Medion MD 16661 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Medion MD 16661 (93 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 106 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Medion MD 16661 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/93
S.v.p. openvouwen
Veuillez déplier !
03/2016
S.v.p. openvouwen
Veuillez déplier !
Elektrische naaimachine
Machine à coudre électrique
MEDION®(MD 16661)
Mode d‘emploi
Handleiding
16661 FR NL Direct Sales Cover MSN 5005 2352 RC2.indd 1-516661 FR NL Direct Sales Cover MSN 5005 2352 RC2.indd 1-522.01.2016 10:14:0422.01.2016 10:14:04

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Medion
Categorie: Naaimachine
Model: MD 16661
Gewicht: 5300 g
Breedte: 370 mm
Diepte: 150 mm
Hoogte: 300 mm
Soort: Automatische naaimachine
Vermogen: 40 W
Beeldscherm: LED
Soort voeding: Electrisch
Ingebouwd licht: Ja
Handvat(en): Ja
Aantal verlichtingen LEDS: 1
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Naaimachine functies: Naaiwerk
Steekpatronen aantal: 50
Naai snelheid: 700 RPM
Hechtings lengte: 4 mm
Stikslebreedte: 5 mm

Handleiding Medion MD 16661 – volledige tekst

45 van 87InhoudsopgaveFRNLInhoudsopgave1. Over deze handleiding. 471. 1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden. 471. 2. Gebruik voor het beoogde doel. 471. 3. Verklaring van conformiteit. 482. Veiligheidsinstructies. 492. 1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed. 492. 2. Netsnoer en netaansluiting. 492. 3. Basisinstructies. 492. 4. Repareer het apparaat nooit zelf. 502. 5. Veilige omgang met het apparaat. 502. 6. Reinigen en opbergen. 503. Het apparaat leren kennen. 513. 1. Inhoud van de verpakking. 513. 2. Inhoud van het accessoirevak. 513. 3. Elektrische aansluitingen. 523. 4. Regelen van de naaisnelheid. 523. 5. Aanbrengen en verwijderen van het afneembare werkblad. 523. 6. Accessoirevak. 534. Voorbereidende werkzaamheden. 534. 1. Plaatsen van de garenspoel. 534. 2. Opwinden van onderdraadspoel. 544. 3. Verwijderen van spoelhuis. 554. 4.

Over deze handleidingFRNL1. Over deze handleidingLees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht. Alle handelingen aan en met dit apparaat mogen alleen worden uitgevoerd voor zover deze in de handlei-ding zijn beschreven. Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. Geef deze handleiding mee wanneer u de machine doorgeeft aan iemand anders. 1. 1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woordenGEVAAR. Waarschuwing voor acuut levensgevaar. WAARSCHUWING. Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar let-sel. VOORZICHTIG. Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel. OPMERKING. Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen. Aanvullende informatie over het gebruik van dit apparaat. OPMERKING.

Neem de instructies in de handleiding in acht. TIPNaaitips om het werk gemakkelijker te maken1. 2. Gebruik voor het beoogde doelDit apparaat biedt vele gebruiksmogelijkheden:De naaimachine kan worden gebruikt voor het aan elkaar naaien en afwerken van de naden van licht tot middelzwaar naaigoed. Het naaigoed kan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer bestaan. • Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassin-gen. Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:• breng geen wijzigingen aan het apparaat aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd. • gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires. • neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften.

Elke andere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade. • Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstandigheden.

VeiligheidsinstructiesFRNL2. Veiligheidsinstructies2. 1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met be-perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onder-houd mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan. • Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van het apparaat en het net-snoer worden gehouden. GEVAAR. Verstikkingsgevaar. Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor be-staat gevaar voor verstikking.

Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 2. 2. Netsnoer en netaansluiting• Sluit het apparaat alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (230V~ / 50Hz), vlakbij de plaats waar het apparaat wordt opgesteld. Zorg dat het stopcontact altijd goed toe-gankelijk is zodat het apparaat indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt. • Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert, altijd de stekker zelf beetpakken en niet aan de kabel trekken. • Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af. • Het netsnoer en eventuele verlengkabels moeten zodanig lopen dat niemand erover kan struikelen. • De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken. • Wanneer u de naaimachine achterlaat, dient u de stekker uit het stopcontact te trekken om ongevallen door ongewenst inschakelen te voorkomen.

• Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact: draad insteken, naald verwisselen, persvoet instel-len, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden, alsook aan het einde van naaiwerkzaam-heden of wanneer de werkzaamheden worden onderbroken. 2. 3. Basisinstructies• De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor een elektrisch schok. • Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter. • Gebruik de naaimachine nooit in de open lucht. • Gebruik de naaimachine nooit als hij vochtig is of in een vochtige omgeving. • Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type ES-01FC. 49 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 4916661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 49 22. 01. 2016 10:13:0822. 01. 2016 10:13:08.

Veiligheidsinstructies2. 4. Repareer het apparaat nooit zelfWAARSCHUWING. Gevaar voor een elektrische schok. Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok. Probeer in geen geval het apparaat te openen of zelf te repareren. Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is, contact op met het servicecentrum of een andere geschikte reparatiedienst. • Trek bij beschadigingen van het apparaat of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact. • Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de ma-chine of het snoer niet worden gebruikt. • Als het aansluitsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet deze, om gevaar te voorko-men, worden vervangen door de klantenservice van de fabrikant of een andere deskun-dige persoon. 2. 5. Veilige omgang met het apparaat• Zet de naaimachine op een vlak, stevig werkvlak.

• Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: laat geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc. ) in de openingen binnendringen. • Houd het pedaal vrij van pluizen, stof en stofresten. • Plaats nooit iets op het pedaal. • Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen. • Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistof-fen. • Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naald. Er bestaat ook kans op letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aange-sloten. • Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt. • Gebruik geen verbogen of stompe naalden. • Houd de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen bre-ken. • Zet de naald na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoogste stand.

Reinigen en opbergen• Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de naaimachine gaat reinigen. Reinig het apparaat met een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaak-middelen want die kunnen het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat bescha-digen. • Gebruik voor het opbergen van de naaimachine altijd de meegeleverde kap zodat de machine beschermd is tegen stof. 50 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 5016661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 50 22. 01. 2016 10:13:0822. 01. 2016 10:13:08.

Het apparaat leren kennenFRNL3. Het apparaat leren kennen3.1. Inhoud van de verpakkingControleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:• Naaimachine• Afneembaar werkblad met accessoirevak• Netsnoer• Pedaal (type ES01FC)• Standaardvoet (rechte steek/zigzagsteek) (al gemonteerd)• Afdekkap• Handleiding en garantiebewijsGEVAAR!Verstikkingsgevaar!Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor ver-stikking! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.3.2.

Het apparaat leren kennen3.3. Elektrische aansluitingenOPMERKING! Gebruik uitsluitend het meegeleverde pedaal type ES01FC.StopcontactNetsnoerVoetstarterAansluitkabelpedaalAansluitingpedaalStroomschakelaarAansluitingnetsnoerVOORZICHTIG!Gevaar voor letsel!Door ongewenst bedienen van de voetschakelaar bestaat gevaar voor letsel. Schakel na afloop van de werkzaamheden of bij onderhoud, altijd de ma-chine uit en trek de stekker uit het stopcontact. Sluit het pedaal aan op de bijbehorende aansluiting op de naaimachine. Steek de aansluitstekker van het meegeleverde pedaal in het stekkerblok op de machine en steek vervolgens de stekker in het stopcontact. Schakel de naaimachine in met de hoofdschakelaar (24). De hoofdschake-laar schakelt zowel de machine als de naaiverlichting in.3.4. Regelen van de naaisnelheidDe naaisnelheid wordt met het pedaal geregeld.

De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het pedaal uit te oefenen.3.5. Aanbrengen en verwijderen van het afneembare werkbladDe machine wordt geleverd met een geïnstalleerd afneembaar werkblad. Het afneembare werkblad kan worden verwijderd door het voorzichtig naar links te schuiven. Als u het afneembare werkblad wilt aanbrengen, zet u het voorzichtig te-gen de machine aan en schuift u het naar rechts, totdat het hoorbaar vast-klikt.52 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 5216661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 52 22.01.2016 10:13:0922.01.2016 10:13:09

Voorbereidende werkzaamhedenFRNL3.6. AccessoirevakHet accessoirevak is in het afneembare werkblad geïntegreerd. Om te openen klapt u de deksel van het afneembare werkblad naar voren. Nu heeft u toegang tot de inhoud van het accessoirevak.4. Voorbereidende werkzaamheden4.1. Plaatsen van de garenspoelTIPIn de meeste garenspoelen bevindt zich een kerf die dient om het garen na gebruik te fixeren. Om een gelijkmatige en ongestoorde loop van het garen te waarborgen, moet u erop letten dat deze kerf naar beneden wijst. Trek de klospennen(2) omhoog uit de machine tot dat deze hoorbaar vast-klikken.

Steek de garenspoel op de klospen (2).TIPBij zeer fijn garen dat de neiging heeft in elkaar te draaien, wordt aangeraden om de garenspoel op de achterste klospen te plaatsen.Voer het garen in dit geval door het oogjes van de voorste klospen om het af-wikkelen te stabiliseren.GarnKlospenmet garenFOUT CORRECTGarenGeleidings-oog53 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 5316661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 53 22.01.2016 10:13:0922.01.2016 10:13:09

Voorbereidende werkzaamheden4.2. Opwinden van onderdraadspoelDe onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine wor-den opgewonden.Hiertoe leidt u de draad van de garenspoel door de opspoeldraadgeleiding (17) naar de spoel.De exacte methode voor het opwinden gaat als volgt: Steek de garenspoel op de klospen. Leid nu de draad vanaf de garenspoel door de opspoeldraadgeleiding (17), zoals op de afbeelding te zien is. Leid het uiteinde van de draad zoals afgebeeld door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel. Plaats de spoel op de spoelspindel(4), waarbij het uiteinde van de draad zich bovenop de spoel bevindt. Draai de spoelspindel(4) naar rechts rich-ting spoelaanslag(3), totdat deze hoorbaar vastklikt. Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het pedaal.

Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Wikkel op totdat de spoelspindel(4) automatisch stopt.OPMERKINGNadat de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, schakelt de led-indi-catie van het programmanummer naar het symbool "][". Het naaimechanisme wordt op hetzelfde moment uitgeschakeld zodat de naald tijdens het opspoe-len niet meebeweegt. Draai de spoelspindel(4) naar links en verwijder de spoel. Knip de overtollige draad af.OPMERKINGDe led-indicatie schakelt van symbool "][" weer terug naar de programma-indicatie (33) en het naaimechanisme wordt weer ingeschakeld.54 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 5416661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 54 22.01.2016 10:13:0922.01.2016 10:13:09

Voorbereidende werkzaamhedenFRNL4.3. Verwijderen van spoelhuis Controleer of de machine is uitgeschakeld. Verwijder het afneembaar werkblad. Zet de naald en de persvoet in de bovenste stand door aan het hand-wiel(26) te draaien resp. de hendel van de persvoet (20) in de bovenste po-sitie te zetten. Open de afdekking van het spoelhuis(10) zoals weergegeven op de afbeel-ding. Open de kantelhendel van het spoelhuis en trek dit uit de machine.Als u de kantelhendel loslaat, valt de spoel vanzelf uit het spoelhuis.Kantelhendel 4.4. Inrijgen van het spoelhuis Houd de spoel tussen duim en wijsvinger van uw rechterhand en laat de draad ca. 15 cm naar buiten hangen. Houd het spoelhuis in uw linkerhand en plaats de spoel in het spoelhuis. Leid het uiteinde van de draad door de inkeping aan de rand van het spoelhuis naar binnen. Trek de draad onder de spanningsveer door in het draadgat.

Voorbereidende werkzaamheden4.5. Plaatsen van het spoelhuis Houd het spoelhuis zodanig vast, dat de vinger van het huis naar boven wijst. Open de kantelhendel van het spoelhuis.VingerGrijperbaanringmet uitsparing Plaats het spoelhuis op de middelste pen en druk de spoel voorzichtig naar binnen tot de vinger van het spoelhuis in de grijpbaanring schuift. Laat de kantelhendel los en druk deze op het spoelhuis. Sluit de afdekking van het spoelhuis(10).4.6. Weergave van de bovendraadgeleidingVoor een beter overzicht vindt u op deze plaats een schematische weergave van het verloop van de bovendraad.De cijfers geven de volgorde van de stappen bij het inrijgen aan.12345656 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 5616661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 56 22.01.2016 10:13:1022.01.2016 10:13:10

Voorbereidende werkzaamhedenFRNL4.7. Inrijgen van bovendraadLees de onderstaande instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volg-orde bij de draadgeleiding tot het breken van de draad, het missen van steken en het samentrekken van de stof kan leiden. Zet de naald voor het inrijgen in de bovenste positie door aan het hand-wiel (26) te draaien. Zet nu de hendel van de persvoet(20) ook in de bovenste positie om de spanning van de draad iets te verlagen en de bovendraad eenvoudig te kunnen inrijgen. Plaats de garenspoel nu op een van de klospennen. Leid de draad nu zoals afgebeeld door de bovendraadgeleiding(16). Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsrege-laar voor de bovendraad (14) lopen. Voer de draad onder de voorste draadgeleiding (8) omhoog.

De binnenste geleidingsveer wordt automatisch omhooggeschoven.OPMERKINGAnders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bo-vendraadspanning niet direct zichtbaar. Let er daarom goed op dat de draad tussen de spanningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de machi-ne loopt.TIPVoor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 - 4 geschikt. Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadhef-fer(15).OPMERKINGDraai eventueel aan het handwiel(26) om de draadheffer (15) helemaal naar boven te zetten.12357 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 5716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 57 22.01.2016 10:13:1022.01.2016 10:13:10

Voorbereidende werkzaamheden Leid de draad nu weer naar beneden in de richting van de naald, waar-bij deze door de interne draadgeleiding (8) en de draadgeleiding van de naaldhouder (32) wordt gevoerd.4.8. Weergave van de bovendraadgeleiding bij dubbele naaldenVoor een beter overzicht vindt u op deze plaats een schematische weergave van het verloop van de bovendraad.De cijfers geven de volgorde van de stappen bij het inrijgen aan.linkernaald rechternaald12345678 Leid de tweede draad in de richting van de naald, waarbij deze door de in-terne draadgeleiding (8) en de draadgeleiding van de naaldhouder (32) wordt gevoerd.Draad voorlinkernaaldDraad voorrechternaald4657845658 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 5816661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 58 22.01.2016 10:13:1022.01.2016 10:13:10

Voorbereidende werkzaamhedenFRNL4.9. Ophalen van de onderdraad Zet de persvoet (30) omhoog. Draai het handwiel(26) met de rechterhand naar u toe totdat de naald zich in de bovenste positie bevindt. Houd de bovendraad losjes met de hand vast. Schakel de machine in. Druk de toets voor de naaldpositionering tweemaal in om een naaibeweging van de naald uit te voeren. Trek de bovendraad iets omhoog zodat de onderdraad een lus vormt. Trek ca. 15 cm van beide draden onder de persvoet(30) aan de achterkant naar buiten.59 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 5916661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 59 22.01.2016 10:13:1122.01.2016 10:13:11

Instellingen5. Instellingen5.1. Instelling van de draadspanningAls de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning te laag.In beide gevallen moet de draadspanning worden ingesteld.Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning de juiste onderlinge ver-houding hebben.5.2. Instellen van de onderdraadspanningDe spanning wordt opgewekt door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt geregeld door de regelaar voor de bovendraadspanning(14).Hoe hoger de waarde, des te groter de spanning.0= lage en 9= hoge bovendraadspanning.De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd wanneer de persvoet omlaag wordt gezet.Er zijn verschillende redenen waarom de spanning moet worden ingesteld.

Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een verschillende spanning wor-den gebruikt.De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.Zorg ervoor dat de spanning van boven- en onderdraad gelijkmatig is omdat de stof anders kan worden samengetrokken.Wij adviseren vóór elk werkstuk een proefnaad te maken op een lapje.OPMERKINGVoor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 - 4 geschikt.5.3. Controleren van de draadspanningen5.3.1.

Instellen van de eindpositie van de naaldDe naaimachine is voorzien van een automatische naaldpositionering zodat de naald altijd in de bovenste of onderste positie wordt gezet wanneer het naaien wordt beëindigd.U kunt instellen of de naald in de bovenste of de onderste positie moet wor-den gezet.Aan het begin van elk werkstuk is de automatische positionering ingesteld op de bovenste positie, dit is voor de meeste werkzaamheden zinvol.Als u de eindpositie wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk: druk eenmaal op de toets voor de naaldpositionering (7) om de positione-ring in te stellen op de onderste positie.De naald wordt in de onderste positie gezet.

Door opnieuw op de toets voor de naaldpositionering (7) te drukken, wordt de naald weer in de bovenste positie gezet.TIPBij naaiwerkzaamheden waarbij vaak wisselen van naairichting nodig is, is het zinvol om de naald in te stellen op de onderste positie, dan kan de stof makke-lijker worden gedraaid.61 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 6116661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 61 22.01.2016 10:13:1122.01.2016 10:13:11

Naaien6. Naaien6.1. Algemeen Schakel de hoofdschakelaar(24) in. Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand. Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet(30). Laat de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm naar achteren uitsteken. Zet de persvoethendel (20) omlaag. Terwijl u de draad met uw linkerhand vasthoudt, draait u het handwiel(26) naar u toe en plaatst u de naald op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen. Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine. Leid de stof bij het naaien met zachte hand door de machine.

Naai enkele terugwaartse steken door activering van de achteruithendel(6), om de eer-ste naadsteken vast te zetten.TIPAls u niet zeker weet of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is, probeert u de instellingen uit op een lapje.De stof loopt automatisch onder de persvoet (30) door. De stof mag niet met de handen worden tegengehouden of getrokken maar alleen licht worden ge-leid zodat de naad de gewenste richting krijgt.6.2. Selecteren van de juiste naaldOPMERKING!Gevaar voor beschadiging!Het gebruik van een defecte naald kan tot beschadiging van het naaigoed leiden. Vervang defecte naalden onmiddellijk.Het nummer dat de sterkte van de naald aangeeft, is op de schacht aange-bracht:Hoe hoger het nummer, des te sterker de naald.6.3.

NaaienFRNL6.4. Achteruit naaien/ patroon afsluitenGebruik achteruit naaien om een naad aan het begin en het einde te verster-ken.6.4.1. Achteruit naaien bij rechte steken, zigzagsteken en knoopsgaten Druk de toets achteruit (8) in en houd de toets ingedrukt. Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller de machine loopt. Als u weer vooruit wilt naaien, laat u gewoon de toets achteruit(8) los.6.5. Stof uit de naaimachine verwijderenZorg er bij het beëindigen van de naaiwerkzaamheden altijd voor dat de naald in de hoogste stand staat. U kunt de stof verwijderen door de persvoet(30) omhoog te tillen en de stof van u vandaan naar achteren uit de machine te trekken. 6.6.

Wisselen van naairichtingAls u in de hoeken van het naaigoed van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk: Stop de machine en draai het handwiel(26) zo ver naar u toe totdat de naald in de stof steekt. Til de persvoet(30) op. Draai de stof om de naald om de richting naar wens te veranderen. Laat de persvoet(30) weer zakken en ga verder met naaien.TIPDe positionering van de naald kan ook op de onderste positie worden inge-steld, volg daarvoor de stappen zoals in hoofdstuk “5.4. Instellen van de eind-positie van de naald” op pagina 61 beschreven.6.7. Afsnijden van de draadSnijd de draad af met het draadmesje(12) achterop de naaimachine of met een schaar. Laat ca.

Naaien6.8. ProgrammakeuzeBij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de knop voor programmakeuze(34) kunt u het gewenste steekpatroon eenvoudig instellen. Controleer voordat u van steek verandert altijd of de naald in de bovenste stand staat. Het rode symbool "#" geeft aan dat u zich in de modus programmakeuze bevindt. Stel met de toetsen "" en "" de gewenste steek in. Wanneer u de programmakeuzetoetsen (34) gedurende ca. 5 sec. inge-drukt houdt, lopen de programmanummers in stappen van 10 door. Wan-neer het gewenste programmasegment bereikt is, laat u de toetsen een-voudig los.Een overzicht van alle soorten steken vindt u op het bedieningsveld of in hoofdstuk “10. De programmakeuze” op pagina 83.6.9. Instelling van steekbreedteMet de instelling voor de steekbreedte (37) kunt u de breedte van het door u ingesteld steekpatroon kiezen.

Druk op de toets MODE om de instelling van de steekbreedte op te roepen. Het groene symbool " " geeft aan dat de standaard steekbreedte is inge-steld. Druk op de toets "" om de steekbreedte te verkleinen of de toets "" om de steekbreedte te vergroten. Het rode symbool " " geeft aan dat de ingestelde steekbreedte van de standaardinstelling afwijkt.Wanneer bij het instellen van de steekbreedte een waarschuwingssignaal klinkt, heeft u de minimale of maximale steekbreedte bereikt.6.10. Instelling van steeklengteMet de steekbreedteregelaar(25) kan de breedte van een zigzagsteek of een steekpatroon worden gekozen.Instelling 0: rechte steek.Instelling 1-5: verschillende breedtes van de steekpatronen.OPMERKING!Wanneer u gebruikmaakt van een dubbele naald mag de steekbreedte op maximaal 3 worden ingesteld.

NaaienFRNL6. 11. Steeksoorten instellenDe soorten steken worden ingesteld met de toetsen voor de programmakeu-ze(34). Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u van steek verandert. Voer, voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaiproef op een lapje uit. OPMERKINGEen overzicht van alle steekpatronen vindt u in de programmatabel in hoofd-stuk “10. De programmakeuze” op pagina 83. Om de persvoet te plaatsen en verwijderen, raadpleegt u hoofdstuk “7. 2. Ver-wijderen en plaatsen van de persvoet” op pagina 73. 6. 11. 1. Rechte steekGeschikt voor algemeen gebruik en voor afstikken. Persvoet:. StandaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. 0Steeklengte:. 0,5 tot 4,5Steekbreedte:. 0,5 tot 6,5OPMERKINGGevaar voor beschadiging. Een verkeerd draaipunt kan bij gebruik van een dubbele naald tot beschadiging leiden. Zet de naald in dit geval bij het draaipunt omhoog.

6. 11. 2. ZigzagsteekDe zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze heeft vele toepas-singsmogelijkheden, zoals omzomen en het opnaaien van applicaties en mo-nogrammen. Voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken, naait u ter versterking van de naad enkele rechte steken. Persvoet:. StandaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. 3Steeklengte:. 0,2 tot 3Steekbreedte:. 0,5 tot 7TIPS VOOR ZIGZAGSTEKENOm betere zigzagsteken te krijgen moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken. De bovendraad moet enigszins zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof. 65 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 6516661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 65 22. 01. 2016 10:13:1222. 01. 2016 10:13:12.

Naaien6. 11. 3. SatijnsteekDe zogenaamde satijnsteek, een zeer nauwe zigzagsteek, is bijzonder goed geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken. Omdat er voor de satijnsteek verschillende programma's worden gebruikt, kunt u voor alle mogelijke programma's de programmatabel in hoofdstuk “10. De programmakeuze” op pagina 83raadplegen. Persvoet:. Voet voor satijnsteekPersvoetindicator:. ZSteeklengte:. 0,5 tot 1,5Steekbreedte:. 0,7 tot 6TIPLet er bij gebruik van deze steek altijd op dat de bovendraadspanning iets wordt gelost. Hoe breder de steek, hoe losser de bovendraadspanning moet zijn. Bij het naaien van zeer dunne of zachte stoffen kunt u een dun papier on-der de stof leggen en meenaaien. Op die manier voorkomt u dat er steken worden gemist en de stof zich samentrekt. 6. 11. 4. Blinde steekVoor zogenaamde blinde zomenPersvoet:.

Standaardvoet met geleidingsvoetPersvoetindicator:. HProgramma:. 4 of 7Steeklengte:. 0,8 tot 3Steekbreedte:. 2 tot 7Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past. Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylondraad. Steek de opzet voor de geleidingsvoet op de standaard persvoet zoals op de afbeelding weergegeven. Vouw de stof zoals op de afbeelding weergegeven. Stel de persvoet met behulp van de stelschroef B zoda-nig is, dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken steeds alleen in de bo-venste vouw van de stof steken. Naai op de vouw, zoals op de afbeelding weergegeven, hierbij loopt de geleidingsvoet steeds langs de vouw. Haal daarna de stof van de machine en strijk de stof glad. De uitgevouwen stof heeft nu een blindzoomsteek.

TIPVoor het naaien van een blinde zoom is enige oefening vereist en moet voor het uitvoeren op het werkstuk op een restje stof worden geoefend. Klemschroefvoor persvoet OpzetgeleidingsvoetAchterkant AchterkantNaadvouwGeleiding66 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.

NaaienFRNL6. 11. 5. Geschelpte zoomEen geschelpte zoom is een gespiegelde blinde steek voor een decoratieve zoom. Deze is in het bijzonder geschikt voor schuin gesneden stoffen. Persvoet:. StandaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. 8Steeklengte:. 1 tot 3Steekbreedte:. 1 tot 7 De naald moet in de rand van de stof rechts zodanig in-steken, dat de steken aan de buitenste rand van zoom een lus vormen. 6. 11. 6. HeuvelsteekHeuvelsteken zijn steekpatronen met een decoratieve maar ook een prakti-sche toepassing. Persvoet:. Standaardvoet of voet voor satijnsteekPersvoetindicator:. J of ZProgramma:. 45 tot 59Steeklengte:. 0,3 tot 1,5Steekbreedte:. 3 tot 7De schelpsteek (programma 54 of 55) is bijvoorbeeld ideaal voor het naaien van decoratieve patronen op tafelkleden, servetten, kragen, manchetten etc. 6. 12.

SierstekenSiersteken zijn steekpatronen voor decoratieve toepassingen, vergelijkbaar met heuvelsteken. Persvoet:. Standaardvoet of voet voor satijnsteekPersvoetindicator:. J of ZProgramma:. 35 tot 90Steeklengte:. 0,3 tot 4Steekbreedte:. 0,5 tot 7OPMERKINGBij patronen voor siersteken en blinde steken moet u op een lapje stof ver-schillende steekbreedtes uitproberen om een optimaal resultaat te krijgen. 67 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 6716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 67 22. 01. 2016 10:13:1322. 01. 2016 10:13:13.

Naaien6. 13. KnoopsgatenDe naaimachine is voorzien van vijf automatische programma's voor knoops-gaten waarmee in één keer een knoopsgat kan worden genaaid. TIPOm de passende steeklengte en -breedte te vinden, is het aan te bevelen een proefknoopsgat op een lapje te maken. Persvoet:. KnoopsgatvoetPersvoetindicator:. BProgramma:. 92 tot 99Steeklengte:. 0,4 of 1,2Steekbreedte:. 4 Vervang de gemonteerde persvoet voor de knoopsgatvoet. Let erop dat de bovendraad door de knoopsgatvoet wordt geleid. Markeer de plaats waar het knoopsgat moet worden genaaid en plaats de knoopsgatvoet op die plek. Wanneer u een zeer fijne of een synthetische stof naait, verlaagt u de druk van de persvoet en legt u een stuk papier op de stof om te voorkomen dat de dra-den in elkaar draaien. 6. 13. 1. Werkwijze Geleid de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en trek de boven- en onderdraad naar links.

Kies met de programmakeuzeknop (34) het programma 1 om de linkerrups te naaien. Laat de voet zakken en naai langzaam totdat de gewenste lengte van de zijrups is bereikt. Hef dan de naald tot de hoogste stand en wissel naar programma 2 voor de onderste rups. Naai daarna een paar steken van de onderste rups. Hef dan de naald weer tot de hoogste stand en wissel naar programma 3 voor de rechterrups. Naai dan de rechterzijrups op precies dezelfde lengte als links. Zet de naald in de hoogste stand en kies opnieuw het programma 4 voor de bovenste rups. Naai dan, net als bij de onderste rups, ook de bovenste rups met een paar steken. Zet de naald in de hoogste positie en verwijder het werkstuk. Snijd nu met het meegeleverde mesje het knoopsgat open. 68 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 6816661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2. indb 68 22. 01.

NaaienFRNLTIPOm te voorkomen dat u de bovenste rups doorsnijdt, wordt aangeraden een speld door te stof te steken. 6. 13. 2. Knoopsgaten met garenversterkingBij knoopsgaten die worden blootgesteld aan zware belastingen, is het zinvol om het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te ver-sterken. TIPMaak voor knoopsgaten met meeloopdraad uitsluitend gebruik van de knoopsgatprogramma's met rechte uiteinden. Knip een bij de grootte van het knoopsgat passend stuk meeloopdraad af en leg dit om de voet van de knoopsgatvoet. Haak de draad in het achterste uiteinde van de persvoet en voer het garen vervolgens naar voren en knoop het aan de voorste pen vast. Naai het knoopsgat zoals gewoonlijk. Let erop dat de steken de meeloop-draad volledig omsluiten.

Wanneer het knoopsgatprogramma is beëindigd, neemt u het werkstuk uit de machine en knipt u de overstaande uiteinden van de meeloopdraad dicht bij het knoopsgat af. TIPHet gebruik van een meeloopdraad vereist enige oefening. Maak op een res-tant enkele knoopsgaten om de werkwijze te oefenen. 6. 14. Knopen en ogen aannaaien Zet de stopplaat in de transporteur zodat de stof niet wordt verplaatst. Persvoet:. StandaardvoetPersvoetindicator:. OProgramma:. 91Steeklengte:. 0Steekbreedte:. 2 tot 7 Zet de persvoet omlaag en leg de knoop zodanig tussen de stof en de persvoet dat de zigzagsteek in de gaten van de knoop valt zoals op de af-beelding aangegeven. Controleer de juiste positie van de knoop door het handwiel (26) met de hand te draaien. De naald moet exact in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te voorkomen.

Indien nodig moet de breedte van de zigzagsteek worden aangepast. Naai met een lage snelheid 6 tot 7 steken per gat. Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verschoven: vervolgens worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid.

Naaien6. 14. 1. Knopen op steel aannaaienBij zware stoffen is vaak een knoop op steel nodig. Leg een naald of bij een dikkere steel een lucifer op de knoop en naai de knoop net zoals een normale knoop aan. Neem het werkstuk na ca. 10 steken uit de machine. Trek de naald of lucifer uit het werkstuk. Laat de bovendraad iets langer en knip de bovendraad af. Voer de bovendraad door de knoop en wikkel de draad enkele malen om de steel die zo is ontstaan. Vervolgens voert u de draad naar de onderkant en knoopt u de draad aan de onderdraad vast. 6. 15. Ritssluitingen innaaienAfhankelijk van welke kant van de ritssluiting u naait moet de persvoet altijd op de stof liggen. Daarom wordt de persvoet aan de linker- of de rechterkant bevestigd, niet in het midden zoals alle andere persvoeten. Persvoet:. RitsvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. 1Steeklengte:. 1,5 tot 3Steekbreedte:.

0,5 tot 6,5 Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te vervan-gen. Naai de ritssluitingen op de stof en leg het werkstuk onder de voet in de juiste positie. Om de rechterkant van de ritssluiting aan te naaien, fixeert u de ritsvoet zo-danig dat de naald aan de linkerkant naait. Naai aan de rechterkant van de ritsvoet waarbij de naad zo dicht mogelijk aan de tanden moet worden geleid. Naai de ritssluiting ca. 0,5 cm onder de tanden met een brug vast. Om de linkerkant van de ritssluiting aan te naaien, verwisselt u de positie van de voet op de houder. Naai op dezelfde manier als aan de rechterkant van de ritssluiting. OPMERKINGVoordat de voet de loper op de band bereikt, plaatst u de voet omhoog en opent u de ritssluiting waarbij de naald in het materiaal blijft. 6. 15. 1.

Koorden innaaienMet de ritsvoet kunt u ook eenvoudig een koord innaaien zoals op de afbeel-ding weergegeven. Sla de stof eenmaal om zodat een koordtunnel ontstaat en naai dan langs het koord waarbij de ritsvoet achter het koord moet liggen.

mou-wen en broekspijpen.U kunt van uw naaimachine eenvoudig een vrije arm-machine maken door het afneembare werkblad met het accessoirevak (9) van de naaimachine te verwijderen.De vrije arm(19) is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:• Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.• Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken.• Applicaties, borduren of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.• Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.71 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 7116661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 71 22.01.2016 10:13:1322.01.2016 10:13:13

Onderhoud, verzorging en reiniging7. Onderhoud, verzorging en reinigingVOORZICHTIG!Gevaar voor letsel!Door ongewenst bedienen van de voetschakelaar bestaat gevaar voor letsel. Schakel na afloop van de werkzaamheden of bij onder-houd, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact.7.1. Vervangen van de naald Draai het handwiel(26) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat. Los de naaldklemschroef (27) op door deze naar u toe te draaien. Verwijder de naald uit de klem. Zet de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in. Schuif de naald tot de aanslag naar boven. Draai de naaldklemschroef (27) weer vast.NaaldstangNaaldklemschroefVastdraaienLosdraaienPlatte kantnaar achterOPMERKINGNaalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.Voor informatie over typeaanduiding en dikte raadpleegt u hoofdstuk “9.

Onderhoud, verzorging en reinigingFRNL7.2. Verwijderen en plaatsen van de persvoet7.2.1. Verwijderen Draai het handwiel(26) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat. Til de persvoet op door de persvoethendel (20) omhoog te halen. Door de persvoetontgrendeling(21) achter de persvoethouder (29) om-hoog te drukken, valt de persvoet naar beneden.7.2.2. Plaatsen Plaats de persvoet zodanig, dat de pen van de voet precies onder de ope-ning van de voetklem komt te liggen. Laat de persvoethendel (20) zakken. Druk vervolgens nog de persvoetontgrendeling naar boven. De persvoet valt dan automatisch in de juiste positie.7.3. Verwijderen en plaatsen van de persvoethouderDe persvoethouder hoeft niet te worden verwijderd tenzij u wilt stoppen, stik-ken of de ruimte wilt openen om de transporteur te reinigen.7.3.1.

Verwijderen Zet de naald in de hoogste positie door het handwiel (26) naar u toe te draaien en zet de persvoethendel (20) omhoog. Verwijder de voet van de persvoethouder en los de klemschroef (31) op met de meegeleverde schroevendraaier.7.3.2. Plaatsen Zet de naald in de hoogste positie door het handwiel (26) naar u toe te draaien en zet de persvoethendel (20) omhoog. Wanneer u nu de persvoethouder plaatst, drukt u deze zo ver mogelijk om-hoog en draait u de klemschroef met de meegeleverde schroevendraaier vast.73 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 7316661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 73 22.01.2016 10:13:1422.01.2016 10:13:14

Onderhoud, verzorging en reiniging7.4. Onderhoud aan de naaimachineDe naaimachine is een fijnmechanisch apparaat en heeft regelmatig onder-houd nodig om goed te blijven werken.Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren.Het onderhoud omvat vooral: Reinigen en smeren.OPMERKINGGebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwali-teit omdat andere soorten olie niet geschikt zijn.Let er op dat er na het smeren restjes olie in de machine kunnen achterblijven. Deze verwijdert u door een paar steken te naaien op een restje stof. Op die manier voorkomt u dat uw naaiwerk vuil wordt.7.4.1. Reinigen van de behuizing en het pedaalTrek de stekker uit het stopcontact voordat u de naaimachine gaat reinigen.Voor het reinigen van de behuizing en voetregelaar gebruikt u een droge, zachte doek.

Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmiddelen want die kunnen het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat beschadigen.7.4.2. Reiniging van de transporteurDe tanden van de transporteur moeten goed schoon worden gehouden om perfect naaien te waarborgen. Verwijder de naald en de persvoet (zie Pagina 72 f.). Draai de schroeven van de naaldplaat los en verwijder de plaat van de ma-chine. Verwijder stof en draadresten met een penseel van de tanden van de trans-porteur. Plaats de naaldplaat daarna terug in de machine.74 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 7416661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 74 22.01.2016 10:13:1422.01.2016 10:13:14

Onderhoud, verzorging en reinigingFRNL7.4.3. Reinigen en smeren van het spoelhuis Zet de naald in de hoogste stand omdat de grijper anders niet uitgenomen kan worden. Verwijder het spoelhuis. Draai de klikhendels naar buiten, zoals op de afbeelding weergegeven Verwijder de grijperbaanring. Verwijder de grijper door de nok in het midden van de grijper vast te hou-den. Verwijder alle vuildeeltjes uit de grijperbaanring van de grijperbaan en olie de delen met een lapje. Doe een tot twee druppels olie op de spoelgrijperbaan, zoals op de afbeel-ding is weergegeven. Verwijder de grijper door de nok in het midden van de grijper vast te hou-den.75 van 8716661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 7516661 FR NL Direct Sales Content MSN 5005 2352 RC2.indb 75 22.01.2016 10:13:1422.01.2016 10:13:14

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Medion MD 16661 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden