen kunnen kleur ver-liezen• Geglazuurde decoraties kunnen na een groot aantal afwasbeurten vervagen8.7.2. Inruim voorbeeld voor serviesgoedAfb. 16 – Serviesrek laden Ruim het serviesrek (6) in zoals in het voorbeeld Afb. . De pijl geeft aan in welke richting het rek in het apparaat wordt geschoven. Voor een optimaal reinigingsresultaat zet u het ser-viesgoed op de plaatsen in de vaatwasser die daarvoor bedoeld zijn. 185123 46772 2Afb. 17 – Optimale belading serviesrek1. Dessertbord2. Dessertkom3. Schoteltje4. Beker5. Kopje6. Glas7. SoepbordAfb. 18 – Houder omhooggeklaptAls de houders voor borden niet nodig zijn, kunnen deze naar beneden worden geklapt om ruimte te maken voor bijvoorbeeld pannen (zie Afb. ).Afb.
548. 7. 4. Babyfl essenhouderabAfb. 21 – Babyfleshouder gebruikenVoor de reiniging van babyflessen plaats u de babyfles-senhouder (8) in het serviesrek en plaatst u de flessen met de opening naar beneden in de opening van het mandje (a) (zieAfb. 21). Plaats het deksel en de fopspeen van de babyfles op de dekselhouder (b). 9. Vaatwasser gebruikenVOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. Wanneer het apparaat verkeerd wordt gebruikt, bestaat er gevaar voor letsel. Sluit na het uitruimen altijd de deur van het apparaat om te voorkomen dat er iemand over de geopende deur struikelt. Zet geen zware voorwerpen op de deur als deze geo-pend is. Hierdoor zou het apparaat naar voren kunnen kantelen. VOORZICHTIG. Gevaar voor brandwonden. Er bestaat gevaar voor brandwonden door het aanraken van hete oppervlakken.
Als de deur tijdens een programma wordt geopend, kan er heet water of hete stoom naar buiten komen, waardoor u brandwonden kunt oplopen. Laat het apparaat afkoelen voordat u het uitruimt. Raak het verwarmingselement van de vaatwasser tij-dens of direct na het gebruik niet aan. Neem de vaatwasser pas in gebruik als de deur goed is gesloten. Open de deur van de vaatwasser niet direct helemaal, maar wacht circa 3 seconden totdat de sproeiarm niet meer draait en open de deur dan pas. PAfb. 22 – Afvoer vaatwasser gebruiken9. 1. Apparaat inschakelenOm het apparaat te starten, gaat u als volgt te werk: Doe afhankelijk van het gewenste programma vaat-wasmiddel en eventueel zout in het apparaat. Ruim de servies- en bestekkorf (6) in (zie hoofdstuk “8. 6. Inruimen van het serviesgoed en het bestek” op blz. 52) en schuif de servieskorf in de vaatwasser.
Steek de netstekker (24) in een stopcontact. Draai de watertoevoer helemaal open of vul de watertank handmatig. Druk de toets (23) in om het apparaat in te schake-len. Het programma P1 knippert en wordt afwisselend met de programmaduur weergegeven.
Druk meerdere keren op de programmakeuzetoets P (22) om het gewenste programma P1, P2 of P3 te kiezen of druk op de toets (16) voor het reinigingspro-gramma glas, de toets (17) voor het reinigingspro-gramma babyflessen of de toets (18) voor het korte programma (zie “9. 6. Spoelprogramma kiezen” op blz. 55). Bij het korte programma kunt u tussen heet (1x indrukken) en koud spoelen (2x indrukken) kiezen. U kunt bij de programma's een extra spoel- en/of droogprogramma inschakelen. Druk op de toets / (21) (zie ook “9. 2. Extra spoelen/Extra drogen”). Het controlelampje van het gekozen programma gaat branden. Druk de toets (15) in om het programma te starten.
Terwijl het programma loopt, wordt op het display de ac-tuele status weergegeven:• Segmentindicatie toont "-:--" – het apparaat bevindt zich in de stand-bymodus• Segmentindicatie toont "H:MM" – het programma is onderbroken• Segmentindicatie toont "H:MM" en knippert – het pro-gramma loopt• Segmentindicatie toont "END" – programma afgeslo-tenAls u tijdens een programma de toets indrukt, wordt het programma onderbroken. Het apparaat geeft eens per minuut een geluidssignaal. Druk opnieuw op de toets om het programma voort te zetten. Het programma gaat na circa 10 secon-den verder.
DEFRNLESITEN559. 2. Extra spoelen/Extra drogenDruk op de toets / nadat u het gewenste program-ma hebt ingesteld om een extra spoel- en/of een droog-programma te laten uitvoeren. De volgende functies zijn mogelijk:P1 1x indruk-kenExtra spoelen2x indruk-kenExtra drogen3x indruk-kenExtra spoelen/drogenP2 1x indruk-kenExtra spoelenP3 1x indruk-kenExtra spoelenBabyflessen 1x indruk-kenExtra spoelen2x indruk-kenExtra drogen3x indruk-kenExtra spoelen/drogenGlazen 1x indruk-kenExtra spoelen2x indruk-kenExtra drogen3x indruk-kenExtra spoelen/drogenDe programmaduur verlengt bij het inschakelen van de functies Extra spoelen/Extra drogen. 9. 3. Een ander programma selecterenU kunt alleen een ander programma selecteren als het ap-paraat pas net is aangezet. Als de machine al langer loopt, moet vaatwasmiddel en water worden bijgevuld en moet het gewenste programma opnieuw worden gestart.
Druk de toets (15) in om het programma te onder-breken. Druk gedurende ca. 3 seconden op de toets P (22) tot het programma wisselt. Kies een ander programma: druk hiervoor op de programmakeuzetoets P, de toets (16) voor het reinigingsprogramma glas, de toets (17) voor het reinigingsprogramma babyflessen of de toets (18) voor het korte programma. Druk opnieuw op de toets om het programma te starten. 9. 4. Openen tijdens gebruikAls een programma loopt, kunt u de deur openen om ex-tra serviesgoed in het apparaat te zetten of er serviesgoed uit te halen. Dit is alleen zinvol als het programma nog maar kort loopt, omdat het extra toegevoegde servies-goed anders mogelijk niet meer helemaal schoon wordt. Druk terwijl het programma draait, de toets (15) in. Wacht ca. 3 seconden totdat de sproeiarm niet meer draait en open dan de deur.
Ruim extra serviesgoed in of haal serviesgoed uit het apparaat. Doe de deur weer helemaal dicht. Druk opnieuw op de toets om het programma voort te zetten. Het pro-gramma gaat na ca. 10 seconden verder. 9. 5.
Startvertraging gebruikenU kunt van tevoren instellen dat een afwasprogramma op een later tijdstip start. Kies een startvertraging tussen 1 en 24 uur. Schakel het apparaat in door op de toets (23) te drukken. Kies een afwasprogramma zoals hierboven is beschre-ven. Stel met de toets (20) de gewenste vertraging in waarna het apparaat het vaatwasprogramma start. De gewenste vertraging verschijnt op het display. Druk de toets (15) in om de invoer te bevestigen. Wanneer de ingestelde vertragingstijd is verstreken, start het apparaat automatisch. 9. 6. Spoelprogramma kiezenIn onderstaande tabel staat een overzicht van de verschil-lende afwasprogramma's en de toepassing ervan. Gebruik indien mogelijk een energiebesparend of kort programma, bijvoorbeeld het programma 'ECO' of 'Kort'.
56Programma Geschikt voor VerloopVaatwasmid-del(linker-/rech-terdoseervak)Looptijd in mi-nuten**Energie-/wateropname [kWh/l] WaterverbruikP1 – ECO* Normaal vervuild servies-goed zoals borden, glazen, schalen en licht vervuilde koekenpannenAfwassen (50°C)SpoelenSpoelen (55°C)Drogen10 g 165 0,314 5P2 – Een uur Licht vervuild serviesgoed dat niet zorgvuldig moet worden gedroogdAfwassen (50°C)SpoelenSpoelen (65°C)Drogen10 g 60 0,40 5P3 –SnelLicht vervuild serviesgoed Afwassen (50°C)SpoelenSpoelen (60°C)10 g 29 0,35 5Kort program-maHeet afspoe-lenAfspoelen van lichte vet-vervuiling. Geschikt voor serviesgoed dat niet hoeft te worden gedroogd.
Afwassen (36°C)Spoelen– 12 0,15 5Kort program-maKoud afspoe-lenAfspoelen van licht vervuild serviesgoed dat u later op de dag wilt afwassenSpoelen – 6 0,01 5Babyflessen Geschikt voor babyflessenReinig babyflessen zonder ander serviesgoed te laden om een hygiënische reini-ging te garanderen. Afwassen (69°C)SpoelenSpoelen (70°C)Drogen10 g 115 0,5 5Glas Licht vervuild serviesgoed zoals glazen en porseleinAfwassen (50°C)SpoelenSpoelen (65°C)Drogen10 g 85 0,4 5* Het ECO-programma is geschikt voor de reiniging van normaal vervuild serviesgoed. Voor deze toepassing is dit het meest efficiënte programma wat betreft het energie- en waterverbruik en het voldoet hiermee aan de EU-ecodesignrichtlijn. Verbruikswaarden en programmaduur zijn slechts richt-waarden, behalve bij het ECO-programma.
** Looptijd bepaald bij een watertoevoertemperatuur van 15°COngeveer halverwege het ECO-programma klinken er vier geluissignalen en het indicatielampje / (21) knippert snel gedurende ca. 5 minuten om u eraan te herinneren om indien nodig glansspoelmiddel toe te voegen aan de spoelruimte. Op deze manier bereikt u het best mogelijke spoel- en droogresultaat voor de vermelde energieklasse in het ECO-programma. Open de deur, doe 3 ml glansspoelmiddel in de spoel-ruimte en sluit de deur.
DEFRNLESITEN57Het filter bestaat uit twee delen:AB Afb. 23 – FilterA Fijnfilter voor kleine deeltjes:Dit filter houdt etensresten in het bodemgedeelte tegen en voorkomt dat deze zich tijdens het spoe-len aan het serviesgoed hechten. B Hoofdfilter:De levensmiddelresten en vuildeeltjes die aan het hoofdfilter hechten, worden door de onderste sproeiarm losgemaakt en in het fijnfilter afge-spoeld. LET OP. Mogelijke beschadiging van het apparaat. Bij gebruik zonder filter raakt het apparaat beschadigd. Start het apparaat nooit zonder geplaatst filtersys-teem. Bij een verkeerd geplaatst filter kan het apparaat of het serviesgoed beschadigd raken. 10. 2. 1. Filter reinigenVoor een optimale werking van het apparaat moet het filter regelmatig worden gereinigd. Afb. 24 – Filter verwijderen Om het filter te verwijderen, draait u het fijnfilter eraf en verwijdert u het (zie Afb. 24).
Verwijder het hoofdfilter. Spoel de filters af onder stromend water en reinig ze grondig met een borstel. Controleer telkens na gebruik of grotere delen het filter blokkeren en verwijder deze direct. Ga in omgekeerde volgorde te werk om het filtersys-teem terug te plaatsen. 9. 7. Einde van het afwasprogrammaWAARSCHUWING. Gevaar voor brandwonden. Als de deur tijdens een programma wordt geopend, kan er heet water of hete stoom naar buiten komen, waardoor brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Open de deur niet meteen helemaal, maar wacht tot-dat het apparaat is afgekoeld. VOORZICHTIG. Struikelgevaar. Als de deur geopend is, bestaat er gevaar voor struikelen. Sluit de deur van het apparaat na het uitruimen weer. Nadat het programma beëindigd is, klinken er geluidssig-nalen en verschijnt op het display (19) de tekst End. Schakel het apparaat uit met de toets (23).
Enige tijd na afloop van het afwasprogramma wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. Open de deur een stukje, zodat de stoom uit het appa-raat naar buiten kan.
Wacht nog even met het uitruimen van het bestek/serviesgoed, zodat het serviesgoed sneller droogt en de hitte kan ontsnappen. Haal het serviesgoed en het bestek eruit. Het is nor-maal als het apparaat van binnen vochtig is. 10. Reiniging en onderhoudGEVAAR. Gevaar voor elektrische schokken door stroomvoerende onderdelen. Trek vóór reiniging en onderhoud altijd de stekker uit het stopcontact. 10. 1. Water uit de waterpomp leegpompen Houd in de stand-bymodus de toets (17) en de toets (16) gedurende 3 seconden tegelijk ingedrukt om de watertank handmatig leeg te maken (bijv. voordat u het apparaat langere tijd niet gebruikt). 10. 2. FiltersysteemHet filtersysteem (5) op de bodem van de binnenruimte houdt grove verontreinigingen uit de afwascyclus tegen, waaronder ook vreemde objecten zoals tandenstokers of scherven.
De verzamelde grove verontreinigingen kunnen verstopping van het filter veroorzaken. Controleer regel-matig de toestand van het filter, verwijder voorzichtig vreemde voorwerpen en reinig de onderdelen van het filtersysteem indien nodig met water. Ga als volgt te werk voor het reinigen van het filter.
5810. 3. Apparaat reinigenLET OP. Mogelijke beschadiging van het apparaat. Als er een verkeerd reinigingsmiddel wordt gebruikt, kan het apparaat beschadigd raken. Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat geen bijtende reinigingsmiddelen, schuurmiddelen of scherpe voorwerpen. Krassende materialen, zoals staalwol en sponzen met een schuurlaag, zijn evenmin geschikt. Reinig de buitenkant van het apparaat met een vochti-ge doek en een mild reinigingsmiddel. LET OP. Mogelijke beschadiging van het apparaat. Als er vocht in het apparaat binnendringt, kan het bescha-digd raken. Reinig de deur van het apparaat met een licht vochtige doek. Let erop dat er geen vocht in de elektronica van de deursluiting binnendringt, omdat het apparaat hier-door beschadigd raakt. Let er ook bij het reinigen van het bedieningspaneel op dat de elektronica niet met vocht in aanraking komt.
Gebruik geen reinigingsspray. LET OP. Mogelijke materiële schade. Als er onbedoeld water uit het apparaat naar buiten komt, kan er materiële schade ontstaan. Draai de watertoevoer dicht of leeg de watertank voor-dat u het apparaat gaat reinigen (zie “10. 1. Water uit de waterpomp leegpompen” op blz. 57). Afb. 25 – Sproeiarm verwijderen Verwijder de sproeiarm (4) in het apparaat om deze te reinigen (zie Afb. 25). Til de sproeiarm hiervoor een beetje op en verwijder deze. Reinig de sproeiarm onder stromend water en controleer of de openingen niet zijn verstopt. Plaats de arm daarna terug in het apparaat. Voer in geval van vetafzettingen het intensief-pro-gramma uit zonder belading om de binnenruimte te reinigen.
Om vlekken of vervuiling van het oppervlak van de binnenruimte te verwijderen, gebruikt u een met wa-ter en een beetje azijn bevochtigde doek of een voor de vaatwasser geschikt reinigingsmiddel. 11.
Bescherming tegen bevriezingVolg bij gebruik in een koude omgeving, bijvoorbeeld tij-dens de wintermaanden, na elke afwasbeurt de volgende instructies op om bevriezing te voorkomen: Haal de stekker (24) uit het stopcontact. Draai eventueel de watertoevoer dicht en trek de wa-terslang van de waterinlaatklep. Laat het water uit de slang en klep (bijvoorbeeld in een emmer) lopen. Sluit de slang weer aan op de waterinlaatklep. Haal het filtersysteem onder uit het apparaat en neem met een doek of spons het achtergebleven water op van de bodem van het apparaat. Neem contact op met de klantenservice of een gekwali-ficeerde monteur als het apparaat door bevriezing niet meer werkt. 12. Apparaat langere tijd niet gebruikenWAARSCHUWINGExplosiegevaar. In een warmwatersysteem dat langer dan twee weken niet is gebruikt, kan onder bepaalde omstandigheden wa-terstofgas ontstaan.
WATERSTOFGAS IS ZEER EXPLOSIEF. Als u de vaatwasser langere tijd niet hebt gebruikt, dient u alle warmwaterkranen open te draaien en het water gedurende enkele minuten te laten stromen voordat u de vaatwasser gebruikt. Hierdoor ontsnapt het opgehoopte waterstofgas uit het systeem. Omdat waterstofgas kan ontploffen, dient u gedu-rende deze tijd open vuur te vermijden en mag u niet roken. Laat een afwasprogramma zonder serviesgoed lopen. Trek de stekker uit het stopcontact. Draai de watertoevoer dicht of leeg de watertank voor-dat u het apparaat gaat reinigen (zie “10. 1. Water uit de waterpomp leegpompen” op blz. 57). Laat de deur van het apparaat een stukje openstaan om eventuele geurvorming te voorkomen en de af-dichting niet onnodig te belasten. 13. Apparaat vervoerenVervoer het apparaat indien mogelijk altijd rechtop.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Medion MD 37763 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vaatwasser Medion
Handleiding Vaatwasser
Nieuwste handleidingen voor Vaatwasser