Medion LIFE SD36 (MD 11881) Handleiding

Medion Naaimachine LIFE SD36 (MD 11881)

Bekijk gratis de handleiding van Medion LIFE SD36 (MD 11881) (280 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 58 mensen. Heb je een vraag over Medion LIFE SD36 (MD 11881) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/280
Bedienungsanleitung
Notice d‘utilisation
Gebruiksaanwijzing
Manual de instrucciones
Istruzioni per l‘uso
User Manual
Digitale Nähmaschine
Machine à coudre électronique
Digitale naaimachine
Máquina de coser digital
Macchina da cucire digitale
Digital sewing machine
MEDION LIFE SD36 (MD 11881)

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Medion
Categorie: Naaimachine
Model: LIFE SD36 (MD 11881)

Handleiding Medion LIFE SD36 (MD 11881) – volledige tekst

DEFRNLESITEN97Inhoudsopgave1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing. 991. 1. Betekenis van de symbolen. 992. Gebruiksdoel. 993. Verklaring van overeenstemming. 994. Veiligheidsvoorschriften. 994. 1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen. 994. 2. Netsnoer en adapteraansluiting. 1004. 3. Algemene instructies. 1004. 4. Nooit zelf repareren. 1004. 5. Veilig omgaan met het apparaat. 1004. 6. Reinigen en opbergen. 1015. Inhoud van de levering. 1016. Overzicht van het apparaat. 1027. Elektrische aansluitingen. 1077. 1. Naaisnelheid regelen. 1077. 2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalen. 1087. 3. De accessoires. 1088. Voorbereidende werkzaamheden. 1098. 1. Garenklos plaatsen. 1098. 2. Onderdraadspoel opspoelen. 1098. 3. Verwijderen van de spoel. 1108. 4. Plaatsen van de spoel. 1118. 5. Bovendraad inrijgen. 1128. 6. Weergave van de bovendraadgeleiding. 1138. 7.

DEFRNLESITEN991. Informatie over deze gebruiksaanwijzingHartelijk dank dat u voor ons product hebt ge-kozen. Wij wensen u veel plezier met het appa-raat. Lees de veiligheidsvoorschriften en de volle-dige gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht. Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik. Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook altijd deze gebruiksaanwijzing mee, omdat deze een essentieel onderdeel van het product is. 1. 1. Betekenis van de symbolenAls een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de vol-gende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst be-schreven gevaar worden vermeden om de daar genoem-de mogelijke risico’s te voorkomen. Gevaar. Waarschuwing voor direct levensgevaar. Waarschuwing.

Waarschuwing voor mogelijk levensge-vaar en/of ernstig blijvend letsel. Voorzichtig. Waarschuwing voor mogelijk minder ern-stig of licht letsel. Let op. Neem de aanwijzingen in acht om materi-ele schade te voorkomen. Meer informatie over het gebruik van het apparaat. Neem de aanwijzingen in de gebruiksaan-wijzing in acht. TipNaaitips om het werk gemakkelijker te makenSymbool van veiligheidsklasse IISymbool voor geteste veiligheid2. GebruiksdoelHet apparaat heeft veel gebruiksmogelijkheden:De naaimachine kan worden gebruikt voor het stikken en afwerken van de naden van licht tot zwaar naaiwerk. Het naaiwerk kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer. • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor privégebruik en niet voor industrieel/commercieel gebruik.

Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aan-sprakelijkheid vervalt:• Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en gebruik het niet met hulp- of aanbouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.

• Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedge-keurde reserveonderdelen en accessoires. • Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheids-voorschriften. Iedere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materiële schade. • Gebruik het toestel niet onder extreme omgevingsom-standigheden. 3. Verklaring van overeenstemmingHierbij verklaart Medion AG dat het product overeenstemt met de volgende Europese eisen:• EMC-richtlijn //EU• Laagspanningsrichtlijn //EU• Ecodesignrichtlijn //EG• RoHS-richtlijn //EU. 4. Veiligheidsvoorschriften4. 1.

Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen  Dit product kan worden gebruikt door kinderen vanaf  jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of gebrek aan kennis en/of ervaring, mits er iemand toezicht op hen houdt of als hun is geleerd hoe ze het pro-duct veilig kunnen gebruiken en ze heb-ben begrepen welke gevaren het gebruik van het product met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonder-houd mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze ouder zijn dan  jaar en er iemand toezicht op hen houdt.

100  Kinderen jonger dan  jaar moeten uit de buurt van het apparaat en de aansluitka-bel worden gehouden. GEVAAR. Verstikkingsgevaar. Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van ver-pakkingsfolie.  Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 4. 2. Netsnoer en adapteraansluiting  Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact ( V ~  Hz) dat zich in de buurt van de machine bevindt. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toe-gankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.  Als u de stekker uit het stopcontact haalt, pak dan altijd de stekker zelf vast en trek niet aan het snoer.  Zorg ervoor dat het snoer tijdens gebruik helemaal afgerold is.  Het netsnoer en de verlengkabel moeten zo worden gelegd dat er niemand over kan struikelen.

 Het snoer mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken.  Trek de stekker van de naaimachine uit het stopcontact als u klaar bent en voor-kom zo dat de machine per ongeluk wordt ingeschakeld en daardoor ongeluk-ken gebeuren.  Schakel voor de volgende werkzaamhe-den de naaimachine uit en trek de stekker uit het stopcontact: draad inrijgen, naald verwisselen, persvoet instellen, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoe-ren, als u stopt met uw naaiwerk en als u het werk onderbreekt. 4. 3. Algemene instructies  De naaimachine mag niet nat worden. Er bestaat gevaar voor elektrische schokken.  Laat de naaimachine nooit aanstaan zon-der dat er iemand bij is.  Gebruik de naaimachine niet buiten.  Gebruik de naaimachine niet in een voch-tige omgeving of als deze vochtig is.  De machine mag uitsluitend worden ge-bruikt met het meegeleverde voetpedaal-type ESFC. 4. 4.

 Probeer in geen geval om het apparaat te openen of zelf te repareren.  Neem in geval van storing of als de aan-sluitkabel van dit apparaat beschadigd is contact op met het Service Center of een andere geschikte gespecialiseerde werk-plaats.  Trek bij beschadiging van de machine of de aansluitkabel onmiddellijk de stekker uit het stopcontact.  Om risico's te voorkomen, mag de naai-machine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of aan de aansluitka-bel niet worden gebruikt.  Als het netsnoer van het apparaat bescha-digd is, moet dit worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst van de fa-brikant of een vergelijkbaar gekwalificeer-de persoon om gevaar te voorkomen. 4. 5. Veilig omgaan met het apparaat  Zet de naaimachine op een stevig, vlak werkblad.  Tijdens gebruik moeten de ventilatieope-ningen vrij blijven: zorg ervoor dat er niets (bijv.

stof, restjes garen, enz. ) in de ope-ningen terechtkomt.  Houd het voetpedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.  Zet nooit iets op het voetpedaal.  Gebruik uitsluitend de meegeleverde ac-cessoires.

DEFRNLESITEN101  Gebruik voor het smeren uitsluitend spe-ciale naaimachineolie. Gebruik geen an-dere vloeistoffen.  Wees voorzichtig bij het bedienen van de bewegende delen van de machine en vooral van de naald. Er bestaat ook gevaar voor letsel als de machine niet is aange-sloten op het elektriciteitsnet.  Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.  Gebruik geen verbogen of botte naalden.  Houd de stof tijdens het naaien niet vast en trek er niet aan. De naalden kunnen breken.  Zet de naald als u klaar bent met het naai-werk, altijd in de hoogste stand.  Schakel als u klaar bent, voordat u onder-houdswerkzaamheden gaat uitvoeren de machine altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.4.6. Reinigen en opbergen  Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.

Ge-bruik voor het reinigen een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het op-pervlak en/of de opschriften van het ap-paraat kunnen beschadigen.  Gebruik voor het opbergen van de naai-machine altijd de meegeleverde afdek-kap, zodat de machine beschermd is te-gen stof.5. Inhoud van de leveringGEVAAR!Verstikkingsgevaar!Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!  Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:• Naaimachine• Afneembaar werkblad• Netsnoer• Voetpedaal (type ESFC)• Accessoires in het accessoirevakje (overzicht van de inhoud op de volgende pagina)• Beknopte gebruiksaanwijzing

DEFRNLESITEN1077. Elektrische aansluitingenLET OPGevaar voor beschadiging!Het gebruik van ongeschikte accessoires kan schade aan het apparaat ver-oorzaken.  Gebruik uitsluitend het meegeleverde voetpedaal type ESFC.HoofdschakelaarStopcontactNetsnoerVoetpedaalAansluiting netsnoerAansluitkabelvoetpedaalAansluitingvoetpedaalVOORZICHTIG!Gevaar voor letsel!Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedienen van het voet-pedaal.  Schakel de machine als u klaar bent en vóór onderhoudswerkzaamhe-den altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact. ` Sluit het voetpedaal aan op de aansluiting voor het voetpedaal op de naaimachine. ` Steek het netsnoer van het meegeleverde voetpedaal in de stekke-raansluiting op de machine en steek vervolgens de netstekker in het stopcontact. ` Schakel de naaimachine in met de hoofdschakelaar ().

Met de stroomschakelaar schakelt u zowel de naaimachine zelf als de verlich-ting van de machine in.7.1. Naaisnelheid regelen7.1.1. Normale werking met voetpedaalDe naaisnelheid wordt geregeld met het voetpedaal. De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het voetpedaal uit te oe-fenen.7.1.2. Handmatige bediening zonder voetpedaalDe naaisnelheid kan ook handmatig worden geregeld met de snelheidsre-gelaar (). ` Verwijder het voetpedaal om de handmatige bediening te activeren.

108 ` Druk op de START/STOP-knop () op de naaimachine om het naai-en te starten of te stoppen. ` Schuif tijdens het naaien de snelheidsregelaar naar rechts om de snel-heid te verhogen of naar links om de snelheid te verlagen.7.2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalenDe machine wordt geleverd met een bevestigd werkblad. ` Het afneembare werkblad kan worden weggehaald door het voorzich-tig naar links te schuiven. ` Als u het afneembare werkblad wilt bevestigen, houd u het voorzichtig tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, tot u het hoort vast-klikken.7.3. De accessoires ` De accessoires vindt u in een plastic zak achter het afneembare werk-blad.

DEFRNLESITEN1098. Voorbereidende werkzaamheden8.1. Garenklos plaatsenTIPDe meeste garenklossen hebben een inkeping die dient voor het vastzet-ten van het garen als u klaar bent. Let erop dat deze inkeping omlaag wijst om ervoor te zorgen dat het garen gelijkmatig en goed wordt geleid. ` Trek de garenpennen () naar boven uit de machine, tot u ze hoort vast-klikken. ` Plaats de viltglijder op de garenpen. ` Plaats de garenklos op de garenpen.8.2. Onderdraadspoel opspoelenDe onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine worden opgespoeld.Hiervoor trekt u de draad van de garenklos door de opspoeldraadgeleiding naar de spoel.Hoe u de draad precies moet opspoelen, wordt in de volgende punten be-schreven: ` Steek de extra garenpen in de bijbehorende opening. ` Draai de draad van de garenklos door de opspoeldraadgeleiding, zoals op de afbeelding te zien is.

110 ` Haal het uiteinde van het garen, zoals op de afbeelding te zien is, door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel.Zet de spoel op de spoelspindel, waarbij het uiteinde van de draad bo-ven op de spoel ligt. ` Draai de spoelspindel naar rechts in de richting van de spoelaanslag tot u deze hoort vastklikken.Zodra de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, verandert de ledindicatie van het programmanummer in het symbool . Tegelij-kertijd wordt ook het naaimechanisme uitgeschakeld, zodat de naald niet beweegt tijdens het opspoelen. ` Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het voetpedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Spoel de draad op tot de spoelspindel niet meer verder draait.

` Draai de spoelspindel naar links en haal de spoel weg.De ledindicatie schakelt van het symbool weer terug naar de pro-grammanummerweergave en het naaimechanisme wordt opnieuw geac-tiveerd. ` Snijd draden die uitsteken weg.8.3. Verwijderen van de spoel ` Zet de naald in de bovenste positie door aan het handwiel en de pers-voethendel te draaien. ` Open de spoelcassette door de ontgrendelschuif naar rechts te druk-ken. ` Verwijder de afdekking van de spoelcassette. ` Til nu voorzichtig de spoel uit de spoelcassette.

DEFRNLESITEN1118.4. Plaatsen van de spoel ` Houd de spoel tussen duim en wijsvinger en laat ongeveer  cm van de draad eruit hangen. ` Plaats de spoel voorzichtig in de spoelcassette zodat de draad vanaf de onderkant van de spoel wordt gewikkeld en de spoel tegen de klok in draait wanneer u aan de draad trekt. ` Steek nu de draad van rechts naar links in de spanveer (opening A). ` Houd de spoel voorzichtig vast met de vinger en leid de draad door de opening links van de spoelcassette, zoals aangegeven op de naaldplaat.Knip de draad aan het einde van de opening af met de geïntegreerde draadsnijder. ` Sluit de afdekking van de spoelcassette weer door de afdekking eerst aan de linkerkant in te zetten en dan stevig aan te drukken tot deze hoorbaar vastklikt.

1128.5. Bovendraad inrijgenLees de volgende instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgor-de bij het inrijgen ertoe kan leiden dat de draad breekt, steken uitvallen of de stof samentrekt. ` Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het hand-wiel te draaien. ` Zet ook de persvoethendel in de bovenste stand, hierdoor wordt de draadspanning opgeheven en kan de bovendraad gemakkelijk worden ingeregen. ` Zet een garenklos op een van de garenpennen. ` Breng de draad nu onder de klemveer van de bovenste bovendraadge-leiding. ` Laat de draad vervolgens door de opening naar de bovenste boven-draadspanningsregelaar lopen.Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bovendraadspanning niet direct te zien. Let er daarom zeer goed op dat de draad tussen de spanningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de machine loopt.

DEFRNLESITEN113 ` Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draad-heffer.Draai eventueel aan het handwiel om de draadheffer in de hoogste stand te zetten. ` Leid de draad nu weer naar onderen in de richting van de naald. Hierbij wordt de draad door de draadgeleiding van de naaldhouder gelegd.8.6. Weergave van de bovendraadgeleidingVoor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het verloop van de bovendraad.Met de cijfers wordt de volgorde van de stappen bij het inrijgproces aan-gegeven.De cijfers vindt u eveneens op de behuizing van de naaimachine.12345

1148.7. Functie voor automatisch inrijgen van de naaldDe naaimachine beschikt over een inrijgmechanisme waarmee de boven-draad gemakkelijk kan worden ingeregen.LET OPGevaar voor beschadiging!De functie voor het automatisch inrijgen kan alleen voor het inrijgen van een normale naald worden gebruikt.  Een tweelingnaald moet handmatig worden ingeregen. ` Draai eventueel aan het handwiel om de naald in de bovenste stand te zetten. Plaats de draad rond draadgeleiding A. ` Trek de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig zo ver mogelijk naar beneden. ` Draai de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig linksom naar achteren. ` De draadhaak B wordt automatisch door het oog van de naald gehaald. Leg de draad onder de draadhaak B.AB

DEFRNLESITEN115 ` Zet de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig weer terug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de bovendraad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. ` Schuif de hendel van het inrijgmechanisme weer omhoog en trek de lus volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen.8.8. Onderdraad ophalen ` Zet de persvoet omhoog. Draai het handwiel met de rechterhand naar u toe, tot de naald zich in de bovenste positie bevindt. ` Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het hand-wiel met de rechterhand naar u toe, tot de naald zich naar beneden en vervolgens weer naar boven heeft bewogen.Stop dan het handwiel zodra de naald in de hoogste stand staat. ` Trek de bovendraad iets omhoog, zodat de onderdraad een lus vormt.

1169. Instellingen9.1. Draadspanning instellenAls de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning juist te laag.In beide gevallen moet de draadspanning worden versteld.Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning ten opzichte van elkaar goed zijn ingesteld.9.2. Bovendraadspanning regelenDe spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt met de regelaar voor de boven-draadspanning geregeld.Hoe hoger de waarde, hoe groter de spanning.DraadspanningverlagenDraadspanningverhogenVoor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van  tot  geschikt.De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd als de persvoet omlaag wordt gezet.Er zijn meerdere redenen waarom de spanning moet worden geregeld.

Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een andere spanning worden gebruikt.De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.Zorg ervoor dat de spanning van de boven- en onderdraad gelijk is, omdat de stof anders kan worden samengetrokken.Wij adviseren u vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een restje stof.

DEFRNLESITEN1179.3. Draadspanningen controleren9.3.1. Juiste naadDe boven- en onderdraadspanning is goed gekozen als de draden in het midden van de stof de naad vormen.De stof blijft glad en er ontstaan geen plooien.9.3.2. Onzuivere nadenDe bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad omhoog. De onderdraad is te zien op de bovenste stoflaag.Oplossing:Stel de bovendraadspanning op een lagere waarde in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.DraadspanningverlagenDraadspanningverhogenDraad-spanningte strakDraad-spanningte losOnderkantBovenkantBovenkantBovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad omlaag. De bo-vendraad is te zien aan de onderkant van de stoflaag.Oplossing:Stel de bovendraadspanning op een hogere waarde in door aan de rege-laar voor de bovendraadspanning te draaien.OnderkantBovenkant

1189.4. Instelling van de naaldeindpositieDe naaimachine heeft een automatisch naaldpositiesysteem dat de naald altijd naar de bovenste of onderste positie verplaatst wanneer het naaien is voltooid.U kunt instellen of de naald naar de bovenste of onderste positie moet worden verplaatst.Aan het begin van elk naaiwerk is het automatische naaldpositiesysteem op de bovenste positie ingesteld. Dit is zinvol voor het meeste naaiwerk.Ga als volgt te werk als u de eindpositie van de naald wilt wijzigen: ` Druk eenmaal op de multifunctionele knop om de positionering in te stellen voor de onderste positie.De naald wordt naar de onderste positie gebracht.

` Door nogmaals op de naaldpositioneringsknop te drukken wordt de naald weer in de bovenste positie gebracht.Het display toont de huidige positie van de naald.TIPVoor naaiwerk waarbij de naairichting vaak moet worden veranderd, is het verstandig om de naaldpositie in de onderste positie in te stellen, omdat de stof dan gemakkelijker kan worden gedraaid.

DEFRNLESITEN11910. Naaien10.1. Algemeen• Schakel de hoofdschakelaar in.• Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand. Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet. Laat de boven- en onderdraad circa  cm naar achteren uitsteken.• Laat de persvoethendel zakken. Houd de draad met uw linkerhand vast, draai het handwiel naar u toe en plaats de naad op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.• Druk op het voetpedaal. Hoe harder u drukt, hoe sneller de machine loopt. Duw de stof bij het naaien langzaam en voorzichtig door de ma-chine. Gebruik de achteruitknop om een paar achterwaartse steken te naaien en zo de eerste steken van de naad vast te zetten.TIPWeet u niet zeker of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is?

Probeer deze instellingen dan uit op een lapje stof.De stof loopt automatisch onder de persvoet door: deze mag niet met de handen worden tegengehouden en er mag ook niet aan worden getrok-ken, maar moet voorzichtig door de machine worden geduwd, zodat de naad in de gewenste richting loopt.10.2. Juiste naald kiezenLET OPGevaar voor beschadiging!Het gebruik van een defecte naald kan tot schade aan het naaiwerk leiden.  Vervang defecte naalden onmiddellijk.Het nummer waarmee de sterkte van de naald wordt aangegeven, is op de schacht te vinden.Hoe hoger het nummer, hoe sterker de naald.Voor dikkere en compactere stoffen worden sterkere naalden gebruikt (zie ook “. Stof-, garen- en naaldentabel” op blz. ).10.3.

12010.4. Achterwaarts naaien/ patroonafwerkingGebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te ver-stevigen.10.4.1. Achterwaarts naaien met rechte en zigzagsteken ` Druk op de multifunctionele knop en houd deze ingedrukt. ` Druk op het voetpedaal. ` Als u weer vooruit wilt naaien, laat u gewoon de multifunctionele knop los.10.4.2. Patroonafwerking bij siersteken ` Druk op de multifunctionele knop . ` De machine maakt automatisch vier kleine steken om het patroon af te werken. ` De positie van deze aanhechtsteken is altijd precies waar de naad ein-digt.10.5. Stof uit de naaimachine halenAls u klaar bent met naaien, moet u er altijd voor zorgen dat de naald in de hoogste positie staat. U kunt de stof weghalen door de persvoet omhoog te duwen en de stof van u weg naar achteren te trekken.10.6.

Van naairichting wisselenAls u in de hoeken van het naaiwerk van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk: ` Stop de machine en draai het handwiel zo ver naar u toe tot de naald in de stof steekt. ` Duw de persvoet omhoog. ` Draai de stof zo om de naald tot u de gewenste naairichting heeft ge-vonden. ` Laat de persvoet weer zakken en ga verder met naaien.TIPU kunt de naaldpositie ook instellen voor de onderste positie. Ga hiervoor te werk zoals beschreven in het hoofdstuk “.. Instelling van de naaldeind-positie” op blz.  .10.7. Draad afsnijdenSnijd de draad af met de draadsnijder achter op de naaimachine of knip deze door met een schaar. Doe dit zodanig dat er achter het oog van de naald nog circa  cm draad uitsteekt.

DEFRNLESITEN12110. 8. ProgrammaselectieBij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en sier-steken. Met de programmakeuzeknoppen kunt u gewoon het gewenste steekpatroon instellen. ` Controleer voordat u van steek verandert, altijd of de naald in de bo-venste stand staat. ` Stel met de knoppen "" en "" de gewenste steek in. ` Als u de programmakeuzeknoppen ongeveer  seconden ingedrukt houdt, lopen de programmanummers in stappen van tien door. Wan-neer u het gewenste programmagebied bereikt, laat u de knoppen gewoon los. Een overzicht van alle steeksoorten vindt u op het bedieningspaneel van de naaimachine of in het hoofdstuk “. Programma kiezen” op blz. . 10. 9. Instelling steekbreedteMet de instelling van de steekbreedte kunt u de breedte van het door u ingestelde steekpatroon kiezen.

` Druk op de knop "-" om de steekbreedte te verkleinen of op de knop "+" om de steekbreedte te vergroten. De standaard steekbreedte wordt op het display aangegeven met het symbool. Als de standaard steekbreedte wordt gewijzigd, verdwijnt de ovaal rond het steekbreedtesymbool. Als u een waarschuwingssignaal (meerdere piepsignalen) hoort tijdens het instellen van de steekbreedte, hebt u de minimale of maximale steek-breedte bereikt. 10. 10. Steeklengte instellenMet de steeklengte-instelling kunt u de lengte van het door u ingestelde steekpatroon kiezen. ` Druk op de knop "-" om de steeklengte te verkleinen of op de knop "+" om de steeklengte te vergroten. De standaard steeklengte wordt op het display aangegeven met het sym-bool. Als de standaard steeklengte wordt gewijzigd, verdwijnt de ovaal rond het steeklengtesymbool.

Als u een waarschuwingssignaal (meerdere piepsignalen) hoort tijdens het instellen van de steeklengte, hebt u de minimale of maximale steeklengte bereikt. 10. 11. Soorten steken instellenDe steeksoorten worden ingesteld met de programmakeuzeknoppen.

Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u van steek ver-andert. Voer voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaitest op een lapje stof uit. Een overzicht van alle steekpatronen is te vinden in de programmatabel in hoofdstuk “. Programma kiezen” op blz. . Afhankelijk van het geselecteerde programma moet een geschikte persvoet worden gebruikt. Zie “. . Persvoet weghalen en plaatsen” op blz. voor het plaatsen en verwijderen van de persvoet. Persvoet-indicatorSteeknummerSteekselectieSteek-breedteSteekbreedteselecterenSteek-lengteSteeklengteselecteren.

12210. 11. 1. Rechte steekGeschikt voor algemeen gebruik en afstikken. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. Steeklengte:. , t/m ,Steekbreedte:. , t/m ,LET OPGevaar voor beschadiging. Een verkeerd draaipunt kan bij het gebruik van een tweelingnaald leiden tot schade.  Stel in dit geval de naalden hoog in op het draaipunt. 10. 11. 2. ZigzagsteekDe zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze steek kan voor veel verschillende toepassingen worden gebruikt, zoals omzomen en ap-plicaties en monogrammen opstikken. Naai eerst enkele rechte steken om de naad te verstevigen voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. Steeklengte:. , tot Steekbreedte:. , t/m TIPS VOOR ZIGZAGSTEKENOm betere zigzagsteken te krijgen, moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken.

De bovendraad moet deels zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof. 10. 11. 3. SatijnsteekDe zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is uitermate ge-schikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken. Omdat er verschillende programma's kunnen worden gebruikt voor de sa-tijnsteek, zijn alle mogelijke programma's te vinden in de programmatabel in het hoofdstuk “. Programma kiezen” op blz. . Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JSteeklengte:. , t/m ,Steekbreedte:. , tot TIPSteeds wanneer u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bo-vendraadspanning iets wordt verlaagd. Hoe breder de steek moet worden, hoe lager de bovendraadspanning moet zijn. Bij het naaien van zeer dunne of gevoelige stoffen moet u een dun papier onder de stof leggen en dit meenaaien. Daarmee voorkomt u dat steken worden overgeslagen of de stof samentrekt.

DEFRNLESITEN12310. 11. 4. Blinde steekVoor zogenaamde blinde zomen. Persvoet:. BlindsteekvoetPersvoetindicator:. HProgramma:.  of Steeklengte:. , tot Steekbreedte:.  t/m Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past. Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylon draad. ` Vouw de stof samen zoals op de afbeelding weergegeven. ` Stel de persvoet zo in met de stelschroef B dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken alleen in de bovenste vouw van de stof komen. Naai de vouw vast zoals op de afbeelding weergegeven. ` Haal nu de stof uit de machine en strijk hem glad. De uitgevouwen stof heeft nu een blinde zoomsteek. TIPHet naaien van blinde zomen vereist enige oefening en kan het beste vóór het naaien op stofresten worden uitgeprobeerd. 10. 11. 5.

12410. 11. 6. Elastische steekDeze steek is bijzonder geschikt voor het naaien van blinde naden (aan el-kaar naaien van twee stukken stof). De elastische steek kan ook worden gebruikt om elastische stoffen te ver-stevigen en stukken stof op te naaien. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (bijvoorbeeld elastische bandjes). Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:.  en Steeklengte:. , tot ,Steekbreedte:.  tot TIPGebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna onzichtbaar. 10. 11. 7. Elastiek opnaaien ` Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof. ` Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elastiek daarbij met de hand voor en na de persvoet. Hoe meer spanning is ingesteld, hoe meer plooien er ontstaan. 10. 11. 8. VeersteekDe veersteek kan worden gebruikt om twee stukken stof stomp aan elkaar te naaien. Persvoet:.

DEFRNLESITEN12510. 11. 9. Ruitsteek of smoksteekDe smoksteek is veelzijdig en decoratief, bijvoorbeeld om kant of elastiek op te naaien of stretch en andere elastische stoffen te naaien. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:.  of Steeklengte:. , tot Steekbreedte:.  tot Let bij het naaien van smoksteken op het volgende: ` Plooi het naaiwerk gelijkmatig. ` Leg een smalle strook stof onder de plooien en naai eroverheen met de smoksteek. ` Maak het smokwerk helemaal af voordat u dit versierde deel in het hele kledingstuk naait. ` Bij zeer lichte stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door een elas-tische draad op de spoel te wikkelen. 10. 11. 10. Gesloten overlocksteekDeze steek is uitermate geschikt om jersey en joggingpakken mee te naai-en en herstellen. Deze steek is zowel decoratief als praktisch.

De steek be-staat uit gladde zijlijnen met dwarsverbindingen en is volledig elastisch. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. ,  of Steeklengte:. , tot Steekbreedte:.  tot  ` Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rech-teruitslag rechte steken naait en nog net de rand van de stof raakt en er zo met de linkeruitslag een zigzagsteek wordt genaaid. 10. 11. 11. Lange enstekenLangettensteken zijn steekpatronen met decoratieve maar ook nuttige toepassingen. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:.  tot Steeklengte:. , tot ,Steekbreedte:.  tot De schulprand (programma  of ) is bijvoorbeeld ideaal voor het naaien van decoratieve patronen voor tafelkleden, servetten, kragen, manchetten, enz.

12610. 12. SierstekenSiersteken zijn steekpatronen met een decoratieve toepassing, vergelijk-baar met langettensteken. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:.  tot Steeklengte:. , tot Steekbreedte:. , t/m 10. 13. PatroonstekenPatroonsteken zijn geschikt voor het ontwerpen van kinderkleding of als decoratief stiksel op sets, schorten, enz. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:.  tot Steeklengte:. , tot ,Steekbreedte:. ,Bij de sier- en patroonsteken moet u verschillende steekbreedtes uitprobe-ren op een stuk stof om het beste resultaat te krijgen. 10. 14. Le erpatroonEen overzicht van alle lettersteken vindt u in de programmatabel in hoofd-stuk “. . Letterprogramma’s” op blz. . 10. 14. 1. Le ers selecteren ` Druk op de knop om de lettermodus in te schakelen, het symbool verschijnt op het display.

` Selecteer nu met de toetsen "" of "" het gewenste programma of de gewenste letter. ` Houd de toetsen "" of "" ingedrukt om het snel doorlopen van het programma te starten. In de snelzoekmodus veranderen de programma's in stappen van tien. ` Begin langzaam te naaien, de machine stopt automatisch na elke vol-tooide letter. 10. 14. 2. Instellen van de afstand tussen de le ers ` De afstand tussen de letters kunt u via de steeklengte beïnvloeden. ` Druk op de knop "-" om de steeklengte te verkleinen of op de knop "+" om de steeklengte te vergroten.

DEFRNLESITEN12710. 15. KnoopsgatenDe naaimachine heeft vijf volautomatische knoopsgatprogramma's die in één keer een knoopsgat naaien. TIPOm de juiste steeklengte en -breedte te vinden, is het aan te raden om een proefknoopsgat te naaien op een restje stof. Persvoet:. KnoopsgatvoetPersvoetindicator:. BProgramma:.  tot Steeklengte:. , of ,Steekbreedte:.  ` Leg eerst de knoop in de knoophouder van de knoopsgatvoet. ` Vervang de gemonteerde persvoet door de knoopsgatvoet. Zorg er-voor dat de bovendraad door de knoopsgatvoet wordt geleid. ` Markeer de plaats waar het knoopsgat moet worden genaaid en plaats de knoopsgatvoet daar. Als u heel fijne stof of synthetische stof naait, verminder dan de druk van de persvoet en leg een stuk papier op de stof om te voorkomen dat de draad in de war raakt. 10. 15. 1.

Werkwijze ` Plaats de knoopsgatvoet op de gewenste en gemarkeerde plaats van uw naaimateriaal en laat de persvoethendel zakken. ` Trek hendel C van de knoopsgatautomaat voorzichtig naar beneden. Zorg ervoor dat de hendel zich binnen de begrenzingspennen A en B van de knoopsgatvoet bevindt. ` Selecteer een knoopsgatenpatroon en stel de gewenste steeklengte en -breedte in. ` Begin langzaam te naaien, de naaimachine maakt nu het volledige knoopsgat in één naaistap. De hendel van de knoopgasautomaat zorgt ervoor dat de gewenste lengte van het knoopsgat behouden blijft en dat de naairichting wordt veranderd. ` Houd het voetpedaal ingedrukt tot de naaimachine vanzelf stopt met naaien. ` Zet de persvoethendel in de hoogste stand en verwijder het naaigoed. ` Maak nu het knoopsgat los met het bijgeleverde tornmesje.

12810. 15. 2. Knoopsgaten met garenverstevigingBij knoopsgaten waar meer druk op staat, is het aan te raden het knoops-gat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te verstevigen. TIPGebruik voor knoopsgaten met vulgaren alleen de knoopsgatprogramma's met rechte uiteinden. ` Snijd een eindje meeloopgaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgatvoet heen. ` Haak het garen in de doorn achter de persvoet, trek het vervolgens naar voren en knoop het vast aan de voorste doorn. ` Naai het knoopsgat op de gewone manier. Let er daarbij op dat de ste-ken het meeloopgaren volledig omsluiten. ` Als het knoopsgatprogramma is beëindigd, haalt u het naaiwerk uit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uiteinden van het meeloopga-ren dicht bij het naaiwerk af. TIPHet gebruik van meeloopgaren vereist enige oefening.

Maak enkele knoopsgaten op een lapje stof om hier handigheid in te krijgen. 10. 16. Knopen en oogjes aannaaienKnopen, haakjes en oogjes kunnen moeiteloos worden vastgenaaid met de transparante blauwe persvoet. ` Selecteer het knoopsgatprogramma en stel de steekbreedte zo in dat deze overeenkomt met de afstand tussen de gaatjes. ` Laat de stoftransporteur zakken met de hendel aan de achterkant van de machine. Persvoet:. knoopaannaaivoetPersvoetindicator:. OProgramma:. Steeklengte:. Steekbreedte:.  t/m  ` Laat de persvoet zakken en leg daarbij de knoop zo tussen stof en persvoet dat de zigzagsteek in de gaten van de knoop valt, zoals op de afbeelding te zien is. ` Controleer de juiste positie van de knoop door aan het handwiel te draaien. De naald moet precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te voorkomen. Verander indien nodig de breedte van de zigzagsteek.

` Naai op lage snelheid  tot  steken per gat. Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verschoven. Dan worden ook in de andere gaten  tot  steken genaaid.

DEFRNLESITEN12910. 16. 1. Knopen met steel aannaaienBij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig. ` Leg een naald of bij een zwaardere steel een lucifer op de knoop en ga daarna op dezelfde manier te werk als bij het aannaaien van een nor-male knoop. ` Haal uw naaiwerk na circa  steken uit de machine. ` Trek de naald of de lucifer uit het naaiwerk. ` Laat de bovendraad iets langer en snijd deze af. ` Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele keren om de steel die hierbij ontstaat. Trek de bovendraad vervolgens naar de on-derkant van de stof en knoop deze aan de onderdraad vast. 10. 17. Ritssluitingen innaaienAfhankelijk van welke kant van de rits u naait, moet de persvoet altijd op de stof liggen. Daarom wordt de persvoet op de linker- of rechterkant en niet in het mid-den bevestigd, zoals bij alle andere voeten. Persvoet:. RitsvoetPersvoetindicator:. IProgramma:.

Steeklengte:. , tot Steekbreedte:. , t/m , ` Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te verwisselen. ` Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet. ` Om de rechterkant van de ritssluiting vast te naaien, zet u de ritsvoet zo vast dat de naald aan de linkerkant naait. ` Naai op de rechterkant van de ritssluiting, waarbij de naad zo dicht mo-gelijk tegen de tanden aan moet komen. ` Naai de ritssluiting zo'n , centimeter onder de tanden met een tus-senstuk vast. ` Om de linkerkant van de ritssluiting vast te naaien, wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder. ` Naai op dezelfde manier als bij de rechterkant van de ritssluiting. Voordat de voet bij de trekker van de rits komt, heft u de voet en opent u de ritssluiting terwijl de naald in de stof blijft. 10. 17. 1.

Koorden innaaienMet de ritsvoet kunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zoals op de af-beelding te zien is. ` Sla de stof één keer om, zodat er een holle zoom voor het koord wordt gevormd en naai dan langs het koord.

13010. 18. RimpelenPersvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. Steeklengte:. Steekbreedte:. Verlaag de bovendraadspanning (zie blz. ) zo dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en door de bovendraad wordt omstren-geld. ` Naai een of meerdere rijen steken. Snijd de draden niet direct bij de stofrand af, maar laat de uiteinden van de draden circa  centimeter uitsteken. ` Leg nu aan het begin van elke rij een knoop in de boven- en onder-draad. ` Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meerdere onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de delen stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste breedte is gerimpeld, knoopt u de boven en onderdraden van de tweede kant vast. ` Verdeel de plooien gelijkmatig. ` Naai de plooien met een of meerdere rechte naden vast. 10. 19.

Applicaties opnaaienDe applicaties kunnen worden gebruikt op tafelkleden, shirts, gordijnen en kinderkleding. Persvoet:. standaardvoetPersvoetindicator:. JProgramma:. Steeklengte:. , tot Steekbreedte:. , t/m  ` Speld de applicatie op de stof. ` Naai met een dichte zigzagsteek langs de rand van het vastgespelde motief. Voor fijne stoffen raden we aan een borduurring te gebruiken. ` Draai de stof bij hoeken en rondingen van de applicatie pas als de naald zich aan de buitenkant van de applicatie bevindt. ` Verwijder ten slotte de stikdraad. 10. 20. Met tweelingnaald naaienDe tweelingnaald is verkrijgbaar in de betere vakhandel. Let er bij de aan-koop op dat de afstand tussen beide naalden niet groter is dan  mm. Met de tweelingnaald kunnen prachtige tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garen met verschillende kleuren gebruikt. Persvoet:.

DEFRNLESITEN131 ` Zet de tweelingnaald op dezelfde manier als een enkele naald in (zie blz. ). ` Steek de tweede garenpen in de uitsparing aan de achterkant van de naaimachine. ` Zet twee even volle garenklossen op de garenpennen. ` Rijg beide draden door de draadhouder, zoals bij een enkele draad. ` Leid beide draden in de interne draadgeleiding. ` Rijg een draad rechts en een draad links in voor de naaldogen. ` Selecteer met de knop de tweelingnaaldmodus, op het display ver-schijnt het symbool .LET OPGevaar voor beschadiging!Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbuigen of breken.  Til de naald altijd uit de stof.10.21.

Naaien op de vrije armMet de vrije arm kunt u gemakkelijker ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen.U kunt van uw naaimachine gemakkelijk een machine met een vrije arm maken door het afneembare werkblad van de naaimachine te halen.De vrije arm is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:• Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.• Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken• Applicaties, borduursels of zomen van randen, manchetten of broek-spijpen.• Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.Tweelingnaald-indicator

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Medion LIFE SD36 (MD 11881) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden