Medion MD 37352 Handleiding


Pagina's 26 Nederlands Wasmachine

Bekijk de handleiding van Medion MD 37352 gratis online of download de PDF. 38 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

W02/18
Medion B.V.
John F. Kennedylaan 16a
5981 XC Panningen
Nederland
Hotline: 0900 - 2352534 (€ 1 per gesprek)
Fax 0900 - 3292534 (€ 1 per fax)
Maak gebruik van het contactformulier onder:
www.medion.com/contact
NL
MEDION®MD 37352
Handleiding
Wasmachine

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Medion
Categorie: Wasmachine
Model: MD 37352

Handleiding Medion MD 37352 – volledige tekst

3Inhoudsopgave1. Over deze gebruiksaanwijzing. 41. 1. In deze gebruiksaanwijzing gebruikte waarschuwingssymbolen en signaalwoorden. 42. Gebruiksdoel. 53. Veiligheidsvoorschriften. 53. 1. Algemene veiligheidsvoorschriften. 64. Inhoud van de levering. 85. Overzicht van het apparaat. 95. 1. Achterkant van het apparaat. 95. 2. Bedieningselementen. 106. Installatie. 116. 1. Transportbeveiligingen verwijderen. 116. 2. Opstellen en afstellen. 116. 3. Wateraansluiting. 126. 4. Waterafvoer. 126. 5. Aansluiting op het elektriciteitsnet. 137. Wassymbolen. 138. Mogelijke aanduidingen. 149. Bediening. 159. 1. Wasprogramma kiezen. 159. 2. Starttijd van de wasmachine vooraf instellen. 179. 3. Programma starten/onderbreken. 179. 4. Kinderslot. 179. 5. Einde van het wasprogramma. 179. 6. Programma afbreken. 189. 7. Extra functies instellen. 1810. Aanwijzingen voor het gebruik. 1810. 1.

41. Over deze gebruiksaanwijzingLees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem alle hierin opgenomen aanwijzingen in acht. Zo waarborgt u een betrouwbare werking en een lange levensduur van uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing in de buurt van uw apparaat, zodat u hem altijd bij de hand hebt. Bewaar de gebruiksaanwijzing goed, zodat u deze bij een eventuele verkoop van het apparaat kunt doorgeven aan de nieuwe eigenaar.1.1.

In deze gebruiksaanwijzing gebruikte waarschuwingssymbolen en signaalwoordenGEVAAR!Waarschuwing voor direct levensgevaar!WAARSCHUWING!Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of zware verwondingen met blijvend letsel!WAARSCHUWING!Waarschuwing voor gevaar door een elektrische schok!VOORZICHTIG!Waarschuwing voor mogelijke matig ernstige en/of lichte verwondingen!LET OP!Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen!LET OP!Nadere informatie over het gebruik van het apparaat!LET OP!Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht!• Opsommingsteken/informatie over voorvallen die zich tijdens de bediening kunnen voordoen  Instructie voor een uit te voeren handelingVerklaring van overeenstemming (zie het hoofdstuk "Conformiteitsinformatie"): Producten die zijn gemarkeerd met dit symbool, voldoen aan de eisen van de EU-richtlijnen.Geteste veiligheid: Producten die zijn gemarkeerd met dit symbool, voldoen aan de eisen van de Duitse Wet op de productveiligheid.

52. GebruiksdoelDeze wasmachine mag uitsluitend worden gebruikt voor het wassen in voor huishoudens gebruikelijke hoeveelheden van textiel waarvan de fabrikant op het wasetiket heeft aangegeven dat het wasbaar is. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in particuliere huishoudens en vergelijkbare huishoudelijke toepassingen, zoals: −in keukens voor de medewerkers van winkels, kantoren en andere bedrijven; −op boerderijen; −door klanten in hotels, motels en andere woonvoorzieningen; −in bed and breakfasts. Het apparaat is niet bedoeld voor zakelijk en industrieel gebruik. Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan dat waarvoor het bestemd is, de aansprakelijkheid komt te vervallen: Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en gebruik het niet in combinatie met hulp- of aanbouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.

Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires. Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheidsvoorschriften. Iedere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstemming met de voorschriften en kan persoonlijk letsel of materiële schade tot gevolg hebben. Stel het apparaat niet bloot aan extreme omstandigheden. Vermijd: −hoge luchtvochtigheid en vocht, −extreem hoge en lage temperaturen, −rechtstreeks zonlicht, −open vuur. 3. VeiligheidsvoorschriftenWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Gevaar voor letsel bij kinderen en bij personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen (bijv. gedeeltelijk invaliden en ouderen met lichamelijke en geestelijke beperkingen) of gebrek aan kennis en ervaring (bijv. oudere kinderen).

Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of gebrek aan kennis en/of ervaring, als er iemand toezicht op hen houdt of als hun is geleerd hoe ze het apparaat veilig kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het apparaat met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze 8 jaar of ouder zijn en er iemand toezicht op hen houdt. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat en het netsnoer worden gehouden. Bewaar al het gebruikte verpakkingsmateriaal (zakken, stukken polystyreen, enz. ) buiten het bereik van kinderen.

6 Let op dat er geen kinderen in het apparaat klimmen en dat ze er geen voorwerpen instoppen. Houd kinderen en kleine huisdieren die zich in de buurt van de wasmachine bevinden, goed in het oog. 3. 1. Algemene veiligheidsvoorschriftenGEVAAR. Gevaar voor letsel. Er bestaat gevaar voor letsel door elektrische schokken. Controleer de wasmachine en het netsnoer voor ingebruikneming en telkens na gebruik op beschadigingen. Sluit de wasmachine uitsluitend aan op een stopcontact met een volgens voorschrift geïnstalleerd aardingssysteem. Er moet worden gecontroleerd of aan dit fundamentele veiligheidsvoorschrift wordt voldaan en in geval van twijfel moet de huisinstallatie worden gecontroleerd door een vakman. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of onderbroken aardleiding.

De lokale netspanning moet overeenkomen met de technische gegevens van het apparaat. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Breng in geen geval op eigen initiatief veranderingen aan het apparaat aan en probeer niet om een onderdeel zelf open te maken en/of te repareren. Gebruik de wasmachine niet, als het apparaat zelf of het netsnoer zichtbaar beschadigd is. Wanneer u transportschade vaststelt, neem dan direct contact op met het Medion Service Center. WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Er bestaat gevaar voor brandwonden door hete oppervlakken. Raak de behuizing tijdens gebruik niet aan. Als u wast op een hoge temperatuur, wordt het kijkvenster heet.

Als er wordt gewassen op een hoge temperatuur, mogen kinderen het apparaat in verband met de heersende temperaturen uitsluitend gebruiken onder toezicht van volwassenen. Zorg ervoor dat kinderen het kijkvenster tijdens het wassen niet aanraken. VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. Hoog gewicht van het apparaat. Er bestaat gevaar voor letsel door vertillen.

Transporteer het apparaat altijd samen met ten minste één andere persoon. LET OP. Gevaar voor beschadiging. Gevaar voor schade aan het apparaat door een verkeerde opstelling. Nadere informatie over de kleinere hoeveelheid wasgoed die bij bepaalde programma's in de machine mag worden gedaan, kunt u vinden in hoofdstuk “9. 1. 1. Overzicht van de wasprogramma’s” op blz. 15.

7 Installeer uw wasmachine niet in ruimtes waar het kan vriezen. Bevroren slangen kunnen scheuren of springen en de betrouwbaarheid van de elektronica kan bij temperaturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voor ingebruikneming de transportbeveiligingen aan de achterkant van de wasmachine (zie “6. 1. Transportbeveiligingen verwijderen” op blz. 11). Bij het centrifugeren kan een niet-verwijderde transportbeveiliging de wasmachine en meubels/apparaten die ernaast staan, beschadigen. Sluit de waterkraan bij langere afwezigheid (bijv. tijdens de vakantie), vooral wanneer zich in de buurt van de wasmachine geen afvoerputje (vloersifon) bevindt. LET OP. Overstromingsgevaar. Gevaar door een slechte afvoer of een verkeerd gemonteerde afvoerslang. Controleer voordat u de afvoerslang in een wasbak hangt, of het water snel genoeg wegloopt.

Zet de afvoerslang vast, zodat hij niet kan wegglijden. Als de slang niet is vastgezet, kan hij door de reactiekracht van het wegstromende water uit de wasbak naar buiten worden geduwd. LET OP. Gevaar voor beschadiging. Gevaar voor schade aan het apparaat door een verkeerd gebruik. De maximale hoeveelheid wasgoed die in de machine mag worden gedaan, is 8 kg (droog wasgoed). Let op dat er geen vreemde voorwerpen (bijv. spijkers, spelden, munten of paperclips) worden meegewassen. Vreemde voorwerpen kunnen onderdelen van het apparaat (bijv. de kuip en de wastrommel) beschadigen. Beschadigde onderdelen kunnen op hun beurt het wasgoed beschadigen. Bij een juiste wasmiddeldosering is het niet nodig om de wasmachine te ontkalken. Als uw wasmachine toch zo sterk is verkalkt, dat het nodig is om hem te ontkalken, gebruik dan een speciaal ontkalkingsmiddel met een anticorrosiemiddel.

Textiel dat is behandeld met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen, moet voor het wassen goed worden uitgespoeld in helder water. Gebruik in de wasmachine nooit oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen (bijv. wasbenzine). Onderdelen van het apparaat kunnen anders beschadigd raken en er kunnen giftige dampen ontstaan. Er bestaat brand- en explosiegevaar. Gebruik ook aan de buitenkant van de wasmachine nooit oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen (bijv. wasbenzine). Hiermee bevochtigde kunststof oppervlakken kunnen beschadigd raken. Verf moet geschikt zijn voor gebruik in wasmachines en mag alleen worden gebruikt in voor huishoudens gebruikelijke hoeveelheden. Houd u strikt aan de gebruiksinstructies van de fabrikant. Doordat ontkleuringsmiddelen zwavelverbindingen bevatten, kunnen ze corrosie veroorzaken. Ontkleuringsmiddelen mogen in de wasmachine niet worden gebruikt.

Als er wasmiddel in de ogen terechtkomt, spoel deze dan onmiddellijk met een ruime hoeveelheid lauwwarm water. Raadpleeg bij per ongeluk inslikken onmiddellijk een arts.

8 Personen met een beschadigde of gevoelige huid moeten contact met het wasmiddel vermijden. Haal na gebruik de netstekker uit het stopcontact en sluit de watertoevoer naar de wasmachine. Open de deur niet, zolang er door het kijkvenster water te zien is. Controleer of er geen water meer in de wastrommel zit, voordat u de deur opent. Huisdieren en kinderen kunnen in de wastrommel klimmen. Controleer telkens voor gebruik of de wastrommel leeg is. De wasmachine mag niet worden gebruikt in ruimtes waar zich ontvlambare of explosieve gassen bevinden. Voor ingebruikneming moet u de wasmachine een keer zonder wasgoed laten draaien (op 90 °C/zonder wasmiddel). Was geen vloerkleden in de wasmachine.WAARSCHUWING!Gevaar voor letsel!Er bestaat gevaar voor brandwonden door het weglopen van heet water.

Leg de afvoerslang zo, dat er heet water kan weglopen zonder dat er onverwacht iemand mee in aanraking komt. Vul tijdens het wassen nooit met de hand water bij. Wacht na afloop van het programma twee minuten, totdat u de deur kunt openen. Klim niet op de wasmachine en ga er niet op zitten. Leun niet tegen de deur. Probeer niet om de deur met overmatige kracht te sluiten. Als u de deur niet dicht krijgt, controleer dan of de wastrommel niet te vol zit en of er geen wasgoed buiten de trommel uitsteekt.4. Inhoud van de leveringGEVAAR!Verstikkingsgevaar!Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of inademen van kleine onderdelen of folie.

Houd het verpakkingsfolie buiten het bereik van kinderen.Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen 14 dagen na aankoop, als de levering niet compleet is.Het door u gekochte pakket hoort het volgende te bevatten:• wasmachine• afvoerslang (al gemonteerd)• toevoerslang met mechanisch waterslot• 4 stoppen voor de openingen waarin de transportbeveiligingen zijn aangebracht• inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel• gebruiksaanwijzing

95. Overzicht van het apparaat60°C40°C20°CEco15 min60 min1 2 34561) Wasmiddellade2) Bedieningspaneel/display3) Programmaknop4) Wasmachinedeur5) Deurgreep6) Afdekking van het pompfilter5.1. Achterkant van het apparaat 710898887) Aansluiting voor watertoevoerslang met mechanisch waterslot8) Transportbeveiliging9) Afvoerslang10) Netsnoer

116. InstallatieWAARSCHUWING!Gevaar voor een elektrische schok en materiële schade!Er bestaat gevaar voor een elektrische schok en materiële schade wanneer het apparaat verkeerd is aangesloten. Stroom en water mogen uitsluitend worden aangesloten door een deskundige.In de volgende hoofdstukken wordt beschreven wat er precies moet gebeuren om de machine op de juiste manier te installeren. Verwijder het verpakkingsmateriaal en al het beschermfolie.6.1. Transportbeveiligingen verwijderen Schroef de vier transportbeveiligingsbouten los met een moersleutel maat 10. Haal de transportsteunen met de onderlegringen uit de rubberbussen. Sluit de openingen af met de meegeleverde stoppen.LET OP!Bewaar de transportbeveiligingen (bijv. voor een eventuele verhuizing). Transporteer de wasmachine uitsluitend met gemonteerde transportbeveiligingen.6.2.

Opstellen en afstellen Zorg ervoor dat het apparaat wordt neergezet op een stabiele, vlakke ondergrond in de buurt van een afvoer en een wateraansluiting. Zorg er bij het opstellen voor dat er voldoende ruimte is en bereid de plaats van montage voor, zodat stroom en water volgens voorschrift kunnen worden aangesloten. Zet de wasmachine waterpas door de pootjes met een moersleutel maat 30 naar buiten of naar binnen te draaien. Zet de pootjes vast door de moer aan de bovenkant aan te draaien. Controleer na het opstellen en afstellen van de wasmachine of deze stabiel staat door het apparaat op alle hoeken aan te drukken om na te gaan of er geen beweging in zit. Sluit het apparaat pas aan op een volgens voorschrift geïnstalleerd geaard stopcontact, als de watertoevoer en -afvoer in orde zijn (zie het volgende hoofdstuk).

126.3. Wateraansluiting Schroef de manchet met het gehoekte uiteinde van de waterslang vast aan de wateraansluiting aan de achterkant van de wasmachine. Schroef de manchet met waterslot vast aan een geschikte koudwaterkraan met 3/4" schroefdraad.LET OP!Gevaar voor beschadiging!Gevaar voor schade aan het apparaat door een verkeerde opstelling. Gebruik uitsluitend nieuwe en complete slangen met inbegrip van de noodzakelijke uitrusting. Vervang gebruikte slangen door nieuwe. De waterslang met afdichtingen bevindt zich in de wastrommel. De waterdruk van de in huis aanwezige leiding moet min. 0,1 MPa (1 bar) en mag max. 1 MPa (10 bar) bedragen. Voer aan de wasmachine uitsluitend koud water toe. Controleer na aansluiting of de slang niet is verdraaid. Controleer nadat de slang en de watertoevoerklep zijn aangesloten, of deze geen lekkage vertonen.

13 Sluit de waterafvoerslang aan op een waterafvoer of hang het uiteinde van de afvoerslang in een wasbak.LET OP!Gevaar voor beschadiging!Gevaar voor materiële schade door een verkeerde opstelling. Zet de afvoerslang zo vast, dat deze niet heen en weer beweegt, als de wasmachine aanstaat (zie de afbeelding hierboven). De afvoerslang moet zo worden gelegd, dat het uiteinde zich boven de waterspiegel van de trommel bevindt (zie de afbeelding hierboven). Steek de afvoerslang niet te ver in de afvoerpijp!6.5. Aansluiting op het elektriciteitsnet Nadat u de wateraansluiting en de waterafvoer in orde hebt gemaakt, steekt u de netstekker in een stopcontact. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.7.

WassymbolenIn de onderstaande tabel wordt de betekenis van de wassymbolen op de in kleding aangebrachte etiketten nader toegelicht.WassenNormale was op 90 °C Normale was op 60 °C Normale was op 40 °C Niet wassen!Fijne was op 30 °C Fijne was op 40 °C HandwasChemischreinigenAlle oplosmiddelen Alle behalve TRI Alleen benzine Niet chemisch reinigen!DroogtrommelNormale stand Lage stand Hoge stand Niet drogen in de droogtrommel!Strijken110 °C 150 °C 200 °C Niet strijken!

148. Mogelijke aanduidingenBij gebruik van de wasmachine kunnen de volgende aanduidingen op het digitale display (19) komen te staan:• resterende tijd tot het einde van het wasprogramma;de weergegeven tijd kan afhankelijk van de temperatuur en de waterdruk, de hoeveelheid wasgoed in de machine, de hoeveelheid gebruikt wasmiddel, enz. afwijken van de werkelijke wastijd; de tijd wordt tijdens het wassen automatisch geactualiseerd; hij kan ook een tijdje blijven staan of ineens een sprong maken;• bij geactiveerd kinderslot wordt er CL weergegeven;• na afloop van het programma wordt er END weergegeven;• bij storingen verschijnen er foutcodes (bijv. E01) op het digitale display, zie “12. Probleemoplossing” op blz.

159. Bediening9. 1. Wasprogramma kiezen Zet de programmaknop in de gewenste stand. Om het wasprogramma aan te passen aan uw individuele behoeften, kunt u de instelling van de temperatuur en de centrifugeersnelheid wijzigen en extra functies inschakelen. Druk de toets in. 9. 1. 1. Overzicht van de wasprogramma'sNaam van het wasprogrammaSymboolMax. temperatuur [°C]Beschikbare extra functies WasmiddelvakTijd [min]Max drooggewicht van het wasgoed [kg]Adviezen voor het soort wasgoed Tabel wasprogramma'sStarttijdvoorkeuzeCentrifugeersnelheidTemperatuurwijzigingAntikreukVoorwas IIHoofdwas IWasverzachterKatoen 90 °C 90° opt. opt. opt. opt. 187 8 Zeer vuil of matig vuil wasgoed van katoen of linnen en kinderkleding die op hoge temperatuur gewassen moet worden(bij beddengoed, tafellinnen, ondergoed, handdoeken en linnen beladen met max. 4 kg)Katoen met voorwas 60° opt. opt. opt. opt.

X 43 2,5 Wollen kleding met het symbool op het etiket aan de binnenkant mag niet in de wasmachine worden gewassen. Spoelen - opt. opt. opt. opt. X X 42 8 Programma om te spoelen met veredelingsmiddelen, bijv. antistatische middelen en wasverzachters. Verlaag bij zeer fijne stoffen het toerental.

16Naam van het wasprogrammaSymboolMax. temperatuur [°C]Beschikbare extra functies WasmiddelvakTijd [min]Max drooggewicht van het wasgoed [kg]Adviezen voor het soort wasgoed Tabel wasprogramma'sStarttijdvoorkeuzeCentrifugeersnelheidTemperatuurwijzigingAntikreukVoorwas IIHoofdwas IWasverzachterCentrifugeren - opt. - - - X X X 17 8 Centrifugeren, bijv. na handwasHandwas 30° opt. opt. opt. opt. 90 2,5 Zeer fijne stoffen, zie het textieletiketSport 30° opt. opt. opt. opt. 80 3,5 SportkledingGemengde was 30° opt. opt. opt. opt. 81 3,5 Vuil wasgoed van katoen, synthetisch materiaal of een mix van synthetische weefsels dat samen gewassen kan wordenOverhemden/blouses40° opt. opt. opt. opt. 112 4 Vuil wasgoed van katoen, synthetisch materiaal of een mix van synthetische weefsels (overhemden, blouses)Dagelijks 60 min 60 min 40° opt. opt. opt. opt.

60 4 Vuil wasgoed van katoen, synthetisch materiaal, bonte was, linnen(bij belading met 2 kg wordt de duur van het wasprogramma met de helft verkort)Express 15 min 15 min 30° opt. - - - X 15 2 Minder vuile kleding van katoen of linnen waarin is getranspireerd. Gebruik vanwege de korte wastijd minder wasmiddel. Verdeel het wasgoed gelijkmatig.LET OP!Afhankelijk van het gewicht van het wasgoed, de watertoevoer, de omgevingstemperatuur en de ingeschakelde extra functies kan de duur van de wasprogramma's variëren.In de tabel met wasprogramma's worden de volgende symbolen gebruikt:Gebruik een wasmiddel of een wasverzachter, voor zover dit nodig is.Er moet een wasmiddel worden gebruikt.X Er kan geen wasmiddel of wasverzachter worden gebruikt.opt. Inschakelen is mogelijk.

179. 2. Starttijd van de wasmachine vooraf instellenDe functie starttijdvoorkeuze kan worden gebruikt om de wasmachine op een bepaalde tijd in werking te stellen. Sluit de wasmachinedeur. Zet de programmaknop in de gewenste stand (zie “9. 1. 1. Overzicht van de wasprogramma’s” op blz. 15). Stel afhankelijk van de behoefte extra functies in of wijzig de wasparameters. Druk de toets starttijdvoorkeuze (15) het benodigde aantal keren in om de wasmachine op de gewenste tijd te laten starten. De starttijd kan liggen tussen de 1 en 23 uur na het moment van instelling. Druk de toets in. De wasmachine komt in de wachtmodus te staan. Op de ingestelde starttijd wordt de machine automatisch in werking gesteld. Bij gebruik van de functie starttijdvoorkeuze worden de resterende tijd en het symbool weergegeven. LET OP.

Om de starttijdvoorkeuze uit te schakelen, drukt u de toets starttijdvoorkeuze (15) opnieuw in. U kunt de wasmachine dan in werking stellen door de toets in te drukken. 9. 3. Programma starten/onderbrekenDruk de toets in om de wasmachine in te schakelen of een wasprogramma te onderbreken. Als de wasmachine aanstaat, knippert het symbool waarmee de actuele fase van het wasprogramma wordt aangegeven. In de PAUZE-modus knippert het symbool. LET OP. De PAUZE-functie kan worden gebruikt om het wasgoed in te weken. Door inweken kan het wasresultaat bij zeer vuile was worden verbeterd. Wacht na het starten van het gekozen programma ca. 10 minuten en druk daarna de toets in. Druk na afloop van de voor het inweken gewenste tijd de toets opnieuw in om het wasprogramma te vervolgen. 9. 4.

KinderslotMet deze functie worden de functietoetsen geblokkeerd, waardoor het niet mogelijk is de instellingen te wijzigen of een lopend wasprogramma te onderbreken. Druk de toetsen en tegelijkertijd in en houd ze ca. 3 seconden ingedrukt om het kinderslot in of uit te schakelen. Als het kinderslot is geactiveerd, staat er CL op het digitale display.

Als er een toets wordt ingedrukt, gaat de aanduiding CL op het digitale display knipperen. Als de programmaknop tijdens het wassen wordt versteld, gaat de wasmachine door met het programma dat was ingesteld voordat het kinderslot werd geactiveerd. 9. 5. Einde van het wasprogrammaAls het wasprogramma beëindigd is, komt er op het digitale display END te staan. Doe de waterkraan dicht. Schakel de wasmachine uit. Koppel de wasmachine los van de stroomvoorziening. Open de deur en haal het wasgoed uit de machine.

189. 6. Programma afbreken Om een programma af te breken, draait u de programmaknop op. Om het achtergebleven water af te pompen, stelt u de programmaknop in op een willekeurig programma. Het water wordt afgepompt en het programma wordt beëindigd. Stel daarna het nieuwe wasprogramma in. Druk de toets in. 9. 7. Extra functies instellen9. 7. 1. Temperatuurkeuze Druk de toets het benodigde aantal keren in om de gewenste temperatuur voor het gekozen wasprogramma in te stellen. Afhankelijk van het wasprogramma worden op het display de volgende instelmogelijkheden weergegeven:- -°C (koud water) - 30°C - 40°C - 50°C - 60°C - 70°C - 80°C - 90°C. 9. 7. 2. Centrifugetoerental Druk de toets het benodigde aantal keren in om de centrifugeersnelheid bij het afpompen van het water in te stellen.

Afhankelijk van het wasprogramma worden op het display de volgende instelmogelijkheden weergegeven: - - (centrifugeren uitschakelen), 400 - 600 - 800 - 1000 - 1200 - 1400 9. 7. 3. Antikreuk Druk de toets in tot het symbool begint te knipperen, als u wilt dat de was minder gekreukt uit de machine komt. Als deze functie ingeschakeld is, wordt de was langer gecentrifugeerd. De functie maakt het strijken na afloop gemakkelijker, doordat er minder kreukels in het wasgoed zitten. 10. Aanwijzingen voor het gebruikEr wordt geadviseerd om op iedere temperatuur gangbare wasmiddelen in poedervorm of vloeibare vorm te gebruiken volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het betreffende wasmiddel die staan vermeld op de verpakking. 10. 1.

Eerste keer wassen na ingebruiknemingLaat voordat u voor het eerst gaat wassen, een wasprogramma op hoge temperatuur (90°C) draaien zonder dat u wasgoed in de machine doet: Sluit de wasmachine aan op de stroomvoorziening en open de waterkraan. Stel de programmaknop bijv. in op het programma /. Druk de toets in. 10. 2.

Was- en veredelingsmiddelenVolg de instructies van de fabrikanten van wasverzachters en veredelingsmiddelen op. Doe het wasmiddel voor de voorwas in vak I. Doe het wasmiddel voor de hoofdwas in vak II. Breng bij gebruik van vloeibaar wasmiddel het inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel in vak II aan. Let hierbij op dat het inzetstuk goed in de geleidingen in vak II komt te zitten. Doe vloeibaar wasmiddel in het vak met het inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel. Dit inzetstuk zorgt ervoor dat het vloeibare wasmiddel niet direct de machine in kan lopen. Doe de wasverzachter in het middelste vak van de lade, dat is gemarkeerd met het symbool. De wasverzachter wordt toegevoegd aan het laatste spoelwater. Doe in geen geval meer wasmiddel in de vakken dan daarop is aangegeven (markering MAX).

1910. 3. DoseringHoud u aan de voorschriften van de fabrikant van de wasmiddelen. Een verkeerde dosering kan gevolgen hebben:Te weinig wasmiddel: −Het wasgoed wordt grauw. −Er ontstaan vetklompen. Er treedt verkalking op. Te veel wasmiddel: −Sterke schuimvorming −Het wassen is weinig effectief, het wasmiddel wordt niet goed uit het wasgoed uitgespoeld. 10. 4. Vuil10. 4. 1. Hardnekkige vlekkenBehandel het wasgoed bij hardnekkige vlekken vóór het wassen met een vlekverwijderaar. 10. 4. 2. Sterke vervuiling Was bij sterke vervuiling kleine hoeveelheden tegelijk. Voeg iets meer wasmiddel toe dan aanbevolen. Na het wassen van wasgoed dat erg vuil is (bijv. werkkleding), of van textiel dat zijn vezels verliest, verdient het aanbeveling om een wasprogramma zonder wasgoed te laten draaien op 60 °C om de machine schoon te spoelen. 10. 4. 3.

Lichte vervuiling Gebruik een wasprogramma dat geschikt is voor kleine hoeveelheden minder vuile was, bijv. ECO 20 °C. LET OP. Door korte programma's te kiezen, bespaart u op het stroom- en waterverbruik. 10. 5. WaterhardheidHard water veroorzaakt verkalking van wasmachines. Informatie over de waterhardheid is verkrijgbaar bij het dichtstbijzijnde waterleidingbedrijf. Er wordt geadviseerd om voor iedere was een waterontharder te gebruiken. 10. 6. Wegvallen van de spanningBij loskoppeling van de wasmachine van het net resp. het wegvallen van de spanning wordt het ingestelde programma niet gewist. Het programma blijft behouden en wordt vervolgd, zodra de spanning weer is ingeschakeld. Open de deur van de wasmachine niet, als de spanning wegvalt. 10. 7.

BeladenDe maximale capaciteit van de trommel bedraagt 8 kg:het beladen van de trommel van de wasmachine met kleding moet gebeuren zoals hieronder aangegeven:katoen, jeans, kinderkleding: maximaal gevulde trommel (de kleding mag niet met geweld in de trommel worden geduwd, omdat dit leidt tot minder goede wasresultaten.

20LET OP. Gevaar voor beschadiging. Als de wasmachine te vol wordt gedaan, kan de kleding bij het wassen beschadigd raken. De maximale hoeveelheid wasgoed per wasprogramma kunt u vinden in de tabel met wasprogramma's. 10. 8. Verdeling van het wasgoed controlerenHet elektronische besturingssysteem van de wasmachine is uitgerust met een onbalanscontrole. Aan het begin van het wasprogramma wordt gecontroleerd of het wasgoed gelijkmatig is verdeeld. De trommel draait een paar minuten en dan begint de wascyclus. Daarnaast wordt de verdeling van het wasgoed in de trommel gecontroleerd, voordat de machine gaat centrifugeren. Als er een te grote onbalans wordt vastgesteld, probeert het systeem een paar keer om de verdeling van het wasgoed in de wasmachine te veranderen. Soms zijn deze maatregelen niet voldoende om de was goed te verdelen (bijv.

bij badjassen van badstof die worden gewassen samen met andere kledingstukken, en beddenlakens die zijn opgepropt en waar ander wasgoed in is gaan zitten). Het systeem kan op twee manieren reageren: −De ongelijkmatige verdeling van het wasgoed wordt geaccepteerd, maar de centrifugeersnelheid wordt verlaagd. −Er wordt vastgesteld dat het wasgoed ongelijkmatig is verdeeld en er wordt niet gecentrifugeerd. Open in beide gevallen de deur, als het programma is afgelopen, en verdeel het wasgoed handmatig. Sluit de deur daarna weer en selecteer het centrifugeerprogramma nog een keer. 10. 9. DeurvergrendelingDe wasmachine is uitgerust met een deurvergrendeling die voorkomt dat de deur tijdens het wassen geopend kan worden. Na afloop van het wasprogramma wordt de deur automatisch door de machine ontgrendeld. Om de wasmachinedeur tijdens het wasprogramma te openen, drukt u de toets in.

2111. Onderhoud en reinigingLET OP!Gevaar voor beschadiging!Gevaar voor schade aan het apparaat door een verkeerd gebruik van schoonmaakmiddelen. Gebruik voor het reinigen geen agressieve chemische schoonmaakmiddelen, schuurmiddelen of harde sponzen. Dit kan beschadiging van oppervlakken en afdichtingen tot gevolg hebben. Reinig het apparaat met een zachte, licht met een milde zeepoplossing bevochtigde doek.11.1. Pompfi lter reinigenReinig het pompfilter na iedere 20 keer wassen. Als u dit niet doet, raakt het afvoersysteem verstopt. Koppel de wasmachine los van de stroomvoorziening. Draai de waterkraan dicht. Open de afdekking van het pompfilter. Draai het filter tegen de klok in los en verwijder het. Reinig het filter onder stromend water.Om het filter terug te plaatsen, gaat u in omgekeerde volgorde te werk.11.2.

Watertoevoerklep reinigenReinig de watertoevoerklep minimaal één keer per maand. Als u dit niet doet, raakt het toevoersysteem verstopt. Schroef de waterslang los van de wateraansluiting van de wasmachine en verwijder de slang. Verwijder het binnenfilter met behulp van een platte tang. Reinig het binnenfilter onder stromend water met een kwastje.Om het filter terug te plaatsen, gaat u in omgekeerde volgorde te werk.

2211.3. Wasmiddellade reinigenReinigen van de wasmiddellade, als deze vuil is en als zich resten wasmiddel in de lade hebben opgehoopt. Trek de wasmiddellade uit en duw de uitschuifbegrenzing omlaag, zodat u de lade uit de wasmachine kunt halen. Klap het inzetstuk voor wasverzachter omhoog. Verwijder eventueel het inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel. Reinig de wasmiddellade en de inzetstukken met een vaatdoek onder stromend water en plaats de inzetstukken daarna zo nodig terug. Schuif de lade vervolgens weer in de wasmachine tot hij vastklikt.12. ProbleemoplossingProbleem Mogelijke oorzaak OplossingDe wasmachine werkt niet.De watertoevoer is onderbroken.De deur zit niet goed dicht.Het wasprogramma is nog niet gestart. Open de waterkraan. Reinig de zeef in de watertoevoerslang. Sluit de wasmachinedeur.

Druk de toets in.Er komt water uit de machine.De toevoerslang is niet goed gemonteerd. Sluit de waterslang goed aan.Het wasgoed in de trommel is nat. Doe het wasgoed opnieuw in de trommel en reinig het pompfilter.Er komt een onaangename geur uit de trommel.Er hebben zich resten wasmiddel en vuil in de trommel opgehoopt. Schakel een programma in op een temperatuur van min. 60 °C om de machine te reinigen.Er komt geen water in de trommel.De watertoevoer is onderbroken. Open de waterkraan.Het wasresultaat is slecht resp. het wasgoed komt niet schoon uit de machine.Er is te weinig wasmiddel gebruikt.De hoeveelheid wasmiddel was onvoldoende voor de hardheid van het water.Het pompfilter is verstopt. Doseer het wasmiddel afhankelijk van de mate van vervuiling en de hardheid van het water (zie de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel).Reinig het pompfilter.

23Probleem Mogelijke oorzaak OplossingDe wasmachine wordt niet met water gevuld. De watertoevoer is onderbroken. Het wasprogramma is nog niet gestart. De waterdruk is te laag. De toevoerslang is niet goed gemonteerd of er zit een knik in of hij is op een andere manier geblokkeerd. De deur zit niet goed dicht. Open de waterkraan. Controleer de instelling van het wasprogramma. Controleer de waterdruk. Sluit de waterslang opnieuw aan. Sluit de wasmachinedeur. Controleer of er geen knik in de waterslang zit en of hij niet geblokkeerd is. Water wordt tegelijkertijd toegevoerd en afgevoerd. De waterafvoerslang is onder de waterspiegel van de trommel gelegd. Controleer of het uiteinde van de waterafvoerslang zich boven de waterspiegel in de wasmachine bevindt (de slang moet zich op 0,6 m - 1 m hoogte bevinden). Het water loopt niet goed weg. Het pompfilter is verstopt.

De waterafvoerslang is niet goed gemonteerd. De waterafvoerslang is onder de waterspiegel van de trommel gelegd. Controleer het pompfilter. Controleer de waterafvoerslang. Controleer de hoogte van de waterafvoerslang. Deze moet zich op 0,6 m - 1 m boven de grond bevinden. De wasmachine trilt. De transportbeveiligingen zijn niet verwijderd. De wasmachine is bij installatie niet waterpas gezet. De pootjes zijn niet vastgedraaid. Controleer of de transportbeveiligingen zijn verwijderd. Zet de wasmachine waterpas. Draai de moeren van de pootjes aan de behuizing vast. In de wasmiddellade treedt schuimvorming op. Er is te veel wasmiddel in de lade gedaan. De hoeveelheid wasmiddel was niet afgestemd op de hardheid van het water. Verminder de hoeveelheid wasmiddel die u gebruikt.

Doseer het wasmiddel afhankelijk van de mate van vervuiling en de hardheid van het water (zie de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel). De wasmachine stopt voordat het wasprogramma afgelopen is. De stroomtoevoer is onderbroken. De watertoevoer of -afvoer is geblokkeerd.

24Probleem Mogelijke oorzaak OplossingNa het afpompen van het water maakt de machine lawaai, dat wordt veroorzaakt door de afvoerpomp.Er zit lucht in het afvoersysteem. Het water is afgepompt uit de trommel, maar er is nog een beetje water achtergebleven in de pomp en de afvoerpijp.Doordat de pomp ononderbroken werkt, wordt er lucht aangezogen. Dit veroorzaakt weliswaar een karakteristiek geluid, maar wijst niet op een storing. Het wasprogramma wordt af en toe even onderbroken. Afhankelijk van waterdruk en schuimvorming wordt het programma onderbroken.De wasmachine vult automatisch water bij.Het wasprogramma wordt onderbroken tot het overmatige schuim is verdwenen.12.1. Weergave van foutcodesDe wasmachine beschikt over een alarmsysteem dat met behulp van de op het display weergegeven foutcodes verder helpt bij het optreden van kleine problemen.

Zo kunnen eenvoudige storingen worden gelokaliseerd en kan de oorzaak ervan worden vastgesteld.Als zich een storing voordoet, wordt de bijbehorende foutcode op het display weergegeven.Foutcode Oorzaak OplossingE01 De deur is niet gesloten. Controleer of de deur goed gesloten is en of er tussen de deur geen kleding klem zit.E02 Lage waterdruk, geen water in de wasmachine Open de waterkraan en controleer de waterslang, het filter en de waterdruk.E03 Het water loopt niet goed weg. Controleer de pomp en controleer of de waterafvoerslang en het filter soms verstopt zijnE04 De wasmachine gebruikt te veel water. De machine pompt automatisch af. Als dit niet het geval is, onderbreek dan de watertoevoer, schakel de machine uit, haal de netstekker uit het stopcontact en neem contact op met het servicecentrum.

2615. ColofonCopyright © 2017Uitgave: 05.10.2017Alle rechten voorbehouden.Deze handleiding is auteursrechtelijk beschermd.Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.Het copyright berust bij de firma:Medion AGAm Zehnthof 7745307 EssenDuitslandDe handleiding is via de Service Hotline te bestellen en is via het serviceportal www.medion.com/nl/service/start/ beschikbaar voor download.U kunt ook de bovenstaande QR-code scannen en de handleiding via het serviceportal naar uw mobiele toestel downloaden.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Medion MD 37352 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden