MBM LOD503 Handleiding
Pagina's 156 Niet gecategoriseerd
Bekijk de handleiding van MBM LOD503 gratis online of download de PDF. 22 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | MBM |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | LOD503 |
Handleiding MBM LOD503 – volledige tekst
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 1 van 14 NL VERTALING VAN DE ORIGINELE INSTRUCTIES INHOUD HFDST 1 RISICO'S EN BELANGRIJKE MEDEDELINGEN. 2 1. 1 NORMALE BEDRIJFSOMSTANDIGHEDEN. 3 HFDST 2 VOORWOORD. 4 HFDST 3 INSTALLATIE. 4 3. 1 UITPAKKEN. 4 3. 2 PLAATSING. 4 3. 3 ELEKTRISCHE AANSLUITING. 5 3. 4 AANSLUITING OP HET WATERNET. 6 3. 5 VERBINDING MET DE AFVOERLEIDING. 6 3. 6 GLANSMIDDEL EN VAATWASMIDDEL. 6 HFDST 4 GEBRUIK VAN DE MACHINE. 7 4. 1 LEGENDA EN SYMBOLEN. 7 4. 2 AANZETTEN. 7 4. 3 VOORBEREIDING REK. 7 4. 4 PROGRAMMAKEUZE EN -START. 8 4. 4. 1 Afwasmachine onder werkblad. 8 4. 4. 2 Afwasmachines met klep. 8 4. 5 CONTINU AFWASSEN (*OPTIONAL). 8 4. 6 HET INGEBOUWDE FILTER VERWIJDEREN. 8 4. 7 DE MACHINE LEGEN. 8 4. 7. 1 Machines zonder afvoerpomp. 8 4. 7. 2 Machines met afvoercyclus (*optional). 8 4. 8 DE MACHINE UITSCHAKELEN. 9 4. 9 DE HARSEN REGENEREREN (*OPTIONAL). 9 4.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 2 van 14 NL Lees de instructiehandleiding aandachtig door alvorens de machine te starten. De aanwijzingen uit deze handleiding geven belangrijke informatie over de veiligheid gedurende de verschillende fasen van installatie, gebruik en onderhoud. Als de aanwijzingen die in de bijgevoegde documentatie staan niet in acht worden genomen, kan de veiligheid van het apparaat in gevaar worden gebracht en komt de garantie meteen te vervallen. Hfdst 1 RISICO'S EN BELANGRIJKE MEDEDELINGEN Dit apparaat is alleen bestemd voor het gebruik waarvoor het uitdrukkelijk ontwikkeld is. Ieder ander gebruik wordt als onjuist beschouwd en is daarom gevaarlijk.
Het gespecialiseerde personeel dat de installatie uitvoert, moet de gebruiker goed voorlichten over de werking van het apparaat en welke eventuele veiligheidsvoorschriften in acht genomen moeten worden, ook door het geven van praktische demonstraties. Iedere ingreep op de machine, ook bij storing, mag alleen door de fabrikant, of door een erkend servicecentrum en door vakmensen worden verricht, waarbij alleen originele reserveonderdelen gebruikt mogen worden. Zet de machine altijd eerst uit of zorg dat hij van het elektriciteits- en waternet is losgekoppeld, voordat u onderhouds-, reparatie en reinigingswerkzaamheden verricht. De machine mag NIET worden gebruikt door ongetraind personeel.
Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of die niet over ervaring en noodzakelijke kennis beschikken, mits deze onder toezicht staan of nadat zij instructies hebben ontvangen betreffende een veilig gebruik van het apparaat. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De reinigings- en onderhoudswerkzaamheden die de gebruiker moet uitvoeren mogen niet worden toevertrouwd aan kinderen die niet onder toezicht staan.
De machine mag NIET onder spanning blijven staan wanneer hij niet wordt gebruikt. Als de machine niet is uitgerust met een stekker of ander middel om de machine volledig af te koppelen, waarbij alle contacten van elkaar worden gescheiden, moeten dergelijke afkoppelinrichtingen worden ingebouwd in het voedingsnet, conform de installatievoorschriften. Als de voedingskabel beschadigd is, dient deze te worden vervangen door de fabrikant of door de technische assistentie van de fabrikant of hoe dan ook door een persoon met een soortgelijke kwalificatie, om elk risico te voorkomen. De schroef op het apparaat die gemarkeerd is met het symbool 5021 van de norm IEC 60417 vertegenwoordigt de equipotentiaalaansluiting. De machine mag NOOIT snel worden geopend als het programma nog niet is afgelopen.
De machine mag NOOIT worden gebruikt zonder de door de fabrikant aangebrachte beschermingen. Gebruik de machine NOOIT om voorwerpen te wassen van een type, vorm,.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 3 van 14 NL maat of materiaal, die niet geschikt zijn voor de machinewas of die niet perfect intact zijn. Gebruik het apparaat of de onderdelen ervan NOOIT als ladder of steun voor personen, voorwerpen of dieren. Plaats NOOIT teveel gewicht op de open deur van voorladers, die erop gemaakt is alleen het vaatrek te dragen. Kom NOOIT met blote handen aan het vaatwasmiddel. Kantel de machine NOOIT na de installatie. Als u een storing of vloeistoflekken opmerkt, koppelt u de elektrische stroom onmiddellijk los en sluit u de watervoorziening. Zet de afwasmachine niet in de buurt van warmtebronnen met een temperatuur van meer dan 50°C. Stel de afwasmachine NOOIT bloot aan weersinvloeden (regen, zon etc. ) De vaatwasmachine mag niet in de buitenlucht worden opgesteld zonder adequate afschermingen.
Start een afwasprogramma nooit zonder dat de overstroombeveiliging aanwezig is, indien deze is voorzien. Kom nooit met magnetische voorwerpen in de buurt van de machine. Gebruik de bovenkant van de machine niet als vlak om voorwerpen op te zetten. De monteur moet de goede werking van de aarding controleren. Na het proefdraaien moet de monteur een schriftelijke verklaring afleggen betreffende de juiste installatie en test volgens de voorschriften en de regelen der kunst. U dient de positie NIET te wijzigen en evenmin de elementen waaruit de machine bestaat onklaar te maken, dergelijke handelingen kunnen de veiligheid van de machine in gevaar brengen. Niveau van geluidsdruk volgens EN ISO 4871 o LpA max. = 55 db Kpa=2,5 db voor inbouwversies o LpA max. = 65 db Kpa=2,5 db voor doorschuifversies o LpA max. = 76 db Kpa=q,5 db voor pannenwasversies Max.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 4 van 14 NL Hfdst 2 VOORWOORD Waarschuwingen: Bewaar alle documentatie zorgvuldig in de nabijheid van het apparaat; geef deze aan de monteurs en bedieners die met de apparatuur werken en houd haar in de loop der tijd intact door haar veilig op te bergen. Maak kopieën als de documentatie vaak geraadpleegd moet worden De bediener is verplicht deze handleiding te lezen, begrijpen en te leren kennen alvorens welke handeling dan ook op de machine te verrichten. Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor professioneel vaatwassen in grootkeukens,dus de installatie, het gebruik en het onderhoud zijn alleen voorbehouden aan getraind personeel dat de instructies van de fabrikant in acht neemt.
Garantie: De fabrikant wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor schade aan voorwerpen of personen, die voortkomen uit het niet in acht nemen van de gegeven instructies of door een verkeerd gebruik van de machine Als de aanwijzingen die in de bijgaande documentatie worden gegeven niet in acht worden genomen, kan dat de veiligheid van het apparaat aantasten en komt de garantie meteen te vervallen Installaties en reparaties die zijn uitgevoerd door onbevoegde monteurs en het gebruik van niet-originele vervangingsonderdelen doen de garantie onmiddellijk vervallen. Opslag: Transport en opslag: tussen -10°C en 55°C met een piek van 70°C (gedurende max. 24 uur) Hfdst 3 INSTALLATIE Een goede installatie is van fundamenteel belang voor een goede werking van de machine.
Enkele gegevens die nodig zijn bij de installatie van de machine staan op het kenmerkenplaatje op de rechter zijkant van de machine, en in kopie op de omslag van deze handleiding. De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde, geautoriseerde monteurs. 3. 1 Uitpakken Controleer of de verpakking niet beschadigd is, en vermeld eventuele geconstateerde schade op de afleveringsbon. Verzeker u ervan dat het apparaat onbeschadigd is na de verpakking te hebben verwijderd.
Als de machine beschadigd blijkt, moeten de leverancier en het transportbedrijf onmiddellijk worden gewaarschuwd via fax of aangetekende brief met ontvangstbewijs. Als de schade zodanig is dat de veiligheid van de machine erdoor wordt beïnvloed, dan mag de machine niet geïnstalleerd en/of gebruikt worden voordat zij gecontroleerd is door een gekwalificeerd monteur. De onderdelen van de verpakking (plastic zakken, piepschuim, spijkers, etc. ) moeten buiten het bereik van kinderen en huisdieren worden gehouden, aangezien ze mogelijke bronnen van gevaar zijn. 3. 2 Plaatsing Zorg ervoor dat er zich in de buurt van de installatie geen onderdelen en materialen bevinden, die beschadigd kunnen worden door waterdamp die tijdens de werking uit de machine kan komen, of dat deze voldoende beschermd zijn.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 5 van 14 NL Bij de dimensionering van de vloer of inbouw moet rekening gehouden worden met het totale gewicht van de afwasmachine Om de stabiliteit te garanderen, moet de machine op haar vier poten worden geïnstalleerd en waterpas worden gezet. Dit apparaat is alleen geschikt voor een vaste aansluiting; andere installatieoplossingen moeten overeengekomen worden met en goedgekeurd door de fabrikant. Verwijder de beschermfolie van de omkasting alvorens de afwasmachine te gaan gebruiken. Mod. V~ Hz kW A S/N H2O kPa °C 3.
3 Elektrische aansluiting Er moet een hoofdschakelaar van het alpolige type aanwezig zijn, die alle contacten, inclusief de nulleiding, uitschakelt, een afstand tussen de open contacten heeft van minstens 3 mm en een contactverbrekend veiligheidsmechanisme heeft, of gekoppeld is aan zekeringen, die gedimensioneerd of geijkt moeten worden op het vermogen dat op het kenmerkenplaatje op de machine staat. De hoofdschakelaar moet op de elektriciteitsleiding aangesloten die dichtbij de installatie zit, en mag uitsluitend één apparaat tegelijk voeden. De spanning en frequentie van het elektriciteitsnet moeten overeenstemmen met die van het kenmerkenplaatje. Voor de veiligheid van de bediener en de apparatuur moet er een efficiënte aardinstallatie aanwezig zijn, die voldoet aan de geldende preventievoorschriften.
Dit apparaat is conform de certificatie EN/IEC 61000-3-11 se indien de impedantie van het systeem Zsys kleiner dan of gelijk aan Zmax is in het verbindingspunt tussen het voedingssysteem van de gebruiker en het openbare systeem.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 7 van 14 NL Hfdst 4 GEBRUIK VAN DE MACHINE 4. 1 Legenda en symbolen Met verwijzing naar Afb. 1: 1 DRUKKNOP EN LED ON/OFF 4b DISPLAY SPOELTEMPERATUUR 2 PROGRAMMAKEUZEKNOP 5 CYCLUSLED 3 STARTKNOP 6 STATUSLED 4 AUTOMATISCHE STARTKNOP (alleen met klep) 7 LED AUTOMATISCHE START (alleen met klep) 4a DISPLAY AFWASTEMPERATUUR Korte afwasprogramma's Afvoercyclus Gemiddeld afwasprogramma Continu afwasprogramma Lang afwasprogramma 4. 2 Aanzetten Onder verwijzing naar Afb. 2 Schakel de hoofdschakelaar van de elektriciteit in, open de waterkraan buiten de machine. Controleer of de overstroombeveiliging aanwezig is. Druk op de ON/OFF-knop (1). De STATUSLED (6) knippert met rood licht totdat het niveau bereikt wordt. Wanneer de balk het vereiste niveau bereikt, gaat de STATUSLED (6) uit.
De groene punt in de hoek van het TEMPERATUURDISPLAY (4a - 4b) betekent dat het verwarmen van het afwas- of spoelwater bezig is. Wanneer de werktemperatuur wordt bereikt, blijft de STATUSLED (6) groen branden. De optimale afwasomstandigheden zijn nu bereikt. 4. 3 Voorbereiding rek Voor een goede werking van de machine moeten de volgende regels worden opgevolgd, onder verwijzing naar Afb. 3: Gebruik het juiste rek, vul het zonder het te overbelasten en stapel de vaat niet op. Spoel de vaat altijd eerst voor. Zet geen vaat in de afwasmachine met ingedroogde en harde resten. Zet lege houders omgekeerd in het rek. Zet borden en dergelijke altijd schuin in het hiervoor bestemde rek, met de bovenkant naar voren. Zet het bestek in de daarvoor bestemde bak, met de handgrepen naar beneden.
Zet geen zilveren en roestvrij stalen bestek in hetzelfde bestekbakje, omdat het zilver hierdoor zwart kan worden en het staal mogelijk kan gaan roesten. Was de vaat meteen na gebruik af, om te voorkomen dat etensresten hard worden en aankoeken.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 8 van 14 NL 4. 4 Programmakeuze en -start 4. 4. 1 Afwasmachine onder werkblad Kies het afwasprogramma dat geschikt is voor het vaatwerk dat afgewassen moet worden door herhaaldelijk op de PROGRAMMAKEUZEKNOP (2) te drukken. De cyclusled gaat branden en geeft het gekozen programma aan (Afb. 4). Om het programma te starten, druk op de START-knop (3); de CYCLUSLED (5) die overeenkomt met het gekozen afwasprogramma begint te knipperen. Hij blijft vast branden wanneer het programma voltooid is. Om het drogen te versnellen moet het rek na het afwasprogramma meteen uit de machine getrokken worden. Om het afwasprogramma eerder te beëindigen, druk op de START-knop (3). 4. 4. 2 Afwasmachines met klep Kies het afwasprogramma dat geschikt is voor het vaatwerk dat afgewassen moet worden door herhaaldelijk op de PROGRAMMAKEUZEKNOP (2) te drukken.
De cyclusled gaat branden en geeft het gekozen programma aan (Afb. 4). Druk op de AUTOMATISCHE START-knop (4), de LED AUTOMATISCHE START (7) gaat branden. Gebruik de START-knop (3) als er geen knop 4. Doe de klep omlaag, het programma begint automatisch en de CYCLUSLED (5) die bij het gekozen wasprogramma hoort, begint te knipperen. Hij blijft vast branden wanneer het programma voltooid is. Om het drogen te versnellen moet het rek na het afwasprogramma meteen uit de machine getrokken worden. Om het afwasprogramma eerder te beëindigen, druk op de START-knop (3). 4. 5 Continu afwassen (*optional) Dit is een langer programma met een tijd die per model varieert. De duur van het programma kan naar wens worden gevarieerd door tijdens het afwassen op de START-knop (3) te drukken, waardoor het afwassen stopt en de spoelfase begint. 4.
1 Machines zonder afvoerpomp Zet de machine uit. Verwijder het ingebouwde filter, als dat aanwezig is (Afb. 7 A ). Haal de overstroombeveiliging weg door hem omhoog te trekken (Afb. 8 B ). Wacht tot de bak helemaal leeg is. Verwijder indien nodig het filter van de bak en maak het schoon (Afb. 8 C). 4. 7. 2 Machines met afvoercyclus (*optional) Selecteer de afvoercyclus met de PROGRAMMAKEUZEKNOP (2). Verwijder het ingebouwde filter, als dat aanwezig is (Afb. 7 A). Haal de overloopbeveiliging, indien aanwezig, weg door hem naar boven te trekken (Afb. 9) Doe de deur/klep weer dicht. Druk op de START-knop (3) om het programma te starten. De machine voert een afvoercyclus met zelfreiniging (*optional) uit; aan het einde hiervan schakelt de machine uit. Verwijder indien nodig het filter van de bak en maak het schoon (Afb. 8 C).
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 9 van 14 NL 4. 8 De machine uitschakelen Druk op de ON/OFF-knop (1), op het DISPLAY (4) blijven de centrale segmenten zichtbaar om aan te geven dat er spanning op de machine staat. 4. 9 De harsen regenereren (*optional) Wanneer de signalering SA Lt verschijnt op machines met ontharder, moet er zout in het hiervoor bestemde bakje worden gedaan. Doe dit als volgt: Haal het rek uit de machine. Verwijder het ingebouwde filter ( Afb. 7 ). Schroef de dop van het zoutbakje los ( Afb. 11 ). Doe er keukenzout in korrels (ongeveer 700 g) in en gebruik hierbij de bijgeleverde trechter. (de eerste keer dat dit gedaan wordt, moet het bakje eerst worden gevuld met water) Sluit het bakje weer stevig. Spoel het gebied rondom de zoutdop met de hand schoon en voer een zelfreinigingscyclus uit om mogelijke problemen door corrosie te voorkomen.
De signalering ‘SA Lt’ verdwijnt enkele minuten. De signalering rE G op het display geeft aan dat de machine bezig is met de harsregeneratiecyclus die nodig is om de goede werking van de ontharder te herstellen. Zolang deze signalering aanwezig is, zouden de gestarte cycli langer kunnen duren dan normaal. NB Zet de machine niet uit terwijl er een regeneratiecyclus bezig is 4. 10 Weergave van informatie Door de PROGRAMMAKEUZEKNOP (2) bij ingeschakelde machine vijf seconden ingedrukt te houden, verschijnt de tekst “CC” gevolg door het aantal afwasprogramma's dat de machine heeft uitgevoerd sinds zij in gebruik genomen is. 4. 11 Lijst van meldingen die kunnen verschijnen Deur open Aantal uitgevoerde programma's 4. 12 Einde werkdag Leeg de machine op het eind van de dag altijd, zoals beschreven wordt in de paragraaf “De machine legen”.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 10 van 14 NL Hfdst 5 ONDERHOUD 5.1 Algemene regels Voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht, laat u de machine eerst helemaal leeglopen, neemt u de stroom weg en sluit u de externe waterkraan. Gebruik geen waterstralen onder druk, want deze zouden het elektrische systeem kunnen beschadigen. Was de buitenkant alleen af wanneer deze koud is, met producten die speciaal geformuleerd zijn voor het onderhoud van staal. Als ijsvorming mogelijk is, moet het water uit de boiler en uit de waspomp worden afgetapt. 5.2 Reiniging Om de efficiëntie van de machine te garanderen, moeten de onderhoudswerkzaamheden regelmatig worden verricht, uitgevoerd zoals hierna aangegeven is. Desinfecteer de vaatwasser bovendien regelmatig met geschikte, niet bijtende, in de handel verkrijgbare producten.
5.3 Reiniging van de filtergroep Verricht deze procedure aan het einde van de dag, of als u vuilresten op de filters ziet: 1. Neem de reken weg en maak hen schoon. 2. Maak de bak leeg volgens de instructies in de paragraaf “De machine legen”. 3. Verwijder alle filters van de afwasmachine en maak hen grondig schoon. 4. Gebruik geen schurende producten of voorwerpen om de stalen bak schoon te maken. 5. Aan het einde van de genoemde handelingen plaatst u alle onderdelen weer zorgvuldig terug. 5.4 De sproeiarmen reinigen De sproeiarmen kunnen eenvoudig worden verwijderd om de spuitmonden periodiek te reinigen en mogelijke verstoppingen en/of kalkaanslag te voorkomen. Ga als volgt te werk ( Afb.10 ): Draai de ring R los en neem de armen weg. Was ieder onderdeel af onder stromend water, reinig de spuitmonden zorgvuldig en gebruik hierbij eventueel tandenstokers of klein gereedschap.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 11 van 14 NL Hfdst 6 ZELFDIAGNOSE De machine is voorzien van een zelfdiagnosesysteem dat in staat is een reek storingen op te merken en te melden. Storing Beschrijving en mogelijke oplossingen Spoeling niet verricht. Het spoelen van het vaatwerk heeft niet goed plaatsgevonden. Controleer of de spuitmonden goed schoon zijn. Geen waterafvoer. Het water wordt niet of op abnormale manier afgevoerd. Controleer of de afvoerslang niet dubbel is gevouwen of geplet, en of de sifon en filters niet verstopt zijn. Bij machines met een overloopbeveiliging, haal deze weg alvorens de afvoercyclus te starten. Storing bij het herstellen van de spoeltemperatuur. De boilertemperatuur heeft zich tijdens de afwascyclus niet binnen de vooraf bepaalde tijdlimiet hersteld. Zet de machine uit en weer aan, en voer een nieuwe cyclus uit.
SAFE Storing bij vullen van de bak met water. Controleer of de wateraansluitingen goed zijn, en of de kraan voor de watertoevoer open is. Controleer of de overstroombeveiliging, waar voorzien, aanwezig is. Zet de machine uit en weer aan, en vul de machine opnieuw. Storing thermometer bak. (Open sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de bak niet. Zet de machine uit en weer aan. Storing thermometer bak. (Kortsluiting in de sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de bak niet. Zet de machine uit en weer aan. Storing thermometer boiler. (Open sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de boiler niet. Zet de machine uit en weer aan. Storing thermometer boiler. (Kortsluiting in de sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de boiler niet. Zet de machine uit en weer aan. Time-out vulling boiler: de boiler is niet volgelopen. Er kan niet worden gespoeld.
Controleer of de kraan op de watertoevoer open is. Zet de machine uit en weer aan, en voer een nieuwe cyclus uit. Spoelen onvoldoende: het spoelen is niet gebeurd met de juiste hoeveelheid, controleer of de sproeistukken goed schoon zijn.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 12 van 14 NL Hfdst 7 REGELINGEN EN INSTELLINGEN De volgende instellingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd technicus. De hieronder genoemde parameters kunnen ten tijde van de installatie of ook naderhand worden ingesteld door als volgt het instellingenmenu te openen: Machine in stand-by met de deur open. Druk tegelijkertijd de knoppen 2 en 3 (programmakeuze en START) 5 seconden lang in en voer de code CH 12 in (knoppen 2 en 3 om parameter te veranderen, 1 om te bevestigen). Door vervolgens verschillende keren op de knop 1 (ON/OFF) te drukken kunt u door de volgende items lopen en hen activeren en/of veranderen met behulp van de knoppen 2 en 3 (de gewijzigde parameter blijft in het geheugen opgeslagen zonder dat hij bevestigd hoeft te worden). De lijst van parameters kan per type machine verschillen.
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 13 van 14 NL 7. 1 Aantal cycli voor harsgeneratie Stel de hardheid van het toegevoerde water dH in het instellingenmenu in overeenkomstig de waarden van de volgende tabel: Gemeten hardheid dH Gemeten hardheid dH °fr dGH n° °fr dGH n° 0 20 0 11 1 41 45 23 25 6 21 25 12 14 2 46 50 26 28 7 26 30 15 17 3 51 55 29 31 8 31 35 17 20 4 56 60 31 34 9 36 40 20 22 5 Hfdst 8 AFVALVERWERKING Onze machines bevatten geen materialen die om speciale procedures voor afvalverwerking vragen. (Van toepassing in de landen van de Europese Unie en in landen met een systeem voor gescheiden afvalverwerking) Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur.
Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materialen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze dit product milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product mag niet gemengd met ander bedrijfsafval worden verwerkt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met MBM LOD503 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden