Master BLP-33M Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Master BLP-33M (209 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Master BLP-33M of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Master |
| Categorie: | Heater |
| Model: | BLP-33M |
Handleiding Master BLP-33M – volledige tekst
►►1. BESCHRIJVINGDeze generator is een draagbare luchtverwarmer die op vloeibaar gas werkt, gekenmerkt door volledige benutting van de brandstof door middel van thermische uitwisseling door rechtstreekse vermenging tussen aangezogen lucht en de verbrandingsproducten. Het toestel is voorzien van een praktische handgreep om het transport en de verplaatsing te vergemakkelijken. Het toestel werd gebouwd conform met de norm EN 1596. ►►2. WAARSCHUWINGEN►BELANGRIJK: Dit luchtverwarmingstoestel is ontworpen voor mobiele en tijdelijke professionele toepassingen. Het is niet ontworpen voor huishoudelijk gebruik of om mensen warmtecomfort te bieden. ►BELANGRIJK: Niet gebruiken voor verwarming van bewoonbare zones van woongebouwen; voor gebruik in openbare gebouwen moet men de nationale reglementen raadplegen.
►BELANGRIJK: Dit toestel is niet geschikt om gebruikt te worden door personen (kinderen inbegrepen) met beperkte fysische, sensorische en mentale capaciteiten, of zonder ervaring, tenminste als ze niet onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Men moet erop toezien dat kinderen niet met het toestel spelen. Houd dieren op veilige afstand van het toestel. ►BELANGRIJK: Oneigenlijk gebruik van deze generator kan schade veroorzaken of een gevaar betekenen voor het leven van personen, letsels en brandwonden veroorzaken, en ontplo?ngen, elektrische schokken of vergiftiging. De eerste symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep, met hoofdpijn, duizeligheid en/of braken.
Dergelijke symptomen BELANGRIJK: DEZE WERKHANDLEIDING EERST LEZEN EN BEGRIJPEN VOORALEER DE ASSEMBLAGE, DE INWERKINGSTELLING OF HET ONDERHOUD VAN DEZE GENERATOR UIT TE VOEREN. VERKEERD GEBRUIK VAN DE GENERATOR KAN ERNSTIGE LETSELS VEROORZAKEN. BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR RAADPLEGING IN DE TOEKOMST. OVERZICHT PARAGRAFEN1. BESCHRIJVING2. WAARSCHUWINGEN3. TYPE BRANDSTOF4. AANSLUITING EN VERVANGING VAN DE GASFLES5.
kunnen veroorzaakt worden door een slechte werking van de generator. ALS DEZE SYMPTOMEN ZICH ZOUDEN VOORDOEN, MOET MEN ONMIDDELLIJK NAAR BUITEN GAAN en de generator laten repareren door de technische dienst. ►BELANGRIJK: Alle werkzaamheden voor schoonmaak, onderhoud en reparatie die de toegang voorzien tot gevaarlijke onderdelen (zoals het vervangen van een beschadigde voedingskabel) moeten door de constructeur, door zijn technische dienst, of door een persoon met gelijkaardige kwalicatie worden uitgevoerd om elk risico te voorkomen, zelfs als voorzien werd om van het voedingsnet los te koppelen. ►2. 1. Voor een correct gebruik van de generator en voor het bewaren van de brandstof dient men zich aan alle plaatselijke bepalingen en aan de geldende normen te houden. ►2. 2. De generator heeft een geschikte luchtverversing nodig voor zijn werking.
Daarom moet die in openlucht worden gebruikt of in lokalen met een verzekerde, continue luchtverversing. Een goede verluchting is verzekerd wanneer het volume van de kamer berekend is op het thermische vermogen, volgende de formule 1 m³ voor iedere 100 W vermogen. In geen enkel geval mag het aanbevolen volume van de ruimte minder dan 100 m³ bedragen. Een goede ventilatie wordt verzekerd door een opening die voldoet aan de formule 25 cm² per kW thermisch vermogen, met een minimum van 250 cm², evenredig verdeeld over het bovenste en onderste gedeelte van de ruimte. Voor de installatie gelden de nationale normen die van kracht zijn, met inbegrip van de technische normen en de bepalingen betre?ende veiligheid en brandpreventie. ►2. 3.
Het toestel mag enkel als generator van warme lucht worden gebruikt (modus verwarming), of als ventilator (modus ventilatie, voor de modellen die deze functie voorzien). Volg nauwgezet de instructies voor het gebruik. ►2. 4. De constructeur wijst iedere verantwoordelijkheid af voor schade aan voorwerpen en/of personen voortvloeiend uit oneigenlijk gebruik van het toestel. ►2. 5.
De generator enkel voeden met het uitdrukkelijk gespeciceerde type brandstof en met stroom doe een spanning en frequentie heeft zoals aangegeven op het label met gegevens dat op de generator is aangebracht. ►2. 6. Zorg ervoor de generator enkel aan te sluiten op elektrische netten die correct voorzien zijn van een di?erentiaalschakelaar en met voldoende aarding. ►2. 7. Gebruik enkel verlengstukken met voldoende doorsnede, met een aardingskabel. ►2. 8. De generator moet op een vlak, stabiel en brandveilig oppervlak werken, zodat brandgevaar voorkomen wordt. ►2. 9. Het is absoluut verboden om het toestel in halfondergrondse lokalen of onder de grond te gebruiken. ►2. 10. De generator mag niet worden gebruikt in lokalen waar explosieve poeders, rookgassen, gassen, brandsto?en, solventen en verf aanwezig zijn. ►2. 11.
Wanneer de generator wordt gebruikt in de buurt van dekzeilen, tenten of gelijkaardig afdekmateriaal, is het aanbevolen om extra brandveilige beschermingen te gebruiken. Zorg ervoor om voldoende afstand te behouden, de warme delen van de generator mogen in geen enkel geval minder dan 2,5 m. van brandbare materialen (sto?en, papier, hout, enz. ) of warmtegevoelig materiaal (met inbegrip van de voedingskabel) verwijderd zijn. ►2. 12. Plaats de gases op een beschermde plaats achter het toestel (Fig. 1). De generator mag nooit naar de gases gericht zijn (Fig. 2). ►2. 13. Het is uitdrukkelijk verboden om de luchtaanvoer (achterkant) en/of de opening van de luchtuitlaat (voorkant) geheel of gedeeltelijk af te dekken (Fig. 3). Vermijd enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzh.
om een kanalisering van de lucht van/naar de generator te gebruiken. Verzeker u ervan dat de spleten voor luchtaanzuiging aan de onderkant van de basis niet worden afgedekt (voor de modellen die deze oplossing toepassen). ►2. 14. Wanneer de generator niet of moeilijk inschakelt, moet men de speciale sectie raadplegen (Parag. “13. WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN”). ►2. 15. Wanneer de generator in werking is, mag die nooit worden verplaatst of onderworpen worden aan een onderhoudsinterventie. ►2. 16. In alle gebruiksomstandigheden of bij het opbergen van het toestel moet men erop letten dat de exibele gasleiding niet wordt beschadigd (platgedrukt, geplooid, getorst, uitgerokken). ►2. 17. Indien men een gasgeur waarneemt, moet men direct het toestel uitschakelen, de gases sluiten, de stekker uit het stopcontact halen en daarna de technische dienst contacteren. ►2. 18.
Wanneer de gasleiding wordt vervangen, mag men enkel exibele buizen gebruiken die geschikt zijn voor de werkdruk, conform met de nationale reglementeringen. De gasleiding moet 1,5 m. lang zijn. ►2. 19. Wanneer het toestel door een omgevingsthermostaat wordt gecontroleerd (optioneel artikel), kan de generator op elk willekeurig moment opnieuw inschakelen, dat betekent wanneer de temperatuur onder de ingestelde drempel daalt. ►2. 20. Wanneer de generator niet wordt gebruikt, moet men de stekker uit het stopcontact halen, de gastoevoer afsluiten, de gasleiding van de generator loskoppelen en de gasingang op de generator afdichten. ►2. 21. Laat de technische dienst minstens één keer per jaar en/of naargelang de noodzaak controleren of de generator correct werkt. ►►3. TYPE BRANDSTOFGebruik enkel gas van categorie I3B/P. ►►4.
Om de gases op de generator aan te sluiten, mag men enkel de volgende accessoires gebruiken: •Flexibele buis voor vloeibaar gas. •Drukregelaar voor vloeibaar gas, compleet met veiligheidsklep. CONTROLEER DE INTEGRITEIT VAN DE LEIDING VOOR GASTOEVOER. WANNEER DEZE VERVANGEN MOET WORDEN, MAG MEN ENKEL EEN FLEXIBELE BUIS GEBRUIKEN, DIE AAN DE WERKDRUK IS AANGEPAST, CONFORM MET DE NATIONALE REGLEMENTERINGEN. ►Om de generator op de gases aan te sluiten:OPGEPAST: ALLE SCHROEFDRAAD IS LINKSOM DRAAIEND, DIT BETEKENT DAT ZE IN TEGENWIJZERZIN WORDEN VASTGEZET. ►4. 1. De gasleiding op de koppeling van de generator vastschroeven (Fig. 4). ►4. 2. De drukregelaar op de gases installeren. Controleer of de pakking op de regelaar aanwezig is (als het koppelingstype dit voorziet) (Fig. 5). ►4. 3. De gasleiding op de drukregelaar aansluiten (Fig. 6). ►4. 4. De kraan van de gases openen (Fig. 7). ►4. 5.
De knop voor deblokkering van de regelaar indrukken (Fig. 8). Controleer met zeepsop of de koppelingen hermetisch dicht zijn: wanneer er zich bellen vormen, betekent dit dat er eventueel gaslekken zijn (Fig. 9). Men kan meerdere gasessen onderling met elkaar verbinden om een grotere autonomie te bekomen. Het is aanbevolen om gasessen van 30 kg te gebruiken tot een thermisch vermogen van 33 kW, boven het vermogen van 33 kW moet men gasessen met een grotere capaciteit gebruiken. Het is aanbevolen enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzh.
om gasessen van voldoende capaciteit te gebruiken, om problemen te vermijden die veroorzaakt worden doordat de brandstof niet vergast. De correcte werkdruk (zie label met gegevens dat op de generator is aangebracht) wordt door de regelaar gegeven die bij de uitrusting is meegeleverd, of door een gelijkaardig model. ►►5. AANSLUITING OP HET ELEKTRISCHE NETCONTROLEER OF UW ELEKTRISCHE INSTALLATIE CORRECT GEAARD IS. Vooraleer de generator op het elektrische net aan te sluiten, moet men controleren of de spanning en de voedingsfrequentie correct zijn (zie label met gegevens dat op de generator is aangebracht). De aansluiting op het elektrische net (Fig. 10) dient te gebeuren conform met de geldende nationale normen. ►►6. INSCHAKELING BIJ DE MANUELE MODELLEN (. /. M /. DV /. M DV)BELANGRIJK: Bij de modellen. DV /.
M DV moet men de positie van de schakelaar voor spanningsomschakeling controleren (220-240V / 110-120V) (Fig. 11). Als de spanning die op het toestel is ingesteld niet overeenkomt met de spanning die door het net wordt geleverd, moet men de spanning gaan aanpassen. Draai de 2 bevestigingsschroeven van de afdekking los (Fig. 12), zet de schakelaar op de aangegeven spanningswaarde (Fig. 13) en hermonteer de afdekking (Fig. 14). ● 6. 1. MODUS VERWARMING:►6. 1. 1. Zet de schakelaar “O/I” op de stand “I” (Fig. 15). ►6. 1. 2. Druk de gasknop helemaal in en houd die ingedrukt (Fig. 16). ►6. 1. 3. Activeer de piëzo-elektrische ontsteking helemaal en herhaaldelijk (Fig. 17) terwijl u de gasknop ingedrukt houdt (Fig. 16). ►6. 1. 4. Na ontsteking van de vlam moet men de gasknop nog circa 15 s ingedrukt houden (Fig. 18). ►6. 1. 5. Laat de gasknop weer los (Fig. 19).
In geval van een elektrische stroomonderbreking of als er geen gas is, zal het toestel uitgaan. De generator start niet automatisch opnieuw op. Dit moet manueel gebeuren door de procedure voor inschakeling te herhalen.
Indien het toestel niet aangaat, moet men de betre?ende sectie raadplegen (Parag. “13. WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN”). ● 6. 2. MODUS VENTILATIE:De generator kan ook als ventilator worden gebruikt. Sluit de generator aan op het elektrische net (Fig. 10) en zet de schakelaar “O/I” op de stand “I” (Fig. 15). N. B. : Als de generator in modus verwarming aan het werk is, moet men de correcte sequentie voor het uitschakelen volgen voor de manuele modellen vooraleer over te gaan naar de modus ventilatie [Parag. “9. UITSCHAKELING BIJ DE MANUELE MODELLEN (. /. M /. DV /. M DV)”]. ►►7. INSCHAKELING BIJ DE ELEKTRONISCHE MODELLEN (. E /. ET)►7. 1. Zet de schakelaar “O/I” op de stand “I” (Fig. 15). ►7. 2. Druk op de “RESET” knop (Fig. 20). De generator begint de sequentie voor analyse en na circa 20÷30 s gaat de vlam aan (zie werkingsschema Fig. 21).
In geval van een elektrische stroomonderbreking of als er geen gas is, zal het toestel uitgaan. De generator start niet automatisch opnieuw op. Dit moet manueel gebeuren door de “RESET” knop in te drukken (Fig. 20). Indien het toestel niet aangaat, moet men de betre?ende sectie raadplegen (Parag. “13. WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN”). enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzh.
OPGEPAST: Wanneer de generator stilvalt door interventie van de omgevingsthermostaat (optioneel artikel), gebeurt de heropstart van het toestel automatisch wanneer de temperatuur onder de ingestelde drempel daalt. ►►8. AFSTELLING THERMISCH VERMOGENNaargelang het type generator kan men het thermische vermogen van het toestel regelen. Het thermische vermogen kan worden geregeld aan de hand van de draaiknop op de basis van de generator (Fig. 22), of op de drukregelaar die op de gases is geïnstalleerd (Fig. 23), naargelang het model. ►►9. UITSCHAKELING BIJ DE MANUELE MODELLEN (. /. M /. DV /. M DV)►9. 1. Sluit de gases (Fig. 24). ►9. 2. Laat de ventilator gedurende circa 60 s werken, om interne schade wegens oververhitting te vermijden (interne koeling van de generator). ►9. 3. Zet de schakelaar “O/I” op de stand “O” (Fig. 25). ►9. 4. Koppel de generator los van het elektrische net (Fig.
Vooraleer het toestel weer in gebruik te stellen, moet het worden schoongemaakt. ►11. 1. Vooraleer werkzaamheden voor onderhoud, schoonmaak en reparatie op het toestel te beginnen, moet men de sequentie voor uitschakeling volgen [Parag. “9. UITSCHAKELING BIJ DE MANUELE MODELLEN (. /. M /. DV /. M DV)” of “10. UITSCHAKELING BIJ DE ELEKTRONISCHE MODELLEN (. E /. ET)”]. ►11. 2. De schoonmaak betreft enkel de luchtaanvoer (achterkant) van de generator. ►11. 3. Wanneer het toestel opnieuw wordt gebruikt, moet men de staat van integriteit van de gasleiding en van de voedingskabel controleren; indien u twijfels hebt over hun integriteit, dient u de technische dienst om een interventie te vragen. ►11. 4. Voer geen interventies uit die niet toegelaten zijn. ►►12. AANSLUITING OMGEVINGSTHERMOSTAAT (. E /.
►►13. WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGENWERKINGS-PROBLEMEN ......M ...DV...M DV...E...ETOORZAKEN OPLOSSINGENDe motor start nietX XGeen spanning 1°Controleer de netinstallatie2°Technische dienstX XVoedingskabel defect/beschadigdTechnische dienstX XMotor defect Technische dienstXFoutieve aansluiting van de omgevings-thermostaatSluit de omgevingsthermostaat correct aanDe vlam gaat niet aanX XGases is op Vervang de gases (Parag. 4)X XVeiligheidsklep van de regelaar geblokkeerd1°Druk op de knop voor deblokkering gas van de regelaar (Fig. 8)2°Technische dienstX XKraan van de gases geslotenOpen de kraan van de gases (Fig. 7)X XCircuit voor inschakeling defectTechnische dienstXAarding niet e?ciënt Controleer of uw installatie een correcte aarding heeftDe vlam blijft niet aanXGasknop niet lang genoeg ingedruktDruk de gasknop langer in (Parag.
►nl - BEPERKTE GARANTIE EN TECHNISCHE DIENSTONDERHAVIGE BEPERKTE GARANTIE MOET WORDEN BEWAARDGedurende een periode van twaalf (12) maanden vanaf de datum van aankoop van dit product garandeert de constructeur dat het toestel evenals elk onderdeel ervan geen defecten vertoont te wijten aan fabricatiefouten of aan de gebruikte materialen, zolang het toestel gebruikt wordt volgens de instructies voor werking en onderhoud die in de handleiding worden gegeven. Deze garantie heeft enkel betrekking op de oorspronkelijke koper van het toestel, die de aankoopfactuur moet kunnen voorleggen. Deze garantie omvat enkel de kosten voor de onderdelen die nodig zijn om het toestel weer in zijn normale werkingsstatus te herstellen. De kosten met betrekking tot transport of ander materiaal dat betrekking heeft op de onderdelen die door deze garantie gedekt zijn, blijven van deze garantie uitgesloten.
De schade die voortvloeit uit een foutief gebruik, forceren, veronachtzaming, onvoldoende onderhoud, aanpassingen, wijzigingen, en normale slijtage van het product zijn niet door de garantie gedekt, evenals schade door gebruik van brandstof die niet conform is, reparaties met ongeschikte wisselstukken of wegens reparaties uitgevoerd door ander personeel dan die van de verdeler of van de bevoegde technische dienst. Het gewone onderhoud is voor rekening van de eigenaar.
De constructeur garandeert geen enkele andere garantie, en neemt die ook niet rechtstreeks of onrechtstreeks op zich, met inbegrip van commerciële garantie of voor de aanpassing voor een speci?eke toepassing. De constructeur is in geen enkel geval verantwoordelijk voor rechtstreekse, onrechtstreekse, onopzettelijke of andere schade die voortvloeit uit het gebruik van het toestel. De constructeur behoudt zich het recht voor om op elk ogenblik en zonder vooraf te verwittigen deze garantie te wijzigen. De enige geldige garantie is dit geschreven document, de constructeur verzekert geen enkele speciale of impliciete garantie.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Master BLP-33M stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Master
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater