Masterwatt Calida Compact Duo Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Masterwatt Calida Compact Duo (36 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Masterwatt Calida Compact Duo of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Masterwatt |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Calida Compact Duo |
Handleiding Masterwatt Calida Compact Duo – volledige tekst
2 1 Veiligheidsvoorschriften . Masterwatt BV aanvaard geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en -instructies, dan wel door onachtzaamheid tijdens het installeren van de Masterwatt Calida Compact elektrische Cv-ketels en de eventueel bijbehorende accessoires. Voor de verschillende disciplines zijn de voorschriften gescheiden vermeld. 1.1 Algemeen De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, zoals vermeld in: • Deze installatievoorschriften. • NEN 1087: Ventilatie van woongebouwen. • NEN 3215: Binnenriolering in woningen en woongebouwen. • Het bouwbesluit. • Plaatselijke voorschriften van gemeente, brandweer en nutsbedrijven. • NPR 1088: Toelichting op NEN 1087.
1.2 Cv-installatie De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, zoals vermeld in: • NEN 3028: Veiligheidseisen voor Cv-installaties. 1.3 Elektrische installatie De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, zoals vermeld in: • NEN 1010. Het toestel dient geaard te zijn. 1.4 Drinkwaterinstallatie • NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwater installaties.
3 1.5 Overige veiligheidsvoorschriften • Dit apparaat dient te worden geïnstalleerd volgens de geldende wetten en richtlijnen, door een hiertoe gekwalificeerd persoon. • Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen met een minimale leeftijd van 8 jaar en personen met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of mentale vermogens, mits zij onder begeleiding van een volwassene zijn, of een duidelijke instructie hebben gekregen. • Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. • De installatie dient voorzien te zijn van de benodigde appendages zoals een expansievat van voldoende inhoud en druk, vul/ aftapkraan, drukverschilregelaar , vuilfilter in de retourleiding, en eventueel serviceafsluiters. • Monteer geen afsluitbare koppelingen op de uitlaat van het overdrukventiel. • De -ketel dient aan een vlakke wand te worden gemonteerd.
cv• De cv-ketel mag niet worden geïnstalleerd in vochtige ruimtes, ruimtes waar explosiegevaar aanwezig is, of in niet vorstvrije ruimtes. • Schakel tijdens werkzaamheden aan het apparaat, de voeding en watertoevoer uit. • De elektrische installatie dient voorzien te zijn van een aardlekschakelaar, • De cv-ketel is standaard ingesteld om te werken in centrale verwarmingsmodus. In het installateursmenu kan optioneel het tapwaterbedrijf worden ingeschakeld (in het geval dat men een indirect gestookte boiler heeft aangesloten), • De elektronica in de ketel is gevoelig voor hoge voltages en kan hierdoor beschadigd raken. Gebruik daarom altijd een overspanningsbeveiliging. Let op: beschadigingen aan de elektronica door hoge Voltages vallen niet onder garantie. • Zorg er voor dat de installatie altijd voldoende gevuld is.
Ook buiten het verwarmingsseizoen dient de installatie gevuld en ingeschakeld te zijn. • Ook de elektrische voeding dient het gehele jaar te zijn aangesloten. De ketel laat namelijk iedere 24 uur de pomp even werken zodat deze niet vast gaat zitten.
4 2 Toestelomschrijving 2.1 Algemeen De Masterwatt Calida Compact Duo elektrische cv-ketels zijn bedoeld om te worden gemonteerd in een cv-installatie. De Calida Compact Duo elektrische cv-ketel zorgt voor een stabiele warmte opwekking door elektrische energie met een rendement van 100% om te zetten in warmte. Daarnaast is een 130 liter roestvrij stalen, indirect gestookte boiler ingebouwd, waardoor een ruime hoeveelheid warm tapwater in het toestel aanwezig is. De Calida Compact Duo -ketels dienen conform de in deze handleiding voorgeschreven cvmethode te worden geïnstalleerd. Afwijken van de beschreven methode, en bedoeld gebruik, kan tot gevolg hebben dat het toestel niet correct werkt. Eventuele gevolgschade van verkeerd aansluiten, of onbedoeld gebruik valt niet onder de garantievoorwaarden.
2.2 Bediening Door middel van de 2 bedieningsknoppen nabij het display kan het toestel worden bediend. Met behulp van de onderste knop kan de cv-ketel in verschillende modi worden geschakeld: • Winterbedrijf (verwarming én warm waterbedrijf actief), • Zomerbedrijf (alleen warm waterbedrijf actief), • Uit Indien in het installateursmenu het warmwaterbedrijf is uitgeschakeld, is de zomermodus niet beschikbaar. 2.2.1 Hoofdscherm De Calida Compact Duo beschikt over 2 verschillende gebruikersinterfaces. Een uitgebreide en een vereenvoudigde versie. In deze handleiding wordt de vereenvoudigde versie aangehouden aangezien deze duidelijker is, maar toch over alle benodigde functies beschikt. Wanneer het display er uit ziet zoals onderstaande afbeelding staat de ketel in de juiste interface-modus. Let op: Indien er een soort huisje te zien is op het display, staat deze in de uitgebreide modus.
5 Zodra de cv-ketel is ingeschakeld komt, na het tonen van de softwareversie en printplaatversie, het hoofdscherm in beeld. Hieronder is een verklaring van de toegepaste symbolen op het hoofdscherm aangegeven: A Huidige bedrijfsstatus (verw of tapw) B Pomp status C Verwarmingselement actief D Ingestelde max cv-temperatuur E Huidige aanvoertemperatuur F Huidige retourtemperatuur G Temperatuur in boiler H Ingesteld verwarmingsprogramma K Signaal kamerthermostaat L Huidige tijd, dag en datum Op het display kunnen tevens de volgende pictogrammen verschijnen:
6 2. 2. 2 Gebruikersmenu Wanneer u in het hoofdscherm aan de bovenste knop draait (rechtsom), komt u eerst bij het menu “Settings”. Dit menu is voor iedereen beschikbaar, zonder dat een toegangscode benodigd is. Hieronder worden de verschillende menu items uitgelegd: • Ingestelde maximale aanvoertemperatuur De gebruiker kan hier zelf de maximale aanvoertemperatuur instellen. Let op: in het installateursmenu kan aan deze waarde een maximale waarde worden ingesteld. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij Laag Temperatuur Vloerverwarming. • Ingestelde boiler temperatuur (alleen indien tapwater is ingeschakeld via het installateursmenu). Hier kan aan de dag en nachtmodus een afwijkende boiler temperatuur worden ingesteld. • Boiler verwarmingsschema.
Hier kan een dag of weekprogramma worden ingesteld, zodat afhankelijk van het leefpatroon van de bewoner de boiler op de juiste temperatuur opgeladen is, terwijl op momenten dat de bewoner niet aanwezig is, de boiler niet continu op hoge temperatuur wordt opgeladen. Hierdoor kan energie worden bespaard. Er kunnen 8 verschillende dagschema’s worden geprogrammeerd, welke bestaan uit maximaal 5 tijdframes. De tijden die niet worden geprogrammeerd als dag (zon) of vorstvrij (sneeuwvlok) worden automatisch herkend als nacht modus. Men programmeert dus alleen de dag en vorsvrij periodes. • Circulatieleiding programma. Indien een circulatieleiding voor tapwater aan het systeem wordt aangesloten, kan de pomp van dit systeem worden aangesloten op de regeling van de ketel.
De volgende gegevens kunnen worden uitgelezen/ ingesteld: - Temperatuur tijdens het desinfectieprogramma, - Week dag: op welke dag zal het programma plaatshebben, - Tijd: op welk tijdstip zal het programma starten, - Werktijd: hoe lang zal het programma actief zijn, - Automatisch programma: laat het programma automatisch starten op de ingestelde dag en tijd, - Circulatieleiding; naast de boiler kan ook de eventuele circulatieleiding in het desinfectieprogramma worden meegenomen, - Nu starten: handmatige start van het programma.
8 2. 2. 3 Installateursmenu Wanneer u in het hoofdscherm aan de bovenste knop draait (2x rechtsom), komt u bij het menu “Se ”. In dit menu zijn een aantal submenu’s beschikbaar:rvice/ configuration • Preview of parameters, • Configuration, Preview of parameters In het menu Preview of parameters, kunt u de huidige installateursinstellingen bekijken, en diverse zaken uitlezen. Er kunnen echter geen wijzigingen worden aangebracht. Wijzigingen dienen te worden ingesteld in het installateursmenu.
• Inlet temp (huidige retour temperatuur) • Outlet temp (huidige aanvoertemperatuur) • Factory temp (maximaal ingestelde aanvoertemperatuur) • DHW Store temp (huidige temperatuur in boiler) • DHW Program (huidige actieve tapwater programma) • Working power (huidige actieve vermogen) • Pressure (huidige systeemdruk) • Flow (huidige flow in de ketel) • Pomp status (huidige pomp status: on/ off) • D-Valve (huidige positie driewegklep) • Entry MA (huidige status MA of NA contact = prioriteitsschakeling) • Entry RT (huidige status RT of RP contact = kamerthermostaataansluiting) Configuration Dit menu is het installateursmenu, en niet voor iedereen zonder meer beschikbaar. Het is belangrijk dat wijzigingen in dit menu alleen worden aangebracht door personen die ter zake kundig zijn. Wanneer het menu geopend wordt, dient men de toegangscode in te voeren.
Dit doet men door de bovenste knop linksom te draaien totdat de juiste code in beeld staat. Vervolgens bevestigd men de code door de knop in te drukken. Code: 987 Hieronder word de verschillende menu items uitgelegd: en• Centrale verwarming: - Max boiler temp: Stel hier de maximaal instelbare aanvoertemperatuur voor verwarming in. Let op: het instellen van een te hoge aanvoertemperatuur kan zorgen voor onnodig hoge verbruikskosten. Stel de temperatuur zodanig in dat deze correct is afgestemd op het afgiftesysteem, het type gebouw, en de isolatieklasse van het gebouw.
- MAN: Stel hier de gewenste aanvoertemperatuur in. - Boiler protection : Dit is een vorstbeveiling voor de cv-ketel. Wanneer deze is ingeschakeld, zal de ketel bij temperaturen lager dan 5°C zichzelf gaan verwarmen. Indien de vorsbeveiliging wordt uitgeschakeld, en er wel kans is op bevriezingsgevaar, adviseren wij om de installatie gedeeltelijk te vullen met antivries.
9 • DHW Cylinder (Warm tapwater door indirect gestookte boiler): - HW Coil temp: Stel hier de maximale aanvoertemperatuur naar de ingebouwde indirect gestookte boiler in. - Regulation: Stel hier het type sensor in dat in de boiler gebruikt wordt. De boiler is voorzien van een speciale NTC sensor, aan te sluiten op de klemmen Tzas van de printplaat. De sensor dient dan in dompelbuis van de boiler te worden geplaatst. deSelecteer in dat geval “Inside”. - Cancel: indien u deze optie activeert, wordt het warm water bedrijf totaal uitgeschakeld, en kunnen al de bijbehorende parameters niet worden ingesteld/ gevonden. - Turn on: indien tot nu toe het warm water bedrijf was uitgeschakeld, kan deze hier worden geactiveerd. • Circulation (circulatieleiding t. b. v. tapwater ):- Schakel hier het gebruik van een externe circulatiepomp voor een warm water circulatieleiding in.
Zodra deze optie is ingeschakeld, kan er in het gebruikersmenu een tijdschema worden ingesteld. • Pump (pompinstellingen): - Pomp over run: De cv-pomp draait iedere 24 uur een korte periode, om te voorkomen dat de waaier vast gaat zitten. In dit menu item kunt u het tijdstip aangeven waarop dit u het beste uitkomt. - Automatic mode: De pomp is standaard op automatische modus ingesteld. Dit betekend dat deze alleen gaat pompen wanneer er warmtevraag is. Indien hier “No” wordt ingevuld, zal de pomp continu draaien. - Pump Type: hier wordt aangegeven welk merk en type pomp er in de ketel is opgenomen, zodat deze op de juiste manier kan worden aangestuurd. - Regulation: Stel hier de gewenste pompmodus in. Er kan worden gekozen uit Constant P (constant drukverschil), wat geadviseerd wordt bij vloerverwarming, of (oude) systemen met lange leidingen.
- Venting: Wanneer deze optie wordt geactiveerd zal de pomp in ontluchtingsmodus worden geschakeld, waardoor deze gedurende 10 minuten om en om kort op een hoog toerental en kort op een laag toerental gaat draaien. Hierdoor komt lucht in de installatie beter vrij en kan worden afgevoerd door de automatische ontluchter, of handmatig via een handmatig ontluchtingspunt - H-Max: Voer hier de gewenste maximale opvoerhoogte van de pomp in. • Max rated Power: Stel hier het maximale vermogen van de cv-ketel in. Let op: dit dient altijd in overeenstemming te zijn met de afzekering en de gebruikte bedrading. Door een hoger vermogen in te stellen, kan een ruimte, of boiler sneller worden opgewarmd, echter is er ook sneller een hoger energieverbruik. • Pressure Sensor: In deze parameter kan men de druksensor uitschakelen.
10 • Service: In het servicemenu kunnen een aantal parameters worden gelezen om het afpowerboard van het toestel te testen. Deze test is om alleen benodigd indien men vermoed dat de ketel blijft door verwarmen, terwijl er geen warmtevraag is, wanneer de aardlekschakelaar Het is belangrijk dat deze tests alleen worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon met geschikte meetapparatuur zoals een Amperetang. Om het servicemenu te kunnen openen dient een code te worden ingevoerd. Code: 15 Na het invoeren van de code, en het bevestigen hiervan door eenmaal op de bovenste knop te drukken, wordt het volgende scherm getoond: In de linker kolom is informatie te zien op hoeveel vermogen het toestel tijdens de test verwarmd, hoeveel liter per minuut er rondgepompt wordt, en wat de retour en aanvoertemperatuur zijn. Aan de rechterzijde is op de bovenste regel T0 te zien.
T=Wanneer men deze waarde selecteert en eenmaal op de knop drukt, kunnen alle triacs op het powerboard afzonderlijk bekrachtigd worden om ze te testen. Het uitvoeren van deze tests is voor beide ketels (4-8kW of 12-24kW) verschillend.
11 Bij deze ketel is elk element 1. 3kW. Bij deze ketel is elk element 4kW Indien er meer stroom wordt getrokken als toegestaan per element, kan dit betekenen dat er een of meer triacs blijven plakken. In dat geval dient het powerboard te worden vervangen. Indien tijdens één van de tests de aardlekschakelaar er uit klapt, kan het zijn dat het desbetreffende element beschadigd is. Controleer de isolatieweerstand van het desbetreffende element. Mogelijk dient het elementhuis te worden vervangen.
T= 0 alle triacs zijn uit er wordt niets verwarmdmet de Amperetang wordt zeer weinig stroom gemeten, alleen er mag gedurende de test op het display geen temperatuurverschil zijn tussen T=5één triac is ingeschakelder wordt niets verwarmdmet de Amperetang wordt zeer weinig stroom gemeten, alleen er mag gedurende de test op het display geen temperatuurverschil zijn tussen T= 7één triac is ingeschakelder wordt niets verwarmdmet de Amperetang wordt zeer weinig stroom gemeten, alleen er mag gedurende de test op het display geen temperatuurverschil zijn tussen T = T2+T6 [G1]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G1) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten.
De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T3+T6 [G2]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G2) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten. De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T3+T4 [G3]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G3) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten.
De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T4+T5 [G4]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G4) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten. De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T1+T5 [G5]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G5) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten. De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T1+T7 [G6]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G6) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten.
De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtCalida Compact 4-8kW:T= 0 alle triacs zijn uit er wordt niets verwarmdmet de Amperetang wordt zeer weinig stroom gemeten, alleen er mag gedurende de test op het display geen temperatuurverschil zijn tussen T=5één triac is ingeschakelder wordt niets verwarmdmet de Amperetang wordt zeer weinig stroom gemeten, alleen er mag gedurende de test op het display geen temperatuurverschil zijn tussen T= 7één triac is ingeschakelder wordt niets verwarmdmet de Amperetang wordt zeer weinig stroom gemeten, alleen er mag gedurende de test op het display geen temperatuurverschil zijn tussen T = T4+T7 [G1]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G1) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten.
De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T3+T7 [G2]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G2) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten.
De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T3+T6 [G3]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G3) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten. De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T2+T6 [G4]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G4) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten. De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T2+T5 [G5]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G5) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten.
De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtT = T1+T5 [G6]twee triacs worden geschakeldEr wordt 1 element (G6) op vol vermogen verwarmdEr dient bij 1 element stroomverbruik te worden gemeten. De overige elementen de aanvoer en retourtemperatuur zullen van elkaar gaan afwijken doordat er 1 element verwarmd wordtCalida Compact 12-24kW:.
12 3 Installatie 1. Plaats de ketel op een stevige, horizontale, ondergrond en stel deze waterpas met de behulp van de verstelbare voetjes aan de onderzijde, 2. Houdt hierbij rekening met de minimale afstanden ten opzichte van omliggende wanden en vloeren, 3. Sluit de ketel aan op het centrale verwarmingssysteem, bij voorkeur voorzien van afsluitkranen. De aansluitingen zijn 2x ¾”bi.Kijk voor voorbeelden van verschillende toepassingen in hoofdstuk 3 . .2In de ketel is reeds opgenomen: - expansievat ( liter; 1,5Bar) voor cv 12- overstort (3,5Bar) - expansievat tapwater ter bescherming van de boiler tegen waterslag ( liter; 3,5Bar) 12- overstort tapwater(6Bar) Ondanks bovengenoemde beveiligingen is voor tapwater nog wel een inlaatcombinatie vereist. Voor CV is nog een vul/ aftapkraan benodigd. Het expansievat voor de verwarming heeft een inhoud van 12 liter.
Daarmee is het geschikt voor een beperkte inhoud van de installatie, afhankelijk van het gekozen temperatuurtraject. In de linker tabel zijn de maximale waardes opgenomen voor de systeeminhoud bij een bepaald temperatuurtraject. Indien er méér water inhoud is, dient een aanvullend expansievat te worden geplaatst in de retour leiding van de installatie. 4. Vul het centrale verwarmingssysteem eventueel met voorbehandeld water om kalkafzetting tegen te gaan. Hierdoor zal de levensduur van de verwarmingselementen verlengen, 5. Ontlucht het centrale verwarmingssysteem,
13 6. Sluit het toestel aan op de warm en koud water leiding (aansluitingen ¾” bi), volgens de geldende normen. Monteer in de toevoerleiding een inlaatcombinatie. 7. Dop de niet gebruikte aansluitingen af (circulatieleiding en opt ext verwarming). 8. Sluit de afvoerslangen aan de linker achterzijde van het toestel aan op een afvoerpunt. 9. Sluit de ketel aan op de elektrische installatie volgens de geldende normen, 10. Monteer de kamerthermostaat volgens de instructiehandleiding. Let op: gebruik altijd een on/off kamerthermostaat met eigen stroomvoorziening (batterij). Thermostaten die met powerstealing werken, zullen het toestel niet laten werken! 11. Sluit de kamerthermostaat aan op de RP-klemmen van de regelautomaat. Gebruik hiervoor 2 draden van 0,8mm2. In hoofdstuk 3.1.3 wordt hier uitgebreider op ingegaan. 12.
Wanneer u gereed bent met de bovenstaande handelingen, kunt u de ketel opstarten. Stel vervolgens de gewenste taal en het maximale vermogen in. Activeer de ontluchtingsfunctie [configuration > Pump > Venting > Turn On]. 13. Stel de maximale aanvoertemperatuur in (afgestemd op het afgiftesysteem). [configuration > Central Heating > Max boiler temp] LET OP: Zorg er voor dat er géén spanning wordt gezet op de FUN, NA, R en Tzas-P klemmen van de regelautomaat! Dit zal de regelautomaat onherstelbaar beschadigen! Uitzondering hierop is het gebruik van de -klemmen ten behoeve van een NAprioriteitsschakeling om een externe groep in de meterkast uit te schakelen. Er mag dan maximaal 230V/ 0,1A worden geschakeld. Een hogere stroom zal de regelautomaat beschadigen! Zie voor het aansluiten van een prioriteitsschakeling hoofdstuk 3.3.
14 3.1 Aansluiten toestel op de elektrische voeding De Masterwatt Calida Compact Duo elektrische cv-ketels zijn beschikbaar in 2 uitvoeringen: * 4/6/8kW model (instelbaar tussen 4 en 8kW), * 12/16/20/24kW model (instelbaar tussen 12 en 24kW). Het toestel van 4/6/8kW k op zowel 230V als op 380V worden aangesloten. Vanuit de anfabriek zijn deze toestellen voor bedraad om op één fase (230V te worden aangesloten. ) Indien u d toestel op driefasen wilt aansluiten dient u de bekabelingsset nr 2 (zie afbeelding it3.1.1) te verwijderen, alvorens u de verschillende fasedraden aan kunt sluiten. Afbeelding 3.1.1 3.1.1 Aansluiten toestel op één fase Sluit de bekabeling (van voldoende doorsnede) aan op de kroonsten P (aarde), N (Nul) en enL (fase) onder de kabelinvoer. Bekabelingsset 2 blijft gehandhaafd. Het toestel, ingesteld op 4kW dient te worden aangesloten op een A groep.
15 Ingesteld op 8kW dient het toestel te worden aangesloten op een A groep. 35Hierdoor wordt de toepasbaarheid (op één fase) binnen een normale huisaansluiting iets moeilijker aangezien een dergelijke groep meestal niet in een standaard meterkast kan worden geplaatst. Toestellen hoger dan 8kW dienen daarom eigenlijk altijd op 3 fasen te worden aangesloten. Indien in de woning drie fasen stroom beschikbaar is, heeft dit altijd de voorkeur boven het aansluiten op één fase, aangezien de stroom dan veel mooier verdeeld wordt over de fasen en minder snel problemen met gelijktijdig gebruik van andere apparaten zullen optreden. Zie hiervoor hoofdstuk 3.1.2. 3.1.2 Aansluiten toestel op drie fasen Sluit de bekabeling (van voldoende doorsnede) aan op de kroonstenen P (aarde), N (Nul). Verwijder bekabelingsset 2 tussen kroonsteen L en de maximaalthermostaat (1).
Sluit de fasedraden aan op de U, V en W aansluiting op de maximaalthermostaat (1). Zoals reeds eerder genoemd is het toestel van 12/16/20/24kW niet voorzien van bekabelingsset 2, aangezien deze nooit op één fase kunnen worden aangesloten.
16 3.1.3 Aansluiten kamerthermostaat op cv-ketel De kamerthermostaat dient te worden aangesloten op de RP klemmen van de regelautomaat. Dit betreft een potentiaal vrij contact, waar géén spanning op gezet mag worden! Gebruik daarom ten alle tijden een Aan/ Uit kamerthermostaat, zonder “Powerstealing ”, maar met eigen batterijvoeding of transformator.Ter indicatie hieronder een aantal voorbeelden van mogelijke kamerthermostaten. Dit betreffen in dit geval Honeywell kamerthermostaten, echter kunnen uiteraard ook andere merken worden toegepast indien gewenst, zolang ze maar aan bovengenoemde voldoen. Verwijder bij het aansluiten van de thermostaat het lusje dat op de RP klemmen zit gemonteerd. De bedrading van de thermostaat dient ca 2x 0,8mm2 te zijn.
17 3.2 Aansluiten toestel op de cv-installatie De Masterwatt Calida Compact -ketels kunnen op veel verschillende manieren worden cvingezet in installaties. Iedere manier van installeren heeft zijn eigen randvoorwaarden en aandachtspunten. in dit hoofdstuk zullen een aantal veel voorkomende toepassingen worden uitgewerkt. U dient bij alle toepassingen rekening te houden met de volgende algemene aandachtspunten: • Zorg er voor dat de installatie goed is ingeregeld, zodat er een hydraulische balans in het systeem aanwezig is. Hierdoor worden de radiatoren gelijkmatiger verwarmd, en wordt energie bespaard! • Monteer een drukverschilregelaar in het systeem, zodat de cv-ketel altijd zijn minimale flow kan behalen.
Wanneer diverse radiatoren dichtlopen (bijvoorbeeld door thermostaatkranen), en de ketel niet zijn minimale flow over het systeem kwijt kan, zal het toestel niet verwarmen totdat de flow weer voldoende is. Dit zal koudeklachten tot gevolg hebben. Dit is een interne beveiliging van het toestel, en kan niet worden uitgeschakeld. • Zorg er voor dat het systeem beschikt over de benodigde beveiligingen, zoals expansievat, vuilfilter, vul/aftapkraan, en inlaatcombinatie (in het geval van de combinatie met indirect gestookte boiler). De overstort (3Bar) is reeds in het toestel opgenomen. Per toepassing zullen de bijzonderheden en eventuele extra benodigdheden worden vermeld, echter bovenstaande punten dienen ook altijd te worden gehanteerd. Om het toestel aan te sluiten kan het handig zijn om de voorplaat, en zo nodig de bovenplaat te openen.
19 3.2.1 CV-installatie met radiatoren Wanneer de Masterwatt Calida Compact Duo wordt aangesloten op een -installatie met cvradiatoren is onderstaand principeschema van toepassing: Aanwijzingen (specifiek voor bovenstaande toepassing): • Gebruik bij voorkeur zelf uitbalancerende thermostaatkranen en regel het systeem goed in. • Stel de gewenste aanvoertemperatuur en pompstand in • Stel de drukverschilregelaar zo in dat wanneer alles dichtloopt, er toch nog circulatie mogelijk is.
20 3.2.2 -installatie met HT-vloerverwarming CVWanneer de Masterwatt Calida Compact Duo wordt aangesloten op een cv-installatie met een HT vloerverwarmingsunit (meng-injectieregeling) is onderstaand principeschema van toepassing: Aanwijzingen (specifiek voor bovenstaande toepassing): • Het toepassen van laag temperatuur vloerverwarmingsunits heeft de voorkeur boven HT units, aangezien bij HT-units eerst een hoge aanvoertemperatuur gemaakt moet worden, en deze vervolgens weer terug gemengd wordt. Het juist inregelen van het systeem is vaak erg lastig. Hierdoor is de kans op een hoger energieverbruik behoorlijk aanwezig. Het is echter (in bestaande situaties) niet altijd mogelijk om laag temperatuur units te gebruiken, aangezien je niet altijd weet hoe lang de groepen zijn enz. • Regel het systeem goed in. • Stel de gewenste aanvoertemperatuur en pompstand in .
21 3.2.3 CV-installatie met LT-vloerverwarming Wanneer de Masterwatt Calida Compact Duo wordt aangesloten op een cv-installatie met een LT vloerverwarmingsunit is onderstaand principeschema van toepassing: Aanwijzingen (specifiek voor bovenstaande toepassing): • Blokkeer de maximale aanvoertemperatuur in het installateursmenu bijvoorbeeld op 55°C. • Regel het systeem goed in (groepen + verdelers onderling), • Stel de gewenste aanvoertemperatuur en pompstand in. Stel de drukverschilregelaar zo in dat wanneer alles dichtloopt, er toch nog circulatie mogelijk is.
22 3.2.4 CV-installatie met indirect gestookte heater Wanneer de Masterwatt Calida Compact Duo wordt aangesloten op een cv-installatie met een indirect gestookte heater, is onderstaand principeschema van toepassing: De kamerthermostaat stuurt de cv-ketel aan. Indien er vraag is, zal de ketel warmte produceren. Op het moment dat de aanlegvoeler warmte voelt, schakelt deze de ventilator van de heater in, waardoor deze de warmte in de ruimte blaast. Plaats op het hoogste punt bij de heater een automatische ontluchter om lucht ophoping te voorkomen. Aanwijzingen (specifiek voor bovenstaande toepassing): • Regel het systeem goed in, • Stel de gewenste aanvoertemperatuur en pompstand in. • Stel de drukverschilregelaar zo in dat wanneer alles dichtloopt, er toch nog circulatie mogelijk is.
23 3.2.7 -installatie meerdere zones CVWanneer de Masterwatt Calida Compact wordt aangesloten op een cv-installatie, in combinatie met meerdere individueel geregelde zones, is onderstaand principeschema van toepassing: Gebruik tweeweg zone afsluiters met eindcontact, zoals genoemd in het principeschema. De zone afsluiters dienen een eigen voeding te hebben (meestal via een meegeleverde transformator). De verschillende on/off kamerthermostaten schakelen de bijbehorende afsluiter open. Aanwijzingen (specifiek voor bovenstaande toepassing): • Gebruik bij voorkeur zelf uitbalancerende thermostaatkranen en regel het systeem goed in. • Stel de gewenste aanvoertemperatuur en pompstand in • Stel de drukverschilregelaar zo in dat wanneer alles dichtloopt, er toch nog circulatie mogelijk is. • Sluit de eindcontacten van de kleppen parallel aan op de RP poort.
25 3.3 Aansluiten op andere toestellen (prioriteitsschakeling) De Masterwatt Calida Compact elektrische cv-ketels zijn voorbereid om samen te werken met andere Masterwatt toestellen. Een voorbeeld hiervan is de ingebouwde prioriteitsschakeling, die er voor zorgt dat het verwarmingstoestel niet gelijktijdig in bedrijf komt met bijvoorbeeld een Masterwatt elektrische doorstromer voor tapwater. Doordat deze toestellen dan niet gelijktijdig in bedrijf komen, kan vaak worden volstaan met een lagere hoofdzekering, als wanneer de toestellen gelijktijdig in bedrijf zouden kunnen komen. Door het (2- an de elektrische doorstromer te verbinden met het NA-draads) “Blok” contact vcontact van de Calida Compact -ketel, zullen de elektrische verwarmingselementen van de cvCalida Compact tijdelijk worden uitgeschakeld wanneer er warm water wordt bereid door de doorstromer.
Het display van de Calida Compact -ketel blijft wel aan, maar zal aangeven dat het is cvuitgeschakeld door een Master toestel. Dit is zichtbaar doordat hop het display van de ketel een MA of NA icoon zal knipperen. Het NA contact kan ook voor andere toepassingen worden gebruikt, echter dient altijd rekening gehouden te worden met de maximale stroom van 0,1A die over dit contact mag lopen bij 230V.
26 4 Storingen en foutmeldingen . Wanneer de cv-ketel een storing signaleert, wordt deze weergegeven op het hoofdscherm. Er verschijnt dan links boven in het scherm ERR. Door éénmaal op de bovenste knop te drukken, zullen de aanwezige storingen worden getoond. In onderstaande lijst zijn de mogelijke storingen en oplossingen te zien. De zekering op de printplaat betreft een glaszekering: 5x 20mm, 230V, 1A, Traag Melding: probleem: omschrijving: mogelijke oplossingen: Vul de installatie bij tot ca 1,5Barindien ondanks bijvullen deze melding blijft terugkomen, dient u de ketel af te tappen, de druksensor los te halen, en met een speld of paperclip het gaatje in de druksensor door te prikken. Deze is dan door vervuiling zoals kalk of ketelsteen verstopt, en meet niet meer de werkelijke druk.
Monteer daarna de sensor en vul de installatie opnieuw.Indien dit niet afdoende is, vervang de druksensorErr Temp sensor Tpcb Tpcb sensor fout Tpcb sensor fout Vervang de hoofdprintplaat MSK.80vervang de aanvoersensorVervang de hoofdprintplaat MSK.80Vervang de hoofdprintplaat MSK.80controleer of de boilersensor goed is aangesloten op de Tzas poort, vervang anders de boilersensorVervang de hoofdprintplaat MSK.80Controleer de zekering F2 op de hoofdprintplaat (groene hulsje). Dit is een 1A traag zekering (5x 20mm)Vervang eventueel de pompVervang de hoofdprintplaat MSK.80Err Low battery Batterij bijna leegde batterij op de hoofdprintplaat is (bijna) leeg. Vervang deze batterij (CR2032)Err Temp sensor ThwBoilersensor foutpomp foutErr Pomp PONo pressureGeen drukDe druk in de installatie is te laag (
32 5 .4 Overzicht modulatiestappenDe Calida Compact Duo elektrische cv-ketel is een modulerende ketel. Hoewel de aansturing plaatsvind door een aan/uit kamerthermostaat, zal het toestel toch zelf bepalen hoeveel vermogen benodigd is. Dit benodigde vermogen wordt berekend aan de hand van de flow, in combinatie met de aanvoer en retourtemperatuur. Wanneer de ketel vanuit de kamerthermostaat warmtevraag signaleert, zal de ketel beginnen te verwarmen op modulatiestap 1, en vervolgens elke keer berekenen of er verder gemoduleerd dient te worden. Tussen elke modulatiestap zit ongeveer 30 seconden.
33 6 Technis e gegevens ch 8.1 Einde levensduur Wanneer het product aan het einde van de levensduur is gekomen, kan het niet bij het huisvuil worden gezet! Het apparaat dient gedemonteerd te worden, en te worden ingeleverd bij uw lokale inleverpunt voor elektronische apparatuur. Hierdoor kunnen delen mogelijk worden hergebruikt en grondstoffen worden bespaard.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Masterwatt Calida Compact Duo stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Masterwatt
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel